Bijlage 5 De verdiepingsopdrachten in het kader van de motie beleidskeuzes
Tekst van het document
Bijlage 5 De verdiepingsopdrachten in het kader van de motie beleidskeuzes Het college is de afgelopen maanden aan de slag gegaan met de uitwerking van de motie beleidskeuzes en de uitvoering van het collegeprogramma, waarin ook is opgenomen dat het college stuurt op gezonde gemeentefinanciën en het opstellen van een sluitende meerjarenbegroting. Het college heeft de mogelijke ombuigingen in beeld gebracht, inclusief de bijbehorende maatschappelijke impact. Er is voor de zomer een afwegingskader opgesteld om te komen tot keuzes voorgelegd aan de gemeenteraad. Het college ziet de komende jaren stevige financiële uitdagingen op de gemeente afkomen door allerlei (autonome) kostenverhogingen en teruglopende rijksbudgetten. Uit recente berichten blijkt tevens dat ook het Rijk de komende jaren stevig moet bezuinigen. Tegelijkertijd constateert het college dat de gemeente geen geld over de balk gooit en stuurt het college nadrukkelijk op het beheersen van de kosten. Complicerende factor in dit alles is ook dat de daadwerkelijk beleidsruimte van gemeenten slechts een zeer gering aandeel (ongeveer 20%). Dit maakt het voor gemeenten in zijn algemeenheid lastig om keuzes te maken. In de aanpak maakt het college onderscheid tussen de korte, de middellange en de lange termijn.
Voor de lange termijn is gestart met een drietal trajecten: - Toekomstvisie voor de gemeente - Vertaling van de ruimtelijke puzzel in een herijkte omgevingsvisie - Een visie op de samenleving (de visie SamenLeven) Deze drie samenhangende visies met richtinggevende principes (welke gemeente willen we zijn) zijn zodra ze gereed zijn bepalend voor de beleidsrichting. Voor een aantal grote begrotingskosten wordt het komende jaar tot aan de Perspectiefnota 2025 verdiepende analyse uitgevoerd. Voor het sociaal domein, de fysieke ruimte, de organisatie, de gemeenschappelijke regelingen en de vastgoedportefeuille is een verdiepende analyse en afweging noodzakelijk om tot beleidskeuzes te komen. In het eerste kwartaal van 2024 worden de resultaten met de gemeenteraad gedeeld. Samen met de griffie wordt hiervoor een planning voorbereid waarover de gemeenteraad voor de behandeling op 9 november 2023 wordt geïnformeerd. Voor de verdiepingsopdrachten worden de volgende zaken in beeld gebracht: • Welke uitgaven komen ten laste van het budget? • Welke ombuigingsmogelijkheden zijn er? • Wat is de maximale besparingsmogelijkheid? • Per wanneer kan de besparing ingaan? • Wat zijn de sociale en maatschappelijke effecten van een besparing? Onderstaand zijn deze verdiepingsopdrachten nader toegelicht.
Naast deze verdiepingsopdrachten lopen er nog een tweetal separate trajecten in het sociaal domein die aanvullende informatie kunnen opleveren voor mogelijke ombuigingen in het sociaal domein. Dit zijn de knoppenanalyse voor de Wmo ter voorbereiding voor de transformatieagenda en de evaluatie lokaal transformatieplan uitvoering jeugdhulp. Fysieke domein
Verdiepingsopdracht 1: Kwaliteit verlagen op industrieterreinen door minder onderhoud 1/4
Om de effecten van het verlagen van de kwaliteit van het openbaar groen op industrieterreinen te verlagen is het nodig om 3 stappen te nemen. Allereerst is het noodzakelijk om een functionele kaart te maken met daarop de gebieden van de industrieterreinen. Op basis van die kaart brengen we het areaal van de verschillende beheertypen groen op de industriegebieden in beeld. Vervolgens berekenen we met een nog te ontwikkelen rekentool per beheertype wat het effect is van het uitvoeren van minder onderhoud. Voor het beheer van grassen zijn we al gestart met deze rekentool. Voor de overige beheertypen moet deze rekentool nog ontwikkeld worden. Zodra we deze gegevens hebben stellen we een memo op die uiterlijk eind kwartaal 1 van 2024 gereed is. In deze memo beschrijven we de effecten van het uitvoeren van minder onderhoud aan het groen op de industrieterreinen. Verdiepingsopdracht 2: Faseren en stoppen van ruimtelijke projecten Binnen de gemeente Hoeksche Waard lopen er een groot aantal ruimtelijke projecten bijvoorbeeld op het gebied van gebiedsontwikkeling, woningbouw, bedrijventerreinen, vastgoed, openbare ruimte en mobiliteit. Deze projecten zijn van groot belang voor het versterken van de leefbaarheid en vitaliteit in het gebied. Het betreft zowel gemeentelijke als private projecten. De gemeente investeert stevig qua middelen in degelijke projecten.
Middelen vanuit investeringen maar ook de inzet van een groot aantal ambtelijke uren. In deze verdiepingsopdracht wordt een analyse gemaakt van alle lopende of nog op te starten ruimtelijke projecten. In deze analyse wordt bekeken of de projecten gefaseerd of gestopt kunnen worden en wat hiervan de maatschappelijke, juridische én financiële gevolgen zijn. Sociale domein Verdiepingsopdracht 3: Subsidies Het subsidie beleid van de gemeente kent vele aspecten en voorziet een groot aantal organisaties van (een bijdrage) in de kosten voor hun activiteiten. Het betreft in totaal een begroot bedrag van ongeveer 16 mln. op jaarbasis. Er is een verordening vastgesteld op basis waarvan partijen subsidie kunnen aanvragen. Daarvan maken een aantal grote subsidiepartijen en vele middelgrote en kleine partijen gebruik. Een transparant inzicht in alle verstrekte en aangevraagde subsidies ontbreekt op dit moment evenals de afspraken die gemaakt zijn met partijen, de kwaliteit en meetbaarheid ervan, op basis waarvan zij subsidie ontvangen. Daarnaast is het binnen de organisatie geen algemene lijn vastgelegd wie toezicht houdt op de gemaakte afspraken en op welke wijze er afrekening, beëindiging of terugvordering plaats vindt. Ook het herijken van de subsidies op basis van het collegeprogramma, kent geen helder verloop.
Middels een doorlichting van het subsidieproces, dat tevens inzicht moet geven in de afspraken waaronder partijen de subsidie ontvangen, willen we komen tot een advies waarmee we willen komen tot transparantie, professionalisering van de sturing en heldere verantwoording. Dat doen we om zowel subsidieaanvragers en ontvangers, als de gemeente als subsidieverstrekker, meer inzicht en sturingsmogelijkheden te geven. Het onderzoek en advies zal plaats vinden door een extern bureau. De investering daarvoor bedraagt eenmalig €70.000,-. Het advies moet, naast de bovengenoemde inhoudelijke verbeteringen, tot een structurele besparing in de meerjarenbegroting van minimaal €200.000,= structureel vanaf 2025 opleveren.
2/4
In de begroting 2024 stellen wij voor om, vooruitlopende hierop, alvast een taakstelling op te nemen ter grootte van €200.000 vanaf de jaarschijf 2025. Maatschappelijke vastgoed Verdiepingsopdracht 4: Maatschappelijk vastgoed Het algemene beleid voor vastgoed en accommodaties is geharmoniseerd. Eerst al via het beleid voor beheer (onderbrengen bij BRES et cetera), maar recent ook de harmonisering van de verhuurtarieven en de uitgangspunten/het beleidskader voor accommodaties op het eiland. Het accommodatiebeleid is echter nog niet vertaald naar de situatie op alle dorpen. Het voorstel voor harmonisering van de buitensportaccommodaties is in voorbereiding. De technische staat van het gemeentelijk vastgoed is eveneens in beeld gebracht. Voor de verdieping wordt de komende maanden voor de 10 vastgoedobjecten die in de slechtste technische staat verkeren de maatschappelijke waarde bepaald. De maatschappelijke waarde bepalen we in deze fase door te inventariseren welke maatschappelijke partijen gebruik van het vastgoed, de bezettingsgraad en op basis van het gesprek met de gebruikers. Als laatste wordt ook in beeld gebracht wat eventuele mogelijkheden zijn om bepaalde activiteiten te bundelen. De investering om deze verdieping te realiseren bedraagt eenmalig €60.000,= en moet leiden tot een structurele besparing van minimaal € 800.000 vanaf 2025.
In de begroting 2024 hebben wij hierop geanticipeerd door een taakstelling op vastgoed hiervoor op te nemen Verdiepingsopdracht 5: Huisvesting gemeentelijke organisatie Tijdens de samenvoeging van de gemeenten in 2019 is de keuze gemaakt om de gemeentehuizen in OBL en MSD als tijdelijke ambtelijke huisvesting aan te wijzen en het nieuwe bestuur de opdracht te geven hier een definitieve keuze in te maken. De huidige twee gemeentehuizen vereisen op verschillende punten groot onderhoud en moeten daarnaast dus ook verduurzaamd worden. Uitvoering van dergelijk onderhoud of investeringen kan ongewenste desinvesteringen als effect hebben. Er wordt daarom gestart met een onderzoek naar de huisvesting van de ambtelijke organisatie. Hierbij wordt onderzocht wat de effecten zijn van de realisatie van een nieuw gemeentehuis ten opzichte van het investeren in de bestaande twee gemeentehuizen. Dit onderzoek omvat niet: - De gemeentewerven Mijnsheerenland en Numansdorp - Het sociaal werkbedrijf ‘HWwerkt!’ - De servicepunten Voor het onderzoek en de inhuur van externe expertise is een eenmalig bedrag van € 100.000 nodig. Gemeenschappelijke regelingen Verdiepingsopdracht 6: Gemeenschappelijke Regelingen
3/4
De verbonden partijen verrichten, in naam van de Gemeente Hoeksche Waard en veelal in samenspraak met andere gemeenten, belangrijke en complexe taken. De raad geeft de kaders aan, benoemt de gewenste effecten en stelt hiervoor uiteindelijk de financiële middelen beschikbaar. Informeren, tussentijdse sturing, verantwoording en controle (“Governance”), bijzondere afspraken en bestuurlijke betrokkenheid kunnen en moeten in de nota Verbonden Partijen worden verankerd. Op grond van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022, de bepalingen van de financiële verordening van de gemeente Hoeksche Waard en het raadsbesluit van 7 maart 2023 inzake het Rekenkameronderzoek “Grip op verbonden partijen! Balans bij drie verbonden partijen?” wordt voorgesteld om een startnotitie Verbonden partijen aan de raad aan te bieden ter vaststelling. De startnotitie moet hierbij antwoord geven op de vraag. Het verdere proces is gericht op vaststelling door de gemeenteraad van een “Nota Verbonden partijen” begin 2024.” Financieel gezien beslaat de uitgaven aan de gemeenschappelijke regelingen circa 25% van de gemeentelijke begroting. Het financieel sturen op de gemeenschappelijke regelingen kan alleen in een goede samenwerking met de andere deelnemende gemeenten.
Gezien het feit dat de motie beleidskeuzes oproept om kritisch te kijken naar alle uitgaven (beleid) én het aandeel van de gemeenschappelijke regelingen op de totale begroting substantieel is, is het evident om óók de uitgaven aan de gemeenschappelijke regelingen kritisch onder de loep te nemen. Met het oog op de gemeentelijke ravijnjaren 2026 en 2027 is het van belang dat ook de gemeenschappelijke regelingen zich gaan voorbereiden op scenario’s, mogelijke ombuigingen, etc om op die manier ook een bijdrage te leveren aan de steeds krapper wordende financiële ruimte bij gemeenten. Voor de verdieping worden de komende maanden op diverse niveaus (ambtelijk en bestuurlijk) gesprekken gevoerd met andere deelnemende gemeenten om te komen tot een aantal mogelijke financiële denkrichtingen. De raad wordt voorafgaand aan de perspectiefnota 2025 geïnformeerd over de voortgang van de gesprekken en mogelijke financiële denkrichtingen. Deze denkrichtingen kunnen vervolgens in de integrale afwegingen / beschouwingen bij de perspectiefnota worden meegenomen. Personeel Verdiepingsopdracht 7: Personeel De gemeentelijke organisatie is per 1 januari 2019 ontstaan. Met het ontstaan van de nieuwe gemeente is een schaalsprong gemaakt. Van maximaal 25.000 inwoners naar een gemeente met 90.000 inwoners en van maximaal 130 fte naar een organisatie met bijna 700 fte.
Iedere ’nieuwe’ organisatie doorloopt een aantal redelijk voorspelbare stappen in de groei naar een ‘volwassen’ organisatie. Kenmerkend van een nieuwe jonge organisatie is een ad hoc karakter, redelijk reactief en nog groeiend in de mate van professionaliteit. We willen toegroeien naar een geoptimaliseerde organisatie, die innovatief en omgevingsbewust is en waarin het creëren van maatschappelijke waarde centraal staat. Op dit moment wordt er een programma doorontwikkeling organisatie voorbereid. Het programma gaat helpen om te komen tot een verdere professionalisering van de organisatie. De verwachting is dat het programma eind 2023 gereed is. Parrallel aan de bouw van het programma wordt op dit moment door Berenschot een kwantitatieve organisatiescan gemaakt. Ook deze is eind 2023 afgerond. Begin 2024 worden de inhoud van het programma en de uitkomsten van de benchmark gepresenteerd aan de gemeenteraad. 4/4