CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3.6 archeologisch onderzoek bijlage gro

Oordeelsvormende vergadering 11 april 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Realiseren van van 40 tijdelijke woningen in Numansdorp12.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Wethouder van der Veldenweg (ong.) te Numansdorp (gemeente Hoeksche Waard)

AM22489

RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Wethouder van der Veldenweg (ong.) te Numansdorp (gemeente Hoeksche Waard) Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum

: AM22489 : Concept (versie 1) : 2214-5656 : 26 januari 2023

Opdrachtgever

: HW Wonen Postbus 1502 3260 BA OUD-Beijerland

Opsteller rapport Paraaf

: L. Kruithof MSc. | drs. D. Hagens :

Redactie Paraaf

: drs. ing. N.J.W. van der Feest :

Vrijgave Paraaf

: drs. ing. N.J.W. van der Feest :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

4002 + 4003

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Pagina | 2

AM22489

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ..................................................................................................................................................................................................................... 4 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ......................................................................................................................................................................................... 6 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................... 7 2. 2.1 2.2

WERKWIJZE .............................................................................................................................................................................................................. 9 Inleiding ............................................................................................................................................................................................................... 9 Verkennend veldonderzoek door middel van boringen ..................................................................................................................... 9

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

BUREAU-ONDERZOEK ....................................................................................................................................................................................... 10 landschappelijke situatie - geomorfologie ........................................................................................................................................... 10 Landschappelijke situatie - bodem.......................................................................................................................................................... 13 Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht .................................................................................................................................. 13 Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden ........................................................................................................................ 14 Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal ....................................................................................................................... 15

3.

4.

VERWACHTINGSMODEL .................................................................................................................................................................................... 17

5. 5.1 5.2 5.3 5.4

VELDWERKZAAMHEDEN ................................................................................................................................................................................... 20 Algemeen .......................................................................................................................................................................................................... 20 Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw .............................................................................................................. 21 Interpretatie ..................................................................................................................................................................................................... 21 Archeologische indicatoren ........................................................................................................................................................................ 22

6. CONCLUSIE ....................................................................................................................................................................................................................... 23 6.1 Algemeen .......................................................................................................................................................................................................... 23 6.2 Beantwoording onderzoeksvragen .......................................................................................................................................................... 23 7.

AANBEVELINGEN ................................................................................................................................................................................................. 24

Bijlagen: 1 2 3 4 5 5b 6 7 8

Topografische ligging onderzoeksgebied Boorpuntenkaart Archeologische gegevens cf. Archis 3 Archeologische Beleidskaart gemeente Hoeksche Waard Overzicht geomorfologische kaart Stroomgordelkaart Overzicht bodemkaart Reliëfkaart Boorkernbeschrijvingen

Pagina | 3

AM22489

SAMENVATTING Op 14 december 2022 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Wethouder van der Veldenweg (ong.) te Numansdorp (gemeente Hoeksche Waard). De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen (her)ontwikkeling van de locatie. De diepte van de toekomstige verstoring is ten tijde van dit onderzoek niet bekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte naar verwachting tot tenminste 0,8-1,0 meter beneden maaiveld reiken. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de Hoeksche waard (2009) grotendeels in een zone met een middelhoge archeologische verwachting. Voor een zuidelijke strook geldt een lage archeologische verwachting. Voor de zone met de middelhoge archeologische verwachting geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld. Voor de zone met de lage archeologische verwachting geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 10 hectare en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt. Ten tijde van de jager-verzamelaars was de omgeving van het plangebied bewoonbaar.

De top van de afzettingen uit het Weichselien bevindt zich op circa 8,80 meter -NAP. De top van het dekzand, het archeologisch niveau, is waarschijnlijk bewaard gebleven en afgedekt door het veen. Op basis van de diepte van het Pleistocene zand geldt er een middelhoge verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met mesolithicum. Als gevolg van de zeespiegelstijging in het vroeg- en midden neolithicum vernatte de omgeving van het plangebied en lag de omgeving van het plangebied in een waddenlandschap. Er geldt een lage verwachting voor de periode vroeg- tot midden neolithicum. De omgeving van het plangebied bestond na deze periode uit een uitgestrekt nat veengebied. De hoger gelegen oeverwallen van de rivierlopen, veenstroompjes en crevasses zullen aantrekkelijke vestigingsplaatsen zijn geweest. De verlaten crevasses raakte na verloop van tijd bedekt met veen. Hierdoor kunnen er verschillende bewoonbare niveaus aangetroffen worden in het veen. Indien het plangebied niet op een hoger gelegen oeverwal ligt, dan was het plangebied vermoedelijk te nat voor permanente bewoning en geldt er een lage archeologische verwachting vanaf het laat-neolithicum tot en met vroege middeleeuwen. Er zouden wel sporen en vondsten aanwezig kunnen zijn die samenhangen met nabijgelegen tijdelijke nederzettingen, off-site verschijnselen, of rituele deposities.

Door ontginning en de ontwatering van het Hollandveen in de Romeinse tijd daalde de bodem en kreeg de zee steeds meer invloed op de omgeving van het plangebied. Dit resulteerde in de vorming van een nieuw getijdengebied. Het plangebied lag tot in de vroege middeleeuwen in een veengebied. Daarna zijn er getijden- en kreekafzettingen afgezet. In het zuidelijk deel van het plangebied is een getij-kreekbedding aanwezig. Op de zandige en hoger gelegen oeverwallen kan sprake zijn geweest van gunstige bewoningsomstandigheden. Op basis hiervan geldt er een middelhoge verwachting voor de periode late middeleeuwen. De Hoeksche waard werd vanaf de 16e eeuw ontgonnen en de Numanspolder, waar het plangebied deel van uitmaakt, werd vanaf 1642 bedijkt. Het plangebied maakte deel uit van de agrarische gronden. Voor de periode late middeleeuwen (tot aan de bedijking) en voor de nieuwe tijd (vanaf de bedijking) geldt daarom een middelhoge verwachting.

Pagina | 4

AM22489

Op basis van het uitgevoerde bureau- en verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een bouwvoor op kalkrijke getijdenafzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren). Op grond van de natte omstandigheden en het ontbreken van mogelijk bewoonbare afzettingen geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode late middeleeuwen – nieuwe tijd. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Hoeksche Waard), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.

Echter, kan door de aard van het onderzoek, dat steekproefsgewijs verloopt, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan, is bij het aantreffen van archeologische resten, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.

Pagina | 5

AM22489

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer

: AM22489

OM-nummer

: 5318300100

Soort onderzoek

: Bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen

Adres onderzoekslocatie

: Wethouder van der Veldenweg (ong.) te Numansdorp

Toponiem

: Wethouder van der Veldenweg (ong.)

Gemeente

: Hoeksche Waard

Provincie

: Zuid-Holland

Kadastrale registratie

: Numansdorp, sectie F, nummer, 1709 (gedeeltelijk)

Coördinaten

: Centraal

90.088; 417.180

NW:

89.994; 417.291

NO:

90.173; 417.333

ZW:

89.985; 417.031

ZO:

90.157; 417.032

Oppervlakte

: Circa 5,2 ha

Huidig locatie gebruik

: Akkerland

Aanleiding onderzoek

: Bestemmingsplanwijziging

Opdrachtgever

: HW Wonen

Bevoegde overheid

: Gemeente Hoeksche Waard

Opslag documentatie en materiaal

: Noordhoven 4 te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te Alphen aan den Rijn/E-depot

Datum uitvoering veldwerk

: 14 december 2022

Pagina | 6

AM22489

1. INLEIDING In opdracht van HW Wonen heeft Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Wethouder van der Veldenweg (ong.) te Numansdorp

Gemeente

: Hoeksche Waard

Oppervlakte

: Circa 5,2 ha

Huidig gebruik van de locatie

: Akkerland

Toekomstig gebruik

: (her)ontwikkeling van de locatie

Dit archeologische onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen op het perceel uitgevoerd. De werkzaamheden in het veld zijn uitgevoerd onder leiding van een senior KNA-prospector.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen (her)ontwikkeling van de locatie. De diepte van de toekomstige verstoring is ten tijde van dit onderzoek niet bekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte naar verwachting tot ten minste 0,8-1,0 meter beneden maaiveld reiken. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de Hoeksche waard (2009) grotendeels in een zone met een middelhoge archeologische verwachting. Voor een zuidelijke strook geldt een lage archeologische verwachting. Voor de zone met de middelhoge archeologische verwachting geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld. Voor de zone met de lage archeologische verwachting geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 10 hectare en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt (Bijlage 4).1

Doel Het doel van het archeologische bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek. Het doel van het aansluitende verkennend booronderzoek is het toetsen van het in het bureauonderzoek opgestelde verwachtingsmodel.

1 ADC Archeoprojecten, Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Hoeksche Waard, 2009.

Pagina | 7

AM22489

Specifiek voor de onderzoekslocatie Wethouder van der Veldenweg (ong.) te Numansdorp zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: •

Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten?

•

In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten?

•

Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen?

Plangebied Het plangebied ligt aan de Wethouder van der Veldenweg, direct aan de oostelijk rand van de bebouwde kom van Numansdorp. De ligging van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. Momenteel is het plangebied in gebruik als akkerland. In het noorden wordt het plangebied begrensd door een groenstrook, in het oosten en zuiden door akkerland en in het westen door de Wethouder van der Veldenweg.

Figuur 1 . Topografische ligging van het plangebied. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (Bron: PDOK-viewer).

Pagina | 8

AM22489

2. WERKWIJZE 2.1

Inleiding

Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten, archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese.

Archeologische bronnen •

Archeologische Monumentenkaart (AMK)

•

Archeologisch Informatiesysteem (Archis3)

•

Archeologische Beleidskaart van de gemeente Hoeksche Waard

•

Specifieke lokale informatie (heemkundekring, amateurarcheologen)

Bodem- en geomorfologische kaarten •

Bodemkaart (Alterra)

•

Geomorfologische kaart (Alterra, uit Archis3)

•

Stroomgordelkaart (Cohen 2012)

•

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)

Historische kaarten •

Historisch kadastraal minuutplan (1800-1832)

•

Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)

•

Moderne topografische kaart (tot 2021)

De Historische Vereniging Oud-Beijerland, is op 10 januari 2023 per e-mail gecontacteerd met de vraag met de vraag om aanvullende informatie betreffende het plangebied. Tot op heden is hierop nog geen reactie ontvangen.

2.2

Verkennend veldonderzoek door middel van boringen

Aan de hand van het Plan van Aanpak (PvA) en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek 2 wordt een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van 6 boringen per hectare uitgevoerd. Het onderzoek is verkennend voor alle perioden. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 5,20 ha. Bij het verkennend veldonderzoek zal daarom uitgegaan worden van 32 boringen welke gelijkmatig over het plangebied worden verdeeld, zie Bijlage 2. De boorlocaties worden uitgezet ten opzichte van de hoekpunten van de perceelsgrenzen, straten, en aanwezige bebouwing. Vervolgens wordt de hoogte van deze punten bepaald met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Alle boringen worden gezet met een Edelmanboor met een boorkop van 7 centimeter en een gutsboor met een diameter van circa 3 centimeter. De boorkernen worden beschreven conform de ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2), zie Bijlage 8. Hierbij wordt gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten keramiek, fosfaatvlekken, houtskoolresten, en verbrande leem. Om deze reden worden de opgeboorde monsters, waar nodig, verbrokkeld. Het kalkgehalte wordt bepaald met een 10 procent zoutzuuroplossing.

2 Tol et al. 2012.

Pagina | 9

AM22489

3. BUREAUONDERZOEK 3.1

Landschappelijke situatie - geomorfologie

De omgeving van het plangebied ligt landschappelijk gezien in Jonge zee inbraken3 dat tijdens het Holoceen (vanaf circa 11.700 jaar geleden) tot stand is gekomen door de relatieve zeespiegelstijging. Tijdens het Weichselien, laatste ijstijd (circa 115.000 – 11.700 jaar geleden) heerste er een koud en droog klimaat. In deze periode breidde het landijs zich sterk uit in Europa. Gedurende het grootste deel van het Weichselien was de bodem bevroren. De toenmalige poolwoestijn in het droge Noordzeebekken was de bron van zanden die onder invloed van de wind afgezet werden als dekzanden. Door dit landschap stroomden de rivieren in een vlechtend patroon. In de bovenlopen werden grote hoeveelheden zand meegevoerd en in de benedenlopen werd dit dekzand afgezet in de vorm van donken en rivierduinen. De afzettingen die zich in de diepere ondergrond van het plangebied bevinden, bestaan uit rivierafzettingen van de Rijn en de Maas. Deze worden gerekend tot de Formatie van Kreftenheye. De rivierafzettingen zijn gevormd in een vlechtend rivierstelsel en bestaan uit grindhoudend zand.

De top van deze afzettingen ligt naar verwachting op 14 meter –NAP.4 In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26.000 – 15.700 jaar geleden) en in sommige perioden van het Laat-Glaciaal (circa 14.700 – 11.700 jaar geleden), is de vegetatie grotendeels verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving optrad. Dit dekzand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm) en arm aan grind. Het dekzand wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. In de omgeving van het plangebied is de top van het dekzand op circa 8 tot 10 meter beneden maaiveld (8,80 tot 10,40 meter -NAP).5 Het reliëf dat tijdens de dekzandafzetting is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes met depressies en dekzandruggen of dekzandkoppen. Het dekzand werd in verschillende fasen en omstandigheden afgezet, zo is het oude dekzand lemig en het jonge dekzand niet. Het klimaat werd tijdens het Holoceen warmer en vochtiger. Door het warmere klimaat smolten de in het Weichselien gevormde ijskappen en steeg de relatieve zeespiegel snel. De snelheid van de zeespiegelstijging nam rond 4.000 voor Chr. af. Hierdoor vormden zich strandwallen met lage duinen op de kustlijn. De kustlijn verschoof zich geleidelijk westwaarts en er ontstonden lagunaire gebieden achter de strandwallen die geleidelijk dicht slibden en verzoetten.

Als gevolg van de snelle relatieve zeespiegelstijging en grondwaterstijging in het Atlanticum (8.000 – 5.000 jaar geleden), vond er veenvorming plaats op het dekzand. Aanvankelijk vond veenvorming met name plaats in de lagere delen, zoals beekdalen, als gevolg van de sterke grondwaterspiegelstijging (Basisveen Laag, Hollandveen Laagpakket onderdeel van de Formatie van Nieuwkoop). Het gebied rondom Numansdorp bleef eeuwenlang (vanaf het late neolithicum – vroege middeleeuwen) 6 een uitgestrekt gebied van veenmoerassen die werden doorsneden door meerdere veenriviertjes. Door ontwatering van het veengebied klonk het veenen klei-op-veengebied sterk in. Hierdoor kwam het maaiveld steeds hoger te liggen en ontstonden er afwateringsproblemen. Als het veen te nat werd voor landbouw, werd (bij geschikt veen) het veen afgegraven voor turfwinning. Hierdoor daalde het maaiveld en kreeg de zee vanuit de monding van de Maas steeds meer invloed op het veengebied. Als gevolg hiervan ontstond er een nieuw getijdengebied (Laagpakket van Walcheren).

3 Rensink et al., 2019, 74. 4 www.dinoloket.nl 5 www.dinoloket.nl 6 Vos et al. 2018 Pagina | 10

AM22489

Het plangebied ligt volgens de stroomgordelkaart (Bijlage 5b) op een Laat Midden Pleniglaciaal Laag Terras. Deze stroomgordel was actief van circa 40.000 tot 20.000 jaar geleden (midden-paleolithicum). Volgens de Geologische kaart7 worden in het plangebied getijdenafzettingen op kustveen op oudere getijden- of komafzettingen (code ovo*) verwacht. Deze afzettingen zijn afgezet tijdens het Holoceen. De (ondiepe) getijdenafzettingen zijn onderdeel van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk). Het veen is onderdeel van het Hollandveen Laagpakket (Formatie van Nieuwkoop) en de oudere (diepgelegen) getijden- of komafzettingen van het Laagpakket van Wormer (Formatie Naaldwijk) en de Formatie van Echteld. Volgens de Geomorfologische kaart (Bijlage 5) ligt het plangebied grotendeels op een uitgestrekte vlakte van getij-afzettingen (code 2M72). Dit zijn vlak tot zeer vlakke afzettingen die onder getij-invloeden zijn gevormd en bestaan voornamelijk uit jonge zeekleien. Een strook in het zuidelijk deel van het plangebied ligt in een getij-kreekbedding of een zee-erosiegeul (code 22R71). Getij-kreekbedding zijn geulen in het land die onder invloed van het getij zijn gevormd. Een zee-erosiegeul ontstaat door inbraak van de zee en zijn erosief van karakter.

Het onderscheid tussen deze twee eenheden is moeilijk te maken omdat veel getijkreekbeddingen zijn ontstaan in zee-erosiegeulen. Het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3, Bijlage 7) is te zien dat er enigszins een verhoging in het landschap is ter plaatse van de getij-kreekbedding ten opzichte van de omliggende vlakten van getijafzettingen. Mogelijk is dit een indicatie voor de vorming van oeverwallen die door inklinking van het landschap hoger komen te liggen. Aan de noordzijde is een enigszins rond aandoende verhoging zichtbaar mogelijk duidt dit op een structuur in de ondergrond. Hierbij kan gedacht worden aan een terp of donk in de ondergrond. De maaiveldhoogte in het plangebied varieert van circa 0,23 meter -NAP in het westen tot 0,28 meter +NAP in het noordoosten.

7 Alterra 2021. Pagina | 11

AM22489

Figuur 2. Paleogeografische ligging van Nederland (Bron: Deltares). De omgeving van het plangebied is weergegeven met de rode ster. De omgeving van het plangebied lag tijdens 9.000 voor Chr. in de landschappelijke eenheid A) dekzand, in 3.850 voor Chr. in B) veen, in 500 voor Chr. in C) veen, en in 1.500 na Chr. in D) bedijkte kwelders en riviervlakten.

Pagina | 12

AM22489

3.2

Landschappelijke situatie - bodem

Volgens de bodemkaart (Bijlage 6) worden in het plangebied kalkrijke poldervaaggronden gevormd in licht klei, met profielverloop 5 (code Mn35A). Dit zijn zeer jonge zeekleien, zonder veen in de bovenste 80 centimeter, geen donkere bovengrond, maar wel gerijpt zijn. Bij vaaggronden heeft er nog weinig of geen bodemvorming plaatsgevonden, omdat het sediment jong is. Ze hebben een dunne, humusarme bovengrond (A-horizont), die direct op het moedermateriaal (C-horizont) ligt en nauwelijks in kleur verschilt. De bovenste laag (circa 50-60 centimeter) van ooivaaggronden hebben een egaal bruine kleur als gevolg van homogenisatie door bodemvorming en bioturbatie.8 Het land tussen de dijken en de rivier, de uiterwaarden, wordt sinds de bedijking bij hoog water overstroomd. Hierbij wordt telkens een dun laagje slib afgezet, waardoor hoog opgeslibde, goed gehomogeniseerde gronden ontstaan. De intactheid van deze bodems zegt daarom niets over de intactheid van eventuele vindplaatsen die zich op grotere diepte zouden kunnen bevinden. Poldervaaggronden zijn kleigronden met een grijze, roestige gevlekte bovengrond. Deze gronden worden gekenmerkt door een humusarme en stevige bovengrond. Grondwatertrap De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld lage grondwaterstand, te weten grondwatertrap VI.

Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 40 en 80 centimeter beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt dieper dan 120 centimeter beneden maaiveld. Deze lage grondwaterstand zorgt voor slechte bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.

3.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht

De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Numansdorp. Numansdorp maakt deel uit van de Hoeksche Waard. Het huidige gebied van de Hoeksche Waard ontstond nadat in 1538 werd begonnen met de bedijkingen van het gebied. Dit was een reactie op onder meer de stormvloed in 1532 waarbij de dijken doorbraken en de huidige rivier het Spui ontstond als verbinding met de Oude Maas.9 Tot circa 1500 bestond de Hoeksche Waard voor een aanzienlijk deel uit een binnenzee en deels uit een gebied bestaande uit gorzen en slikken, platen en geulen. In de late middeleeuwen werden begroeide gorzen gebruikt als weiland voor vee. De permanente aanvoer van slib door de getijdenwerking zorgde ervoor dat gedeelten van het ondergelopen land al snel weer boven water kwamen te liggen.10

De bedijking van de Numanspolder, waar het dorp naar is vernoemd en waarin het ligt, is vrij laat op gang gekomen. Het dorp droeg eerst de naam Buitensluis, maar werd in 1642 formeel Numansdorp genoemd. De aanleiding voor de term Buitensluis was de vorming van het dorp rond de sluis die uitmondde in het Hollandsch Diep.

8 De Bakker en Schelling 1989, 158. 9 Leenders 1999. 10 Leenders 1999; www.geschiedenisvanzuidholland.nl. Pagina | 13

AM22489

De benaming Numansdorp verwijst naar Gerrit Numan, de ambachtsheer die in 1492 de gorzen en slikken die ten westen van Oudeland van Strijen en zuidelijk van de Maas lagen, in erfpacht had verkregen. 11 In de loop van de tijd breidde het dorp zich verder landinwaarts uit. Het plangebied ligt in het buurtschap Middelsluis dat een duidelijke verwijzing is naar de oudere benaming in de volksmond. De eerste schriftelijke vermelding van Middelsluis dateert echter uit het midden van de 19 e eeuw en verwijst naar de ligging tussen twee andere sluizen.12 Tijdens de Tweede Wereldoorlog is er weinig concrete informatie beschikbaar over grotere schades aan woningen. 13

3.4

Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden

Op de leidende Archeologische Beleidskaart van de gemeente Hoeksche Waard geldt voor het plangebied een middelhoge archeologische verwachting (Bijlage 4).14 In de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 meter) zijn volgens de gegevens uit Archis3 geen archeologisch monument en meerdere archeologische waarnemingen en onderzoeksmeldingen bekend (Bijlage 3 en Tabel 1). Zaakidentificatie 2476116100

Afstand Transect

Soort onderzoek IVO-o door Transect in 2015

Omschrijving Binnen het plangebied zijn aanwijzingen voor archeologische resten uit de 17e-19e eeuw. Men vermoed een boerderij uit de 19e eeuw en mogelijk havenresten in een gedempte watergang. Er zijn baksteenresten en afvalresten uit de nieuwe tijd aangetroffen.

3297408100

Transect

IVO-p door Transect in 2015

Dit is het vervolg op het booronderzoek, de verwachte boerderij

is

aangetroffen,

de

vindplaats

wordt

laag

gewaardeerd en er is geen vervolg geadviseerd. 494506110

SOB Research

IVO-o door SOB Research in

Op basis van de bodemopbouw kunnen er resten uit

2021

verschillende perioden worden verwacht. Nog geen advies beschikbaar.

Tabel 1. Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 500 meter rond het plangebied.

11 Van Berkel en Samplonius 2006, 327. 12 Van Berkel en Samplonius 2006, 296. 13 Van Blankenstein 2006 14 ADC Archeoprojecten, Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Hoeksche Waard, 2009. Pagina | 14

AM22489

3.5

Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal

In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op het minuutplan uit het begin van de 19 e eeuw (Figuur 4)15 is de situatie op kadastraal niveau te zien. Er is duidelijk geen sprake van bebouwing in of rondom het plangebied. De getijde-geul is wel duidelijk zichtbaar aan de zuidrand van het plangebied. Op de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT)16 behorende bij het minuutplan, Zijn de twee noordelijke percelen beschreven als bouwland, terwijl de zone van de getijde-geul beschreven is als bosch/hakhout. Opvallend is de tenaamstelling van de percelen, deze behoren toe aan de weduwe van Pieter Maasdam, woonachtig in Noorwegen. Op de Veldminuut uit de periode 1845-1850 (figuur 5) lijkt het plangebied grofweg uit drie percelen te bestaan met aan de zuidzijde het restant van de getijde-geul zichtbaar als bossagestrook. Naast enkele verschuivingen in de perceelsgrenzen veranderd er weinig in het beeld van het plangebied. Pas in 1940 verdwijnt de bossage die de getijde-geul weergeeft. De omgeving ten westen van het plangebied raakt langzaam aan steeds meer bebouwd. In 1998 is de bocht die de weg van de Wethouder Van der Veldeweg aan de noordzijde van het plangebied maakt nog niet aangelegd, deze verschijn pas een jaar later op de beschikbare kaarten.

Figuur 4: Uitsnede van het kadastraal minuutplan uit 1811-1832, met in het rood (bij benadering) het plangebied aangegeven (Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

15 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Wanroij, sectie C, blad 2. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 16 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. Pagina | 15

AM22489

Figuur 5: Historische kaarten uit de perioden 1845-1850, 1900, 1950 www.topotijdreis.nl).

en 1998. Het plangebied is aangegeven met het rode kader (Bron:

Pagina | 16

AM22489

4. VERWACHTINGSMODEL Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabijgelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel.

Ten tijde van de jager-verzamelaars was de omgeving van het plangebied bewoonbaar. Van oudsher vestigde de mens zich op de overgang van nat naar droog (gradiëntzones). Er is geen tot onvoldoende informatie voorhanden over de aan- of afwezigheid van een dergelijke gradiëntzone in of nabij het plangebied. De top van de afzettingen uit het Weichselien bevindt zich op circa 8,80 meter -NAP. In de directe omgeving van het plangebied zijn tot op heden geen vuursteenvondsten en vindplaatsen bekend uit deze periode. Mogelijk heeft dit ook te maken met de weinige archeologische onderzoeken die in de omgeving van het plangebied hebben plaats gevonden. De top van het dekzand, het archeologisch niveau, is waarschijnlijk bewaard gebleven en afgedekt door het veen. Op basis van de diepte van het Pleistocene zand geldt er een middelhoge verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met mesolithicum. Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum worden verwacht in de top van het dekzand (vanaf circa 8,80 meter -NAP) verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen.

Deze nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren, waarbij men een voorkeur had voor hoger en droger gelegen gebieden. Als gevolg van de zeespiegelstijging in het vroeg- en midden neolithicum vernatte de omgeving van het plangebied en lag de omgeving van het plangebied in een waddenlandschap. Dergelijke milieus zijn niet geschikt voor bewoning. Alleen op zandige oeverwallen van getijdengeulen kan sprake zijn geweest van gunstige bewoningsomstandigheden. Op basis hiervan geldt er lage verwachting voor de periode vroeg- tot midden neolithicum. Eventueel aanwezige resten uit deze periode worden verwacht in het Laagpakket van Wormer (vanaf circa 4,50 meter -NAP).

De omgeving van het plangebied bestond ook na deze periode uit een uitgestrekt veengebied. De veenvorming in de omgeving van het plangebied vond plaats vanaf omstreeks 3.850 voor Chr. (midden-neolithicum). Dit landschap bestaat uit een nat milieu en vormt geen gunstige plek voor bewoning. Het uitgestrekte veengebied werd doorsneden door enkele rivieren en veenstroompjes. Tijdens hoog water ontstonden er siltige en zandige crevasse-stroomgordels. De hoger gelegen oeverwallen van de rivierlopen, veenstroompjes en crevasses zullen aantrekkelijke vestigingsplaatsen zijn geweest. De verlaten crevasses raakte na verloop van tijd bedekt met veen. Hierdoor kunnen er verschillende bewoonbare niveaus aangetroffen worden in het veen. Indien het plangebied niet op een hoger gelegen oeverwal ligt, dan was het plangebied vermoedelijk te nat voor permanente bewoning en geldt er een lage archeologische verwachting. Voor de periode van grootschalige veenvorming geldt er een lage verwachting vanaf het laat-neolithicum tot en met vroege middeleeuwen. Er zouden wel sporen en vondsten aanwezig kunnen zijn die samenhangen met nabijgelegen tijdelijke nederzettingen, off-site verschijnselen, of rituele deposities. Hiervoor geldt een lage verwachting. Resten worden in het Hollandveen Laagpakket (circa 3,50 meter -NAP) verwacht en kunnen onder

andere

bestaan

uit

cultuurlagen,

paalkuilen/-gaten,

afvalkuilen,

fragmenten

aardewerk,

natuursteen

of

gebruiksvoorwerpen.

Pagina | 17

AM22489

Door ontginning en de ontwatering van het Hollandveen in de Romeinse tijd daalde de bodem en kreeg de zee steeds meer invloed op de omgeving van het plangebied. Dit resulteerde in de vorming van een nieuw getijdengebied. Het plangebied lag tot in de vroege middeleeuwen in een veengebied. Daarna zijn er getijden- en kreekafzettingen afgezet. In het zuidelijk deel van het plangebied is een getij-kreekbedding aanwezig. Op de zandige en hoger gelegen oeverwallen kan sprake zijn geweest van gunstige bewoningsomstandigheden. Op basis hiervan geldt er een middelhoge verwachting voor de periode late middeleeuwen. Eventueel aanwezige resten uit deze periode worden direct onder de bouwvoor, in de top van het Laagpakket van Walcheren verwacht. De Hoeksche waard werd vanaf de 16e eeuw ontgonnen en de Numanspolder, waar het plangebied deel van uitmaakt, werd vanaf 1642 bedijkt. Geleidelijk aan ontstonden bewoningsconcentraties in de nederzettingskernen en aan de dijken die als ontginningsassen fungeerden. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds tenminste circa 1800 onbebouwd was en deel uitmaakte van de agrarische gronden (bouwland en later weiland) gelegen tussen de bewoningskernen van Numansdorp en Middelsluis en gelegen was direct ten zuiden van de Groot Cromstrijense dijk (huidige Middelsluisedijk).

Voor de periode late middeleeuwen (tot aan de bedijking) en voor de nieuwe tijd (vanaf de bedijking) geldt daarom een middelhoge verwachting. Archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht en kunnen onder andere bestaan uit onder andere cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, gebruiksvoorwerpen van bijvoorbeeld natuursteen, fragmenten aardewerk en sporen van agrarische activiteiten. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Het plangebied ligt in een dynamisch landschap. Uit archeologische onderzoeken in de nabije omgeving van het plangebied blijkt dat de top van de bodem vaak aangetast is als gevolg van het bouwrijp maken van de grond en de bebouwing in de nieuwe tijd. Onder de bouwvoor worden getijdenafzettingen verwacht met mogelijk kreekgeulen. In deze afzettingen kunnen archeologische resten vanaf het neolithicum – late middeleeuwen worden verwacht. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is dit afhankelijk van hoe diep het grondwater zit. Bij vaaggronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed. Door de lage grondwaterstand (GWT VI) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. In onderstaande tabel is voor het plangebied de archeologische verwachting per periode samengevat.

Pagina | 18

AM22489

Periode Laat-paleolithicum

Landschap Dekzandlandschap

Verwachting Onbekend

- mesolithicum

Verwachte kenmerken vindplaats Resten van kampementen,

Diepteligging sporen In de top van het dekzand, circa 8,80

fragmenten vuursteen, natuursteen,

– 10,40 meter -NAP

gebruiksvoorwerpen

Vroeg-neolithicum-

Waddengebied

Laag

In de top van het dekzand en in het

midden-

Laagpakket van Wormer, vanaf circa

neolithicum

Nederzettingsresten, fragmenten

4,50 meter -NAP

aardewerk, natuursteen, Midden-

Veenmoeras dat

neolithicum –

wordt doorsneden

vroege

door rivieren en

middeleeuwen

veenstroompjes

Late

Waddengebied

Middelhoog

gebruiksvoorwerpen

In het Hollandveen Laagpakket, vanaf circa 3,50 meter -NAP

Middelhoog

middeleeuwen

Cultuurlaag, funderingsresten,

Direct onder de bouwvoor, in de top

natuursteen, fragmenten aardewerk,

van het Laagpakket van Walcheren

gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische activiteiten, restanten wegen/paden Nieuwe tijd

Polder

Middelhoog

Vanaf het maaiveld en in een eventueel aanwezige ophogingslaag

Tabel 2. Archeologische verwachting per periode.

Bodemverstoring Er zijn geen gegevens van bodemverstoringen binnen het plangebied bekend. Mogelijk is verstoring opgetreden als gevolg van het gebruik als akkerland (diepploegen) en later (moes)tuin en/of boomgaard. Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 5 december 2022) zijn binnen het plangebied geen kabels/leidingen gegraven die voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd.

Pagina | 19

AM22489

5. VELDWERKZAAMHEDEN 5.1

Algemeen

Het doel van het verkennend veldonderzoek door middel van boringen is het toetsen van de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied (Hoofdstuk 4). Hiertoe zijn op 14 december 2022 in totaal 32 boringen gezet (zie Bijlage 2 en 8). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 centimeter, gutsboor met een diameter van 3 centimeter. De boordiepte varieerde van 120 tot 380 centimeter onder maaiveld. De boorkernen zijn conform ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2) beschreven, zie Bijlage 8. De hoogteligging van de boorpunten ten opzichte van NAP is afgeleid van het AHN3 (www.ahn.nl). De maaiveldhoogte in het plangebied varieert van circa 0,23 meter -NAP in het westen tot 0,28 meter +NAP in het noordoosten. Ten tijde van het veldwerk was de akker bevroren waardoor de archeologische vondsten aan het oppervlakte niet meegenomen konden worden.

Figuur 5. Foto plangebied, kijkende in noordwestelijke richting (Foto: 14 december 2022).

Pagina | 20

AM22489

5.2

Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw

De opbouw van de bodem varieert sterk binnen het plangebied. Globaal gezien bestaat de bovenste 3,80 meter van de ondergrond van het plangebied uit drie pakketten. Pakket 1 - bouwvoor De top van de bodem bestaat uit een circa 15 tot 35 centimeter dik pakket matig humeus, sterk zandige klei. De klei heeft een (donker) grijsbruine kleur. In boringen 4, 7, 14 en 16 is dit pakket dikker, circa 50 tot 70 centimeter. Het humeuze kleipakket is kalkrijk en matig stevig. In boringen 7, 14 en 27 zijn in het humeuze toppakket laagjes klei, sporen baksteen, grind en puin aangetroffen. Plaatselijk is schelpengruis waargenomen. Pakket 2 – Sterk zandig kleipakket Hieronder volgt, met uitzondering van boringen 14, 15, 16, met een scherpe overgang een sterk zandig kleipakket. De klei varieert in zandgehalte, van zwak tot sterk zandig. Pakket 2 is matig stevig en kalkrijk. In boringen 8, 9, 22, 23, 27 en 32 zijn spikkels en sporen baksteen waargenomen. Dit kleipakket heeft een overwegend een grijsbruine kleur.

De top van pakket 2 is aangetroffen op circa 15 tot 70 centimeter onder maaiveld. Dit komt overeen met circa 0,09 meter +NAP tot 0,76 meter -NAP. Pakket 3 – (siltig) zandpakket met kleilagen Onder pakket 2 volgt overwegend matig fijn, kalkrijk zandpakket. Het siltgehalte varieert en zwak tot sterk. In boringen 14, 15 en 16 ligt pakket 1 direct op pakket 3. De kleur van pakket 3 is veelal grijsbeige en (donker) grijs onder de huidige grondwaterstand. Plaatselijk wordt het zandpakket onderbroken door matig slappe kleilagen. Het zand- en siltgehalte varieert sterk. Vanaf circa 1,65 centimeter onder maaiveld (circa 1,40 meter -NAP) zijn in boringen 2, 5, 6, 7, 10, 11, 12, 14, 16, 22, 23, 29 en 30 dunne zwak humeuze, matig siltig, matig fijn zand waargenomen. Deze zandlaagjes zijn circa 5 tot 10 centimeter dik. Kenmerkend voor deze lagen zijn het voorkomen van plantenresten. De dunne humeuze zandlagen zijn kalkrijk. De top van pakket 3 is aangetroffen op circa 40 tot 90 centimeter onder maaiveld (circa 0,14 tot 1,02 meter -NAP).

5.3

Interpretatie

Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een bouwvoor op kalkrijke getijdenafzettingen. Het ondiep gelegen klei- en zandpakket behoort tot het Laagpakket van Walcheren van de Formatie van Naaldwijk. Het is gevormd vanaf het einde van het Subboreaal toen de invloed van de zee weer toenam. Afzettingen hadden plaats in een waddengebied met platen, slikken en schorren. Er zijn verschillende fasen in afzetting te benoemen. In het plangebied is er zowel een ruimtelijke variatie in de getijdenafzettingen als ook één in de hoogte. In het zuidelijk deel van het plangebied zijn mogelijk getijdengeulafzettingen aangetroffen. In de getijden(geul)afzettingen zijn in boringen 2, 5, 6, 7, 10, 11, 12, 14, 16, 22, 23, 29 en 30 vegetatiehorizonten aanwezig. Dit betreft dunne laagjes van circa 5 centimeter dik. De getijdengeulafzettingen zijn onder de getijdenafzettingen aangetroffen. De kreekafzettingen zijn dus ouder dan de getijdenafzettingen. Pagina | 21

AM22489

5.4

Archeologische indicatoren

Alhoewel geen doel van een verkennend veldonderzoek met boringen, is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren die kunnen wijzen op archeologische waarden in de ondergrond. Tijdens het onderzoek zijn dergelijke indicatoren echter niet aangetroffen.

Pagina | 22

AM22489

6. CONCLUSIE 6.1

Algemeen

Op basis van het uitgevoerde bureau- en verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een bouwvoor op getijdenafzettingen. De natuurlijke ondergrond bestaat uit kalkrijke getijdenafzettingen (Laagpakket van Walcheren, Formatie van Naaldwijk). De natuurlijke ondergrond bestaat uit zwak zandige klei tot sterk siltig zandige afzettingen en bevindt zich op een diepte van circa 15 tot 70 centimeter onder maaiveld. Dit komt overeen met circa 0,09 meter +NAP en 0,76 meter -NAP. In het zuidelijk deel van het plangebied zijn getijdengeulafzettingen aangetroffen. De getijdengeulafzettingen zijn onder de getijdenafzettingen aangetroffen. De getijdengeulafzettingen zijn dus ouder dan de getijdenafzettingen. In de getijden(geul)afzettingen zijn (dunne) vegetatiehorizonten aanwezig. Dit betreft dunne laagjes van circa 5 centimeter dik. Op basis van de aangetroffen kalkrijke sedimenten, de dikte van de vegetatiehorizonten en het ontbreken van afzettingen die geschikt zijn geweest voor bewoning, worden geen archeologische resten uit de periode late middeleeuwen verwacht. Binnen het bereik van de boringen tot 380 centimeter onder maaiveld is geen veen aangetroffen.

Op grond van de natte omstandigheden en het ontbreken van mogelijk bewoonbare afzettingen in de verrichte grondboringen is er ter plaatse van het plangebied een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode late middeleeuwen. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor een terp. Op basis hiervan wordt de middelhoge verwachting voor de periode nieuwe tijd bijgesteld naar laag. Over dieper dan de geplaatste boringen reikend gelegen archeologische niveaus (laat-paleolithicum – vroege middeleeuwen) kan niets worden gezegd, behalve dat die mogelijk aanwezig zijn en dat deze dieper zullen liggen dan de reikwijdte van de voorgenomen graafwerkzaamheden.

6.2

Beantwoording onderzoeksvragen •

Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? Binnen het bereik van de boringen zijn geen potentieel relevante niveaus aangetroffen.

•

In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? N.v.t.

•

Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen? De verwachting op het aantreffen van eventueel aanwezige archeologische resten vanaf de late middeleeuwen wordt klein geacht. Ten tijde van dit onderzoek is de precieze einddiepte en locatie van de toekomstige ingrepen niet bekend. Uitgaande van een standaardfunderingsdiepte van circa 0,8 – 1,0 meter onder maaiveld zullen de voorgenomen graafwerkzaamheden een bedreiging vormen voor eventueel aanwezige archeologische resten.

Pagina | 23

AM22489

7. AANBEVELINGEN Op basis van het uitgevoerde bureau- en verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een bouwvoor op kalkrijke getijdenafzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren). Op grond van de natte omstandigheden en het ontbreken van mogelijk bewoonbare afzettingen geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode late middeleeuwen – nieuwe tijd. Over dieper dan de geplaatste boringen reikend gelegen archeologische niveaus (laat-paleolithicum – vroege middeleeuwen) kan niets worden gezegd, behalve dat die mogelijk aanwezig zijn en dat deze dieper zullen liggen dan de reikwijdte van de voorgenomen graafwerkzaamheden. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Hoeksche Waard), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende of voorbereidende activiteiten ondernomen kunnen worden. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en de conventionele methoden.

Het doel van dit onderzoek is het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter, kan door de aard van het onderzoek, dat steekproefsgewijs wordt uitgevoerd, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.

Pagina | 24

AM22489

LITERATUURLIJST Auwerda, F./ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag. Bakker, de, H., 1966: ‘De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland’, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker, de, H./ J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2010: Fysisch-geografisch onderzoek, Assen. Berendsen, H.J.A., 2011: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A./E. Stouthamer/K.M. Cohen/W.Z. Hoek, 2019: Landschap in delen. De fysisch-geografische regio’s, Utrecht. Berkel, G. van/ K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 – 1945), Zeist. Cate, ten, J. A. M./ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Leenders,

K.A.H.W.,

1999:

Landschapsgeschiedenis

van

de

Hoekse

Waard,

onbekend

(via

http://users.bart.nl/~leenders/txt/hoeksew1.html). Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003 (red.): De ondergrond van Nederland. Groningen/Houten. Rensink, E./ H.J.T. Smeets/ M. Kosian/ H. Feiken/ B.I. Smit, 2019: Archeologische Landschappenkaart van Nederland, versie 3.0, Amersfoort. SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda. Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1985: Toelichting bij de kaartbladen 43 Oost Willemstad, Wageningen. Stouthamer, E./ K.M. Cohen/ W.Z. Hoek, 2020: De vorming van het land. Geologie en Geomorfologie, Utrecht. TNO, 2021: Geologische overzichtskaart van Nederland, Den Haag (www.dinoloket.nl). Tol, A.J./ J.W.H.P. Verhagen/ M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek: deel: karterend booronderzoek, versie 2.0 SIKB, Gouda. Vos, P./ S. de Vries, 2018. 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht. Pagina | 25

AM22489

Digitale bronnen: www.archis.cultureelerfgoed.nl

RCE, Archis3, zoeken & vinden)

www.bagviewer.kadaster.nl

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)

www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl

Kadastraal minuutplan

www.cultureelerfgoed.nl

Bronnen en kaarten

www.geschiedenisvanzuidholland.nl

De geschiedenis van Zuid-Holland

www.pdok.nl

Basisregistratie Grootschalige Topografie (2019), kadaster.

www.ruimtelijkeplannen.nl

Bestemmingsplan

www.topotijdreis.nl

Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland

Archeologische kaarten en databestanden: Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008-2019). AHN3 en AHN4 (Geraadpleegd via www.arcgis.com, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data). ADC Archeoprojecten, Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Hoeksche Waard, 2009. Alterra 2021: Bodemkaart

van Nederland,

schaal 1:50.000,

blad 43 Oost,

Wageningen

UR

(Geraadpleegd via

UR

(Geraadpleegd

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Alterra

2019:

Geomorfologische

kaart

van

Nederland,

schaal

1:50.000,

Wageningen

via

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Archeologisch Informatie Systeem II (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Maas, G. J./ W.M. van der Meij/ S. P. J. v. Delft/ A. H. Heidema, 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland, schaal

1:

1:50

000

(2019).

Wageningen,

Wageningen

Environmental

Research

(geraadpleegd

via

https://legendageomorfologie.wur.nl/).

Pagina | 26

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische ligging onderzoeksgebied

AM22489

91000

417000

417000

418000

90000

418000

89000

Bijlage 1: Topografische ligging onderzoeksgebied

N

v1.0_19- 1 - 2023_LKr

AM22489 Numansdorp Wethouder van der Veldenweg Schaal (ong.)

Legenda Plangebied Achtergrond: OpenStreetMap 89000

90000

91000

aeres milieu

Bijlage 2 Boorpuntenkaart

AM22489

Legenda Plangebied Boringen

aeres milieu

Bijlage 3 Archeologische gegevens conform Archis 3

AM22489

Legenda Plangebied

Vondstlocaties

Visserij

Slagveld

Infrastructuur

Complex onbepaald

Complextype

Infrastructuur

Depot

Scheepvaart (infrastructuur of scheepswrak)

Graf (-veld)

Brug

Nederzetting

Vliegtuigwrak

Cultus / Heiligdom

Industrie / Nijverheid

Versterking of versterkte nederzetting

(Water-) Molen

Onderzoeksmeldingen

Bijlage 3: Archeologische N gegevens cf. Archis 3 AM22489 Numansdorp - Wethouder van der Veldenweg (ong.) Schaal

Archeologische monumentenkaart Terrein van hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde

Agrarische productie en voedselvoorziening Landbouw

Grondstofwinning

Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd

v1.0_19- 1 - 2023_LKr

Terrein van archeologische waarde

aeres milieu

Bijlage 4 Archeologische Beleidskaart gemeente Hoeksche Waard

AM22489

91000

417000

417000

418000

90000

418000

89000

Legenda Plangebied

Bijlage 4: Gemeentelijke Archeologische (beleids)kaart AM22489 Numansdorp Wethouder van der Veldenweg (ong.)

N

v1.0_19- 1 - 2023_LKr

Schaal

Achtergrond: AHN2 reliëfkaart PDOK; Bron kaart 89000

90000

91000

aeres milieu

Bijlage 5 Overzicht geomorfologische kaart

AM22489

Bijlage 5: Geomorfologische kaart N AM22489 Numansdorp - Wethouder van der Veldenweg (ong.) Legenda

Schaal

Plangebied

Getij-kreekbedding, zee-erosiegeul Vlakte van getij-afzettingen water

Achtergrond: AHN2 Reliëfkaart PDOK; Alterra 2019

v1.0_19- 1 - 2023_XX

Geomorfologie

aeres milieu

Bijlage 5b Stroomgordelkaart

AM22489

Bijlage 5b: Stroomgordelkaart

Legenda Plangebied

AM22489 Numansdorp Wethouder van der Veldenweg (ong.)

N

Schaal

Dalreconstructie Einde van rivieractiviteit 12010 - 14000 14C BP = 15000 BC = 17000 cal BP

Achtergrond: Cohen et al. 2012

v1.0_19- 1 - 2023_xx

Dataset: Cohen et al., 2012

aeres milieu

Bijlage 6 Overzicht bodemkaart

AM22489

Bijlage 6: Bodemkaart

Legenda

N

AM22489 Numansdorp Wethouder van der Veldenweg (ong.) Schaal

Plangebied Kalkrijke poldervaaggronden; klei, profielverloop 2 Kalkrijke poldervaaggronden; zware zavel, profielverloop 5

Kalkrijke poldervaaggronden; zware klei, profielverloop 5 Bebouwd gebied

Achtergrond: AHN2 Reliëfkaart PDOK; Alterra 2021

v1.0_19- 1 - 2023

Kalkrijke poldervaaggronden; lichte klei, profielverloop 5

aeres milieu

Bijlage 7 Reliëfkaart

AM22489

Legenda Plangebied

AHN3 (meter +NAP)

Bijlage 7: Reliëfkaart

-0.912 -0.666 -0.419 -0.172

N

AM22489 Numansdorp Wethouder van der Veldenweg (ong.) Schaal

0.0743

0.568 0.814 1.06 1.31

Achtergrond: AHN3 Reliëfkaart

v1.0_19- 1 - 2023_LKr

0.321

aeres milieu

Bijlage 8 Boorkernbeschrijvingen

AM22489

getekend volgens NEN 5104

Boring:

01 0

X: Y:

90011,10 417291,00

0.12

meter +NAP

akker

Boring:

02 0

AP-HORIZONT Klei, matig stevig, sterk zandig, matig humeus, sporen wortels, grijsbruin, Edelmanboor, kalkrijk

30

40

X: Y:

89995,59 417243,35

-0.04 meter +NAP

akker AP-HORIZONT Klei, matig stevig, sterk zandig, matig humeus, sporen wortels, grijsbruin, Edelmanboor, kalkrijk

30

Zand, matig fijn, matig siltig, sporen grind, grijsbeige, Edelmanboor, kalkrijk

Klei, matig stevig, sterk zandig, zwak roesthoudend, grijsbruin, Edelmanboor, kalkrijk

Klei, sterk zandig, beigegrijs, Edelmanboor, Grind tot 8 cm, kalkrijk

70

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, licht beigegrijs, Edelmanboor, kalkrijk

80

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, grijsbeige, Edelmanboor, kalkrijk

90

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, grijsbeige, Edelmanboor, kalkrijk

120

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, grijsbeige, Edelmanboor, kalkrijk 140

Zand, matig fijn, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor, kalkrijk

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor, kalkrijk

160

Zand, matig fijn, zwak siltig, donkergrijs, Guts, kalkrijk

200

200 205

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig plantenresten houdend, zwartbruin, Guts, kalkloos Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Guts, kalkrijk

230

Projectcode: AM22489-ARCH Projectnaam: Wethouder van der Veldenweg (ong.) te Numansdorp

getekend volgens NEN 5104

Boring:

03 0

X: Y:

90009,58 417195,91

-0.14 meter +NAP

akker

Boring:

04 0

AP-HORIZONT Klei, matig stevig, sterk zandig, matig humeus, sporen wortels, grijsbruin, kalkrijk

X: Y:

89989,76 417161,10

-0.15 meter +NAP

akker AP-HORIZONT Klei, matig stevig, sterk zandig, matig humeus, sporen grind, sporen wortels, grijsbruin, Edelmanboor, kalkrijk

20

Klei, matig stevig, sterk zandig, zwak humeus, sporen roest, grijsbruin, Edelmanboor, kalkrijk

30

Klei, matig stevig, sterk zandig, bruingrijs, Edelmanboor, kalkrijk 50

60

60

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor, kalkrijk

Klei, matig slap, sterk zandig, sporen roest, grijsbeige, Edelmanboor, kalkrijk Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, beigegrijs, Edelmanboor, kalkrijk

80

Zand, matig fijn, matig siltig, grijsoranje, Edelmanboor, kalkrijk

105

Zand, matig fijn, matig slap, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor, kalkrijk

110

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor, kalkrijk 130

130

Zand, matig fijn, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor, kalkrijk

Zand, matig fijn, sporen plantenresten, donkergrijs, Edelmanboor, kalkrijk

160

Zand, matig fijn, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor, kalkrijk

170

Zand, matig fijn, neutraalgrijs, Edelmanboor, kalkrijk

200

200

Zand, matig fijn, donkergrijs, Guts, kalkrijk

220

Projectcode: AM22489-ARCH Projectnaam: Wethouder van der Veldenweg (ong.) te Numansdorp

getekend volgens NEN 5104

Boring:

05 0

X: Y:

90010,75 417120,11

-0.22 meter +NAP

akker

Boring:

06 0

AP-HORIZONT Klei, matig stevig, sterk zandig, matig humeus, sporen wortels, grijsbruin, Edelmanboor, kalkrijk 20

X: Y:

89992,46 417080,99

-0.18 meter +NAP

akker AP-HORIZONT Klei, matig stevig, sterk zandig, zwak humeus, sporen wortels, grijsbruin, Edelmanboor, kalkrijk

20

Klei, matig stevig, sterk zandig, zwak roesthoudend, grijsbruin, Edelmanboor, kalkrijk

Klei, matig stevig, sterk zandig, sporen roest, grijsbruin, Edelmanboor, kalkrijk

55

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, grijsbeige, Edelmanboor, kalkrijk

60

Klei, matig stevig, zwak zandig, zwak roesthoudend, oranjebruin, Edelmanboor, kalkrijk

70

Zand, matig fijn, matig stevig, sterk siltig, oranjebeige, Edelmanboor, kalkrijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12522108/1