CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Verkennend (water)bodemonderzoek

Besluitvormende raad 8 maart 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan N217-Polderweg (waterleiding)26.509 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKENNEND (WATER)BODEMONDERZOEK TER PLAATSE VAN DE KRUISING N217/POLDERWEG

M I L I E U B E H E E R

TE MIJNSHEERENLAND

VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs T 010 249 24 60 F 010 249 24 70 I www.vdhelm.nl E info@vdhelm.nl BIC RABONL2U IBAN NL56 RABO 0354 4306 45 K.v.K. 27233428 B.T.W. nr. NL8009.49.481.B01

VERKENNEND (WATER)BODEMONDERZOEK TER PLAATSE VAN DE KRUISING N217/POLDERWEG TE MIJNSHEERENLAND

Opdrachtgever:

HaskoningDHV Nederland B.V. Dhr. P. van Meurs George Hintzenweg 85 3068 AX Rotterdam

Adviesbureau:

VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 010 - 249 24 60 info@vdhelm.nl www.vdhelm.nl

Projectfoto's:

Dhr. W.A. van den Bos

© VanderHelm Milieubeheer B.V.

Verantwoording

Projectcode:

DHHO20210160

Versie

Concept

Datum

8 juni 2021

Auteur

Dhr. W.A. van den Bos

Projectleider

Dhr. A. Riemens

Vrijgave

Dhr. Ing. E.L. van den Bosch

M I L I E U B E H E E R

Colofon

INHOUDSOPGAVE

1. INLEIDING.......................................................................................................................................... 4 2. VOORONDERZOEK .......................................................................................................................... 6 2.1 HUIDIGE SITUATIE ............................................................................................................................... 6 2.2 HISTORISCH ONDERZOEK .................................................................................................................... 6 2.3 CONCLUSIES VOORONDERZOEK .......................................................................................................... 7 3. VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 8 3.1 HYPOTHESE ....................................................................................................................................... 8 3.2 AANPAK EN UITVOERING ..................................................................................................................... 9 3.3 BESPREKING VAN WAARNEMINGEN TIJDENS HET VELDWERK.................................................................

9 3.4 TOETSINGSCRITERIA ......................................................................................................................... 11 3.5 GETOETSTE ANALYSERESULTATEN .................................................................................................... 13 3.6 EVALUATIE ONDERZOEKSRESULTATEN .............................................................................................. 16 4. VERKENNEND MILIEUKUNDIG WATERBODEMONDERZOEK................................................... 18 4.1 HUIDIGE SITUATIE ............................................................................................................................. 18 4.2 HISTORISCH ONDERZOEK .................................................................................................................. 18 4.3 HYPOTHESE ..................................................................................................................................... 19 4.4 AANPAK EN UITVOERING VELDWERK .................................................................................................. 20 4.5 BESPREKING VAN WAARNEMINGEN TIJDENS HET VELDWERK............................................................... 20 4.6 LABORATORIUMONDERZOEK EN TOETSING.........................................................................................

21 4.6.1 TOETSINGSCRITERIA ...................................................................................................................... 21 4.6.2 GETOETSTE ANALYSERESULTATEN................................................................................................. 22 4.7 INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN........................................................................................ 24 5. CONCLUSIES EN OPMERKINGEN ................................................................................................ 25

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

3

BIJLAGEN: 1. INFORMATIEBRONNEN VOORONDERZOEK 2. VELDWAARNEMINGEN 2A. BOORPROFIELEN 2B. FOTOGRAFISCHE WEERGAVE 2C. VERKLARING ONAFHANKELIJKHEID VELDWERKER 3. ANALYSERAPPORTEN 4. TOETSINGSTABELLEN 4A. TOETSINGSTABELLEN ANALYSERESULTATEN GROND(WATER)MONSTERS 4B. TOETSINGSTABELLEN ANALYSERESULTATEN WATERBODEMMONSTERS 4C. TOETSINGSRESULTATEN CROW400 5. LOKALE SITUATIEKAART 6. SITUATIESCHETSEN TERREIN 7. OMGEVINGSRAPPORTAGE

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

4

1. INLEIDING VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van RHDHV, de opdracht ontvangen voor het uitvoeren van een verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland. Aanleiding Aanleiding tot dit onderzoek is de voorgenomen herinrichting van de kruising waarbij de Provincie ZuidHolland het voornemen heeft om de verkeerscapaciteit op de N217 in de gemeente Hoeksche Waard vergroten. De kruising bestaat op dit moment uit een eenbaans rijstrook in beide richtingen voor het doorgaande verkeer en uit (korte) opstelstroken voor het afslaand verkeer naar de kruisende weg. De kruising wordt opnieuw vormgegeven door een dubbele rijbaan in beide richtingen aan te leggen en de lengte van de opstelstroken te vergroten zodat zich meer voertuigen kunnen opstellen. Doelstelling Doelstellingen van het onderzoek is het, middels een steekproef, bepalen van de algemene (water)bodemkwaliteit en de voorlopige veiligheidsklasse met het oog op de voorgenomen werkzaamheden. Kwaliteitsborging Onderhavig onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van VanderHelm Milieubeheer B.V. Dit kwaliteitssysteem is gecertificeerd conform de norm ISO 9001.

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat van de BRL SIKB 2000 versie 6.0 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek) en de huidige versie van de Protocollen 2001 versie 6.0 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen), 2002 versie 6.0 (het nemen van grondwatermonsters) en 2003 versie 6.0 (Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek). VanderHelm Milieubeheer B.V. is voor deze beoordelingsrichtlijn gecertificeerd en is erkend door Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. VanderHelm Milieubeheer B.V. heeft geen financiële en/of juridische belangen bij de onderzoekslocatie van dit project. Met deze kwaliteitsborging in de vorm van parafering op de eerste pagina en bijlage 2C van deze rapportage, verklaart de projectleider dat alle medewerkers de kritische functies ‘veldwerkzaamheden’ en ‘monstername’ onafhankelijk van de opdrachtgever hebben uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 versie 6.0 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek). Met onderhavig verkennend (water)bodemonderzoek zijn de volgende onderzoeksnormen gehanteerd:  NEN 5725:2017 nl – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek.

 NEN 5740:2009+A1:2016 nl – Bodem -Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond.  NEN 5717:2017 nl – Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek.  NEN 5720:2017 nl – Bodem - Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie onder nummer L028.

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

4

Leeswijzer De rapportage is opgebouwd uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 2

Vooronderzoek In deze fase zijn, voor zover mogelijk en voor zover relevant, gegevens verzameld over de huidige situatie, de historie en de geologie en hydrologie. Op basis van de gegevens wordt de verwachte verontreinigingssituatie vastgelegd in een hypothese en wordt de onderzoekstrategie bepaald.

Hoofdstuk 3

Verkennend bodemonderzoek Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt een hypothese gesteld en de onderzoekstrategie bepaald. Vervolgens wordt beschreven hoe en wanneer het veldwerk heeft plaatsgevonden. Tevens worden de waarnemingen tijdens het veldwerk beschreven. Aan de hand van de waarnemingen wordt bepaald welke monsters, en op welke stoffen, deze monsters geanalyseerd worden. De analyseresultaten van de geselecteerde monsters worden getoetst aan de vigerende normen. De onderzoeksresultaten worden geëvalueerd en nader toegelicht.

Hoofdstuk 4

Waterbodemonderzoek Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt een hypothese gesteld en de onderzoekstrategie bepaald. Vervolgens wordt beschreven hoe en wanneer het veldwerk heeft plaatsgevonden. Tevens worden de waarnemingen tijdens het veldwerk beschreven. Aan de hand van de waarnemingen wordt bepaald welke monsters, en op welke stoffen, deze monsters geanalyseerd worden. De analyseresultaten van de geselecteerde monsters worden getoetst aan de vigerende normen. De onderzoeksresultaten worden geëvalueerd en nader toegelicht.

Hoofdstuk 5

Conclusies, (aanbevelingen) en opmerkingen De rapportage wordt afgerond met een formulering van conclusies, (aanbevelingen) en opmerkingen.

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

5

2. VOORONDERZOEK Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725. Voor het vooronderzoek is aangesloten bij de strategie voor aanleiding A ‘opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’. De gebruikte informatiebronnen voor het vooronderzoek zijn in bijlage 1 opgenomen. Deze informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging. Het vooronderzoek resulteert in een hypothese over de aard en de verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. De hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie.

2.1 HUIDIGE SITUATIE Tabel 2.1: Basisgegevens Algemeen Opdrachtgever: Onderzoekslocatie: Oppervlakte locatie: Kadastrale aanduiding: RD-coördinaten:

HaskoningDHV Nederland B.V. Kruising N217/ Polderweg te Mijnsheerenland Circa 53.800 m2 Gemeente Mijnsheerenland, sectie F, perceelnummers 164, 165, 166, 470, 471, 472, 473, 474, 475, 486, 488, 499, 588, 626, 647 en 846 (behalve 470, 473, 474, 475, 486, 488, 647 allen gedeeltelijk) X = 96.295 en Y = 423.758

Beschrijving locatie De grenzen van het gebied voor vooronderzoek worden gevormd door de aangrenzende percelen van de onderzoekslocatie tot een maximale straal van 25 meter van de grens van de onderzoekslocatie. Tabel 2.2: Bevindingen locatiebezoek Uitgevoerd op d.d. Uitgevoerd door Beschrijving omgeving

Verhardingen oppervlakte Ondergrondse infrastructuur Aanwezigheid puin Asbestverdacht materiaal Asbesthoudende toepassingen Bebouwing aanwezig Obstakels t.b.v. uitvoering

22 maart 2021 Dhr. W.A. van den Bos De onderzoekslocatie is gelegen in de gemeente Hoeksche Waard. Binnen de onderzoekslocatie vallen de wegen N217 en de Polderweg. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 5,38 hectare. Het onderzoek zal plaatsvinden ter hoogte van bermen, groenstroken, fietspaden en rijstroken. De rijbaan en het fietspad zijn verhard met asfalt. Zie Klic 21G168212 en 21G168224 (d.d. 16 maart 2021) Niet bekend. Niet waargenomen. Niet waargenomen. Binnen het onderzoeksgebied is geen bebouwing aanwezig. Er zijn geen obstakels t.b.v. de uitvoering van het onderzoek.

2.2 HISTORISCH ONDERZOEK In bijlage 1 wordt nader ingegaan op het historisch onderzoek. Op basis van dit onderzoek wordt in hoofdstuk 3 de hypothese en bijbehorende strategie bepaald. Naast het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit wordt er ook informatie verzameld van overige beleidsterreinen die van invloed kunnen zijn op de uit te voeren werkzaamheden. Deze beleidsterreinen worden in bijlage 1 behandeld.

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

6

2.3 CONCLUSIES VOORONDERZOEK In bijlage 1 zijn diverse informatiebronnen geraadpleegd om antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvragen. Deze informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging. Volgens historische kaarten is de huidige situatie van de kruising rond 1968 gerealiseerd. Vanaf 1968 wordt de huidige ligging van de watergangen weergeven. Daarvoor was de ligging van de kruising iets anders met daaromheen weilanden met tussenliggende watergangen. Uitgegaan wordt dat de voormalige tussenliggende sloten met gebiedseigen grond of door middel van het ophogen met zand zijn gedempt tijdens de herinrichting van de kruising. Ter verificatie worden er boringen ter hoogte van de voormalige watergangen verricht. Binnen het onderzoeksgebied bevinden zich een aantal dammen. Deze dammen vormen een aandachtspunt ten behoeve van het onderzoek om te bepalen wat de opbouw en milieuhygiënische kwaliteit van de aanwezige grond is. Per dam wordt aan weerszijde 1 boring verricht. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat ter hoogte van het tuinbouwbedrijf met kas enkele potentieel bodembedreigende activiteiten plaatsvinden en/of hebben plaatsgevonden.

Gezien de afstand, de aanwezigheid van een tussenliggende watergang en de resultaten van voorgaande onderzoeken (maximaal lichte verontreinigingen) wordt uitgegaan dat deze verdachte activiteiten geen of minimale invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. Ter verificatie wordt een grondmonster langs de Polderweg aanvullend onderzocht op de aanwezigheid van OCB en arseen. Het grondwater ter hoogte van de kas wordt tevens aanvullend onderzocht op arseen. Gezien de resultaten uit het voorgaande onderzoek (uitgevoerd door Witteveen+Bos, kenmerk: MDM3-1, d.d. 8 januari 2010) en het huidige gebruik (infrastructuur) worden er lichte verontreinigingen met de parameters uit het standaardpakket verwacht. De grond binnen de onderzoekslocatie wordt op basis van eerdere onderzoeken als onverdacht op asbest beschouwd. Indien er tijdens de veldwerkzaamheden antropogene bijmengingen worden waargenomen, geven deze aanleiding tot asbestverdachtheid van de bodem. Indien de voorgenomen werkzaamheden betrekking hebben op deze grondlagen dan dienen deze grondlagen aanvullend onderzocht te worden op asbest. In onderhavig onderzoek is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van PFAS. Van de bovengrond en ondergrond worden mengmonsters samengesteld en geanalyseerd op PFAS (30 verbindingen).

Hiermee kan een indicatie worden verkregen van eventuele concentraties PFAS in de grond met het oog op mogelijk grondverzet bij de herinrichting. Van de parameter PFAS is bekend dat globaal genomen deze diffuus wordt teruggevonden in de contactzone/ bovengrond en niet in de (ongeroerde) ondergrond. Tevens wordt volgens de verwachtingskaart van omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid een verhoogd gehalte PFAS verwacht. De resultaten worden getoetst aan het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie’. Op verzoek van de opdrachtgever wordt met onderhavig onderzoek ook onderzoek gedaan naar het PFAS-gehalte in het grondwater.

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

7

3. VERKENNEND BODEMONDERZOEK 3.1 HYPOTHESE Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende hypotheses opgesteld: Tabel 3.1 Hypothese en onderzoeksstrategie Locatie Oppervlakte Hypothese circa (m2) Gehele 53.800 Gehele locatie: Grond en onderzoeksgebied grondwater: verdacht op lichte verontreinigingen uit het standaardpakket en PFAS Ter hoogte van het tuinbouwbedrijf is de locatie plaatselijk verdacht op OCB en arseen.

Parameters

Strategie

Grond op standaardpakket en plaatselijk op OCB en arseen

NEN 5740 VED-HE-NL Tabel 9.1

Grondwater op standaardpakket en plaatselijk op arseen. Grond en grondwater op PFAS

NEN 5740 VED-HO-NL Tabel 8.1

Toelichting op analysepakketten: Standaardpakket grond: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB en minerale olie. Standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, aromatische verbindingen, chloorkoolwaterstoffen en minerale olie. PFAS: Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (30 verbindingen). OCB: Organochloor Bestrijdingsmiddelen omvatten een aantal veel gebruikte gewasbeschermings-middelen zoals DDT, DDD, DDE en Drin’s.

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

8

3.2 AANPAK EN UITVOERING Het veldwerk (verrichten van de boringen en het plaatsen van de peilbuizen) is uitgevoerd van 29 maart tot 2 april 2021 door de heren S.D. Jonkers en W.A. van den Bos van VanderHelm Milieubeheer B.V. De watermonstername heeft op 13 en 14 april 2021 plaatsgevonden en is uitgevoerd door de heren T. de Bloois en J.C.T. Berk van VanderHelm Milieubeheer B.V. Een aantal boringen ter hoogte van de asfaltverharding zijn gecombineerd met een separaat verhardingsonderzoek. Daarnaast zijn plaatselijk boringen tot 4,0 m-mv verricht met als doel inzicht te krijgen van de diepere bodemopbouw. De uitgevoerde werkzaamheden zijn weergegeven in tabel 3.2. De locaties van de verrichte boringen en de geplaatste peilbuizen zijn weergegeven op de situatieschetsen in bijlage 6. Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie en oppervlakte Verrichte werkzaamheden Gehele onderzoeksgebied (circa 53.800 m2)

61 boringen tot circa 1,0 m-mv en

Boorpuntnummers B2-19 t/m B2-82 (uitgezonderd B239 en B2-77)

Protocol en strategie NEN 5740 VED-HE-NL Tabel 9.1

13 constructieboringen tot min. 2,0 m-mv waarvan 3 boringen tot 4,0 m-mv.

B2-08 t/m B2-18 + B2-39 + B2-77

NEN 5740 VED-HO-NL Tabel 8.1

7 boringen met peilbuis waarvan 2 boringen tot 4,0 m-mv.

B2-01 t/m B2-07

De constructieboringen ter hoogte van de rijbaan zijn met een diameter van minimaal 100 mm geboord en uitgevoerd met behulp van een diamantboor. Voor het koelen is gebruik gemaakt van koelwater van drinkwater kwaliteit.

3.3 BESPREKING VAN WAARNEMINGEN TIJDENS HET VELDWERK De resultaten van het lithologisch onderzoek en de zintuiglijk bodemvreemde bijmengingen worden in de boorbeschrijvingen in bijlage 2A weergegeven. De bodemlagen, waarin zintuiglijk bodemvreemde bijmengingen zijn aangetroffen, worden aangeduid met een zwart driehoekje. In tabel 3.3 is een samenvattend overzicht van de resultaten van de waarnemingen tijdens het veldwerk opgenomen. Tabel 3.3: Samenvattend overzicht waarnemingen tijdens het veldwerk Boring Locatie Diepte boring Traject Grondsoort (m-mv) (m -mv) B2-03 Berm 3,00 0,00 - 0,50 Klei 0,50 - 0,70 Klei B2-18 Berm 2,00 0,50 - 1,00 Klei B2-64 Dam 1,00 0,00 - 0,30 Zand B2-65 Dam 1,00 0,00 - 0,30 Zand B2-66 Dam 1,20 0,00 - 0,50 Klei 0,50 - 0,70 Klei B2-67 Dam 1,00 0,00 - 0,50 Klei B2-68 Dam 1,00 0,00 - 0,50 Klei B2-69 Dam 1,00 0,00 - 0,50 Klei B2-71 Dam 1,00 0,00 - 0,30 Klei B2-73 Dam 1,00 0,00 - 0,50 Klei B2-74 Dam 1,00 0,00 - 0,50 Klei B2-81 Dam 1,00 0,00 - 0,50 Klei

Waargenomen bijzonderheden zwak puinhoudend zwak puinhoudend sterk asfalthoudend sterk puinhoudend sterk puinhoudend matig puinhoudend matig puinhoudend matig puinhoudend sterk puinhoudend sterk puinhoudend, 1 asb plaatje van 20 gram matig asfalthoudend matig puinhoudend matig puinhoudend sterk puinhoudend

Ter plaatste van de dammen zijn aanvullende boringen verricht om een beeld te verkrijgen van de milieukundige kwaliteit. Ter hoogte van de meeste dammen zijn antropogene bijmengingen aanwezig die aanleiding geven tot asbestverdachtheid. Daarnaast is ter hoogte van boring B2-69 in de bovengrond asbestverdacht plaatmateriaal (circa 20 gram) waargenomen. Ter hoogte van de boringen met antropogene bijmengingen (uitgezonderd B2-71) worden met de herinrichting van het kruispunt geen werkzaamheden uitgevoerd. Ter hoogte van deze boringen is hierdoor geen verkennend asbestonderzoek uitgevoerd met onderhavig onderzoek.

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

9

Grondwater Tijdens de grondwatermonstername op 13 en 14 april 2021 zijn de volgende waarden gemeten: Tabel 3.4: Overzicht metingen tijdens monstername Peilbuis Filterdiepte Grondwaterstand (m-mv) (m-mv) B2-01 2,00 - 3,00 0,45 B2-02 2,50 - 3,50 1,25 B2-03 2,00 - 3,00 0,70 B2-04 2,50 - 3,50 1,14 B2-05 2,00 - 3,00 0,60 B2-06 2,20 - 3,20 1,23 B2-07 2,00 - 3,00 0,72

pH 7,4 7,2 6,9 7,2 7,4 6,8 6,4

EC (µS/cm) 1.610 2.740 4.440 1.750 1.870 3.030 2.000

Troebelheid (NTU) 1,3 19,6 167 46 57,2 10,5 12,3

De gemeten PH-waarde van de peilbuizen varieert van 6,4 tot 7,4. De EC-waarde van peilbuis B2-03 is 4.440 µS/cm en is daarmee hoger dan de overige peilbuizen. De oorzaak hiervan is niet direct te herleiden. De EC-waarde van de overige peilbuizen varieert van 1.610 tot 3.030 µS/cm. De gemeten troebelheid van het grondwater overschrijdt ter hoogte van de meeste peilbuizen de norm (>10 NTU). Dit kan hebben geleid tot vals verhoogde concentraties van parameters die ongefiltreerd worden geanalyseerd. Dit betreffen alle parameters met uitzondering van zware metalen. Aangezien maximaal lichte verontreinigingen van zware metalen in het grondwater zijn aangetroffen, kan ervan worden uitgegaan dat de te hoge troebelheid geen invloed heeft gehad op de resultaten. Herbemonstering wordt derhalve niet noodzakelijk geacht.

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

10

3.4 TOETSINGSCRITERIA Ter toetsing van de hypotheses zijn monsters voor analyse bij SGS Environmental Analytics B.V. aangeleverd. In paragraaf 3.5 is te zien welke (meng)monsters zijn geanalyseerd. De analyseresultaten van de geanalyseerde grond(water)monsters zijn getoetst met behulp van de huidige versie van BoToVa aan de richtlijnen zoals beschreven in de "Regeling bodemkwaliteit" (Staatscourant 9 juni 2020) en de "Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013". In de tabellen 3.5 en 3.6 worden de resultaten van de toetsing weergegeven. De (volledige) toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 4. De originele analyserapporten van het laboratorium zijn te vinden in bijlage 3. De toetsingen zijn uitgevoerd met behulp van de meest recente versie van BoToVa Om de mate van verontreiniging in de tekst weer te geven, wordt gebruik gemaakt van de volgende terminologie: Niet verontreinigd:

concentratie kleiner dan of gelijk aan de achtergrond- of streefwaarde. Bodemindex ≤ 0,00; Licht verontreinigd: concentratie groter dan de achtergrond- of streefwaarde maar kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (de tussenwaarde betreft het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond/streef- en interventiewaarde). Bodemindex > 0,00 en ≤ 0,50; Matig verontreinigd: concentratie groter dan de tussenwaarde maar kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde. Bodemindex > 0,50 en ≤ 1,00; Sterk verontreinigd: concentratie groter dan de interventiewaarde. Bodemindex > 1,00. Indicatieve toetsing Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek, die op het standaardpakket grond zijn geanalyseerd, zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader) (zie bijlage 4A). Voor een definitieve beoordeling van de (vrijgekomen) grond dient een partijkeuring conform AP04 te worden uitgevoerd. De resultaten worden in tabel 3.5 weergegeven. CROW Publicatie 400 Bij indicatieve toetsing aan de CROW Publicatie 400 ‘Werken in en met verontreinigde bodem’ wordt de (voorlopige) veiligheidsklasse bepaald op grond van de humane ernstig risicowaarden (SRCarbo). Om te bepalen of veiligheidsmaatregelen zijn vereist, wordt de waarde getoetst aan de 75% SRCarbo en aan de SRCarbo.

Bij waarden tussen de 75% SRCarbo en de SRCarbo vallen de werkzaamheden in klasse ‘oranje’. Bij overschrijding van de SRCarbo vallen de werkzaamheden in klasse ‘rood’. Als de gemeten concentraties carcinogene en/of mutagene stoffen de vastgestelde grenswaarde overschrijden, vallen de werkzaamheden in klasse ‘zwart’. De CROW400 toetsingen zijn terug te vinden in bijlage 4C en tabel 3.5. .

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

11

Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie Het aantreffen van PFAS in de bodem krijgt sinds 2016 toenemende aandacht en speelde met name lokaal in de omgeving Dordrecht en de Haarlemmermeer. Echter, door het wijdverbreide gebruik van PFAS wordt PFAS in Nederland niet alleen lokaal, maar ook diffuus verspreid in het milieu aangetroffen. Voor deze zogenoemde ‘nieuwe stoffen’ gelden nog geen landelijke normen (voor hergebruik). Met het geactualiseerde Tijdelijk Handelingskader zijn er vanaf 2 juli 2020 wel (tijdelijke) landelijke richtlijnen. Het is aan de verzetter van grond- of baggerspecie om aan te tonen dat de te verzetten en/of toe te passen grond of baggerspecie aan deze normen voldoet. In tabellen 3.7 en 3.8 worden de resultaten van de toetsing weergegeven. De (volledige) toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 4A. De originele analyserapporten van het laboratorium zijn te vinden in bijlage 3. Functieklasse in de zin van het Besluit bodemkwaliteit landbouw/natuur wonen industrie * waaronder o.a. PFOS

PFOA

Overige PFAS*

1,9 µg/kg d.s. 7,0 µg/kg d.s. 7,0 µg/kg d.s.

1,4 µg/kg d.s. 3,0 µg/kg d.s. 3,0 µg/kg d.s.

Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid heeft een eigen specifiek beleid voor PFOA houdend grond. Op 13 juni 2018 is deze geactualiseerd. Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid hanteert de volgende normen: Maximaal toegestane concentraties per zone Zone A: Buiten pluimzone; achtergrondbelasting gebruikstypen Zone B: Pluimzone; alle gebruikstypen

PFOS 2,5 µg/kg d.s.

PFOA 2,5 µg/kg d.s.

GenX 2,5 µg/kg d.s.

Overige PFAS 1,0 µg/kg d.s.

2,5 µg/kg d.s.

10,0 µg/kg d.s.

10,0 µg/kg d.s.

1,0 µg/kg d.s.

Voor onderhavige onderzoekslocatie is zone A van toepassing. Ecotoxicologische Risicogrenzen voor PFOS in grondwater RIVM Voor PFAS in grondwater gelden geen toepassingsnormen. Vanuit het RIVM wordt de risicogrenswaarde voor PFOS in grondwater (0,023 µg/l) en de daarvan afgeleide risicogrenswaarde van 2,3 µg/kg gehanteerd. Bron: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0085.pdf

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

12

3.5 GETOETSTE ANALYSERESULTATEN Tabel 3.5: Overzicht toetsingsresultaten van de geanalyseerde grond(meng)monsters Analyse Deelmonsters HoofdReden AnalyseToetsingsresultaat* monster (m-mv) bestands- analyse pakket deel >AW >T MM101 B2-03 (0,00 - 0,50) Klei PU1 Standaard- PCB (som 7) pakket (0,02) Zink (0,05) Lood (0,01) PAK 10 VROM (0,02) Minerale olie (totaal) (0,02) MM102 B2-64 (0,00 - 0,30) Zand PU3 Standaard- PCB (som 7) (-) B2-65 (0,00 - 0,30) pakket Koper (0,04) Zink (0,03) Cadmium (-) PAK 10 VROM (0,05) MM103 B2-66 (0,00 - 0,50) Klei PU2 Standaard- PCB (som 7) Lood B2-67 (0,00 - 0,50) pakket (0,01) (0,82) Kobalt (0,13) Molybdeen (0,04) Cadmium (0,13) Kwik (0,01) PAK 10 VROM (0,14) Minerale olie (totaal) (0,03) MM104 B2-68 (0,00 - 0,50) Klei PU3 Standaard- PCB (som 7) pakket + (0,01) OCB + Koper (0,06) arseen Zink (0,22) Cadmium (-) Lood (0,05) PAK 10 VROM (0,22) Minerale olie (totaal) (0,02) MM105 B2-69 (0,00 - 0,50) Klei PU3 Standaard- Kobalt (0,01) Zink pakket + Nikkel (0,04) (0,6) OCB + Cadmium (-) arseen Lood (0,31) PAK 10 VROM (0,03) Minerale olie (totaal) (-) MM106 B2-71 (0,00 - 0,30) Klei AS2 Standaard- PCB (som 7) pakket (0,01) Zink (0,11) Minerale olie (totaal) (0,11) MM107 B2-73 (0,00 - 0,50) Klei PU2 Standaard- Koper (0,05) B2-74 (0,00 - 0,50) pakket PAK 10 VROM (0,03) MM108 B2-81 (0,00 - 0,50) Klei PU3 Standaard- PCB (som 7) pakket (0,01) Koper (0,04) Zink

(0,09) Cadmium (-) Minerale olie (totaal) (0,02)

Indicative toetsing Bbk

Toetsing CROW400

Klasse industrie

Geen veiligheidsklasse

-

Klasse wonen

Geen veiligheidsklasse

Nikkel (1,44) Koper (1558 ,17) Zink (3,36)

Niet Toepasbaar > Interventiew aarde

Rood NietVluchtig

-

Klasse industrie

Geen veiligheidsklasse

-

Klasse industrie

Geen veiligheidsklasse

-

Niet Toepasbaar > industrie

Geen veiligheidsklasse

-

Altijd toepasbaar

PAK 10 VRO M (1,24)

Niet Toepasbaar > Interventiew aarde

Geen veiligheidsklasse Geen veiligheidsklasse

>I -

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

13

MM109

B2-12 (0,00 - 0,50) B2-37 (0,00 - 0,50) B2-40 (0,00 - 0,50) B2-70 (0,00 - 0,50)

Klei

BG

Standaardpakket

MM110

B2-01 (0,00 - 0,50) B2-09 (0,00 - 0,50) B2-16 (0,00 - 0,50) B2-19 (0,00 - 0,30)

Klei

BG

Standaardpakket

MM111

B2-02 (0,00 - 0,50) B2-07 (0,00 - 0,50) B2-10 (0,00 - 0,50) B2-13 (0,00 - 0,50) B2-05 (0,00 - 0,50) B2-06 (0,00 - 0,50) B2-15 (0,00 - 0,50) B2-47 (0,00 - 0,50) B2-18 (0,50 - 1,00)

Klei

BG

Standaardpakket

Klei

BG

Klei

B2-28 (0,70 - 1,20) Zand B2-39 (0,55 - 1,00) B2-46 (0,60 - 1,10) B2-58 (0,60 - 1,10) MM115 B2-31 (0,50 - 1,00) Zand B2-33 (0,60 - 0,80) B2-57 (0,60 - 1,10) B2-63 (0,60 - 1,10) MM116 B2-01 (1,00 - 1,50) Klei B2-02 (1,00 - 1,50) B2-09 (1,00 - 1,50) B2-12 (1,00 - 1,50) MM117 B2-05 (1,00 - 1,50) Klei B2-07 (1,00 - 1,50) B2-13 (1,00 - 1,50) B2-16 (1,00 - 1,50) Toelichting tabel 3.5 Reden: BG Bovengrond OG Ondergrond PU1 Zwak puinhoudend PU2 Matig puinhoudend PU3 Sterk puinhoudend AS2 Matig asfalthoudend AS3 Sterk asfalthoudend

MM112

MM113 MM114

PCB (som 7) (0,01) Zink (0,03) Cadmium (-) Lood (0,02) PAK 10 VROM (0,11) Kobalt (-) Nikkel (0,09) Zink (0,09) Cadmium (0,02) Lood (0,04) PAK 10 VROM (0,02) PAK 10 VROM (0,05)

-

-

Klasse wonen

Geen veiligheidsklasse

-

-

Klasse industrie

Geen veiligheidsklasse

Lood (0,84)

Klasse industrie

Geen veiligheidsklasse

Standaardpakket

-

-

-

Altijd toepasbaar

Geen veiligheidsklasse

AS3

Standaardpakket

-

-

Klasse wonen

OG

Standaardpakket

Cadmium (-) PAK 10 VROM (0,05) Kobalt (0,01)

-

-

Altijd toepasbaar

Geen veiligheidsklasse Geen veiligheidsklasse

OG

Standaardpakket

-

-

Klasse industrie

Geen veiligheidsklasse

OG

Standaardpakket

PAK 10 VROM (-) Minerale olie (totaal) (0,05) -

-

-

Altijd toepasbaar

Geen veiligheidsklasse

OG

Standaardpakket

-

-

-

Altijd toepasbaar

Geen veiligheidsklasse

Toetsingsresultaat: * parameter (bodemindex) > AW overschrijdt de achtergrondwaarde >T overschrijdt de tussenwaarde >I overschrijdt de interventiewaarde

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

14

Tabel 3.6 Overzicht toetsingsresultaten van de geanalyseerde grondwatermonsters Analyse Filterdiepte Reden Analysepakket Toetsingsresultaat* monster (m -mv) >S >T >I B1-01-B1-01-1 2,00 - 3,00 ONV Standaardpakket B1-02-B1-02-1 2,00 - 3,00 ONV Standaardpakket Barium (0,14) B1-03-B1-03-1 2,00 - 3,00 ONV Standaardpakket + arseen Nikkel (0,2) Lood Arseen Zink (0,35) (0,5) (1,74) Cadmium (0,14) Barium (0,4) B1-04-B1-04-1 2,00 - 3,00 ONV Standaardpakket Barium (0,02) B1-05-B1-05-1 1,50 - 2,50 ONV Standaardpakket Barium (0,12) B1-06-B1-06-1 2,00 - 3,00 ONV Standaardpakket Nikkel (0,15) Barium (0,12) B1-07-B1-07-1 2,00 - 3,00 ONV Standaardpakket Toelichting tabel 3.6 Reden: Toetsingsresultaat: ONV Onverdacht/willekeurig * parameter (bodemindex) >S overschrijdt de streefwaarde >T overschrijdt de tussenwaarde >I overschrijdt de interventiewaarde Tabel 3.7: Overzicht toetsingsresultaten van de geanalyseerde grondmonsters op PFAS Analyse- Deelmonsters + HoofdAnalysepakket Gemeten waarden monster traject in cm-mv bestands (concentraties in µg/kg d.s.) -deel PFOA PFOS Overig PFAS (max.) PFAS101 B2-01 (0,00 - 0,50) Klei PFAS (30 1,9 0,48 Max 0,20 B2-02 (0,00 - 0,50) verbindingen) B2-08 (0,00 - 0,50) B2-09 (0,00 - 0,50) B2-10 (0,00 - 0,50) PFAS102 B2-03 (0,00 - 0,50) Klei PFAS (30 1,7 0,99 Max 0,20 B2-11 (0,00 - 0,50) verbindingen) B2-12 (0,00 - 0,50) B2-13 (0,00 - 0,50) B2-37 (0,00 - 0,50)

PFAS103 B2-07 (0,00 - 0,50) Klei PFAS (30 1,7 0,56 Max 0,12 B2-15 (0,00 - 0,50) verbindingen) B2-16 (0,00 - 0,50) B2-17 (0,00 - 0,50) B2-19 (0,00 - 0,30) PFAS104 B2-01 (1,00 - 1,50) Klei PFAS (30 0,32 < 0,14 Niet verhoogd B2-02 (1,00 - 1,50) verbindingen) B2-09 (1,00 - 1,50) B2-11 (1,00 - 1,50) B2-12 (1,00 - 1,50) PFAS105 B2-07 (1,00 - 1,50) Klei PFAS (30 0,49 < 0,14 Niet verhoogd B2-13 (1,00 - 1,50) verbindingen) B2-15 (1,00 - 1,50) B2-17 (1,00 - 1,50) B2-19 (0,50 - 1,00) Tabel 3.8: Overzicht toetsingsresultaten van de geanalyseerde grondwatermonsters op PFAS Analyse- Filterdiepte Analysepakket Gemeten waarden (concentraties in ng/l d.s.) monster (m-mv) PFOA PFOS Overig PFAS (max.) B2-012,00 - 3,00 PFAS (30 19 1,2 8,4 B2-01-1 verbindingen) B2-032,00 - 3,00 PFAS (30 11 2,6 4,5 B2-03-1 verbindingen) B2-042,50 - 3,50 PFAS (30 31 0,82 8,3 B2-04-1 verbindingen) B2-062,20 - 3,20 PFAS (30 8,2 < 0,2 4,5 B2-06-1 verbindingen) B2-072,00 - 3,00 PFAS (30 1,0 < 0,2 <10 B2-07-1 verbindingen)

Toepassing landelijk beleid

Toepassing beleid OZHZ

Landbouw/natuur Voldoet aan zone A en B

Landbouw/natuur Voldoet aan zone A en B

Landbouw/natuur Voldoet aan zone A en B

Landbouw/natuur Voldoet aan zone A en B

Landbouw/natuur Voldoet aan zone A en B

Toetsing risicogrenzen RIVM voldoet voldoet voldoet voldoet voldoet

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

15

3.6 EVALUATIE ONDERZOEKSRESULTATEN Onderstaand wordt een evaluatie weergegeven van de onderzoeksresultaten: Grond De milieukundige kwaliteit van de grond ter hoogte van de onderzoekslocatie is vrij homogeen. Tijdens het verrichten van de boringen is geen slib- of dempingsmateriaal waargenomen, welke mogelijk terug te leiden is aan voormalige watergangen. De resultaten van het onderzoek voldoen aan de verwachting uit het vooronderzoek op basis waarvan de hypothese en onderzoeksstrategie (VED-HE-NL) zijn opgesteld. In de matig puinhoudende bovengrond (MM103) ter plaatse van de boringen B2-66 en B2-67 zijn sterke verontreinigingen met de parameters nikkel, PAK en koper geconstateerd. Daarnaast is het mengmonster matig verontreinigd met lood. De sterk puinhoudende bovengrond (MM105) ter hoogte van B2-69 is matig verontreinigd met de parameter zink. De sterk puinhoudende bovengrond (MM108) ter hoogte van B2-81 is sterk verontreinigd met de parameter PAK. De zintuiglijk schone bovengrond (MM111) is ter hoogte van B2-02, B2-07, B2-10 en B2-13 matig verontreinigd met de parameter lood. De bovengenoemde matige tot sterke verontreinigen zijn voornamelijk ter hoogte van de dammen. Uitgezonderd hiervan is MM111, dit betreft de kleiige bovengrond ter plaatse van de bermen ten westen van de onderzoeklocatie.

Van de matige tot sterke verontreinigingen is de ernst en omvang niet in voldoende mate vastgesteld. Indien de voorgenomen werkzaamheden betrekking heeft op de bovengenoemde boringen wordt aanbevolen een nader onderzoek conform de NTA 5755 uit te voeren In de overige boven- en ondergrond monsters overschrijden de concentraties van de geanalyseerde parameters maximaal de achtergrondwaarde. De herkomst van de verontreinigingen zijn niet direct te herleiden. Na toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit zijn de grondlagen van de (meng)monsters MM103, MM106 en MM108 indicatief Niet toepasbaar. De overige grondlagen zijn indicatief variërend toepasbaar tussen de klasse Industrie en Altijd Toepasbaar. De gemeten PFAS-gehaltes hebben geen invloed op de hergebruiksmogelijkheden na indicatieve toetsing Bbk (zie tabel 3.5 en 3.7). Grondwater Het grondwater ter hoogte van B2-03 is sterk verontreinigd met arseen en matig verontreinigd met lood. De overige onderzochte parameters overschrijden maximaal de streefwaarde. In het grondwater ter plaatse van overige peilbuizen zijn maximaal lichte verontreinigingen met de parameters nikkel en/of barium aangetroffen. De overige onderzochte parameters voldoen aan de streefwaarde.

De aangetroffen sterke arseen en matige lood verontreiniging geven niet aanleiding tot nader onderzoek aangezien de verwachting is dat dit verhoogde achtergrondwaardes betreffen. Aanbevolen wordt om de grond ter hoogte van B2-03 te onderzoeken op de aanwezigheid van arseen en lood om te bepalen of er sprake is van een verhoogde achtergrondwaarde. Asbest Ter hoogte van de boringen met antropogene bijmengingen of asbestverdacht plaatmateriaal (uitgezonderd B2-71) worden met de herinrichting van het kruispunt geen werkzaamheden uitgevoerd. Ter hoogte van deze boringen is hierdoor geen verkennend asbestonderzoek uitgevoerd met onderhavig onderzoek.

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

16

PFAS In de boven- en ondergrond zijn verhoogde concentraties PFAS gemeten. Deze grondlagen voldoen indicatief aan de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur op basis van toetsing aan Tijdelijk Handelingskader PFAS. Getoetst aan het beleid van omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voldoen deze grondlagen aan klasse A en B In het grondwater zijn bij de onderzochte peilbuizen meerdere soorten PFAS gedetecteerd. Ter hoogte van peilbuizen B2-01 en B2-04 zijn de hoogste PFAS-gehaltes gemeten. Het grondwater ter hoogte van alle peilbuizen voldoen aan de risicogrens van het RIVM.

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

17

4. VERKENNEND MILIEUKUNDIG WATERBODEMONDERZOEK 4.1 HUIDIGE SITUATIE Het waterbodemonderzoek heeft betrekking op de vier watergangen rondom de kruising. Beschrijving locatie-inspectie (d.d. 29 maart 2021) De watergangen zijn gelegen tussen de bermen van de N217 en de naastgelegen weilanden. Er bevinden zich geen obstakels binnen de onderzoekslocaties. Langs de kant zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Tijdens de locatie-inspectie zijn geen verdachte plekken, verkleuringen (inclusief olie-water reacties), zichtbare bijmengingen en/of asbestverdachte materialen geconstateerd.

4.2 HISTORISCH ONDERZOEK Het vooronderzoek conform de NEN 5717 is aansluitend op het historisch bodemonderzoek zoals beschreven in hoofdstuk 2. 4.2.1 STAP 1: GEGEVENS VAN DE ONDERZOEKSLOCATIE - ALGEMEEN Tabel 4.1: Afbakening onderzoekslocatie en historische informatie Onderdeel Omschrijving De onderzoekslocatie betreft 4 watergangen langs de N217 ter hoogte van de Omschrijving onderzoekslocatie: kruising Polderweg. De watergangen wordt verdeeld in 5 trajecten. Afmetingen WB1-1: WB1-2: WB1-3: WB1-4/WB1-5: Onverdacht Onverdacht Onverdacht Onverdacht Breedte: 4,5 m. Breedte: 3,3 m. Breedte: 3,3 m. Breedte: 3,3 m. Lengte: 313 m. Lengte: 207 m. Lengte: 389 m. Lengte: 521 m. De watergangen zijn gelegen in de gemeente Hoeksche Waard. Het betreft 4 Omgeving: watergangen rondom de kruising van de Polderweg. In de omgeving bevinden zich voornamelijk weilanden. Ten noordwesten van de onderzoekslocatie is een glastuinbouwbedrijf aanwezig. Watertype: Wegsloot Er zijn geen redenen om aan te nemen dat er afwijkende sedimentatie van slib Sedimentatiepatroon: heeft plaatsgevonden. Eerder verrichte baggerwerkzaamheden: Niet bekend. Eerder verricht waterbodemonderzoek: Voor zover bekend zijn de watergangen in het verleden niet onderzocht.

Historische Uit de Grondverzetviewer (https://apps.geosolutions.nl/sites/OZHZ/) van water(bodem)kwaliteitsgegevens: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid blijkt dat de watergangen in de functiezone Landbouw/natuur aanwezig zijn. De bodemkwaliteit van boven- en ondergrond voldoet aan de achtergrondwaarde. De toepassing van de boven- en ondergrond is tevens achtergrondwaarde. Aanwijzingen voor overschrijding Er zijn geen redenen om aan te nemen dat er een overschrijding van de interventiewaarde: interventiewaarde wordt geconstateerd. Beheerders: Waterschap Hollandse Delta, Provincie Zuid-Holland Watergang WB2-1, kenmerk: W09329, (legger: talud 1:1 diepte -2,40m -NAP) Kenmerken beheerder: Watergang WB2-2, kenmerk: W23144, (legger: talud 1:1,5 diepte -2,70m –NAP Watergang WB2-3, kenmerk: W42490, W48182 en W42491 , (legger: talud onbekend diepte onbekend) Watergang WB2-4 en WB2-5, kenmerk: W04656 en W07793, (legger: talud 1:1/1:1,5 diepte -2,40/-2,70m -NAP)

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

18

4.2.2 STAP 2: SPECIFIEKE ASPECTEN (VERLEDEN EN HEDEN) Tabel 4.2: Vaststelling belasting door diffuse of specifieke bronnen Onderdeel Omschrijving Ten zuidoosten op circa 20 meter van WB2-3 is een waterscheider (kenmerk Aanwezigheid puntbronnen: 30109VD) aanwezig. De onderhoudsplichtige is de vergunningsplichtige. Verder er zijn in de directe omgeving geen duikers, riool overstorten, lozingspunten van inrichtingen en/of andere potentiële puntbronnen waargenomen. Er zijn geen ongewone voorvallen bekend die invloed hebben (gehad) op de Ongewone voorvallen: water(bodem)kwaliteit. Vaart: Er vindt geen gemotoriseerde beroeps- en pleziervaart plaats in de watergang. De N217 en de Polderweg zijn op enkele meters van de watergang (< 15 meter). Aanwezigheid wegen: De verkeersintensiteit is niet bekend. Beschoeiingen/steigers: Langs delen van de watergang is een stenen of houten kadewand aanwezig. Asbestverdachte materialen: Er zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Andere onnatuurlijke materialen: Er zijn geen onnatuurlijke materialen (zoals stortsteen) waargenomen. Deellocatie: De watergangen zijn ingedeeld in 5 monstervakken.

4.3 HYPOTHESE Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende hypotheses opgesteld: Gezien de ligging van de watergangen binnen de onderzoekslocatie zijn deze verdacht op het voorkomen van verontreinigingen met zware metalen, PAK, minerale olie en PFAS; Vanwege de aanwezigheid van een glastuinbouwbedrijf is de watergang WB2-2 verdacht op OCB. Tabel 4.3 Hypothese en onderzoeksstrategie Watergang Hypothese WB2-1 t/m WB2-5 Verdacht WB2-2

Verdacht

Parameters Standaardpakket slib

Strategie NEN 5720 LN, tabel 13

Standaardpakket slib + OCB

NEN 5720 LN, tabel 13

Op basis van bovenstaande hypotheses is besloten het verkennend milieukundig waterbodemonderzoek te verrichten conform NEN 5720 LN, tabel 13. De slibmonsters zijn geanalyseerd op 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PAK, PCB's en minerale olie (standaardpakket waterbodem). De watergang nabij het tuinbouwbedrijf (WB2-2) wordt aanvullend onderzocht op OCB.

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

19

4.4 AANPAK EN UITVOERING VELDWERK Het verrichten van de slibsteken heeft op 13 april 2021 plaatsgevonden en is uitgevoerd door de heren J.C.T. Berk en T. de Bloois van VanderHelm Milieubeheer B.V. De uitgevoerde werkzaamheden zijn weergegeven in tabel 4.4. De locaties van de verrichte slibsteekmonsters zijn handmatig ingemeten met een nauwkeurigheid van < 5 meter en weergegeven op de situatieschetsen in bijlage 6. Tabel 4.4: Verrichte veldwerkzaamheden Omschrijving Verrichte werkzaamheden

Boorpuntnummer

Protocol en strategie

Traject WB2-1

10 slibsteken tot 0,5 meter in vaste bodem

WB2-1-1 t/m WB2-1-10

Traject WB2-2

10 slibsteken tot 0,5 meter in vaste bodem

WB2-2-1 t/m WB2-2-10

Traject WB2-3

10 slibsteken tot 0,5 meter in vaste bodem

WB2-3-1 t/m WB2-3-10

Traject WB2-4

10 slibsteken tot 0,5 meter in vaste bodem

WB2-4-1 t/m WB2-4-10

Traject WB2-5

10 slibsteken tot 0,5 meter in vaste bodem

WB2-5-1 t/m WB2-5-10

NEN 5720 LN, tabel 13 NEN 5720 LN, tabel 13 NEN 5720 LN, tabel 13 NEN 5720 LN, tabel 13 NEN 5720 LN, tabel 13

Voor de uitvoering van de werkzaamheden is gebruik gemaakt van een zuigerboor waarmee vanaf de boot de monstername heeft plaatsgevonden. Bij de monstername van de baggerspecie is een maximale bemonsteringsdikte van 100 cm aangehouden.

4.5 BESPREKING VAN WAARNEMINGEN TIJDENS HET VELDWERK Ter plaatse van de watergangen zijn geen bijmengingen aangetroffen. Per slibsteekmonster is bepaald wat de dikte is van de sliblaag. Een gedetailleerde weergave van de resultaten is hiervan opgenomen in bijlage 2A. In tabel 4.5 wordt een beknopte samenvatting gegeven van de slibdikte en vaste bodem van de watergang. Tabel 4.5: Slibdikte en vaste bodem van de watergang Traject Lengte Gemiddelde Gemiddelde (m1) breedte (m1) slibdikte (m1) WB2-1 313 2,5 0,20 WB2-2 207 2,3 0,17 WB2-3 389 2,0 0,25 WB2-4 + 521 2,2 0,21 WB2-5

Vaste bodem

Bijzonderheden

Veen Veen Veen Klei/Veen

geen geen geen geen

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

20

4.6 LABORATORIUMONDERZOEK EN TOETSING 4.6.1 TOETSINGSCRITERIA Ter toetsing van de hypothese zijn monsters voor analyse bij SGS Environmental Analytics B.V. aangeleverd. In tabel 4.6 is te zien welke baggerspeciemonsters zijn geanalyseerd. Baggerspecie Vanaf 1 januari 2008 is het ‘natte’ deel van het Besluit Bodemkwaliteit in werking getreden. In de normstelling is gekozen voor een ‘altijd’grens en een ‘nooit’grens: - de ‘altijd’grens bestaat uit de Achtergrondwaarden. Deze zijn vastgesteld op basis van de gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland, die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Partijen baggerspecie die voldoen aan de Achtergrondwaarden zijn altijd vrij toepasbaar voor wat betreft de chemische kwaliteit; - de ‘nooit’grens wordt bepaald met behulp van het saneringcriterium. Dit is geen vaste norm, maar een methodiek om te bepalen of er sprake is van een onaanvaardbaar risico en of er met spoed moet worden gesaneerd (op grond van de Wet Bodembescherming). Baggerspecie boven de grens van het onaanvaardbaar risico mag nooit worden toegepast. Tussen de ‘altijd’grens en de ‘nooit’grens liggen de Maximale Waarden. Deze waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden voor de functie die de bodem heeft.

Hiervoor zijn landelijk Generieke Maximale Waarden vastgesteld. Lokaal kunnen (water)bodembeheerders gebiedsspecifieke Lokale Maximale Waarden kiezen tussen de ‘altijd’grens en de ‘nooit’grens. In onderhavige rapportage is alleen uitgegaan van het generieke kader. Voor baggerspecie vinden in onderhavige rapportage 3 verschillende toetsingen plaats: 1. toepassing van baggerspecie in oppervlaktewater: hierbij wordt getoetst aan de achtergrondwaarde (grens tussen klasse AW en klasse A), aan de maximale waarde A (klasse A / klasse B) en de maximale waarde B (klasse B / klasse I), welke gelijk is aan de interventiewaarde voor waterbodems; 2. toepassing van baggerspecie op of in de (land)bodem: de kwaliteit van toe te passen baggerspecie moet voldoen aan respectievelijk de Achtergrondwaarde (grens tussen klasse AW en klasse Wonen), de Maximale Waarden Wonen (klasse Wonen / klasse Industrie) of aan de Maximale Waarden Industrie (klasse Industrie / klasse NT). Daarnaast is de bodemfunctieklasse van belang waar de baggerspecie toegepast word; 3. verspreiden over aangrenzende percelen: hierbij is rekening gehouden met de landbouwfunctie die deze percelen vaak hebben. De bovengrens voor de kwaliteit van baggerspecie die mag worden verspreid, is gebaseerd op de zogenaamde msPAF-toets (meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen).

Daarnaast mag de baggerspecie de interventiewaarde voor droge bodems niet overschrijden. De toetsingen zijn uitgevoerd met het programma @mis (versie 1.2.0, 2.0.0 en 3.0.0). In tabel 4.6 worden de resultaten van de toetsingen weergegeven. De (volledige) toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 4B. De originele analyserapporten van het laboratorium zijn te vinden in bijlage 3. CROW Publicatie 400 Bij indicatieve toetsing aan de CROW Publicatie 400 ‘Werken in en met verontreinigde bodem’ wordt de (voorlopige) veiligheidsklasse bepaald op grond van de humane ernstig risicowaarden (SRCarbo). Om te bepalen of veiligheidsmaatregelen zijn vereist, wordt de waarde getoetst aan de 75% SRCarbo en aan de SRCarbo. Bij waarden tussen de 75% SRCarbo en de SRCarbo vallen de werkzaamheden in klasse ‘oranje’. Bij overschrijding van de SRCarbo vallen de werkzaamheden in klasse ‘rood’. Als de gemeten concentraties carcinogene en/of mutagene stoffen de vastgestelde grenswaarde overschrijden, vallen de werkzaamheden in klasse ‘zwart’. De CROW400 toetsing wordt in bijlage 4C weergeven.

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

21

4.6.2 GETOETSTE ANALYSERESULTATEN Tabel 4.6: Overzicht analyseresultaten van de geanalyseerde baggerspeciemengmonsters Traject Analyse- Deelmonsters, traject Samen- Verspreiden Toepassen monster in m-mv stelling op in aangrenzende oppervlaktepercelen water WB2-1 WB101 WB2-1-1 (0,32 - 0,61) Slib Verspreidbaar Altijd WB2-1-2 (0,33 - 0,47) toepasbaar WB2-1-3 (0,30 - 0,43) WB2-1-4 (0,30 - 0,44) WB2-1-5 (0,30 - 0,40) WB2-1-6 (0,30 - 0,45) WB2-1-7 (0,30 - 0,53) WB2-1-8 (0,25 - 0,43) WB2-1-9 (0,27 - 0,58) WB2-1-10 (0,27 - 0,62) WB101A WB2-1-1 (0,61 - 0,91) Veen Verspreidbaar Altijd WB2-1-2 (0,47 - 0,77) toepasbaar WB2-1-3 (0,43 - 0,73) WB2-1-4 (0,44 - 0,74) WB2-1-5 (0,40 - 0,70) WB2-1-6 (0,45 - 0,75) WB2-1-7 (0,53 - 0,83) WB2-1-8 (0,43 - 0,73) WB2-1-9 (0,58 - 0,88) WB2-1-10 (0,62 - 0,92) WB2-2 WB102 WB2-2-1 (0,29 - 0,41) Slib Verspreidbaar Klasse A WB2-2-2 (0,34 - 0,47) WB2-2-3 (0,23 - 0,59) WB2-2-4 (0,34 - 0,41) WB2-2-5 (0,35 - 0,60) WB2-2-6 (0,34 - 0,51) WB2-2-7 (0,31 - 0,45) WB2-2-8 (0,32 - 0,49) WB2-2-9 (0,37 - 0,48) WB2-2-10 (0,35 - 0,52) WB102A WB2-2-1 (0,41 - 0,71) Veen Verspreidbaar Altijd WB2-2-2 (0,47 - 0,77) toepasbaar WB2-2-3 (0,59 - 0,89) WB2-2-4 (0,41 - 0,71) WB2-2-5 (0,60 - 0,90) WB2-2-6 (0,51 - 0,81) WB2-2-7 (0,45 - 0,75) WB2-2-8 (0,49 - 0,79) WB2-2-9 (0,48 - 0,78) WB2-2-10 (0,52 - 0,82) WB2-3 WB103 WB2-3-1 (0,27 - 0,43) Slib Verspreidbaar Altijd WB2-3-10 (0,21 -

0,61) toepasbaar WB2-3-2 (0,25 - 0,41) WB2-3-3 (0,26 - 0,46) WB2-3-4 (0,27 - 0,48) WB2-3-5 (0,32 - 0,50) WB2-3-6 (0,30 - 0,52) WB2-3-7 (0,26 - 0,54) WB2-3-8 (0,29 - 0,65) WB2-3-9 (0,24 - 0,53) WB2-3-10 (0,21 - 0,61) WB103A WB2-3-1 (0,43 - 0,73) Veen Verspreidbaar Altijd WB2-3-10 (0,61 - 0,91) toepasbaar WB2-3-2 (0,41 - 0,71) WB2-3-3 (0,46 - 0,76) WB2-3-4 (0,48 - 0,78) WB2-3-5 (0,50 - 0,80) WB2-3-6 (0,52 - 0,82) WB2-3-7 (0,54 - 0,84) WB2-3-8 (0,65 - 0,95) WB2-3-9 (0,53 - 0,83) WB2-3-10 (0,61 - 0,91)

Toepassen op of in de landbodem

Toetsing CROW400

Altijd toepasbaar

Geen veiligheidsklasse

Altijd toepasbaar

Geen veiligheidsklasse

Klasse Industrie

Geen veiligheidsklasse

Altijd toepasbaar

Geen veiligheidsklasse

Altijd toepasbaar

Geen veiligheidsklasse

Altijd toepasbaar

Geen veiligheidsklasse

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

22

Traject

Analysemonster

Deelmonsters, traject in m-mv

Samenstelling

WB2-4

WB104

WB2-4-1 (0,54 - 0,74) WB2-4-2 (0,52 - 0,82) WB2-4-3 (0,52 - 0,84) WB2-4-4 (0,53 - 0,77) WB2-4-5 (0,54 - 0,59) WB2-4-6 (0,48 - 0,59) WB2-4-7 (0,44 - 0,49) WB2-4-8 (0,41 - 0,50) WB2-4-9 (0,45 - 0,58) WB2-4-10 (0,41 - 0,61) WB2-4-1 (0,74 - 1,04) WB2-4-2 (0,82 - 1,12) WB2-4-3 (0,84 - 1,14) WB2-4-4 (0,77 - 1,07) WB2-4-5 (0,59 - 0,89) WB2-4-6 (0,59 - 0,89) WB2-4-7 (0,49 - 0,79) WB2-4-8 (0,50 - 0,80) WB2-4-9 (0,58 - 0,88) WB2-4-10 (0,61 - 0,91) WB2-5-1 (0,40 - 0,57) WB2-5-2 (0,40 - 0,70) WB2-5-3 (0,43 - 0,61) WB2-5-4 (0,42 - 0,51) WB2-5-5 (0,34 - 0,54) WB2-5-6 (0,39 - 0,63) WB2-5-7 (0,29 - 0,84) WB2-5-8 (0,38 - 0,80) WB2-5-9 (0,34 - 0,62) WB2-5-10 (0,35 - 0,50) WB2-5-1 (0,57 - 0,87) WB2-5-2 (0,70 - 1,00) WB2-5-3 (0,61 - 0,91) WB2-5-4 (0,51 - 0,81) WB2-5-5 (0,54 - 0,84) WB2-5-6 (0,63 - 0,93) WB2-5-7 (0,84 - 1,14) WB2-5-8 (0,80 - 1,10) WB2-5-9 (0,62 - 0,92) WB2-5-10 (0,50 - 0,80)

WB104A

WB2-5

WB105

WB105A

Toepassen in oppervlaktewater Altijd toepasbaar

Toepassen op of in de landbodem

Toetsing CROW400

Slib

Verspreiden op aangrenzende percelen Verspreidbaar

Altijd toepasbaar

Geen veiligheidsklasse

Veen

Verspreidbaar

Altijd toepasbaar

Altijd toepasbaar

Geen veiligheidsklasse

Slib

Verspreidbaar

Altijd toepasbaar

Klasse Industrie

Geen veiligheidsklasse

Klei

Verspreidbaar

Altijd toepasbaar

Altijd toepasbaar

Geen veiligheidsklasse

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

23

4.7 INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN Onderstaand wordt een evaluatie weergegeven van de onderzoeksresultaten: Traject WB2-1 (watergang ten westen van de kruising) De baggerspecie van WB2-1 is verspreidbaar op het aangrenzend perceel. Uit de toetsing aan het Bbk volgt dat de baggerspecie altijd toepasbaar is op of in de landbodem. De baggerspecie in oppervlaktewater is altijd toepasbaar. De vaste bodem (veen) onder de baggerspecielaag van WB2-1 is verspreidbaar op het aangrenzend perceel. Uit de toetsing aan het Bbk volgt dat de baggerspecie altijd toepasbaar is op of in de landbodem. De baggerspecie is in oppervlaktewater altijd toepasbaar. Na toetsing aan de CROW400 is er indicatief geen veiligheidsklasse van toepassing. Traject WB2-2 (watergang ten westen van de Polderweg) De baggerspecie van WB2-2 is verspreidbaar op het aangrenzend perceel. Uit de toetsing aan het Bbk volgt dat de baggerspecie Klasse A is op of in de landbodem. De baggerspecie in oppervlaktewater is klasse Industrie. De vaste bodem (veen) onder de baggerspecielaag van WB2-2 is verspreidbaar op het aangrenzend perceel. Uit de toetsing aan het Bbk volgt dat de baggerspecie altijd toepasbaar is op of in de landbodem. De baggerspecie is in oppervlaktewater altijd toepasbaar. Na toetsing aan de CROW400 is er indicatief geen veiligheidsklasse van toepassing.

Traject WB2-3 (watergang ten zuiden van de kruising) De baggerspecie van WB2-3 is verspreidbaar op het aangrenzend perceel. Uit de toetsing aan het Bbk volgt dat de baggerspecie altijd toepasbaar is op of in de landbodem. De baggerspecie in oppervlaktewater is altijd toepasbaar. De vaste bodem (veen) onder de baggerspecielaag van WB2-3 is verspreidbaar op het aangrenzend perceel. Uit de toetsing aan het Bbk volgt dat de baggerspecie altijd toepasbaar is op of in de landbodem. De baggerspecie is in oppervlaktewater altijd toepasbaar. Na toetsing aan de CROW400 is er indicatief geen veiligheidsklasse van toepassing. Traject WB2-4 (watergang ten oosten van de Polderweg) De baggerspecie van WB2-4 is verspreidbaar op het aangrenzend perceel. Uit de toetsing aan het Bbk volgt dat de baggerspecie altijd toepasbaar is op of in de landbodem. De baggerspecie in oppervlaktewater is altijd toepasbaar. De vaste bodem (veen) onder de baggerspecielaag van WB2-4 is verspreidbaar op het aangrenzend perceel. Uit de toetsing aan het Bbk volgt dat de baggerspecie altijd toepasbaar is op of in de landbodem. De baggerspecie is in oppervlaktewater altijd toepasbaar. Na toetsing aan de CROW400 is er indicatief geen veiligheidsklasse van toepassing. Traject WB2-5 (watergang ten noordoosten van de kruising) De baggerspecie van WB2-5 is verspreidbaar op het aangrenzend perceel.

Uit de toetsing aan het Bbk volgt dat de baggerspecie altijd toepasbaar is op of in de landbodem. De baggerspecie in oppervlaktewater is klasse Industrie. De vaste bodem (klei) onder de baggerspecielaag van WB2-5 is verspreidbaar op het aangrenzend perceel. Uit de toetsing aan het Bbk volgt dat de baggerspecie altijd toepasbaar is op of in de landbodem. De baggerspecie is in oppervlaktewater altijd toepasbaar. Na toetsing aan de CROW400 is er indicatief geen veiligheidsklasse van toepassing.

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

24

5. CONCLUSIES EN OPMERKINGEN VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van RHDHV, de opdracht ontvangen voor het uitvoeren van een verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland. Aanleiding Aanleiding tot dit onderzoek is de voorgenomen herinrichting van de kruising waarbij de Provincie ZuidHolland het voornemen heeft om de verkeerscapaciteit op de N217 in de gemeente Hoeksche Waard vergroten. De kruising bestaat op dit moment uit een eenbaans rijstrook in beide richtingen voor het doorgaande verkeer en uit (korte) opstelstroken voor het afslaand verkeer naar de kruisende weg. De kruising worden opnieuw vormgegeven door een dubbele rijbaan in beide richtingen aan te leggen en de lengte van de opstelstroken te vergroten zodat zich meer voertuigen kunnen opstellen. Doelstelling Doelstellingen van het onderzoek is het, middels een steekproef, bepalen van de algemene (water)bodemkwaliteit en de voorlopige veiligheidsklasse met het oog op de voorgenomen werkzaamheden.

Conclusies Geconcludeerd wordt dat er, milieuhygiënisch gezien, belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen herinrichting van de openbare ruimte. Ter onderbouwing van bovenstaand wordt tevens geconcludeerd dat: Bodem - de boven- en ondergrond waar de voorgenomen werkzaamheden betrekking op hebben, niet of maximaal licht verontreinigd is met de onderzochte parameters. In de (meng)monsters MM103, MM105, MM108 en MM111 zijn matige en/of sterke verontreinigingen van nikkel, koper, lood zink en PAK aangetoond. De ernst en omvang van de verontreinigingen zijn niet bepaald. Indien de werkzaamheden hierop betrekking hebben wordt geadviseerd nader onderzoek uit te voeren conform de NTA 5755; - getoetst aan het tijdelijke handelingskader, de concentratie PFAS in de boven- en ondergrond binnen de scopegrens indicatief voldoet aan de klasse Landbouw/natuur. Volgens het beleid van omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voldoen de grondlagen indicatief aan de zones A en B; - het grondwater ter hoogte van B2-03 is sterk verontreinigd met arseen en matig verontreinigd met lood. De overige parameters zijn maximaal licht verontreinigd. Het grondwater ter hoogte van de overige peilbuizen zijn maximaal licht verontreinigd met de onderzochte parameters. Daarnaast is PFAS in het grondwater gedetecteerd.

Het grondwater ter hoogte van alle peilbuizen voldoet aan de risicogrens van het RIVM; - zintuiglijk is ter hoogte van boring B2-69 een asbestverdacht plaatje (circa 20 gram ) in de bovengrond aangetroffen. Daarnaast zijn in de dammen plaatselijke antropogene bijmengingen waargenomen. Ter hoogte van de boringen met antropogene bijmengingen (uitgezonderd B2-62) worden met de herinrichting van het kruispunt geen werkzaamheden uitgevoerd. Ter hoogte van de overige boringen (waarop de werkzaamheden betrekking hebben zijn geen antropogene puinbijmengingen of asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen en daarom kan de bodem als onverdacht op asbest worden beschouwd.

Verkennend (water)bodemonderzoek ter plaatse van de kruising N217/Polderweg te Mijnsheerenland Projectcode: DHHO20210160

25

Waterbodem - de baggerspecie van WB2-2 en WB2-5 licht verontreinigd is. Het slib is verspreidbaar op het aangrenzend perceel. De baggerspecie van WB2-2 is altijd toepasbaar als klasse industrie op of in de landbodem en als klasse A op of in oppervlaktewater. De baggerspecie van WB2-5 is altijd toepasbaar als klasse industrie op of in de landbodem en altijd toepasbaar op of in oppervlaktewater; - de baggerspecie en de onderliggende grondlagen van de overige trajecten zijn altijd verspreidbaar op de aangrenzende percelen. De baggerspecie en de onderliggende grondlagen van de overige trajecten zijn toepasbaar op of in de landbodem en zijn toepasbaar op of in oppervlaktewater. CROW 400 - Bij toetsing aan de CROW Publicatie 400 ‘Werken in of met verontreinigde bodem’ zijn voor de werkzaamheden ter hoogte van boringen B2-66 en B2-67 de veiligheidklasse rood Niet-Vluchtig van toepassing. Bij de overige boven- en ondergrond en de waterbodem voorlopig geen veiligheidsklasse van toepassing. De definitieve veiligheidsklasse dient vastgesteld te worden door de betreffende veiligheidsdeskundige. Deze veiligheidsdeskundige dient het veiligheidsrisico in te schatten en op basis daarvan de bijbehorende beheersmaatregelen vast te stellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11126295/1