Bijlage 3 Beleidsregels Bijzondere bijstand en Inkomensondersteuning HW
Tekst van het document
Bij elke volgende aanvraag bijzondere bijstand binnen de draagkrachtperiode (jaar) blijft de vastgestelde draagkracht van toepassing. Er hoeft dan ook niet opnieuw een draagkrachtberekening worden uitgevoerd gedurende de draagkrachtperiode, tenzij er sprake is van inkomensdaling. Artikel 10 - Voorliggende voorziening In artikel 15 van de wet is vastgelegd dat, als er sprake is van een voorliggende voorziening geen bijzondere bijstand kan worden gegeven. Het begrip voorliggende voorziening is gedefinieerd artikel 5 onder e van de wet: ‘voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze wet waarop de inwoner of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven’. Voor medische kosten wordt de Zorgverzekeringswet met de aanvullende verzekering, de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de zorgtoeslag samen als voorliggende voorziening beschouwd. Hierover zijn ook diverse uitspraken van Centrale Raad van Beroep geweest. De enige reden om toch iets te kunnen doen voor medische kosten is als sprake is van zeer dringende redenen. Denk daarbij aan dreiging van blijvende invaliditeit (artikel 16 van de wet).
Artikel 11 - Woonkostentoeslag huurders en eigenaren Als huurders of eigenaar van een woning door daling van inkomsten de woonkosten niet meer kunnen betalen dan kunnen zij woonkostentoeslag aanvragen. Waarbij de huurder geen of onvoldoende een beroep kan doen op huurtoeslag. a. Voor de berekening van de woonkostentoeslag wordt voor de huurder uitgegaan van de kale huur + de servicekosten. b. Voor de woningeigenaar zijn dit de woonkosten. De te verkrijgen teruggave hypotheekrente via de Belastingdienst wordt in mindering gebracht op de berekende woonkostentoeslag. Woonkostentoeslag wordt in principe voor maximaal 1 jaar toegekend tenzij het ondanks inspanningen niet gelukt is om een andere woonruimte te krijgen. Artikel 12 - Verhuisplicht De inwoner die woonkostentoeslag krijgt wordt de verplichting opgelegd om zo snel mogelijk, echter binnen 1 jaar te verhuizen. Ook de inwoner met aangepaste woonvoorzieningen krijgt de verplichting te verhuizen, maar als de kosten van aanpassingen nieuwe woning de woonkostentoeslag ver te boven gaan dan hoeft hij de nieuwe woning niet te aanvaarden en heeft hij wel aan zijn inspanningsverplichtingen voldaan.
20
Artikel 13 - Verhuis- stofferings- en inrichtingskosten Deze kosten behoren tot de algemene kosten van bestaan en moeten uit het inkomen, het vermogen of individuele inkomenstoeslag worden betaald. Alleen op grond van bijzondere omstandigheden waarbij de gemeente de noodzaak heeft vastgesteld, kan bijzondere bijstand verleend worden. Verhuis-, stofferings- en inrichtingskosten worden verstrekt als dit noodzakelijk is en de inwoner voor deze kosten niet heeft kunnen reserveren. Verhuis- en stofferingskosten worden ‘om niet’ gegeven en inrichtingskosten en waarborgsom in de vorm van een geldlening, tenzij de inwoner in een schuldhulpverleningstraject zit en een lening het slagen van het traject in gevaar brengt. Voorbeeld noodzaak verhuizen: een aantoonbaar conflict met buren, waardoor de woonsituatie onhoudbaar is Sociale noodzaak geworden een echtscheiding of beëindiging van een duurzame samenwoning waarbij kinderen aanwezig zijn een verhuizing naar een goedkopere woning uit een woning met een huur boven de huurgrens Medische noodzaak Een medische noodzaak kan blijken uit een medisch advies. Als er een medische noodzaak is kan er bijstand worden gegeven wanneer er aantoonbaar geen beroep kan worden gedaan op voorliggende voorzieningen zoals bijvoorbeeld de Wmo.
Statushouders die uit een AZC in de Hoeksche Waard komen wonen Bijzondere situaties Mensen die na langdurig verblijf in een verzorgings- of verplegingshuis en weer inrichtingskosten zelfstandig gaan wonen. Mensen die na een langdurige detentieperiode een zelfstandige woning betrekken. Jongeren die vanuit een crisissituatie zelfstandig gaan wonen. Tabel inrichting en stofferingskosten Aantal personen
Stoffering (om niet)
Inrichting (lening)
Totaal
1 persoon, kamerbewoning
€ 285,00
€ 1.303,00
€ 1.588,00
1 persoon
€ 698,00
€ 2.180,00
€ 2.878,00
2 personen, echtpaar
€ 698,00
€ 2.464,00
€ 3.162,00
2 personen, geen echtpaar
€ 1.052,00
€ 2.464,00
€ 3.516,00
3 personen, echtpaar
€ 1.052,00
€ 2.748,00
€ 3.800,00
3 personen, geen echtpaar
€ 1.406,00
€ 2.748,00
€ 4.154,00
4 personen
€ 1.406,00
€ 3.032,00
€ 4.438,00
5 personen
€ 1.721,00
€ 3.355,00
€ 5.076,00
6 personen
€ 1.970,00
€ 3.640,00
€ 5.610,00
€ 250,00
€ 285,00
€ 535,00
meer personen, per persoon extra
Artikel 14 - Babypakket Bij Stichting BabySpullen kan de inwoner een babypakket aanvragen. Dit is een voorliggende voorziening. “Het eerste babystartpakket bestaat uit circa 110 items met kleding in de maten 50 t/m 68 (meerdere items per maat), bed- en badtextiel en diverse verzorgingsproducten. Het tweede babystartpakket bestaat
21
uit circa 95 items met kleding in de maten 74 t/m 92 (meerdere items per maat) en diverse verzorgingsproducten.” Inwoners kunnen dit niet zelf aanvragen, dit moet via een intermediair, zoals een verloskundige. Op dit moment (2024) verstrekken zij nog geen meubels, zoals ledikantje en kinderstoel. Hiervoor kunnen inwoners bijzondere bijstand aanvragen. Dit kan dan verstrekt worden als lening tenzij artikel 3 lid 2 van toepassing is. Artikel 15 - Overbruggingsuitkering Er kan een overbruggingsuitkering “om niet” worden gegeven als de inwoner niet (volledig) kan voorzien in de kosten van het bestaan tot aan de eerste uitbetaling van de bijstandsuitkering. Te denken valt aan de volgende doelgroepen, dit is niet limitatief: a. Statushouders b. Inwoners die van een zak- en kleedgeldnorm overgaan naar een volledige norm. c. Ex-gedetineerden. d. Inwoners waarvan de relatie onlangs is beëindigd. Artikel 16 - Uitstroompremie i.v.m. werkaanvaarding Inwoners die uit de bijstand uitstromen naar werk en er sprake is van een geringe inkomensstijging, tot maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm, krijgen bij uitstroom naar betaald werk een premie. Artikel 17 - Kosten bewindvoering, mentorschap en curatele Als er een rechterlijke uitspraak is kan een inwoner, als deze voldoet aan de overige voorwaarden, de bovengenoemde kosten vergoed krijgen.
Deze kosten worden periodiek verstrekt aan uitkeringsgerechtigden zodat dit niet jaarlijks hoeft te worden aangevraagd, wel moet er jaarlijks een heronderzoek plaatsvinden om te beoordelen of de inwoner nog aan de voorwaarden voldoet. Artikel 18 - Eigen bijdrage rechtsbijstand en kosten griffierechten Er moet altijd een toevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand zijn voor de eigen bijdrage rechtsbijstand. De overheid betaalt dan een deel van de kosten. Voor het deel wat de inwoners zelf moet betalen, de eigen bijdrage, kan bijzondere bijstand voor worden gegeven. Artikel 19 - Doorbetaling vaste lasten bij verblijf instelling en/of detentie Om te voorkomen dat de inwoner na terugkeer uit een instelling of detentie geen huisvesting meer heeft, kan in bijzondere omstandigheden tijdelijk bijzondere bijstand worden gegeven voor de vaste lasten. Artikel 20 - Alleenstaande Oudercompensatie (AOC) Als de alleenstaande ouder geen recht heeft op de Alleenstaande ouder kop van de Belastingdienst doordat het begrip “alleenstaande ouder” in de toeslagenwetgeving een andere betekenis heeft dan in de Participatiewet, dan kan er bijstand worden gegeven ter compensatie van het ontbreken van de ALO-kop. Dit kan als er sprake is van een partner die in het buitenland woont, of een partner die niet rechtmatig in Nederland woont.
Voorbeeld berekening ALO-kop Alleenstaande ouder Alleenstaande ouder (zonder partner) Alleenstaande ouder met een in het buitenland verblijvende huwelijkspartner.
Wettelijke norm art. 24 PW
ALO-kop via Belastingdienst
Compensatie ALO-kop art. 18 PW
Totaal per maand
€ 1.308,45
€ 290,00
n.v.t.
€ 1.598,45
€ 1.308,45
Geen recht
€ 290,00
€ 1.598,45
Artikel 20 - Reiskosten sociaal, medisch en inburgering
22
De inwoner kan bijzondere bijstand voor reiskosten krijgen als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor hij moet reizen. Hierbij geldt dat voor reizen na 09.00 uur het OV Dal-Vrij busabonnement een voorliggende voorziening is.
Toelichting hoofdstuk 3 ‐ Meedoen Het is van belang dat volwassene en kinderen zich kunnen ontwikkelen en mee kunnen doen in de samenleving, ook als er een laag inkomen of schulden zijn. Inwoners met een inkomen tot 130% van de toepasselijke bijstandsnorm en hun ten laste komende kinderen kunnen een bijdrage krijgen voor de kosten van maatschappelijk participeren, maar ook een bijdrage voor schoolkosten. En het vermogen mag niet hoger zijn dan het vrij te laten bedrag zoals vermeld in artikel 34 van de wet. Tabel bijdrage maatschappelijke participatie en schoolkosten Meedoen Regelingen per persoon (jaarlijks geïndexeerd) Maatschappelijke participatie volwassene Maatschappelijke participatie kind Schoolkosten basisschool en voortgezet onderwijs Schoolkosten brugklas Huiswerkbegeleiding (per maand, brugklas eerste ½ jaar) Schoolreisje groep 7, 8 en voortgezet onderwijs Tweetalig onderwijs Computer (1 x per 5 jaar) Fiets (1 x per 5 jaar)
Bedrag p.p. per 01-07-2024 € 111,00 € 111,00 € 56,00 € 332,00 € 56,00 € 111,00 € 277,00 € 388,00 € 277,00
Maatschappelijke participatie volwassene
Per 01-01-2025 : € 150,00
Bijdrage voor Maatschappelijke Participatie Deze bijdrage is bedoeld voor deelname aan maatschappelijke activiteiten, in de breedste zin van het woord. Hierbij kan worden gedacht aan (niet limitatief): tijdschriften, boeken, abonnement bibliotheek, Rotterdampas, internetaansluiting, telefoonkosten, kabeltelevisie, kaartjes voor toneel-, theater- en/of muziekuitvoeringen, bioscoop, excursies enz. Vergoeding voor sport en culturele activiteiten Via het Jeugdfonds sport en Cultuur (JFSC) kunnen kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar sporten of een culturele activiteit gaan doen. Ook zwemles voor het A-diploma is mogelijk. De inwoner kan niet zelf de aanvraag doen, dat kan alleen een door het JFSC aangewezen intermediair(s) doen. De bijdrage wordt direct overgemaakt naar de vereniging of instelling. Bijdrage schoolkosten Het is voor kinderen belangrijk om zich te kunnen ontwikkelen en deel te kunnen nemen aan activiteiten op school. Daarom kunnen ouders een bijdrage krijgen in de schoolkosten van hun kind(eren) zoals: kosten van een agenda, multomap, gymkleding, kaftpapier, schoolkamp, excursie, huiswerkbegeleiding, kosten tweetalig onderwijs, een digitaal apparaat en fiets. Bijdragen voor: Kinderen op de basisschool Een jaarlijks bedrag voor algemene schoolkosten. In groep 7 en 8 een bedrag voor schoolreis/kampweek.
In groep 8 ook een bijdrage voor een fiets en/of digitaal apparaat mogelijk, let op de termijn van verstrekking. Kinderen op het voortgezet onderwijs
23
Een jaarlijks bedrag voor algemene schoolkosten. Een bedrag voor excursie/schoolreis/schoolkamp. In de brugklas huiswerkbegeleiding. Tweetalig onderwijs. Een digitaal apparaat. Een fiets.
Ook leerlingen die onderwijs volgen via een Internationale schakelklas komen in aanmerking voor de vergoedingen schoolkosten zoals bedoeld in dit hoofdstuk. De jaarlijkse maatschappelijke participatie, zo ook de jaarlijkse schoolkosten basisschool worden periodiek uitbetaald aan inwoners met een bijstandsuitkering. De overige bijdragen moeten aangevraagd worden via het aanvraagformulier. Voor de jaarlijkse maatschappelijke participatie en de jaarlijkse schoolkosten hoeft geen bewijsstuk te worden overgelegd. Het is aannemelijk dat het bedrag volledig wordt besteed aan het doel. Voor de overige kosten is er een aantoonplicht. De uitbetaling van de bijdrage vindt plaats na overleg van een betalingsbewijs en of een deelname bewijs. Omdat het voor mensen met een laag inkomen meestal onmogelijk is een dergelijk bedrag voor te schieten kan ook volstaan worden met een pro forma nota. In dat geval wordt de bijdrage uitbetaald aan de leverancier. Het verstrekken van een voorschot is een andere mogelijkheid.
Toelichting hoofdstuk 4 ‐ Dal‐vrij busabonnement OV Inwoners van 18 jaar of ouder en hun minderjarige kinderen vanaf 12 jaar kunnen een Dal-Vrij busabonnement krijgen als het inkomen niet hoger is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm. Zij hebben wel een persoonlijk OV vervoersbewijs nodig om het product te kunnen activeren. Het vermogen blijft buiten beschouwing.
Toelichting hoofdstuk 5 ‐ Collectieve zorgverzekering en bijdrage zorgkosten Elke inwoner van de Hoeksche Waard kan gebruik maken van de collectieve zorgverzekering VGZ “Rotterdampakket” die de gemeente aanbiedt. Om zorg enigszins betaalbaar te houden voor inwoners met een laag inkomen (130% van de bijstandsnorm) wordt er maandelijks een bijdrage in de aanvullende premie gegeven van €40,- per maand en is het wettelijke eigen risico voor deze inwoners meeverzekerd. Inwoners melden zich via de website van VGZ aan voor het Rotterdam-Pakket Hoeksche Waard, zij hoeven geen aanvraag bij de gemeente in te dienen. De premiebijdrage wordt direct betaald aan VGZ. Eenmaal per jaar wordt door de uitkeringsadministratie gecontroleerd of de inwoner (nog) tot de doelgroep behoort. De maand november wordt als peilmaand aangegeven om te controleren of de inwoner op grond van zijn inkomen nog tot de doelgroep behoort voor het opvolgende jaar. Inwoners die deelnemen aan de collectieve verzekering hebben geen recht op een bijdrage in de aannemelijke zorgkosten, omdat het “Rotterdampakket” in grote mate voorziet in een ruime vergoeding van zorgkosten en zij krijgen al een bijdrage in de premie 12x€40 en het eigen risico is meeverzekerd.
Bijdrage in de premie van een aanvullende verzekering, anders dan het Rotterdampakket Om ook inwoners, met een laag inkomen, die elders verzekerd zijn tegemoet te komen in de premie voor een aanvullende verzekering wordt hen een bijdrage van de daadwerkelijke kosten tot maximaal € 16,50 per betalende deelnemer per maand gegeven. Een aanvraag wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari van het jaar van de aanvraag toegekend of met terugwerkende kracht tot de datum van het afsluiten van een aanvullende verzekering.
24
Bijdrage aannemelijke zorgkosten. Inwoners, met een laag inkomen, die niet deelnemen aan de collectieve verzekering, kunnen een bijdrage van € 300,- krijgen als zij te maken hebben met hoge zorgkosten of dat het aannemelijk is dat zij hoge zorgkosten maken. De inwoners kunnen een aanvraag in de bijdrage van een aanvullende zorgverzekeringspremie, anders dan VGZ, en/of een bijdrage zorgkosten indienen via het daarvoor bestemde aanvraagformulier. Beëindiging collectieve zorgverzekering Omdat het niet mogelijk is om gedurende het jaar te veranderen van zorgverzekering eindigt deelname aan de collectieve zorgverzekering in de meeste situatie op 31 december van het kalenderjaar. Bijdrage zorgkosten Aannemelijke zorgkosten (niet verzekerd via VGZ Rotterdampakket) Kosten aanvullende zorgverzekering (niet verzekerd via VGZ Rotterdampakket) Premiebijdrage van de collectieve zorgverzekering
Bedrag p.p. per 01-07-2024 € 300,00 per jaar € 16,50 per maand (max. bijdrage) € 40,00 per maand
25