Bijlage 3 APV Was-wordtlijst versie 20 juni 23
Tekst van het document
Het equivalente geluidniveau LAeq, gemeten en beoordeeld op een afstand van 25 meter vanaf de geluidboxen mag niet meer bedragen dan 90 dB(A) in geval van live-muziek, en mag maximaal 75 dB(A) bedragen in het geval dat een DJ wordt ingezet of bij andere soorten muziek. De metingen, berekeningen en beoordeling van dit geluidniveau dienen plaats te vinden overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Voor de beoordeling van het geluidniveau worden geen geluidscorrecties toegepast. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. Op de dagen bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 - uiterlijk een half uur voor sluitingstijd beëindigd.
Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal twaalf dagen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 met 20 dB worden verhoogd, mits de houder van de inrichting ten minste één week voor de aanvang van de festiviteit daarvan een kennisgeving heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 10 dagen per kalenderjaar in verband met incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan een
Pinksterdag). Horecabedrijven mogen op die dagen dus meer geluid produceren. Het college kan aanvullend nog andere collectieve festiviteiten aanwijzen.
In het horecaherstelplan is opgenomen dat horecaondernemers meer ruimte krijgen voor het houden van incidentele festiviteiten. Een incidentele festiviteit houdt in dat de inrichting zich niet hoeft te houden aan de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit Wet milieubeheer. In de nieuwe APV wordt het maximaal aantal toegestane meldingen verhoogd tot 12 dagen per kalenderjaar. Daarnaast wordt de tijd waarin een festiviteit gemeld wordt verkort van twee naar één week. Bij een incidentele festiviteit mag een ondernemer tot 20dB geluid meer produceren.
3. 4.
5.
6.
7. 8.
Afdeling 4 Artikel 4:15 vervalt
Hoofdstuk 5 Afdeling 2 Artikel 5.10 vervalt
Artikel 5:13
kennisgeving heeft gedaan aan het college. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. Op de dagen bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 - uiterlijk een half uur voor sluitingstijd beëindigd. De geluidsnorm bedoeld in het eerste lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 8. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
3. 4.
5.
6.
7. 8.
kennisgeving heeft gedaan aan het college. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. Op de dagen bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 - uiterlijk een half uur voor sluitingstijd beëindigd. De geluidsnorm bedoeld in het eerste lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 8. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit Milieubeheer.
Komt te vervallen.
Dit artikel wordt in de praktijk nooit gebruikt. Kan vanwege deregulering vervallen.
Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te parkeren of te laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam. Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan: het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
Komt te vervallen.
Komt (op advies van de VNG) te vervallen Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter en kan deze dus vervallen
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan: het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
Uit praktische overwegingen wordt er gekozen voor deze systematiek. Komt een organisatie voor op het landelijk vastgestelde CBF rooster, dan kun die organisatie zonder vergunning collecteren in de gemeente Hoeksche Waard. Nummering aangepast.
Afdeling 3 Afdeling 4 Artikel 5:18
Afdeling 5 Artikel 5:22 vervalt
3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die gehouden wordt: a. in besloten kring; of b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt. 4. Een vergunning wordt uitsluitend verleend aan: a. verenigingen/stichtingen binnen de Hoeksche Waard; of b. een instelling die beschikt over een CBF erkenning indien sprake is van een inzameling waaronder het werven van donateurs- buiten de in het landelijke collecterooster toegewezen weken; c. voor het houden van een inzameling in een vrije periode in het landelijke collecterooster. 5. Het is verboden te collecteren op zondag, feestdagen en maandag t/m zaterdag tussen 20.00 en 09.00 uur. 6. 7. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die gehouden wordt: a. in besloten kring; of b. door een instelling die is ingedeeld in het door het Centraal Bureau Fondswerving vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster plaatsvindt. 4. Een vergunning wordt uitsluitend verleend aan: a. verenigingen/stichtingen binnen de Hoeksche Waard; of b. een instelling die beschikt over een CBF erkenning indien sprake is van een inzameling waaronder het werven van donateurs- buiten de in het landelijke collecterooster toegewezen weken; c. voor het houden van een inzameling in een vrije periode in het landelijke collecterooster. 5. Het is verboden te collecteren op zondag, feestdagen en maandag t/m zaterdag tussen 20.00 en 09.00 uur. 6. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. 1.Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college kan nadere regels stellen omtrent dit onderwerp. 3. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Lid 2: Deze toevoeging geeft het college meer ruimte om regels vast te stellen ten aanzien van standplaatsen. Tevens is de nummering aangepast.
Komt te vervallen.
De artikelen 5:22 en 5:23 zijn opgenomen in de artikelen 2:24 en 2:25. In de praktijk wordt er veelal voor snuffelmarkten al een evenementenvergunning verleend. Dit is in lijn met het huidige evenementenbeleid.
Snuffelmarkten Artikel 5:22 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. 2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
Artikel 5:23 vervalt
Hoofdstuk 6 Artikel 6:5
Artikel 6.6
b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24. Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens een verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
Komt te vervallen.
De artikelen 5:22 en 5:23 zijn opgenomen in de artikelen 2:24 en 2:25. In de praktijk wordt er veelal voor snuffelmarkten al een evenementenvergunning verleend.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1. Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen voor paracommerciële rechtspersonen: a. de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld; b. de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden.
De nieuwe APV treedt in werking op 1 augustus 2023. In sommige zeer oude vergunningen staan nog schenk- en/of sluitingstijden die afwijken van de APV. Deze tijden gelden niet meer o.g.v. het overgangsrecht en dit zal richting die vergunninghouders duidelijk worden aangegeven.
Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2023.