Bijlage collegebrief reactie op Advies adviesraad beleidsplan SDV
Tekst van het document
Bijlage: Reactie college op het gevraagde advies van de Adviesraad Sociaal Domein HW d.d. 22-4-2021 Aan: voorzitter van de Adviesraad Sociaal Domein Hoeksche Waard Van: College B&W Zaaknummer: Z/21/086041 Documentnummer: Portefeuillehouder: Huibert Steen Datum: 19 mei 2021 Participatie en Leefbaarheid Onderwerp Reactie op advies Beleidsplan Integrale Schulddienstverlening 2021-2024, uw referentie 2021-05. Aanleiding Het college heeft op 30 maart jl. uw advies gevraagd over de uitgangspunten en maatregelen die de gemeente wil nemen om inwoners met schulden nog beter te ondersteunen. Dit op basis van uw rol als belangrijk adviesorgaan voor het college, daar waar het gaat over de ondersteuning aan inwoners binnen het Sociaal Domein, zoals aan de inwoners die geconfronteerd worden met (de gevolgen van) schulden. Het college zal uw advies gewogen opnemen binnen de besluitvorming over de vervolgstappen die samenhangen met het beleidsplan. Uw aanbeveling/Advies 1. Het Beleidsplan is een wettelijke verplichting voor de gemeente. De gemeente tracht in het plan niet alleen kritisch te kijken naar het bestaande instrumentarium, maar voegt tal van nieuwe initiatieven toe. Het plan ademt de (gewenste) sfeer van een actief preventiebeleid en geeft aan dat de weg daarnaartoe vooral ‘mensgerichtheid’ moet zijn. Een benadering die de Adviesraad van harte onderschrijft.
Reactie college Het college is verheugd te lezen dat de adviesraad de richting van preventiebeleid onderschrijft. Uw aanbeveling/Advies 2. Er bestaat waardering voor het feit dat de gemeente zich bij nogal wat platforms/instellingen (zoals de NVVK) aansluit om de krachten te bundelen. Ook zien we met genoegen dat de gemeente wetenschappelijk onderzoek naar het schulddienstverleningsbeleid volgt en daar lering uit trekt. Wel zouden we graag op onderdelen een meer concrete vertaling willen zien naar zaken die voor de cliënt van betekenis zijn. Reactie college Het college volgt op de voet bewezen interventies van andere gemeenten en onderzoekt deze op de mogelijkheid of deze passend zijn bij onze lokale omstandigheden. Hier is al aandacht voor en zal ook gedurende de beleidsperiode 2021-2024 uitdrukkelijk aandacht voor zijn. Dankzij de opgedane kennis en ervaring vanuit de platforms, is binnen dit beleidsplan concreet opgenomen de verhoogde inzet op de preventie en vroegsignalering. De interventies hiervoor worden nader uitgewerkt binnen de uitvoeringsagenda Schulddienstverlening. Zie ook het aanbieden van het saneringskrediet, waarmee in andere gemeenten al veel ervaring is opgedaan. De schulddienstverlening is in zijn geheel gericht op het voorkomen en het oplossen van de schuldenproblematiek die de inwoner heeft en indien nodig deze daarbij ondersteuning te bieden. 1/6
Uw aanbeveling/Advies 3. In alle beleidsnota’s wordt het belang onderstreept van een integrale benadering. De Adviesraad onderschrijft die visie, maar constateert ook dat, ondanks het uitgangspunt, van integraliteit niet altijd sprake is. Cliënten hebben soms meerdere contactpersonen (klantmanager inkomen, werkcoach, schuldhulpverlener enz.). Voor de uitvoering van de schulddienstverlening is een integrale aanpak van groot belang. In feite zou een ‘regisseur’ de belangen van een cliënt moeten behartigen, deskundigen van de verschillende relevante afdelingen moeten inschakelen en die bevindingen vastleggen in een plan van aanpak. We missen dit punt in het Beleidsplan. Reactie college Het college erkent dat van integraliteit bij de aanpak van schuldenproblematiek nog niet altijd voldoende sprake is. Niet alleen in de keten van schulddienstverlening zelf, maar ook daar waar schulddienstverlening andere levensdomeinen raakt, zoals bij het voorkomen van armoede en schulden. Het college ziet de verbetering op het integraliteit-aspect vooral in het versterken van de keten en niet zozeer in het creëren van een regisseurs-functie bij ieder schuddienstverleningstraject. De huidige regisseur sluitende aanpak zetten we wel in voor inwoners met hoog-complexe hulpvragen. Daar kunnen ook schulden een rol spelen.
Het college ziet daarom geen verdere aanleiding om het beleidsplan Schulddienstverlening hierop concreet aan te passen. Uw aanbeveling/Advies 4. Nu de gemeente als kernwaarde ‘durf’ hanteert, zou het passen om ook in de sfeer van de schulddienstverlening de randen van regels, zoals die vastliggen in jurisprudentie en wetgeving, op te zoeken. Daarbij hoort bijvoorbeeld een meer terughoudend boetebeleid bij de uitvoering van de Participatiewet, een ruimhartig beleid met betrekking tot ondersteunende inkomensregelingen (individualisering!) en een verruiming van de beslagvrije voet in de bijstand van 90 naar 95%. (De Centrale Raad van Beroep accepteert dat gemeenten vooruit kunnen lopen op wetswijzigingen op dit punt). De gemeente zou ook eens kritisch kunnen kijken naar de vraag of sommige schulden aan de gemeente in aanmerking kunnen komen voor afboeking of vermindering. Op dit punt adviseert de Adviesraad dit Beleidsplan nog te versterken. Reactie college Het college heeft haar beleid vastgesteld overwegende dat het vaststellen van beleidsregels bijdraagt aan uniformiteit daar waar het kan en maatwerk daar waar nodig, zonder daarmee de rechtsgelijkheid voor inwoners te schaden. Hiermee beoogt zij een ruimhartig beleid waarbij er ruimte is voor individualisering.
Zo ook met het in april 2020 vastgestelde debiteurenbeleid, waarmee het college ruimschoots voor de invoering van de wettelijke wijziging de beslagvrijevoet op 95% heeft vastgesteld. Ook is hierbij sprake van een terughoudend boetebeleid, dat inhoud dat er zeer zorgvuldig dient te worden omgegaan met de boetewetgeving. Alleen daar waar er sprake is van (bewezen ernstige) verwijtbaarheid kan een boete opgelegd worden. Deze aanbevelingen zijn daarmee al in staand separaat beleid opgenomen en vastgesteld. Het college ziet geen verdere aanleiding om uw advies op te nemen binnen het beleidsplan Schulddienstverlening. Uw aanbeveling/Advies 2/6
5. De introductie van saneringskredieten lijkt ons een welkome verruiming van de beleidsinstrumenten in de sfeer van schulddienstverlening; voor de cliënt biedt het rust om nog één schuldeiser te hebben. In de Beleidsnota wordt aangegeven dat in sommige situaties terughoudendheid met een saneringskrediet moet worden betracht. Wij vragen u nader te motiveren waarom dit onder meer zou moeten gelden voor cliënten met wisselend werk. Wij schatten in dat juist deze groep kwetsbaar is en zijn evenmin niet overtuigd van de wenselijkheid van uw voorgenomen terughoudendheid. Reactie college Het college is verheugd met uw steun voor dit instrument. Het college is verder van mening dat het inzetten van een saneringskrediet als schuldregelingsinstrument moet passen bij de individuele situatie van de inwoner. Een saneringskrediet heeft als doel dat de schuldeiser de openstaande schuld naar vermogen van de inwoner betaald ziet. Een wisselend inkomen kan inhouden dat er aanwijzingen zijn dat de komende drie jaar sprake kan zijn van een hoger inkomen dan het inkomen bij de start van het traject. Een hoger genoten inkomen zorgt er in een minnelijke regeling uiteindelijk voor dat de schuldeiser meer betaald krijgt dan het bij de start van het traject aangeboden bedrag. Dit is niet het geval als er een saneringskrediet is aangeboden.
Het aangeboden bedrag is het bedrag aan afloscapaciteit van de inwoner gedurende drie jaar De schuldeiser wil dan ook dat aspect mee kunnen wegen bij de totstandkoming van een regeling. Maar ook het tegengestelde is mogelijk. Bij wisselende inkomsten kan het inkomen ook lager worden, waardoor er sprake kan zijn van een te hoog aangeboden bedrag aan de schuldeisers. Hier zou de inwoner dan nadeel van ondervinden, omdat binnen het saneringskrediet dit niet te corrigeren is. De inwoner moet dan toch het saneringskrediet volledig aflossen en zal hier dan meer dan drie jaar over doen. Bij een minnelijke schuldregeling kan het aangeboden bedrag wel worden herzien. Uw aanbeveling/Advies 6. Veel gemeenten hebben -los van de gemeente- een ‘fonds bijzondere noden’ waarop (door hulpverleners) een beroep kan worden gedaan in situaties waarin niet voorzien kan worden door de bijzondere bijstand. Zou dat voor de gemeente Hoeksche Waard zinvol zijn? Overigens is ons uiteraard bekend dat er meerdere fondsen (voor sportdoelen en voor activiteiten op school enz.) in de Hoeksche Waard werkzaam zijn, maar die zijn vaak redelijk onbekend. Een Fonds bijzondere noden kan op alle terreinen optreden en voor aanvragen beneden een bepaald bedrag binnen 24 uur zorgdragen voor financiering. Reactie college De gemeente heeft al de beschikking over een noodfonds.
Dit kan onder voorwaarden voor allerlei situaties, waaronder schulden ingezet worden. Het noodfonds ligt daarmee buiten de scoop van dit beleidsplan. Het college ziet daarom geen aanleiding om uw advies op te nemen binnen het beleidsplan Schulddienstverlening. Uw aanbeveling/Advies 7. Het beleidsplan vraagt aandacht voor de bewindvoering, waarbij het accent vooral ligt op beëindiging van bewindvoering wanneer de omstandigheden dat mogelijk maken. Bekend is dat de kwaliteit van bewindvoerders soms te wensen overlaat. Gelet op de kosten die de gemeente nu maakt is het wellicht te overwegen dat de gemeente zelf enkele bewindvoerders aanstelt Reactie college Het college deelt uw zorg over de berichten in de media over de kwaliteit van sommige bewindvoerders. Het college heeft deze beleidskeuze dan ook overwogen en heeft gelet op de samenhang met de gestelde ambities binnen het plan ervoor gekozen om binnen deze beleidsperiode geen eigen bewindvoerders aan te 3/6
stellen. Wij willen deze beleidsperiode wel gebruiken om ons contact met de bewindvoerders te verbeteren en daar waar nodig is regie te nemen, met name op de ontwikkeling naar financiële zelfredzaamheid, met of zonder blijvende ondersteuning. Overigens dient de gemeente de vrije keuze van de inwoners voor de bewindvoerder te respecteren. Het is een wettelijke taak van de rechtbank om toe te zien op de kwaliteit van de uitvoering van de bewindvoering. De gemeente kan hierbij slechts adviseren en informeren. Uw aanbeveling/Advies 8. Met waardering namen wij kennis van de specifieke aandacht die gegeven wordt aan bijzondere groepen, zoals statushouders, dak- en thuislozen en LVB’ers. Voor deze laatste groep bestaan uitstekende trainingen. Terecht richt het beleid zich ook op gezinnen met kinderen; wij vragen daarbij specifieke aandacht voor eenoudergezinnen, omdat het inkomensniveau bij die groep doorgaans negatiever is dan bij tweeoudergezinnen. Reactie college Het college richt zich op passende hulp bij de omstandigheden waarin een gezin of een inwoner verkeert. Dus er zal ook aandacht zijn voor alleenstaande ouders. Overigens heeft ook het Rijk aandacht gehad voor de inkomenspositie van eenoudergezinnen.
De afgelopen jaren zijn door het Rijk juist voor deze groep veel aanpassingen binnen wet- en regelgeving doorgevoerd, zodat met gebruik van landelijke (belasting-)regelingen en toeslagen het inkomen van alleenstaande ouders op bestaansniveau kan worden gebracht. Uw aanbeveling/Advies 9. Nederland kent een groot aantal ‘wanbetalers’ voor de zorgverzekering, en daarnaast nog circa 30.000 onverzekerden. Uiteindelijk krijgt deze groep te maken met boetes en een hogere door het CAK opgelegde premie. In het Beleidsplan wordt dit ‘fenomeen’ niet geschetst, terwijl directe sanering van deze schuld onmiddellijk meer financiële ruimte zal opleveren. Is er onderzoek gedaan naar deze groepen in onze gemeente? Reactie college Onze schulddienstverlening ziet op de aanpak van de totale schuld. Ervaring leert dat achterstanden voor de zorgverzekering vrijwel altijd in combinatie met andere schulden gepaard gaat. Wel verwachten we nu via het Meldpunt vroegsignalering schulden dat we deze groep inwoners eerder in beeld krijgen. Het liefst nog voordat men 6 maanden zorgpremie achterstand heeft, zodat we tijdig een passend hulpaanbod kunnen doen om te voorkomen dat mensen in de wanbetalersregeling terecht komen.
Daarnaast biedt de gemeentelijke collectieve zorgverzekering VGZ Rotterdampakket voor inwoners in de wanbetalers regeling toegang tot de aanvullende zorgverzekering, als zij hulp aanvaarden bij het oplossen van hun schuldenproblematiek. Het betreft hier wel een vrije keuze van de inwoner. Uw aanbeveling/Advies 10. In de uitvoeringspraktijk van de schulddienstverlening blijken de Belastingdienst, het CJIB en de gemeente zelf vaak een hardnekkige schuldeiser te zijn. Is de gemeente bereid om -binnen zekere grenzen- de openstaande schuld in zo’n geval te matigen of te verminderen? En wordt bijgehouden of en zo ja, in hoeverre de Belastingdienst en het CJIB belemmerend zijn bij de uitvoering? Mocht dat zo zijn is de gemeente bereid dat, zoals vele anderen, op rijksniveau aan te kaarten? Reactie college 4/6
Het college is binnen de schulddienstverlening gehouden aan wettelijke bepalingen over de status van schuldeisers. Een vordering van een preferente schuldeisers, o.a. Belastingdienst, krijgt voorrang boven een vordering van een concurrente schuldeiser of bepalingen over het wel of niet kunnen saneren van bepaalde schulden. Het ligt niet binnen het vermogen van het college om daar eenzijdig vanaf te wijken. Wel onderschrijft het college de noodzaak van de gesprekken over dit punt die op rijksniveau plaatsvinden met o.a. de VNG, de NVVK en de Ombudsman. Hiervan zijn de eerste resultaten al zichtbaar. Zo heeft het CJIB, In december 2020 zijn medewerking aan een minnelijke schuldregeling verruimt. In het debiteurenbeleid van onze gemeente heeft het college beschreven wanneer er kwijtschelding wordt verleend of afgezien wordt van het opleggen van een vordering of van het invorderen. Uw aanbeveling/Advies 11. Eveneens met waardering namen wij kennis van de maatregelen voor ondernemers, zeker in deze tijd van de coronacrisis. In dat verband noemt het Beleidsplan wel het Bijstandsbesluit zelfstandigen zoals dat door het RBZ voor onze gemeente uitgevoerd wordt. Wat niet genoemd wordt is de IOAZ (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen) die soms een oplossing kan bieden voor een oudere zelfstandigen die zijn bedrijf beëindigt.
Reactie college Goed om te weten dat de adviesraad onze aandacht voor ondernemers met schulden waardeert. Ter informatie, het Regionaal bureau zelfstandigen Rotterdam voert voor de gemeente Hoeksche Waard het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) uit. Een inwoner kan in aanmerking komen voor een IOAZuitkering als de inwoner die aangevraagd heeft voordat hij het bedrijf beëindigd. Het RBZ onderzoekt en biedt ondersteuning bij het beëindigen van het bedrijf. Waar dat toepasselijk is, zullen we deze verduidelijking opnemen in het beleidsplan.
Uw aanbeveling/Advies 12. U geeft aan dat kwantitatieve doelstellingen bijvoorbeeld als gevolg van de monitoring door Divosa bijgesteld kunnen worden. Wij bepleiten dat u de kwantitatieve doelstellingen zo invult dat er ambitie uitspreekt. U (en wij) willen immers meer dan het landelijk gemiddelde! Wij tekenen hierbij ook aan dat een evaluatie per vier jaar onvoldoende en ongewenst is. Ongetwijfeld is dat een formele eis in de nieuwe wetgeving, maar bijstelling van beleid (of van eerder geformuleerde doelstellingen) zou moeten plaatsvinden zodra de noodzaak zich daartoe aandient. Reactie college Het college heeft haar ambitie over de kwantitatieve doelstelling beschreven in het hoofdstuk 5.6. Zij is binnen het sociaal domein een dashboard aan het ontwikkelen waarbinnen onder meer ook de doelstellingen van schulddienstverlening gemonitord gaan worden. Dat staat los van de evaluatie van het vierjaren-beleidsplan als geheel. Daarnaast is het goed te weten dat de punten uit de uitvoeringsagenda Schulddienstverlening wel degelijk geëvalueerd dienen te worden, zodat tijdige bijstellingen van de projecten en pilots plaats kan vinden. Uw aanbeveling/Advies 13. De medewerkers schulddienstverlening zullen gevestigd worden in het voormalige gemeentehuis van Oud-Beijerland, waar in beginsel ook de cliënten ontvangen zullen worden.
U geeft aan dat indien gewenst ook afspraken bij een van de andere servicepunten of zelfs thuis gemaakt kunnen worden. Zoals 5/6
u bekend is bestaat er een behoorlijke drempel (schaamte) voordat cliënten zich melden bij de gemeente voor hun schuldproblemen. De intake zou dus ‘outreachend’ en zo laagdrempelig mogelijk moeten zijn. Wij adviseren u na te gaan of uw aanpak in voldoende mate ‘outreachend’ is. Reactie college Naast de reguliere schulddienstverlening start de gemeente dit jaar met een outreachende aanpak Vroegsignalering schulden. Deze wordt gepositioneerd binnen het Wijkteam. Wij gaan graag met uw adviesraad hierover in gesprek tijdens een separaat overleg dat buiten de scoop van deze adviesvraag ligt. 14. Een tweetal vragen resteert: Vraag 1. Op pagina 12 wordt gesproken over een individueel screeningsinstrument. Wat wordt daaronder verstaan? Reactie college Op pagina 38 wordt uitleg gegeven over het screeningsinstrument. De tekst is als volgt: Mesis is een screeningsinstrument in de vorm van een vragenlijst, speciaal ontwikkeld voor schulddienstverlening en beschermingsbewind. De vragenlijst wordt door de cliënt ingevuld. Mesis is een wetenschappelijk onderbouwd instrument en biedt inzicht in het gedrag, de motivatie, de vaardigheden en leerbaarheid van de persoon. Doordat inzicht wordt verkregen in wat een persoon kan en wat er van hem verwacht kan worden, kan de juiste ondersteuning worden ingezet. Hierdoor heeft het traject meer kans van slagen. Vraag 2.
Waarom worden bij de meetbare doelen geen inhoudelijke concrete doelen (bijvoorbeeld: aantal huisuitzettingen gaat naar 0, het aantal afsluitingen van energie en water gaat naar 0) opgenomen? Reactie college Het college is van mening inhoudelijk concrete, realistisch en bereikbare doelen te hebben geformuleerd, waarmee de invloed van het beleid meetbaar is. We kiezen er daarbij bewust voor om de maatschappelijke effecten te meten in plaats van losstaande symptomen die samen met nog vele andere symptomen wel een bijdrage kunnen leveren aan dat maatschappelijke effect, maar mogelijk ook niet. De door u genoemde doelstelling “huisuitzetting gaat naar 0” is al als doelstelling vastgelegd in het “Boekje Prestatieafspraken 2021”. Dit zijn afspraken die gemaakt zijn tussen HW wonen, gemeente Hoeksche Waard en het huurdersplatform Hoeksche Waard. Afsluiting Het college hoopt u met haar gewogen reactie op uw verstrekte advies over het Beleidsplan Integrale Schulddienstverlening 2021-2024 voldoende inzichten te hebben gegeven. Mochten er nog verdiepende vragen voortvloeien uit het lezen van deze bijlage, dan vraagt het college u contact op te nemen met Hilde de Jong, ambtelijke contactpersoon voor de adviesraad en Cobie Mostert, beleidsadviseur Participatie & Leefbaarheid.
6/6