CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Advies commissie bezwaarschriften (geanonimiseerd)

Besluitvormende raad 14 oktober 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bezwaarschriften besluit tot vestiging voorkeursrecht Numansdorp8.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

B

gemeente

Hoeksche Waard

EEn Advies

van

de commissie bezwaarschriften

(geanonimiseerd)

van

gemeente Hoeksche Waard

voorzitter lid lid secretaris

de gemeenteraad van gemeente Hoeksche Waard (verder te noemen: de raad), 23-tal bezwaarschriften tegen het besluit van de raad van 15 april 2025 inzake vestiging van een voorkeursrecht in Numansdorp. aan

over

een

|.

De bezwaarschriten De onderstaande personen

hebben

een

bezwaarschrift tegen het

genoemde besluit ingediend.

Bezwaarmaker 1: Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 2: Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 3: Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker Naam: Adres:

4:

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 5: Naam: Adres: Bezwa Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 7: Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 8: Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Gemachtigde bezwaarmaker 8: 1/17

Naam: Adres:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 9: Naam: Adres:

Bezwaarmaker 10: Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 11: Naam: Adres: Bezwa Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 13: Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 14: Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 15: Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 16: Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 17: Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 18: Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 19: Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Gemachtigde bezwaarmaker 19: Naam: Adres:

(geanonimiseerd) 2/17

Bezwaarmaker 20: Naam: Adres:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Gemachtigde bezwaarmaker 20: Naam: Adres: Bezwa

Naam: Adres:

(geanonimiseerd)

Bezwaarmaker 22: Naam: Adres: Bezw, Naam Adres:

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

Toelichting op adressering bezwaarschriften Een groot deel, namelijk 22 van de in totaal 23 bezwaarschriften, is gericht tegen het collegebesluit d.d. 21 januari 2025 (verzonden d.d. 22 januari 2025), waarin het college van burgemeester en wethouders heeft besloten een voorlopig voorkeursrecht te vestigen. Dit voorkeursrecht is door middel van het raadsbesluit d.d. 15 april 2025 bestendigd, als gevolg waarvan het collegebesluit van rechtswege is vervallen. Op grond van artikel 16.32c van de Omgevingswet wordt een aanhangig bezwaar tegen een voorkeursrechtbeschikking van het college vanaf de datum van inwerkingtreding van de voorkeursrechtbeschikking van de raad, geacht gericht te zijn tegen de voorkeursrechtbeschikking van de raad. Er is 1 bezwaarschrift rechtstreeks tegen het raadsbesluit. Het raadsbesluit d.d. 15 april 2025 zal hierna ook worden aangeduid als: ‘het bestreden besluit’. Toelichting algemeen Het voorkeursrecht is volgens de raad gevestigd op een deel van de Molenpolder. Deze is op dit moment bereikbaar via bestaande wegen. Als de plannen aangaande de ontwikkeling van de Molenpolder doorgaan, raken deze toch al drukke wegen, zo wordt door de raad gesteld, overbelast. Daarom is volgens de raad een nieuwe verkeersroute aan de westkant van Numansdorp nodig.

Derhalve niet alleen voor een goede ontsluiting van de Molenpolder, maar ook voor minder verkeer op de bestaande wegen in dit gebied. Automobilisten kunnen van en naar de Molenpolder komen zonder door het centrum te hoeven rijden. Ook voor bewoners van de westelijke woonwijken wordt het aantrekkelijker om de nieuwe route te kiezen in plaats van de centrale as door het dorp. Hiermee, zo wordt door de raad gesteld, ontstaat een betere en verkeersveiliger route naar bestemmingen aan de westzijde van Numansdorp én wordt de verkeersveiligheid en leefbaarheid op de centrale as sterk verbeterd. In 2023

is een bureau ingeschakeld door de gemeente. Uit informatie aan de commissie verstrekt, blijkt voorts het volgende. Tijdens de verkenning zijn aan de westkant een kleine 20 potentiële tracévarianten in beeld gekomen. Elke tracévariant kent subvarianten. Deze inventarisatie is dan ook niet uitputtend ieder tracé kan in een verdere uitwerking aangescherpt en geoptimaliseerd worden. Niet alle tracévarianten

zijn volgens de raad even kansrijk en bepaalde tracés zijn sterk en geluidseffecten en/of inpassing. Daarom zijn niet alle 20 vergelijkbaar tracévarianten apart doorgerekend en beoordeeld, maar is een selectie gemaakt van qua verkeers-

3/17

en

onderscheidende tracévarianten. In deze fase van vooronderzoek is het namelijk niet wenselijk iedere tracévariant in detail uit te werken en door te rekenen. Er zijn vijf 5 clusters van vergelijkbare tracévarianten te maken: 1. Tracés die zo veel mogelijk huidige route door de polder volgen 2. Tracés middendoor die vanaf Volgerlandseweg naar oosten buigen 3. Tracés met nieuwe aansluiting op de N487 parallel aan centrale as 4. Ontsluiting Molenpolder vanuit Torensteepolder via nieuwe brug 5. Nieuwe aansluiting op A29 (opwaardering busbanen en eventueel uitbreiding met op- en afritten naar noordelijke richting. ,

,

In het dossier en ook ter zitting is ingegaan op de verschillende varianten. Toelichting op vestigen voorkeursrecht Een voorkeursrecht wordt door een gemeente gevestigd om het haar mogelijk te maken zelf actief op te treden en regie te houden over een beoogde ontwikkeling in dit geval de ontwikkeling en realisatie van een westelijke ontsluitingsweg te Numansdorp. ,

Met de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht verkrijgt de gemeente zo merkt de raad op een voorkeurspositie op de grondmarkt in het betreffende gebied c. q. een eerste recht van koop op de in de beschikking betrokken percelen. De eigenaren van de betreffende percelen dienen die percelen bij door hen voorgenomen vervreemding eerst aan de gemeente te koop aan te bieden c. q. de gemeente in de gelegenheid te stellen om de percelen te verwerven. Het gemeentelijk voorkeursrecht maakt het zo stelt de raad de gemeente mogelijk om de regie te houden bij de uitvoering van haar plannen. Het gemeentelijk voorkeursrecht voorkomt volgens de raad dat een andere partij zich in het gebied een positie verschaft waardoor de gemeentelijke regierol zou kunnen worden verstoord. Vrije vervreemding van de betreffende gronden zou de realisatie van de toegedachte/toegedeelde functie kunnen frustreren. Dit rechtvaardigt het vestigen van een voorkeursrecht omdat daarmee de vrije overdraagbaarheid van deze gronden wordt beperkt. ,

,

,

,

,

,

De aan de locatie toegedachte/toegedeelde functie ‘infrastructuur nader uit te werken’ is een niet-agrarische functie. Voor de locatie geldt voorts dat het bestaande feitelijke gebruik afwijkt van die toegedachte functie. Daarmee is zo stelt de raad aan beide vereisten voor de vestiging van een voorkeursrecht voldaan. ,

,

,

Met het oog op de ontwikkeling van de Molenpolder en de aanleg van een ontsluitingsweg heeft de gemeente zo meent de raad het voorkeursrecht gevestigd op percelen die mogelijk nodig zijn voor de realisatie van de ontsluitingsweg. De tracévarianten uit de verkennende studie lopen over verschillende gronden. Op dit moment is het voorkeurstracé niet bepaald. Daarom heeft de gemeente op alle gronden in het gebied waarbinnen zich de 3 tracévarianten bevinden het voorkeursrecht gevestigd. Anders gezegd het voorkeursrecht is gevestigd op een groter gebied omdat er momenteel slechts een verkennende studie is uitgevoerd en er nog geen definitieve tracékeuze is gemaakt. Zodra een voorkeurstracé is gekozen en duidelijk is welke percelen wel en welke niet nodig zijn zal het voorkeursrecht op de niet benodigde percelen worden ingetrokken zo stelt de raad. ,

,

,

,

,

,

,

Toelichting op wettelijk kader en het procesverloop van vestiging van het voorkeursrecht door de commissie. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 21 januari 2025 besloten om op grond van artikel 9. 1 lid 2 Omgevingswet (‘Ow’) een voorkeursrecht te vestigen op gronden op de locatie Numansdorp. De betreffende gronden zijn aangegeven op de bij het collegebesluit behorende grondtekening en perceelslijst. De voorlopige voorkeursrechtbeschikking is op 23 januari 2025 ingeschreven in de openbare registers en ingegaan op het tijdstip van inschrijving. De beschikking is gepubliceerd en middels een brief kenbaar gemaakt aan belanghebbenden.

4/17

Binnen drie maanden diende de raad de aanwijzing van de percelen te bestendigen. In het kader van een voorbereiding van het door de raad te nemen besluit tot aanwijzing van percelen zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om gedurende een termijn van vier weken ingaande op 23 januari 2025 hun zienswijzen over het ontwerp-raadsbesluit schriftelijk dan wel mondeling naar voren te brengen. Er zijn 21 zienswijzen ingediend welke zijn beantwoord in de Nota beantwoording zienswijzen. ,

,

,

,

Verder heeft de gemeente voor grondeigenaren en inwoners uit Numansdorp op maandagavond 3 en 10 februari een inloopavond in het Numans-Dorps-huis georganiseerd. Tijdens deze avonden zijn het onderzoek en proces toegelicht en de aanwezigen waren in de gelegenheid om vragen te stellen. Het voorlopig voorkeursrecht is op 15 april 2025 bestendigd door de raad op grond van artikel 9. 1 lid 1 aanhef en onder c Ow en is door inschrijving in de openbare registers op 17 april 2025 in werking getreden. Het eerdere collegebesluit is daarmee van rechtswege komen te vervallen. De beschikking is gepubliceerd en middels een brief kenbaar gemaakt aan belanghebbenden. Op grond van artikel 16. 32c van de Omgevingswet wordt zoals reeds gezegd de tegen het collegebesluit ingediende bezwaren geacht te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de raad van 15 april 2025. ,

,

Eind dit jaar zo stelt de raad zal meer duidelijkheid ontstaan: naar verwachting legt het college in september 2025 een voorstel tot het vaststellen van het voorkeurstracé voor aan de gemeenteraad. Vervolgens zal spoedig daarna het definitieve ontwerp en het ruimtebeslag van het tracé bekend zijn en daarmee welke percelen nodig zijn voor realisatie van de ontsluitingsweg. ,

Gedurende de periode 23 januari 2025 tot en met 5 maart 2025 zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld bezwaar te maken tegen de collegebeschikking. Gedurende de periode 17 april tot en met 29 mei 2025 zijn belanghebbenden vervolgens in gelegenheid gesteld om bezwaar te maken tegen de raadsbeschikking. Door bezwaarmakers is bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit of rechtstreeks tegen het raadsbesluit. Bezwaren tegen het collegebesluit worden (van rechtswege) geacht te zijn gericht tegen het raadsbesluit. De gemeenteraad zal daarom een beslissing nemen op al deze bezwaarschriften. De commissie is aan de hand van de op deze zaak betrekking hebbende stukken tot het volgende advies gekomen. II.

Ontvankelijkheid. Met betrekking tot de vraag of de bezwaren ontvankelijk zijn dat wil zeggen of er formele belemmeringen zijn om de bezwaarschriften inhoudelijk te behandelen merkt de raad op dat de bezwaarschriften naar haar mening ontvankelijk zijn om de volgende redenen: ,

,

,

Bezwaarmakers zijn blijkens de kadastrale eigendomsinformatie (mede-)eigenaar van/ rechthebbende op een of meerdere van de in het Bestreden besluit opgenomen percelen en zijn derhalve aan te merken als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 Awb voor zover het bezwaar ziet op dat perceel. a.

b.

De bezwaarschriften beantwoorden aan de eisen genoemd in artikel 6:5 Awb.

De termijn van bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders d. d. 21 januari 2025 bekend gemaakt op 22 januari 2025 liep van 23 januari 2025 tot en met 5 maart 2025 en de termijn van het bezwaar tegen het besluit van de gemeenteraad d. d. 15 april 2025 liep tot en met 29 mei 2025. Alle bezwaarschriften zijn binnen deze periode(s) c.

,

,

5/17

,

ingediend. Daarmee zijn de bezwaarschriften binnen de termijn als bedoeld in artikel 6:9 Awb ingediend.

III.

Wettelijk kader Hoofdstuk 9 Omgevingswet

IV.

Inhoud bezwaarschriften Bezwaarmakers zijn van mening dat het voorkeursrecht onterecht wordt toegepast. Daartoe voeren zij -zakelijk en samengevat weergegeven- het volgende aan: Bezwaar 1 - motiveringsbeginsel zorgvuldigheidsbeginsel en rechtmatigheid Volgens artikel 9. 1 OW mag een voorkeursrecht alleen worden gevestigd als er een concrete en ruimtelijk relevante noodzaak bestaat. Het besluit mist een specifieke onderbouwing waarom een perceel onder het voorkeursrecht valt. Er ontbreekt een duidelijke uitleg waarom het perceel noodzakelijk is voor de aanleg van de ontsluitingsweg. Een aantal bezwaarmakers wijst er in dat verband op dat hun perceel ver verwijderd is van de voorgestelde tracés en dat er daarom geen noodzaak is aangetoond voor het gebruik van hun perceel. ,

In het bestreden besluit en in de toelichting is niet onderbouwd waarom het vestigen van een voorkeursrecht nodig is om de regierol van de gemeente bij de aanleg van een ontsluitingsweg te kunnen vervullen. Het voorkeursrecht is gevestigd ten behoeve van een ontsluitingsweg naar de Molenpolder. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat de aanleg van een ontsluitingsweg zal leiden tot grondspeculatie. In tegendeel eerder is te verwachten dat door de nabijheid van een ontsluitingsweg een perceel in waarde zal dalen. Er bestaat met andere woorden geen grond en/of belang voor de vestiging van het voorkeursrecht. ,

Het voorkeursrecht is bedoeld om gemeentelijk verwerving mogelijk te maken. Dat veronderstelt dat de gemeente de intentie heeft om de percelen concreet te verwerven anders zou het voorkeursrecht niet nodig zijn. Een aantal bezwaarmakers kan zich niet voorstellen dat hun perceel nodig is voor de aanleg van de ontsluitingsweg zodat het voorkeursrecht ten onrechte is gevestigd. ,

Het besluit vermeldt dat voornoemde percelen mogelijk onderdeel vormen van een mogelijke ontsluitingsweg aan de westzijde van Numansdorp. Zowel over de aanleg van een ontsluitingsweg als over een te volgen tracé heeft überhaupt nog geen besluitvorming plaatsgevonden. Het vestigen van een voorkeursrecht is daarmee thans onnodig bezwarend. Het gevestigde voorkeursrecht zou slechts redelijk zijn geweest wanneer dit was gevestigd nadat eerst het tracé exact was uitgewerkt en op basis daarvan duidelijk was welke percelen (deels) nodig zouden zijn voor de ontsluitingsweg zou het voorkeursrecht beperkter van omvang zijn geweest. Het voorkeursrecht is nu te voorbarig gevestigd en daarmee wordt het eigendomsrecht onnodig en overbodig beperkt. ,

,

Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de noodzaak en de gevolgen van het voorkeursrecht alsmede naar de mogelijke tracés voor een ontsluitingsweg. Er bestaat nog onzekerheid over het aanleggen van de ontsluitingsweg wat het vestigen van een voorkeursrecht prematuur en in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel maakt. ,

Op alle percelen binnen het gehele gebied waarin de ontsluiting is voorzien is een voorkeursrecht gevestigd terwijl de loop van de drie mogelijke tracés al bekend zijn. Veel van de gronden zijn niet nodig voor de ontsluitingsweg en het besluit is daarmee te verstrekkend. ,

,

6/17

Zonder nadere duiding van het doel en de noodzaak van het vestigen van het voorkeursrecht op het perceel is het besluit onrechtmatig. ,

De voorkeursrechtbeschikking bevat geen motivering die ingaat op de vraag of de toegedachte functie en het daarvan afwijkend gebruik ook daadwerkelijk rechtvaardigt dat door middel van de vestiging van een voorkeursrecht wordt ingegrepen in de vrije overdraagbaarheid van de onroerende zaak/het beperkte recht. In het geval de gemeente voornemens is om nieuwbouw te realiseren in plaats van een ontsluitingsweg aan te leggen zou gelden dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd omdat in het besluit slechts een verband wordt gelegd met de aan te leggen ontsluitingsweg en niet met een nieuwbouwlocatie. ,

,

Bezwaar 2 - evenredigheidsbeginsel en belangenafweging Er is geen kenbare afweging gemaakt tussen het algemeen belang en het individuele belang van de perceeleigenaar. Als onderbouwing van het voorkeursrecht worden algemene gronden gegeven - zoals dat het voorlopige voorkeursrecht de gemeente een betere uitgangspositie op de grondmarkt geeft en tijdens het planontwikkelingsproces een beschermingsinstrument vormt. De gemeente geeft geen aanvullende reden waarom het algemeen belang zwaarder zou wegen dan het individuele belang. Bezwaarmakers stellen dat het algemeen belang niet voldoende is onderbouwd en dat hun individuele belangen zoals het behoud van hun eigendom en de waarde ervan onvoldoende zijn meegewogen. Er is sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel. ,

,

Bezwaar 3 – onzekerheid schade en beperking eigendomsrecht Het voorkeursrecht veroorzaakt onzekerheid en financiële schade voor de perceeleigenaren die nu niet vrij over hun eigendom kunnen beschikken. Dit leidt tot directe waardevermindering en belemmert verdere investeringen in het huis en de tuin. Bezwaarmakers wijzen erop dat het voorkeursrecht leidt tot onzekerheid over de toekomst van hun eigendom en dat dit hen belemmert in hun plannen voor verdere ontwikkeling en investeringen. ,

,

Het voorkeursrecht beperkt de eigendomsrechten van de perceeleigenaren zonder voldoende onderbouwing. Dit belemmert de vrije beschikking over het perceel en veroorzaakt schade omdat de percelen niet vrij aangeboden kunnen worden in de markt. Bezwaarmakers stellen dat het voorkeursrecht hun eigendomsrechten beperkt en dat dit hen belemmert in hun plannen voor verdere ontwikkeling en investeringen. ,

Bezwaarmakers geven aan dat het voorkeursrecht leidt tot ernstige onzekerheid over de verkoopbaarheid en waarde van hun woning mede door onduidelijkheid over toekomstige gebiedsontwikkelingen. Zij vrezen dat de procedurele verplichtingen en het afhankelijke karakter van de gemeentelijke besluitvorming hen belemmert in het snel en onder gunstige voorwaarden verkopen van hun woning wat directe financiële gevolgen heeft. In één geval wordt nog gewezen op een kwetsbare gezinssituatie waarbij tijdsdruk en beperkte juridische draagkracht de impact van het voorkeursrecht extra zwaar maken. ,

,

,

Bezwaar 4 – Tracékeuze Het gekozen tracé 3 lijkt uit verkeerskundig oogpunt onwaarschijnlijk en onveilig. Het kruist de dijk vlak voor of na een bocht in de dijk wat een gevaarlijke situatie oplevert. Hoewel dit geen argument is tegen het voorkeursrecht maar tegen het tracébesluit had vanwege deze onwaarschijnlijkheid tracé 3 geen onderdeel mogen uitmaken van de plannen. In dat geval zou ook het voorkeursrecht althans voor een deel niet nodig zijn geweest. ,

,

Bezwaarmakers betwijfelen of bij het bedenken van de tracés iemand fysiek ter plekke is geweest dan wel de plannen/het te ontwikkelen tracé slechts vanaf een kaart zijn beoordeeld. ,

7/17

Ruim 10 jaar geleden zijn er met de toenmalige gemeente diverse gesprekken geweest over een eventuele Westelijke randweg. Er is toen de voorkeur uitgesproken voor tracé 1. Toen is ook gevraagd of de Molendijk niet rechtstreeks op de A29 kon worden aangesloten. De gemeente gaf aan dat Rijkswaterstaat hier geen medewerking aan kon verlenen. Het verbaast sommige bezwaarmakers nu alsnog geconfronteerd te worden met drie andere tracés waarbij het genoemd tracé 4 inmiddels is afgevallen. Tracés 2 en 3 van rapport Goudappel zijn nieuwe tracés die dwars door polders lopen mede door bestaande woningen. ,

Bezwaarmakers vragen zich af of (onderzoek is gedaan naar of er) is voldaan aan de eisen voor de aanleg van wegen zoals die onder meer voortvloeien uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) en de Milieu Effect Rapportage (MER). Ook vragen zij zich af of wel is onderzocht welke oplossing financieel/economisch de voorkeur heeft en de minste overlast voor omwonenden geeft. Bezwaarmakers zijn daarom van mening dat er wettelijk gezien niet is voldaan aan de toetsing voor de ontwikkeling van een eventuele Westelijke randweg Numansdorp. Aangezien de ontwikkeling van de Molenpolder tot op dit moment niet is goedgekeurd waarbij dient te worden aangemerkt dat deze aan een “Natura 2000 gebied” grenst zal dit met de recentelijke gerechtelijke uitspraken m. b. t. stikstof in gedachte waarschijnlijk geruime tijd gaan duren. ,

,

,

,

,

,

Uit het bestreden besluit blijkt niet dat nadat er een tracékeuze is gemaakt het voorkeursrecht onmiddellijk wordt ingetrokken ten aanzien van de percelen die niet nodig zijn voor de realisatie van het definitieve tracé. Dit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. ,

,

Bezwaar 5 - geen vervaldatum Het besluit bevat geen vervaldatum wat in strijd is met artikel 7. 1 Omgevingsbesluit. Dit maakt het besluit onrechtmatig. ,

Bezwaar 6 - overige bezwaren Er zijn diverse andere bezwaren die niet direct onder de bovenstaande categorieën vallen die hieronder worden weergegeven. ,

Bezwaar – gebrek aan informatie voorafgaand aan voorkeursrecht Bezwaarmakers zijn niet vooraf over de tracéplannen geïnformeerd en voelen zich daardoor ‘overvallen‘. Bezwaar – onzorgvuldige informatie tijdens inloopavond Tijdens de inloopavond op 3 februari 2025 werden geen duidelijke antwoorden gegeven op vragen over de aanbiedingsprocedure. Ambtenaren en bestuurders bleken onvoldoende geïnformeerd over essentiële onderdelen zoals de vereiste documenten wat als onzorgvuldig en in strijd met artikel 3:2 Awb dient te worden beschouwd. Deze gebrekkige voorlichting roept zorgen op over de zorgvuldigheid en het behoorlijk bestuur van de gemeente. ,

Bezwaar – verzoek om een bod te doen Een aantal bezwaarmakers heeft in het bezwaarschrift verzocht aan de gemeente om een bod te doen op de woning en/of het perceel. Bezwaar - algemene beginselen Bezwaarmakers verbinden aan de gegrondheid van deze bezwaren verschillende conclusies zoals dat het besluit onzorgvuldig en/of onvoldoende gemotiveerd en/of buitenproportioneel is en/of onrechtmatig (tot stand gekomen) en/of niet doelmatig en/of onevenredig is en/of sprake is van misbruik van recht. ,

V.

Verweer namens de raad In verweer voert de raad het volgende aan. De gemeente hecht eraan om het volgende voorop te stellen. 8/17

De vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht strekt er in de eerste plaats toe de gemeente een voorrangspositie op de lokale grondmarkt te verschaffen. Het voorkeursrecht betekent niets meer en niets minder dan dat de eigenaar indien hij het voornemen heeft opgevat om zijn gronden – waarop een voorkeursrecht is gevestigd – te vervreemden (verkopen) deze eerst aan de gemeente te koop moet aanbieden. Die aanbiedingsplicht vloeit voort uit het vervreemdingsvoornemen van de eigenaar zelf; het voorkeursrecht verplicht hem niet tot verkoop. ,

,

De vestiging van een voorkeursrecht stelt de betrokken overheid in staat om de regie te behouden over de beoogde gebiedsontwikkeling. Ook gaat de vestiging van een voorkeursrecht die gewoonlijk in een vroeg stadium van planologische besluitvorming plaatsvindt prijsopdrijving en grondspeculatie tegen. ,

,

De plannen voor het gebied worden op dit moment nader uitgewerkt. Dit betekent dat de omvang en invulling van de beoogde ontwikkeling en daarmee ook de (exacte) ligging van het tracé nog kunnen wijzigen. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is dit inherent aan de vestiging van een voorkeursrecht. Het voorkeursrecht kan immers worden gevestigd in een vroeg stadium van planvorming waarin nog niet alle details zijn uitgewerkt. De veronderstelling van sommige bezwaarmakers dat het definitieve tracé exact zal overeenkomen met één van de drie onderzochte varianten is daarmee voorbarig en onjuist. De precieze keuze voor de plek van het tracé in Numansdorp dient nog te worden gemaakt. In dat verband wordt verwezen naar wat hierover in de inleiding is uiteengezet met name over de verkennende studie die is verricht. Niet voor elk perceel binnen het aangewezen gebied hoeft op voorhand duidelijk te zijn dat het daadwerkelijk zal worden benut. Voldoende is dat aannemelijk is dat het perceel nodig zou kunnen zijn voor de beoogde ontwikkeling. De Afdeling heeft dit bevestigd en geoordeeld dat het niet noodzakelijk is dat de betrokken gronden met zekerheid zullen worden aangewend voor het beoogde doel zolang voldoende aannemelijk is dat zij daarvoor nodig kunnen zijn. ,

,

,

,

,

,

,

Zodra het definitieve tracé voor de westelijke ontsluitingsroute is vastgesteld én voldoende duidelijk is wat het ruimtebeslag is van dit tracé op basis het definitieve ontwerp is duidelijk welke van de nu aangewezen percelen daardoor geraakt worden en welke niet. Voor de percelen die dan niet langer nodig zijn voor de aanleg van het tracé (inclusief de onderhoudsstroken) zal het voorkeursrecht dan worden ingetrokken. Deze bevoegdheid tot intrekking van het voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.5 eerste lid van de Omgevingswet is gemandateerd aan het college. Op die manier kan het college zo spoedig mogelijk nadat het definitieve tracé is vastgesteld en duidelijk is wat het ruimtebeslag daarvan is het voorkeursrecht intrekken. ,

,

,

,

,

De vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht is een discretionaire bevoegdheid van de gemeenteraad. Een discretionaire bevoegdheid is een bevoegdheid waarbij het bestuursorgaan beleidsruimte heeft om daarvan al dan niet gebruik te maken waarbij het bestuursorgaan moet afwegen of gebruikmaking van die bevoegdheid voor de betrokkenen geen gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot het doel dat met de toepassing van die bevoegdheid wordt gediend. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de wet het met de vestiging van een voorkeursrecht te dienen algemene belang afgewogen tegen het (individuele) financiële belang van de betrokken grondeigenaar zodat dit laatste niet meer afzonderlijk in de afweging hoeft te worden betrokken. De verdere belangenafweging dient uiteraard wel plaats te vinden maar dat heeft de gemeente zo blijkt mede uit het raadsvoorstel gedaan. De gemeenteraad heeft voor de vestiging van het voorkeursrecht een belangenafweging gemaakt voor wat betreft het belang van het behouden van de regie en het belang van de eigenaren c. q. anderszins gerechtigden om over hun eigendom c. q. recht te beschikken. Het vestigen van een voorkeursrecht wordt noodzakelijk geacht om ongewenste grondtransacties die tot prijsverhoging of frustratie van de gemeentelijke plannen kunnen leiden te voorkomen en meer in het algemeen om de regie te behouden.

Er is geen ander (grondbeleids)instrument dan het voorkeursrecht voorhanden dat dit doel dient. ,

,

,

,

,

9/17

In de fase voorafgaand aan de vaststelling van een omgevingsplan waarin de ontsluitingsweg zijn beslag zal krijgen moet het qua motiveringsplicht voldoende worden geacht indien het bestuursorgaan meer in algemene zin motiveert waarom het algemeen belang de vestiging van een voorkeursrecht rechtvaardigt. Daaraan is voldaan zo blijkt uit het raadsvoorstel behorende bij het raadsbesluit. ,

,

Bezwaren die zich richten tegen een mogelijke tracékeuze zijn planologisch van aard. Deze horen thuis in het juridisch-planologische besluitvormingstraject over de uiteindelijke keuze en realisatie van het tracé. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak dienen dergelijke bezwaren buiten beschouwing te blijven bij de beoordeling van de rechtmatigheid van een voorkeursrechtbeschikking. Daarbij wordt nogmaals opgemerkt dat de tracékeuze nog onderwerp is van nadere besluitvorming zodat op dit moment geen zekerheid bestaat over de uiteindelijke ligging van het tracé. ,

Tot slot wordt nog het volgende opgemerkt. Uit de parlementaire geschiedenis van de Omgevingswet volgt dat de wetgever geen inhoudelijke wijzigingen in de voorkeursrechtregeling ten opzichte van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: “Wvg”) heeft willen aanbrengen. De doelstellingen van de voorkeursrechtregeling in de Omgevingswet zijn inhoudelijk dezelfde als die onder de Wvg. Aangenomen mag dan ook worden dat zowel de bedoelingen c. q. afwegingen van de wetgever bij de totstandkoming van de Wvg als de nadien gevormde vaste rechtspraak onder de Omgevingswet onverkort hun gelding hebben behouden. Hoewel in het algemene verweer reeds op hoofdlijnen op de bezwaren is ingegaan en deze daarmee in essentie zijn weerlegd wordt hieronder – ten behoeve van de volledigheid en transparantie – per bezwaar afzonderlijk een nadere toelichting gegeven. Een overlap met het algemene verweer is daarbij onvermijdelijk. ,

Hiermee wordt – in aanvulling op het algemene verweer

–

specifiek ingegaan op de bezwaren.

Verweer tegen bezwaar 1 - motiveringsbeginsel zorgvuldigheidsbeginsel en rechtmatigheid Binnen Numansdorp bestaat de noodzaak van de aanleg van een (nieuwe) westelijke ontsluitingsroute welke in de inleiding is omschreven. De gemeente onderzoekt momenteel welke locatie binnen Numansdorp het meest geschikt is voor het te ontwikkelen tracé waarbij een zorgvuldige belangenafweging plaatsvindt. De aanleg van het tracé hangt onder meer samen met de ontwikkeling van Molenpolder. ,

,

Op gronden die volgens het verkennende onderzoek mogelijk nodig zijn voor realisatie van de ontsluitingsweg is het voorkeursrecht gevestigd. Deze gronden zijn op grond van het vigerende omgevingsplan thans hoofdzakelijk aangewezen voor agrarische doeleinden en deels voor wonen en ook dienovereenkomstig in gebruik. Op dit moment bevindt de gemeente zich nog in een pril stadium van omgevingsrechtelijke besluitvorming ten aanzien van het te ontwikkelen tracé. Later dit jaar verwacht de gemeente een besluit te nemen over het tracé en de exacte loop daarvan. Het voorkeursrecht is op de percelen gelegd ten behoeve van een aldaar mogelijk te realiseren ontsluitingsweg en niet ten behoeve van de realisatie van nieuwbouw (wat door een aantal bezwaarmakers – ten onrechte dus – wordt gesuggereerd). Voor alle bezwaarmakers geldt dat hun percelen binnen het plangebied liggen waar de beoogde ontsluitingsweg zal worden aangelegd en waarop het voorkeursrecht is gevestigd. Het is van groot belang om nogmaals te benadrukken dat de precieze keuze voor het tracé in Numansdorp nog dient te worden gemaakt. De kennelijke veronderstelling van een aantal bezwaarmakers dat het één van de drie tracés wordt en dat het definitieve tracé exact dezelfde loop zal hebben als één van de drie tracés is onjuist. Dat geldt dus ook voor hun 10/17

veronderstelling dat de percelen te ver af liggen van het uiteindelijke tracé de veronderstelling dat al vaststaat dat een perceel niet nodig is voor de ontsluitingsweg en andere (veronder)stellingen die hierop neerkomen simpelweg omdat daarover op dit moment nog niets met zekerheid kan worden gezegd. ,

,

Er is sprake van een ‘vervroegd’ voorkeursrecht in de zin van artikel 9. 1 eerste lid aanhef en onder c Omgevingswet; de gronden zijn nog niet ten behoeve van de functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd opgenomen in een gemeentelijke omgevingsvisie programma dan wel omgevingsplan. De vestiging vindt plaats ten behoeve van een niet-agrarische functie welke functie afwijkt van het huidige feitelijke gebruik. Een infrastructurele functie zoals in dit geval aan de orde is een voorbeeld van een niet-agrarische functie. Daarmee is aan beide vereisten van voornoemd artikel voldaan. ,

,

,

,

,

,

,

Er hoeft slechts een globaal beeld te bestaan van de toekomstige functie. Niet voor elk perceel dat betrokken is in de aanwijzing hoeft thans al duidelijk te zijn of het kan worden ingepast. Dat is vaste rechtspraak van de Afdeling over de uitleg van het soortgelijke artikel 8 van de Wvg dat aan het huidige artikel 9. 1 lid 1 aanhef en onder c Omgevingswet vooraf is gegaan. De aannemelijkheid dat een bestemming daadwerkelijk gerealiseerd wordt is geen toetsingsgrond voor een voorkeursrecht. De kern van het voorkeursrecht is er juist in gelegen dat wordt voorgesorteerd op een ruimtelijke wens. Voor zover bezwaarmakers vrezen dat bestemming niet gerealiseerd wordt (en dat zij daarom de noodzaak van het voorkeursrecht niet zien) voorziet de wet erin dat er termijnen aan het voorkeursrecht zijn verbonden om te voorkomen dat belanghebbenden te lang in onzekerheid verkeren. Daarnaast is wettelijk vastgelegd dat het voorkeursrecht vervalt wanneer de gewenste bestemming zijn weg naar het ontwerpbestemmingsplan niet vindt. ,

,

Volgens vaste rechtspraak is inherent aan een vervroegd voorkeursrecht - dat dus niet wordt gevestigd op basis van een bestemmingsplan (thans omgevingsplan) - dat nog niet duidelijk is of en zo ja in welke vorm de toegedachte functie wordt gerealiseerd. Het is niet van belang of de gemeente op het moment van het vestigen van het voorkeursrecht de intentie heeft om de gronden waarop het voorkeursrecht wordt gevestigd te verwerven. De raad is niet verplicht de aangewezen percelen daadwerkelijk te verwerven en evenmin om aan te tonen dat zij deze nodig zal hebben voor de beoogde ontwikkeling. ,

,

,

De bevoegdheid tot vestiging van een voorkeursrecht is zoals reeds is uiteengezet een discretionaire bevoegdheid. Weliswaar is vestiging van het voorkeursrecht een belastend besluit dat in beperkte mate inbreuk maakt op het eigendomsrecht maar daar staat tegenover dat de gemeente bij vestiging van het voorkeursrecht beleidsvrijheid toekomt terwijl het gewicht van de met het besluit te dienen doelen en te dienen algemene belangen aanzienlijk is. ,

,

,

,

Volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de wetgever bij de totstandkoming van de Wvg het algemene belang dat wordt gediend met het vestigen van een voorkeursrecht afgewogen tegen het (individuele) financiële belang van de grondeigenaren. De wetgever heeft de nadelige effecten van het vestigen van het voorkeursrecht nadrukkelijk onder ogen gezien. De plannen voor het gebied worden op dit moment uitgewerkt wat kan betekenen dat omvang en invulling van de beoogde ontwikkeling nog kunnen wijzigen. Deze onzekerheid is volgens de Afdeling inherent aan vestiging van het voorkeursrecht op grond van artikel 5 van de Wvg (nu artikel 9. 1 lid 1 aanhef en onder c van de Omgevingswet). ,

In de fase voorafgaand aan de vaststelling van een omgevingsplan moet het qua motiveringsplicht voldoende worden geacht indien het bestuursorgaan meer in algemene zin motiveert waarom het algemeen belang de vestiging van een voorkeursrecht rechtvaardigt. Daaraan is voldaan zo blijkt uit het raadsvoorstel behorende bij het raadsbesluit. Daarin wordt namelijk opgemerkt dat het vestigen van een voorkeursrecht noodzakelijk wordt geacht om ongewenste grondtransacties die tot prijsverhoging of frustratie van de gemeentelijke plannen kunnen leiden te voorkomen. De gemeente wil de regie behouden. Door vestiging van het voorkeursrecht kan de gemeente al vóór aanvang/vaststelling van de/het ,

,

11/17

omgevingsplan(procedure) slagvaardig optreden om te voorkomen dat de verwezenlijking van de toegedachte functie wordt belemmerd bijvoorbeeld doordat er een grondtransactie plaatsvindt die tot grondversnippering of tot prijsopdrijving leidt wat de door de gemeente gewenste regie zou kunnen frustreren of de (financiële) uitvoerbaarheid van het plan onder druk zou kunnen zetten. Er is geen ander (grondbeleids)instrument dan het voorkeursrecht voorhanden dat dit doel dient. ,

,

De stelling dat het voorkeursrecht niet ingezet kon worden omdat er geen risico zou bestaan op grondspeculatie volgt de gemeente niet. Maar belangrijker is dat de raad het voorkeursrecht mede heeft gevestigd vanwege de regierol die zij wenst te behouden in de ontwikkeling van het gebied en omdat zij met het voorkeursrecht wil voorkomen dat de ontwikkeling wordt belemmerd. Dit zijn overeenkomstig de wetsgeschiedenis valide redenen om het voorkeursrecht te vestigen. Vrije vervreemding van (de beperkte rechten op) deze gronden zou de realisatie van de toegedachte functie(s) kunnen frustreren en de enige manier om dat te voorkomen is het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht omdat daarmee de vrije overdraagbaarheid van de grond wordt beperkt. De inzet van het voorkeursrechtinstrument is daarmee evenredig in relatie tot het daarmee beoogde doel. ,

Het voorkeursrecht is rechtmatig gevestigd voor een (nog nader uit te werken) ontsluitingsweg op een nader te bepalen locatie met bijbehorende voorzieningen. Tijdens het proces van (verdere) omgevingsrechtelijke besluitvorming zal bekend worden hoe en in welke mate de gronden van eigenaar waarop het voorkeursrecht is gevestigd in deze planvorming worden betrokken. Indien en voor zover het bij nader inzien geen voorkeur heeft op de aangewezen gronden (van eigenaar) een ontsluitingsweg dan wel bijbehorende voorziening te realiseren zal het voorkeursrecht voor wat betreft die gronden worden ingetrokken. ,

,

,

Verweer tegen bezwaar 2 - evenredigheidsbeginsel en belangenafweging Bij bespreking van het verweer tegen bezwaar 1 is deels al ingegaan op dit onderwerp en geconcludeerd dat geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. In aanvulling daarop geldt het volgende. De plannen voor het gebied worden op dit moment uitgewerkt wat kan betekenen dat omvang en invulling van de beoogde ontwikkeling nog kunnen wijzigen. Dat dus de onzekerheid is inherent aan vestiging van het voorkeursrecht op grond van artikel 5 van de Wvg (nu artikel 9. 1 lid 1 aanhef en onder c van de Omgevingswet). ,

,

,

Weliswaar is vestiging van het voorkeursrecht een belastend besluit dat in beperkte mate inbreuk maakt op het eigendomsrecht maar daar staat tegenover dat de raad bij vestiging van het voorkeursrecht beleidsvrijheid toekomt terwijl het gewicht van de met het besluit te dienen doelen en te dienen algemene belangen aanzienlijk is. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling heeft de wetgever bij de totstandkoming van de Wvg het algemene belang dat wordt gediend met het vestigen van een voorkeursrecht afgewogen tegen het individuele belang van de grondeigenaren. De wetgever heeft de nadelige effecten van het vestigen van het voorkeursrecht nadrukkelijk onder ogen gezien. ,

,

Het vestigen van een voorkeursrecht heeft volgens vaste rechtspraak bovendien slechts een betrekkelijk beperkte inbreuk op het eigendomsrecht. De vestiging van het voorkeursrecht heeft namelijk niet tot gevolg dat bezwaarmakers als eigenaars van de woningen niet langer het hun toekomende eigendomsrecht zouden kunnen uitoefenen maar uitsluitend dat zij bij het overgaan tot vervreemding eerst de gemeente in de gelegenheid moet stellen de woning te kopen. Dat is ook in dit geval zo. Het gaat om een beperkte inbreuk die door de raad is afgezet tegen het algemene belang dat is gediend met de vestiging van het voorkeursrecht. Van onevenredige gevolgen is niet gebleken en ook geen sprake. ,

De vestiging van het voorkeursrecht is ook in het onderhavige geval niet onevenredig. De inbreuk op het eigendomsrecht is in zoverre beperkt is dat bezwaarmakers niet gestoord worden in het gebruik van het perceel en de eigendom ook niet wordt onteigend maar enkel ,

12/17

beperkt wordt in de vrijheid om het perceel aan een ander over te dragen. Verder is van belang dat de Omgevingswet in bescherming van de financiële belangen van de eigenaar is voorzien. Als bezwaarmakers zouden overgaan tot aanbieding van zijn perceel aan de gemeente moet de gemeente hen een marktconforme prijs voor het perceel aanbieden die zo nodig door een onafhankelijke deskundige en onder de regie van de rechtbank kan worden vastgesteld. ,

,

Verweer tegen bezwaar 3 – onzekerheid schade en beperking eigendomsrecht In aanvulling wat hiervoor staat vermeld wordt aanvullend als verweer tegen bezwaar 3 het volgende opgemerkt. ,

,

Het voorkeursrecht houdt geen aanbiedingsverplichting in in het algemeen maar is enkel aan de orde in het geval eigenaar op eigen initiatief over wenst te gaan tot verkoop. Slechts in dat geval is eigenaar in beginsel verplicht eerst aan de gemeente aan te bieden. Met andere woorden de aanbiedingsplicht vloeit voort uit het vervreemdingsvoornemen van de eigenaar zelf; het voorkeursrecht verplicht hem niet tot verkoop. Dit is een bewuste keuze van de wetgever en een kenmerkend en ingecalculeerd gevolg van het instrument. ,

,

,

Mocht de gemeente een aanbod worden gedaan is de gemeente gehouden de werkelijke waarde te betalen indien zij tot aankoop wenst/besluit over te gaan. De wet biedt geen grondslag voor vergoeding van schade die de belanghebbende meent te lijden als gevolg van het enkele feit dat op zijn grond een voorkeursrecht is gevestigd. ,

Door bezwaarmakers ervaren onzekerheid doordat het nog geruime tijd kan duren voordat vaststaat of de thans aan de grond toegedachte functie daadwerkelijk aan die grond wordt toegedeeld is begrijpelijk maar inherent aan het feit dat een voorkeursrecht juist wordt gevestigd op een moment dat de planologische besluitvorming nog niet ver genoeg is gevorderd om die duidelijkheid te kunnen bieden. Het voorkeursrecht stelt de betrokken overheid in staat om de regie te behouden over de beoogde gebiedsontwikkeling. Ook gaat de vestiging van een voorkeursrecht die gewoonlijk in een vroeg stadium van planologische besluitvorming plaatsvindt prijsopdrijving en grondspeculatie tegen. ,

,

,

Zoals hiervoor reeds is opgemerkt heeft de wetgever bij de totstandkoming van de wet het met de vestiging van een voorkeursrecht te dienen algemene belang afgewogen tegen het (individuele) financiële belang van de betrokken grondeigenaar zodat dit laatste niet meer afzonderlijk in de afweging hoeft te worden betrokken. ,

,

Mochten bezwaarmakers zich (in een later stadium) op het standpunt stellen dat zij in aanmerking komen voor nadeelcompensatie vanwege de planologische wijziging staat het hen vrij daartoe een claim in te dienen. ,

Verweer tegen bezwaar 4 – Tracékeuze Dit bezwaar richt zich tegen (de procedure omtrent de totstandkoming van) het tracé en is daarmee juridisch-planologisch van aard. Bezwaren van planologische aard horen thuis in het juridisch-planologische besluitvormingstraject omtrent (de keuze van) het tracé en dienen volgens vaste rechtspraak bij de beoordeling van de rechtmatigheid van een voorkeursrechtbeschikking buiten beschouwing te worden gelaten. Daarbij wordt nog opgemerkt dat zoals in het raadsvoorstel ook duidelijk is aangegeven de uiteindelijke tracékeuze nog onderwerp is van nadere besluitvorming zodat op dit moment nog geen zekerheid bestaat over de vraag waar het uiteindelijke tracé komt te lopen. ,

,

,

,

,

Mocht in een later stadium vaststaan dat de gronden niet benodigd zijn voor het definitief vastgestelde tracé dan zal het voorkeursrecht ingetrokken worden ten aanzien van de niet benodigde percelen. Dit betreft een wettelijke verplichting die voortvloeit uit artikel 9. 5 van de Omgevingswet. Daarnaast is het punt ook in het raadsvoorstel/besluit opgenomen onder 5: “De bevoegdheid tot intrekking van het voorkeursrecht voor de percelen waarvoor dat recht te zijner tijd niet langer nodig is te mandateren aan het college. ” ,

13/17

Het bezwaar dat er hieromtrent sprake is van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is derhalve ongegrond. Verweer tegen bezwaar 5 – geen vervaldatum De stelling dat sprake is van strijd met artikel 7. 1 Omgevingsbesluit is onjuist. Er is wel een vervaldatum opgenomen. In het raadsvoorstel/-besluit is opgenomen: “Te concluderen dat dit voorkeursrecht van rechtswege vervalt drie jaar na het ingaan ervan tenzij voor dat tijdstip de functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd is toegedacht in een omgevingsvisie of een programma of is toegedeeld in het omgevingsplan. De eerst volgende planologische grondslag zal naar verwachting zijn de vaststelling van een omgevingsplan. ” ,

,

Verweer tegen bezwaar 6 – overige bezwaren Verweer tegen bezwaar – gebrek aan informatie voorafgaand aan voorkeursrecht Vooraf wordt opgemerkt dat het goed is voor te stellen dat een belanghebbende zich overvallen voelt door de vestiging van een voorkeursrecht. Echter zou iedere aankondiging van het voornemen om een voorkeursrecht te vestigen contraproductief (kunnen) uitpakken omdat de grondeigenaar/rechthebbende dan nog in de gelegenheid zou worden gesteld om nog snel een grondtransactie te verrichten wat het doel van het voorkeursrecht zou kunnen frustreren. Het ‘verrassingselement’ is daarom inherent aan de inzet van dit instrument. Daaraan kan worden toegevoegd dat het voorkeursrecht pas wordt “geactiveerd” op het moment dat de belanghebbende zelf het voornemen opvat om zijn onroerende zaak (of het beperkte recht daarop) te vervreemden en dat hij als gevolg van het voorkeursrecht niet in het normale gebruik van die zaak wordt gehinderd. ,

,

,

Verweer tegen bezwaar – onzorgvuldige informatie tijdens inloopavond Tijdens de inloopavond op 3 februari 2025 is getracht belanghebbenden zo goed mogelijk te informeren over de gevolgen van het voorkeursrecht en de aanbiedingsprocedure. Het is mogelijk dat wellicht niet op alle vragen direct een volledig antwoord kon worden gegeven maar dit doet niet af aan de zorgvuldigheid waarmee het proces is voorbereid. De aanbiedingsplicht houdt in dat eigenaren hun woning eerst aan de gemeente moeten aanbieden alvorens tot verkoop aan derden over te gaan. De precieze invulling van de aanbiedingsprocedure wordt ook uitgelegd in de brief die aan iedere eigenaar en beperkt gerechtigde waaronder bezwaarmakers is verzonden. De gemeente erkent het belang van duidelijke communicatie en betreurt het als de informatievoorziening tijdens de inloopavond als onvoldoende is ervaren. Er is echter geen sprake van onbehoorlijk bestuur. De gemeente zal bij de verdere uitwerking van de procedure zorgen voor heldere en toegankelijke informatievoorziening. ,

,

,

Verweer tegen bezwaar – verzoek om een bod te doen Bezwaarmakers kunnen een verkoopproces ten aanzien van hun perceel doorzetten en dienen het perceel dan als eerste aan de gemeente aan te bieden conform de daarop van toepassing zijnde procedure zoals die aan bezwaarmakers bij brief bekend is gemaakt. Binnen 6 weken na ontvangst van de uitnodiging tot onderhandeling moet het college vervolgens beslissen of de gemeente in beginsel bereid is het goed onder nader overeen te komen voorwaarden aan te kopen. Verweer tegen bezwaar - algemene beginselen Bezwaarmakers verbinden aan hun bezwaren verschillende juridische kwalificaties waaronder dat het besluit onzorgvuldig onvoldoende gemotiveerd buitenproportioneel onrechtmatig tot stand zou zijn gekomen niet doelmatig onevenredig of in strijd met het recht zou zijn. Omdat de feitelijke en juridische argumenten die ten grondslag zijn gelegd aan deze kwalificaties in het kader van de algemene en specifieke verweren inhoudelijk zijn weerlegd kan worden geconcludeerd dat deze kwalificaties geen stand houden. ,

,

,

,

,

,

,

14/17

De gemeente heeft bij de voorbereiding en vaststelling van het voorkeursrecht de vereiste zorgvuldigheid betracht de betrokken belangen evenwichtig afgewogen en gehandeld binnen de grenzen van de geldende wet- en regelgeving. Het besluit is deugdelijk gemotiveerd – de aanleiding noodzaak en juridische gronden zijn beschreven - en het voorkeursrecht is ingezet voor het doel waarvoor dit instrument is bedoeld. De gemeente onderkent dat dit besluit voor bezwaarmakers onzekerheid en andere nadelige gevolgen met zich kan brengen maar heeft toegelicht dat het algemeen belang de vestiging van het voorkeursrecht rechtvaardigt. Juist voor situaties als de onderhavige is het voorkeursrecht in het leven geroepen. Er bestaat dan ook geen grond om het besluit als onrechtmatig of onevenredig aan te merken. ,

,

Conclusie raad Om vorengenoemde redenen is de raad van mening dat het bestreden besluit in stand kan blijven. De raad verzoekt de adviescommissie daarom om te adviseren de bestreden besluiten in stand te laten en de bezwaren ontvankelijk en ongegrond te verklaren. ,

VI.

Oordeel van de commissie De commissie is aan de hand van de stukken en het verhandelde ter zitting nagegaan of de raad terecht tot het bestreden besluit is gekomen. De eisen die aan de procedure tot het vestigen van een voorkeursrecht zijn verbonden zijn als volgt. Na het nemen van een voorkeursrechtbeschikking: wordt de voorkeursrechtbeschikking bekendgemaakt door toezending of uitreiking aan de in het besluit vermelde eigenaren en beperkt gerechtigden; wordt de voorkeursrechtbeschikking ter inzage gelegd binnen de gemeente waar een onroerende zaak ligt waarop het voorkeursrecht betrekking heeft; wordt kennis gegeven van de terinzagelegging door publicatie in het elektronisch mededelingenblad; en treedt het voorkeursrecht in werking door aanbieding van de voorkeursrechtbeschikking ter inschrijving bij de openbare registers van het Kadaster. Die aanbieding kan pas geschieden na de bekendmaking (binnen 4 dagen na de bekendmaking). Het Kadaster tekent de datum en het tijdstip van inschrijving aan. ,

,

,

Voor welke functies Het bevoegd gezag kan alleen een voorkeursrecht vestigen op een onroerende zaak die deel uitmaakt van een locatie: waaraan een waarvan

niet-agrarische functie is toegedeeld of toegedacht.

het huidige gebruik afwijkt van die toegedeelde of toegedachte functie.

Die functie moet zijn toegedeeld of toegedacht in het beleidsdocument of normstellende document van de overheid of in de voorkeursrechtbeschikking. De commissie concludeert allereerst dat de procedures correct zijn doorlopen. Er is sprake van een ‘vervroegd’ voorkeursrecht in de zin van artikel 9. 1 eerste lid aanhef en onder c Omgevingswet; de gronden zijn nog niet ten behoeve van de functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd opgenomen in een gemeentelijke omgevingsvisie programma dan wel omgevingsplan. De vestiging vindt plaats ten behoeve van een niet-agrarische functie welke functie afwijkt van het huidige feitelijke gebruik. Een infrastructurele functie zoals in dit geval aan de orde is een voorbeeld van een niet-agrarische functie. Daarmee is aan de procedurele eisen voldaan. In diverse documenten onder meer in de beschikking is daarnaast de toebedachte functie uiteengezet. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

15/17

Aanwijzing te vroeg Een bezwaar stoelt op de gedachte dat de beschikking pas genomen had moeten worden als de tracékeuze bekend zou zijn. Dan had zo luidt het bezwaar een kleiner gebied betrokken geweest in de aanwijzing. De commissie merkt ten aanzien van dit bezwaar op dat gelet op het belang van voorkomen van speculatie het begrijpelijk is dat zo vroeg mogelijk in het proces het voorkeursrecht wordt gevestigd. Bovendien is de tijdsspanne tussen de datum van vestiging van het voorkeursrecht en de datum waarop de tracékeuze wordt bekendgemaakt naar verwachting betrekkelijk kort. De commissie is van mening dat dit bezwaar geen doel treft. ,

,

,

,

Evenredigheid van de aanwijzing belangenafwegingen en optreden van schade De commissie is van oordeel dat de vestiging van het voorkeursrecht door de raad niet onevenredig is. Daarvoor is in de eerste plaats van belang dat de inbreuk op het eigendomsrecht in zoverre beperkt is dat bezwaarden niet gestoord wordt in het gebruik van het perceel en de eigendom ook niet wordt onteigend maar enkel beperkt wordt in de vrijheid om het perceel aan een ander over te dragen. Ook merkt de commissie op dat aan de aanwijzing een einddatum is verbonden welke datum gelet op de verwachting dat de tracékeuze reeds in 2025 bekend wordt belangrijk eerder in de tijd zal komen te liggen. Verder acht de commissie van belang dat door de toepasselijke wettelijke voorschriften in bescherming van de financiële belangen van de eigenaar is voorzien. Als een eigenaar over zou gaan tot aanbieding van zijn perceel aan de gemeente moet de gemeente hem een marktconforme prijs voor het perceel aanbieden die zo nodig door een onafhankelijke deskundige en onder de regie van de rechtbank kan worden vastgesteld. 1 De commissie is van mening dat het belang van het aanleggen van de tracés en daarmede van het vestigen van het voorkeursrecht een groot gewicht toekomt. De raad mocht dit belang laten prevaleren boven het belang van de zakelijk gerechtigden bestaande uit een ongestoord zakelijk recht.

Gelet op het bovenstaande meent de commissie dat deze bezwaargronden de beschikking niet kunnen aantasten. ,

,

,

,

,

Gebied omvang en (onzekere) tracekeuze Diverse bezwaren zien op de grootte van het gebied dat in de beschikking is betrokken zien er daarnaast op dat de tracékeuze niet duidelijk is anders had moeten lopen en geven aan dat de eigen woning ver van de drie geschetste tracés af ligt zodat deze nodeloos betrokken is in de aanwijzing. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat de systematiek van de Wvg (thans Omgevingswet opm. commissie) met zich meebrengt dat wanneer het voorkeursrecht kan en dient te worden aangewend het veelal onzeker zal zijn of de geplande (her)ontwikkeling feitelijk zal kunnen worden gerealiseerd. Omdat het doel van de wet is om voorrang aan gemeenten te verschaffen bij aankoop van gronden benodigd voor het realiseren van toekomstige planologische ontwikkelingen staat de gestelde onzekerheid niet in de weg aan het gebruik van de bij wet gegeven bevoegdheid tot het vestigen van een voorkeursrecht. 2 In het verweerschrift van de gemeenteraad en in de hoorzitting is door verweerder nog eens onderstreept dat ook de drie tracékeuzes nog niet vastliggen. Dit houdt in dat de omvang van het gebied dat in het voorkeursrecht is betrokken groter is dan strikt noodzakelijk is voor realisering van ieder van de drie tracés afzonderlijk. De commissie is van oordeel dat dit bezwaar ongegrond is vanwege dit gegeven. ,

,

,

,

,

Provincie geeft geen toestemming voor bouwen Er is door enkele bezwaarden gesteld dat de provincie Zuid-Holland nooit akkoord zal gaan met de bouw van woningen en wegen. Hier is volgens de commissie onvoldoende van gebleken. 1 Zie ook

ECLI:NL:RVS:2012:BX8248

2 Uitspraak van

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) ECLI:NL:RVS:2014:3786 uitspraak van de Afdeling van 25 april 2012 ECLI:NL:RVS:2012:BW3871 r. o. 2 Zie ook ECLI:NL:RBDHA:2024:18964 en ECLI:NL:RBGEL:2024:2469 en

,

,

,

16/17

,

r. o. 4. 2

Bovendien

hoeft de

ontwikkeling

zijn, zo leert de eerder aangehaalde dan geen voorkeursrecht zou kunnen vestigen. De commissie

jurisprudentie, dat men bezwaar ongegrond. Geen

niet

zo

zeker te

acht

dit

speculatie

Diverse bezwaarden

geval van aanleg van wegen niet gevreesd. weersproken. De commissie acht de stelling van bezwaarden dat geen speculatie zal plaatsvinden niet onderbouwd. Wat hier ook van zij, de eventuele aanleg van een wegtracé in de Molenpolder wordt door de verplichting een onroerende zaak eerst aan de gemeente aan te bieden (beter) gefaciliteerd. gaven

behoeft te worden

Uitnodigingen Op de hoorzitting

In

voor

verweer

commissie

heeft

aangegeven dat

speculatie

is dit door

in het

uw

raad

zijn uitgenodigd. gedaan. Gebleken is dat alle bezwaarden zijn uitgenodigd. Een nieuwe hoorzitting was dus niet nodig. Wellicht is het zo dat er is gesproken met mensen die alleen een zienswijze hebben ingediend, maar geen bezwaar hebben gemaakt. De

werd

dat

aan

navraag

Besluitvorming tracé Ten slotte geeft de commissie wel het definitieve tracé

over

VIL.

niet zouden

mensen

zo

kort

het advies

aan

de

Raad

om

de

periode van besluitvorming

mogelijk te houden!

Advies De

commissie

adviseert:

ontvankelijk en ongegrond te verklaren; -__Het bestreden besluit van 15 april 2025 in stand te laten; Gevraagde proceskosten af te wijzen. -

De

bezwaarschriften

bezwaarschriften

-__

Oud-Beijerland,

4

augustus

2025

De

bezwaarschriftencommissie

de

voorzitter,

de

digitaal goedgekeurd

Waard,

secretaris,

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) Dit advies is

Hoeksche

gemeente

van

en

daarom

niet ondertekend

17/17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15960163/1