Bijlage initiatiefvoorstel PvdA over armoedebeleid HW - defintief
Tekst van het document
Bijlage Nadere toelichting op en onderbouwing van de uitgangspunten voor het armoedebeleid Inleiding Mensen die in armoede leven missen een toekomstperspectief en belanden financieel en maatschappelijk – vaak voor lange tijd – op een zijspoor. Dat is schadelijk voor die burgers maar ook schadelijk voor de samenleving. Veel van deze burgers zijn er slecht aan toe. Zij staan in een ‘overleef-modus’, financieel en mentaal. Hun maatschappelijk leven is deels tot stilstand gekomen en zij voelen zich vaak geïsoleerd. Er is veel onmacht, frustratie, stress of zelfs PTSS, als gevolg van uitzichtloosheid en onzekerheid, ook in de gemeente Hoeksche Waard, die dringend behoefte heeft aan een nieuw, adequaat en volgens de nieuwste inzichten vormgegeven Armoedebeleid. Succes is geen keuze, armoede kent namelijk vele oorzaken en moet met alle middelen worden bestreden. Daarbij komt dat onderzoek heeft uitgewezen dat ook in het Armoedebeleid de kost voor de baat uitgaat; uiteindelijk zal een ruimhartig beleid goedkoper uitpakken dan het beleid zoals dat tot dusver werd gevoerd. Ook is inmiddels bewezen, zo constateert het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS), dat alle nieuwe initiatieven en experimenten die er op dit terrein de afgelopen periode waren, succesvoller zijn dan het bestaande beleid.
Succesvol beleid maakt mensen gelukkiger en gezonder, geeft hun vertrouwen en stimuleert de participatie in een sociaal veilige omgeving. Arm zijn is niet alleen duur, het is ook slecht voor de gezondheid, aldus oud-minister Hedy d’Ancona onlangs in NRC: ,,Hoe armer, hoe minder gezonde levensjaren mensen tegemoet kunnen zien.’’ Economisch en psychologisch is er alle aanleiding voor solidariteit en empathie met de noden van mensen met een laag inkomen. De huidige (corona)crisis legt de teloorgang van een rechtvaardiger verdeling van welvaart en welzijn onbarmhartig bloot: in elk geval tot 2035 zullen de bijstandsuitkeringen dalen, terwijl het aantal uitkeringsgerechtigden voor het eerst sinds jaren stijgt. Gewenste effecten - Inwoners die bijstand nodig hebben of hulp bij het aflossen van hun schulden ondersteunen volgens heldere en actuele richtlijnen en uitgangspunten. - De dienstverlening op dit terrein vorm geven op basis van vertrouwen en hulpvaardigheid in plaats van wantrouwen en repressie. Daarbij past een flexibele houding op grond van de stelling dat de regels er voor de mensen zijn en de mensen niet voor de regels. - Het ondersteunen van kwetsbare inwoners – een belangrijke taak van de lokale overheid – en sociale uitsluiting voorkomen. - Met een ruimhartig minimabeleid de structurele ongelijkheid bestrijden en de zelfredzaamheid vergroten.
- Kinderen kansrijk laten opgroeien, een gezonde leefstijl bevorderen, de participatie bevorderen in een sociaal veilige omgeving. - Inzetten op een maximaal gebruik van de gemeentelijke beleidsruimte, die nog te vaak onbenut wordt gelaten – uit onwetendheid dan wel onwil.
1/8
Definitie Armoede Mensen zijn arm wanneer ze gedurende langere tijd niet de middelen hebben om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Dit is de definitie van armoede die het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) hanteert. Volgens de definitie van de Verenigde Naties is armoede het niet kunnen voorzien in de primaire levensbehoeften, noodzakelijk om een menswaardig bestaan te kunnen leiden. Primaire levensbehoeften zijn schoon en drinkbaar water, voedsel, kleding, huisvesting en gezondheidszorg. Ook het geen toegang hebben tot secundaire levensbehoeften kan worden ervaren als armoede, vooral als in een samenleving anderen dat wel hebben. Secundaire levensbehoeften zijn bijvoorbeeld het deelnemen aan onderwijs, sport en andere sociale activiteiten, en de aanschaf van luxe goederen en het maken van reizen. Het tegengestelde van armoede is rijkdom. De overgang tussen armoede en (relatieve) welstand wordt aangeduid als de armoedegrens. Deze wordt afhankelijk van het welvaartsniveau in elke samenleving anders gedefinieerd.
Meedoen aan het maatschappelijk leven is moeilijk voor mensen met een laag inkomen, dat in 2018 door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werd vastgesteld op nettobedragen; 1060 euro (alleenstaande), 1600 euro (eenoudergezin met twee minderjarige kinderen), 1460 euro (een paar), 2000 euro (een paar met twee minderjarige kinderen). Cijfers in de gemeente Hoeksche Waard Uit de indicatoren van Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bij het Sociaal Domein in de begroting blijkt dat plus minus 1300 mensen een bijstandsuitkering hebben (peildatum 1 september 2020). Op blz. 122 van de begroting staat overigens dat het aantal bijstandsgerechtigheden per 1 januari 2021 845 zal zijn. Op 1 januari zijn er 9150 huishoudens (uitgaand van 2,1 persoon per huishouden is dat ruim 20 procent) die een laag inkomen hebben.
Toelichting op uitgangspunten van het beleid A. Bereik armoedebeleid vergroten 1. Ruimhartig beleid Ondersteuning in armoede en schulden moet voor een brede groep toegankelijk zijn. Daarbij moet de gemeente inzetten op het tijdig signaleren van problemen en snel en adequaat een helpende hand bieden. Voor de toekenning van voorzieningen is het wenselijk de inkomensgrens te verhogen tot 150 procent van het bijstandsniveau, een bandbreedte die in het land steeds vaker maatgevend is in het uitvoeren van armoedebeleid. Daarbij horen de toekenning van een kindertoeslag, een energiebijdrage geven aan ouderen, een extra pakket bieden bij de zorgverzekering, kinderen uit gezinnen met een laag inkomen stimuleren met gratis toegang tot een sportvereniging en het honoreren van aanvragen voor cultuur en educatie.
2/8
1. Breder perspectief Voor het bepalen wanneer er sprake is van een risico op armoede en schulden is het van belang een breder perspectief te hebben op de financiële keten. Het aanbod van voorzieningen is bedoeld voor iedere inwoner met financiële problemen of voor wie deze problemen dreigen. Vaak gaat het om inwoners met een laag inkomen. Maar het zijn ook mensen die een baan of eigen bedrijf hebben en in de schulden zijn geraakt. Het gaat dus om een zeer diverse groep inwoners. Soms zijn de problemen tijdelijk, maar de problemen kunnen ook langere tijd aanhouden, waardoor armoede op de loer ligt. De discussie over welke leefsituatie als armoede moet worden aangemerkt en welke mensen feitelijk arm zijn is voldoende uitgekristalliseerd. Het welvaartsniveau in Nederland is in principe dusdanig dat het bij armoede niet een kwestie is van fysiek overleven. Er zijn echter wel verschillen in levensstandaard en niet iedereen beschikt over voldoende middelen om te kunnen participeren in de maatschappij. Wie bijvoorbeeld uit de bijstand weer aan het werk gaat, gaat er paradoxaal genoeg niet altijd op vooruit. Het inkomen stijgt weliswaar, maar het recht op inkomensondersteunende voorzieningen neemt daardoor af. Dit fenomeen heet armoedeval.
Door de grenzen voor regelingen te verhogen (tot 150 procent van het bijstandsniveau) en een ruimhartige bijzondere bijstand kan dit worden voorkomen. Belangrijk is dan wel dat inwoners bekend zijn met alle regelingen. 1. Bepalen bandbreedte De inkomensgrens voor de toekenning van voorzieningen moet worden vastgesteld op 150 procent van het bijstandsniveau (in harde bedragen, niet in percentages). Iedereen in de bijstand heeft per definitie recht op alle regelingen. 1. Bijzondere bijstand Een bijstandsuitkering is nauwelijks voldoende voor de hoogst noodzakelijke uitgaven. De bijzondere bijstand geeft de mogelijkheid een aanvulling te geven voor bijzondere kosten die niet via andere regelingen worden vergoed. Voorbeelden zijn een babyuitzet, de ouderbijdrage van school of vervanging van dure apparatuur zoals een wasmachine. Het college bepaalt de invulling en uitvoering, maar de raad kan hierop grote invloed uitoefenen en uitspreken wat de bandbreedte moet zijn. Wij stellen dat een bandbreedte tot 150 procent van de bijstandsnorm wenselijk is. 2. Tegenprestatie niet opleggen Uit alle onderzoek blijkt dat de in het kader van de Participatiewet opgelegde tegenprestatie contraproductief is. Het kost de gemeente veel tijd en geld, bijvoorbeeld door het zoeken naar geschikte werkzaamheden. Het is een dwangmiddel dat niet bijdraagt aan het vinden van werk.
Het is bovendien een blijk van wantrouwen jegens een kwetsbare groep mensen. Een groot aantal van deze mensen verricht nuttig en waardevol werk als mantelzorger of in andere vrijwilligersfuncties. Het niet willen werken is het probleem niet, het nog niet kunnen wel. Persoonlijke en positieve begeleiding helpt meer dan het opleggen van een tegenprestatie. Talrijke gemeenten negeren inmiddels die verplichting.
3/8
De gemeente moet, in tegenstelling tot het beleid dusver, rekening houden met arbeidsongeschiktheid. Veel bijstandsgerechtigden hebben moeilijkheden (psychisch en fysiek) en zijn feitelijk niet in staat tot een andere inspanning dan in leven blijven. 3. Schuldvrije gemeente Het armoedebeleid nieuwe stijl kan niet zonder de ambitie van Hoeksche Waard om een schuldvrije gemeente te worden. De gemeente is niet alleen verantwoordelijk voor de schuldhulp, maar is vaak ook schuldeiser. Net als andere overheden stellen de gemeente zich vaak weinig coulant op en staat zij vooraan in de rij en zorgt met boetes, hoge rentes en incassokosten voor oplopende schulden. Dat kan anders. Bijvoorbeeld door schulden en vorderingen kwijt te schelden die al langer dan drie jaar open staan. Met het omlaag brengen van de incassokosten tot een vast bedrag en door geen boetes en rentes meer op te leggen op de schulden voorkomt de gemeente dat een kleine schuld oploopt tot een schuld die niet meer te overzien is. Kwijtschelding biedt de kans om in gesprek te gaan, heel het financiële plaatje door te nemen en te kijken of ook op andere terreinen hulp nodig is, bijvoorbeeld bij het vinden van werk of de juiste voorzieningen. Experimenten in het land leren dat een dergelijke handelwijze op korte termijn meer geld kost, maar op langere termijn tot besparing leidt.
Passende ondersteuning, goede voorlichting, een perspectieffonds voor jongeren (waaruit schulden in één keer kunnen worden afgelost), bespreekbaar maken van geldzaken en het laagdrempelig organiseren door bij schuldregelingen te werken met één aanspreekpunt helpen bij het onder controle krijgen van de schuldenproblematiek. Die aanpak moet uitgaan van de menselijke maat. 4. Hogere vrijlatingsregeling Wie een uitkering krijgt, moet ruimer dan tot dusver is bepaald kunnen bijverdienen zonder al te veel ingewikkelde regels. En als het niet lukt om werk vast te houden, is het belangrijk dat mensen terug kunnen vallen op hun uitkering. De gemeenten moet daarvoor de ruimte nemen. Daarmee kunnen mensen hun uitkering aanvullen en zichzelf ontwikkelen, maar het biedt mensen ook de rust die ze nodig hebben. Armoede is immers voor veel mensen een dagtaak. Het is daarbij belangrijk dat gemeenten persoonlijke hulp bieden om mensen weer aan het werk te helpen. Het strenge beleid van de afgelopen jaren, waarin het welzijn van inwoners nauwelijks werd meegewogen, heeft minder resultaat opgeleverd dan experimenteel beleid dat is gebaseerd op vertrouwen door de overheid en een menselijke aanpak, met oog voor geluk en welzijn.
Die positieve benadering, gekoppeld aan de mogelijkheid om een extra deel van de inkomsten te mogen houden, vergemakkelijkt de weg naar een baan en het verlaten van de bijstand. Minder regels en meer vrijheid leiden tot kostenbesparing. 5. Individuele inkomenstoeslag De gemeenteraad bepaalt de (aanvullende) voorwaarden voor de individuele inkomenstoeslag, de jaarlijkse aanvulling op het inkomen. Het gaat om de hoogte van die toeslag en om de bepaling wie er voor in aanmerking komt (tot welke inkomensgrens). Ook bepaalt de raad hoe lang iemand moet rond komen van een laag inkomen voor het recht op die inkomenstoeslag ontstaat. Het spreekt voor zich dat die periode zo kort mogelijk moet zijn en niet langer mag duren dan drie jaar.
4/8
6. Alle kinderen mee laten doen Voor kinderen is meedoen enorm belangrijk: mee op schoolreis, het vieren van de verjaardag met vriendjes en vriendinnetjes, een cadeautje kunnen geven aan een jarige vriend of vriendin, lid kunnen worden van een sportvereniging. De gemeente moet er alles aan doen om sociale uitsluiting van (kinderen van) inwoners met een laag inkomen te voorkomen. In de Hoeksche Waard leeft 5,8 procent van de kinderen in een gezin dat een inkomen heeft tot 130 procent van het sociaal minimum. Er is sprake van samenwerking met Jeugdfonds Sport & Cultuur en diverse andere fondsen. Ook is er de zogeheten Meedoen regeling. Het bereik van die regelingen is 58 procent. Dat kan veel beter. Het Kindpakket (schrijfspullen, gymkleding, ouderbijdrage, schoolreis, fiets, laptop en smartphone) is belangrijk, net als andere voorzieningen door de Stichting Leergeld. Het cliché zegt dat de jeugd de toekomst heeft. Alleen al om die reden is het belangrijk om fors in te zetten op de bestrijding van kinderarmoede. Het moet voor kinderen uitmaken dat hun wieg staat in de gemeente Hoeksche Waard. De rijksoverheid stelt jaarlijks via het gemeentefonds een bedrag ter beschikking voor de bestrijding van kinderarmoede. Niet alle gemeenten besteden dit geld echter aan het beoogde doel. In de gemeente Hoeksche Waard moet vastliggen dat dit hier wel gebeurt.
B. Toegankelijkheid en vroeg signalering vergroten Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Bij schulden is voorkomen beter dan genezen. Vroege signalering en schuldpreventie zijn vormen van schuldhulpverlening waar de gemeente vol op moet inzetten. Het is sinds de invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in 2012 ook haar taak. Die wet geeft een breed kader waarbinnen een eigen beleid vorm kan worden gegeven. Er is sprake van een veel grotere beleidsvrijheid dan dikwijls wordt aangenomen. Door samen te werken met woningcorporaties en vroegtijdig huurachterstanden te signaleren kunnen bijvoorbeeld huisuitzettingen worden voorkomen. Een gemeente die zich afwachtend opstelt en inwoners met schulden enkel wijst op hun eigen verantwoordelijkheid, verergert de problemen juist. Soms zal het niet mogelijk zijn om schulden te voorkomen. Daarom is het belangrijk om ook de traditionele schuldhulpverlening, het zogenaamde minnelijke traject, op orde te hebben. Nadat een inwoner met schulden zich meldt bij de gemeente, onderzoekt de gemeente (of de maatschappelijk dienstverlener in opdracht van de gemeente) wat de beste manier is om van de schulden af te komen. Hierbij zijn twee mogelijkheden: schuldbemiddeling en schuldsanering. Bij schuldbemiddeling wordt een betalingsregeling getroffen met de schuldeisers.
Zij kunnen hiertoe niet worden verplicht, maar werken vrijwillig mee. Bij schuldsanering neemt de gemeente in één keer alle schulden over. De inwoner heeft dan nog slechts één schuldeiser: de gemeente; die ook kan besluiten tot kwijtschelding. Is schuldhulpverlening via de gemeente niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat de schuldeisers niet aan een regeling mee willen werken, omdat een inwoner niets af kan lossen of omdat eerder gemaakte afspraken worden geschonden, dan kan bij de rechtbank een wettelijke schuldsaneringsregeling worden aangevraagd. Schuldeisers zijn verplicht om hieraan mee te werken.
5/8
De wijziging van de Wgs (per 1 januari 2021) maakt duidelijk dat schuldhulp toegankelijk is voor ondernemers en dicht het gat in het sociale vangnet. Ook in de gemeente Hoeksche Waard vallen als gevolg van de verwarring over de uitleg van de wet zelfstandigen tussen de wal en het schip. Dat komt doordat de wet enerzijds verbiedt om groepen uit te sluiten van schuldhulp en anderzijds te bepalen dat schuldhulp niet toegankelijk is voor zelfstandigen met een nog functionerende onderneming. Het was al niet nodig, maar de wetswijziging maakt dat niemand meer tussen de wal en het schip zal vallen. In gemeenten die gebruik maken van de maximale beleidsvrijheid speelt die verwarring doorgaans niet en worden de juiste keuzes gemaakt, ten faveure van de inwoners, of zij nu zelfstandig ondernemer zijn of niet. Een ander voordeel van de wetswijziging is dat die de gemeente meer middelen geeft voor vroeg signalering. De aanpassing van de wet biedt de mogelijkheid om gegevens over betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en de zorgverzekering. Doel is om inwoners met betalingsachterstanden zo snel mogelijk op te sporen en te helpen. Zelf trekken ze doorgaans veel te laat aan de bel – na vier à vijf jaar – en zijn de schulden al (te) hoog opgelopen.
Veel mensen vinden het lastig om hulp te zoeken bij financiële problemen. De gevolgen van een laag inkomen en schuldenproblematiek zijn groot. Er is een negatief effect op het emotioneel welbevinden, het veroorzaakt schaamte, cognitieve terugval, vermindert de mentale capaciteit, geeft een negatief zelfbeeld, leidt tot terugtrekkingsgedrag en vermindering van maatschappelijke activiteit. Daarom is het vroeg signaleren van groot belang, evenals samenwerken in de keten van hulpverlening. Het verdient aanbeveling om een of meer meldpunten in te stellen, een plek in de buurt, waar bewoners laagdrempelig terecht kunnen voor al hun vragen en zorgen over geld. Zij worden geholpen door ervaringsdeskundigen, sociaal raadslieden en budgetcoaches van de gemeente. Als meer hulp nodig is zal de juiste route gemakkelijker worden gevonden. Deze aanpak draagt bij aan preventie door voorlichting en aan het vroeg signaleren van moeilijkheden. Vereenvoudigen Voor de burgers is het lastig om het overzicht te behouden als gevolg van de veelvoud aan regelingen en initiatieven. Om hen wegwijs te maken zou het verstandig zijn om een overzichtelijke bundeling te maken die helpt bij het in één oogopslag zien waar ze recht op hebben. 1. Vrijwilligers/Maatjes Het risico bestaat dat armoede van generatie op generatie wordt doorgegeven.
Deze kans op armoede, die een laag zelfbeeld tot gevolg heeft en leidt tot verlies van eigenwaarde, beperkt de veerkracht en mogelijkheden van mensen. Getrainde vrijwilligers, buddy’s (maatjes), die op een gelijkwaardige manier en met wederzijds vertrouwen mensen in kansarme situaties benaderen en helpen, zouden die vicieuze cirkel kunnen doorbreken. Buddy’s zijn geen professionele hulpverleners. Zij worden ingezet naast de reguliere hulpverlening.
6/8
Hoeksche Waard zou zich kunnen aansluiten bij de organisatie Quiet Nederland, die zich inzet voor mensen in armoede . De drie pijlers zijn: vertellen (structureel aandacht vragen voor armoede), verzachten (door op lokaal niveau solidariteit te stimuleren en saamhorigheid te kweken) en versterken (helpen bij het ontwikkelen van talenten en het op peil brengen en houden van het zelfvertrouwen). In deelnemende gemeenten zijn Quiet Communities opgezet. Het gaat om publiek-private samenwerking. Die ondersteunt samen met lokale ondernemers en bedrijven inwoners in armoede met gratis producten en activiteiten. De Quiet Community in Tilburg kreeg in 2020 de Nationale Vrijwilligersprijs.
2. Niet ontmoedigen Het is belangrijk om mensen te helpen die moeite hebben met het regelen van financiën; 17 procent van de mensen die recht heeft op bijvoorbeeld huur- of zorgtoeslag, maakt daarvan geen gebruik. Daardoor ontvangen ze te weinig inkomen. Met nieuwe data (dankzij de uitwisseling van gegevens) is het mogelijk deze mensen op te sporen, voorlichting te geven, en te helpen met hun toeslagen. Er moet een cultuuromslag komen van wantrouwen naar vertrouwen, van bureaucratische afstand en kilte naar hulpvaardigheid en begrip, van het verhogen van stress naar vermindering van de spanningen die mensen ertoe brengen verkeerde beslissingen te nemen. Correspondentie moet helder en transparant zijn en welwillend van toon, ontdaan van dreigementen; een vergissing is mogelijk en staat 9,9 van de 10 keer niet voor een poging tot fraude.
C. Overige voorzieningen Laaggeletterdheid Ook in de Hoeksche Waard is bijna 20 procent van de mensen ouder dan 16 jaar laaggeletterd of zelfs analfabeet. In haar visiedocument, Strategische visie op het bibliotheekwerk, schrijft de Bibliotheek Hoeksche Waard dat er in deze gemeente naar schatting 8000 mensen laaggeletterd zijn. Zij zijn extreem kwetsbaar voor onderbenutting van talent, demotivatie, schooluitval, werkloosheid, criminaliteit, psychosociale en medische problemen. De maatschappelijke impact van de preventieve aanpak is op termijn heel groot. Het regionale taalakkoord sluit aan bij de vervolgaanpak van het door drie ministeries opgestelde actieprogramma ‘Tel mee met taal’. Geletterdheid is de sleutel tot volwaardig participeren in de maatschappij. De rol van de bibliotheek is van onschatbaar belang en kan niet worden overschat. De gemeente moet de bibliotheek in haar nieuwe rol ruimhartig (financieel en facilitair) ondersteunen omdat zij werkt aan ‘meedoen’ in de samenleving. Uitgangspunt is dat zij een bijdrage levert aan de samenleving op het gebied van zelfredzaamheid, persoonlijke ontwikkeling, participatie, sociale cohesie en een zinnige culturele vrijetijdsbesteding. Gemeenten krijgen van het rijk extra geld om de afspraken in het kader voor ‘Tel mee met Taal’ uit te voeren.
Vooral de bibliotheek kan zich inzetten voor het zoeken naar nieuwe manieren om mensen te bereiken en invulling te geven aan de activiteiten ter bestrijding van laaggeletterdheid. De gemeente zou haar regisserende rol op dit vlak kunnen overdragen aan de bibliotheek.
7/8
Medewerkers in de schuldhulpverlening moeten training krijgen in het herkennen van laaggeletterdheid. In de communicatie met deze groep zijn vriendelijkheid en toegankelijkheid van groot belang. 1. Gratis reizen Reizen met het openbaar vervoer is prijzig, zeker voor wie een laag inkomen heeft. Vergoedingen op basis van bonnetjes – voor bijvoorbeeld het bezoeken van de voedsel- of kledingbank en dergelijke – leveren meestal veel gedoe op. Het is niet eenvoudig en verhoogt de drempel om op pad te gaan en mee te doen. Dat kan slimmer en beter, door bijvoorbeeld een Meedoen Pas in te stellen (zoals in de gemeente Hogeland). Minima kunnen zo’n pas eenmalig aanschaffen en buiten de spits reizen met de trein en de bus. Dat neemt de belemmering van de kosten en de rompslomp van het declareren weg. Het bevordert de in de Participatiewet bedoelde (sociale) mobiliteit. 2. Voedselbank Natuurlijk moet het bestaansminimum omhoog tot een niveau waarop mensen zichzelf kunnen bedruipen en het ondoorzichtige systeem van toeslagen overbodig wordt. Natuurlijk is het fijn dat de Voedselbanken het leed enigszins verzachten, maar tegelijkertijd is de constatering dat het een schande is dat in een rijk land als Nederland zo’n voorziening nodig is. Op de peildatum 30 juni 2020 was er een groei van 8,5 procent in het aantal mensen dat door de Voedselbanken wordt geholpen ten opzichte van 2019.
De verwachting is dat dit aantal als gevolg van de coronacrisis nog een stuk hoger zal liggen. Hierbij past de kanttekening dat de Voedselbank Hoeksche Waard heeft gezegd dat het bereik plus minus vijftig procent is van het aantal mensen dat niet in het eigen levensonderhoud kan voorzien. In 96 procent van de gemeenten is een voedselbank actief. Driekwart van de voedselbanken krijgt ondersteuning van de gemeente. De subsidie van de gemeente Hoeksche Waard aan de Voedselbank moet ten minste de huisvestingskosten en de energierekening dekken.
De geraadpleegde bronnen zijn: Ecorys: Nulmeting verborgen armoede Hoeksche Waard/Aard en omvang verborgen armoede CPB/SCP: Kansrijk armoedebeleid Nibud: Armoedebeleid De kinderombudsman: Handreiking aan Nederlandse gemeenten voor effectief kindgericht armoedebeleid De nationale ombudsman: In het krijt bij de overheid De nationale ombudsman: Een opendeur?/Het vervolg De nationale ombudsman: Invorderen vanuit het burgerperspectief/ Onderzoek naar knelpunten die burgers ervaren bij het invorderen van schulden door de overheid Centrum voor Lokaal Bestuur CLB): Hoe je lokaal armoede en schulden kan bestrijden Gijs van Dijk (Tweede Kamerlid PvdA): Armoede-offensief/Zeker zijn dat je een toekomst op kunt bouwen
8/8