CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 - 2016-12-vng-factsheet-verdr-istanbul-v4 - kopie (2)

Beeldvormende bijeenkomst 18 november 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Inspreken mevr. Kubbe1.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERDRAG VAN DE RAAD VAN EUROPA INZAKE HET VOORKOMEN EN BESTRIJDEN VAN GEWELD TEGEN VROUWEN EN HUISELIJK GEWELD. BETER BEKEND ALS

Het Verdrag van Istanbul Op 18 november ratificeerde Nederland het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, kortweg het ‘verdrag van Istanbul’. Op 1 maart 2016 trad het voor Nederland in werking. Het verdrag van Istanbul stelt eisen aan de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Nederland heeft belangrijke verantwoordelijkheden voor de aanpak van huiselijk geweld op regionaal en lokaal niveau belegd. Het verdrag van Istanbul reikt dus verder dan de nationale overheid, ook (centrum)gemeenten moeten ermee aan de slag. In deze factsheet leest u wat het verdrag voor Nederland – en met name voor gemeenten – betekent.

Voldoet de Nederlandse aanpak van geweld tegen en vrouwen en huiselijk geweld aan het verdrag van Istanbul? In grote lijnen wel. Nederland heeft bijvoorbeeld telefonische hulplijnen die 24 uur per dag gratis bereikbaar zijn (artikel 24) en slachtoffers van huiselijk geweld krijgen passende opvang (artikel 23). Tegelijkertijd bevat het verdrag elementen waarvoor meer aandacht mag zijn. Meer burgerinzet bij preventie bijvoorbeeld (artikel 12) en het voeren van genderbewust beleid (artikel 6).

Hoe kunnen gemeenten het verdrag van Istanbul gebruiken? Het verdrag geeft een belangrijke impuls. Het helpt gemeenten de aanpak van huiselijk geweld verder aan te scherpen. Het verdrag bevat een concrete en gedetailleerde beschrijving van een effectieve aanpak en dat maakt het goed bruikbaar: gemeenten kunnen met het verdrag in de hand hun eigen beleid toetsen.

Tip: Leg het verdrag naast uw eigen regiovisie. Zijn er elementen die u mist? Of die u nog verder kunt uitwerken? Ook uw gemeenteraad kan het verdrag op deze manier gebruiken.

Moeten gemeenten iets met het verdrag doen? Ja, want Nederland heeft het verdrag ondertekend en geratificeerd. Inmiddels is het in werking getreden. We zijn dus verplicht om aan de bepalingen in het verdrag te voldoen.

De 5 doelen van het Verdrag van Istanbul (artikel 1) 1. Vrouwen beschermen tegen alle vormen van geweld en geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld voorkomen, vervolgen en uitbannen. 2. Alle vormen van discriminatie van vrouwen uitbannen en gelijkheid van vrouwen en mannen bevorderen. 3. Een allesomvattend kader opzetten met beleid en maatregelen die slachtoffers van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld beschermen en ondersteunen. 4. Internationale samenwerking bevorderen. 5. Met ondersteuning en bijstand aan organisaties en rechtshandhavende instanties werken aan een integrale aanpak. De volledige tekst van het Verdrag van Istanbul vindt u op wetten.overheid.nl/BWBV0006074/2016-03-01#Verdrag_2.

Hieronder vindt u een korte beschrijving van de opzet van het verdrag. Vervolgens worden enkele specifieke artikelen toegelicht. Dit zijn artikelen die uw aandacht zeker waard zijn. Ze kunnen het beleid van uw gemeente verrijken.

De opzet van het verdrag van Istanbul Het verdrag bestaat uit twaalf hoofdstukken (en elk hoofdstuk uit meerdere artikelen): 1. doelstellingen, begripsomschrijvingen, gelijkheid en non-discriminatie, algemene verplichtingen (artikel 1 tot en met 6) 2. integraal beleid en gegevens verzamelen (artikel 7 tot en met 11) 3. preventie (artikel 12 tot en met 17) 4. bescherming en ondersteuning (artikel 18 tot en met 28) 5. materieel recht (artikel 29 tot en met 48) 6. onderzoek, vervolging, procesrecht en beschermende maatregelen (artikel 49 tot en met 58) 7. migratie en asiel (artikel 59 tot en met 61) 8. internationale samenwerking (artikel 62 tot en met 65) 9. toezichtmechanisme (artikel 66 tot en met 70) 10. verhouding tot andere internationale instrumenten (artikel 71) 11. wijzigingen van het verdrag (artikel 72) 12. slotbepalingen (artikel 73 tot en met 81) Aan de hoofdstukken gaat een preambule vooraf. De preambule schetst de uitgangspunten van het verdrag. En maakt duidelijk waarom het verdrag geweld tegen vrouwen expliciet benoemt. Het verdrag erkent dat geweld tegen vrouwen een blijk is van ongelijke machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen. Dit geweld is een cruciaal sociaal mechanisme dat vrouwen in een ondergeschikte positie dwingt en houdt. Vrouwen en meisjes staan bloot aan grotere risico’s van geweld dan mannen.

Dat neemt niet weg dat ook mannen het slachtoffer van geweld in de privésfeer kunnen zijn. Net als kinderen slachtoffer en/of getuige kunnen zijn van geweld binnen het gezin. De eerste zeven hoofdstukken bevatten relevante bepalingen voor gemeenten. De hoofdstukken 8 tot en met 12 bevatten geen bepalingen voor gemeenten. Hieronder vindt u een toelichting op een aantal belangrijke artikelen uit de voor gemeenten relevante hoofstukken.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Artikelen die uw aandacht zeker waard zijn Artikel 6: genderbewust beleid Het verdrag verplicht gemeenten een beleid te voeren dat de gelijkheid van vrouwen en mannen en de eigen kracht van vrouwen bevordert. Dit genderbewust beleid richt zich niet alleen op de aanpak van het geweld. Er is ook oog voor de bredere context en de mogelijke ongelijkheid en achterstand van vrouwen. Denk aan emancipatiebeleid om de weerbaarheid, zelfbeschikking en (economische) zelfstandigheid van vrouwen te vergroten. Want als negatieve vormen van afhankelijkheid – zowel maatschappelijk, sociaal, psychisch als economisch – afnemen, kunnen vrouwen zich op eigen kracht tegen geweld teweer stellen. Het Nederlandse nationale beleid is overwegend genderneutraal geformuleerd. Want de nationale overheid streeft naar een beleid voor alle slachtoffers van geweld in huiselijke kring, ongeacht gender, leeftijd, seksuele voorkeur en culturele achtergrond. Dat wil niet zeggen dat de nationale overheid gender niet belangrijk vindt. Als de verschillen tussen mannen en vrouwen bij geweld onvoldoende onderkend worden, gaat de aanpak voorbij aan gendergerelateerde factoren. Dan krijgen vrouwen en mannen – of het nu gaat om slachtoffers of plegers – niet de goede hulp en ondersteuning. Gender is dus een noodzakelijke en waardevolle aanvulling.

Een goed voorbeeld is De Nieuwe Toekomst, een project dat zich richt op participatie en economische zelfstandigheid van vrouwen. Of Caring Dads, dat plegers van partnergeweld en/of kindermishandeling aanspreekt op hun rol en verantwoordelijkheid als vader en opvoeder. Om gemeenten te ondersteunen bij het maken van genderbewust beleid heeft de nationale overheid Regioplan, Movisie en Atria een handreiking voor gemeenten laten ontwikkelen: ‘Gendersensitief handelen bij huiselijk geweld’. U vindt de handreiking op: www.movisie.nl/publicaties/voorbij-vooroordelen-stereotypes.

Tip: zo brengt u meer gender in de aanpak van huiselijk geweld •

via het beleid

•

als opdrachtgever (denk aan formele afspraken en informele contacten met opdrachtgevers)

•

door kennisverwerving mogelijk te maken

•

via monitoring en evaluatie

Artikel 9: non-gouvernementele organisaties en het maatschappelijk middenveld Gemeenten moeten het werk van niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en het maatschappelijk middenveld erkennen, stimuleren en ondersteunen. En een effectieve samenwerking opzetten.

Artikel 11: het verzamelen van gegevens en onderzoek De landelijke overheid en gemeenten moeten de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld monitoren. Ze verzamelen statistische gegevens en doen onderzoek naar de oorzaken, gevolgen, frequentie en de veroordelingspercentages. Ook stellen ze periodiek de omvang van en ontwikkelingen binnen het geweld vast. De informatie moet beschikbaar zijn voor het publiek.

Artikel 12 tot en met 16: preventie Preventie richt zich nadrukkelijk ook op het veranderen van attitudes en gedrag van burgers (artikel 12.1). Gemeenten stimuleren alle leden van de maatschappij – en in het bijzonder mannen en jongens – actief bij te dragen aan het voorkomen van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (artikel 12.4). Bewustwordingscampagnes (landelijk en lokaal) maken deel uit van het preventiebeleid, bij voorkeur in samenwerking met niet-gouvernementele organisaties en het maatschappelijk middenveld (artikel 13). In het onderwijs, maar ook bij sportclubs en culturele en recreatieve instellingen, is aandacht voor gendergelijkheid, wederzijds respect en geweldloze conflictoplossing (artikel 14). Beroepskrachten krijgen passende training over voorkomen, signaleren, gender en herhaald slachtofferschap (artikel 15). Behandelprogramma’s voor plegers moeten verder geweld voorkomen en gewelddadige gedragspatronen veranderen (artikel 16).

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Artikel 18: algemene verplichtingen voor bescherming en ondersteuning Voor maatregelen voor bescherming en ondersteuning geldt: • een gendergerelateerd begrip van geweld tegen vrouwen vormt de basis • de mensenrechten en de veiligheid van het slachtoffer staan centraal • de aanpak is integraal met oog voor de relatie tussen slachtoffers, daders, kinderen en hun sociale omgeving • herhaald slachtofferschap wordt voorkomen • de focus ligt op de eigen kracht en economische zelfstandigheid van vrouwen die slachtoffer zijn

Artikel 22 tot en met 26: specifieke voorzieningen voor bescherming en ondersteuning Voor slachtoffers moeten specifieke voorzieningen beschikbaar zijn: • gespecialiseerde dienstverlening voor slachtoffers (artikel 22) • voldoende opvangplaatsen voor slachtoffers, in het bijzonder voor vrouwen en hun kinderen (artikel 23) • een gratis telefonische hulplijn die 24 uur per dag bereikbaar is (artikel 24) • gemakkelijk bereikbare centra voor medisch en forensisch onderzoek, traumaverwerking en advisering van slachtoffers van verkrachting of seksueel geweld (artikel 25) • op leeftijd toegesneden hulp voor kinderen die getuige zijn geweest van geweld (artikel 6)

Artikel 59 (verblijfstitel) en artikel 60 (gendergerelateerde asielverzoeken) Het verdrag bepaalt nadrukkelijk dat ook vrouwen met een afhankelijke verblijfsstatus of geen geldige verblijfsvergunning bescherming tegen geweld krijgen. Gemeenten moeten vluchtelingenvrouwen en huwelijksmigranten bescherming bieden.

Het Verdrag van Istanbul is een mijlpaal in de internationale regelgeving: het is het eerste Europese verdrag dat genderbewust beleid specifiek benoemt en vastlegt.

Algemene informatie over de aanpak van geweld in huiselijke kring vindt u op www.regioaanpakveiligthuis.nl.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16247675/1