Bijlage 6 Stougjeswijk Regels (voorgesteld)
Tekst van het document
in afwijking van het bepaalde artikel 9.3 sub a en artikel 9.3 sub b kan de omgevingsvergunning voor afwijken worden verleend indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 9.4 is verleend; het bepaalde in de andere daar voorkomende bestemmingen blijft onverminderd van toepassing.
30
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Stougjeswijk
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden ter plaatse van de voor de 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, van burgemeester en wethouders: a. b. c. d. e.
het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; het bodem verlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; het uitvoeren van grondbewerkingen; het aanbrengen van diepwortelende beplanting; het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. het verhogen of verlagen van de grondwaterstand. 9.4.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het onder 9.4.1 opgenomen verbod is niet van toepassing indien: a. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings-)waarden aanwezig zijn; b. het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen die gericht zijn op en noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het plan; c. het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van ondergeschikte betekenis zijn, zoals werken en werkzaamheden die niet dieper dan 0,5 m onder het maaiveld plaatsvinden en een omvang hebben kleiner dan 100 m²; d. het werken of werkzaamheden betreffen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd. 9.4.3
Toelaatbaarheid
a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt verleend, indien is gebleken dat de in artikel 9.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal. b. Voor zover de in 9.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één van de volgende regels wordt verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde; 3. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c.
In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. d. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning, winnen burgemeester en
Regels (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Stougjeswijk wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige. e. Aangetroffen archeologische waarden dienen te worden gemeld aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders informeren vervolgens de Rijksdienst Voor Archeologisch, Cultuurlandschap en Monumenten in de provincie Zuid-Holland. 9.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen, in die zin dat: a. aan de gronden de bestemming Waarde - Archeologie 3 wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. aan de gronden de bestemming Waarde - Archeologie 3 wordt gewijzigd naar de bestemming Waarde - Archeologie 1, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse sprake is van een archeologische vindplaats; c. aan de gronden de bestemming Waarde - Archeologie 3 wordt gewijzigd naar de bestemming Waarde - Archeologie 2, Waarde - Archeologie 4 of Waarde - Archeologie 5, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er sprake is van een veranderde archeologische verwachtingswaarde; d. de maatvoering als bedoeld in artikel 9.2 en 9.3 kan worden gewijzigd na vaststelling van het gemeentelijk archeologiebeleid.
32
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Stougjeswijk
Artikel 10 10.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.
10.2
Bouwregels
Ten aanzien van de in artikel 10.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen op de in artikel 10.1 bedoelde gronden bouwwerken ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen worden gebouwd, mits: 1. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; of, 2. het bouwwerken betreffen die vergunningsvrij op basis van het Besluit omgevingsrecht (Bor) kunnen worden gebouwd; of, 3. het bouwwerken betreffen die niet dieper reiken dan 0,5 m onder het maaiveld; of, 4. een planomvang hebben kleiner dan 10 ha. 10.3
Afwijken van de bouwregels
a. Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.2 lid b sub 1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen, anders dan de bouwwerken zoals bedoeld in artikel 10.2 lid b sub 2, met dien verstande dat: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarde van het gebied; of, 2. een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een omgevingsvergunning voor afwijken in redelijkheid niet kan worden geweigerd. b. Bij de afweging van de omgevingsvergunning voor afwijken geven burgemeester en wethouders toepassing aan de volgende criteria: 1. de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen dient in het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. burgemeester en wethouders winnen alvorens de omgevingsvergunning voor afwijken te verlenen advies in bij een archeologisch deskundige; c.
in afwijking van het bepaalde artikel 10.3 sub a en artikel 10.3 sub b kan de omgevingsvergunning voor afwijken worden verleend indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 10.4 is verleend; het bepaalde in de andere daar voorkomende bestemmingen blijft onverminderd van toepassing.
Regels (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Stougjeswijk
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden ter plaatse van de voor de 'Waarde - Archeologie ' aangewezen gronden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, van burgemeester en wethouders: a. b. c. d. e.
het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; het bodem verlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; het uitvoeren van grondbewerkingen; het aanbrengen van diepwortelende beplanting; het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. het verhogen of verlagen van de grondwaterstand. 10.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het onder 10.4.1 opgenomen verbod is niet van toepassing indien: a. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings-)waarden aanwezig zijn; b. het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen die gericht zijn op en noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het plan; c. het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van ondergeschikte betekenis zijn, zoals werken en werkzaamheden die niet dieper dan 0,5 m onder het maaiveld plaatsvinden en een omvang hebben kleiner dan 10 ha; d.
het werken of werkzaamheden betreffen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd. 10.4.3 Toelaatbaarheid a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt verleend, indien is gebleken dat de in artikel 10.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal. b. Voor zover de in 10.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één van de volgende regels wordt verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde; 3. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c.
In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. d. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning, winnen burgemeester en
34
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Stougjeswijk wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige. e. Aangetroffen archeologische waarden dienen te worden gemeld aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders informeren vervolgens de Rijksdienst Voor Archeologisch, Cultuurlandschap en Monumenten in de provincie Zuid-Holland. 10.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen, in die zin dat: a. aan de gronden de bestemming Waarde - Archeologie 5 wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. aan de gronden de bestemming Waarde - Archeologie 5 wordt gewijzigd naar de bestemming Waarde - Archeologie 1, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse sprake is van een archeologische vindplaats; c. aan de gronden de bestemming Waarde - Archeologie 5 wordt gewijzigd naar de bestemming Waarde - Archeologie 2, Waarde - Archeologie 3 of Waarde - Archeologie 4, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er sprake is van een veranderde archeologische verwachtingswaarde; d. de maatvoering als bedoeld in artikel 10.2 en 10.3 kan worden gewijzigd na vaststelling van het gemeentelijk archeologiebeleid.
Regels (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Stougjeswijk
Artikel 11 11.1
Waarde - Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een ondergrondse waterleiding.
11.2
Bouwregels
a. Op deze bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met een maximale bouwhoogte van niet meer dan 3 m; b. Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 11.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.2 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van andere daar voorkomende bestemmingen, onder de voorwaarde dat: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b. vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder. 11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Voor de volgende werken en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: 1. het aanbrengen van diepwrtelende beplanting; 2. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; 3. het uitvoeren van grondwerkzaamheden; 4. het aenbrengen van andere oppervlakte verhardingen. b. Het onder 11.4, sub a vervatte verbod gelden niet voor werken of werkzaamheden: 1. betreffende het normale onderhoud en beheer van de leiding(en); 2. van geringe omvang zijn of gericht op en noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de leiding; 3. niet van ingrijpende betekenis zijn. c. De onder 11.4, sub a genoemde werken en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien wordt aangetoond dat het leiding(en)belang niet wordt aangetast. d.
Burgemeester en wethouders winnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.4 sub a schriftelijk advies in bij de leiding(en)beheerder.
36
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Stougjeswijk
Hoofdstuk 3 Artikel 12
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Regels (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Stougjeswijk
Artikel 13
13.1
Algemene bouwregels
Geluidsgevoelige functies
Geluidgevoelige functies als bedoeld in de Wet Geluidhinder mogen, onverminderd het bepaalde in de bouwregels per bestemming, slechts worden opgericht indien en voor zover wordt voldaan aan de wettelijke voorkeurswaarde of een verkregen hogere waarde als bedoeld in de Wet Geluidhinder.
13.2
Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen
13.2.1 Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens de in lid 13.2.2 opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
13.2.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens de voor het overige in dit bestemmingsplan opgenomen regels, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn toegestaan binnen de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingen; b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m²; c. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter onder peil. 13.2.3 Afwijken van ondergronds bouwen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 13.2.2 sub c voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden; c. instemming wordt verkregen van een door een daartoe gekwalificeerd deskundige. 13.3
Voorwaardelijke verplichting - waterberging
a. Tot een met de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingen strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken zonder de aanleg en in instandhouding van voldoende waterbergingscapaciteit. Deze waterbergingscapaciteit dient te zijn afgestemd met het Waterschap in de vorm van een waterhuishoudkundig rapport en dient van het Waterschap een positief wateradvies te hebben gekregen. b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de waterbergingscapaciteit conform het van positief wateradvies voorziene waterhuishoudkundig plan, ten einde te komen tot een goede waterhuishoudelijke inpassing.
38
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Stougjeswijk
Artikel 14 14.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen
Het is verboden de in hoofdstuk 2 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving.
Regels (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Stougjeswijk
Artikel 15 15.1
Algemene aanduidingsregels
Vrijwaringszone - NNN
15.1.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van aanduiding 'vrijwaringszone - NNN' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, hoofdzakelijk bestemd voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de ecologische-, natuur en landschappelijke waarden die aansluiten bij natuurdoelen waarvoor de provincie Zuid-Holland deze ecologische verbinding heeft bedoeld, te weten de ecologische verbindingszone (EVZ) Hollands Diep-Oude Maas. 15.1.2 Bouwregels Ten aanzien van de in artikel 15.1.1 bedoelde gronden geldt dat uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m. 15.1.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 15.1.2 en toestaan dat ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde kunnen worden gebouwd, mits vooraf positief advies wordt ingewonnen bij een ecologisch deskundige en wordt aangetoond dat de beoogde functies en activiteiten deze ecologische verbindingszone niet belemmeren als natuur en daarmee geen significante nadelige effecten hebben op de kenmerken en waarden, kwaliteit en oppervlak van de kreek en de ecologische verbindingszone.
15.1.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het omzetten van de in artikel 15.1.1bedoelde gronden in de bestemming 'Natuur', met inachtneming van de volgende voorwaarden: in een inrichtings- en beheersvisie is de ecologische verbindingszone uitgewerkt; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
40
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Stougjeswijk
Artikel 16 16.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijkingsregels
Indien niet op grond van een andere bepaling kan worden afgeweken van deze regels kan het bevoegd gezag door middel van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de in de regels gegeven aantallen, maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die aantallen, maten, afmetingen en percentages voor zover dit gelet op het gebruik en/of de constructie noodzakelijk is; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. het bepaalde in het plan ten aanzien van de situering van voorgevels van hoofdgebouwen; e. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter. 16.2
Afwegingsvoorwaarden
a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in dit artikel mag slechts worden verleend indien deze niet leidt tot een onevenredige aantasting van: 1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bouwwerken; 2. de verkeersveiligheid; 3. de milieusituatie; 4. de parkeervoorzieningen.
Regels (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Stougjeswijk
Artikel 17 17.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. overschrijding van de bestemmingsgrens en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. 17.2
Wijzigingsbevoegdheid - wijkontsluiting
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen naar de bestemming 'Verkeer' ten behoeve van de ontsluiting van de wijk, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. dat deze wijziging aansluit bij de uitgangspunten van het beeldregieplan uit Bijlage 2; b. dat deze wijziging niet leidt tot een onevenredige aantasting van: 1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bouwwerken; 2. de verkeersveiligheid; 3. de milieusituatie; 4. de parkeervoorzieningen. c. dat deze wijziging pas mag geschieden indien afstemming heeft plaatsgevonden met de betrokken wegbeheerders. 17.3
Wijzigingsbevoegdheid - Gemengd
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen in de bestemming 'Gemengd', met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. dat deze wijziging aansluit bij de uitgangspunten van het beeldregieplan uit Bijlage 2; b. dat het totaal oppervlakte aan maatschappelijke voorzieningen als gevolg van deze wijziging maximaal 10.000 m² BVO betreft; c. dat het totaal oppervlakte aan commerciele voorzieningen als gevolg van deze wijziging maximaal gezamenlijk 3.000 m² bruto vloeroppervlak mogen beslaan, waarbij geldt dat de gezamenlijke oppervlakte van detailhandel, inclusief een eventuele supermarkt, niet meer dan 2.000 m² bruto vloeroppervlak mag bedragen.
42
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Stougjeswijk
Artikel 18 18.1
Overige regels
Parkeren
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik moet zijn verzekerd, dat op eigen terrein, dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend hoort, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen, danwel op een andere wijze hierin wordt voorzien. Hierbij toetst het bevoegd gezag aan de 'Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen' of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Wanneer de hiervoor bedoelde beleidsregel gedurende de planperiode wijzigt, toetst het bevoegd gezag de omgevingsvergunning aan het gewijzigde beleid.
18.2
Laden en lossen
Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen, danwel op een andere wijze hierin wordt voorzien. Hierbij toetst het bevoegd gezag aan de 'Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen' of sprake is van voldoende ruimte. Wanneer de hiervoor bedoelde beleidsregel gedurende de planperiode wijzigt, toetst het bevoegd gezag de omgevingsvergunning aan het gewijzigde beleid.
18.3
Afwijken van de parkeerregels
18.3.1 Bevoegdheid Bij een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 18.1: a. voor zover op andere wijze in de nodige parkeergelegenheid dan wel laad- of losruimte wordt voorzien danwel maatwerk afspraken worden gemaakt; b. voor zover door een maatregel geen of minder dan de nodige parkeergelegenheid dan wel laad- of losruimte noodzakelijk is; c. voor zover het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
Regels (vastgesteld)
43
bestemmingsplan Stougjeswijk
Hoofdstuk 4 Artikel 19
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
A. Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. B. Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
44
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Stougjeswijk
Artikel 20
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Stougjeswijk.
Regels (vastgesteld)
45