Bijlage 3 Toelichting - QS22009v1 Mijnsheerenland Maasweg 1b
Tekst van het document
Quickscan ecologie Mijnsheerenland, Maasweg 1b
Datum Auteur Opdrachtgever Rapport code Wijze van citeren
17-03-2022 xx, Msc dhr. xx QS22009v1 Breur, T.D. 2022. Quickscan ecologie. Mijnsheerenland, Maasweg 1b. Rapportcode: QS22009v1. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht
Breur Ecologie & Onderzoek Schipbeekstraat 74 3313AR Dordrecht Disclaimer Op alle tekst, foto’s en afbeeldingen in dit rapport berust – tenzij anders vermeld – het auteursrecht van Breur Ecologie & Onderzoek. Deze rapportage, inclusief eventuele bijlage(s), is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Verstrekking aan en gebruik door anderen dan de geadresseerde is zonder toestemming niet toegestaan. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Breur Ecologie & Onderzoek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste of onvolledige weergave van de gegevens in dit rapport. Copyright © Breur Ecologie & Onderzoek 2022.
1
Quickscan ecologie – Mijnsheerenland, Maasweg 1b
Inhoudsopgave Samenvatting.............................................................................................................................................. 3 1 Aanleiding................................................................................................................................................ 4 2 Doel............................................................................................................................................................. 4 3 Werkwijze................................................................................................................................................. 4 4 Wettelijk kader beschermde soorten.............................................................................................. 5
4.1 Beschermde soorten...............................................................................................................................................5 4.2 Beschermde gebieden............................................................................................................................................6 4.3 Beschermde houtopstanden................................................................................................................................6 4.4 Zorgplicht....................................................................................................................................................................6
5 Plangebied & ontwikkeling................................................................................................................ 7
5.1 Huidige situatie.........................................................................................................................................................7 5.2 Geplande ontwikkeling..........................................................................................................................................7 5.3 Toekomstige situatie...............................................................................................................................................7 5.4 Planning.......................................................................................................................................................................7
6 Beschermde gebieden.......................................................................................................................... 9
6.1 Wet natuurbescherming........................................................................................................................................9 6.2 Omgevingsverordening..........................................................................................................................................9
7 Beschermde soorten.......................................................................................................................... 10
7.1 Planten.......................................................................................................................................................................10 7.2 Vogels.........................................................................................................................................................................10 7.3 Grondgebonden zoogdieren..............................................................................................................................10 7.4 Vleermuizen............................................................................................................................................................10 7.5 Overige soorten......................................................................................................................................................11
8 Conclusie & aanbevelingen.............................................................................................................. 12
8.1 Conclusies.................................................................................................................................................................12 8.2 Aanbevelingen........................................................................................................................................................12
Bronvermelding...................................................................................................................................... 13
2
Quickscan ecologie – Mijnsheerenland, Maasweg 1b
Samenvatting Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van dhr. xx een quickscan ecologie uitgevoerd op een perceel aan de Maasweg te Mijnsheerenland. De aanleiding voor dit onderzoek betreft het voornemen om op deze locatie een woning te bouwen. Dit onderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid: •
De ontwikkeling leidt niet tot negatief effect op beschermde natuurgebieden.
•
Het plangebied biedt geen potentie voor aanwezigheid van beschermde soorten flora of fauna, aanvullend onderzoek is niet nodig.
•
De ontwikkeling heeft groen licht vanuit de Wet natuurbescherming.
•
Voor alle soorten flora en fauna (beschermd en onbeschermd) geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit betekent dat de initiatiefnemer verplicht is om zorgvuldig te werken en dat onnodige schade aan planten of dieren altijd dient te worden voorkomen.
De geplande ontwikkeling op het terrein biedt ook kansen voor biodiversiteit. Door middel van een streekeigen, inheemse erfbeplanting en het aanbrengen van bijvoorbeeld takkenrillen en nestvoorzieningen kan de biodiversiteit van het terrein in de toekomstige situatie worden vergroot.
3
Quickscan ecologie – Mijnsheerenland, Maasweg 1b
1
Aanleiding
Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van van dhr. x een quickscan ecologie uitgevoerd op een perceel aan de Maasweg 1b te Mijnsheerenland. Het terrein kent nu nog een agrarisch gebruik, maar men is voornemens om op een deel van het terrein een woning te bouwen. Een quickscan ecologie was noodzakelijk om te beoordelen of deze geplande ontwikkeling effect heeft op beschermde soorten en gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming.
2
Doel
Het doel van dit ecologisch onderzoek is om antwoord te geven op de volgende vragen: •
Is het plangebied gelegen in/nabij beschermde natuurgebieden?
•
Zijn beschermde soorten flora en fauna (potentieel) aanwezig in het plangebied?
•
Leidt de geplande ontwikkeling tot een overtreding van de Wet natuurbescherming?
•
Dienen er vervolgstappen genomen te worden in het kader van de Wet natuurbescherming?
3
Werkwijze
Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld gekregen van het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in en om het plangebied. •
Bureaustudie Door middel van een literatuur- en internetstudie is onderzocht welke beschermde soorten (potentieel) voor kunnen komen in en om het plangebied. Hierbij zijn onder andere verspreidingsatlassen en openbaar beschikbare waarnemingen bestudeerd.
•
Oriënterend veldbezoek Een verkennend veldbezoek is uitgevoerd door T.D. Breur op 22-02-2022. Het gehele plangebied is onderzocht, belangrijke elementen zijn gefotografeerd en indien nodig geïnspecteerd met behulp van een verrekijker.
4
Quickscan ecologie – Mijnsheerenland, Maasweg 1b
4
Wettelijk kader beschermde soorten
4.1
Beschermde soorten
De bescherming van flora en fauna is in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze soortbescherming onderscheidt drie categorieën: •
Vogelrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Vogelrichtlijn (1979). Dit heeft betrekking op alle in Europa natuurlijk voorkomende vogelsoorten. Nesten zijn te allen tijde beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Van enkele specifieke vogelsoorten is in Nederland de nest- of verblijfplaats jaarrond beschermd, ook wanneer hier niet gebroed wordt.
•
Habitatrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Habitatrichtlijn (1992). Onder deze categorie vallen specifieke soorten uit verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) waarvoor op Europees niveau instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgesteld.
•
Nationaal beschermde soorten In de wet worden dit ook wel “andere soorten” genoemd. Dit betreft specifieke soorten verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) die op nationaal niveau beschermd zijn. Let wel: Als bevoegd gezag mogen provincies soorten uit deze derde categorie vrijstellen van een ontheffingsplicht. De bescherming van deze soorten verschilt hierdoor tussen provincies.
Per beschermingscategorie gelden verschillende verbodsbepalingen, deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Uitgangspunt voor de soortbescherming is het “nee, tenzij” principe: handelingen met negatief effect op soorten in verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming per beschermingscategorie.
5
Quickscan ecologie – Mijnsheerenland, Maasweg 1b
4.2
Beschermde gebieden
De bescherming van natuurgebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de provinciale Omgevingsverordening. •
Wet natuurbescherming De gebiedsbescherming in deze wet heeft uitsluitend betrekking op Natura 2000gebieden. Deze gebieden hebben instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld op Europees niveau. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
•
Omgevingsverordening In de provinciale Omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Dit is een nationaal netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het ruimtelijke beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Aanvullend op dit nationale netwerk kan de provincie ook andere gebieden een planologische bescherming toekennen, dit gebeurt bijvoorbeeld bij belangrijke provinciale landschappen of belangrijke weidevogelgebieden.
4.3
Beschermde houtopstanden
De kap van houtopstanden (bos, lanen, houtwallen, hagen, struwelen etc.) is onderhevig aan de regelgeving van de Wet natuurbescherming indien: •
de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt.
•
de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m 2), of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.
In het onderzoeksgebied is geen sprake van houtopstanden die voldoen aan bovenstaande criteria. De bescherming van houtopstanden komt in deze rapportage dan ook niet verder aan de orde.
4.4
Zorgplicht
Overkoepelend geldt voor alle in het wild levende planten en dieren de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat onnodige schade aan dieren en planten te allen tijde dient te worden voorkomen. Bij werkzaamheden met negatief effect op planten en dieren dienen maatregelen genomen te worden (binnen wat redelijkerwijs van de initiatiefnemer verwacht mag worden) om dit negatieve effect zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen.
6
Quickscan ecologie – Mijnsheerenland, Maasweg 1b
5
Plangebied & ontwikkeling
5.1
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen op een grasland perceel aan de Maasweg te Mijnsheerenland. Het terrein is vrij van bebouwing en hoger opgaande begoeiing. Ten noordwesten grenst het plangebied aan een watergang, ten noordoosten bevindt zich een fruitboomgaard.
Afbeelding 1: Ligging van het onderzoeksgebied (rood omkaderd), de blauwe stippellijn geeft de ontsluiting weer. De regionale ligging is aangegeven rechtsonder in de rode cirkel.
5.2
Geplande ontwikkeling
Op het terrein wordt een woonhuis gebouwd, een exacte situering of inrichtingsplan is nog niet bekend. Dit woonhuis zal ontsloten worden door een pad wat langs de fruitboomgaard loopt. Ter hoogte van de aansluiting op de Maasweg zullen mogelijk enkele fruitbomen gekapt/verplaatst worden t.b.v. deze ontsluiting (globaal aangegeven met de blauwe stippellijn op bovenstaande afbeelding).
5.3
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie bevindt er zich een woonhuis op het terrein, welke via een weg/pad ontsloten is met de Maasweg.
5.4
Planning
Een exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend.
7
Quickscan ecologie – Mijnsheerenland, Maasweg 1b
Afbeelding 2: Zicht op het plangebied, kijkrichting noord.
Afbeelding 3: Zicht richting het plangebied langs de fruitboomgaard.
Afbeelding 4: Watergang met ondiepe vooroever langs de noordwest zijde van het plangebied.
8
Quickscan ecologie – Mijnsheerenland, Maasweg 1b
6
Beschermde gebieden
6.1
Wet natuurbescherming
Op ca. 2 km afstand van plangebied bevindt zich het Natura 2000-gebied Het Oudeland van Strijen. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van dit gebied en er is geen sprake van fysieke aantasting. Vanwege de afstand is ook negatief effect ten gevolge van trilling, geluid of lichtvervuiling uitgesloten. De Natura-2000 gebieden welke rondom Mijnsheerenland zijn gelegen bevatten geen stikstofgevoelige habitattypen (Haringvliet, Hollands Diep, Oudeland van Strijen en Oude Maas). Negatief effect op deze gebieden ten gevolge van stikstofdepositie is hierom niet aan de orde. Stikstofgevoelige habitattypen zijn gelegen op grotere afstand in Natura-2000 gebieden de Biesbosch en Krammer-Volkerak. De geplande ontwikkeling (1 woonhuis) leidt niet tot een dusdanige stikstofdepositie dat drempelwaardes in deze gebieden worden overtreden. Ten aanzien van Natura-2000 is de ontwikkeling niet vergunningsplichtig.
6.2 Omgevingsverordening Het terrein grenst aan een watergang (de Kreek) welke in het Natuurnetwerk Nederland is opgenomen als ecologische verbindingszone (zie Afb. 4). Het plangebied is niet gelegen in deze verbindingszone en het woonhuis komt tenminste 20 m uit de oeverzone te staan. De verbindingszone blijft daarom functioneel voor diersoorten zoals amfibieën, vissen en libellen. De bouw van het woonhuis heeft daarom geen negatief effect op de wezenlijke waarden en kenmerken, de oppervlakte of de samenhang van het natuurnetwerk. Er is geen sprake van een conflict met de Provinciale Omgevingsverordening.
Afbeelding 5: Beschermde natuurgebieden in de nabijheid van het plangebied. Paars= verbindingszone NNN
9
Quickscan ecologie – Mijnsheerenland, Maasweg 1b
7
Beschermde soorten
7.1 Planten In het plangebied zijn enkel algemene (ruigte)kruiden aangetroffen die overwegend duiden op voedselrijke omstandigheden. Hierbij valt de denken aan algemene grassoorten, paarse dovennetel en kleine veldkers. De oeverzone van de watergang valt buiten de begrenzing van het plangebied. Beschermde soorten vaatplanten in de omgeving van het plangebied zijn vooral gebonden aan schrale graslanden of andere zeer specifieke natuurlijke habitats, dit habitat is niet aanwezig binnen de begrenzing van het plangebied. Beschermde planten worden hierom als afwezig beschouwd.
7.2 Vogels Het terrein is niet geschikt voor vogels met jaarrond beschermde rust- of verblijfplaatsen. Gebouwen of grote bomen waar dergelijke soorten kunnen nestelen zijn niet aanwezig in het plangebied. Oude fruitbomen kunnen geschikt zijn als nest- of verblijfplaats van steenuilen, maar dat is niet het geval bij de fruitboomgaard langs het plangebied, dit zijn allen relatief kleine bomen met een dunne stam, zonder geschikte nestholten. Wel kunnen er in de fruitbomen algemene vogelsoorten broeden, van deze soorten is de nestplaats alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Hierom wordt aanbevolen om eventueel te kappen/verplaatsen fruitbomen t.b.v. de toegangsweg buiten het broedseizoen te verwijderen (of vooraf te inspecteren op afwezigheid van nesten). Het grasland waar het woonhuis gebouwd gaat worden kan geschikt zijn als jachtterrein voor roofvogels en uilen zoals bijvoorbeeld de steenuil of buizerd. De geplande ontwikkeling is echter zeer kleinschalig, en in de omgeving is voldoende alternatief jachtterrein aanwezig. Indien de tuin van het woonhuis landschappelijk ingepast wordt met inheemse boom- en plantensoorten (die passen in het cultuurhistorische karakter van de Hoeksche Waard) kan het plangebied zelfs verbeteren als foerageergebied voor dergelijke vogels. Aanvullend onderzoek naar roofvogels of uilen is daarom niet noodzakelijk.
7.3 Grondgebonden zoogdieren In de omgeving van het plangebied komen een aantal beschermde soorten grondgebonden zoogdieren voor, welke met name gebonden zijn aan waterrijke natuurlijke habitats (zoals de bever, waterspitsmuis en noordse woelmuis). In het plangebied is geen geschikt habitat aanwezig voor deze soorten (de oeverzone maakt geen onderdeel uit van het plangebied). Wel is het plangebied geschikt voor algemene soorten zoogdieren waarvoor in de provincie ZuidHolland een vrijstelling geldt. Dit betreft soorten zoals de haas, de mol en algemene muizensoorten. Voor deze soorten is geen ontheffing of aanvullend onderzoek noodzakelijk. Wel geldt ten aanzien van deze dieren de zorgplicht, zie Hfst. 8.2.
7.4 Vleermuizen Bebouwing of grote bomen zijn niet aanwezig in het plangebied, verblijfplaatsen van vleermuizen zijn daarom uitgesloten (er zijn tevens geen geschikte holtes in fruitbomen langs het plangebied). Als foerageergebied heeft het plangebied evenmin een essentiële functie: er is weinig hoger opgaand groen en in de omgeving is voldoende alternatief groengebied. Negatief effect op vleermuizen is daarom uitgesloten, aanvullend onderzoek naar deze soortgroep is niet nodig.
10
Quickscan ecologie – Mijnsheerenland, Maasweg 1b
7.5 Overige soorten In het plangebied bestaat geen potentie voor andere beschermde diersoorten (amfibieën, reptielen, libellen, weekdieren). De watergang en bijbehorende oeverzone maakt immers geen onderdeel uit van het plangebied en zal niet worden aangetast door de ontwikkeling. Het te bouwen woonhuis wordt gesitueerd op een locatie wat nu enkel bestaat uit monotoon grasland. Habitat voor beschermde overige soorten is afwezig en/of het plangebied is gelegen buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soorten. Wel bestaat er kans op aanwezigheid van algemene vrijgestelde amfibieën zoals de gewone pad. Ten aanzien van deze soorten geldt enkel de zorgplicht (zie Hfst. 8.2).
11
Quickscan ecologie – Mijnsheerenland, Maasweg 1b
8
Conclusie & aanbevelingen
8.1
Conclusies
Deze quickscan ecologie heeft tot de volgende conclusies geleid: •
De geplande ontwikkeling heeft geen negatief effect op beschermde soorten of natuurgebieden (zowel op provinciaal als op Europees niveau).
•
Het plangebied biedt geen potentie voor aanwezigheid van beschermde soorten flora of fauna, aanvullend onderzoek is niet nodig.
•
De ontwikkeling heeft groen licht vanuit de Wet natuurbescherming.
•
Het plangebied is geschikt voor onbeschermde dan wel vrijgestelde soorten (zoals algemene muizensoorten, haas, mol, gewone pad). Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie aanbevelingen).
8.2
Aanbevelingen
In het kader van de zorgplicht dient men zorg te dragen voor alle in het wild levende planten en dieren. Onnodige schade dient te allen tijde te worden voorkomen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat wanneer er zich een egel of een pad in het werkveld bevindt dat deze verplaatst wordt, dan wel de gelegenheid dient te krijgen om het werkgebied op eigen kracht te verlaten. Bij deze ontwikkeling liggen er ook veel kansen voor natuur en biodiversiteit. Het nieuw te bouwen woonhuis kan landschappelijk ingepast worden met een streekeigen erfbeplanting en andere groene elementen die hier vanuit de cultuurhistorie thuishoren (te denken aan ligusterhagen, knotwilgen, takkenrillen, enkele solitaire inheemse bomen zoals een es of zomereik). Ook is de ligging van het plangebied (naast boomgaard en grasland) gunstig om bijvoorbeeld nestvoorzieningen aan te bieden voor een aansprekende soort zoals de steenuil, dit zijn vogels die zich erg thuis voelden op traditionele boerenerven en het tegenwoordig zwaar hebben (rode lijst: kwetsbaar). Breur Ecologie & Onderzoek kan u desgewenst verder adviseren in het benutten van deze kansen voor biodiversiteit.
12
Quickscan ecologie – Mijnsheerenland, Maasweg 1b
Bronvermelding Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen.
Kaartmateriaal: http://pdokviewer.pdok.nl
Beschermde gebieden: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://www.zuid-holland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ https://geo.ozhz.nl/?@Komgrenzen_ZH_Wnb https://calculator.aerius.nl/calculator/#
Overig: https://bagviewer.kadaster.nl https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ https://www.verspreidingsatlas.nl https://waarneming.nl/
13