CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 NGCE Polderweg N217

Besluitvormende raad 8 maart 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan N217-Polderweg (waterleiding)1.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Briefrapportage Saricon BV Aan:

VanderHelm Milieubeheer B.V.

Van:

R. Brinkman

Datum:

12-03-2021

Betreft:

21S035-02-BR-01

Inleiding Saricon heeft in opdracht van VanderHelm Milieubeheer B.V. een oriënterend onderzoek opgesteld voor een projectlocatie bij de Kruising Polderweg N217 te Mijnsheerenland in de Hoeksche Waard in verband met het project vergroten verkeerscapaciteit op de N217. In dit oriënterend onderzoek wordt aan de hand van enkele eerder opgestelde onderzoeken, alsmede enkele bij Saricon aanwezige archieven een oordeel geveld over de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. De projectlocatie waar het project zal plaatsvinden is weergegeven op figuur 1.

Figuur 1. Het onderzoeksgebied, ingetekend op hedendaags luchtfotomateriaal. (Bron: Luchtfoto-RD

Postbus 92 3360 AB Sliedrecht

Industrieweg 24 3361 HJ Sliedrecht

www.saricon.nl contact@saricon.nl

Tel. +31 (184) 422 538 Fax +31 (184) 419 821

KvK-nummer: 23.063.102 BTW-nummer: NL001556617B01

Gedurende de Tweede Wereldoorlog was het onderzoeksgebied deel van de gemeente Mijnsheerenland. Deze gemeente ging in 1984 op in de gemeente Binnenmaas, en vanaf 2019 de gemeente Hoeksche Waard.

Figuur 2. Het onderzoeksgebied op kaartmateriaal uit omstreeks 1945. (Bron: topotijdreis.nl)

Doel van het oriënterend onderzoek is om een beredeneerde uitspraak te doen over de mogelijke aanwezigheid van onontplofte oorlogsresten1 binnen het onderzoeksgebied. Dit onderzoek kan leiden tot het inzicht dat er (1) geen sprake, (2) dat er mogelijk sprake of dat er (3) met zekerheid sprake is van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten die gevaar kan opleveren voor de veiligheid of gezondheid van werknemers en derden.2 Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek kan worden geadviseerd of een breder vooronderzoek noodzakelijk is, met deze briefrapportage als startpunt. In dit oriënterend onderzoek worden hiervoor de volgende bronnen geraadpleegd: • • •

Reeds uitgevoerde onderzoeken; Gemeentearchief Mijnsheerenland in het Regionaal Archief Dordrecht; Archief EOD;

1 Vanaf 1 januari 2021 is de term ontplofbare oorlogsresten in de plaats gekomen van conventionele explosieven. 2 Nota van Toelichting wijziging Arbeidsomstandighedenbesluit, Onderdeel F, toelichting op artikel 4.10, lid 2).

21S035-02-OO-01

Pagina 2 van 7

•

Saricon-database (deze database bestaat uit een groot aantal in het verleden verworven archiefstukken en artikelen, zoals onder andere kranten, het Nationaal Archief in Den Haag, het NIOD, en het Bundesarchiv-Militärarchiv in Freiburg).

De briefrapportage is opgesteld conform de offerte met kenmerk 2021-S-019-AB-01 d.d. 2 februari 2021. Op 23 februari 2021 heeft de opdrachtgever in een brief met kenmerk DHHO20210160 opdracht gegeven voor het uitvoeren van de werkzaamheden.

Reeds uitgevoerde onderzoeken In het recente verleden zijn enkele onderzoeken binnen of nabij het huidige onderzoeksgebied uitgevoerd. Hierbij gaat het specifiek om de volgende onderzoeken: • RPS, genaamd ‘Gasunie Gemeente Binnenmaas’, met kenmerk 1806245A01-R18-815 d.d. 8 november 2018; • Saricon, Vooronderzoek Conventionele Explosieven Kabeltracé te ’s-Gravendeel en Puttershoek, kenmerk 20S111-VO-02 d.d. 26 januari 2021. Deze onderzoeken dekken gezamenlijk het gehele onderzoeksgebied, waarbij het onderzoek van RPS de N217 dekt, en het onderzoek van Saricon een deel van de N217 en de Polderweg. In geen van beide vooronderzoeken is op deze locatie een verdacht gebied aangemerkt. Uitsneden van de bodembelastingkaarten zijn zichtbaar in figuur 1.

Figuur 3. Links de bodembelastingkaart van Saricon, en rechts de RPS-bodembelastingkaart. Geen van beide kaarten tonen binnen het onderzoeksgebied een verdacht gebied.

Het RPS-vooronderzoek vermeldt geen gebeurtenissen die direct binnen het onderzoeksgebied van het huidige vooronderzoek plaatsgevonden hebben. Wel vermeldt het RPS-onderzoek enkele bronvermeldingen die in het vooronderzoek niet tot een specifieke locatie teruggebracht zijn. Hierbij gaat het om een vondst van een niet-

21S035-02-OO-01

Pagina 3 van 7

ontplofte brandbom in Mijnsheerenland op 11 februari 1941 3 en drie bommen die op 8 of 9 september 1941 in Mijnsheerenland terecht kwamen.4 Het Saricon-vooronderzoek vermeldt een gebeurtenis die mogelijk verband houdt met de drie bommen in Mijnsheerenland. Op 8 september 1941 crashte een vliegtuig in de Bonaventurapolder. Dit toestel had brisantbommen van 500 lb., 250 lb., en brandbommen aan boord. Een van de bemanningsleden meldt echter dat zij deze bommen in Berlijn afgeworpen hebben. Daarom kan niet met zekerheid gesteld worden dat deze twee gebeurtenissen aan elkaar gerelateerd zijn. Het vooronderzoek van Saricon vermeldt daarnaast de volgende gebeurtenis die mogelijk relevant is voor het huidige onderzoeksgebied: Op 25 oktober 1940 werd de suikerfabriek te Puttershoek aangevallen door een onbekend aantal vliegtuigen die minstens 17 bommen in de omgeving van de suikerfabriek afwierpen. De gemeentepolitie van Puttershoek meldde hierbij een blindganger op de Blaaksedijk, op ongeveer 50 meter van de openbare weg.5 Binnen Puttershoek is geen Blaaksedijk aanwezig. Daarom wordt hier hoogstwaarschijnlijk de Blaaksedijk in Mijnsheerenland bedoeld. De Polderweg komt uit op de Blaaksedijk.

Het luchtfotomateriaal van na deze datum kon geen uitsluitsel geven over de mogelijke inslaglocaties, omdat het luchtfotomateriaal deze locatie niet dekte.6 Saricon heeft daarbij toen besloten geen nieuw luchtfotomateriaal te bestellen, aangezien het bestaande materiaal van relatief slechte kwaliteit was, en blindgangers van nature geen kraters achterlaten, waardoor ze meestal slecht zichtbaar zijn op luchtfotomateriaal. Voor deze blindgangermelding is dan ook geen verdacht gebied aangemaakt. Daarnaast ligt de Blaaksedijk op 650 meter van het onderzoeksgebied. Aangezien de bom op 50 meter van de Blaaksedijk zou moeten liggen, is de kans dat deze zich binnen het onderzoeksgebied bevindt verwaarloosbaar.

Aanvullend onderzoek Alhoewel het Saricon-rapport up-to-date is, is ten behoeve van dit onderzoek nog een zoekslag uitgevoerd in verschillende archieven. Hierbij werd nog een enkele melding gevonden: • In het Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg is in toegang RL-2-II Luftwaffenführungsstab, inventarisnummer 211a Lageberichte alle Fronten mit Anlagen. Apr. 1940 – 09.11.1941 een melding gevonden dat op 2 juli 1940 een bom in het vrije veld in Mijescheerenland [sic.] neergekomen is. De bom is niet ontploft; • De EOD-archieven melden geen vondsten in of nabij het onderzoeksgebied na de opleverdatum van het Saricon-rapport. Dit betekent dat tussen 1971 en het heden voor het onderzoeksgebied geen relevante EOD-meldingen bekend zijn. Hierbij dient te worden vermeld dat van de periode 1942-1970 geen ruimingsrapporten bekend zijn. In deze periode werd niet centraal bijgehouden welke munitieartikelen op welke locatie aangetroffen werden. De overige archieven, zoals het gemeentearchief in het Regionaal Archief Dordrecht en het Nationaal Archief zijn na januari 2021 niet meer aangepast. Saricon heeft in deze archieven dan ook geen verder vooronderzoek gedaan. Luchtfotomateriaal Aangezien niet alle oorlogshandelingen zijn verbonden aan een specifieke locatie op basis van het luchtfotomateriaal is voor de zekerheid nogmaals een luchtfoto bekeken.

Deze foto toont daarnaast geen bewijs voor een oorlogshandeling binnen het onderzoeksgebied.

3 NIOD toegang 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West) inv. 1328

Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende luchtaanvallen in Nederland, 1940-1941. 4

Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg is in toegang RL-2-II Luftwaffenführungsstab, inventarisnummer 259 Lageberichte alle Fronten mit Anlagen. Apr. 1940 – 09.11.1941 5 Regionaal Archief Dordrecht, toegang 1057, Archief Gemeente Puttershoek 1814-1941 inv. 1086. 6 Sortie H/0494 fotonummer 37 d.d. 5 december 1940.

21S035-02-OO-01

Pagina 4 van 7

Figuur 4. Het onderzoeksgebied op een luchtfoto uit maart 1945. Hierbij zijn geen oorlogshandelingen zichtbaar. (Bron: Wageningen Universiteit, sortie R4/1969 fotonummer 3058 en 3060 d.d. 14 maart 1945).

Leemten in kennis Net als bij de vooronderzoeken van RPS en Saricon zijn enkele gebeurtenissen tijdens dit oriënterend onderzoek niet aan een locatie gekoppeld. Het gaat hierbij om de volgende gebeurtenissen: • Een luchtaanval op 2 juli 1940 waarbij een bom in het ‘vrije veld’ van Mijnsheerenland neerkwam. • De vondst van een niet-ontplofte brandbom in Mijnsheerenland op 11 februari 1941. Let wel, voor aanvallen waarbij alleen van brandbommen gesproken wordt, maakt Saricon normaliter geen verdacht gebied aan. • Een luchtaanval op 8 of 9 september 1941 waarbij in Mijnsheerenland drie bommen terecht kwamen.

Conclusie oriënterend onderzoek Op basis van de hierboven besproken gegevens ziet Saricon geen aanleiding om binnen het onderzoeksgebied Kruising Polderweg Mijnsheerenland een vooronderzoek uit te voeren. Binnen het onderzoeksgebied hebben namelijk voor zover bekend geen oorlogshandelingen plaats gehad. Dit betekent dat de voorgenomen werkzaamheden binnen dit project op reguliere wijze uitgevoerd kunnen worden. Mochten bij werkzaamheden in het onderzoeksgebied toch onvoorzien ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen dan is het zaak dat een procedure in werking wordt gesteld om het risico tot een minimum te beperken. De politie moet worden gewaarschuwd, die de EOD van een eventuele vondst in kennis zal stellen. Voor de

21S035-02-OO-01

Pagina 5 van 7

volledigheid is bij dit oriënterend onderzoek dan ook een protocol spontane vondst Ontplofbare Oorlogsresten toegevoegd. NB: Het is niet gezegd dat in het voorgenomen werkgebied met zekerheid geen ontplofbare oorlogsresten aanwezig zijn. De uitkomst van deze briefrapportage moet worden beschouwd als een waarschijnlijkheidsuitspraak. Deze is gebaseerd op een uitgebreid historisch bronnenonderzoek, een kritische beoordeling van deze bronnen en expertinschattingen. Alle methoden in de betreffende onderzoeken zijn naar inschatting van de opstellers consistent toegepast; conclusies zijn herleidbaar en reproduceerbaar.

Opgesteld door:

Goedgekeurd door:

R. Brinkman, MA Historica

D. de Goeij Afdelingshoofd

21S035-02-OO-01

Pagina 6 van 7

Bijlage 1: Protocol Spontane Vondst Ontplofbare Oorlogsresten Ondanks het uitvoeren vooronderzoeken op basis van historisch feitenmateriaal, het maken van risicoanalyses en het uitvoeren van fysieke opsporing van ontplofbare oorlogsresten, kan nooit 100 % garantie worden gegeven dat deze niet meer in de ondergrond aanwezig zijn. De kans bestaat daarom dat er bij (graaf)werkzaamheden spontaan ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen. In dat geval dienen de hieronder weergegeven stappen te worden gevolgd. De hulpverleningsdiensten onder leiding van het bevoegd gezag openbare orde en veiligheid zijn verantwoordelijk voor de maatregelen en afhandeling na het spontaan aantreffen van ontplofbare oorlogsresten.

Aantreffen ontplofbare oorlogsresten of verdacht object bij werkzaamheden

Het object niet beroeren

Maatregelen treffen op de werklocatie • Werkzaamheden staken. • Personen uit de omgeving verwijderen. • Afzetten terrein. • Projectleiding inlichten.

Melden vondst via het Europese alarmnummer 112 aan de politie • Naam, functie en telefoonnummer. • Ligplaats van het object. • Omschrijving van het object (kleur, vorm, afmeting, andere bijzonderheden). • Eventuele bijzonderheden omtrent de werklocatie.

Politie komt ter plaatse • Politie is leidend in de aanpak en eventuele opschaling. Aanwijzingen van de politie moeten strikt worden opgevolgd. Mogelijk komen andere hulpdiensten ook ter plaatse.

Opschaling (door politie) na vondst ontplofbare oorlogsresten • De politie beslist of namens bevoegd gezag de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) wordt ingeschakeld. In overleg tussen politie en EOD wordt de prioriteit van de afhandeling van de melding bepaald. De EOD is verantwoordelijk voor de ruiming.

Vervolg werkzaamheden • In overleg met bevoegd gezag en opdrachtgever wordt bepaald of de vondst als incident is te beschouwen, of dat er meer ontplofbare oorlogsresten verwacht worden. De werkzaamheden worden hervat of er worden aanvullende maatregelen genomen.

21S035-02-OO-01

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11126273/1