CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 ontwerpbestemmingsplan incl. bijlagen Margrietstraat 2 Gr v Egmondstraat 46-48

Besluitvormende raad 17 september 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Ontwikkeling Thomaskerk aan de Margrietstraat 2 en Graaf van Egmondstraat 79 te Oud-Beijerland in combinatie met HW Wonen21.950 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vanaf najaar 2022 is over het plan voor de herontwikkeling van het plangebied is en wordt op diverse momenten overleg gevoerd met omwonenden. Deze sessies zijn als volgt te karakteriseren: Sessie 1: informatie ophalen van omwonenden + aangeven belangen van HW Wonen. Uitleg proces (trechteren tot DO) Sessie 2: workshop-achtige setting waarbij we eerst teruggeven hoe we de bewonersinfo hebben verwerkt en vervolgens kijken hoe de reactie is daarop. Sessie 3: workshop-achtige setting waarbij we de input uit sessie 2 vertaald hebben. We werken toe naar het afronden van het VO en presenteren dat aan de omwonenden. IN deze sessie willen we met een landschapsontwerper én de omwonenden de basis leggen voor het inrichtingsplan en het openbaar gebied. Sessie 4: sessie waarbij we de stavaza aangeven: einde van DO: ontwerp dat min of meer in die vorm ingediend gaat worden. Laatste input van bewoners mogelijk: niet zeker is of dat nog meegenomen kan worden. Wat betreft het inrichtingsplan, geven we aan wat we uit de vorige sessie hebben meegenomen en werken, opnieuw samen met de aanwezigen, dit verder en gedetailleerder uit. De eerste 2 sessies zijn al geweest. Een verslag ervan is opgenomen in de bijlage en is ook verstuurd aan de omwonenden. De uitkomst van volgende sessies wordt nog te zijner tijd nog toegevoegd aan deze toelichting.

De participatie heeft geleid tot het aanbrengen van diverse aanpassingen aan het woongebouw, en aan de vormgeving van het groen en het parkeerterrein bij het woongebouw.

34

7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro/zienswijzen 7.1 Vooroverleg Het bevoegd gezag dient bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit overleg te plegen met diverse betrokken instanties. In dit kader zijn de ontvangen reacties op het vooroverleg met de vaste overlegpartners opgenomen in de Nota zienswijzen en overlegreacties.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegd. Tijdens de bestemmingsplanprocedure wordt de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Die worden meegewogen bij de beslissing over de vaststelling van het bestemmingsplan. De ontvangen zienswijzen zullen worden samengevat en beantwoord en onderdeel zijn van een Nota zienswijzen en overlegreacties, die als bijlage wordt opgenomen.

35

Bestemmingsplan ´ Margrietstraat 2 Oud-Beijerland’, gemeente Hoeksche Waard Regels

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Artikel 4 Verkeer – Verblijfsgebied Artikel 5 Wonen Artikel 6 – Waarde Archeologie 4 Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelbepaling Artikel 9 Algemene bouwregels Artikel 10 Algemene gebruiksregels Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Artikel 12 Algemene wijzigingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel

Ontwerp: juli 2023

1

HOOFDSTUK 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan ´Margrietstraat 2/Graaf Egmondstraat 46-48 Oud-Beijerland´ met identificatienummer NL.IMRO.1963.BPMargrstr2OBL23-ON01 van de gemeente Hoeksche Waard. 1.2 bestemmingsplan de geometrische bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aan- en uitbouw: een uitbreiding van het hoofdgebouw die, wat afmetingen betreft, ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw. 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit: een beroeps- of bedrijfsactiviteit uitgeoefend door de hoofdbewoner, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publiekstrekkend zijn en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie.

1.7 achtergevelbouwgrens: de achterste grens van een bouwvlak, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georienteerd. 1.8 achtergevelrooilijn: de denkbeeldige lijn die buitenwerks strak loopt langs de achtergevel van een gebouw, exclusief de aan- en uitbouwen aan deze gevel, tot aan de perceelsgrenzen. 1.9 antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.10 antennedrager: 2

antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.11 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.12 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak of bouwperceel uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden. 1.13 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.14 bestaand(e situatie): a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd dan wel nadien kan worden gebouwd, krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime. 1.15 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.16 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.17 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, met een aan dat hoofdgebouw ondergeschikte functie. 1.18 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.19 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.20 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

3

1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.22 bouwperceelsgrens: een grens van een bouwperceel. 1.23 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.25 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.26 coffeeshop: een bedrijf dat gericht is op het verstrekken van softdrugs. 1.27 dakterras: een dak of deel van een dak (daaronder inbegrepen dakterrasafscheidingen) dat rechtstreeks vanuit het gebouw of door middel van een vaste trap toegankelijk is en dat omgeven is door een vloerafscheiding. 1.28 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt. 1.29 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé.

1.30 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voorzover dit bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt. 1.31 erfbebouwing: de bij een hoofdgebouw behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. 1.32 evenement: evenement, voor zover deze ruimtelijk relevant is, dat wil zeggen meerdaags en regelmatig terugkerend van aard is.

4

1.33 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.34 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.35 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.36 overig dienstverlenend bedrijf/dienstverlenende voorziening: een dienstverlenend bedrijf of dienstverlenende voorziening dat/die geen kantoor is. 1.37 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.38 peil: • voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; • voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van aansluitende, afgewerkte terrein bij voltooiing van de bouw; • indien wordt gebouwd in of aan een dijk, waterkering of in gebieden waar het peil op een perceel een verhang kent van meer dan 1 m: o 1.

indien de hoofdtoegang van het bouwwerk aan de weg grenst: de hoogte van de weg, waarbij dit peil zich uitstrekt tot een zone van ten hoogste 3 m achter de achtergevelbouwgrens van een op bedoeld perceel aangegeven bouwvlak, mits het een aanbouw aan het hoofdgebouw betreft; o 2. indien de hoofdtoegang van bouwwerk niet aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein; o 3. voor vrijstaande bijgebouwen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein; • indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of ander plaatselijk aan te houden waterpeil). Een en ander voor zover in deze regels niet anders is bepaald. 1.39 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen: a. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; b. een seksbioscoop of sekstheater; 5

c. een seksautomatenhal; d. een seksclub of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel.

1.40 staat van bedrijfsactiviteiten: een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan deel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen. 1.41 voorgevel: de naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel van een gebouw, op 1 m boven peil, of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevels, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt op basis van bijvoorbeeld specifieke (omgevings)kenmerken, zoals de aanwezigheid van de hoofdentree van de woning, of vanuit stedenbouwkundig oogpunt kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.42 voorgevelrooilijn: denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel van een bouwwerk loopt tot aan de perceelsgrenzen. 1.43 weg: een voor openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende parkeerterreinen. 1.44 woning: een complex van ruimten van, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Hieronder vallen tevens bijzondere woonvormen zoals begeleid wonen door (licht-)verstandelijke gehandicapten en ex-psychiatrische patiënten.

6

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse bouwperceelsgrens: tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk waar die afstand het kortst is. 2.2 de bedrijfsvloeroppervlakte: binnenwerks op de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.7 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.9 de oppervlakte van een overkapping: tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. 2.10 ondergeschikte bouwdelen: Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, dakkapellen, en overstekende daken en bouwlagen en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bouwonderdelen, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen en -hoogten niet meer dan 2,5 m bedraagt.

7

HOOFDSTUK 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. paden; d. speelvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden geldt dat er geen gebouwen mogen worden gebouwd. 3.2.2 Overige bouwwerken Ten aanzien van de in lid 3.2 bedoelde gronden geldt dat de bouwhoogte van overige bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor lichtmasten niet meer mag bedragen dan 6 m. 3.2.3 Bestaande bouwwerken Bouwwerken, welke niet voldoen aan het bepaalde in de leden 3.2.1 t/m 3.2.2, zijn toegestaan voor zover deze rechtsgeldig zijn gebouwd of een rechtsgeldige bouwtitel hebben op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. De bestaande, afwijkende maatvoering geldt dan als maximale maatvoering.

8

Artikel 4 Verkeer – Verblijfsgebied 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 De voor Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonstraten, paden; b. voet- en rijwielpaden; met de daarbij behorende: c. parkeervoorzieningen; d. waterhuishoudkundige voorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden geldt dat geen gebouwen mogen worden gebouwd. 4.2.2 Overige bouwwerken Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden voor overige bouwwerken de volgende bouwregels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m. 4.2.3 Bestaande bouwwerken Bouwwerken, welke niet voldoen aan het bepaalde in de leden 4.2.1 en 4.2.2 zijn toegestaan voor zover deze rechtsgeldig zijn gebouwd of een rechtsgeldige bouwtitel hebben op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. De bestaande, afwijkende maatvoering geldt dan als maximale maatvoering. 4.3 Specifieke gebruiksregels 1. Onverminderd het bepaalde in lid 4.1 is het gebruik van de daar bedoelde gronden voor evenementen in strijd met het plan; 2. Onverminderd het bepaalde in lid 4.1 is het gebruik van de daar bedoelde gronden voor standplaatsen in strijd met het plan. 4.4 Afwijken van de gebruiksregels 1.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.3 voor het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van evenementen, onder de voorwaarde dat geen onnodige overlast voor omwonenden ontstaat. Het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement worden mede hieronder begrepen; 2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.3 voor het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van standplaatsen, onder de voorwaarde dat geen onnodige overlast voor omwonenden ontstaat.

9

Artikel 5 Wonen 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen, waaronder mede begrepen gastouderopvang; c. maatschappelijke functies tot een maximum van 100 m2; met de daarbij behorende: d. tuinen en erven; e. wegen en paden; f. parkeervoorzieningen; g. verkeersvoorzieningen; h. waterhuishoudkundige voorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. nutsvoorzieningen. 5.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 5.1 bedoelde gronden gelden voor hoofdgebouwen de volgende bouwregels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd; b. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; c. het aantal woningen in het plangebied bedraagt ten hoogste 50; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan aangegeven; 5.3 Specifieke gebruiksregels 5.3.1 Ten aanzien van het gebruik geldt het bepaalde in lid 5.1. 5.3.2 Binnen de bestemming is de uitoefening van een beroep aan huis toegestaan, als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, met inachtneming van de volgende regels: a. de voor beroepsuitoefening te gebruiken vloeroppervlakte mag maximaal 30% per woning bedragen, tot een maximum van 45 m2; b. er mag geen onevenredige afbreuk aan de woonfunctie worden gedaan; c. detailhandel en horeca zijn niet toegestaan; d.

er mag geen milieu- of verkeershinder ontstaan; e. er mag geen gebruik worden gemaakt van reclame-uitingen; f. het beroep moet worden uitgeoefend door de bewoner van het betreffende perceel. 5.3.3 Onverminderd het bepaalde in lid 5.1 is het gebruik van de daar bedoelde gronden voor een seksinrichting in strijd met het plan.

10

5.4 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 5.3.2 voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, met inachtneming van de volgende regels: a. de voor bedrijfsuitoefening te gebruiken vloeroppervlakte mag maximaal 30% per woning bedragen, tot een maximum van 75 m2; b. er mag geen onevenredige afbreuk aan de woonfunctie worden gedaan; c. detailhandel, anders dan productiegebonden detailhandel, en horeca zijn niet toegestaan; d. er mag geen milieu- of verkeershinder ontstaan; e. het beroep moet worden uitgeoefend door de bewoner van het betreffende perceel.

11

Artikel 6 Waarde – Archeologie 4 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden. 6.1.2 Voorrang van dubbelbestemming Indien de belangen van de in artikel 6 lid 1.1 bedoelde dubbelbestemming in strijd zijn met de belangen van een andere samenvallende dubbelbestemming, dan geldt de volgende rangorde: 1. Waterstaat/Waterstaat - Waterkering; 2. Leiding - Gas/Leiding - Brandstof; 3. Waarde - Archeologie 1/Waarde - Archeologie 2/Waarde - Archeologie 3/Waarde Archeologie 4/Waarde - Archeologie 5/Waarde - Ecologie/Waarde - Landschap/Leiding Water/Leiding - Riool.

6.2 Bouwregels Ten aanzien van de in artikel 6 lid 1.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen op de in artikel 6 lid 1.1 bedoelde gronden bouwwerken ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen worden gebouwd, mits: 1. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; of, 2. het bouwwerken betreffen die vergunningsvrij op basis van het Besluit omgevingsrecht (Bor) kunnen worden gebouwd; of, 3. het bouwwerken betreffen die niet dieper reiken dan 0,5 m onder het maaiveld; of, 4. een planomvang hebben kleiner dan 500 m2. 6.3 Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6 lid 2 sub a voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen, anders dan de bouwwerken zoals bedoeld in artikel 6 lid 2 sub b, met dien verstande dat: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarde van het gebied; of, 2. een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een omgevingsvergunning voor afwijken in redelijkheid niet kan worden geweigerd. b.

Bij de afweging van de omgevingsvergunning voor afwijken geven burgemeester en wethouders toepassing aan de volgende criteria: 1. de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen dient in het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de 12

aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. burgemeester en wethouders winnen alvorens de omgevingsvergunning voor afwijken te verlenen advies in bij een archeologisch deskundige; c. in afwijking van het bepaalde artikel 6 lid 3 sub a en artikel 6 lid 3 sub b kan de omgevingsvergunning voor afwijken worden verleend indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 6 lid 4 is verleend; het bepaalde in de andere daar voorkomende bestemmingen blijft onverminderd van toepassing. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Omgevingsvergunningplichtige werken Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in artikel 6 lid 1.1 de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, van burgemeester en wethouders: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodem verlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c. het uitvoeren van grondbewerkingen; d.

het aanbrengen van diepwortelende beplanting; e. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. het verhogen of verlagen van de grondwaterstand. 6.4.2 Uitzondering Het in artikel 6 lid 4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; b. het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen die gericht zijn op en noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het plan; c. het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van ondergeschikte betekenis zijn, zoals werken en werkzaamheden die niet dieper dan 0,5 m onder het maaiveld plaatsvinden en een omvang hebben kleiner dan 500 m2; d. het werken of werkzaamheden betreffen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.

13

6.4.3 Verlening omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6 lid 4.1 wordt slechts verleend indien is gebleken dat de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden in de gronden. 6.4.4 Regels omgevingsvergunning Voor zover de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

6.4.5 Rapportage In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 6.4.6 Advies archeologisch deskundige Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige. 6.4.7 Meldingsplicht Aangetroffen archeologische waarden dienen te worden gemeld aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders informeren vervolgens de Rijksdienst Voor Archeologisch, Cultuurlandschap en Monumenten in de provincie Zuid-Holland. 6.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen, in die zin dat: a. aan de gronden de bestemming Waarde - Archeologie 4 wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b.

aan de gronden de bestemming Waarde - Archeologie 4 wordt gewijzigd naar de bestemming Waarde - Archeologie 1, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse sprake is van een archeologische vindplaats; c. aan de gronden de bestemming Waarde - Archeologie 4 wordt gewijzigd naar de bestemming Waarde - Archeologie 2, Waarde - Archeologie 3 of Waarde - Archeologie 5, 14

indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er sprake is van een veranderde archeologische verwachtingswaarde; d. de maatvoering als bedoeld in artikel 6 lid 1 en artikel 6 lid 4.1 kan worden gewijzigd na vaststelling van het gemeentelijk archeologiebeleid.

15

HOOFDSTUK 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van bouwwerken, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de milieusituatie; f. de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 8.2 Parkeren 8.2.1 Voldoende parkeergelegenheid Het bouwen van een gebouw is alleen toelaatbaar, als wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 8.2.2 Normen Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of sprake is van voldoende parkeergelegenheid door inachtneming van de 'Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen', geldend vanaf 4 augustus 2021, of de rechtsopvolger daarvan. 8.2.3 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van de voorwaarde in lid 8.2.1 met inachtneming van het beleid voor afwijkingen zoals vastgelegd in de beleidsregel als bedoeld in lid 8.2.2 of de rechtsopvolger daarvan. 8.3 Antenne-installaties 8.3.1 Algemeen De oprichting van antenne-installaties en antennedragers is niet toegestaan.

8.3.2 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van lid 8.3.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het oprichten van antenne-installaties en antennedragers met in achtneming van het bepaalde in onderstaande (lid 8.3.2 en 8.3.4). 8.3.3 Algemene criteria a. Antenne-installaties en antennedragers dienen zoveel mogelijk aan het karakter van de directe omgeving te worden aangepast door gebruikmaking van bestaande bouwwerken, 16

zoals reclamemasten of –zuilen, hoogspanningsmasten, schoorstenen, windmolens en degelijke; b. Bij de plaatsbepaling binnen het plangebied en voor zover geen gebruik kan worden gemaakt van bestaande gebouwen en bouwwerken, dient plaatsing op de bedrijventerreinen en kantoorlocaties de voorkeur te krijgen; c. Aangetoond moet zijn dat de advieswaarden van de Gezondheidsraad voor blootstelling aan elektromagnetische velden ter plaatse van de objecten, waar zich gedurende langere tijd mensen bevinden, niet worden overschreden; d. Het aantal antennedragers mag niet meer zijn dan strikt noodzakelijk is voor de realisering van een adequaat netwerk met voldoende capaciteit. Bij het bepalen van het strikt noodzakelijke aantal antennedragers wordt het principe van site-sharing gehanteerd; e. Bij de plaatsing van antenne-installaties en antennedragers dient het beginsel van sitesharing te worden gehanteerd tenzij dit, blijkens een voldoende onderbouwde motivering, technisch niet mogelijk is of in redelijkheid niet kan worden verlangd. 8.3.4 Bouwregels a. antenne-installaties kleiner dan 5 m en voor het overige niet voldoen aan het bepaalde in artikel 2 lid 15 onder b van Bijlage II uit het Besluit omgevingsrecht zijn niet toegestaan; b. en antenne-installatie mag uitsluitend worden geplaatst op gebouwen hoger dan 12 m; c.

ten aanzien van de plaatsing van een antennedrager op het dak van een gebouw geldt het volgende: 1. deze dient bij een op het dak aanwezig object te worden geplaatst; 2. in het midden van het dak te worden geplaatst, of, 3. elders op het dak, mits de afstand tot de voorgevellijn minimaal 2 m bedraagt; d. een antennedrager, welke meer dan 5 m hoog is en niet op een gebouw is geplaatst, mis niet toegestaan; e. de afstand tussen twee woongebouwen waarop één of meerdere antenne-installaties zijn geplaatst dient minimaal 300 m te bedragen; f. de bedrading van de antenne-installatie dient inpandig, in of direct langs de antennedrager te worden aangebracht dan wel in een kabelgoot, mits deze kabelgoot ten minste 1 m achter de voorgevellijn is geplaatst; g. per gebouw mogen ten hoogste drie antennedragers worden geplaatst en/of maximaal zes antenne-installaties; h. antenne-installaties mogen niet op bouwwerken met specifieke bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument 1' of specifieke bouwaanduiding - monument 2' worden geplaatst; i. de afstand van een antennedrager welke meer dan 5 m hoog is, inclusief de daarop geplaatste antennes, tot een woning of een monumentaal pand dient minimaal 100 m te bedragen; j.

van het bepaalde onder f kan slechts worden afgeweken indien plaatsing op een locatie, als bedoeld f in redelijkheid niet kan worden verlangd in verband met het realiseren van een landelijk dekkend netwerk, mist de antennedrager landschappelijk wordt ingepast; k. antenne-installaties mogen niet worden opgericht in landschappelijk waardevol gebied of in kwetsbare natuurgebieden, tenzij gekoppeld aan bestaande hoogspanningsmasten, lichtmasten of andere bestaande verticale elementen; l. de maximaal toegestane hoogte van antenne-installaties is 40 m; 17

m. ten aanzien van de plaatsing van de techniekkast bij een antenne-installatie gelden de volgende bepalingen: 1. deze dient inpandig of ondergronds te worden geplaatst. Inpandige plaatsing is slechts mogelijk indien voldaan wordt aan de ten tijde van de indiening van de omgevingsvergunning voor het bouwen geldende advieswaarden van de Gezondheidsraad voor blootstelling aan elektromagnetische velden ter plaatse van objecten waar zich gedurende langere tijd mensen bevinden; 2. indien de techniekkast op een gebouw wordt geplaatst, dient deze niet groter te zijn dan 2 m2 en minimaal 1 m achter de dakrand te worden geplaatst.

Artikel 9 Algemene gebruiksregels Het is verboden de gronden en/of bouwwerken, zoals bedoeld in de in hoofdstuk 2 opgenomen regels, te gebruiken ten behoeve van: a. een seksinrichting; b. een coffeeshop.

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels 10.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van: a. de gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bouwregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bouwregels ten aanzien van de (bouw)hoogte van overige bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van de boverige bouwwerken wordt vergroot tot niet meer dan 10,00 m; d. de bouwregels ten aanzien van de (bouw)hoogte van overige bouwwerken en toestaan dat de hoogte van overige bouwwerken ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40,00 m; e. het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen, PV panelen en installaties mits: o 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 5 m2 bedraagt; o 2. de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt; f.

de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen en overige bouwwerken met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een goothoogte van niet meer dan 4 m (ten dienste van het openbaar nut), zoals schakelhuisjes, transformatorhuisjes, wachthuisjes, telefooncellen, muurtjes, standbeelden en straatmeubilair; g. het overschrijden van de aangeduide bouwgrenzen voor de bouw van bouwwerken van ondergeschikte aard zoals loggia's, erkers, keldertoegangen, dakoverstekken, luifels en balkons, die qua aard en afmetingen bij de bestemming passen tot maximaal 2,50 m in de richting van de weg, onverminderd het elders in deze regels bepaalde, indien de belangen 18

van derden niet onevenredig worden geschaad en het past binnen het stedenbouwkundig beeld van de omgeving. 10.2 Randvoorwaarden toepassing omgevingsvergunning voor afwijken Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan een omgevingsvergunning voor het afwijken mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de milieusituatie; d. de verkeersveiligheid; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Artikel 11 Algemene wijzigingsregels 11.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen indien de wijziging betrekking heeft op: a. de situering en de vorm van de aangegeven bouwvlakken in nieuwe bouwvlakken;

11.2 Randvoorwaarden toepassing wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan een wijziging mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de milieusituatie; d. de verkeersveiligheid; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

19

HOOFDSTUK 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken 12.1.1 Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 12.1.2 Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 12.1.1 omgevingsvergunning verlenen van lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 12.1.1 met maximaal 10%. 12.1.3 Lid 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik 12.2.1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

12.2.2 Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.2.3 Indien het gebruik, bedoeld in het lid 13.2.1 na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 12.2.4 Lid 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

20

Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ´Margrietstraat 2/Graaf Egmondstraat 46-48, Oud-Beijerland’ van de gemeente Hoeksche Waard.

21

D 4797

1

3

5

D 6575

G

55

D 6576

G

53

G

D 6577 51

D 5732

D 4648

D 6562 49

1

V-VB

47 45A-45F

D 3928

Plangebied 3

45

Margrietstraat 2 Oud-Bijerland Graaf van Egmonstraat 46-48 Oud-Beijerland

D 4649

Enkelbestemmingen

5

bv

D 4650

Groen

G

D 4684

W

43

D 6873

2

D 6608

V-VB

Verkeer - Verblijfsgebied

W

Wonen

7

41

D 6680 43A 9 39

Dubbelbestemmingen

D 6605

van Eg

mondst

raat

D 6606

D 6681

D 4383

G

35

Bouwvlakken

48 13

bouwvlak

6

G

10

D 6691 33

Maatvoeringen

6

D 6874 D 6690

Waarde - Archeologie 4

WR-A4

11

Graaf

37

maximum bouwhoogte (m)

6

Orchide

estraat

31

Verklaringen D 4684

D 6579

29

43

D 6873

41

D 6680 43A

tstraat

3929

39

37

topografische en kadastrale gegevens (BGT, BRK versie feb. 2023)

Margrie

D 6578 27

15

46

2

4

D 6564 25

17

6

D 7068 23

D 7069

19

WR-A4

21

G

GEMEENTE HOEKSCHE WAARD BESTEMMINGSPLAN Margrietstraat 2 / Graaf van Egmondstraat 46-48 Oud-Beijerland tek.

0609.357-B-01

blad

1 van 1

21

Ontwerp

V-VB

april 2023

23

schaal 1 : 500

D 6641

versie 1

D 6949 1

G

19

D 6925

gew.

3

26-04-2023

JK

5 7

get.

1

pmw.

13-02-2023

D 5990 17

D 5992

D 6924

t. 0180 - 61 31 44 4

Bijlagen bij bestemmingsplan ´ Margrietstraat 2 Oud-Beijerland’ -Verkennend bodemonderzoek Thomaskerk (DS Milieu Consult, 18 juli 2023, nr. 22.04.0662.V2) -Verkennend bodemonderzoek locatie Ark (DS Milieu Consult, augustus 2023) -Quick scan Wet natuurbescherming (Blom Ecologie, 2021) -Aanvullend ecologisch onderzoek (Blom Ecologie, 30 november 2021, nr. 21-397) -Archeologisch onderzoek (Transect, 16 januari 2023, nr. 22100004) -Akoestisch onderzoek (Kraaij akoestisch advies, 8 februari 2023, nr. VL.2266.R01) -AERIUS berekening stikstof (Ad Fontem, 10 oktober 2023, nr. 22AF192) -Uitkomst omgevingsdialoog (verslagen informatiebijeenkomsten 19.10.2022 en 01.02.2023) -Besluit Hogere Waarde Geluid -Zienswijzenota en overlegreacties PM

VERKENNEND BODEMONDERZOEK MARGRIETSTRAAT 2 OUD-BEIJERLAND

DS MILIEU-CONSULT BV RAPPORT NR. 22.04.062.V2 18 JULI 2023

Behandeld door:

xx

Gecontroleerd door:

xx

Opdrachtgever:

BM Ontwikkeling BV

Inhoudsopgave 1

Inleiding

2

2

Inventarisatie 2.1 Locatiegegevens 2.2 Vooronderzoek 2.3 Hypothese

3 3 4

3

Opzet van het onderzoek

5

4

Veldonderzoek 4.1 Uitvoering 4.2 Resultaten 4.3 BRL SIKB 2000

6 6 6

5

Laboratoriumonderzoek 5.1 Uitvoering 5.2 Toetsing analyseresultaten

7 7

6

Conclusies en aanbevelingen 6.1 Conclusies 6.2 Aanbevelingen

8 8

7

Kwaliteitsborging

9

Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8

Topografische kaart Kadastrale kaart Kadastraal bericht Situatiefoto’s Situatietekening Boorstaat Analysecertificaten Toetsingstabellen

Verkennend bodemonderzoek Margrietstraat 2, Oud-Beijerland 22.04.062.V2

1

1

Inleiding

Dit rapport betreft een herziening van het ‘rapport 22.04.062’ (DS milieu-consult, 25 mei 2022). In dat rapport werd de onderzoekslocatie consequent foutief aangeduid als ‘Margrietlaan 2’, wat ertoe geleid heeft dat er in het hoofdstuk ‘2.2 Vooronderzoek’ historisch kaartmateriaal is gebruikt van de locatie Margrietlaan 2, ZuidBeijerland. Dit heeft geen invloed gehad op de opzet, uitvoering of resultaten van het onderzoek. In opdracht van BM Ontwikkeling BV, is door DS milieu-consult een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Margrietstraat 2 te Oud-Beijerland. De aanleiding tot het onderzoek was de aanvraag Omgevingsvergunning in verband met nieuwbouw. Het doel van het bodemonderzoek was het vastleggen van de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of de locatie geschikt is voor het toekomstig gebruik, wonen met tuin. De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische kaart (bijlage 1) en de kadastrale kaart (bijlage 2). In de volgende hoofdstukken zal worden ingegaan op de onderzoeksopzet, de uitvoering van het onderzoek (verrichte veld- en laboratoriumwerkzaamheden) en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. De verzamelde gegevens over de kwaliteit van de grond en het grondwater zijn getoetst aan de huidige richtlijnen.

Op basis van de verkregen inzichten en resultaten zijn conclusies getrokken en worden aanbevelingen gedaan.

Verkennend bodemonderzoek Margrietstraat 2, Oud-Beijerland 22.04.062.V2

2

2

Inventarisatie

2.1 Locatiegegevens De onderzoekslocatie is gelegen op het adres Margrietstraat 2, 3261 AN Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, kadastraal bekend als Oud-Beijerland, sectie D, percelen 6606 en 6608. De locatie heeft een oppervlakte van 1.798 m2, waarvan circa 1.200 m2 bebouwd. De bebouwing bestaat uit een (voormalig) kerkgebouw. Het onbebouwde deel is ingericht als siertuin en deels verhard met betonnen tegels. De locatie is gelegen in een woonwijk ten zuidoosten van het centrum van Oud-Beijerland. Aan alle zijden behalve de zuidzijde grenst de locatie aan de openbare weg. In het zuiden grenst de locatie aan een school. In bijlage 4 zijn situatiefoto’s opgenomen. In bijlage 5 is een situatietekening opgenomen. 2.2 Vooronderzoek Ten behoeve van de historische informatie over de locatie is conform de NEN 5725 vooronderzoek uitgevoerd. Hiertoe is informatie ingewonnen bij de opdrachtgever, het Kadaster, de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, de website bodemloket.nl, topotijdreis.nl, dinoloket.nl, ahn.nl, bagviewer.kadaster.nl en is het eigen archief geraadpleegd. Voorts zijn oude kaarten geraadpleegd en luchtfoto’s bestudeerd. Voorafgaand aan het veldwerk is de locatie geïnspecteerd. Hieruit blijkt het volgende: 2.2.1 Huidig gebruik Kringloopwinkel 2.2.2 Voormalig gebruik Kerkgebouw.

In de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw heeft er op de locatie bebouwing gestaan, vermoedelijk een schuur. Het huidige gebouw dateert uit eind jaren zeventig van de vorige eeuw. Voordien had de locatie een agrarische bestemming, namelijk boomgaard

1950

1960

1985

2.2.3 Toekomstig gebruik Wonen met tuin. 2.2.4 Ophogingen, verhardingen, dempingen Op de locatie liggen geen voormalige watergangen. Voor het bouwrijp maken is de locatie vermoedelijk opgehoogd met zand. Kwaliteitsgegevens hiervan zijn niet achterhaald. Er zijn geen aanwijzingen dat er ophogingen met puin e.d. hebben plaatsgevonden. 2.2.5 Boven- en ondergrondse tanks Bij opdrachtgever is geen informatie bekend omtrent bovengrondse of ondergrondse brandstoftanks. Bij de Omgevingsdienst staan geen brandstoftanks geregistreerd. Tijdens de locatie-inspectie zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van een tank.

Verkennend bodemonderzoek Margrietstraat 2, Oud-Beijerland 22.04.062.V2

3

2.2.6 Calamiteiten Voor zover bekend hebben er op de locatie zich geen ongewone voorvallen of calamiteiten voorgedaan die de kwaliteit van de bodem negatief kunnen hebben beïnvloed. 2.2.7 Bodeminformatie gemeente/Omgevingsdienst Op de bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, ligt de onderzoekslocatie in de zone ‘klasse wonen’. 2.2.8 Bodemonderzoeken Voor zover bekend is er op de locatie één bodemonderzoek uitgevoerd (A.J. Schutter GWW Milieu, 1 augustus 2007, kenmerk 2011014294). Het onderzoek is uitgevoerd in verband met een grondruil. De conclusie van het onderzoek luidt dat de bovengrond licht verontreinigd is met zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en dichloordifenyltrichloorethaan (DDT). 2.2.9 Bodemonderzoeken directe omgeving Bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid staan geen onderzoeken uit de directe omgeving geregistreerd. 2.2.10 Terreininspectie Tijdens de terreininspectie zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. 2.2.11 Asbest Op en aan het pand zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. 2.3 Conclusies vooronderzoek en hypothese Op basis van het vooronderzoek wordt de locatie verdacht van het voorkomen van lichte verontreinigingen aan zware metalen, PAK en organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB).

Verkennend bodemonderzoek Margrietstraat 2, Oud-Beijerland 22.04.062.V2

4

3

Opzet van het onderzoek

Op basis van de voorinformatie, is de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging (NEN 5740-VED-HE-NL) gehanteerd. Voor onderzoek naar asbest bestaat vooralsnog geen aanleiding. In tabel 1 zijn de uit te voeren werkzaamheden schematisch samengevat. Tabel 1. Samenvatting onderzoek oppervlakte strategie 1.798 m2

NEN 5740 VED-HE-NL

veldonderzoek 7 boringen tot 0,5 m-mv 1 boring tot 2,0 m-mv 1 boring met peilbuis

laboratoriumonderzoek 3x bovengrond standaardpakket + OCB 1x grondwater standaardpakket

Het veldwerk dient te worden uitgevoerd conform Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002. De grond- en grondwatermonsters worden in het veld geconserveerd conform SIKB protocol 3001. Het chemischanalytisch onderzoek van de te verkrijgen grond- en grondwatermonsters wordt uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium. Om de kwaliteit van de grond- en grondwatermonsters te bepalen zullen de gemeten gehalten worden getoetst aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. Voor nadere informatie wordt verwezen naar bijlage 8. Indien de veldwaarnemingen en/of analyseresultaten hiertoe aanleiding geven, dienen meer boringen te worden uitgevoerd en/of grond(water)monsters te worden onderzocht.

Verkennend bodemonderzoek Margrietstraat 2, Oud-Beijerland 22.04.062.V2

5

4

Veldonderzoek

4.1 Uitvoering Het veldwerk is uitgevoerd op 21 april 2022. Het veldwerk is conform de onderzoeksopzet uitgevoerd. Op de situatietekening in bijlage 5 zijn de posities van de boringen en peilbuis weergegeven. De boorpunten zijn ten opzichte van de bebouwing ingemeten. Het vrijgekomen bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op geur, kleur, samenstelling en afwijkingen en beschreven op een boorstaat (bijlage 6). Na de voorgeschreven rustperiode is op 29 april 2022 een grondwatermonster genomen. De grond- en grondwatermonsters zijn gekoeld naar het laboratorium vervoerd. 4.2 Resultaten van het veldwerk Op de oppervlakte van de locatie zijn tijdens de inspectie geen verontreinigingen waargenomen. Globaal bestaat de bodem tot circa 1,2 m-mv uit sterk zandige, siltige, klei. Vervolgens wordt tot de maximale booordiepte (2,5 m-mv) zeer fijn, sterk siltig zand aangetroffen. Onder de verharding ligt een laag (ophoog)zand. In het vrijgekomen bodemmateriaal zijn nauwelijks afwijkende bodemkenmerken waargenomen. In tabel 2 zijn de bijzonderheden schematisch weergegeven. Tabel 2. Afwijkende bodemkenmerken boring traject m-mv textuur 02 0,30-0,55 klei 07 0,80-1,10 klei

opmerkingen Sporen baksteen Brokken baksteen

De aangetroffen sporen en brokken baksteen zijn te relateren aan de bouw van het kerkgebouw en vormen geen aanleiding tot onderzoek naar het voorkomen van asbest. In tabel 3 zijn de veldmetingen van het grondwater opgenomen. Tabel 3. Veldmetingen grondwater peilbuis boring filter m-mv Pb01 07 1,50-2,50

grondwaterstand 1,25 m-mv

pH 7,26

Ec 808

NTU 39,4

toestroming goed

opmerkingen geen bijzonderheden

De troebelheid van het grondwater is terug te voeren op het zeer fijne zand. 4.3 BRL SIKB 2000 Het veldwerk is conform de SIKB BRL 2000, protocollen 2001 en 2002 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heren xx en xx beide gecertificeerd medewerker van Brussee Milieukundig Veldwerkbureau, Procescertificaat veldwerk bij milieu-hygiënisch bodemonderzoek, kenmerk VB-076/7. Ingevolge artikel 10 van het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer zijn eisen gesteld aan functiescheiding bij de uitvoering van kritische functies. Middels ondertekening van deze rapportage verklaren ondertekenaars dat het veldwerk zoals in voorliggend rapport beschreven, onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen.

Verkennend bodemonderzoek Margrietstraat 2, Oud-Beijerland 22.04.062.V2

6

5

Laboratoriumonderzoek

5.1 Uitvoering Het chemisch-analytisch onderzoek is uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium Eurofins Omegam te Amsterdam. Het laboratoriumonderzoek is conform de onderzoeksopzet uitgevoerd. Naar aanleiding van het sterk verhoogde gehalte aan PAK in mengmonster MM1, zijn de deelmonsters individueel onderzocht. In de tabellen 4 en 5 zijn de uitgevoerde analyses van grond en grondwater schematisch weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4. analyses grond monster boring MM1 03,05,06 MM2 07,08,09 07-3 07 03-1 03 05-1 05 06-1 06

traject m-mv 0,00-0,50 0,00-0,50 0,80-1,10 0,00-0,25 0,00-0,50 0,00-0,50

analyseprogramma Standaardpakket + OCB Standaardpakket + OCB Standaardpakket + OCB PAK PAK PAK

opmerkingen Klei, geen bijzonderheden Klei, geen bijzonderheden Klei, brokken baksteen Uitsplitsing MM1 Uitsplitsing MM1 Uitsplitsing MM1

Tabel 5. analyses grondwater monster boring Pb01 07

filter m-mv 1,50-2,50

analyseprogramma standaardpakket

opmerkingen Geen bijzonderheden

5.2 Toetsing analyseresultaten De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn met gebruikmaking van de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat Leefomgeving getoetst aan de Wet bodembescherming (Wbb). In de in de Staatscourant van 27 juni 2013, nummer 16675 gepubliceerde circulaire bodemsanering 1 juli 2013, zijn de streef- en interventiewaarden voor grond en grondwater opgenomen. In bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant 20 december 2007, nummer 247) zijn de achtergrondwaarden voor grond opgenomen. De toetsingsresultaten zijn in de tabellen 6 en 7 schematisch weergegeven. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 8. Tabel 6. toetsingsresultaten grond monster MM1 MM2 07-3 03-1 05-1 06-1 A T I < @

Boring(en) traject Ba Cd Co Cu 03,05,06 0,00-0,50 @ 1,3A < 1,3A 07,08,09 0,00-0,50 @ 1,1A 1,0A 1,1A 07 0,80-1,10 @ < < < 03 0,00-0,25 05 0,00-0,50 06 0,00-0,50 = achtergrondwaarde = tussenwaarde (A+I/2) = interventiewaarde = niet onderzocht = kleiner dan of gelijk aan achtergrondwaarde en/of rapportagegrens = niet toetsbaar

Tabel 7. Toetsingsresultaten grondwater monster filter m-mv Ba Cd Pb01 1,50-2,50 < < S T I < @

Co <

Cu <

Hg 2,2A 1,1A 1,1A -

Hg <

Pb 2,3A 1,6A 1,3A -

Mo < < < -

Pb <

Mo <

Ni 1,0A 1,2A < -

Zn 2,3A 1,2A < -

Ni <

MO 1,4A < < -

PAK 1,2I 2,9A < < 2,6A 2,1A

Zn <

MO <

PCB < < < -

OCB < < < -

BTEXN <

asbest -

VOCL <

= streefwaarde = tussenwaarde (S+I/2) = interventiewaarde = niet onderzocht = kleiner dan of gelijk aan streefwaarde en/of rapportagegrens = niet toetsbaar

Verkennend bodemonderzoek Margrietstraat 2, Oud-Beijerland 22.04.062.V2

7

6

Conclusies en aanbevelingen

In opdracht van BM Ontwikkeling BV, is door DS milieu-consult een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Margrietstraat 2 te Oud-Beijerland. De aanleiding tot het onderzoek was de aanvraag Omgevingsvergunning in verband met nieuwbouw. Het doel van het bodemonderzoek was het vastleggen van de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of de locatie geschikt is voor het toekomstig gebruik, wonen met tuin. 6.1 Conclusies Op basis van de beschikbare gegevens, als historische informatie, de zintuiglijke waarnemingen tijdens het veldwerk en de verkregen analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters, kan het volgende worden geconcludeerd: • • •

De bovengrond is licht verontreinigd met cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink, minerale olie en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); De diepere bodem is licht verontreinigd met kwik en lood; Het grondwater is niet verontreinigd met één van de stoffen uit het standaardpakket.

De hypothese dat de locatie verdacht is van het voorkomen van verontreinigingen, dient op basis van de voorliggende onderzoeksresultaten te worden bevestigd, met dien verstande dat organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) niet aangetoond zijn. Een verklaring voor het aanvankelijk sterk verhoogde gehalte aan PAK in mengmonster MM1 is niet gevonden. In het onderzochte monstermateriaal zijn visueel geen afwijkende bodemkenmerken als kooltjes, sintels e.d. waargenomen. 6.2 Aanbevelingen De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot nader onderzoek en/of sanerende maatregelen. De locatie wordt geschikt geacht voor de functie wonen met tuin. Tegen de afgifte van een Omgevingsvergunning in verband met nieuwbouw bestaan onzes inziens geen milieu-hygiënische bezwaren.

Verkennend bodemonderzoek Margrietstraat 2, Oud-Beijerland 22.04.062.V2

8

7 Kwaliteitsborging DS milieu-consult is een zelfstandig en onafhankelijk advies- en onderzoeksbureau. Tussen DS milieu-consult en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit van DS milieu-consult beïnvloedt en een belemmering zou kunnen zijn voor de professionele uitvoering van de werkzaamheden door DS milieu-consult. DS milieu-consult is lid van de brancheverenigingen Vereniging van Milieuprofessionals (VVM) en de Vereniging Van Milieu-Adviesbureaus (VVMA). Alle medewerkers van DS milieu-consult zijn gecertificeerd volgens VGM checklist Aannemers, VCA-vol. DS milieu-consult is gecertificeerd voor het uitvoeren van veldwerk bij milieu-hygiënisch bodemonderzoek conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 2000, protocollen 2001 en 2002. DS milieu-consult is gecertificeerd voor de milieukundige begeleiding, de processturing en de verificatie van (water)bodemsaneringen en nazorg conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 6000, protocol 6001. De naleving van de kwaliteitseisen en –procedures door DS milieu-consult wordt onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA) periodiek getoetst door externe auditors. Het chemisch-analytisch onderzoek van onderhavig bodemonderzoek is uitgevoerd door het geaccrediteerde milieulaboratorium, Eurofins Omegam te Amsterdam.

In het kader van integriteit en transparantie biedt Eurofins Omegam u de mogelijkheid de juistheid en authenticiteit van de analysecertificaten die in het kader van dit project zijn uitgevoerd, buiten DS milieu-consult om, te controleren. U kunt dit doen door met de opdrachtverificatiecode, links onder op het analysecertificaat, via de website www.eurofins.nl/nl/milieu/downloads/eurofins-environment-testing-algemeen/, een verificatie uit te voeren. Bodemonderzoeken worden op zorgvuldige wijze verricht volgens de relevante protocollen en richtlijnen en de interne kwaliteitscriteria. Hierbij hanteert DS milieu-consult op ISO 9001 gebaseerde interne handboeken en protocollen. DS milieu-consult streeft bij elk bodemonderzoek naar een optimale representativiteit. Echter, een dergelijk onderzoek is gebaseerd op het verrichten van een beperkt aantal boringen en het nemen van een beperkt aantal monsters. Hierdoor blijft het mogelijk dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van grond en/of grondwater aanwezig zijn die tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. DS milieu-consult aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard ook. Hierbij wordt er tevens op gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is.

Beïnvloeding van grond- en grondwaterkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek. Naarmate er een langere tijd is verlopen na uitvoering van het onderzoek, dient meer voorzichtigheid/voorbehoud te worden betracht bij het gebruik van de onderzoeksresultaten.

Verkennend bodemonderzoek Margrietstraat 2, Oud-Beijerland 22.04.062.V2

9

BIJLAGEN

1. TOPOGRAFISCHE KAART

0m

Legenda

1 km

2 km

3 km

4 km

5 km

Onderzoekslocatie

N

Laan van Heemstede 8 3297 AJ Puttershoek tel. 078-6767240 info@dsmilieu-consult.nl Datum 6 april 2022

Omschrijving Bodemonderzoek Margrietstraat 2, Oud-Beijerland Betreft Topografische kaart Project 22.04.062

Bijlage 1

2. KADASTRALE KAART

Kadastrale kaart

Uw referentie: 2012199

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Oud-Beijerland D 6608

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 6 april 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

3. KADASTRAAL BERICHT

BETREFT

Oud-Beijerland D 6606 UW REFERENTIE

220308-1 GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

08-03-2022 - 12:53

S11121794075

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

07-03-2022 - 14:59

07-03-2022 - 14:59

BLAD

1 van 2

Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Oud-Beijerland D 6606 Kadastrale objectidentificatie : 014980660670000

Kadastrale grootte 608 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 88166 - 426233 Omschrijving Godsdienst Koopsom € 1.115.000

Koopjaar 2009

Met meer onroerend goed verkregen

Ontstaan uit Oud-Beijerland D 4934

AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster

RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/2 Afkomstig uit stuk Hyp4 57386/4

Ingeschreven op 30-10-2009 om 09:48

Naam gerechtigde Assink Vastgoed Projektontwikkeling B.V. Adres Hakgriend 26

3371 KA HARDINXVELD-GIESSENDAM Postadres Postbus 13

3370 AA HARDINXVELD-GIESSENDAM Statutaire zetel BINNENMAAS KvK-nummer 23081732 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister

Betrokken Union Assink Projectontwikkeling V.O.F. samenwerkingsverband Adres Beneden Molendijk 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14429119/1