CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 APV Was-wordtlijst versie 20 juni 23

Besluitvormende raad 12 september 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Algemene Plaatselijke Verordening 202321.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

WAS-WORDT LIJST - ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING HOEKSCHE WAARD 2023

Bijlage 3 WAS-WORDT LIJST APV HW 2023 versie 20 juni 23 ARTIKEL WAS

WORDT (nieuw = geel gearceerd)

TOELICHTING

Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: − bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; − bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; − bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid van de Bouwverordening; − bevoegd bestuursorgaan: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening; − bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; − college: het college van burgemeester en wethouders; − feestdagen: Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, Eerste Kerstdag, Tweede Kerstdag.

− gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet ; − handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; − motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; − openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; − openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; − paracommerciële rechtspersonen: paracommerciële rechtspersonen in de zin van de Alcoholwet. − parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; − rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; − voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; − weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994;

Aan de definities zijn de volgende definities toegevoegd: feestdagen en paracommerciële rechtspersonen.

Hoofdstuk 1 Artikel 1:1

Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: − bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; − bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; − bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid van de Bouwverordening; − bevoegd bestuursorgaan: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening; − bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; − college: het college van burgemeester en wethouders; − gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet ; − handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; − motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; − openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; − openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; − parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990; − rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; − voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; − weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994;

Hoofdstuk 2 Afdeling 1 Artikel 2:6 vervalt

Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 2 Artikel 2:10

Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan openbare plaatsen 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1.5 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3.5 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden. 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. De ontheffing wordt verleend als Omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2 eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c.

nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; en d. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 7. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Omgevingsverordening Zuid-Holland. 8. Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

. Komt te vervallen.

Dit is een slapend artikel. Er zijn geen gebieden aangewezen. Dit artikel wordt in de praktijk nooit gebruikt. Kan vanwege deregulering vervallen.

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan openbare plaatsen 1. Het is verboden de openbare plaats of een gedeelte daarvan anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de openbare plaats, de bruikbaarheid van de openbare plaats belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de openbare plaats; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de openbare plaats is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1.5 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3.5 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, reclameborden, spandoeken en containers. 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. De ontheffing wordt verleend als Omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2 eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c.

nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; en d. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van openbare plaats is verleend. 7. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Omgevingsverordening Zuid-Holland. 8. Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Lid 1, 2 en 5: Het begrip “openbare plaats” is ruimer dan het begrip “weg". Onder openbare plaats wordt bijvoorbeeld ook verstaan: parken, plantsoenen en brandgangen. Door het begrip openbare plaats te gebruiken kan eventueel ook (publiekrechtelijk) worden opgetreden tegen particulieren die onrechtmatig gemeentegrond in bezit nemen. Lid 3: In de praktijk is er behoefte aan regelgeving hiervoor (spandoeken en containers).

Artikel 2:12

Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder Omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Keur voor Waterschap Hollandse Delta of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder Omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. e. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Keur voor Waterschap Hollandse Delta of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Lid 2: Welstand is toegevoegd als weigeringsgrond voor een Omgevingsvergunning voor een uitweg. Hierbij kan gedacht worden aan de gevolgen van de aanleg van een uitweg op de beeldkwaliteit en de beleving van het straatbeeld. Ook kan gedacht worden aan het behoud van landschappelijke en cultuurhistorische waarden of de groenstructuur. Daarnaast kan geconcludeerd worden dat de uitweg, verhardingen of het parkeren van motorvoertuigen op de gewenste plek niet wenselijk is op grond van het bestemmingsplan, stedenbouwkundige randvoorwaarden, de welstandsnota of vanwege een beschermd stads- of dorpsgezicht.

Artikel 2:13 Nieuw

Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid [Vervallen]

Artikel 2:13 Hinderlijke voorwerpen, modder of stoffen op de weg Het is onverminderd de daaromtrent bestaande wettelijke bepalingen verboden op een weg voorwerpen, modder of stoffen, die aanleiding kunnen geven tot verontreiniging, beschadiging of slechte afwatering van de weg, of tot gevaarlijke situaties op de weg, aldaar in directe of indirecte zin te plaatsen, te werpen, uit te gieten, over te brengen, te laten afvloeien of te laten vallen.

In de huidige APV is niks geregeld ten aanzien van het veroorzaken van gladheid (artikel 2:13 is vervallen). Voorgesteld wordt om een artikel op te nemen op grond waar kan worden opgetreden tegen gevaarlijke situaties. Te denken valt aan het bevuilen van de weg met bijvoorbeeld modder of water waardoor gladheid kan ontstaan (zie artikelen 2:13 en 2:13a).

Artikel 2.13a nieuw

Nieuw artikel

Artikel 2:13a Bruikbaar houden van de weg 1. In het belang van de orde en netheid van de weg, de veiligheid van het verkeer, het voorkomen van beschadiging van het wegdek en de afwatering van de weg is het degene, door wiens handelen of toe doen een of meer voorwerpen, modder of stoffen als bedoeld in artikel 2:13 op een weg zijn geraakt, verboden deze daarop te laten. 2. Met het oog op deze belangen dient de in het eerste lid bedoelde persoon de weg terstond dan wel op aanwijzing van politiefunctionarissen of gemeenteambtenaren te ontdoen of te laten ontdoen van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 2.13.

In de huidige APV is niks geregeld ten aanzien van het veroorzaken van gladheid (artikel 2:13 is vervallen). Voorgesteld wordt om een artikel op te nemen op grond waar kan worden opgetreden tegen gevaarlijke situaties. Te denken valt aan het bevuilen van de weg met bijvoorbeeld modder of water waardoor gladheid kan ontstaan (zie artikelen 2:13 en 2:13a). Artikel 2.13 ziet op het vervuilen van de weg en artikel 2.13a op de plicht om die vervuiling op aanwijzing van bijvoorbeeld de boa direct op te ruimen.

Artikel 2:14 vervalt

Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een

Komt te vervallen.

Dit artikel wordt in de praktijk nooit gebruikt. Kan vanwege deregulering vervallen.

openbare plaats achter te laten. 3. Het eerste lid, aanhef onder b is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Artikel 2:17 vervalt

Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke 1. Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1° of 3° van het Wetboek van Strafrecht.

Afdeling 3 Artikel 2:24

Evenementen Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsporten als bedoeld in het tweede lid, onder h. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg (niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening); d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een klein evenement als bedoeld in artikel 2:25A van deze verordening; f. een evenement waarbij vuurwerk wordt afgestoken; g. geen huwelijksfeest buiten een openbare inrichting; h. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

Artikel 2:25

Artikel 2:25 Vergunningplicht categorie A-, B- of C-evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een A-, B- of C-evenement te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen. 2. Bij het indienen van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en

Komt te vervallen.

Dit artikel wordt in de praktijk nooit gebruikt. Kan vanwege deregulering vervallen.

Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsporten als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg (niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening); d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een snuffelmarkt; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 3. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. 4. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet;

Lid 1onder b: Verwijzing naar de Gemeentewet was onjuist. Verwijzing naar artikel 5:22 is vervallen, omdat dit artikel wordt geïntegreerd in artikel 2.24.

Artikel 2:25 Vergunningplicht categorie A-, B- of C-evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een A-, B- of C-evenement te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen. 1a. Het verbod is niet van toepassing op snuffelmarkten die worden gehouden in ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en

Lid 1a: Toegevoegd aan artikel 2:24 evenementen vanwege vervallen artikelen 5:22 en 5:23 (snuffelmarkt).

Lid 1 onder d: Drank- en Horecawet is aangepast naar Alcoholwet. Lid 2 onder e: Toegevoegd aan artikel 2:24 evenementen vanwege vervallen artikelen 5:22 en 5:23 (snuffelmarkt). In lijn gebracht met huidige evenementenbeleid. Lid 2 onder f (oud): Overbodig. Afsteken van vuurwerk is al vergunningsplichtig. Lid 2 onder g: Vervalt. Een huwelijksfeest is een besloten aangelegenheid, waardoor deze meestal niet valt onder het begrip evenement. Lid 3 en 4: Toevoeging definitie en omschrijving snuffelmarkt Nummering is aangepast vanwege vervallen en toegevoegde artikelleden.

Juridische uitspraak (2020) concludeert dat het incidentele karakter van een snufffelmarkt gelijk te trekken is aan een evenementenvergunning. Bij een evenementenvergunning is het bestemmingsplan geen

3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. De burgemeester weigert de vergunning voor een B- of C-evenement indien de organisator: a. onder curatele staat; b. in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel: a. dit noodzakelijk is voor de openbare orde en veiligheid of de bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het evenement; b. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd; c. de zedelijkheid of gezondheid van bezoekers niet kan worden gewaarborgd; d. het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven niet wenselijk is dat de activiteiten worden verricht of voortgezet; e. de bescherming van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt nodig is; f.

de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en betreffende hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet; g. tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen; h. de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in het evenementenbeleid, het imago of de belangen van de gemeente. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder h, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is. De beslissing op een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid kan worden opgeschort als de aanvraag is ingediend in samenhang met een andere vergunningplichtige activiteit, zolang op die andere vergunningaanvraag nog niet is beslist. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, en de woon- en leefomgeving ten aanzien van evenementen nadere regels stellen.

Het college kan in het belang van de woon- en leefomgeving, het milieu, het aanzien van de gemeente en de volksgezondheid ten aanzien van evenementen nadere regels stellen.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8. 9.

voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. Bij het indienen van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. De burgemeester weigert de vergunning voor een B- of C-evenement indien de organisator: a. onder curatele staat; b. in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel: a. dit noodzakelijk is voor de openbare orde en veiligheid of de bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het evenement; b. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd; c. de zedelijkheid of gezondheid van bezoekers niet kan worden gewaarborgd; d. het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven niet wenselijk is dat de activiteiten worden verricht of voortgezet; e.

de bescherming van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt nodig is; f. de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en betreffende hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet; g. tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen; h. de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in het evenementenbeleid of de belangen van de gemeente. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder h, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is. De beslissing op een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid kan worden opgeschort als de aanvraag is ingediend in samenhang met een andere vergunningsplichtige activiteit, zolang op die andere vergunningaanvraag nog niet is beslist. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. vervallen Het college kan in het belang van de woon- en leefomgeving, het milieu, het aanzien van de gemeente en de volksgezondheid ten aanzien van evenementen nadere regels stellen.

toetsingskader, bij een snuffelmarkt was dit wel het geval. Lid 4 onder h: Woord “imago” vervalt. Evenementenbeleid geeft de kaders. Lid 8: vervalt, is in strijd met de Gemeentewet.

Artikel 2:25a

10. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

10. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:25a Meldingsplicht categorie 0-evenement 1. Geen vergunning is vereist voor een categorie 0-evenement (klein evenement), indien: a. de organisator daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester en daarvan een ontvangstbevestiging kan tonen, en b. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen tegelijkertijd, en c. het evenement op 1 dag tussen 9.00 en 00.00 uur plaatsvindt, en d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 9.00 uur of na 23.00 uur, en e. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins voor zover dit een belemmering vormt voor het verkeer van de hulpdiensten, en f. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van maximaal 18 m2 per object, met 1 bouwlaag en maximale hoogte van 3 meter, en g. er een organisator is die ter plaatse geldt als aanspreekpunt voor toezichthouders en personeel van de hulpdiensten, en h. er geen vuurwerk wordt afgestoken. 2. De burgemeester kan binnen 7 dagen na ontvangst van de melding van een klein evenement, als bedoeld in het eerste lid, besluiten het kleine evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

Artikel 2:25a Meldingsplicht categorie 0-evenement 1. Geen vergunning is vereist voor een categorie 0-evenement (klein evenement), indien: a. de organisator daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester en daarvan een ontvangstbevestiging kan tonen, en b. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen tegelijkertijd, en c. het evenement op 1 dag tussen 9.00 en 23.00 uur plaatsvindt of op een zon-of feestdag tussen 13.00 uur en 23.00 uur, en d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 9.00 uur of na 23.00 uur, en e. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins voor zover dit een belemmering vormt voor het verkeer van de hulpdiensten, en f. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van maximaal 24 m2 per object, met 1 bouwlaag en maximale hoogte van 3 meter, en g. er een organisator is die ter plaatse geldt als aanspreekpunt voor toezichthouders en personeel van de hulpdiensten, en h. het geluidsniveau op een afstand van 10 meter van enige geluidsbron niet meer bedraagt dan 70 dB(A), en i. het evenement geen extra politiecapaciteit vergt. 2.

De burgemeester kan binnen 7 dagen na ontvangst van de melding van een klein evenement, als bedoeld in het eerste lid, besluiten het kleine evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 3. De burgemeester kan categorieën evenementen aanwijzen die niet vallen onder de vergunningsplicht van artikel 2.25, eerste lid of de meldingsplicht van artikel 2:25a, eerste lid.

Lid 1 onder c: De Zondagswet geeft aan dat het verboden is op zondag voor 13.00 uur openbare vermakelijkheden te houden. De burgemeester kan van dit verbod ontheffing verlenen. Het is niet logisch dat een organisator van een vergunningsvrij evenement alsnog een ontheffing Zondagswet moet aanvragen. Hiervoor zijn de tijden op zon- en feestdagen voor meldingsplichtige evenementen aangepast. Eindtijd evenement aangepast conform de eindtijden zoals opgenomen in het evenementenbeleid. Hierin is 23.00 uur opgenomen in plaats van 24.00 uur. Lid 1 onder f: Eerder is door de raad besloten om vanwege lastenverlichting het aantal aanwezigen te verhogen van 150 personen naar 250 personen. Dit heeft niet het gewenste effect opgeleverd (namelijk dat evenementen onder een melding geschaard konden worden). Met het vergroten van het oppervlak van een object, vallen er meer activiteiten binnen de meldingsplicht. Lid 1 onder h (oud): Is overbodig en komen te vervallen. Afsteken van vuurwerk is altijd vergunningsplichtig. Lid 1 onder h en i (nieuw): Meldingsplichtige evenementen die veel geluid veroorzaken (meer dan 70 dB(A)) en/of extra politiecapaciteit vergen worden hiermee vergunningsplichtig. Lid 3: Sommige evenementen/feesten op de weg zijn zo kleinschalig, dat het niet nodig is ze te melden (bijvoorbeeld een kinderfeestje of buurtbarbecue in het plantsoen).

Lid 3 geeft de burgemeester de mogelijkheid dit soort feestje middels een aanwijzingsbesluit uit te zonderen van de meldings- en vergunningsplicht. Nummering is aangepast vanwege vervallen en toegevoegde artikelleden.

Artikel 2:27

Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, afhaalgelegenheid, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt; 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor

Artikel 2:27 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. barvrijwilliger: de natuurlijke persoon, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet, of de wet die hiervoor in de plaats treedt. 2. leidinggevende: a. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend; b. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de openbare inrichting; c. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de

Ter bevordering van de duidelijkheid zijn deze begrippen gedefinieerd.

Artikel 2:28

directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

openbare inrichting. 3. openbare inrichting: a. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, afhaalpunten, waterpijpcafe; of b. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid; c. een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid, indien de houder geen verklaring omtrent gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 5. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; d. bedrijfskantine of – restaurant; e. kerk; f. rouwcentrum of crematorium. 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester: a. een openbare inrichting te exploiteren; b. één of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen te exploiteren, voor zover deze onder de uitzonderingscategorie van artikel 2:28, twaalfde of dertiende lid, van deze verordening vallen. 2. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit en hiervan niet bij of krachtens de Wet ruimtelijke ordening en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is afgeweken. 3. De burgemeester kan de vergunning weigeren, indien de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed, b. de aanvrager of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 5.

Bij toepassing van de in het vierde lid genoemde weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met: a. het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting gelegen is of gelegen zal zijn; b. de aard van de openbare inrichting; c. de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting; d. de wijze van bedrijfsvoering door de aanvrager en/of de leidinggevende, en;

De toetsingscriteria in het nieuwe artikel zijn uitgebreider omschreven.

e. het levensgedrag van de aanvrager en/of de leidinggevende. 6. Onverminderd het gestelde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen als: a. de vergunninghouder of leidinggevende van de openbare inrichting de bepalingen in deze afdeling, dan wel de voorschriften of beperkingen, behorende bij de vergunning, overtreedt; b. aannemelijk is, dat de vergunninghouder of leidinggevende van de openbare inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting, dan wel de vrees hiertoe wettigen; c. de vergunninghouder of leidinggevende strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd; d. de vergunninghouder of leidinggevende van de openbare inrichting zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid; e. de bij de aanvraag verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; f.

zich in de betrokken openbare inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid; g. niet langer wordt voldaan aan de in artikel 2:28b gestelde eisen; h. de vergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste driemaal op grond van artikel 2:28c, eerste lid om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 2:28c, vijfde lid; i. er sprake is van een gewijzigde exploitatie of vergunninghouder, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd; j. de vergunninghouder in de artikelen 2:28c, eerste lid en 2:28e bedoelde gevallen geen melding als in die artikelen bedoeld heeft gedaan. k. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 7. Als een vergunningaanvraag tevens betrekking heeft op de exploitatie van een of meer terrassen, zoals bedoeld in artikel 2:27, lid 3, sub c., beslist de burgemeester in afwijking van artikel 2:10, eerste lid, voor zover deze terrassen zich op een openbare plaats bevinden, ook over de ingebruikneming van de openbare plaats ten behoeve van het terras.

Onverminderd het bepaalde in artikel 2:28, tweede lid, vierde lid en vijfde lid kan de burgemeester de ingebruikneming van de openbare plaats door een terras weigeren als: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats

dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. het beoogde gebruik een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; c. het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare plaats, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan. 8. Het is verboden een terras te exploiteren: a. op of aan openbare plaatsen die door de burgemeester met het oog op de belangen genoemd in het vijfde lid zijn aangewezen, en; b. op of aan openbare plaatsen die door het college met het oog op de belangen genoemd in het zesde lid zijn aangewezen. 9. De burgemeester kan gebieden aanwijzen waar bij het indienen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid een exploitatieplan moet worden vastgelegd waarin de maatregelen staan beschreven die de aanvrager neemt om overlast in de omgeving van de openbare inrichting als gevolg van de exploitatie van de openbare inrichting te voorkomen. 10. Het college kan in het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid nadere regels stellen voor de exploitatie van openbare inrichtingen. 11. Artikel 2:28, eerste lid geldt niet voor door de burgemeester aangewezen soorten inrichtingen. 12.

Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. 13.Voor de openbare inrichting in een winkel gelden dezelfde sluitingstijden als de winkel. 14. Voorts geldt het eerste lid niet voor: a. een openbare inrichting in zorginstellingen; b. een openbare inrichting in musea; c. een openbare inrichting in bedrijfskantine of restaurant; d. een openbare inrichting in kerken; e. een openbare inrichting in rouwcentra of crematoria. 15. Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:28a nieuw

Nieuw artikel

Artikel 2:28a Inhoud exploitatievergunning en aanhangsel vergunning 1. De burgemeester vermeldt in een vergunning: a. de exploitatie; b. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; c. de plaats waar de inrichting zich bevindt; d. de situering en de oppervlakte van de inrichting; e. de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden. 2. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden. De vergunning en het daarvan onderdeel uitmakende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag, bedoeld in artikel 2:28c, eerste lid, en de

Dit artikel vormt de juridische basis voor de werkwijze die we in de praktijk al hanteren.

ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 2:28c, vierde lid, of een afschrift daarvan, zijn in de inrichting aanwezig. Artikel 2:28b nieuw

Nieuw artikel

Artikel 2:28b Eisen aan leidinggevenden 1. De leidinggevenden voldoen aan de volgende eisen: a. Zij hebben de leeftijd van achttien bereikt; b. Zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; c. Zij staan niet onder curatele of bewind. 2. Indien een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet de openbare inrichting exploiteert, voldoen ten minste twee leidinggevenden aan de in het eerste lid gestelde eisen.

Vanuit het tegengaan van ondermijning is het wenselijk bepaalde eisen te stellen aan de leidinggevenden van openbare inrichtingen. De exploitatievergunning is immers persoonsgebonden. Dit artikel vormt de juridische basis voor de werkwijze die we in de praktijk al hanteren.

Artikel 2:28c nieuw

Nieuw artikel

Artikel 2:28c Wijziging aanhangsel exploitatievergunning 1. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens: a. een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven; b. de aantekening door te laten halen dat een leidinggevende geen bemoeienis heeft met de bedrijfsvoering of de exploitatie. 2. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. 3. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld formulier. 4. De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de melding het aanhangsel te wijzigen. 5. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel: a. Indien de persoon bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 2:28 b gestelde eisen. b. In het geval onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsproblemen door het openbaar bestuur. 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de melding bedoeld in het eerste lid.

Om schijnbeheer te voorkomen is het van groot belang dat leidinggevenden bij de gemeente bekend zijn.

Artikel 2:28d nieuw

Nieuw artikel

Artikel 2:28d Aanwezigheid leidinggevende 1. Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in deze inrichting niet aanwezig is: a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 2:28a, tweede lid, met betrekking tot die openbare inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:28c, eerste lid is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist. 2. In afwijking van het eerste lid, is het een paracommerciёle rechtspersoon verboden een openbare inrichting geopend te houden, indien in deze inrichting niet aanwezig is: a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 2:28a, tweede lid, met betrekking tot die openbare inrichting of een andere vergunning van diezelfde vergunninghouder; of b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:28c,

De aanwezigheid van een leidinggevende is noodzakelijk tijdens de openingsuren van de inrichting om onder meer schijnbeheer tegen te gaan. Voor paracommerciële rechtspersonen is de aanwezigheid van een barvrijwilliger voldoende.

c.

eerste lid is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist; of een barvrijwilliger als bedoeld in artikel 2:27 sub a.

Artikel 2:28e nieuw

Nieuw artikel

Artikel 2:28f nieuw

Nieuw artikel

Artikel 2:29

Artikel 2:29 sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 01.00 uur en 06.00 uur. 2. In aanvulling op het eerste lid, geldt voor openbare inrichtingen in het centrum van de kern Oud-Beijerland dat deze in de nacht van vrijdag op zaterdag en in de nacht van zaterdag op zondag gesloten zijn tussen 02.00 uur en 06.00 uur. 3. Terrassen zijn gesloten tussen 23.00 uur en 08.00 uur. 4. In aanvulling op het derde lid, geldt voor terrassen in de kern OudBeijerland dat deze zijn gesloten in de nachten van zondag op maandag tot en met donderdag op vrijdag tussen 00.00 uur en 08.00 uur en in de nachten van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag tussen 01.00 uur en 08.00 uur. 5. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 6. De burgemeester kan aan de houder van een openbare inrichting – behalve wanneer dit een paracommerciële inrichting betreft en met uitzondering van een terras- ontheffing verlenen van de sluitingstijd voor een openstelling voor bezoekers op vrijdagavond en zaterdagavond en als naar zijn oordeel sprake is van een bijzonder geval op andere dagen.

Artikel 2:29 sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen gesloten tussen 01.00 uur en 06.00 uur. 2. In aanvulling op het eerste lid, geldt voor openbare inrichtingen voor wat betreft de nacht van vrijdag op zaterdag en de nacht van zaterdag op zondag dat openbare inrichtingen gesloten zijn tussen 02.00 uur en 06.00 uur. 3. Het tweede lid is niet van toepassing op paracommerciële rechtspersonen. 4. Terrassen zijn gesloten tussen 00.00 uur en 08.00 uur. Voor wat betreft de nacht van vrijdag op zaterdag en in de nacht van zaterdag op zondag zijn terrassen gesloten tussen 01.00 uur en 08.00 uur. Terrassen behorende bij paracommerciële rechtspersonen zijn gesloten tussen 23.00 uur en 08.00 uur. 5. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 6. De burgemeester kan aan de houder van een openbare inrichting - en met uitzondering van een terras - ontheffing verlenen van de sluitingstijd voor een openstelling voor bezoekers op vrijdagavond en zaterdagavond en als naar zijn oordeel sprake is van een bijzonder geval op andere dagen.

Bij de beslissing op een aanvraag betreffende een ontheffing let de

Bij de beslissing op een aanvraag betreffende een ontheffing let de

Artikel 2:28e Wijziging openbare inrichting 1. Indien een openbare inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden. De burgemeester verstrekt, indien nog aan de ten aanzien van de openbare inrichting gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning, waarin de ingevolge 2:28a, eerste lid vereiste omschrijving is aangepast aan de nieuwe situatie. 2. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de gewijzigde vergunning bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2:28f Vervallen vergunning exploitatie openbare inrichting Een vergunning vervalt, wanneer: a. sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; c. de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.

Het is van belang om een actueel overzicht te hebben van alle in de gemeente actieve vergunninghouders. Om die reden is de verplichting opgenomen dat in geval van wijzigingen in de exploitatie, men dit binnen een maand moet melden.

Indien gedurende een bepaalde tijd geen gebruik wordt gemaakt van de vergunning, dan vervalt deze van rechtswege. Sub a heeft betrekking op de situatie dat de exploitatie nooit van start is gegaan, sub b ziet op de situatie dat de exploitatie is onderbroken.

Lid 1 t/m 4 De sluitingstijden zijn geharmoniseerd. Ook zijn de sluitingstijden voor de reguliere horeca gelijkgetrokken in alle kernen. Lid 6: De uitzondering dat er geen ontheffing sluitingstijd verleend kan worden voor paracommerciële inrichtingen vervalt. Lid 7: Verwijzing naar het juiste lid. Voor nadere toelichting wordt verwezen bijlage 1 bij het raadsvoorstel. (notitie over sluitingstijden en schenktijden).

burgemeester in het bijzonder op de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde. Voordat de burgemeester overgaat tot het verlenen van een ontheffing moet eerst een veiligheidsplan ter beoordeling worden overlegd aan de politie. Aan een ontheffing worden voorschriften verbonden. Deze voorschriften hebben in elk geval betrekking op het tijdstip tot wanneer nieuwe bezoekers mogen worden toegelaten, het tijdstip waarop geen alcohol meer verstrekt mag worden, het omlaag brengen van het geluidsniveau en op het ontsteken van alle verlichting. 7. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, tweede lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 8. Het eerste, tweede en het zesde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 9. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Afdeling 5 Artikel 2:34a

verplaatst

burgemeester in het bijzonder op de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde. Voordat de burgemeester overgaat tot het verlenen van een ontheffing moet eerst een veiligheidsplan ter beoordeling worden overlegd aan de politie. Aan een ontheffing worden voorschriften verbonden. Deze voorschriften hebben in elk geval betrekking op het tijdstip tot wanneer nieuwe bezoekers mogen worden toegelaten, het tijdstip waarop geen alcohol meer verstrekt mag worden, het omlaag brengen van het geluidsniveau en op het ontsteken van alle verlichting. 7. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, lid 12 gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 8. Het eerste, tweede en het zesde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 9. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet. Drank en Horecaverordening gemeente Hoeksche Waard 2021 Artikel 2:34a Definities Artikel 1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: − alcoholhoudende drank; a. de wet: Drank- en Horecawet; − horecabedrijf; b. terras: het buiten de besloten ruimte gelegen deel van een − horecalokaliteit; inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waar sta- of − inrichting; zitgelegenheid kan worden aangeboden en waar bedrijfsmatig of − paracommerciële rechtspersoon; anders dan om niet dranken of spijzen voor gebruik ter plaatse − sterke drank; mogen worden verstrekt; − slijtersbedrijf; c. vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet; − zwak-alcoholhoudende drank; d. bezoeker: een ieder die zich in een inrichting bevindt, met dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. uitzondering van: − leidinggevenden in de zin van de wet; − personen die dienst doen in de inrichting; − personen wier aanwezigheid in de inrichting wegen dringende redenen noodzakelijk is. e.

paracommercieel rechtspersoon: een rechtspersoon, niet zijnde een naamloze persoon vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van creatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard, richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf. 2. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de overige begrippen in deze verordening verstaan hetgeen de wet daaronder verstaat. Artikel 2 Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te Zie hoofdstuk 1 artikel 1:4 oefenen De burgemeester kan aan een vergunning voor het uitoefenen van het horecabedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld in het kader van de volgende belangen: a. ter bescherming van de volksgezondheid; b. in het belang van de openbare orde;

De regelgeving uit de Drank- en Horecaverordening Hoeksche Waard 2021 wordt overgeheveld naar deze APV. De artikelen ondergaan inhoudelijk een wijziging. Een toelichting daarop staat uitgebreid in bijlage 1 bij het raadsvoorstel. Kort samengevat: in dit voorstel worden de sluitings- en schenktijden voor paracommerciële rechtspersonen op elkaar afgestemd.

Artikel vervallen, staat in hoofdstuk 1, artikel 1:4

c.

ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet.

verplaatst

Artikel 3 Prijsacties horeca Ter bescherming van de volksgezondheid en/of belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter, lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.

Zie artikel 2:34d hieronder

Dit artikel blijft ongewijzigd: in de nieuwe APV is dit artikel 2.34d geworden. Horecabedrijven mogen dus niet “stunten” met prijzen van alcohol (of te wel: geen “happy hours” houden).

Artikel 2:34b

Artikel 4 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen Het is verboden in inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de volgende schenktijden: Op het grondgebied van de voormalige gemeenten Korendijk en Cromstrijen • Maandag t/m vrijdag van: 17.00 uur – 24.00 uur; • Zaterdag en zondag van: 12.00 uur – 24.00 uur. Op het grondgebied van de voormalige gemeenten Strijen, Binnenmaas en Oud-Beijerland • Maandag t/m zondag van: 12.00 uur – 01.00 uur.

Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen Het is verboden in inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de volgende schenktijden: • hele week: 12.00 uur – 00.30 uur;

Op dit moment gelden er in de Hoeksche Waard nog verschillende schenktijden. Voorgesteld dit te synchroniseren en te kiezen voor 1 regime: sportkantines, kerkgenootschappen en andere paracommerciële rechtspersonen mogen straks elke dag alcohol schenken tussen 12.00 uur en 00.30 uur.

Artikel 2:34c

Nieuw artikel

Artikel 2:34c Schenktijden bepaalde commerciële rechtspersonen Het is verboden in inrichtingen van commerciële rechtspersonen zoals bedoeld in artikel 2:34g alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de volgende schenktijden: • hele week: 12.00 uur – 00.30 uur;

Soms wordt een sportkantine verpacht aan een commerciële uitbater. De juridische vorm mag echter niet doorslaggevend zijn: ook een commerciële sportkantine is gebonden aan schenktijden. Dit om minderjarigen te beschermen (NIX-18).

Artikel 2:34d

Nieuw artikel

Artikel 2:34d Verbod “happy hours” Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.

Dit artikel blijft ongewijzigd: in de nieuwe APV is dit artikel 2.34d geworden. Horecabedrijven mogen dus niet “stunten” met prijzen van alcohol (of te wel: geen “happy hours”houden).

Artikel 2:34e

Artikel 6 Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten van derden 1. Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, indien dit leidt tot oneerlijke mededinging. 2. Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, indien dit leidt tot oneerlijke mededinging. 3. Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden (waaronder inbegrepen de verhuur van het pand en inventaris) van bijeenkomsten

Artikel 2:34e Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten van derden 1. Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, indien dit leidt tot oneerlijke mededinging. 2. Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, indien dit leidt tot oneerlijke mededinging. 3. Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden (waaronder inbegrepen de verhuur van het pand en inventaris) van bijeenkomsten

Artikel is vernummerd en ongewijzigd overgenomen in de nieuwe APV. Zie bijlage 1 van het raadsvoorstel.

van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of tijdschriften, internet of via social media kenbaar te maken.

van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of tijdschriften, internet of via social media kenbaar te maken.

Artikel 2:34f

Artikel 7 Verbod verstrekken van sterke drank door bepaalde paracommerciële rechtspersonen Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in een inrichting van een paracommerciële rechtspersoon die deel uitmaakt van: a. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het geven van onderwijs; b. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer jeugdorganisaties of – instellingen dan wel bezocht pleegt te worden door jeugdige personen; c. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of – instellingen.

Artikel 2:34f Verbod verstrekken van sterke drank door bepaalde paracommerciële rechtspersonen Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in een inrichting van een paracommerciële rechtspersoon die deel uitmaakt van: a. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het geven van onderwijs; b. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer jeugdorganisaties of – instellingen dan wel bezocht pleegt te worden door jeugdige personen; c. Een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of – instellingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13014023/1