CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 4 OTW2025 actiepunten-lokaal

Beeldvormende bijeenkomst 18 november 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Inspreken mevr. Kubbe7.370 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gendergerelateerd geweld voorkomen en bestrijden: concrete actiepunten voor gemeenten

Orange the World

Gendergerelateerd geweld vindt overal op allerlei manieren plaats Gendergerelateerd geweld is de meest voorkomende vorm van geweld in de wereld. Eén op de drie vrouwen krijgt in haar leven te maken met psychisch, fysiek of seksueel geweld. In Nederland is dat zelfs 45%. Gendergerelateerd geweld kan allerlei vormen aannemen, zoals straatintimidatie, stalking, aanranding, verkrachting, fysiek geweld, psychisch geweld, psychische controle, financiële controle, seksuele intimidatie en femicide. Gendergerelateerd geweld vindt op alle plekken in de samenleving plaats. Niet alleen achter de voordeur, maar bijvoorbeeld ook op straat, op het werk, in het onderwijs, bij sportclubs, in studentenverenigingen, in de horeca, in de zorg, in het OV, op festivals, op het strand, bij religieuze instellingen en in cyberspace. En niet alleen in grote steden, zoals sommigen denken. Ook in kleinere gemeenten en meer rurale gemeenten vindt gendergerelateerd geweld plaats. Overal daar waar mensen met elkaar omgaan komt gendergerelateerd geweld voor. Gendergerelateerd geweld raakt allerlei verschillende groepen, door alle lagen van de bevolking en inkomensgroepen heen. Vrouwen en meisjes, lesbische vrouwen, homomannen, transgender personen, intersekse personen, nonbinaire personen, queer personen, en soms ook mannen en jongens.

En onder hen witte en zwarte mensen, migranten, vluchtelingen, sekswerkers, mensen met een beperking, ouderen, jongeren en kinderen. Als zij in een positie van afhankelijkheid verkeren, zijn zij vaak extra kwetsbaar voor geweld. Er is hier bewust gekozen voor de term gendergerelateerd geweld. Dit betekent geweld tegen mensen die zich niet houden aan het gangbare, traditionele gedrag dat gekoppeld wordt aan vrouwelijkheid en mannelijkheid. Dit geweld wordt vooral gebruikt tegen vrouwen en meisjes, waaronder lesbische vrouwen en trans vrouwen, maar ook tegen non-binaire en intersekse personen en tegen homomannen en cis-heteromannen die gezien worden als niet mannelijk genoeg.

daarmee van bijvoorbeeld oorlogsgeweld, politiegeweld, moord voor financieel gewin en geweld in het criminele circuit. Zo worden er bijvoorbeeld meer mannen dan vrouwen vermoord in Nederland volgens de jaarlijkse cijfers, maar betreffen moorden op mannen meestal afrekeningen in het criminele circuit of andere vormen van geweld gepleegd door mannen, terwijl het overgrote deel van de moorden op vrouwen wordt gepleegd door haar partner of ex-partner. Ook bijna altijd mannen. Gendergerelateerd geweld is een ernstig maatschappelijk probleem dat ook op lokaal niveau zichtbaar is. Gemeenten vervullen een belangrijke rol in het voorkomen, signaleren en aanpakken van dit geweld. Tegelijkertijd bevindt de lokale aanpak zich nog in een ontwikkelingsfase, waarbij gemeenten zoeken naar effectieve oplossingen binnen beperkte middelen en complexe samenwerkingsverbanden. Toch kunnen gemeenten met gerichte inzet daadwerkelijk het verschil maken. Lokaal bestuur en politiek hebben daarin een sleutelpositie. Dit rapport richt zich daarom op concrete lokale actie. Het bevat aanbevelingen die direct toepasbaar zijn in gemeentelijk beleid en die voortkomen uit de kennis en ervaring van professionals en maatschappelijke organisaties. Zo krijgen gemeenten handvatten om hun aanpak te versterken en bij te dragen aan een samenleving waarin gendergerelateerd geweld geen plaats heeft.

Deze inventarisatie van concrete aanbevelingen is tot stand gekomen met de inbreng van diverse organisaties in Nederland die zich bezighouden met het voorkomen en bestrijden van gendergerelateerd geweld, op uitnodiging van UN Women Nederland. Eerder is in 2023 ook op deze manier een inventarisatie van aanbevelingen voor de rijksoverheid gemaakt. De punten daaruit die ook voor het lokale niveau relevant zijn, zijn hier ook opgenomen.

Gendergerelateerd geweld is geweld dat samenhangt met iemands gender, genderidentiteit of seksuele geaardheid, en onderscheidt zich 1

Professionals en organisaties die punten hebben aangeleverd specifiek voor lokaal beleid zijn: • • • • • • • • •

College voor de Rechten van de Mens Comensha Fairspace Femmes For Freedom Movisie Rutgers UN Women Valente Academici, waaronder dr. Selin Dilli

Professionals en organisaties die punten hebben aangeleverd voor nationaal én lokaal beleid zijn: • • • • • • • • • • • • •

Amnesty International Atria Blijf Groep College voor de Rechten van de Mens Emancipator Fairspace Landelijk Netwerk Veilig Thuis Rutgers Unie van Soroptimistclubs Sterk Huis Transgender Netwerk Nederland UN Women Nederland Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann • Women Inc.

Huidige situatie: fragmentarisch, beperkt en tijdelijk beleid Anno 2025 blijft de aanpak van gendergerelateerd geweld in Nederland gekenmerkt door versnippering, tijdelijke programma’s en het ontbreken van structureel beleid. Ondanks toegenomen maatschappelijke aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, onder meer door publieke debatten en media-aandacht rond misbruikzaken, zijn de meeste gemeenten nog onvoldoende toegerust om gendergerelateerd geweld systematisch aan te pakken. Hoewel gendergerelateerd geweld vaak als een nationaal vraagstuk wordt gezien, ligt een groot deel van de uitvoering en ondersteuning op het bord van gemeenten. In de periode 2023 tot 2025 blijkt dat veel gemeenten nog zoekende zijn naar een passende en samenhangende aanpak. Toch kunnen zij op verschillende niveaus betekenisvol bijdragen aan het voorkomen en bestrijden van gendergerelateerd geweld. Een van de weinige landelijke impulsen op lokaal niveau is het programma Veilige Steden. In 2023 kreeg dit programma een doorstart, en inmiddels doen 16 gemeenten hieraan mee. Daarmee bereikt het minder dan 5 procent van de Nederlandse gemeenten. Het merendeel van de gemeenten beschikt niet over een specifiek beleidskader om straatintimidatie of andere vormen van gendergerelateerd geweld aan te pakken.

Bovendien ontbreekt het aan structurele financiering om de lessen uit het programma Veilige Steden lokaal te verankeren. In veel gemeenten blijft het bij een eenmalige pilot of tijdelijke campagne. De invoering van het Nationaal Actieprogramma seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld in 2023 bracht weliswaar nieuwe richtlijnen en ambities met zich mee, maar op lokaal niveau zijn de doorvertalingen daarvan beperkt zichtbaar. Gemeenten krijgen nauwelijks ondersteuning bij de uitvoering, en het actieprogramma wordt niet automatisch meegenomen in gemeentelijke beleidsplannen

2

of veiligheidsagenda’s. De meeste gemeenten wachten af of kiezen ervoor om binnen bestaande structuren – zoals Veilig Thuis of het sociaal domein – incidenteel op het thema in te spelen, vaak zonder specifieke aandacht voor genderaspecten. Sinds 2023 zijn er wel enkele steden, waaronder Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, die hun lokale beleid versterken met aandacht voor seksueel geweld, straatintimidatie en vrouwenrechten. Zo heeft Amsterdam een meldpunt straatintimidatie ingericht, en werkt Utrecht aan een lokale alliantie tegen seksueel geweld. Dit zijn echter uitzonderingen; de meeste middelgrote en kleinere gemeenten missen de capaciteit of prioriteit om hier actief beleid op te voeren. Er is weinig structurele aandacht voor preventie, educatie of mannenemancipatie. Initiatieven om jongens en mannen te betrekken bij het voorkomen van geweld of om schadelijke mannelijkheidsnormen te doorbreken, zijn zeldzaam en zelden onderdeel van gemeentelijk beleid. Voorlichting op scholen of campagnes in wijken zijn meestal afhankelijk van korte projectsubsidies en worden nauwelijks geborgd.

We hopen dat vele politieke partijen op lokaal niveau concrete actiepunten opnemen in hun verkiezingsprogramma’s, en ervoor zorgen dat dit meegenomen wordt in de onderhandelingen over nieuwe colleges van Burgemeester en Wethouders na de verkiezingen. Hoe meer gemeenten in de komende vier jaar actie ondernemen om gendergerelateerd geweld op hun straten en achter hun voordeuren te bestrijden, hoe effectiever we kunnen zorgen voor een eind aan dit geweld in het hele land. In onderstaande punten worden daarom diverse concrete aanbevelingen geboden die de aanpak rond gendergerelateerd geweld kunnen verbeteren, waarbij meer coherentie, coördinatie, investering, uitwisseling en een structurele cultuurverandering een belangrijke rol spelen.

De samenwerking tussen instanties op lokaal niveau blijft beperkt tot casuïstiek rond huiselijk geweld, waarin de focus vaak ligt op gezinsveiligheid zonder genderspecifieke benadering. Er is weinig kennisdeling tussen gemeenten, en er bestaat geen verplicht kader of landelijk gecoördineerde standaard om gendergerelateerd geweld lokaal aan te pakken. Tussen 2023 en 2025 is dus geen sprake geweest van een structurele verbetering van de lokale aanpak van gendergerelateerd geweld. Zonder bindende richtlijnen, structurele financiering en coördinatie blijven de meeste gemeenten achter in de uitvoering. Niet elke gemeente beschikt over voldoende middelen, capaciteit of expertise om dit zelfstandig op te pakken. Juist daarom is het van belang te erkennen dat gendergerelateerd geweld ook op lokaal niveau een urgent maatschappelijk probleem is. De lokale verkiezingen in maart 2026 bieden een uitgelezen kans om een flinke stap te zetten in de preventie en aanpak van gendergerelateerd geweld op lokaal niveau. 3

Overzicht actiepunten Gendersensitieve en effectieve aanpak van gendergerelateerd geweld 1  Erken het belang van gender in partner-, huiselijk en seksueel geweld 2 Maak het beleid gendersensitief 3 Werk domeinoverstijgend samen 4  Betrek ervaringsdeskundigen bij beleid en uitvoering 5  Zorg voor gendersensitieve hulpverlening 6  Maak gendersensitiviteit een voorwaarde bij inkoop, financiering en evaluatie van hulpverlening 7  Zorg dat ook mannelijke slachtoffers serieus worden genomen en geholpen Preventie van gendergerelateerd geweld 8 9 10 11 12 13 14 15

Investeer in educatie en bewustwording Onderzoek de effectiviteit van campagnes en herhaal deze regelmatig, met een handelingsperspectief Voer publieke normstellende en bewustwordingscampagnes gericht op omstanders Aandacht voor jongeren die risico lopen Creëer (online) mogelijkheden voor gesprek onder jongeren over consent vanuit de gemeente Ondersteun ouders bij seksuele vorming Zorg voor een integrale en structurele preventie van gendergerelateerd geweld Maak mannen en jongens onderdeel van preventie

Capaciteiten van betrokken instanties en professionals 16 Bevorder deskundigheid van professionals in zorg, onderwijs en sociaal werk 17 Bied gerichte ondersteuning en training aan professionals in signalerende functies 18 Versterk de rol van handhavers, boa’s en politie 19 Stimuleer preventie binnen de horeca- en uitgaanssector 20 Stimuleer preventie binnen de sportsector 21 Vergroot bewustwording binnen de gemeentelijke organisatie 22 Activeer de signalerende rol van frontlijnmedewerkers 23 Geef sleutelfiguren in de wijk handelingsperspectieven 4

24 Zorg voor gendersensitieve risico-inschatting bij extreem geweld 25 Wees waakzaam rond economische (on)afhankelijkheid 26 Ondersteun signalering van mensenhandel en opvang van slachtoffers 27 Monitor en evalueer preventieve en signalerende interventies Toegankelijke hulp voor slachtoffers en het voorkomen van recidive

Data, onderzoek en innovatie 45 Verzamel en gebruik genderspecifieke data 46 Verbeter de dataverzameling over gendergerelateerd geweld 47 Verzamel contextuele gegevens over gendergerelateerd geweld 48 Combineer verschillende onderzoeksmethoden: maak het onzichtbare zichtbaar 49 Onderzoek de structurele oorzaken van gendergerelateerd geweld

28 Verlaag de drempels om melding te doen 29 Zorg dat het hulpnetwerk vindbaar is voor alle slachtoffers 30 Help pleiten voor een nationale centrale hulplijn in voor alle soorten geweld 31 Stimuleer lokale en regionale media om altijd informatie over hulplijnen te plaatsen bij artikelen en programma’s waarin gendergerelateerd geweld een rol speelt 32 Zorg voor voldoende veilige opvangplaatsen voor vrouwen 33 Zorg voor passende opvangplekken 34 Zorg voor adequate bescherming van slachtoffers 35 Zorg voor traumahulp voor slachtoffers 36 Optimaliseer informatie-uitwisseling tussen hulpinstanties waar nodig 37 Zorg voor kennis, samenwerking en voldoende hulp aan plegers Specifieke aanpak voor verschillende soorten geweld en doelgroepen 38 Ontwikkel inclusief beleid dat rekening houdt met intersectionaliteit 39 Pak online gendergerelateerd geweld aan 40 Besteed specifieke aandacht aan het bestrijden van geweld tegen LHBTI+ personen 41 Zorg voor transgendersensitiviteit bij zorg- en hulpverleners 42 Waarborg toegang tot hulp voor vrouwen met een onzekere verblijfsstatus Voorbeelden van integrale aanpak van gendergerelateerd geweld 43 Ontwikkel en implementeer een integrale aanpak van straatintimidatie 44 Ontwikkel en implementeer een integrale aanpak van mensenhandel 5

Gendersensitieve en effectieve aanpak van gendergerelateerd geweld 1.

Erken het belang van gender in partner-, huiselijk en seksueel geweld

Deze vormen van geweld treffen vrouwen onevenredig vaak en ook ernstiger dan mannen. Toch wordt dit verschil nog te weinig onderkend. Gemeenten moeten dit durven benoemen, ook wanneer het politiek gevoelig ligt, en hierover het gesprek voeren binnen de organisatie en met het bestuur. Het onderkennen van genderongelijkheid – zoals ongelijke machtsverhoudingen, afhankelijkheid en stereotiepe verwachtingen – is essentieel om het probleem bij de kern aan te pakken. In Nederland is een gendersensitieve aanpak nog niet goed gewaarborgd, is het oordeel van GREVIO in een rapport over de aanpak van gendergerelateerd geweld in het kader van het Verdrag van Istanbul1. Dit verdrag van de Raad van Europa werd in 2015 geratificeerd door Nederland. Vijf jaar later, in 2020, evalueerde GREVIO, de commissie die toeziet op de naleving van het verdrag, het Nederlandse beleid en concludeerde dat er nog veel te verbeteren valt. Het gebrek aan een gendersensitieve aanpak is één van de belangrijkste kritiekpunten. 2.

Maak het beleid gendersensitief

Beleid en aanpak moeten rekening houden met verschillen in macht, gelijkheid, afhankelijkheid en verwachtingen die voortkomen uit genderrollen. Vaak wordt er in beleid uitgegaan van een gelijkwaardige relatie tussen mannen en vrouwen, en van wederkerigheid in geweld (‘waar twee vechten, hebben twee schuld’), terwijl in werkelijkheid vaak sprake is van een machtsongelijkheid tussen partners. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat beleid deze machtsverhoudingen erkent en meeneemt in de aanpak. 3.

Werk domeinoverstijgend samen

Gendergerelateerd geweld raakt verschillende levensgebieden: veiligheid, financiële onafhankelijkheid, zorg, wonen en opvoeding hangen vaak samen. Daarom moeten gemeenten domeinen als veiligheid, zorg, onderwijs, emancipatie en werk & inkomen niet geïsoleerd van elkaar laten werken, maar juist hun krachten bundelen en één gezamen-

1 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/ rapporten/2020/01/20/grevios-evaluatierapport

6

lijke, integrale aanpak ontwikkelen. Door verkokering te doorbreken kan beter worden aangesloten bij de werkelijkheid van slachtoffers en betrokkenen. 4.

Betrek ervaringsdeskundigen bij beleid en uitvoering

Ervaringsdeskundigen beschikken over unieke en waardevolle kennis die niet uit dossiers of beleidsteksten te halen is. Toch worden zij vaak niet betrokken bij beleidsontwikkeling. Gemeenten kunnen dit doorbreken door ervaringsdeskundigen structureel een plek te geven in het ontwikkelen, evalueren en uitvoeren van beleid. Dit kan bijvoorbeeld via adviesgroepen, trainingen voor professionals of het verbeteren van meldprocedures. 5.

Zorg voor gendersensitieve hulpverlening

Hulpverleners moeten oog hebben voor de rol van machtsverhoudingen, afhankelijkheid en genderpatronen in situaties van geweld. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat zowel slachtoffers als plegers passende hulp krijgen die hierop is afgestemd. Dit vraagt om duidelijke eisen aan hulpverlenende organisaties, toezicht op kwaliteit, en inzet op specifieke interventies zoals groepstrainingen voor plegers en herstelgerichte zorg voor vrouwen. 6.

Maak gendersensitiviteit een voorwaarde bij inkoop, financiering en evaluatie van hulpverlening

Gendersensitiviteit moet standaard een criterium zijn bij het inkopen, financieren en evalueren van hulpverlening om te waarborgen dat hulp adequaat aansluit bij de behoeften van slachtoffers en plegers. 7.

Zorg dat ook mannelijke slachtoffers serieus worden genomen en geholpen

Er is meer aandacht en bewustzijn nodig voor de specifieke situatie van mannelijke slachtoffers van gendergerelateerd geweld. Stereotypen over mannelijkheid en slachtofferschap zorgen ervoor dat veel mannen hun eigen slachtofferschap niet (h)erkennen of dat ze niet serieus genomen worden. Dit geldt ook voor mannen die slachtoffer zijn van seksueel geweld, die daarnaast vaak worstelen met vragen over hun seksuele geaardheid, schuldgevoelens en schaamte. Gemeenten moeten ook deze groep adequaat ondersteunen en helpen.

Preventie van gendergerelateerd geweld Voorkomen is beter dan genezen. Gemeenten hebben de taak om in te zetten op preventie door schadelijke gendernormen en machtsongelijkheid te doorbreken. Denk aan campagnes die normalisatie van geweld tegengaan, het stimuleren van gelijke verdeling van zorgtaken, het bevorderen van economische zelfstandigheid van vrouwen en het versterken van weerbaarheid en gezonde relaties. Preventie moet structureel onderdeel zijn van gemeentelijk beleid, niet alleen een noodmaatregel na incidenten. 8.

Investeer in educatie en bewustwording

Om gendergerelateerd geweld duurzaam te voorkomen, is het noodzakelijk om diepgewortelde sociale attitudes en schadelijke normen structureel te veranderen. Onderwijs en gemeenschapsvorming zijn daarin essentieel. Gemeenten kunnen hierin het verschil maken door te investeren in langdurige en toegankelijke educatie én bewustwordingscampagnes voor jongeren, ouders, professionals en gemeenschappen. Stimuleer dat scholen in het primair, voortgezet, middelbaar en hoger onderwijs structureel aandacht besteden aan thema’s zoals (online) seksuele intimidatie, sociale veiligheid, gendernormen en gezonde relaties. Onderwijsinstellingen spelen een cruciale rol in het voorkomen van gendergerelateerd geweld door schadelijke stereotiepe opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid vroegtijdig te herkennen en ter discussie te stellen. Gemeenten kunnen dit ondersteunen door: • het ontwikkelen van gemeentelijke lespakketten, • het versterken van bestaande initiatieven, • en het financieren van deskundigheidsbevordering voor onderwijsprofessionals, jeugdwerkers en oudernetwerken. Ook buiten het formele onderwijs, zoals in buurthuizen, sportverenigingen, jongerenwerk en ouderbijeenkomsten, kan bewustwording effectief worden gestimuleerd. Denk aan praatgroepen, peer-educators, creatieve werkvormen zoals theater of film, en herhaalde, laagdrempelige interventies.

Het is daarbij essentieel dat niet alleen vrouwen en meisjes worden aangesproken, maar juist ook mannen en jongens, met specifieke aandacht

voor het doorbreken van schadelijke opvattingen over mannelijkheid. Gemeenten kunnen hierin het goede voorbeeld geven en gericht inzetten op sociale normverandering in buurten en onder jongeren. Onderdelen die aan de orde zouden moeten komen in bewustwordings- en educatieprogramma’s: • Doorbreken van klassieke rolpatronen Leg de relatie bloot tussen genderongelijkheid, afhankelijkheidsrelaties en geweld. Bespreek schadelijke stereotypen zoals de dominante man en zorgende vrouw, en laat zien hoe deze bijdragen aan machtsongelijkheid en geweld. • Relatievorming en gezonde relaties Leer jongeren hoe een gezonde relatie eruitziet. Bespreek onderwerpen als respect, communicatie, gelijkwaardigheid, jaloezie, controle en wederzijdse instemming (consent). • Herkennen van signalen van geweld Jongeren, ouders en professionals moeten leren hoe je rode vlaggen zoals stalking, jaloezie, vernedering of dreiging kunt herkennen en bespreekbaar maken. • Seksuele en relationele vorming Besteed aandacht aan wensen en grenzen, wederzijdse instemming, seksuele diversiteit, seksuele autonomie en relationele communicatie – ook online. Begin hiermee op jonge leeftijd, passend bij de ontwikkelfase. • Seksueel welzijn en plezier Positieve en plezierige seksuele voorlichting draagt bij aan weerbaarheid.

Door jongeren te leren wat zij wél prettig vinden en dat te durven aangeven, wordt het makkelijker om grenzen te stellen aan wat zij níet willen. • Online omgeving Besteed aandacht aan seksueel grensoverschrijdend gedrag in digitale contexten, zoals sexting, grooming, online shaming, en de invloed van social media op gendernormen en relaties. • Ouder- en gemeenschapsbetrokkenheid Stimuleer ouderbijeenkomsten, gezinsvoorlichting en gemeenschappelijke dialogen 7

over gendergelijkheid, opvoeding en grenzen. Investeer in materialen voor ouders in meerdere talen. • Inclusiviteit en intersectionaliteit Zorg dat programma’s aansluiten op de leefwereld van álle jongeren – inclusief lhbti+ jongeren, jongeren met een beperking, jongeren van kleur en jongeren in kwetsbare situaties. Benoem uitsluiting en discriminatie expliciet. 9.

Onderzoek de effectiviteit van campagnes en herhaal deze regelmatig, met een handelingsperspectief

De overheid heeft de afgelopen jaren een aantal keer campagnes ingezet. Het is belangrijk om campagnes te blijven herhalen, met voldoende oog voor handelingsperspectief. Campagnes moeten dan ook ondersteund worden door andere activiteiten die gericht zijn op gedrags- en cultuurverandering. De resultaten van campagnes en andere activiteiten, zoals dialogen, moeten worden onderzocht, om deze voortdurend te verbeteren om een groter bereik te krijgen en meer attitude- en gedragsverandering teweeg te brengen. Dit zou bijvoorbeeld moeten gelden voor de activiteiten om dialoog te stimuleren in het kader van het Nationaal Actieprogramma van de Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Daarbij moeten voldoende tijd en middelen worden ingezet, ook na 2025 als de termijn van de Regeringscommissaris afloopt, om bewezen effectieve elementen verder te ontwikkelen en breder in te zetten. 10.

Voer publieke normstellende en bewustwordingscampagnes gericht op omstanders

Zet in op gemeentebrede campagnes die expliciet aandacht besteden aan de rol van omstanders. Deze benadering vergroot de betrokkenheid van inwoners, ook van degenen die zichzelf niet als pleger of slachtoffer zien. Werk samen met maatschappelijke organisaties en ervaringsdeskundigen om de boodschap herkenbaar, activerend en inclusief te maken. Kleinschalige, her8

haalde campagnes zijn effectiever dan eenmalige grootschalige acties.

14.

11.

Te vaak blijft de aanpak steken op het omgaan met geweld dat al plaatsvindt. We moeten niet alleen brandjes blussen maar serieus aan de slag gaan om de voedingsbodem van gendergerelateerd geweld weg te nemen. Zoals we in de piramide van gendergerelateerd geweld, ontwikkeld door Emancipator, kunnen zien is het doorbreken van (mannelijke) gendernormen en -stereotypen hierbij onmisbaar en noodzakelijk. Bovendien draagt universele preventie van gendergerelateerd geweld ook bij aan preventie van andere vormen van genderongelijkheid.

Aandacht voor jongeren die risico lopen

Sommige specifieke groepen lopen extra risico om te maken te krijgen met (online) seksueel grensoverschrijdend gedrag of seksueel geweld of (ex-)partnergeweld, als slachtoffer of als pleger. Dit gaat bijvoorbeeld over jongeren met een (verstandelijke) beperking, jongeren met schadelijke opvattingen over genderrollen, lhbti+ jongeren en jongeren in de jeugdzorg. Gemeenten kunnen scholen stimuleren en faciliteren om hier structureel aandacht aan te besteden, bijvoorbeeld door goed onderbouwde en het liefst erkende interventies in te zetten die specifiek voor deze doelgroepen zijn ontwikkeld. 12.

Zorg voor een integrale en structurele preventie van gendergerelateerd geweld

15.

Maak mannen en jongens onderdeel van preventie

In alle beleid en programma’s moet de olifant in de kamer benoemd worden: veruit het meeste gendergerelateerd geweld wordt gepleegd door mannen. Maar gelukkig is het ook waar dat de meeste mannen geen geweld plegen. Als we gendergerelateerd geweld willen voorkomen moeten we jongens en mannen deel van de oplossing maken en de relatie tussen mannelijkheid en geweld bevragen. We moeten jongens en mannen nieuwe perspectieven voor man-zijn en mannelijkheid bieden waarbij een herwaardering van zorg, in combinatie met eerlijk delen en niet slaan, centraal staan.

Creëer (online) mogelijkheden voor gesprek onder jongeren over consent vanuit de gemeente

Er moeten mogelijkheden worden gecreëerd, zoals via online platformen of offline meetups, om het gesprek onder jongeren op gang te brengen/ houden over gevoelige thema’s zoals relaties, consent en gendergerelateerd geweld, en daarmee het taboe te doorbreken. 13.

Creëer (online) mogelijkheden voor gesprek onder jongeren over consent vanuit de gemeente

De rol van ouders bij seksuele vorming in het algemeen en preventie van seksuele grensoverschrijding in het bijzonder is hier van belang. Het ondersteunen van ouders bij de seksuele vorming, met inzet op preventie van seksuele grensoverschrijding, is daarvoor van belang. Bijvoorbeeld als het gaat om nieuwe digitale ontwikkelingen die een risico vormen voor seksuele grensoverschrijding, en waar ouders vaak onvoldoende over weten.

9

Capaciteiten van betrokken instanties en professionals Een effectieve aanpak van (online) seksueel grensoverschrijdend gedrag, (ex-)partnergeweld en andere vormen van gendergerelateerd geweld vraagt om deskundige en goed toegeruste professionals in alle lagen van zorg, onderwijs, veiligheid en beleid. Gemeenten spelen hierin een cruciale rol. Onderstaande aanbevelingen dragen bij aan het versterken van de capaciteit van betrokken instanties en professionals. 16.

Bevorder deskundigheid van professionals in zorg, onderwijs en sociaal werk

Structurele scholing van (aankomende) professionals in het onderwijs, de zorg en het sociaal werk is essentieel. Zij moeten leren (online) seksueel grensoverschrijdend gedrag en (ex-)partnergeweld tijdig te signaleren, voorkomen en bespreekbaar te maken. Dit geldt ook voor ouders: zij moeten zich voldoende toegerust voelen om thuis over wensen en grenzen te praten. Lokale netwerken van professionals in zorg, welzijn en onderwijs kunnen fungeren als platformen voor kennisuitwisseling en deskundigheidsbevordering. 17.

Bied gerichte ondersteuning en training aan professionals in signalerende functies

Professionals zoals docenten, jongerenwerkers en vertrouwenspersonen hebben behoefte aan praktische handvatten en gesprekstechnieken. Trainingen dienen trauma-sensitief en slachtoffergericht te zijn, met aandacht voor herkenning en veilige doorverwijzing. 18.

Versterk de rol van handhavers, boa’s en politie

Straatcoaches, boa’s (ook in het OV) en politieagenten moeten in staat worden gesteld om effectief op te treden bij intimidatie en geweld. Hiervoor zijn herhaalde, functiegerichte trainingen nodig waarin ook aandacht is voor hun eigen veiligheid en positie. 19.

Stimuleer preventie binnen de horeca- en uitgaanssector

Train horeca- en uitgaanspersoneel om grensoverschrijdend gedrag te herkennen en daar adequaat op te reageren. Betrek bijvoorbeeld een nacht-

burgemeester en koppel subsidies aan inspanningen voor sociale veiligheid. 20.

Zie erop toe dat sportclubs in de gemeente actie ondernemen om te zorgen voor een veilig sportklimaat voor iedereen. Waardoor sporters elkaar bijvoorbeeld aanspreken op vrouwonvriendelijke kleedkamerpraat en de kantine een prettige en veilige plek is voor vrouwen, meisjes, LHBTI+ personen en alle anderen. Het Centrum Veilige Sport Nederland kan helpen met het formuleren van beleid en passende interventies.2 21.

Vergroot bewustwording binnen de gemeentelijke organisatie

Ambtenaren dienen kennis te hebben van gendergerelateerd geweld. Dit helpt niet alleen om het onderwerp bespreekbaar te maken op de werkvloer, maar ook om het goed te integreren in beleid en dienstverlening. 22.

Activeer de signalerende rol van frontlijnmedewerkers

Train medewerkers van gemeenteloketten, klantmanagers en leden van wijkteams in het herkennen van signalen van gendergerelateerd geweld. Hun rol in de vroegsignalering is uiterst belangrijk. . 23. Geef sleutelfiguren in de wijk handelingsperspectieven Vrijwilligers en medewerkers bij sportclubs, studentenverenigingen, buurtcentra en culturele instellingen moeten getraind worden in het bevorderen van sociale veiligheid. Via omstanderinterventietrainingen kunnen zij leren hoe zij kunnen ingrijpen bij grensoverschrijdend gedrag. 24.

Zorg voor gendersensitieve risicoinschatting bij extreem geweld

Instanties moeten meldingen van slachtoffers serieus nemen en in staat zijn patronen van escalerend geweld – zoals femicide – tijdig te herkennen. Hiervoor is gendersensitieve deskundigheid nodig. Het uitgangspunt mag niet langer zijn dat in con-

2

10

Stimuleer preventie binnen de sportsector

flictsituaties beide partners gelijkwaardig zijn (‘waar twee vechten, hebben twee schuld’), of dat geweld eindigt bij relatiebeëindiging. Dat doet geen recht aan de werkelijkheid, en belemmert effectieve bescherming van slachtoffers. 25.

Wees waakzaam rond economische (on)afhankelijkheid

Hoewel economische zelfstandigheid een belangrijk beleidsdoel is, dient financiële afhankelijkheid van vrouwen ook als risicofactor voor partnergeweld te worden herkend. Ook het proces waarin een vrouw (meer) gaat werken kan – als het de machtspositie van de partner aantast – een trigger voor geweld vormen. Gemeenten en professionals moeten dit spanningsveld onderkennen, risico’s leren herkennen en passende ondersteuning bieden. 26.

Ondersteun signalering van mensenhandel en opvang van slachtoffers

Professionals moeten mensenhandel actief leren signaleren via vrouwenopvang, hulpverleningsnetwerken of buurtteams. Gemeenten kunnen dit faciliteren door: • Lokale meldpunten op te zetten en samen te werken met ambassades en consulaire diensten; • Juridische en psychosociale ondersteuning aan te bieden aan vrouwen die zich na jaren van dwang weten te bevrijden; • De doelgroep op te nemen in gemeentelijke beleidsstukken over opvang, nazorg en re-integratie; • Lokale voorlichtingscampagnes over verborgen mensenhandel zoals huwelijksdwang te ondersteunen. 27.

Monitor en evalueer preventieve en signalerende interventies

Voer structurele evaluaties uit van gemeentelijke maatregelen, in samenwerking met maatschappelijke partners en vertegenwoordigers van de doelgroep. De uitkomsten kunnen dienen als input voor het verbeteren van beleid en aanpak.

https://centrumveiligesport.nl/professionals/gemeenten

11

Toegankelijke hulp voor slachtoffers en het voorkomen van recidive 28.

Verlaag de drempels om melding te doen

Veel vrouwen melden partnergeweld niet, uit angst voor gevolgen of gebrek aan vertrouwen in hulpverleners. Gemeenten moeten actief onderzoeken wat slachtoffers en betrokkenen belemmert en daar iets aan doen. Training van professionals, inzetten van ervaringsdeskundigen, goede samenwerking met politie en Veilig Thuis, en het structureel uitvragen naar geweld bij hulpvragen kunnen meldingen veiliger en laagdrempeliger maken. Alleen als vrouwen zich gehoord en beschermd voelen, kunnen zij stappen zetten naar veiligheid. 29.

Zorg dat het hulpnetwerk vindbaar is voor alle slachtoffers

Zorg dat het netwerk van hulporganisaties en ondersteuningsmogelijkheden goed vindbaar is voor slachtoffers, ook voor mensen die niet (goed) kunnen lezen of schrijven en voor mensen die de Nederlandse taal niet machtig zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor hulplijnen, informatiekanalen en hulpaanbod. Toegankelijke communicatie in eenvoudige taal, meertalige informatie en laagdrempelige contactmogelijkheden zijn essentieel om iedereen te bereiken. 30.

Help pleiten voor een nationale centrale hulplijn voor alle soorten geweld

Er zijn momenteel tientallen hulplijnen en instanties waar slachtoffers van gendergerelateerd geweld terecht kunnen. De bekendste hiervan zijn 0800-2000 van Veilig Thuis, voor geweld achter de voordeur, en 0800-0188 van het Centrum Seksueel Geweld. Dit naast 112 en 0900-8844 om de politie te bellen en 0900-0101 voor Slachtofferhulp. Daarnaast zijn er meldpunten voor allerlei soorten geweld of doelgroepen, zoals geweld in de kerk, bij sportclubs, voor expats, etc. Voor slachtoffers is dit vaak een onoverzichtelijk woud aan meldpunten, waarbij het vaak niet helder is waar ze moeten zijn. Er moet een simpel centraal telefoonnummer ingesteld worden dat altijd bereikbaar is, en waar vanuit slachtoffers altijd warm doorverwezen of doorgeschakeld worden naar de organisatie waar zij de juiste hulp kunnen krijgen. Daarbij is het belangrijk dat ook vluchtelingen die slachtoffer 12

zijn van seksueel/fysiek geweld passende hulp kunnen krijgen als ze in Nederland aankomen of verblijven. Hoewel gemeenten hier niet rechtstreeks over kunnen beslissen, is hun stem van groot belang in het pleiten voor een centrale hulplijn, bijvoorbeeld in VNG-verband. 31.

Stimuleer lokale en regionale media om altijd informatie over hulplijnen te plaatsen bij artikelen en programma’s waarin gendergerelateerd geweld een rol speelt

Als er in een artikel in de media of in een programma op TV sprake is van zelfmoord (dan wel een geval van zelfmoord, iemand met gedachten aan zelfmoord of een fictioneel karakter dat zelfmoord pleegt of daaraan denkt) verschijnt er altijd een standaard bericht aan het eind van het programma of artikel: “Denk jij aan zelfdoding? Neem 24/7 gratis en anoniem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 08000113 of chat op 113.nl.” Het is eigenlijk vreemd dat dit niet bestaat voor gendergerelateerd geweld, waar 45% van alleen al de vrouwen en meisjes in Nederland mee te maken krijgt in haar leven. Er zijn vele programma’s op tv en artikelen in de media waarin gendergerelateerd geweld, zoals verkrachting, aanranding, intimidatie en femicide, aan de orde komt. Maar als mensen zichzelf herkennen hierin wordt geen informatie geboden om hierover te praten met een hulplijn. Gemeenten kunnen de handen ineenslaan met lokale en regionale media om een standaardbericht op te nemen bij alle uitingen waarin gendergerelateerd geweld voorkomt, bijvoorbeeld: “Maak jij geweld mee, heb je geweld meegemaakt, of vermoed je dit in je omgeving? Neem 24/7 gratis en anoniem contact op met Veilig Thuis, via telefoonnummer 0800-2000 of online chat”. 32.

Zorg voor voldoende veilige opvangplaatsen voor vrouwen

Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om voldoende veilige opvang te bieden aan vrouwen die slachtoffer zijn van partnergeweld. De recente landelijke monitor laat zien dat er op dit moment een tekort is aan opvangplekken, waardoor vrou-

wen in nood gevaar lopen. Gemeenten moeten hun opvangcapaciteit evalueren en uitbreiden waar nodig. Ook structurele financiering en spreiding van opvangplekken over de regio zijn van belang. Zie ook: Landelijke monitor veilige opvang – Valente 33.

Zorg voor passende opvangplekken

Zorg voor genoeg (passende, gemakkelijk bereikbare) opvangplaatsen voor slachtoffers van geweld achter de voordeur en hun kinderen, met een dekkend netwerk in het hele land, waarbij vrouwen zelf een keuze kunnen maken om dichtbij de eigen woonplaats opgevangen te worden (bijvoorbeeld in verband met school van de kinderen of een sociaal netwerk in de buurt) of juist verder van de eigen woonplaats vandaan (bijvoorbeeld om veiligheidsredenen). 34.

Zorg voor adequate bescherming van slachtoffers

Voor vrouwen die slachtoffer zijn of dreigen te worden van gendergerelateerd geweld is de toegang tot beschermingsmaatregelen van levensbelang. Internationale mensenrechtenverdragen verplichten de overheid tot het inrichten van een effectief stelsel van beschermingsmaatregelen, onder meer gericht op het afwenden van acute dreiging, voorkomen van (herhaald) slachtofferschap en ondersteuning en herstel van slachtoffers. Dit geldt bijvoorbeeld voor situaties van partnergeweld, geweld achter de voordeur, stalking, psychisch geweld maar ook cybergeweld. In bepaalde situaties is de overheid verplicht om aanvullende, individuele maatregelen te nemen om het leven van een persoon te beschermen. Dat is het geval wanneer de overheid weet, of behoort te weten, dat er reële en concrete dreigingen zijn ten aanzien van het leven of de lichamelijke integriteit van die persoon. Laat de overheid in een situatie van concrete dreiging na om (voldoende passende) maatregelen te nemen, dan schendt zij de positieve verplichting die op haar rust om het recht op leven te beschermen. Een integraal onderdeel van deze positieve verplichting is dat betrokken instanties, zoals de politie of hulporganisaties, een adequate risico-inschatting maken en hun respons daarop baseren. 13

35. Zorg voor traumahulp voor slachtoffers Kinderen en volwassenen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld of kindermishandeling kampen vaak met trauma-gerelateerde klachten. Het aanbieden van traumascreening en – behandeling in een vroegtijdig stadium is essentieel om de spiraal van geweld en de intergenerationele overdracht te doorbreken. Het expertiseplatform De Drakentemmers biedt o.a. trainingen voor zowel professionals in de hulpverlening als behandelaren.3 36.

duidelijke normstelling nodig, hetgeen ook van belang is voor slachtoffers. Er zijn effectieve interventies beschikbaar om herhaling van seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen en effectief bijdragen aan gezond seksueel gedrag, zoals counseling en gedragsinterventies. Plegers kunnen daarin leren verantwoordelijkheid te nemen voor hun daden, en positieve verandering in hun gedrag teweegbrengen, wat uiteindelijk kan bijdragen aan het voorkomen van geweld. Deze interventies worden nog onvoldoende benut.

Optimaliseer informatie-uitwisseling tussen hulpinstanties waar nodig

Optimaliseer de onderlinge informatie-uitwisseling tussen hulpinstanties om efficiënte en effectieve hulpverlening aan slachtoffers van geweld achter de voordeur te waarborgen. Dit omvat het overwinnen van obstakels, zoals privacywetgeving, en het bevorderen van samenwerking en informatie delen om snel en passend te kunnen reageren op de behoeften van slachtoffers. Het optimaliseren van de onderlinge informatie-uitwisseling tussen hulpinstanties is van essentieel belang om de veiligheid en het welzijn van slachtoffers van geweld achter de voordeur te waarborgen. Het delen van relevante informatie stelt hulpverleners in staat om snel en adequaat te reageren, waardoor de kans op verdere escalatie van geweld, inclusief femicide, wordt verminderd. 37.

Zorg voor kennis, samenwerking en voldoende hulp aan plegers

Huiselijk geweld herhaalt zich vaak van generatie op generatie. Om deze intergenerationele overdracht te doorbreken is een systeemgerichte benadering nodig; het bieden van toegang tot ondersteuning en hulpbronnen voor plegers van geweld is een belangrijke stap in het doorbreken van de cyclus van geweld. Hulp aan plegers is daarbij een belangrijk onderdeel. Het aanbod hulp voor plegers, met name laagdrempelige hulp op vrijwillige basis, bijvoorbeeld door een supportgroep, schiet op dit moment nog tekort. Investeer in kennis en samenwerking (ook straf/zorg) op het gebied van plegers om het geweld duurzaam te stoppen. Voor de aanpak van plegers is een

3

14

www.drakentemmers.nl

15

Specifieke aanpak voor verschillende soorten geweld en doelgroepen 38.

Ontwikkel inclusief beleid dat rekening houdt met intersectionaliteit

Gendergerelateerd geweld kent vele vormen en uitingswijzen en treft mensen verschillend, afhankelijk van factoren zoals etniciteit, seksuele oriëntatie, beperking en sociaaleconomische status. Interventies moeten hierop worden afgestemd om niemand uit te sluiten. Daarom is het belangrijk om doelgroepgerichte maatregelen te ontwikkelen waarin intersectionaliteit expliciet wordt meegenomen. 39.

Pak online gendergerelateerd geweld aan

Online gendergerelateerd geweld komt steeds vaker voor maar ontbeert nog een structurele aanpak in Nederland. Ook zijn bijvoorbeeld politiediensten nog niet voldoende toegerust om meldingen van geweld in cyberspace te behandelen. De aanbevelingen die in 2023 bij de Convention on the Status of Women van de VN werden gedaan kunnen richting geven aan een aanpak om cybergeweld te bestrijden. 4 Onder andere is het van belang om de digitale genderkloof te dichten. De organisatie SafetyNed ondersteunt slachtoffers, hulpverleners, politie en justitie en geeft voorlichting over de digitale dimensie van geweld tegen vrouwen, en kan adviseren over een effectieve aanpak.5 40.

Besteed specifieke aandacht aan het bestrijden van geweld tegen LHBTI+ personen

Neem acties tegen geweld tegen LHBTI+ personen op in plannen om geweld te bestrijden, waarin ook acties die expliciet gericht zijn op het aanpakken van gendergerelateerd geweld waar vooral transgender personen en biseksuele en lesbische vrouwen het slachtoffer van worden zijn opgenomen. Pak daarin ook het taboe op praten over seksueel geweld en grensoverschrijdend gedrag onder homoseksuele mannen aan.

41.

Zorg voor transgendersensitiviteit bij zorg- en hulpverleners

Uit onderzoek blijkt dat transgender personen veel vaker slachtoffer worden van geweld achter de voordeur en dat adequate hulpverlening ontbreekt. Transgender hulpvragers blijven vaak dubbel onzichtbaar: in de huiselijk geweld-keten blijft de mogelijke rol van transgenderthematiek onzichtbaar, en in de transgenderzorg, -belangenbehartiging en zelforganisaties blijft huiselijk geweld vaak onzichtbaar. Er is onder andere meer (trans) gendersensitiviteit bij zorg- en hulpverleners (huisartsen, politie, opvang, OM enz) nodig. Ook moeten er meer afstemming tussen organisaties, kennis van transgenderthematiek in de huiselijk geweldketen, en aandacht voor (herkennen van) huiselijk geweld in de transgenderzorg komen. 6 Vrouwen met een onzekere of afhankelijke verblijfsstatus lopen extra risico op partnergeweld, maar vallen vaak buiten de reguliere hulpverlening. In acute situaties kunnen zij soms terecht in de opvang, maar daarna houdt de ondersteuning vaak op. Gemeenten moeten binnen hun Wmobeleid zorgen dat ook niet-rechthebbende vrouwen toegang hebben tot informatie, advies en ambulante hulp. Onveiligheid stopt immers niet bij het ontbreken van formeel recht op zorg. 42.

Waarborg toegang tot hulp voor vrouwen met een onzekere verblijfsstatus

Vrouwen met een onzekere of afhankelijke verblijfsstatus lopen extra risico op partnergeweld, maar vallen vaak buiten de reguliere hulpverlening. In acute situaties kunnen zij soms terecht in de opvang, maar daarna houdt de ondersteuning vaak op. Gemeenten moeten binnen hun Wmobeleid zorgen dat ook niet-rechthebbende vrouwen toegang hebben tot informatie, advies en ambulante hulp. Onveiligheid stopt immers niet bij het ontbreken van formeel recht op zorg.

4 https://prod-cdn.atria.nl/wp-content/uploads/2023/01/25181135/CSW67-Aanbevelingen-maatschappelijk-middenveld_defv2.pdf 5

16

https://safetyned.org/

Voorbeelden van integrale aanpak van gendergerelateerd geweld 43.

Ontwikkel en implementeer een integrale aanpak tegen straatintimidatie

Ontwikkel een gerichte aanpak tegen straatintimidatie die zich richt op het veranderen van de sociale norm binnen de gemeente. Dit betekent dat er actief wordt ingezet op omstanderinterventies, waarbij inwoners worden getraind en gestimuleerd om op een veilige en effectieve manier in te grijpen bij intimidatie in de openbare ruimte. Daarnaast zijn educatieve campagnes en voorlichtingsprogramma’s essentieel om respectvolle omgangsvormen te bevorderen en patronen die straatintimidatie in stand houden te doorbreken. Jongerenwerk en scholen spelen hierbij een belangrijke rol, omdat zij jongeren kunnen bereiken en ondersteunen bij het vormen van positieve sociale normen rondom grenzen en gewenst gedrag. Ook de inrichting van de openbare ruimte vraagt bijzondere aandacht, omdat meiden en vrouwen veiligheid anders ervaren dan mannen en jongens. Een goed ontworpen, toegankelijke en goed verlichte omgeving draagt bij aan het veiligheidsgevoel van alle inwoners. Het betrekken van bewoners en belangenorganisaties bij het vormgeven van deze ruimtes zorgt ervoor dat diverse ervaringen worden meegenomen. De horeca is een belangrijke plek waar veel seksuele intimidatie voorkomt. Samenwerking met horecaondernemers is daarom van belang om personeel te trainen in het herkennen en voorkomen van intimidatie, en om duidelijke gedragsregels en verwijzingen naar hulp aan te bieden.

Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) vervullen een belangrijke rol in het signaleren en aanpakken van straatintimidatie. Zij zijn vaak de eersten die incidenten in de openbare ruimte waarnemen en kunnen bijdragen aan preventie en ondersteuning van slachtoffers. Daarom verdienen boa’s gerichte training om seksuele intimidatie te herkennen en adequaat te reageren, met als doel de veiligheid en het vertrouwen van bewoners te vergroten.

6 https://atria.nl/nieuws-publicaties/beeldvorming-stereotypering/hulp-aan-transgender-slachtoffers-van-huiselijk-geweld-schiet-tekort/

17

Data en onderzoek De aanpak moet intersectioneel zijn en aandacht hebben voor de diverse manieren waarop straatintimidatie mensen uit verschillende groepen treft, zoals lhbtiqa+ personen, mensen met zichtbare geloofsuitingen, etnische minderheden en mensen met een beperking. Het betrekken van organisaties die deze groepen vertegenwoordigen is essentieel om te zorgen dat interventies aansluiten bij hun specifieke ervaringen en behoeften.

regionale zorgcoördinator en de ketenregisseur, zodat preventie, casuïstiek en nazorg goed kunnen worden gecoördineerd.

Tot slot is het belangrijk dat de aanpak continu wordt gemonitord en geëvalueerd. Door feedback van slachtoffers, omstanders en betrokken partijen te verzamelen, kan de effectiviteit van de maatregelen worden beoordeeld en waar nodig worden bijgesteld. Op die manier kan de sociale norm binnen de gemeente daadwerkelijk veranderen en wordt straatintimidatie op de lange termijn effectief teruggedrongen.

Tot slot: borg goede opvang en passende hulpverlening voor slachtoffers, met aandacht voor veilige opvangplekken, maatwerktrajecten, casemanagement en zorgcoördinatie. Slachtoffers durven zich vaak pas te melden als ze erop kunnen vertrouwen dat zij goed worden opgevangen en beschermd. Zet daarom ook stevig in op preventie bij risicogroepen, zoals

44.

Ontwikkel en implementeer een integrale gemeentelijke aanpak tegen mensenhandel

Zorg dat de gemeente beschikt over een samenhangend beleidsplan voor de aanpak van mensenhandel, waarin zowel preventie, signalering, opvang als handhaving zijn opgenomen. Dit plan richt zich op het voorkomen en bestrijden van seksuele, criminele en arbeidsuitbuiting – vormen van mensenhandel die vaak meisjes en vrouwen treffen en gepaard gaan met fysiek en psychisch geweld. Investeer in de bewustwording en deskundigheid van gemeentelijke medewerkers door structurele trainingen en e-learnings (zoals die van het CCV) aan te bieden. Integreer het thema mensenhandel in bestaande opleidingsprogramma’s, zoals de meldcode huiselijk geweld, en gebruik toegankelijke voorlichtingsmaterialen (bijvoorbeeld via Kijkopmensenhandel.nl of de CoMensha Academy). Zorg daarnaast voor een duidelijke, laagdrempelige en intern bekendgemaakte meldstructuur, zodat signalen van mensenhandel veilig gemeld kunnen worden. Maak voldoende capaciteit vrij voor sleutelfunctionarissen zoals de lokale aandachtsfunctionaris mensenhandel, de

18

Voer proactieve en reactieve controles uit in risicosectoren zoals de horeca, recreatie, en particuliere verblijfsaccommodaties. Werk daarbij samen met partners uit de sector, bijvoorbeeld via initiatieven zoals het No Room for Sex Traffickingprogramma.

jongeren en meisjes, via weerbaarheidstrainingen, voorlichting op scholen, betrokkenheid van ouders en samenwerking met jongerenwerk, sportclubs en wijkteams. 45.

Verzamel en gebruik genderspecifieke data

Zonder inzicht in de specifieke situatie van vrouwen en mannen blijft beleid vaak te algemeen. Genderspecifieke gegevens, zoals verschillen in slachtofferschap, ernst van geweld en gevolgen (zoals werkverlies of dakloosheid), zijn essentieel voor een goede probleemanalyse, het opstellen van effectief beleid en het evalueren van resultaten. Gemeenten moeten actief sturen op het verzamelen en gebruiken van deze gegevens – bijvoorbeeld in samenwerking met Veilig Thuis of het CBS. Ook zouden aan de Veiligheidsmonitor kernvragen rond gendergerelateerd geweld toegevoegd kunnen worden. 46.

Verbeter de dataverzameling over gendergerelateerd geweld

Een systematische en gedegen dataverzameling en -analyse is onmisbaar om inzicht te krijgen in de aard en omvang van gendergerelateerd geweld. Dit vormt de basis voor onderbouwd beleid, maakt het mogelijk om trends te volgen en interventies bij te sturen waar nodig. In Nederland is er nog veel ruimte voor verbetering op dit gebied. Internationale mensenrechtenorganen hebben herhaaldelijk gewezen op het ontbreken van betrouwbare, systematisch verzamelde data van instanties zoals Veilig Thuis, de politie, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak. Er is behoefte aan een uniforme en consistente registratie van gendergerelateerd geweld, waarbij standaard wordt vastgelegd: • het geslacht van pleger en slachtoffer • het type geweld • de aard van de relatie tussen pleger en slachtoffer Zonder deze gegevens blijft het probleem deels onzichtbaar en kunnen structurele patronen onvoldoende worden blootgelegd.

19

47.

Verzamel contextuele gegevens over gendergerelateerd geweld

Om patronen en risicofactoren beter te kunnen identificeren, is het noodzakelijk om ook contextuele gegevens te verzamelen over incidenten, slachtoffers, plegers en de sociale, culturele en economische omstandigheden waarin geweld plaatsvindt. Dit stelt beleidsmakers in staat om interventies beter af te stemmen op de werkelijkheid en om preventieve strategieën te ontwikkelen die recht doen aan de complexiteit van het probleem. Een goed voorbeeld is Spanje, waar femicide op gedifferentieerde wijze wordt geregistreerd, wat waardevolle inzichten oplevert voor beleid en preventie.7 48.

Combineer verschillende onderzoeksmethoden: maak het onzichtbare zichtbaar

Data over gendergerelateerd geweld is vaak onvolledig, onderschat of gekleurd door structurele biases. Daarom is een mixed-method aanpak essentieel. Alleen door verschillende onderzoeksmethoden te combineren, kunnen zowel zichtbare als minder zichtbare vormen van geweld en ongelijkheid in kaart worden gebracht. Mogelijke bronnen en methodes: • Kwalitatief onderzoek: interviews, oral histories, focusgroepen • Kwantitatief onderzoek: surveys, officiële statistieken, longitudinale databronnen • Praktijkdata: registraties bij ziekenhuizen, politie, Veilig Thuis, meldpunten • Digitale bronnen: media-analyse van kranten, online platforms en sociale media 49.

Onderzoek de structurele oorzaken van gendergerelateerd geweld

Naast het verzamelen van data over incidenten is het belangrijk om de diepgewortelde oorzaken

7 https://eige.europa.eu/publications-resources/publications/ measuring-femicide-spain

20

van gendergerelateerd geweld te onderzoeken. Deze liggen vaak op het snijvlak van historische, sociale, economische en politieke factoren en zijn niet eenvoudig meetbaar. Denk aan patriarchale familiepatronen, culturele normen en sociaaleconomische afhankelijkheid. Zulke structuren functioneren vaak als ‘black boxes’: moeilijk te doorgronden systemen die zich over lange tijd hebben gevormd. Om deze complexiteit te doorgronden is een interdisciplinaire en transdisciplinaire aanpak noodzakelijk. Alleen door kennis uit verschillende wetenschappelijke domeinen te integreren, kunnen effectieve, preventieve én structurele beleidsmaatregelen worden ontwikkeld. Samenwerking met kennisinstellingen is hierbij van groot belang. De Universiteit Utrecht biedt hiervoor relevante expertise, onder meer via de volgende onderzoekshubs binnen het programma Institutions for Open Societies: • Bottom-up Initiatives for Societal Change – www.uu.nl/en/research/institutions-for-open-societies/bottom-up-initiatives-for-societal-change • Gender, Diversity and Global Justice – www. uu.nl/en/research/institutions-for-open-societies/gender-diversity-and-global-justice Gemeenten verschillen onderling in demografische samenstelling, sociaal-economische positie van inwoners en tal van andere factoren die een rol spelen.

Met gedegen onderzoek kan de gemeente meer informatie vergaren over wat juist bij hen de belangrijkste oorzaken van gendergerelateerd geweld zijn, en welke doelgroepen daar met name mee te maken krijgen. Met gemeentespecifieke data kan beleid voor preventie en aanpak van gendergerelateerd geweld effectief ingezet worden.

Deze inventarisatie van actiepunten is samengesteld door UN Women Nederland, ter gelegenheid van de Orange the World campagne van de Verenigde Naties tegen geweld tegen vrouwen en meisjes in 2025. Voor meer informatie, neem contact op met UN Women Nederland via orange@unwomen.nl of contact@unwomen.nl. De Orange the World campagne wordt in Nederland gecoördineerd door UN Women Nederland in nauwe samenwerking met de Unie van Soroptimistclubs en Zonta Nederland, met als officiële samenwerkingspartners Inner Wheel, VVAO, YWCA, Vrouwen van Nu, Veilig Thuis en Plan International. 21

Orange the World

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16247677/1