CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 nota van beantwoording zienswijzen

Besluitvormende raad 9 december 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorkeursrecht Randweg Klaaswaal (fase 1)1.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijzen Welke zijn gericht tegen de voorgenomen bestendiging van de vestiging van het voorkeursrecht Randweg Klaaswaal (fase 1)

Behorend bij raadsbesluit tot vestiging van het voorkeursrecht d.d. 9 december 2025 (zaaknummer: Z/25/328339)

2/5

1 Inleiding Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Hoeksche Waard heeft op 16 september 2025 besloten om op basis van artikel 9.1, tweede lid Omgevingswet een voorlopig voorkeursrecht te vestigen op gronden zoals aangegeven op de bij het collegebesluit behorende grondtekening en percelenlijst. De voorlopige voorkeursrechtbeschikking is op 18 september 2025 ingeschreven in de openbare registers en ingegaan op het tijdstip van inschrijving. Door de vestiging van het voorkeursrecht moet een eigenaar (en beperkt gerechtigde) bij een voorgenomen verkoop zijn onroerende zaak eerst aan de gemeente aanbieden. De gemeente beoogt hiermee haar regierol te behouden, om ervoor te zorgen dat de beoogde ontwikkeling zoveel mogelijk tijdig en op de door de gemeente voorgestane wijze zal worden gerealiseerd. De vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht strekt er in de eerste plaats toe de gemeente een voorrangspositie op de lokale grondmarkt te verschaffen. Het voorkeursrecht betekent niets meer en niets minder dan dat de eigenaar, indien hij het voornemen heeft opgevat om zijn gronden – waarop een voorkeursrecht is gevestigd – te vervreemden, dit eerst aan de gemeente te koop moet aanbieden. Die aanbiedingsplicht vloeit voort uit het vervreemdingsvoornemen van de eigenaar zelf; het voorkeursrecht verplicht hem niet tot verkoop.

De vestiging van een voorkeursrecht stelt de betrokken overheid in staat om de regie te behouden over de beoogde gebiedsontwikkeling. Ook gaat de vestiging van een voorkeursrecht, die gewoonlijk in een vroeg stadium van planologische besluitvorming plaatsvindt, prijsopdrijving en grondspeculatie tegen. De vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht is een discretionaire bevoegdheid van de gemeente. Een discretionaire bevoegdheid is een bevoegdheid waarbij het bestuursorgaan beleidsruimte heeft om daarvan al dan niet gebruik te maken, waarbij het bestuursorgaan moet afwegen of gebruikmaking van die bevoegdheid voor de betrokkenen geen gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot het doel dat met de toepassing van die bevoegdheid wordt gediend. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de wet het met de vestiging van een voorkeursrecht te dienen algemene belang afgewogen tegen het individuele (financiële) belang van de betrokken grondeigenaar, zodat dit laatste niet meer afzonderlijk in de afweging hoeft te worden betrokken. De verdere belangenafweging dient uiteraard wel plaats te vinden, maar dat heeft de gemeente, zo blijkt uit het raadsvoorstel, gedaan. Zienswijzen tegen het ontwerp-raadsbesluit Het besluit van het college om een voorlopig voorkeursrecht te vestigen met een looptijd van drie maanden, zorgt voor een zogenaamde voorbescherming.

Daarom wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om binnen drie maanden het voorkeursrecht te vestigen en daarmee het door het college gevestigde voorkeursrecht te bestendigen. Bij het collegebesluit hoort een ontwerp-raadsbesluit en ontwerp-raadsvoorstel, waarin de raad wordt voorgesteld om het voorkeursrecht te vestigen. Belanghebbenden (lees: de eigenaren van en de beperkt gerechtigden op de in het collegebesluit betrokken gronden) zijn in de gelegenheid gesteld om gedurende drie weken zienswijzen (schriftelijk of mondeling) over het ontwerp-raadsbesluit

3/5

naar voren te brengen. De termijn is ingegaan op 18 september 2025 en eindigde op 8 oktober 2025 om 24:00 uur. Tegen het ontwerp-raadsbesluit zijn in totaal 2 Zienswijzen door de gemeente ontvangen. De ingediende Zienswijzen worden in deze Nota nader uiteengezet en daarbij wordt per zienswijze aangegeven of de zienswijze dienen te leiden tot een aanpassing van het ontwerpraadsvoorstel en het ontwerp-raadsbesluit en zo nee, waarom dat niet het geval is. Beoordeling ontvankelijkheid Met betrekking tot de vraag of een zienswijze ontvankelijk is, dat wil zeggen of er geen belemmeringen zijn om de zienswijze inhoudelijk te behandelen, is het volgende onderzocht: a. Is indiener belanghebbend? Het recht om een zienswijze in te dienen is ingevolge artikel 4:8, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (‘Awb’) beperkt tot belanghebbenden. Op grond van artikel 1:2 Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. b. In de context van het voorkeursrecht zijn uitsluitend als belanghebbenden aan te merken de eigenaren van en de eventuele beperkt gerechtigden (zoals genoemd in de Omgevingswet) tot de bij het vestigingsbesluit betrokken onroerende zaken.

Dit heeft ermee te maken dat het rechtsgevolg van een vestigingsbesluit ingevolge de Omgevingswet is dat de vrije overdraagbaarheid van de desbetreffende onroerende zaak in de zin van artikel 3:83 BW wordt beperkt. Alleen de eigenaren en de beperkt gerechtigden (zoals genoemd in de Omgevingswet) worden door die beperking van de overdraagbaarheid direct in hun belangen geraakt. c. Is de zienswijze tijdig, binnen de termijn van drie weken, ingediend? Conclusie De beoordeling van alle Zienswijzen, individueel maar ook in onderlinge samenhang bezien, leiden niet tot een aanpassing van het ontwerp-raadsvoorstel en het ontwerp-raadsbesluit. Indieners van de zienswijzen Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is de naam van de indiener van de zienswijze geanonimiseerd Indiener van de zienswijze Nr . 1

Naam

Datum brief

Indiener 1

2

Indiener 2

29 september 2025 6 oktober 2025

4/5

Datum ontvangst 1 oktober 2025

Registratienum mer Z/25/339399

7 oktober 2025

Z/25/340619

Beantwoording van de zienswijzen Zienswijze van indiener 1 Ontvankelijkheid Indiener 1 is niet als belanghebbende aan te merken omdat hij geen eigenaar is van of beperkt gerechtigde is tot de bij het vestigingsbesluit betrokken onroerende zaken (zie hiervoor onder ‘Beoordeling ontvankelijkheid’). Conclusie De zienswijze is niet-ontvankelijk. Zienswijzen van indiener 2 Samenvatting Zienswijze 1 komt erop neer dat het volgens de indiener niet noodzakelijk is om zo’n grote oppervlakte voor de aanleg van de rotonde Botweg – Kreupeleweg – Moerweg te gebruiken. Zienswijze 2 komt erop neer dat indiener de positie van deze rotonde niet begrijpt, omdat daar veel goede landbouwgrond mee verloren gaat en dat de rotonde om dat te voorkomen beter op een andere plaats zou kunnen worden gesitueerd. Zienwijze 3 houdt in dat in het plan wordt voorgesorteerd op GOW80 wegen, terwijl vanwege verkeersveiligheid en milieuvervuiling de maximum snelheid steeds vaker teruggebracht wordt naar 60 km per uur. De noodzaak om GOW80 wegen aan te leggen ontgaat indiener daarom en indiener meent dat het aanleggen van GOW60 voldoende zou moeten zijn. Dat zou als positief effect hebben dat er minder grond voor de aanleg nodig is. Reactie Deze 3 zienswijzen richten zich tegen de tracékeuze c.q. de positie van de randweg en de keuzen voor een GOW80 weg. Deze zienswijzen zijn daarmee planologisch van aard.

Zienswijzen van planologische aard horen thuis in het juridisch-planologische besluitvormingstraject omtrent (de keuze van) het tracé, en dienen volgens vaste rechtspraak, (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van State met kenmerk ECLI:NL:RVS:2009:BH4666), bij de beoordeling van de rechtmatigheid van een voorkeursrechtbeschikking buiten beschouwing te worden gelaten. De zienswijzen richten zich overigens ook niet tegen de rechtmatigheid van de onderhavige voorkeursrechtbeschikking en is om die reden ongegrond. Conclusie De zienswijzen zijn ontvankelijk. De zienswijzen geven geen aanleiding om het ontwerpraadsvoorstel en het ontwerp-raadsbesluit aan te passen.

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16135232/2