Bijlage 5 Stroomschema vervoersvoorziening
Tekst van het document
Stroomschema Vervoersregeling Zuid-Holland Zuid Vanaf 2016
Toelichting Stroomschema Vervoersregeling ZHZ vanaf 2016 Het stroomschema geeft een korte weergave van hetgeen in de Jeugdwet, Verordening Jeugdhulp, de nadere regels en de beleidsregels is geregeld. Door het stroomschema te volgen, komt de professional snel uit op de uitkomst wel of niet een vervoersvoorziening toe te kennen. Om tot het daadwerkelijke besluit te komen, is natuurlijk wel een gesprek met de cliënt nodig. Hieronder vindt u een korte toelichting op ieder blokje uit het stroomschema en een aantal voorbeeldvragen waarmee u een gesprek kunt inrichten.
1. Betreft het een jeugdige in de zin van de Jeugdwet? De definitie bepaling van jeugdige in de Jeugdwet (artikel 1.1) verwijst kortweg naar jeugdigen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt of al 18 jaar zijn, maar nog geen 23 jaar. Bij het opstellen van de vervoersregeling hebben wij voor ogen gehad, dat alleen jeugdigen een beroep kunnen doen op vervoer. Uit oude regelingen voor 1-1-2015 zijn voorbeelden bekend dat ook de vervoerskosten voor ouders werden vergoed. Dit is dus vanuit de Jeugdwet niet mogelijk.
2. Is er sprake van vervoer van en naar de locatie van de jeugdhulpvoorziening? Een vervoersvoorziening in de Jeugdwet vergoedt alleen het vervoer van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden. Dit is zo gesteld in de Jeugdwet (art. 2.3) en overgenomen in de Verordening (art. 2 lid 3) en de nadere regels (art. 2). Een vervoersvoorziening hangt altijd vast aan een andere individuele voorziening. Het is dus niet mogelijk om vanuit de Jeugdwet ergens anders naar te voeren, zoals naar een school, een sportvereniging, stageplek etc.
3. Is er sprake van een vervoersprobleem, waardoor de toegang tot jeugdhulp wordt belemmerd? Wanneer aan de eerste twee voorwaarden is voldaan, is het belangrijk om vast te stellen of er wel daadwerkelijk sprake is van een vervoersprobleem. Wanneer er bijvoorbeeld mogelijkheden zijn om te reizen met het openbaar vervoer of beschikking hebben over eigen vervoer, dan is er geen noodzaak tot het inzetten van een vervoersvoorziening. Voorbeeld vragen: - Is er een mogelijkheid tot reizen met het openbaar vervoer? - Hebben ouders de beschikking over eigen vervoer?
4. Is aangetoond dat er geen oplossing is voor dit probleem op eigen kracht of in het eigen netwerk? Wanneer er een vervoersprobleem is, dan moet worden onderzocht of er geen mogelijkheden zijn om dit binnen het eigen netwerk op te lossen. Dit sluit aan bij de wijze waarop het gesprek met de ouders wordt gevoerd bij het vaststellen van een individuele voorziening. Er moet dus altijd eerst gezocht worden naar andere oplossingen voor het probleem binnen het netwerk.
www.jeugdzhz.nl
Voorbeeld vragen: - Wie in het netwerk zou iets kunnen betekenen in het vervoer? - Op welke wijze (meegaan openbaar vervoer/zelf vervoeren)? - Zijn er nog andere manieren te bedenken om het vervoer te organiseren? - Kunnen ouders/ het netwerk een deel van het vervoer (bv. 1 of 2 dagen) zelf uitvoeren en het resterende deel via een vervoersvoorziening (maatwerk?)
5. Is er een oplossing voorhanden door gebruik te maken van een andere voorziening voor vervoer? Als is vastgesteld dat er een vervoersprobleem is en deze niet vanuit het eigen netwerk is op te lossen, kan onderzocht worden of er nog andere mogelijkheden zijn. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan vrijwilligers vervoer. In iedere subregio of gemeente kunnen dit soort voorzieningen verschillend of in andere vorm aanwezig zijn. Hierbij is het dus belangrijk dat de professional goede kennis heeft van de sociale kaart of weet wie de vraag kan beantwoorden. Daarbij moet ook de aanvrager gemotiveerd worden om mee te denken in eventuele oplossingen. Voorbeeld vragen: - Zijn er mogelijkheden vanuit andere organisaties, zoals het vrijwilliger vervoer?
6. Is er sprake van een aantoonbare medische noodzaak? De Jeugdwet stelt dat er sprake moet zijn van een medische noodzaak of een beperking in de zelfredzaamheid om in aanmerking te komen voor vervoer. In artikel 8 van de Beleidsregels is beschreven wat er verstaan wordt onder een medische noodzaak. De aanvrager moet aantoonbaar maken dat er sprake is van een medische noodzaak, bijvoorbeeld door het overleggen van documenten van een arts. Let hierbij wel op dat het hebben van een medische beperking alleen, onvoldoende reden is voor het toekennen van een vervoersvoorziening. Er moet immers ook sprake zijn van een vervoersprobleem! Voorbeeld vragen: - Heeft de jeugdige een beperking in het lopen, in-/ uitstappen, staan en/of is er sprake van desoriëntatie, waardoor reizen met openbaar vervoer of eigen vervoer niet mogelijk is? - Kan de wettelijk vertegenwoordiger dit aantonen middels bijvoorbeeld een medische verklaring?
7. Is er een beperking in de zelfredzaamheid? In artikel 9 van de Beleidsregels is omschreven wat er onder een beperking in de zelfredzaamheid wordt verstaan. Daarbij is het gebrek aan financiële draagkracht specifiek uitgesloten als beperking. Ook bij dit punt geldt dat de ‘bewijslast’ bij de aanvrager ligt. Voorbeeld vragen: - Is de jeugdige vanwege zijn/haar leeftijd niet in staat om zelfstandig te reizen, nadat is aangetoond dat de ouders en/of het eigen netwerk het vervoersprobleem niet kan oplossen? (Let op: het beide werkzaam zijn van de ouders wordt niet als voldoende reden gezien om de kinderen niet zelf te begeleiden) - Is er sprake van ernstige gedragsproblemen waardoor het reizen met het openbaar vervoer en/of eigen vervoer niet mogelijk is? - Zijn er aantoonbare redenen van niet-medische aard, die het zelfstandig of met begeleiding reizen van de jeugdige met het openbaar vervoer en/of eigen vervoer niet mogelijk maken?
www.jeugdzhz.nl
8. Komt de toegang tot de jeugdhulp in gevaar? Beleid wordt nooit geschreven voor de uitzonderingen. Op iedere regel die is opgeschreven, bestaan uitzonderingen. Wanneer de aanvrager niet aan voorliggende punten voldoet, maar de toegang tot de jeugdhulp in gevaar komt, moet er een afweging worden gemaakt hoe deze drempel weggenomen kan worden. Dit kan mogelijk door een oplossing te zoeken binnen het gemeentelijke domein of het weloverwogen verstrekken van een vervoersvoorziening. Om dit te doen moet er dan een beroep worden gedaan op de hardheidsclausule. De lokale verordening en daarbij opgestelde nadere regels per gemeenten kunnen hierbij wellicht een uitkomst bieden.
9. Wordt het gebrek aan financiële middelen aangedragen als belemmering? De vervoersregeling is niet opgesteld als inkomensvoorziening, maar om de toegang van hulp voor iedereen mogelijk te maken. Wanneer een ouder aandraagt geen financiële middelen te hebben, moet er eerst gezocht worden naar andere oplossingen (bijvoorbeeld in overleg met de sociale dienst, individuele inkomenstoeslag, etc.). Mogelijk moet er gebruik worden gemaakt van de hardheidsclausule.
Hardheidsclausule Zoals eerder benoemd kan bij hoge uitzondering, een beroep worden gedaan op de hardheidsclausule om een vervoersvoorziening toe te kennen. Van deze optie willen we echter zo min mogelijk gebruik maken. In de eerste plaats omdat een besluit op de hardheidsclausule door het college van B&W van de betreffende gemeente moet worden genomen. Dit is een arbeidsintensief traject. De tweede reden is dat een beroep op de hardheidsclausule precedenten kan scheppen voor andere aanvragers, waardoor de doelgroep kan groeien. De derde reden is het kostenaspect. Deze moeten beheersbaar blijven. Uiteraard moet de mogelijkheid om af te wijken wel aanwezig zijn, omdat er waarschijnlijk situaties in de praktijk zullen ontstaan, die wij nu nog niet kunnen voorzien. Wij vragen de jeugdprofessionals echter wel om hier zeer behoudend mee om te gaan.
www.jeugdzhz.nl