CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 30 - Aanmeldnotitie Torensteepolder Fase D - juni 2025

Besluitvormende raad 9 december 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Raadvoorstel Vaststelling wijziging omgevingsplan 'Torensteepolder Veld 1D Numansdorp'4.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie mer-beoordeling Omgevingsplanwijziging ‘Torensteepolder fase D’

Datum: 5 juni 2025

Werknummer

624.117.80

Datum

5 juni 2025

3

Inhoudsopgave 1.

Inleiding .................................................................................................................... 4

1.1

Aanleiding ........................................................................................................................... 4

1.2

Waarom een mer-beoordeling? ......................................................................................... 4

1.3

Leeswijzer ........................................................................................................................... 5

2.

Kenmerken van het project........................................................................................ 6

2.1

Inleiding .............................................................................................................................. 6

2.2

Planbeschrijving .................................................................................................................. 6

2.3

Cumulatie met andere projecten........................................................................................ 8

2.4

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen ................................................................................ 8

2.5

Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder ....................................................... 8

2.6

Risico van ongevallen .......................................................................................................... 8

2.7

Effecten op gebieden .......................................................................................................... 8

3.

Plaats van het project ................................................................................................ 9

3.1

Ligging van het project........................................................................................................ 9

3.2

Bestaand grondgebruik ....................................................................................................... 9

3.3

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu.............................................................. 9

4.

Kenmerken van het potentiële effect ....................................................................... 12

4.1

Inleiding ............................................................................................................................ 12

4.2

Activiteiten en milieuruimte ............................................................................................. 13

4.3

Ecologie ............................................................................................................................. 13

4.4

Geluid ................................................................................................................................ 14

4.5

Verkeer.............................................................................................................................. 15

4.6

Luchtkwaliteit ................................................................................................................... 16

4.7

Water en klimaatadaptatie ............................................................................................... 16

4.8

Cultuurhistorie en archeologie ......................................................................................... 16

5.

Conclusie................................................................................................................. 17

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

4

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding De beoogde ontwikkeling ziet toe op de realisatie van maximaal 250 woningen in de kern Numansdorp. In de voorgenomen verkaveling is voorzien in appartementen, rijwoningen, twee-onder-een kapwoningen en vrijstaande woningen. Ook is er ruimte voor bijzonder woonvormen, zoals particulier opdrachtgeverschap of een collectieve woonvorm. De voorgenomen ontwikkeling betreft een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals dat in bijlage V van het Omgevingsbesluit (categorie J11) is aangewezen als een mer-(beoordelings)plichtig project. Voor deze ontwikkeling dient zodoende een mer-beoordeling te worden uitgevoerd.

1.2

Waarom een mer-beoordeling? In Europees verband is afgesproken dat projecten die aanzienlijke milieueffecten hebben of kunnen hebben, worden onderzocht op hun gevolgen voor het milieu. Een milieueffectrapportage (mer) brengt de milieugevolgen van een project in beeld voordat er een besluit over is genomen en onderzoekt verschillende alternatieve oplossingen en maatregelen met het oog op het beperken van effecten op de leefomgeving. In Nederland is de mer-richtlijn geïmplementeerd in de Omgevingswet. De Omgevingswet maakt onderscheid tussen een milieueffectrapportage (mer) voor plannen en programma’s (paragraaf 16.4.1) en een milieueffectrapportage voor projecten (paragraaf 16.4.2). Op grond van Ow artikel 16.43 zijn in het Omgevingsbesluit de projecten en de daarvoor benodigde besluiten aangewezen, die mer(beoordelings)plichtig zijn. Een plan-mer-plicht geldt op grond van Ow artikel 16.36 voor – onder andere – een plan of programma als dat het kader vormt voor te nemen besluiten voor deze projecten. Voor voorliggende ontwikkeling is het project-mer van toepassing.

Project-mer en mer-beoordeling Voor de milieueffectrapportage voor projecten is onderscheid gemaakt tussen projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt (Ow artikel 16.43 lid 1 sub a), en projecten waarvoor moet worden beoordeeld of die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben (Ow artikel 16.43 lid 1 sub b). Die projecten zijn aangewezen in bijlage V van het Omgevingsbesluit, respectievelijk kolom 2 en 3. In geval van een mer-plichtig project maakt degene die voornemens is het project uit te voeren het milieueffectrapport. Over de uitvoering en inhoud van een project-MER staan nadere regels in paragraaf 11.2 van het Omgevingsbesluit. Indien degene die voornemens is een mer-beoordelingsplichtig project uit te voeren geen milieueffectrapport maakt, beoordeelt het bevoegd gezag of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Daarbij moet rekening worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn (Ow artikel 16.43 lid 2 en 3): kenmerken van het project; plaats van het project; kenmerken van het potentiële effect. Degene die voornemens is het project uit te voeren – en geen milieueffectrapport maakt – moet dat voornemen mededelen aan het bevoegd gezag (Ow artikel 16.45).

Over de inhoud van deze mededeling staan regels in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit. Na ontvangst van en op grond van de informatie

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

5

in deze mededeling, neemt het bevoegd gezag de beslissing of sprake is van aanzienlijke milieueffecten – en als dat het geval is een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Het resultaat van deze beoordeling met de bijbehorende motivering wordt opgenomen in het besluit (Ob artikel 11.11). Voor dit project is de mer-beoordeling opgesteld in de vorm van een aanmeldnotitie. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije mer-beoordeling. Op basis van deze aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag een merbeoordelingsbesluit te nemen. De mer-beoordelingsbeslissing vormt uiteindelijk een bijlage bij het omgevingsplan. 1.3

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige plan en de eventuele milieugevolgen. In het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 2) wordt ingegaan op de kenmerken van het plan, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het plan beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. De notitie wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

6

2.

Kenmerken van het project

2.1

Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van de ontwikkeling besproken. De aard en de omvang van de ontwikkeling worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, het risico op ongevallen en mogelijke effecten op omliggende gebieden.

2.2

Planbeschrijving De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een woongebied in de Torensteepolder. Door de jaren heen zijn er diverse bestemmings-, uitwerkings- en wijzigingsplannen vastgesteld om de verschillende fases van de ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggende omgevingsplanwijziging maakt de ontwikkeling van de laatste fase, Fase D, van de Torensteepolder mogelijk. Daarnaast wordt er een kleine reparatie van een eerdere fase (fase C) meegenomen in de omgevingsplanwijziging. Hiermee wordt een kleine strook (reeds uitgegeven) gronden omgezet naar een woonfunctie. De ontwikkeling van fase D van de Torensteepolder past niet binnen het omgevingsplan van de gemeente Hoeksche Waard. Met deze wijziging van het omgevingsplan wordt de ontwikkeling in juridisch-planologische zin mogelijk gemaakt.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied Torensteepolder fase D 2024.

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

7

Afbeelding 2.2: Ruimtelijke hoofdstructuur Torensteepolder fase D

Afbeelding 2.3: Uitsnede stedenbouwkundig plan Torensteepolder fase D

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

8

2.3

Cumulatie met andere projecten Voorgenomen ontwikkeling staat planologisch en beleidsmatig los van werkzaamheden, plannen en ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied. Ook is de financiering van de woningbouwontwikkeling niet afhankelijk van andere projecten. Er wordt hierom dan ook geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid.

2.4

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het plangebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functie maakt geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het plan hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.

2.5

Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterend materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. Vrijkomende, bruikbare materialen tijdens de sloop zullen waar mogelijk worden hergebruikt. Het beoogde plan heeft een verkeersaantrekkende functie ten opzichte van de huidige situatie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid). In hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan.

2.6

Risico van ongevallen Er zijn geen bijzondere effecten te verwachten wat betreft het risico op zware ongevallen en/of rampen (waaronder rampen door klimaatverandering) of risico’s voor de menselijke gezondheid. Onderhavig plan vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het plan brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.

2.7

Effecten op gebieden De effecten die optreden zijn lokaal en beperkt van aard. De ontwikkeling heeft geen significant negatieve invloed op de natuurlijke kenmerken en kwetsbaarheid van het gebied of omliggend gebieden. Het plan sluit aan op het stedelijk gebied van Numansdorp en de groen-blauwe structuren rond het plan zijn al aangelegd. Zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, komen niet voor in de directe nabijheid van het plangebied.

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

9

3.

Plaats van het project

3.1

Ligging van het project Het plangebied is gelegen in de gemeente Hoeksche Waard in de Provincie Zuid-Holland, in het ontwikkelingsgebied Torensteepolder als fase D. De locatie ligt aan de zuidzijde van de kern Numansdorp. De globale ligging van het plangebied is in afbeelding 3.1 weergegeven.

Afbeelding 3.1: globale begrenzing plangebied Torensteepolder fase D

3.2

Bestaand grondgebruik Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied ten zuiden van de kern Numandorp. Het landschap in de omgeving van het plangebied bestaat veelal uit open polders, waarvan de meeste gronden in gebruik zijn voor akkerbouw. Zoals te zien in afbeelding 3.1 zijn de hoofdstructuren van de Torensteepolder, zoals aangeduid in de eerdere plannen, al grotendeels aangelegd. De waterstructuur is goed te herkennen en de nieuwe infrastructuur is deels gerealiseerd. Het plangebied voor fase D betreft twee verruigde akkers van ongeveer 8 hectare, parallel aan elkaar gelegen, bestaande uit zware klei. Op de akkers groeien op dit moment geen bomen, enkel een ruige pioniersvegetatie. Het gebied is aan alle zijdes begrenst door diepe sloten met een lage rietopslag. Er is geen bebouwing aanwezig.. De bestaande woningen worden ingepast. De locatie is niet bestemd als waterwingebied en wordt niet benut voor het gebruik van andere natuurlijke hulpbronnen.

3.3

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze mer-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

10

mer-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze mer-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven. Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Wetlands

Conventie van Ramsar

In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig. Het plangebied is niet gelegen in een kustgebied. Het besluitgebied is niet gelegen in een berg- en bosgebied. Het plangebied ligt niet in een Nationaal Landschap. Het besluitgebied ligt niet in een Nationaal Park / maakt geen onderdeel uit van NNN. In de omgeving van het besluitgebied liggen Natura 2000gebieden (zie verder onder deze tabel).

Kustgebieden Berggebieden en bosgebieden

Wet natuurbescherming

Reservaten en natuurparken: - nationale landschappen - nationale parken

Nationale Landschappen zijn benoemd in de Nota Ruimte Nationale Parken zijn onderdeel van het NNN.

Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid

Wet natuurbescherming

Landschappen van - historisch belang - cultureel belang - beschermd stads- en dorpsgezicht - archeologisch belang

- Verdrag van Valletta Monumentenwet - Gemeentelijk landschapsontwikkelingsplan

Europese milieurichtlijnen (o.a. kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, kaderrichtlijn water)

Het plangebied ligt niet in gebieden waar basis van communautaire wetgeving reeds normen worden overschreden. Het plangebied is niet gelegen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid. In het plangebied zijn geen monumentale panden of structuren aanwezig. Uit archeologisch onderzoek moet blijken of er sprake is van archeologische verwachtingswaarden.

Tabel 1: Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu speelt hier niet direct een rol. Het plan ligt binnen de bebouwde kom. Zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, komen niet voor in de directe nabijheid van het plangebied. Op voorhand kan niet worden gesteld dat geen sprake is van negatieve milieueffecten op het Natura 2000 gebied of landschappen van cultureel en archeologisch belang. Daarom wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan op de aspecten natuur en cultuurhistorie & archeologie.

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

11

Overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur)

Provinciale omgevingsverordening

Gebied geschikt voor beschermde soorten

Wet natuurbescherming

Weidevogelgebied en ganzenfoerageergebied

Provinciale omgevingsverordening

Stiltegebied

Wet milieubeheer en Provinciale omgevingsverordening Provinciale omgevingsverordening Provinciale omgevingsverordening

Het besluitgebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), maar er ligt wel NNN in de buurt (zie onderaan de tabel). Het besluitgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie onderaan de tabel) Het besluitgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied. Het besluitgebied is niet gelegen in een stiltegebied. Het besluitgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied. Het besluitgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

Bodembeschermingsgebied Grondwaterbeschermingsgebied

Tabel 2: Overzicht overige gevoelige gebieden

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het plan ligt buiten het Nationaal Natuurnetwerk. Omdat het NNN geen externe werking kent, zijn negatieve effecten op het NNN uit te sluiten en wordt het niet nader beschouwd. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

12

4.

Kenmerken van het potentiële effect

4.1

Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van de ontwikkeling en de plaats van de ontwikkeling zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Voor de beoogde ontwikkeling zijn in het kader van het de in voorbereiding planologische procedure reeds meerdere omgevingsaspecten beoordeeld en / of onderzocht. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en overige haalbaarheidsaspecten die van belang zijn voor de mer-beoordeling. Deze aspecten betreffen: -

-

-

Activiteiten en milieuruimte: het plan kan impact hebben op omliggende inrichtingen en bedrijvigheid. Ecologie: Het plan kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook zijn er vanuit de gebiedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten als gevolg van stikstofdepositie. Geluid: de ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. Verkeer: de ontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-) effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. Luchtkwaliteit: de toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van verkeer. Water: de toename aan verharding kan leiden tot verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie. Cultuurhistorie en archeologie: de werkzaamheden die met onderhavig plan zijn voorzien leiden mogelijk tot negatieve effecten van cultuurhistorische of archeologische waarden.

Aspecten waarbij op voorhand geen (nadelige) effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt, op basis van de beoordeling van de kenmerken van de concrete ontwikkeling en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken, op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Het betreft de volgende aspecten: -

-

Bodem en grondverzet: onderhavige ontwikkeling bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend voor de bodem zijn. Op twee locaties zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten van lood en PAK (som10) gevonden. De oppervlakte van verontreinigende gronden is beperkt. De ondergrond heeft geen afwijkingen.. Externe veiligheid: de functies in onderhavige ontwikkeling leiden niet tot externe veiligheidseffecten en met het plan worden geen risicobronnen mogelijk gemaakt die schadelijk kunnen zijn voor de omgeving. Duurzaamheid: de ontwikkeling zal in ieder geval voldoen aan de wettelijke vereisten en het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid. Er wordt gebruik gemaakt van warmtepompen. Trillingen en hinder tijdens de bouw: met voorgenomen ontwikkeling worden geen trillingveroorzakende activiteiten toegestaan. Tijdens de bouwfase vindt de gebruikelijke communicatie plaats met de omgeving. Er wordt gebouwd op agrarisch grond, waar de bouwactiviteiten geen invloed hebben op de leefbaarheid van omliggende wijken. . Er wordt gebouwd nabij een bestaande wijk waar bouwactiviteiten tijdelijk invloed kunnen hebben op de leefbaarheid. Deze hinder zal tot een minimum beperkt worden.

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

13

De voorgaande aspecten worden daarom in deze mer-beoordeling niet verder behandeld. Gelet op de aard en omvang van het plan zijn er geen bijzondere effecten te verwachten wat betreft gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging, het risico op zware ongevallen en/of rampen (waaronder rampen door klimaatverandering) of risico’s voor de menselijke gezondheid. Opzet van de beoordeling De inhoud van de mer-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van de omgevingsplanwijziging. Daarbij geldt dat – indien noodzakelijk – aandacht is voor: -

het grensoverschrijdende karakter van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

In algemene zin is er in het kader van de ontwikkeling geen sprake van een grensoverschrijdend effect. De effecten van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (er worden geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht). Ook is er geen sprake van onomkeerbare effecten. De aanvang van het project zal plaatsvinden nadat de benodigde vergunningen zijn verleend. 4.2

Activiteiten en milieuruimte Van oorsprong heeft gehele gebied een agrarische bestemming. Met de voorgenomen omgevingsplanwijziging wordt de bestemming woningbouw toegestaan, waarmee agrarische activiteiten in het plangebied zullen verdwijnen. Aan de noordzijde van het plangebied bevinden zich de bestaande woonwijken: ‘De Meent’, ‘De Lommert' en ‘De Havenmeester’. Binnen deze woonwijken vinden geen milieubelastende activiteiten plaats, die een belemmering vormen voor de woningbouwontwikkeling van Torensteepolder Fase D. Andersom zal de nieuwe woonwijk geen belemmering vormen voor de bestaande woonfunctie in deze gebieden. Aan de westzijde grenst het plangebied aan woonwijk ‘De Dreef’. Ook hier is geen sprake van milieubelastende activiteiten. Er zijn daarom geen belemmeringen tussen de bestaande wijk en de beoogde woningbouwontwikkeling. De oostzijde van het plangebied grenst voor een gedeelte aan de noordelijke en zuidelijke landgoederen. Het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2013’ geldt hier. Hier zijn uitsluitend kleinschalige, niet-agrarische en niet industriële functies toegestaan. Er is geen sprake van milieuhinder. Tot slot bevindt zich aan de zuidzijde van het plangebied het perceel ‘Landgoederen 2e fase’ met een agrarische bestemming. Hier zijn uitsluitend reguliere agrarische bedrijven toegestaan.

Momenteel wordt dit perceel niet gebruikt voor agrarische activiteiten. Er zijn ook geen functies in de omgeving die stof- of geurhinder veroorzaken, en voorgenomen ontwikkeling maakt deze ook niet mogelijk. Gezien het voorgaande vormt het aspect activiteiten en milieuruimte geen belemmering voor de haalbaarheid van de ontwikkeling en gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.

4.3

Ecologie Soortenbescherming

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

14

Door onderzoeksbureau ATKB is beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen. Uit de resultaten van het bureau- en veldonderzoek naar de aanwezigheid van beschermde (dier)soorten kan geconcludeerd worden dat de noordse woelmuis en teunisbloempijlstaart mogelijk gebruik maken van het plangebied. De werkzaamheden kunnen mogelijk aanwezige soorten doden en/of verstoren. Er is aanvullend ecologisch onderzoek nodig naar de functie van het plangebied als essentieel leefgebied, en de aanwezigheid van de noordse woelmuis en teunisbloempijlstaart. Daarnaast zijn een aantal voorzorgsmaatregelen aan de orde: - Er is een broedvogelcheck noodzakelijk voorafgaande aan de werkzaamheden door de aanwezigheid van de grauwe gans. - De werkzaamheden dienen in de periode 1 april – 1 november overdag uitgevoerd te worden om verstoring van foeragerende vleermuizen binnen het foerageergebied te voorkomen. - aanwezige beplanting binnen het plangebied (met name bomen en struiken) zoveel mogelijk behouden. - werken van één kant af om fauna de kans te geven zelfstandig te vluchten. - enkel bij daglicht werken om verstoring van nacht-actieve soorten (zoals vleermuizen) te voorkomen. - vorming van grote zandhopen voorkomen; dit vormt een geschikte broedlocatie voor oeverzwaluwen.

PM Resultaten aanvullend onderzoek naar het leefgebied van de Noordse Woelmuis en de Teunisbloempijlstaart. Gebiedsbescherming (stikstof) Voor de bouw en het gebruik van de nieuwe woningen is de stikstofdepositie op nabijgelegen natuurgebieden in zowel de aanleg- en gebruiksfase beschouwd. Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000gebieden in de omgeving van het plan. Uit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door aanleg van de woningen. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de bescherming van soorten en op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot nadelige effecten voor het milieu. Het uitvoeren van een MER is dan ook niet noodzakelijk Voor de gebruiksfase wordt geconcludeerd dat een toename van de stikstofdepositie plaatsvindt binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Omdat er een netto toename boven 0,00 mol N/ha/j wordt vastgesteld, is een nadere ecologische beoordeling vereist. Hierin worden de gevolgen voor stikstofgevoelige habitats in relatie tot de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden uitgebreid onderzocht en beoordeeld.

Deze voortoets wordt momenteel uitgevoerd. PM Resultaten ecologische voortoets 4.4

Geluid Er wordt een nieuw woongebied met maximaal 250 woningen gerealiseerd. De realisatie van woningen zorgt voor een toename van het verkeer op bestaande wegen, waardoor de geluidbelasting bij bestaande woningen verandert. Daarom is onderzoek naar het geluid noodzakelijk bij nieuwe geluidgevoelige gebouwen binnen het plangebied, en de bestaande en geprojecteerde geluidgevoelige

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

15

gebouwen in directe omgeving hiervan noodzakelijk. Uit het akoestisch onderzoek wordt geconcludeerd dat de toename van het verkeer door de planbijdrage en gewijzigde infrastructuur vrijwel overal voldoet aan de maximale toegestane toename van 1,5 dB. Omdat de toename beperkt blijft tot 1,5 dB of lager, is er geen hoorbare verandering van de geluidsbelasting. De grootste toenames treden op bij woningen waar het geluid ondanks de toename van het geluid ver onder de standaardwaarde van 53 dB blijft. Er is één woning (Torensteelaan 24) waar het geluid met meer dan 1,5 dB toeneemt en daardoor de standaardwaarde van 53 dB met maximaal 1 dB overschrijdt. Voor de betreffende woning is in het verleden een hogere waarde van 58 dB vastgesteld. Hierdoor is er nog steeds sprake van een aanvaardbare toename en leidt deze toename niet tot een overschrijding van de binnenwaarde. Er wordt een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd tussen de Ambachtsheerenlaan en de Torensteelaan, deze zorgt voor een verschuiving van het verkeer binnen Torensteepolder. Met name verkeer van en naar het zuidelijke deel van de Torensteelaan gaat gebruik maken van de nieuwe oostelijke ontsluitingsweg. Een forse toename van verkeer op de Ambachtsheerenlaan, zorgt ook voor een afname van verkeer op de Torensteelaan.

Het akoestische effect van het veranderende verkeer bedraagt maximaal 1,42 dB en is daarmee niet hoger dan de 1,5 dB. De geluidstoename vanuit verkeer zorgt niet voor een significante verslechtering van het akoestisch klimaat. Daarom is het uitvoeren van een MER voor geluid niet noodzakelijk. 4.5

Verkeer Uit het verkeersonderzoek zorgt volgt een extra verkeersgeneratie van gemiddeld 1.594 motorvoertuigen per weekdag (1.769 per werkdag). Het verkeer verlaat de Torensteepolder via de Torensteelaan (ca. 1.490 motorvoertuigen per weekdag) en de Ambachtsheerenlaan (ca. 20 motorvoertuigen per weekdag). Het overige verkeer (ca. 90 motorvoertuigen per weekdag) blijft binnen de Torensteepolder. De aanleg van de nieuwe ontsluitingsweg, tussen de Ambachtsheerenlaan en de Torensteelaan, zorgt voor een verschuiving van het verkeer binnen de Torensteepolder. Met name verkeer van/naar het zuidelijk deel van de Torensteelaan gaat gebruik maken van de nieuwe oostelijke ontsluitingsweg. Dit zorgt voor een forse toename van verkeer op de Ambachtsheerenlaan, tussen de Torensteelaan en de nieuwe oostelijke ontsluitingsweg. Daar tegenover staat een forse afname van verkeer op de Torensteelaan tussen de Ambachtheerenlaan en de nieuwe oostelijke ontsluitingsweg. Het indirecte akoestische effect van veranderend verkeer leidt op grond van het Bkl niet tot een verplichting om aanvullende geluidsreducerende of geluidsbeperkende maatregelen te treffen. De toename aan verkeer is aan te merken als niet in betekenende mate (zie paragraaf 4.6). Verder wordt binnen het plangebied voorzien in voldoende parkeermogelijkheid conform het gemeentelijk parkeerbeleid.

Gezien voorgaande worden voor wat betreft verkeer geen negatieve (milieu)effecten verwacht op het gebied van doorstroming, veiligheid en parkeervoorzieningen. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

16

4.6

Luchtkwaliteit Een ontwikkeling van deze omvang is aan te merken als een standaardgeval dat niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van verhoging van de concentratie stikstofdioxide en fijnstof. Van deze standaardgevallen staat vast dat de verhoging maximaal 1,2 µg/m3 bedraagt. De realisatie van het project is daarom nauwelijks van invloed op de kwaliteit van de buitenlucht. Het aspect luchtkwaliteit leidt niet tot nadelige effecten voor het milieu. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.

4.7

Water en klimaatadaptatie Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit onverharde gronden. Tot voor kort was in het plangebied een watergang aanwezig, die reeds is gedempt met een vergunning van het WSHD. Het plangebied wordt aan de west, noord en oostzijde begrensd door een aantal secundaire watergangen. In of in directe nabijheid van het plangebied zijn geen regionale waterkeringen gelegen. Het aantal vierkante meters verharding neemt toe ten opzichte van de huidige situatie. Toename in verharding dient op grond van het beleid van de waterbeheerder gecompenseerd te worden, om effecten op het watersysteem te compenseren. In overleg met het waterschap wordt middels een vergunning van een van de landgoederen gecompenseerd. De exacte invulling van de compensatie is nog niet bekend. Conform het stedenbouwkundig plan zijn diverse watergangen in het plangebied voorzien. Dit water vormt een extra verbinding tussen het water rond de eilanden zone aan de noordzijde en de hoofdwatergang aan de zuidzijde van het plan. Het nieuw te graven water versterkt het waterrijke karakter van de buurt en is onderdeel van de watercompensatie opgave. Voor de watertoets zal een watervergunning worden aangevraagd. Het plan heeft geen negatieve effecten op de waterhuishoudkundige situatie in en rondom het plangebied.

Gezien het voorgaande leidt het aspect water niet tot nadelige effecten voor het milieu. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.

4.8

Landschap, cultuurhistorie en archeologie Landschap en cultuurhistorie Er is in het plangebied geen sprake van aangewezen kenmerkende landschapsstructuren en/of cultureel erfgoed. Met de opzet van het stedenbouwkundig plan wordt aangesloten op de landschappelijke elementen en structuren in de omgeving. De wijziging van het omgevingsplan leidt dan ook niet tot aantasting van erfgoed of landschappelijke structuren. Archeologie In 2018 is door Vestigia reeds archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 7 bij deze motivering. Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek is de archeologische verwachting voor het aantreffen van een behoudenswaardige intacte archeologische vindplaats bijgesteld naar ‘laag’. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert dan ook geen vervolgstappen in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Gezien het voorgaande leidt het aspect landschap, cultuurhistorie en archeologie niet tot nadelige effecten voor het milieu. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

17

5.

Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de beoogde ontwikkeling belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. De in hoofdstuk 4 benoemde effecten zijn weloverwogen beoordeeld. Waar mogelijk worden maatregelen genomen om deze effecten te beperken. Er kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van de ontwikkeling die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen negatieve effecten verwacht hoeven te worden. Er kan worden geconstateerd dat de nadelige effecten te reguleren zijn en dat een uitgebreide mer-beoordeling of het opstellen van een MER in deze niet zinvol en/of noodzakelijk is. Bovenstaande paragrafen vormen de mer-beoordeling, op basis waarvan het bevoegd gezag een merbeoordelingsbesluit dient te nemen. De mer-beoordelingsbeslissing vormt uiteindelijk een bijlage bij de vergunning.

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – Omgevingsplan ‘Torensteepolder fase D’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16152122/1