CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Discussienotitie visie SamenLeven januari 2025

Beeldvormende bijeenkomst 17 juni 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Visie SamenLeven (met presentatie)5.744 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Discussienotitie Aan: Van: Zaaknummer: Portefeuillehouder: Team: Vertrouwelijk: Fase BOB-cyclus:

gemeenteraad college van burgemeester en wethouders Z/23/211777 Klik of tik om tekst in te voeren. wethouder Peters Programma’s en Projecten Klik of tik om tekst in te voeren. Nee oriënterend

Onderwerp Richting visie SamenLeven. Wat wordt gevraagd van de gemeenteraad? Deze discussienota wordt besproken op de oriënterende raadsavond op 9 januari en dit dient als basis voor visie SamenLeven die wij later aan u als raad zullen aanbieden. Tijdens deze avond gaan we in gesprek over de volgende vragen: • Wat vindt u van het uitgangspunt dat we willen inzetten op bestaanszekerheid, gemeenschapszin en zingeving voor onze inwoners? Met de volle overtuiging dat we ervan uitgaan dat er dan minder problemen zijn die we als gemeente professioneel moeten oplossen. • De visie op de samenleving van waaruit wij als gemeente willen denken en handelen: hoe kijkt u naar de overtuiging dat mensen zelf regie willen en het beste functioneren in een gemeenschap? Wetende als gemeente dat dit iets van onze gemeenschap vraagt en wij dat niet geheel in de hand hebben. • Wat vindt u van het uitgangspunt dat de basisrol van de gemeente faciliterend is? Hierbij gaan we niet zoeken naar problemen voor onze oplossingen, maar we zoeken oplossingen voor problemen. • Hoe kijkt u naar de leidende principes en gaan deze helpen om (als gemeenteraad) richting te geven aan het sociaal domein? Doel van de discussie In september 2023 heeft u de startnotitie vastgesteld voor visie SamenLeven. Inmiddels hebben wij een richting uitgewerkt die wij zien voor de visie.

Deze discussienotitie reikt een aantal discussiepunten aan voor u als gemeenteraad. In deze visie staat de kracht van de samenleving centraal. De vraag hierbij is wie wij hierin zijn als gemeente en welke rol we hebben. De aandachtspunten die u hierin meegeeft en de keuzes die u hierin maakt, vormen de basis voor het visiedocument dat wij in het tweede kwartaal van 2025 aan u zullen sturen. We attenderen u erop dat de richting die u nu meegeeft, consequenties heeft voor de keuzes die we later maken. Welke projecten en programma's pakken we op, en past dit in het gedachtegoed van de visie? Nieuwe beleidsstukken moeten ook hierin passen. Hier hebben wij als gemeente, en daarmee u ook als Raad, een rol in te vervullen. Daarnaast benadrukken we dat u deze keuzes voor een langere periode maakt. Om effectief en als een betrouwbare partner te kunnen handelen (naar inwoners en samenwerkingspartners), hebben wij een langetermijnvisie nodig als leidraad voor de keuzes die wij als gemeentelijke organisatie te maken hebben en de ontwikkeling die daarbij hoort. Transformeren kost tijd. We vragen van u een duidelijke koers waar we de 1/12

komende jaren verder op in kunnen zetten. Om dit in lijn te laten zijn met de toekomstvisie die wordt opgesteld en die over de hele gemeente gaat, stellen we voor om de visie SamenLeven op te stellen met een perspectief tot 2040. We realiseren ons dat de periode tot 2040 een lange weg is, en dat de samenleving door de tijd heen verandert. We zien dit bijvoorbeeld al in snelgroeiende ontwikkelingen zoals Artificial Intelligence (AI), die ook invloed hebben op de gemeenschap. We zijn ons bewust hiervan. In de visie SamenLeven schetsen we een richting die we op willen met elkaar en een basishouding die we aan willen nemen als gemeente. Hierin zijn we uiteraard wendbaar als de ontwikkelingen in de samenleving hierom vragen, maar het helpt als we een stip op de horizon hebben waaraan we met elkaar werken. Ondanks de bewegingen in de samenleving, zoeken we naar balans in hoe we hiermee omgaan. Wat is de link met de toekomstvisie? Momenteel loopt er een vergelijkbaar traject voor de toekomstvisie voor gemeente Hoeksche Waard. We benadrukken hierbij dat de toekomstvisie gaat over de gehele gemeente, over alle beleidsterreinen. De visie SamenLeven is onlosmakelijk verbonden met de toekomstvisie, maar legt nadrukkelijk de focus op het sociaal domein.

We benutten de gelijktijdige trajecten door informatie die wij ophalen in de toekomstvisie te gebruiken als input voor visie SamenLeven en andersom. Leeswijzer Deze discussienotitie gaat dieper in op een aantal onderwerpen die we terug willen laten komen in de uiteindelijke visie SamenLeven. We horen graag van u als gemeenteraad, of u zich hierin kan vinden en welke onderwerpen meer aandacht vragen. In hoofdlijnen gaan we in op: 1. Het doel van de visie – Waar moet visie SamenLeven aan bijdragen? 2. Aanleiding voor een visie SamenLeven – Waarom hebben we een richting nodig? 3. Onze visie – Wat willen we bereiken voor onze inwoners? 4. Welke transformatie is er nodig – Wat moeten we veranderen om onze visie te laten slagen? 5. Rol van de gemeente – Welke rol hebben we als gemeente in de samenleving? 6. Leidende principes – Wat zijn onze uitgangspunten om de transformatie vorm te geven? Doel van de visie We willen met een betekenisvolle visie als gemeente ‘begripvol, duidelijk & betaalbaar’ sturen op de gewenste (verander)beweging in de Hoeksche Waardse samenleving. Daarnaast willen we scherper formuleren wat we willen bereiken voor (en verwachten van) onze inwoners en daarin toekomstbestendige keuzes maken en ernaar handelen. De gewenste maatschappelijke, strategische doelen zijn dat inwoners: • • • •

Binnen hun mogelijkheden kunnen meedoen/bijdragen aan de samenleving en zich naar vermogen/behoefte kunnen ontwikkelen; (Meer) naar elkaar omkijken en elkaar helpen/ondersteunen; Vaker hulp/ondersteuning die nodig is vinden in duurzame oplossingen zoals thuis, op school, bij kerkgemeenschappen, de kinderopvang, bij verenigingen en in de wijk/het dorp; En daardoor minder specialistische hulp nodig hebben.

De visie SamenLeven: • Geeft richting: het is ons kompas voor doen en laten en geeft richting aan de ambitie • Geeft betekenis: het geeft een kader dat is doorleefd en qua taal aansluit bij de stakeholders. • Verbindt: het inspireert, integreert en verbindt; 2/12

•

Beoordeelt: het reikt een leidraad aan op basis waarvan er keuzes gemaakt kunnen worden.

De visie SamenLeven vormt de kapstok binnen het Sociaal Domein voor de (komende) beleidsnota’s, zoals bijvoorbeeld de transformatie-agenda Wmo en Jeugdhulp naar Voren. In de visie leggen we de uitgangspunten vast die we hanteren bij het opstellen van beleid, programma’s en projecten binnen het Sociaal Domein. Deze afzonderlijke inhoudelijke beleidsnota’s, programma’s en projecten maken geen deel uit van dit project en kennen hun eigen dynamiek en tijdpad. Het doel is uiteindelijk dat deze notities voortbouwen op de gestelde kaders en uitgangspunten van de visie SamenLeven. Aanleiding voor een Visie SamenLeven Gemeente Hoeksche Waard staat voor grote uitdagingen in en rondom het sociaal domein. Daar zijn diverse oorzaken voor. De belangrijkste opgaven en uitdagingen voor de toekomst beschrijven we hieronder. Deze vormen de urgentie voor het in beweging en tot verandering komen en de legitimiteit om fundamentele keuzes te maken in en voor het sociaal domein. •

•

•

De afgelopen decennia kenmerken zich door een steeds groter wordende rol van de overheid waar het gaat om rechtvaardigheid, rechtmatigheid en gelijkheid. Het idee dat sociale ongelijkheden kunnen worden aangepakt door actieve interventie van de overheid is een kernaspect van wat we noemen het beeld van de maakbare samenleving. Hierdoor ervaren steeds meer inwoners de uitdagingen in het leven als problemen die moeten worden opgelost en veel vaker dan voorheen wordt daarbij om professionele hulp gevraagd en die zijn we ook steeds meer gaan bieden. Dat is niet langer houdbaar, maar vooral ook niet langer gewenst. Tegenslagen en uitdagingen horen bij het leven. Daar is zeker aandacht voor nodig, maar niet altijd professionele. De samenleving is niet maakbaar, en we kunnen ook niet alle problemen oplossen. We hebben in de loop der jaren veel wet- en regelgeving opgelegd gekregen (o.a. landelijke wetgeving; uitspraken via Rechtspraak; en Europese wetgeving), en hebben zelf ook veel opgetuigd. Veelal vanuit goede intenties en bedoelingen, maar soms ook vanuit wantrouwen en het mijden van risico’s. Daarnaast komt dit deels voort uit het eerdergenoemde beeld van de maakbare samenleving. De aanleidingen daarvoor zijn soms begrijpelijk, maar als uitkomst zien we dat het geheel gefragmenteerd is en dat verschillende wetten en regels niet goed op elkaar aansluiten.

Niet in praktische zin (uitvoering), maar ook niet in hoe we kijken naar onze inwoners (mensbeeld 1). De complexiteit van veel van deze vraagstukken maakt het nodig om een bepaalde schaal te hebben om deze goed op te kunnen pakken. Waarin we in 2015 een decentralisatie kregen, waarbij de nadruk lag op zo dicht mogelijk bij de inwoner, zien we nu trend dat we opschalen naar de regio. Steeds meer ontwikkelingen vragen in meer of mindere mate om regionale samenwerking, en worden regionaal belegd. Dat is in beginsel geen verkeerde beweging, maar vraagt van ons als gemeente duidelijke keuzes: wat doe je op welke schaal? Met welke gemeenten verbind je je rondom welke thema’s? Hoe breng je de belangen van je eigen gemeente daarbij goed in en betrek je gemeenteraad en inwoners bij de keuzes die daarin gemaakt worden? Op dit moment is niet altijd duidelijk hoe bevoegdheden en zeggenschap zijn georganiseerd: wie gaat waarover en op welke plek of bij welk ‘orgaan’ is nu belegd wie ergens over besluit? Ook vanuit het oogpunt van democratische legitimiteit is dit een aandachtspunt, omdat de regionale samenwerkingsverbanden niet altijd goed op elkaar aansluiten, en niet democratisch zijn gekozen.

1

Zie ‘Mensbeelden bij beleid’, Sociaal en Cultureel Planbureau (2022)

3/12

•

•

•

•

•

De toenemende hoeveelheid aan wet- en regelgeving en de regionalisering hebben ook geleid tot groeiende complexiteit en regeldruk. Voor inwoners, maar ook voor professionals, is bijna niet meer te overzien hoe alles georganiseerd is. De ‘stelsels’ sluiten onvoldoende aan bij de leefwereld en behoeften van inwoners. Het is momenteel niet altijd duidelijk waar iemand met hun vraag terecht kan, wie aan zet is om te helpen en waar we nog wel of niet van zijn als gemeente. De verhouding tussen overheid en inwoners is de afgelopen jaren veranderd. We zijn inwoners meer en meer als consumenten (‘klanten’) gaan zien en behandelen. Daarmee hebben we in de hand gewerkt dat zij zich ook meer zijn gaan gedragen als consumenten en daarmee ook voor veel meer vragen een beroep doen op de overheid. Tegelijk hebben we als overheid (landelijk) inwoners op enkele grote vraagstukken (zoals de kinderopvangtoeslagenaffaire) onrecht 2 aangedaan, wat het vertrouwen van inwoners in de overheid ernstige schade heeft toegebracht. Bovengenoemde ontwikkelingen bij elkaar hebben geleid tot een sterk stijgend gebruik van voorzieningen en daarmee dus ook voor sterk stijgende kosten. Het doorgaan op die lijn is simpelweg niet houdbaar. De toegankelijkheid van zorg staat onder druk, wat ten koste dreigt te gaan van mensen die het (het) hard(ste) nodig hebben.

Daarnaast staat de betaalbaarheid onder druk, omdat er steeds meer geld naar zorg en ondersteuning gaat en daardoor keuzes gemaakt moeten worden. Bovenop het al stijgende gebruik en de stijgende kosten, zien we de komende jaren voor Nederland ook een aantal demografische uitdagingen. Het aantal ouderen zal de komende decennia toenemen en deze ouderen worden ook steeds ouder (‘dubbele vergrijzing’). Dat is uiteraard een groot goed, maar betekent ook dat mogelijk meer mensen behoefte aan zorg en ondersteuning zullen krijgen. De demografische piek in het aantal ouderen wordt in de Hoeksche Waard ca. 6 jaar eerder verwacht dan in de rest van Nederland3: vanaf 2034 heeft de regio te maken met de demografische omstandigheden die in Nederland pas in 2040 aan de orde zijn. Aanvullend daarop zien we dat het aantal jongeren aan het afnemen is (‘ontgroening’). De toenemende vraag naar zorg en ondersteuning, en het beschikbaar stellen daarvan, legt inmiddels al grote druk op de professionele/formele zorg. Met het verder afnemende arbeidspotentieel door de demografische uitdagingen in de komende decennia is het niet mogelijk alle zorgvragen te voorzien van professionele inzet. Daarom is voldoende beschikbaarheid van en het inzetten op informele zorg, naast de formele zorg, ook zo belangrijk. Maar ook daar staat flinke druk op.

Nederland is een land dat al een enorme inzet van vrijwilligers kent en het potentieel aan mantelzorg(ers) wordt al sterk benut. De informele zorg is daarmee ook niet oneindig rekbaar.

Onze visie Wij zien een samenleving voor ons waarin iedereen iets bijdraagt aan de gemeenschap en mensen met elkaar verbonden zijn. We omarmen de diversiteit in de samenleving en zien het als essentieel om verbindingen tussen generaties en verschillende achtergronden te bevorderen. Dit vanuit de fundamentele overtuiging dat elke inwoner iets waardevols toevoegt en dat verbondenheid tussen generaties en verschillende groepen essentieel is voor het bouwen van een veerkrachtige samenleving. Centraal staat de balans tussen autonomie en verbondenheid. Inwoners die zelfredzaam zijn en zich onderdeel voelen van de gemeenschap hebben minder professionele ondersteuning nodig. Daarentegen

2 3

Zie ‘Ongekend onrecht’, verslag Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (2020) Zie Bevolkings-ontwikkeling | Regiobeeld

4/12

zullen degenen die moeite hebben met zelfregie of zich niet verbonden voelen sneller hulp vragen. Het beleid moet hierop inspelen door onderscheid te maken in de mate van ondersteuning die nodig is. Het belangrijkste doel is bestaanszekerheid 4 voor iedereen, wat betekent dat iedereen een dak boven het hoofd heeft en voldoende inkomen heeft om in de basisbehoeften te voorzien, zoals levensmiddelen, toegang tot zorg en onderwijs. Daarnaast is zingeving5 belangrijk, zodat iedereen een reden heeft om 's ochtends op te staan (of dat nu werk is, zorgen voor naasten, of iets anders). Als laatste vinden we gemeenschapszin belangrijk, omdat we mensen zien als onderdeel van de gemeenschap, en voor verreweg de meesten zal gelden dat zij beter functioneren als zij zich ook echt deel van de gemeenschap voelen. Gemeenschapszin staat voor ons voor solidariteit, nabuurschap en samenleven. Wij voelen ons verantwoordelijk voor alle inwoners, maar erkennen tegelijkertijd dat niet alle problemen voor iedereen opgelost kunnen worden. Veel inwoners redden zich prima, soms met een beetje ondersteuning. Wij willen deze zelfredzaamheid stimuleren door vertrouwen te geven en ruimte te bieden voor de eigen kracht van de inwoners. Dit vraagt om een duidelijke koers én om een cultuurverandering binnen de gemeente, waarbij loslaten en vertrouwen geven centraal staan.

‘Samen leven’ is de grondslag voor deze visie, daarom lichten we hieronder toe waarom deze woorden zo essentieel zijn. Samen: Dit verwijst naar de overtuiging dat we als gemeenschap sterker zijn wanneer we samenwerken en elkaar ondersteunen. Het gaat om het bevorderen van verbindingen tussen mensen van verschillende generaties en uiteenlopende achtergronden. Samen betekent dat we elkaar zien als waardevolle onderdelen van de samenleving en dat we bijdragen aan elkaars welzijn. Het benadrukt de kracht van collectieve inspanningen en onderlinge solidariteit. Leven: Dit verwijst naar het streven naar een waardig bestaan voor iedereen. Leven betekent dat iedereen de mogelijkheid heeft om zelfstandig en met zelfregie te wonen, werken en te genieten van het leven. Het omvat zowel materiële bestaanszekerheid, zoals een dak boven het hoofd en voldoende inkomen, als immateriële aspecten zoals zingeving en gemeenschapszin. Leven betekent ook dat iedereen een reden voelt om 's ochtends op te staan en zich verbonden voelt met anderen in de gemeenschap. Welke transformatie zien we voor ons? Het bespreken van deze discussienotitie zal helpen bij het verder uitwerken van de Visie SamenLeven. Maar in de kern hebben we wel scherp wat we daarmee willen bereiken. Dit bereiken lukt niet van vandaag op morgen. Veranderen kost tijd.

We spreken ook wel van een transformatie, omdat het om een ‘omvorming’ (Van Dale) gaat. Het is geen kleine stap, maar een grote, die aandacht, energie en een lange adem zal vragen. Maar de transformatie is nodig om echt tot verandering te komen. Het is nodig dat we anders gaan kijken naar onze inwoners, onze rol anders gaan invullen en onze samenwerking met partners anders gaan vormgeven. Hiervoor zien we een aantal bewegingen voor ons. Deze bewegingen kunnen helpen als “stip op de horizon”; waar gaan we naartoe?

4 5

Zie Bestaanszekerheid | Divosa Zie zingeving_2017.pdf (movisie.nl)

5/12

•

•

•

•

•

•

We willen van individueel aanbod naar collectief aanbod, tenzij. Het is onze fundamentele overtuiging dat we samen sterker staan. Samen kunnen we elkaar helpen in plaats van dat het ieder voor zich is. Dit vraagt van ons als gemeente vertrouwen in de samenleving en ruimte om dingen samen te ondernemen, om de gemeenschapszin in de samenleving te versterken. Een sterke gemeenschap is onze kracht. In sommige gevallen zijn individuele oplossingen waarschijnlijk nodig, maar we gaan in eerste instantie uit van de mogelijkheden in een collectief aanbod. We gaan er namelijk vanuit dat wat goed is voor een enkeling, goed is voor iedereen. Wanneer we bestaanszekerheid voor iedereen willen, moeten we specifieker ons geld en inzet gaan richten op de mensen en situaties waar het (het) hard(ste) nodig is. We willen naar ongelijk investeren, op basis van ieders persoonlijke situatie. We willen het beschikbare geld dat we hebben, investeren daar waar de problemen het grootste zijn en het gemeenschapsgeld het meeste effect bereikt. We zetten in op bestaanszekerheid voor iedereen en kijken naar gerichte oplossingen om de oorzaak van een probleem aan te pakken. We willen van voor iedereen alles oplossen, naar normaliseren van tegenslag.

Met normaliseren bedoelen we dat lichte, alledaagse hulpvragen gezien worden als onderdeel van het gewone leven, zodat minder beroep wordt gedaan of sociale of medische professionals. Tegenslag hoort eenmaal bij het leven. We zijn altijd betrokken, maar we kunnen niet alles voor iedereen oplossen. We willen van zorgen voor onze inwoners naar sturen op veerkracht. Mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid voor hun eigen levensloop en we geven die ook. De gemeente dient een collectief belang en solidariteit. Als gemeente schieten we snel in de "doe-modus", maar we willen de autonomie zoveel als kan laten bij onze inwoners. Als gemeente zijn we een onderdeel van het vangnet als het niet op een andere manier lukt. We willen van gespecialiseerde hulp naar voorkomen van. We realiseren ons dat in sommige gevallen de gespecialiseerde hulp nog zeker nodig zal zijn. Daarentegen zijn we ervan overtuigd dat voor een groot aantal mensen gespecialiseerde hulp voorkomen kan worden door meer in te zetten op preventie en de sociale basis. We willen van complexe systemen naar eenvoud en vertrouwen. We vereenvoudigen waar dat kan en werken vanuit vertrouwen. We kijken niet vanuit onze systemen, maar willen vooral de leefwereld van onze inwoner centraal stellen.

Welke rol hebben we als gemeente in de samenleving? In de aanleiding hebben we kort geschetst waarom het belangrijk is om keuzes te maken. Het sociaal domein is behoorlijk complex geworden. Dit komt mede door het beeld dat de samenleving maakbaar is, de regionalisering, de wet- en regelgeving en een veranderende verhouding tussen overheid en inwoners. Hierdoor is het belangrijk om te (her)definiëren waar we wel en waar we als gemeente niet van zijn en hoe we de rol in de samenleving willen invullen, als we er fundamenteel vanuit gaan dat mensen het beste functioneren als zij zelfregie hebben en onderdeel zijn van een gemeenschap. Iets wat in jaren gegroeid is, verander je niet van vandaag op morgen. Het besef dat veranderen (transformeren) tijd vraagt is dan ook nodig om de komende jaren stappen te zetten. In sommige gevallen (bij sommige inwoners of in sommige buurten) kan dat snel, maar soms zal blijken dat er tussenstappen nodig zijn. Gemeente Hoeksche Waard staat als lokale overheid dichtbij inwoners, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Vanuit die positie krijgen we veel mee van wat er speelt in de samenleving, maar lang niet alles. Wel wordt ons beeld van wat er speelt, en wat daarmee van ons wordt verwacht, steeds sterker. De rol die wij daarbij zelf pakken, hoe wij ons ‘gedragen naar en verhouden tot’ inwoners, maatschappelijke 6/12

organisaties en bedrijfsleven, daar zijn diverse invullingen denkbaar, zoals regisseur, stimulator, facilitator, netwerker of bewust niets doen. In de bijlage staat het verschil tussen deze rollen toegelicht. Uiteraard hebben wij hier ook een aantal wettelijke taken te vervullen. We doen hierin wat moet, en dat doen we zo goed mogelijk. Welke rol we aannemen, gaat over onze houding en plek in de gemeenschap. Het is makkelijk om te stellen dat de gemeente laveert tussen deze rollen en er in die zin altijd sprake is van een ‘mix van rollen’ dan wel dat het situationeel wordt bepaald welke rol nodig is. Natuurlijk is dat in praktijk vaak zo aan de orde. Wij willen voor de visie SamenLeven echter een verhaal schetsen dat langjarig mee kan gaan en een beweging (transformatie) beoogt voor de langere termijn. Daarom willen we voorstellen de visie te schrijven vanuit een basisrol, een soort ‘voorkeursrol’ die leidend is in hoe we werken en waar we naar toe werken. Dat wil niet zeggen dat die rol in alle situaties nu al, of op korte termijn, kan worden toegepast, maar dat het wel is waar we naartoe werken. Dat geeft duidelijkheid voor iedereen. Waar het al op die manier kan doen we het, en waar de weg daarnaar toe vraagt dat we andere rollen (nog) inzetten doen we dat ook.

In bepaalde situaties of voor bepaalde (doel)groepen of individuen afwijken van de basisrol kan ook, maar dan gemotiveerd. Onze rol als gemeente Hoeksche Waard en wat we in verschillende lagen van ondersteuning te doen hebben, schetsen we aan de hand van de ondersteuningspiramide (figuur 1). De piramide geeft schematisch weer welke lagen we hebben binnen de gemeentelijke ondersteuning die we op dit moment bieden. Over het algemeen is het zo dat hoe hoger je komt, hoe kleiner de groep mensen en hoe meer inzet hiervoor nodig is (in budget en capaciteit) om deze inwoners te ondersteunen. Hoe actief de rol is van de gemeente kan daarin verschillen per laag.

Figuur 1. Ondersteuningspiramide

7/12

1. De eerste laag is de (sociale) basis6. Deze laag is er voor iedereen en betreft de grootste groep mensen. Hierin staat de mens als onderdeel van een gemeenschap centraal. 2. De tweede laag staat voor mensen die enige ondersteuning nodig hebben om terug te gaan naar een zelfredzaam bestaan. Bij tegenslag, vinden we het belangrijk dat we deze groep in eerste instantie begeleiden naar de juiste algemene voorzieningen. 3. De derde laag is voor mensen die (dagelijkse) ondersteuning nodig hebben om in zelfregie te kunnen leven. 4. De vierde laag is de kleinste groep. Dit zijn de situaties waarin er sprake kan zijn van een crisis of onveilige situatie. Hier hebben we een (specifieke) wettelijke taak om onze inwoners te helpen. Centraal in onze visie stellen wij dat we de (sociale) basis en daarmee onze gemeenschappen willen versterken. Om dit op een goede manier te doen, als gemeente die een onderdeel is van de gemeenschap, stellen we als basisrol die van de faciliterende gemeente voor. Vanuit de overtuiging dat mensen zoveel mogelijk zelf de regie houden, vinden we het belangrijk om mensen zoveel te mogelijk te faciliteren om het met elkaar, en uiteindelijk zelf weer op te pakken. We geloven erin dat de kracht van de samenleving alleen tot uiting kan komen en zich verder kan ontwikkelen als we als gemeente bereid zijn actief los te laten en een stap terug te doen.

Hiervoor stellen we voor om als basisrol te kiezen voor een faciliterende rol. Hiermee gaan we ervanuit dat we er altijd zijn, maar we niet alles doen. We staan naast onze inwoners. Dat is spannend en bovendien niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Daar komt ook vandaan dat we eerder stelden dat het logisch is dat ‘uitstapjes’ naar andere rollen nodig zullen zijn (en soms in beperkte mate misschien ook blijven). Daarnaast vinden we het belangrijk dat de mate van een actieve houding per laag verschilt. In de basis laag, willen we vooral dat de gemeenschap aan zet is. Dit vraagt van ons een reactieve houding wanneer er initiatieven vanuit de samenleving komen. In de bovenste laag van de periode hebben we uiteraard een veel actievere houding. De faciliterende rol past wat dat betreft bij een overheid zijn die ruimte geeft, mogelijk maakt dat er verbindingen ontstaan, maar daarin niet de rol op zich pakt dat inwoners ervan uit mogen gaan dat de overheid het regelt. Dat zal voor inwoners wennen zijn, maar er zijn ervaringen genoeg in het land die laten zien dat bewonersinitiatieven mede succesvol zijn als er voldoende ruimte aan wordt gegeven door gemeenten7. Een onderbouwing van waarom we niet voor de andere rollen als basishouding kiezen is te vinden in bijlage 1.

Hoe gaan we aan de slag – Waardoor laten we ons leiden? Wanneer we een basisrol kiezen als gemeente, is het belangrijk om vast te stellen hoe we invulling geven aan deze rol en waardoor we ons laten leiden. Hiervoor hebben we een aantal leidende principes opgesteld. Dit zijn als het ware vuistregels die gaan helpen om keuzes te maken en richting geven aan ons handelen. In herijkingen of het nieuw opstellen van beleid, gebruiken we deze principes als leidraad. We hanteren de volgende leidende principes: •

We werken vanuit vertrouwen

6

Voor de definitie van sociale basis hanteren we het model van Movisie dat uitgaat van drie sferen: persoonlijk, gemeenschappelijk en institutioneel. Zie Wat is de sociale basis precies? | Movisie 7 Zie https://www.movisie.nl/artikel/belang-samenwerking-tussen-bewonersinitiatieven-gemeenten

8/12

Door alle lagen van de piramide gaan we uit van de goede intenties van de mensen waarmee we samenwerken; inwoners en professionals. We vinden het belangrijk dat onze inwoners en professionals vertrouwen voelen vanuit alle lagen. We zijn hierin eerlijk over onze intenties en verwachtingen. We geven kaders mee, waarin we de processen zo willen (her)inrichten dat dit op basis is van vertrouwen. Hierin willen we voorkomen dat we overbodig dingen vastleggen en controleren. We kijken bijvoorbeeld kritisch naar processen rondom herindicaties en in welke gevallen dit wel of niet nodig is. • De gemeenschap is aan zet Lokale gemeenschappen zijn de basis voor onze samenleving. Het belangrijkste uitgangspunt is dat we de onderste laag van de piramide, waarin onze gemeenschappen en onze eigen inwoners elkaar helpen en ondersteunen willen behouden (en waar nodig ondersteunen). We kunnen als gemeente heel veel initiatieven en nieuwe ideeën bedenken, maar we willen vooral ruimte geven aan behoeften van gemeenschappen, zodat zij die zelf kunnen vormgeven. Samen dragen we bij aan een verbonden en zorgzame samenleving. De gemeenschap aan zet vraagt om krachtige en laagdrempelige organisaties en voorzieningen en een faciliterende overheid die ook ruimte geeft aan inwoners, verenigingen en maatschappelijke initiatieven.

Initiatieven willen we laten voortkomen uit de samenleving, in plaats van dat we dit in het gemeentehuis bedenken. • We gaan uit van wat de inwoner zelf kan Veel inwoners zijn goed in staat voor zichzelf te zorgen. Wanneer dit (tijdelijk) minder of niet lukt ondersteunen wij hen hierbij. Onze ondersteuning richt zich op de veerkracht van onze inwoners zodat deze in de toekomst beter in staat zijn uitdagingen zelf op te lossen. We kijken daarbij als volgt: • Wat kan de inwoner zelf of zelf leren om te doen? • Wat kan een inwoner met (digitale) hulpmiddelen of aanpassingen? • Wat kan familie of mantelzorger(s)? • Wat kan het sociale netwerk, de buurt, of vrijwilligers? Pas daarna kijken we welke aanvulling hierop nodig is door professionele zorg. We gaan het gesprek aan met onze inwoners, voordat we (ongevraagd) hulp inzetten. • We vergroten bestaanszekerheid en investeren ongelijk We werken aan bestaanszekerheid voor iedereen. Maar wanneer inwoners ons nodig hebben, willen we met ons beleid vooral de mensen bereiken die het (het) hard(ste) nodig hebben. Een deel van deze groep bereiken we nu nog niet altijd. We investeren daarin ongelijk. Automatisch betekent dat dat niet elke inwoner met eenzelfde vraag ook een zelfde ‘oplossing’ krijgt.

Dat betekent niet alleen dat we voor individuele hulpvragen ongelijk investeren, maar ook bij onze algemene voorzieningen willen we dit onderscheid maken. We investeren gericht in de inwoners en voorzieningen die extra ondersteuning nodig hebben om een stabiel en zeker bestaan voor iedereen te bieden. • We werken aan duurzame oplossingen en ontwikkelingen We kijken naar de oorzaak van een probleem, om duurzame oplossingen te kunnen bieden. Wanneer mensen ondersteuning nodig hebben, kijken we of dit collectief kan, voordat we dit zoeken in individuele 9/12

oplossingen. We willen onze inwoners (en onszelf) niet laten verdwalen in de bureaucratie. Daarbij durven wij het systeem minder leidend te laten zijn, ook als dat schuurt. We vereenvoudigen waar dit kan, en zoeken samen met partners en inwoners naar hetgeen wat nodig is om problemen aan te pakken. We investeren gericht, bijvoorbeeld in onderwijs, gezondheidszorg, verenigingen en werkgelegenheid. Bij het doen van investeringen maken we duidelijk hoe deze bijdragen aan duurzame oplossingen en ontwikkelingen op de lange termijn. Dit doen we bijvoorbeeld ook door meer gebruik te maken van nieuwe technologieën en innovatieve oplossingen om de efficiëntie en effectiviteit van diensten te verbeteren.

Uitvoeringsprogramma Met de Visie SamenLeven willen we komende jaren volop aan de slag. De visie zal invloed hebben op onderliggend en aanpalend beleid, maar we willen niet in papieren exercities blijven hangen van alleen maar plannen maken en herijken. We willen eigenlijk vooral in de praktijk invulling gaan geven aan de visie. Dat vraagt uiteraard wel uitwerking en ook coördinatie. Daarom ontwikkelen we, na vaststelling van de visie, een uitvoeringsprogramma waarmee we richting geven aan werken vanuit en met de visie. Zonder al compleet te kunnen en willen zijn, de Visie SamenLeven moet immers eerst nog uitgewerkt en vastgesteld worden, schetsen we hierbij toch al een aantal onderwerpen die bij het uitvoering geven aan de visie relevant zullen zijn. Zo is er in ieder geval in deze fase al enig beeld bij de impact en reikwijdte van de visie. Wat vraagt sowieso aandacht in de uitvoering van de visie: • Het (her)definiëren van onze rol als opdrachtgever. Wat betekent de visie, het mensbeeld en de leidende principes voor hoe wij onze samenwerking met partners vormgeven? Inhoudelijk, relationeel en qua inkoop en contractering.

Hoe kijken partners naar ons en onze visie? • Eén centrale toegang organiseren: waarin we een goede samenwerking realiseren tussen de lokale teams en de dienstverlening van de gemeente • Informatie- en gegevensdeling: het komen tot goede koppelingen tussen samenwerkende partijen (binnen de kaders van wet- en regelgeving) om informatie en gegevens uit te wisselen. Daarbij kunnen beschikken over een dashboard met data en inzicht over het brede sociaal domein • Ontwikkelen van duidelijke en uniforme werkwijzen voor uitvoerende teams: van gespreksmodellen tot opleidings-/scholingsbehoeften • Duidelijke koppeling met de organisatieontwikkeling binnen gemeente Hoeksche Waard, zodat cultuur- en structuurveranderingen goed aansluiten bij de inhoud van de Visie SamenLeven • Samenwerkingsverbanden rondom het sociaal domein: wie zijn we in de regio? Aan welke tafels willen we wel/niet deelnemen, en met welke inbreng? Welke rol en positie willen we als middelgrote gemeente innemen richting VNG en R88?

8

R8-gemeenten zijn grote gemeenten die zijn ontstaan uit herindelingen met veel kernen, stedelijkheid, een groot oppervlak en landelijk gebied

10/12

Bijlagen Bijlage 1. Toelichting op rollen Wij laten ons bij het onderscheiden van mogelijke rollen inspireren door de notitie ‘Inwonerskracht en de rol van de lokale overheid’, een notitie die is gemaakt door de Werkgroep Inwonerskracht, in opdracht van het Wmo-projectleidersnetwerk van (middel)grote gemeenten. De vijf rollen die daarbij genoemd worden zijn: • Regisseur: de gemeente maakt gerichte keuzes, stelt voorwaarden, zet middelen gericht in, stuurt op resultaten en controleert of doelen bereikt worden • Stimulator: de gemeente stimuleert burgerinitiatieven, maar laat de uitvoering over aan inwoners zelf. De inzet van bijvoorbeeld wijkbudgetten en professionele begeleiding moedigt bewoners aan om iets te gaan doen voor hun omgeving. Er is sprake van intensieve interactie tussen inwoners en professionals. Bij stimuleren spelen gemeenten en professionele ondersteuners een belangrijke rol om initiatieven aan te jagen en draaiend te houden • Facilitator: de gemeente biedt, waar nodig, ruimte en hulp aan een bewonersinitiatief dat uit zichzelf ontstaat. Hierbij kan het gaan om kennis, praktische hulp, aandacht en subsidie.

Bij faciliteren staan eigen initiatief en zelfredzaamheid van inwoners centraal en beperkt de inbreng van professionals zich tot het mogelijk maken van het initiatief en het wegnemen van belemmeringen • Netwerker: de gemeente zorgt voor verbindingen tussen inwoners, burgerinitiatieven en maatschappelijke organisaties, stelt haar eigen netwerk beschikbaar en maakt zelf ook onderdeel uit van verschillende netwerken. De gemeente zorgt dat partijen elkaar weten te vinden en is een gelijkwaardige partner in de netwerken waarvan zij deel uitmaakt • Niets doen, overheid op afstand: de gemeente laat ruimte aan de civil society (laat ‘1000 bloemen bloeien’) en bemoeit zich niet met de invulling en uitvoering van de initiatieven, het moet van binnenuit komen. Ook vervult zij geen andere rollen (zoals facilitator, stimulator, netwerker). Waarom wordt niet gekozen voor de andere rollen? De rol van regisseur is een rol die voor veel inwoners en maatschappelijke partners misschien inmiddels een rol is waar men aan gewend is, maar het is zeker niet een rol die hen altijd goed zal bevallen. Inwoners kunnen soms best last hebben van een gemeente die te sturend is of ‘denkt te weten’ wat inwoners willen en nodig hebben.

De volgende stap, het stimuleren door meer in gesprek te gaan en samen energie te stoppen in wat beweging nodig heeft, is heel mooi en op sommige plekken misschien ook de noodzakelijke eerste stap, maar het wordt voor inwoners en maatschappelijke partners pas echt interessant als zij vanuit hun kennis en kunde, hun energie en tijd, stappen kunnen zetten om initiatieven te ontplooien. 11/12

Dat betekent niet dat een gemeente afwezig is. Dat de gemeente passief aan de zijlijn meekijkt en niets meer doet. Het betekent vooral dat de gemeente mogelijk maakt. Dat betekent ook dat het soms fout kan en zal gaan. De regisserende rol is ook wel voortgekomen vanuit risicomijding, door als overheid maar veel en hard genoeg te sturen -is de gedachte- komt het wel goed. Inmiddels weten we dat dat ook lang niet altijd zo werkt, en de roep om meer ruimte komt dan ook niet zomaar ergens vandaan. Je zou ook kunnen zeggen dat het door kan schieten. De rollen van netwerker of ‘niets doen’ lijken rollen die nu te ver af staan van wat inwoners nodig hebben, hoe de kracht van de samenleving versterkt kan worden en verbindingen worden gebouwd of hersteld. De rol van netwerker is zeker situationeel inzetbaar, waar de gemeente alleen verbindingen legt en bijvoorbeeld initiatieven met elkaar in contact brengt, maar dan nog is daarbij de faciliterende rol van belang omdat inwoners en maatschappelijke organisaties de mogelijkheid moeten hebben een beroep te doen op betrokkenheid van de gemeente (denk aan kennis, middelen etc.). De rol van niets doen is er een die in ieder geval zeker niet past bij de grote uitdagingen die er liggen. De samenleving heeft grote ontwikkelstappen te maken en die komen niet vanzelf. Daar past geen overheid bij die geheel op afstand gaat staan.

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15684028/1