bijlage 3a t NL.IMRO.1963.BPgrSabinastrZB20-ON01
Tekst van het document
Bestemmingsplan Gravin Sabinastraat 57 e.o. Zuid-Beijerland Gemeente Hoeksche Waard Ontwerp
Bestemmingsplan Gravin Sabinastraat 57 e.o. Zuid-Beijerland Gemeente Hoeksche Waard Ontwerp
Rapportnummer:
P02873
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.1963.BPGrSabinastrZB20-ON01
Datum:
6 september 2021
Opdrachtgever:
Konijnendijk Mode
Projectteam BRO:
BR, TA
Concept:
17 april 2020
Concept 2:
19 mei 2020
Concept 3:
7 september 2020
Ontwerp:
11 december 2020, 20 mei 2021, 1 en 6 september 2021
Vaststelling: Bron foto kaft:
BRO
Beknopte inhoud:
Bestemmingsplan ten behoeve van de uitbreiding van Konijnendijk Mode, de plaatselijke herinrichting van de Gravin Sabinastraat en het wegbestemmen van ongebruikte detailhandelsfuncties aan de Dorpsstraat.
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Toelichting
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
4 4 5 5 6
2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
6 7 9
2.2.1 Uitbreiding winkel Konijnendijk Mode 2.2.2 Aanleg parkeerterrein en herinrichting Gravin Sabinastraat 2.2.3 Aanpassing bestemmingen Dorpsstraat 2.3 Ruimtelijke effecten
9 12 13 13
3. BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid
15 15
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) 3.1.2 AMvB Ruimte 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid
15 16 16 18
3.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland 3.2.2 Omgevingsvisie Zuid-Holland 3.2.3 Omgevingsverordening Zuid-Holland 3.3 Gemeentelijk beleid
18 18 20 25
3.3.1 Structuurvisie ‘Omgevingsvisie Hoeksche Waard’ 3.3.2 Detailhandelsvisie Hoeksche Waard
25 27
4. OMGEVINGSASPECTEN 4.1Verkeer en parkeren
29 29
4.1.1 Toetsingskader 4.1.2 Analyse 4.1.3 Conclusie 4.2 Geluid
29 29 30 30
4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Luchtkwaliteit
30 31 31 32
Inhoudsopgave
1
4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Conclusie 4.4 Bedrijven en milieuzonering
32 32 33 33
4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Geur agrarisch
33 34 35 35
4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Conclusie 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Externe veiligheid
35 36 36 36
4.7.1 Toetsingskader 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Conclusie 4.8 Ecologie
36 37 38 38
4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.8.4 Aanvullend onderzoek 4.9 Bodem
38 39 40 41 42
4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie 4.10 Water
42 42 42 43
4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Onderzoek 4.10.3 Conclusie 4.11 Archeologie
43 44 47 48
4.11.1 Toetsingskader 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie 4.12 Cultuurhistorie
48 48 48 49
4.12.1 Toetsingskader 4.12.2 Analyse en conclusie 4.13 Toetsing Besluit m.e.r. / Vormvrije m.e.r.-beoordeling
49 49 50
5. JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Plansystematiek 5.3 Bestemmingen
Inhoudsopgave
51 51 51 53
2
6. UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid
54 54
6.1.1 Financieel economische haalbaarheid 6.1.2 Kostenverhaal 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
54 54 55
6.2.1 Vooroverleg 6.2.2 Omgevingsdialoog 6.2.3 Vaststellingsprocedure
55 55 55
Separate bijlagen Bijlage 1: Notitie effectenanalyse Bijlage 2: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 5: Ecologisch vervolgonderzoek Bijlage 6: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 7: Laddertoets Bijlage 8: Stikstofdepositieberekening Bijlage 9: Bouwhistorische verkenning Bijlage 10: Cultuurhistorisch onderzoek
Inhoudsopgave
3
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding Aan de Gravin Sabinastraat 57 in de kern van Zuid-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, heeft Konijnendijk Mode een ruim en vrijstaand winkelpand. Vanwege de aantrekkende marktomstandigheden is er behoefte ontstaan aan een uitbreiding van de winkel. Deze uitbreiding is beoogd aan de rechterzijde van het pand, ter plaatse van de huidige parkeerplaats en het oude kantoorpand. Hierdoor ontstaat behoefte aan nieuwe parkeerruimte, die wordt gezocht schuin tegenover de winkel, op een ongebruikt en onbebouwd woonkavel aan de Gravin Sabinastraat. De gemeente Hoeksche Waard wil de aanleg van de nieuwe parkeerruimte aangrijpen om gelijktijdig een gedeelte van de Gravin Sabinastraat opnieuw in te richten en enkele openbare parkeerplaatsen met groenvoorzieningen aan te leggen. Vanuit de gemeente bestaat voor de parallel gelegen Dorpsstraat al langere tijd de wens alhier de onbenutte detailhandelsmogelijkheden weg te bestemmen, teneinde de straat te bestendigen als straat met hoofdzakelijk een woonfunctie.
Figuur 1. Globale ligging plangebied rood omkaderd.
Aangezien voor de winkeluitbreiding, aanleg van de parkeerplaats, het herinrichten van de weg en het wegbestemmen van de onbenutte detailhandelsmogelijkheden een herziening van het bestemmingsplan nodig is, is het voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Hiermee vormt dit plan het planologischjuridisch kader waarmee de gewenste ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt.
Hoofdstuk 1
4
1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen in Zuid-Beijerland, een kleine dorpskern in de gemeente Hoeksche Waard, Zuid-Holland. Tot de gemeentelijke herindeling begin 2019 behoorde Zuid-Beijerland tot de voormalige gemeente Korendijk. Zoals hierboven is aangegeven omvat dit bestemmingsplan vier locaties: 1. De winkeluitbreiding van Konijnendijk Mode aan de rechterzijde van Gravin Sabinastraat 57; 2. De aanleg van een nieuwe parkeerplaats op het tegenovergelegen perceel; 3. De lokale herinrichting van de Gravin Sabinastraat; 4. Een groot deel van de panden aan de Dorpsstraat met de bestemming Centrum. De locaties zijn gelegen in de zuidelijke helft van Zuid-Beijerland. De onderstaande figuur toont de ruimtelijke begrenzing van de vier plandelen.
Figuur 2. Begrenzing plangebied op luchtfoto met aanduiding plandelen.
De winkeluitbreiding van Konijnendijk Mode vindt plaats aan de oostzijde van het bestaande winkelpand, op de plaats van de huidige parkeerplaatsen en het voormalige gemeentekantoor. Dit betreft de kadastrale percelen gemeentecode BEL02, sectie C, nummers 2759 en 2786 (gedeeltelijk). Schuin daar tegenover wordt op perceelnummer 2091 de nieuwe parkeerplaats gerealiseerd. De reconstructie van de Gravin Sabinastraat vindt plaats tussen de winkel en de nieuwe parkeerplaats. Dit betreft kadastraal perceelnummer 3089. Het herbestemmen van de panden aan de Dorpsstraat heeft betrekking op de panden gelegen aan de zuidzijde van de Dorpsstraat, van huisnummer 119 tot en met 223.
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Korendijk 2018’, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Hoeksche Waard op 7 november 2019.
Hoofdstuk 1
5
Figuur 3. Uitsnede bestemmingsplan 'Kernen Korendijk 2018', plandelen rood omlijst.
De winkel van Konijnendijk Mode heeft de enkelbestemming Detailhandel. De locatie waar de uitbreiding is beoogd heeft echter de bestemmingen Verkeer en Kantoor. De locatie van de nieuwe parkeerplaats heeft de bestemming Wonen en wordt omringd door de bestemming Tuin. De wegreconstructie is grotendeels voorzien binnen de bestemming Verkeer, maar ook op een deel van de bestemming Groen. Het reduceren van het aantal detailhandelsmogelijkheden aan de Dorpsstraat vindt plaats binnen de bestemming Centrum, waarbinnen dit momenteel wel is toegestaan. Het gehele plangebied is daarnaast voorzien van de dubbelbestemming Waarde – Archeologie – 3. De betreffende bestemmingen zijn niet passend bij het gewenste toekomstige gebruik en bieden niet de juiste bouwmogelijkheden. Het vigerende bestemmingsplan biedt geen geschikte afwijkingsmogelijkheden. Daarom is gekozen voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan, afgestemd op de gewenste toekomstige inrichting.
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
Hoofdstuk 1
6
2.
PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op vier locaties. Het maakt een bouwplan mogelijk bij Konijnendijk Mode, voorziet in een herinrichting van de aangrenzende openbare ruimte en de aanleg van een parkeerplaats tegenover de winkel, en het plan voorziet in een wijziging van de gebruiksmogelijkheden van enkele panden aan de nabijgelegen Dorpsstraat. De uitbreiding van de winkel vindt plaats aan de oostzijde van de bestaande winkel. Momenteel is hier een parkeerplaats gelegen met tien parkeerhavens, evenals een verouderd kantoorpand (oude gemeentehuis). Konijnendijk Mode is gelegen midden in de woonwijk, ten noordoosten van het compacte winkelcentrum van Zuid-Beijerland.
Figuur 5. Luchtfoto locatie winkeluitbreiding.
Figuur 4. Parkeerstrook en voormalig gemeentehuis ter plaatse van beoogde winkeluitbreiding, links Konijnendijk Mode.
Hoofdstuk 2
7
Aan de noordzijde van de winkeluitbreiding grenzen de achtertuinen van de rijtjeswoningen aan de Lijsterbesstraat. Aan de zuidzijde loopt de Gravin Sabinastraat, met aan de overzijde haaks op de weg geplaatste parkeerhavens, een groenstrook, trottoir en de voortuinen van de aldaar gelegen rijtjeswoningen. Ten zuidoosten van de winkel, aan de overkant van de Gravin Sabinastraat, is partycentrum Eendrachtshoeve gelegen. Door de winkeluitbreiding en het wegvallen van enkele parkeerplaatsen is behoefte aan een nieuw parkeerterrein. Dit wordt beoogd op het grasveldje tegenover de winkel, waar eigenlijk woningbouw werd beoogd. Dit is echter nooit gerealiseerd. Tot voor kort was hier een kinderdagverblijf gelegen en een kleine gereformeerde kerk. Beide zijn in 2014 gesloopt.
Figuur 6. Straatfoto, links Konijnendijk Mode, midden/rechts grasveld waar de nieuwe parkeerplaats wordt gerealiseerd.
In het verlengde van de uitbreiding en de aanleg van de nieuwe parkeerplaatsen, is de gemeente voornemens de openbare ruimte aan dit deel van de straat opnieuw in te richten. Momenteel is de Gravin Sabinastraat ingericht als 30 km/u-weg, beklinkerd, met aan weerszijden een smal trottoir. Er zijn verschillende in- en uitritten van parkeerterreinen en zijwegen, en tegenover de winkel zijn haakse parkeerhavens gelegen. Deze vele haakse aansluitingen maken de verkeersituatie onoverzichtelijk.
Figuur 7. Straatbeeld Gravin Sabinastraat t.h.v. Konijnendijk Mode.
Hoofdstuk 2
8
Het vierde plandeel betreft het waar mogelijk wegbestemmen van de detailhandelsmogelijkheden aan de Dorpsstraat, die even ten zuiden parallel loopt aan de Gravin Sabinastraat. Hier worden verder geen fysieke ingrepen beoogd. De panden hebben ingevolge bestemmingsplan ‘Kernen Korendijk 2018’ de bestemming Centrum, waarbinnen de volgende gebruiksmogelijkheden zijn toegestaan. detailhandel en dienstverlening, uitsluitend op de begane grond; wonen, waaronder aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen.
Figuur 8. Straatbeeld aan de Dorpsstraat.
De Dorpsstraat is het historische bebouwingslint dat in oost-westrichting door de kern van Zuid-Beijerland loopt. De weg is op een dijk gelegen en er zijn veel oudere panden gelegen aan de Dorpsstraat. Gezien de beperkte breedte en algehele karakter van de straat, plus het feit dat de straat geen onderdeel uitmaakt van het compacte winkelcentrum, is het ruimtelijke gezien een logische keuze minder mogelijkheden voor detailhandel toe te staan langs dit deel van de Dorpsstraat. In de huidige situatie is er feitelijk ook weinig detailhandel aanwezig aan de dorpsstraat.
2.2 Toekomstige situatie 2.2.1 Uitbreiding winkel Konijnendijk Mode De winkeluitbreiding komt aan de oostzijde van de bestaande winkel aan de Gravin Sabinastraat 57 in Zuid-Beijerland, in plaats van de huidige parkeerstrook en het kantoorpand. De uitbreiding wordt in dezelfde moderne, statige stijl als het huidige gebouw gerealiseerd. De uitbreiding heeft een totale oppervlakte van circa 750 vierkante meter, waarbinnen verdeeld over twee bouwlagen 1.500 vierkante meter bvo wordt gecreëerd. De extra vloeroppervlakte zal grotendeels worden aangewend voor de kledingwinkel, bijbehorende kantoorruimte en een kleine restaurantvoorziening op de verdieping voor het winkelend publiek. De netto toevoeging van bebouwing is dus kleiner, aangezien er reeds bebouwing is.
Hoofdstuk 2
9
De onderstaande afbeeldingen tonen een impressie van de toekomstige situatie. Het bouwplan en de inrichting van de openbare ruimte zijn nog niet definitief en vormen dus slechts een indicatie.
Figuur 9. Gevelaanzichten nieuwe situatie.
Figuur 10. Impressie voorgevel, straatbeeld vanaf Gravin Sabinastraat (indicatief).
Hoofdstuk 2
10
Figuur 10. Impressie zijgevel winkeluitbreiding.
Figuur 9. Impressie zijgevel winkeluitbreiding, gezien vanaf de parkeerplaats Gravin Sabinastraat - Tuinweg.
Hoofdstuk 2
11
2.2.2 Aanleg parkeerterrein en herinrichting Gravin Sabinastraat Door het uitbreiden van de winkel gaan enkele parkeervakken naast de huidige winkel verloren, en ontstaat een grotere parkeerbehoefte. Om deze aanvullende parkeerbehoefte op te vangen wordt een nieuw parkeerterrein ingericht ten zuiden van de winkel, op de hoek van de Nassaustraat en de Gravin Sabinastraat. Dat moet voorkomen dat automobilisten die per definitie zo dicht mogelijk bij de winkelentree willen parkeren, het overige verkeer vertragen. Konijnendijk Mode is een van de voorzieningen in Zuid-Beijerland. Inwoners van de Hoeksche Waard, maar ook buiten de regio, gaan naar Konijnendijk om te winkelen. Om deze functie te kunnen behouden is uitbreiding en modernisering noodzakelijk. De gemeente Hoeksche Waard heeft aangegeven hier graag aan mee te werken. Zij grijpen deze mogelijkheid aan om de openbare ruimte van de Marijkelaan en de Gravin Sabinastraat tot aan de verbinding tussen Konijnendijk Mode en het centrum aan te pakken. Op deze manier is het detailhandelsgebied van Zuid-Beijerland beter bereikbaar en herkenbaar. Tegelijkertijd wordt de verkeersveiligheid en de doorstroming voor openbaar vervoer en hulpdiensten verbeterd. Door toepassing van klimaat adaptieve maatregelen wordt een toekomstbestendige situatie gerealiseerd.
Op het grasveld waar voorheen de kerk was gelegen wordt een parkeerterrein met circa 50 parkeerplaatsen gerealiseerd. De zestien parkeerhavens en de groenstrook tegenover Konijnendijk Mode maken eveneens plaats voor een nieuwe inrichting van verkeer en parkeren. Diverse varianten zijn denkbaar en voorgelegd aan bewoners. De gemeente gaat met de gemaakte opmerkingen van bewoners aan de slag en onderzoekt de meest optimale uitwerking. Een nader uitgewerkt ontwerp voor herinrichting wordt weer voorgelegd aan de omgeving. Onderhavig bestemmingsplan borgt dat de verschillende inrichtingsmogelijkheden mogelijk zijn. In figuur 11 is één van de genoemde opties weergegeven.
Figuur 11. Impressie (variant) nrichtingsschets Gravin Sabinastraat en parkeeroplossing.
Hoofdstuk 2
12
De nieuwe inrichting van de Gravin Sabinastraat moet bovenal een betere doorstroming richting het centrum van Zuid-Beijerland mogelijk maken en daarbij een verbetering van de overzichtelijkheid en verkeersveiligheid bewerkstelligen, mede door te voorzien in voldoende parkeerruimte. 2.2.3 Aanpassing bestemmingen Dorpsstraat Gelijktijdig met de hierboven beschreven aanpassingen van het bestemmingsplan, wenst de gemeente Hoeksche Waard ook een meer passend bestemmingsplanregime te organiseren voor een deel van de Dorpsstraat, even ten zuiden van de Gravin Sabinastraat gelegen. Een groot deel van panden aan de zuidzijde van de Dorpsstraat heeft de bestemming Centrum, maar gezien de ligging buiten het winkelcentrum van Zuid-Beijerland is dit niet de best passende bestemming gebleken. De straat leent zich, kijkend naar feitelijk gebruik, de beperkte profielbreedte en weinige parkeergelegenheden beter als dijklint met woningen. Zonder verdere fysieke ingrepen worden de gebruiksmogelijkheden van de hier aanwezige panden veranderd, waarna detailhandel en webshops met afhaalpunt, behoudens reeds aanwezige detailhandelsfuncties, niet meer rechtstreeks mogelijk zijn. Bestaand gebruik is positief bestemd. Alle overige bestaande bestemmingsplanbepalingen zullen qua gebruik en bebouwingsmogelijkheden ongewijzigd blijven, waarbij enkel de mogelijkheid tot nieuwe detailhandel wordt beperkt.
De mogelijkheid voor nieuwvestiging van detailhandel is via een afwijkingsbevoegdheid opgenomen in de planregels.
2.3 Ruimtelijke effecten De winkeluitbreiding van Konijnendijk Mode wordt gerealiseerd in een moderne architectuur, met glazen gevelelementen en een verhoogde houten dakconstructie. De bebouwing vormt na afronding een passend ensemble aan de Gravin Sabinastraat en kent vanaf de voor- en zijkant een hoogwaardige uitstraling, die qua schaal en type aansluit bij de omgeving. De nieuwe bebouwing zal niet hoger zijn dan de bestaande winkel, en het gebruik van zachtere materialen, groene aankleding en de terug gelegen situering van het bovenste bouwdeel zorgt ervoor dat de bebouwing kleinschalig aanvoelt. Het uitbreiden van de winkel aan de oostkant betekent dat het doodlopende parkeersteegje en het leegstaande voormalige gemeentehuis moeten worden gesloopt. Aangezien deze beide elementen een rommelige uitstraling hebben en de omgeving een verlaagde ruimtelijke kwaliteit geven, draagt het bouwplan op een positieve manier bij aan de directe omgeving. Zowel het pand als individueel object, als het hierdoor ontstaande straatbeeld zorgt voor een kwaliteitsimpuls en een verhoogde ruimtelijke kwaliteit aan de Gravin Sabinastraat en omgeving. De Gravin Sabinastraat is in huidige vorm niet optimaal ingericht om te kunnen functioneren als verkeersader richting het centrum en daarbij het bestemmingsverkeer voor Konijnendijk Mode in goede banen te leiden.
De zoekende parkeerders zorgen voor opstoppingen, moeten keren en op zoek naar versnipperd gelegen parkeerhavens. Door de voorgestelde wijziging van de weginrichting en de aanleg van een ruim en overzichtelijk parkeerterrein, worden automobilisten geattendeerd op de aanwezigheid van een afwijkende verkeerssituatie, worden de parkeervoorzieningen gecentraliseerd en kennen de parkeerlocaties een overzichtelijke in- en uitrijdconstructie.
Hoofdstuk 2
13
Het aanpassen van de bestemmingsplanregels voor de panden aan de Dorpsstraat heeft geen rechtstreekse ruimtelijke gevolgen. Toekomstig effect kan zijn dat er minder vraag naar parkeerruimte ontstaat, vanwege het ontbreken van verkeersaantrekkende detailhandelsfuncties. Kijkend naar de effecten kan worden gesteld dat het plan ruimtelijk aanvaardbaar is.
Hoofdstuk 2
14
3.
BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, vastgesteld op 13 maart 2012, staan de plannen van de rijksoverheid ten aanzien van aspecten op het gebied van ruimte en mobiliteit. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Tevens werkt het Rijk aan een eenvoudigere regelgeving. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening.
Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant. Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid en heeft daarom uit bovenstaande drie doelen slechts dertien nationale belangen naar voren laten komen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De dertien belangen van het Rijk zijn: een excellent ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren; ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie;
Hoofdstuk 3
15
ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; efficiënt gebruik van de ondergrond; een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s; ruimte voor waterveiligheid en duurzame zoetwatervoorzieningen en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Conclusie Het plan voorziet in een winkeluitbreiding, een aanpassing van de aangrenzende infrastructuur en het reduceren van detailhandelsmogelijkheden elders in de dorpskern van Zuid-Beijerland. Het plan is dermate kleinschalig, dat er geen nationalen belangen in het geding zijn. Het plan draagt bij aan het ondernemersklimaat, de ruimtelijke kwaliteit en lokale bereikbaarheid in Zuid-Beijerland, waarmee het plan in lijn is met de uitgangspunten zoals vastgelegd in de SVIR. Vanuit de SVIR bestaan er geen belemmeringen voor het planvoornemen 3.1.2 AMvB Ruimte Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de SVIR die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) en het Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening). Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Conclusie Het plangebied is niet gelegen in of nabij een gebied, zone of terrein dat op grond van het Barro of Rarro is beschermd met aanvullende regelingen. Vanuit de AMvB Ruimte bestaan er geen bezwaren tegen de voorgenomen planontwikkeling.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald:
Hoofdstuk 3
16
“De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Analyse Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorziet het winkelplan in de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m 2.
Door de toevoeging van 'in beginsel' bij iedere ondergrens, lijkt de Afdeling duidelijk te willen maken dat geen sprake is van ‘harde’ ondergrenzen. Konijnendijk Mode in het centrum van Zuid-Beijerland is voornemens de huidige winkel met een winkel-vloeroppervlak (wvo) te vergroten met circa 1.500 m² bvo. De uitbreiding vindt plaats naast het bestaande pand aan de westzijde. De uitbreiding wordt ondervangen op twee verdiepingen, evenals de huidige winkel, waarbij op verdieping ook een restaurant wordt voorzien met een omvang van circa 197 m² (incl. keuken). Deze uitbreiding dient te worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waarbij het initiatief getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. In dat kader is BRO gevraagd een ruimtelijk-functionele effectenanalyse op te stellen 2. Aanvullend is op de effectenanalyse ook een Ladderonderbouwing opgesteld. 3 Conclusie Voor de integrale afweging van het initiatief wordt op deze plaats volstaan met een verwijzing naar rapportage die is opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting, en het benoemen van de voornaamste conclusies.
Het initiatief draagt positief bij aan de regionale detailhandelsstructuur, is ook concreet benoemd als wenselijke ontwikkeling in het regionale detailhandelsbeleid van de Hoeksche Waard en heeft bovendien aantoonbaar een positief effect op de consumentenverzorging en de detailhandelsstructuur. Van onaanvaardbare effecten op de leegstand en in het verlengde daarvan het woon-, leefen ondernemersklimaat is geen sprake. De overige plandelen, te weten het aanpassen van de Gravin Sabinastraat, het aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen en het wegbestemmen van detailhandelsmogelijkheden, is op grond van jurisprudentie niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Het plan is daarmee niet in strijd met de ladder voor duurzame verstedelijking.
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). 2 BRO, Zuid-Beijerland, Notitie effectenanalyse uitbreiding Konijnendijk Mode, projectnummer P00172, d.d. 12 februari 2018 3 BRO, Zuid-Beijerland, Konijnendijk Mode, toets aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking, d.d. 17 september 2020
Hoofdstuk 3
17
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Gedeputeerde Staten hebben het Omgevingsbeleid Zuid-Holland vastgesteld dat bestaat uit de Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening en het Programma ruimte. Het Omgevingsbeleid vervangt alle voorgaande beleidsplannen en verordeningen voor de fysieke leefomgeving, zoals de Visie Ruimte en Mobiliteit. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot één integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur; De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing; Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voorruimtelijke kwaliteit; Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving. Het nieuwe omgevingsbeleid betreft een beleidsneutrale omzetting van bestaand beleid. De Zuid-Hollandse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening zijn per 1 april 2019 in werking getreden. 3.2.2 Omgevingsvisie Zuid-Holland De Omgevingsvisie Zuid-Holland bestaat uit verschillende onderdelen.
Enerzijds een introductie op het omgevingsbeleid, met kaartbeelden en een beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur, gevolgd door een ontwikkelrichting met ambities en sturing. Daarnaast is een beschrijving opgenomen van de ruimtelijke omgevingskwaliteit, gevolgd door een set samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie heeft de provincie zes richtinggevende ambities geformuleerd onder het motto Slimmer, Schoner, Sterker: Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Doorwerking plangebied Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een verbetering van de lokale infrastructuur en het uitbreiding en inperking van detailhandelsfuncties in de bestaande bebouwde omgeving van Zuid-Beijerland. Het plan is daarmee in lijn met enkele beleidsuitgangspunten uit de Omgevingsvisie. -
Concentratie detailhandel
Nieuwe detailhandelsontwikkelingen concentreren binnen de centra van dorpen en steden. Uitzondering hierop zijn goederen van een aard en omvang die fysiek niet in te passen zijn in centra.
Hoofdstuk 3
18
De Provincie Zuid-Holland versterkt samen met andere overheden, ondernemers en kennisinstellingen Zuid-Holland als economische topregio. Dit doet zij door de kennisinfrastructuur en innovatiekracht te versterken, groei en vernieuwing van het bedrijfsleven te stimuleren en een transitie vorm te geven naar een duurzame en digitale economie. De provincie doet dit om te zorgen voor levendige en krachtige stads- en dorpscentra en werklocaties die de vitaliteit en de kracht van het bedrijfsleven versterken. Daarbij dienen we slim om te gaan met ruimte en leegstand en overaanbod van werklocaties te beperken. Ruimtelijke ontwikkelingen die met nieuwe detailhandel gepaard gaan, worden in de toelichting op het bestemmingsplan onderbouwd via de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast moet inzicht gegeven worden in de eventuele toename van de leegstand en de gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit in het verzorgingsgebied, alsmede eventuele mogelijkheden voor saldering. In de Verordening ruimte is aangegeven dat nieuwe detailhandel primair binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie moet worden gerealiseerd. Voor (ontwerp)bestemmingsplannen die nieuwe detailhandel groter dan 2000 m² bruto vloeroppervlak binnen de centra mogelijk maken, moet worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat en de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig worden aangetast.
Het gaat daarbij onder meer om het voorkomen van onaanvaardbare leegstand. De behoefte aan de uitbreiding van Konijnendijk Mode is in de voorgaande paragraaf reeds toegelicht, waarmee invulling is gegeven aan de onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking. De winkeluitbreiding is in lijn met de provinciale visie. Door het wegnemen van onbenutte detailhandelsmogelijkheden bij de panden aan de Dorpsstraat wordt eveneens invulling gegeven aan de provinciale ambitie om detailhandel te clusteren in het centrum van kernen. Ten aanzien van het aspect detailhandel is het bestemmingsplan in overeenstemming met de Omgevingsvisie Zuid-Holland. -
Verbeterd en optimaal benut netwerk infrastructuur
De provincie zet in op het beter benutten en slimmer gebruiken van capaciteit van regionale mobiliteitssysteem Zuid-Holland, en zorgt voor opwaardering van haar infrastructuurnetwerk. Daartoe realiseert de provincie: projecten en maatregelen voor bereikbaarheid; projecten en maatregelen voor verbeteren van verkeersveiligheid en vermindering van het aantal verkeersslachtoffers; projecten, programma's en maatregelen gericht op betere benutting van de infrastructuur; en voert de provincie verkenningen en onderzoeken uit ter versterking en opwaardering van het mobiliteitssysteem. De provincie wil betere benutting van mobiliteitsnetwerk en minder congestie door beter evenwicht tussen vraag en aanbod, want betere bereikbaarheid levert een grotere bijdrage aan economische vestigingsklimaat in Zuid-Holland. Dat betekent dat de vraag naar mobiliteit beter afgestemd wordt op het aanbod van infrastructuur en vervoermiddelen, en dat de integratie van netwerken wordt verbeterd. Bij het programmeren van wonen, werken en voorzieningen wil de provincie dat de beschikbaarheid van capaciteit op het mobiliteitsnetwerk één van de keuzefactoren vormt, en dat hiervoor bij planvorming voortdurend aandacht aan wordt besteed.
Het zorgen voor voldoende parkeergelegenheid nabij winkelgebieden en het inrichten van lokale wegen zodat congestie wordt tegengegaan en de bereikbaarheid van het centrum wordt vergroot, draagt
Hoofdstuk 3
19
bij aan de provinciale ambitie voor een bereikbare regio met een verkeersveilig wegennet. Het bestemmingsplan is daarmee in lijn met de provinciale Omgevingsvisie. 3.2.3 Omgevingsverordening Zuid-Holland De provinciale omgevingsverordening vormt de juridisch bindende doorvertaling van de ambities uit de omgevingsvisie. Zo zijn er instructieregels in opgenomen voor gemeenten en waterschappen en zijn er bijvoorbeeld nadere regels gesteld ten aanzien van landbouw, bodembeheer, natuur en milieubeschermingsgebieden. Aan de hand van de kaartbladen behorende bij de verordening is gekeken welke regels uit de omgevingsverordening op het voorliggende plan van toepassing zijn. Regionale waterkeringen Zoals eerder vermeld is de Dorpsstraat gelegen op een dijk. De Dorpsstraat is in de Omgevingsverordening aangewezen als regionale waterkering. Aangezien het voorliggende bestemmingsplan voor de Dorpsstraat enkel voorziet in een beperking van de gebruiksmogelijkheden, zonder beoogde fysieke ingrepen of wijzigingen in de bouwmogelijkheden, is het bestemmingsplan niet van invloed op de waterkering.
Stedelijke ontwikkelingen – detailhandel Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Artikel 6.13 Detailhandel 1.
Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel op gronden: o binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken; o binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk; o binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg van herlocatie.
Hoofdstuk 3
20
2. De nieuwe detailhandel, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende eisen: o de ontwikkeling is in overeenstemming met het in het Programma ruimte en de Omgevingsvisie beschreven ontwikkelingsperspectief voor de daarin benoemde te versterken centra, te optimaliseren centra en de overige centra; o aangetoond is dat als gevolg van de ontwikkeling het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat; o voor zover de ontwikkeling een omvang heeft van meer dan 4.000 m2 bruto vloeroppervlak in de binnensteden van Rotterdam en Den Haag of 2.000 m2 bruto vloeroppervlak in de andere centra, is mede met het oog op de eisen onder a en b, advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op een bestemmingsplan dat voorziet in de volgende nieuwe detailhandel: a.
detailhandel in goederen die qua aard of omvang van de aangeboden goederen niet of niet goed inpasbaar is in de centra: o 1°detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; o 2°detailhandel in volumineuze goederen; o 3°meubelbedrijven, inclusief in ondergeschikte mate een assortiment woninginrichting en stoffering, alsmede detailhandel in de volumineuze woongoederen: keukens, badkamers, vloeren, zonwering en jacuzzi’s, voor zover de ontwikkeling plaatsvindt binnen de bedrijventerreinen met locaties voor perifere detailhandelsvestigingen (PDV) waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 10 in bijlage II; o 4°tuincentra; o 5°bouwmarkten; b. kleinschalige detailhandel: o 1°in de vorm van een gemakswinkel; o 2°bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrije tijdsvoorzieningen, alsmede andere locaties met veel bezoekers of passanten, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties; c. ondergeschikte detailhandel: o 1°in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf; o 2°bij een beroep aan huis of bij een ambachtelijk of dienstverlenend bedrijf, met een assortiment dat aansluit bij de hoofdbestemming; o 3°bij een agrarisch bedrijf met een assortiment van producten uit eigen teelt; d. afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen op goed bereikbare locaties; e. kringloopwinkels; f.
supermarkten net buiten het winkelconcentratiegebied in kleine kernen, als is aangetoond dat hiervoor onvoldoende ruimte is in een bestaande winkelconcentratie. 4. Het bestemmingsplan voorziet uitsluitend in de nieuwe detailhandel, bedoeld in het derde lid onder a en f, als is aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat. Mede met het oog hierop is advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland, voor zover het gaat om de nieuwe detailhandel, bedoeld in het derde lid onder a, onderdelen 3, 4 of 5, of bedoeld in het derde lid, onder f, en voor zover die nieuwe detailhandel een omvang heeft van meer dan 1.000 m 2 bruto vloer oppervlak. 5. Een bestemmingsplan dat voorziet in detailhandel als bedoeld in het derde lid, onder a stelt de volgende voorwaarden aan de nevenassortimenten: o ten hoogste 20% van het netto verkoopvloeroppervlak wordt voor de verkoop van het nevenassortiment gebruikt; en o het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment.
Hoofdstuk 3
21
Het bestemmingsplan is voor wat betreft de winkeluitbreiding getoetst aan deze provinciale bepaling in de Notitie effectenanalyse uitbreiding Konijnendijk Mode en aanvullende ladderonderbouwing, beiden opgenomen in de bijlagen. De onderbouwing van het provinciaal beleid is voorgelegd aan de provincie, die aangeeft dat onder voorwaarden medewerking kan worden verleend door middel van maatwerk (zie artikel 6.34 Verordening). Artikel 6.34 Afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk Een bestemmingsplan kan voorzien in een bestemming waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de regels in deze afdeling, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels. Randvoorwaarde is dat moet worden gemotiveerd dat de uitbreiding van Konijnendijk geen afbreuk doet aan de doelstellingen van geen uitbreidingen van winkelgebied in kleine kernen. Voor de beoogde ontwikkeling is zowel een ruimtelijk-functioneel onderzoek uitgevoerd, alsmede een ladderonderbouwing in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze onderbouwingen zijn als bijlage opgenomen in onderhavige toelichting In het programma ruimte en de verordening ruimte van de provincie Zuid-Holland wordt primair ingezet op detailhandelsontwikkelingen binnen bestaande centrumgebieden. Konijnendijk Mode maakt onderdeel uit van Zuid-Beijerland-centrum.
Een modernisering en uitbreiding van deze zaak versterkt daarmee niet alleen de zaak zelf, maar ook het centrumgebied. Andere zaken in Zuid-Beijerland-centrum kunnen hiervan profiteren. Zuid-Beijerland-centrum valt binnen de categorie ‘overige centra’. Uitbreiding van de winkelruimte wordt hier beleidsmatig niet primair in voorzien, maar met de discussienota 2017 blijkt er vanuit de provincie meer ruimte te zijn voor lokaal maatwerk. Het versterken van de lokale en regionale centrumgebieden staat centraal. Het initiatief van Konijnendijk Mode draagt hier positief aan bij en kan een impuls geven aan Zuid-Beijerland-centrum en omgeving. In elk geval moet worden aangetoond dat het initiatief niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat en er mag geen onaanvaardbaar effect ontstaan op de leegstand. Integendeel, de huidige ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van oud leegstaand vastgoed, welke plaats maakt voor een winkeluitbreiding, wat het voorzieningenniveau en de vitaliteit en leefbaarheid van de dorpskern ten goede komt. Door het planinitiatief wordt een unieke trekker in de Hoeksche Waard gemoderniseerd en versterkt, wat een belangrijk uitgangspunt is in de Detailhandelsvisie Hoeksche Waard 2020. De keuzemogelijkheden voor de consument nemen toe. Bovendien speelt het initiatief in op landelijke trends en ontwikkelingen.
Door de versterking van Konijnendijk Mode worden meer bezoekers uit van buiten de Hoeksche Waard aangetrokken. Hiervan profiteren (zij het beperkt) ook de andere winkels in met name ZuidBeijerland-centrum. Hierdoor neemt het toekomstperspectief van het hele centrum toe, welke onderdeel uitmaakt van de regionale detailhandelsstructuur. Er wordt geen leegstand verwacht, daarmee zijn er ook geen onaanvaardbare effecten. Hierbij is het volgende van belang. Door de uitbreiding zal Konijnendijk Mode weliswaar meer bestedingen aantrekken. Hiervan wordt naar verwachting echter slechts een klein deel bij de andere modische winkels in de Hoeksche Waard weggehaald (omzeteffect is ca. -1,7%) en een groter deel van daarbuiten. Dit is ook verklaarbaar vanuit de aard en omvang van de winkel en blijkt uit koopstromenonderzoeken. Op basis van een dergelijk klein omzeteffect (ca. -1,7%) en het gegeven dat het overig modisch winkelaanbod in
Hoofdstuk 3
22
Hoeksche Waard qua aard en omvang een deels ander marktsegment bedient, is het niet de verwachting dat er winkels zullen sluiten in de Hoeksche Waard. Van onaanvaardbare leegstand is geen sprake. Aanvullend wordt in het bestemmingsplan geborgd dat door de uitbreiding van Konijnendijk, detailhandel elders komt te vervallen. Zoals in onderhavige toelichting is vermeld zal Konijnendijk uitbreiden met circa 1.500 m2 bvo. Aan de Dorpsstraat (zie figuur 12 en zie verbeelding voor precieze begrenzing) is op basis van het bestemmingsplan ‘Kernen Korendijk 2018’ een bestemming ‘Centrum’ aanwezig, waarbinnen detailhandel rechtstreeks is toegestaan. Uitgaande van de planregels dat detailhandel uitsluitend binnen het bouwvlak (max. 75% bebouwd) en begane grond mag worden gevestigd, is het in theorie mogelijk dat op deze locatie in totaal 8.325 m 2 bvo aan harde plancapaciteit is voor (nieuw)vestiging van detailhandel. In de huidige situatie is er reeds sprake van bestaande detailhandel binnen enkele panden, welke een omvang heeft van circa 2.600 m 2 bvo. Door het wegbestemmen van de mogelijkheden tot detailhandel aan de Dorpsstraat zal er afname zijn van 5.725 m 2 bvo aan harde plancapaciteit. Een deel van de te verwijderen harde plancapaciteit zal worden benut voor de gewenste uitbreiding van Konijnendijk, waarmee rekening is gehouden met de omvang en de te saneren detailhandel.
In theorie is er derhalve geen sprake van een toename aan detailhandel, en daarmee zijn er ook geen negatieve effecten te verwachten aan de doelstellingen van het provinciaal beleid.
Figuur 12. Uitsnede te saneren detailhandel. Zie voor precieze begrenzing de verbeelding.
Voor de huidige panden aan de Dorpsstraat zal een afwijkingsbevoegdheid worden opgenomen, om via een binnenplanse procedure alsnog (nieuw)vestiging van detailhandel toe te staan. Hierbij dient er te worden voldaan aan de gestelde criteria, zoals hieronder beschreven: a. Detailhandel is uitsluitend toegestaan op de begane grond; b. Uitbreiding van bebouwing ten behoeve van detailhandel is niet toegestaan; c. Het initiatief aantoonbaar in een behoefte voorziet en er geen duurzame ontwrichting van de detailhandelsstructuur plaatsvindt; d. Voorzien is in voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in artikel 13.1; e. Een showroom en/of afhaalpunt ten behoeve van een webwinkel is uitsluitend toegestaan, mits dit uit het oogpunt van een efficiënte bedrijfsvoering noodzakelijk is;
Hoofdstuk 3
23
f.
Er gebruik gemaakt wordt van deze bevoegdheid binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan Gravin Sabinastraat 57 e.o. Zuid-Beijerland.
Geconcludeerd kan worden is dat de ontwikkeling niet volledig passend is binnen het provinciaal beleid. Aan de hand van maatwerk, artikel 6.34 kan van de regels in de verordening worden afgeweken, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende bepaling. Uitbreiding van Konijnendijk op de huidige locatie voorziet juist in een uitbreiding van een unieke trekker in de Hoeksche Waard die ook gemoderniseerd en versterkt wordt. Hierdoor neemt het toekomstperspectief van het hele centrum toe, welke onderdeel uitmaakt van de regionale detailhandelsstructuur. Bovendien zijn geen onaanvaardbare effecten te verwachten op andere centrumgebieden in de regio. De uitbreiding zal daarnaast niet leiden tot onaanvaardbare leegstand en middels maatwerk is gekeken op welke plekken (harde) plancapaciteit kan worden wegbestemd. Voor eventuele nieuwvestiging van detailhandel is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om te waarborgen dat eventuele kleinschalige initiatieven, na toetsing van de afwijkingsvoorwaarden, kan worden verleend. Deze afwijkingsbevoegdheid zal komen te vervallen na 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. De ontwikkeling is gelet op het bovenstaande door middel van maatwerk passend binnen het provinciaal beleid.
Detailhandelsontwikkelingen met een omvang groter dan 2.000 m² bvo moeten worden afgestemd binnen de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland. De beoogde uitbreiding van Konijnendijk Mode betreft een omvang van circa 1.540 m² bvo en hoeft daardoor formeel niet te worden afgestemd binnen het provinciaal overlegorgaan voor detailhandel. Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de voorwaarde ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit dat de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, geen wijziging voorziet op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen). Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid, hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: 1.
Inpassing. Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een kavel. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met topkwaliteit. 2. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet. Een voorbeeld is de aanleg of verbreding
Hoofdstuk 3
24
van een provinciale weg, een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied of een nieuw landgoed. Bewoners en gebruikers uit de bestaande omgeving merken duidelijk invloed van de nieuwe ontwikkeling. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief zo gunstig mogelijk resultaat. Omdat in deze gevallen niet aan (alle) richtpunten van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, zijn ontwerpoptimalisatie, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. 3. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. Er ontstaat een nieuwe toekomst voor het gebied met een nieuwe gebiedsidentiteit. De impact van deze plannen op een gebied is groot. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. In dit geval is er sprake van inpassing, waarbij een winkeluitbreiding aansluitend aan het bestaande pand wordt gerealiseerd en een verouderd pand wordt verwijderd. Tevens voorziet het plan in de aanleg van parkeerplaatsen op een onbebouwd grasveld.
De bestaande structuren van het dorp blijven behouden en de ruimtelijke kwaliteit krijgt een impuls, als onderbouwd in paragraaf 2.3. De provinciale kwaliteitskaart geeft geen verdere voorschriften die voor het plangebied van belang zijn, waarmee het bestemmingsplan niet in strijd is met de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie ‘Omgevingsvisie Hoeksche Waard’ Op 17 december 2019 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Hoeksche Waard (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie nodigt inwoners, ondernemers, investeerders, maatschappelijke organisaties en anderen uit een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de gemeente. De Omgevingsvisie helpt om samen te blijven werken aan een aantrekkelijk Hoeksche Waard. Dit wordt 'waardmaken' genoemd. Waardmaken is een nieuwe manier van ontwikkelen. Bij de totstandkoming van een initiatief worden initiatiefnemers uitgenodigd bij te dragen aan de Hoeksche Waard: aan de Hoeksche Werken en Hoeksche Waarden. Daarmee wordt omgevingskwaliteit een verantwoordelijkheid van iedereen. Hoeksche Werken Trends en ontwikkelingen zorgt voor de nodige inspanningen om de gemeente vitaal en leefbaar te houden. Vijf maatschappelijke opgaven vragen de komende jaren specifiek de aandacht. Dit zijn de Hoeksche Werken, bestaande uit: Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; Vitaal economisch klimaat; Bereikbaar, nabij en toegankelijk; Duurzame, innovatieve bouw; Vitale dorpen en actieve samenleving.
Hoofdstuk 3
25
Hoeksche Waarden Bij de ontwikkeling van de leefomgeving heeft lange tijd met name de kwaliteit van bouwwerken centraal gestaan. Later zijn ook onderwerpen als natuur, landschap en erfgoed hierbij betrokken. Inmiddels gaat het tevens om vraagstukken van voedsel, milieu, energie, klimaat, water, gezondheid, veiligheid en leefbaarheid. Dit worden omgevingskwaliteiten genoemd. Om de omgevingskwaliteit van de Hoeksche Waard ook in de toekomst te borgen, is in de Omgevingsvisie aangegeven wat de gemeenschap en gemeente de belangrijkste waarden vindt. Dit worden de Hoeksche Waarden Genoemd. Hoeksche Waardenkaart Aan de hand van de 'Hoeksche Waardenkaart' kan worden bepaald welke waarden in een specifiek gebied aanwezig zijn, behouden dienen te blijven, versterkt dienen te worden of dienen te worden gerealiseerd. De onderstaande figuur toont deze kaart. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is globaal aangeduid in het rood.
Figuur 12. Hoeksche Waardenkaart.
Het plangebied maakt onderdeel uit van 'Dorpse Trots'. Dit deelgebied omvat alle dorpen in de Hoeksche Waard. Bij ontwikkelingen in de dorpen wordt niet alleen gekeken naar nieuwe functies, zoals woningen, maar ook naar de gevolgen voor het sociale netwerk in het dorp. Nieuwbouw of herontwikkeling moet bijdragen aan de gemeenschapszin in het dorp. Daarbij geldt als uitgangspunt dat eerst de mogelijkheden voor inbreiding worden benut voordat aan de rand van het dorp kan worden gebouwd. Waar mogelijk worden bestaande woningen aangepast in de richting van levensloopbestendige en duurzame woningen. Ditzelfde geldt voor lokale bedrijventerreinen, waarbij eveneens wordt ingezet op herstructurering en kwaliteitsverbetering. Te ontwikkelen waarden binnen dit deelgebied zijn: Versterken van de onderscheidende identiteit in het dorp; Versterken van de gemeenschapszin. Versterken van de vitaliteit en leefbaarheid per dorp. Versterken van de natuurlijke overgang van het dorp naar het landelijk gebied. Bedrijvigheid met toegevoegde waarde voor Hoeksche Waard. Sociale cohesie onder bevolking en faciliteiten versterken.
Hoofdstuk 3
26
Versterken van inclusieve samenleving.
Conclusie Het plan voorziet in uitbreiding van detailhandel en het optimaliseren van de infrastructuur en parkeeroplossingen binnen de bestaande dorpskern van Zuid-Beijerland. Oud, leegstaand vastgoed maakt plaats voor een winkeluitbreiding, wat het voorzieningenniveau en de vitaliteit en leefbaarheid van de dorpskern ten goede komt. Het plan is in lijn met de ambities uit de gemeentelijke Omgevingsvisie. 3.3.2 Detailhandelsvisie Hoeksche Waard Op 26 mei 2020 heeft de gemeenteraad van Hoeksche Waard besloten de Detailhandelsvisie Hoeksche Waard 2007-2017 niet vast te stellen, maar wel te actualiseren voor het jaar 2020. Wel is het Uitvoeringskader Detailhandel 2020-2025 vastgesteld. De geactualiseerde Detailhandelsvisie (2021) zal op 21 september worden voorgelegd aan de raad ten behoeve van vaststelling. De centrale ambitie van de visie uit 2017 is ongewijzigd in de actualisatie. De Detailhandelsvisie zet in op het behouden van de huidige detailhandelsstructuur, inclusief het behoud van het supermarktaanbod in de kleinste kernen. Om deze ambitie te bereiken moet gezamenlijk worden ingezet op het aantrekkelijker maken van het totale winkelaanbod in de gemeente Hoeksche Waard.
Het gaat dan om het moderniseren van de bestaande winkels, het aantrekken van nieuwe formules/concepten, het compacter maken van de centrumgebieden, het verminderen van de leegstand, het waarborgen van een goede bereikbaarheid en parkeerfaciliteiten, het oppakken van de promotie, etc. Verspreide bewinkeling moet worden tegengegaan en er moet voorzichtig worden omgegaan met nieuwe winkelinitiatieven op perifere locaties. Ook in de Detailhandelsvisie wordt het belang van samenwerken benadrukt. Om bovenstaande doelstellingen te bereiken, is het namelijk van belang dat ondernemers, gemeenten en de vastgoedeigenaren de handen ineenslaan, zowel op gemeentelijk niveau als op het niveau van de centrumgebieden. Het Uitwerkingskader geeft vervolgens antwoord op de vraag op welke wijze programma, organisatie en financiering zowel op lokaal en gemeentelijk niveau kunnen worden geoptimaliseerd en ingevuld om bij te dragen aan de toekomstbestendigheid van de centrumgebieden en overige detailhandel in de Hoeksche Waard. Specifiek voor Zuid-Beijerland wordt daarbij op korte termijn ingezet op promotie en marketing, het verbeteren van de uitstraling van panden, uniforme uitstallingen en het verhogen van het onderhoudsniveau.
Op middellange termijn moeten de verbindingen met het centrum worden verbeterd, de inrichting van de openbare ruimte worden aangepakt en moeten de entrees van het centrum worden versterkt. Conclusie In de geactualiseerde Detailhandelsvisie is de uitbreiding van Konijnendijk Mode opgenomen. De prioriteit van de visie ligt bij de bestaande winkelstructuur, ten behoeve van de consumentenverzorging en de vitale centra. In bijzondere gevallen is maatwerk gewenst om bijzondere nieuwe of bestaande winkels en/of concepten buiten de winkelstructuur te faciliteren, waaronder Konijnendijk Mode onder valt gelet op de unieke positie die zij vervullen binnen de detailhandelsstructuur en consumentenverzorging. De uitbreiding van Konijnendijk Mode zorgt voor de levensvatbaarheid van een unieke trekker in het winkelgebied van Zuid-Beijerland. Het initiatief draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de
Hoofdstuk 3
27
kern. Door planologisch ruimte te maken voor de herinrichting van Gravin Sabinastraat wordt de entree tot het centrum en de bereikbaarheid verbeterd, waarbij de openbare ruimte een hoogwaardigere uitstraling krijgt. Door zorg te dragen voor het zorgvuldig bestemmen van de panden aan de Dorpsstraat wordt voorkomen dat er onnodige (winkel)leegstand ontstaat. Het plan is in lijn met de ambities uit de Detailhandelsvisie en het Uitvoeringskader detailhandel.
Hoofdstuk 3
28
4.
OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.
4.1 Verkeer en parkeren 4.1.1 Toetsingskader Een bestemmingsplan dat in een nieuwe ontwikkeling voorziet, moet in de toelichting aantonen dat wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Onderdeel hiervan zijn de aspecten verkeer en parkeren. De ontwikkeling die wordt mogelijk gemaakt, mag niet leiden tot een onacceptabele verkeerssituatie qua parkeerdruk, verkeersintensiteiten of verkeersveiligheid. Kijkend naar de onderdelen van voorliggend bestemmingsplan is de winkeluitbreiding van Konijnendijk Mode relevant. De herinrichting van de Gravin Sabinastraat en de aanleg van de extra parkeerplaatsen moeten voorzien in voldoende wegcapaciteit en parkeervoorzieningen. Het reduceren van de detailhandelsmogelijkheden aan de Dorpsstraat zal geen gevolgen hebben voor de aspecten verkeer en parkeren. 4.1.2 Analyse Er is aan de hand van de CROW kengetallen een analyse uitgevoerd voor het plangebied. De toename aan winkeloppervlak zorgt voor meer bezoekers, waardoor er meer verkeersbewegingen en parkeerbehoefte ontstaat. De winkeluitbreiding voorziet in een uitbreiding van circa 1.500 m 2 bruto vloeroppervlak. De berekening van de verkeersgeneratie is gebaseerd op CROW kengetallen 4. De CROW kent geen specifieke categorie voor modezaken.