Bijlage 2a bijlage beleidsplan Waard om mee te doen
Tekst van het document
INTEGRAAL BELEIDSPLAN INKOMENSONDERSTEUNING EN SCHULDDIENSTVERLENING 2025-2028
Inhoud bijlage beleidsplan
Hoofdstuk
Pagina
1. Vroegsignalering
2
2. Kindpakket
2
3. Collectieve zorgverzekering, premiebijdrage aanvullende zorgverzekering en bijdrage zorgkosten
6
4. Dal Vrij busabonnement
7
5. Individuele inkomenstoeslag en studietoeslag
7
6. Bijzondere bijstand
8
7. (Mini)maatwerkbudget
9
8. Uitstroompremie
10
9. Schulddienstverlening en stress-sensitieve dienstverlening
11
10. Problematische schulden
12
11. Gemeentelijke kwijtschelding en invordering
15
12. Overige ondersteuning en partners
16
13. Omvang en samenstelling doelgroep
18
1
1. Vroegsignalering Vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is de gemeente verplicht om inwoners met financiële problemen vroegtijdig hulp te verlenen, zodat betalingsachterstanden niet verder oplopen en zich ontwikkelen tot een problematische schuldsituatie. Inmiddels hebben we diverse convenanten afgesloten met wettelijke signaalpartners. Wettelijke signaalpartners zijn verhuurders van woningen, drinkwaterbedrijven, energieleveranciers en zorgverzekeraars. Zij zijn verplicht om betalingsachterstanden te melden bij de gemeente. Dat noemen we ‘vroegsignalering’. Het is dé manier om te voorkomen dat betalingsachterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot een problematische schuldsituatie. Het helpt maatschappelijke kosten voor schuldhulpverlening te verminderen en zorgt ervoor dat schuldeisers hun geld eerder krijgen.1 Alle meldingen die binnenkomen worden opgevolgd met een schriftelijk hulpaanbod. Dit doen we in de vorm van een e-mail of we sturen een kaart. Daarnaast benaderen we inwoners telefonisch en middels huisbezoeken. In 2023 waren er 1627 meldingen; hiervan zijn er 790 opgevolgd door het brengen van een huisbezoek. In de praktijk blijkt een huisbezoek de beste manier om inwoners te bereiken. Dit werkt veel beter dan mensen louter aanschrijven of opbellen.
Naast het grote bereik heeft een huisbezoek nog meer voordelen: de schuldhulpverlener krijgt een beeld van de thuissituatie en de inwoner heeft meer initiatief. 2 Team Vroeg Eropaf zal gedurende deze beleidsperiode vaker op huisbezoek gaan om hulp aan te bieden. Daarnaast gaan we ons inspannen om meer particuliere verhuurders te laten aansluiten bij vroegsignalering.
2. Kindpakket Ieder kind dat opgroeit in armoede is er één te veel. Daarom blijven we gezinnen met een laag inkomen ondersteunen. In de Hoeksche Waard wonen 900 kinderen in gezinnen met een inkomen tot en met 130% van het sociaal minimum (bron: CBS).
1 2
https://www.nvvk.nl/vroegsignalering https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/huisbezoek-effectiever-dan-brief
2
Meedoenregeling Via de Meedoenregeling kunnen bijdragen voor schoolkosten en schoolreisjes worden aangevraagd per schoolgaand kind. Voor kinderen in het voortgezet onderwijs kan ook een bijdrage worden aangevraagd voor de aanschaf van een digitaal apparaat (laptop, tablet etc.) en een fiets. Dat geldt ook voor de kosten van tweetalig onderwijs, excursies en huiswerkbegeleiding van brugklassers. De regelingen kennen allemaal vaste bedragen. Onderstaand vindt u een overzicht voor 2024. Vergoedingen basisschool -
Schoolkosten tot en met groep 8: € 56,- per jaar
-
Schoolreisjes groep 7 en 8: € 111,- (maximaal)
Vergoedingen voortgezet onderwijs -
Schoolkosten brugklas: € 332,- eenmalig
-
Huiswerkbegeleiding brugklas: € 56,- per maand, voor maximaal 6 maanden
-
Schoolkosten na brugklas: € 56,- per jaar
-
Schoolreisjes: € 111,- per jaar (maximaal)
-
Tweetalig onderwijs: € 277,- per jaar
-
Digitaal apparaat (laptop, tablet etc.): € 388,- per 5 jaar, per kind vanaf groep 8
-
Fiets: € 277,- per 5 jaar, per kind vanaf groep 8
Bijdrage Maatschappelijke participatie De bijdrage Maatschappelijke participatie kan worden gebruikt voor bijvoorbeeld een dagje uit, een bibliotheekabonnement, de Rotterdampas of een sportactiviteit. Huishoudens kunnen per persoon een bijdrage van € 111,- ontvangen per kalenderjaar. De bijdrage Maatschappelijke participatie voor volwassenen verhogen we naar € 150,- omdat in de meeste gevallen participeren voor volwassenen duurder is dan voor kinderen. Voor inwoners met een bijstandsuitkering zal de bijdrage na een eerste aanvraag ieder jaar automatisch worden uitbetaald totdat de bijstandsuitkering stopt. Jeugdfonds Sport & Cultuur Het Jeugdfonds Sport & Cultuur maakt het mogelijk dat kinderen en jongeren uit gezinnen met een laag inkomen toch mee kunnen doen met voetbal, muziekles, turnen, streetdance, judo, theaterles of een andere sportieve of creatieve activiteit. Voor die kinderen en jongeren betalen ze de contributie of het lesgeld en in sommige gevallen de benodigdheden zoals voetbalkleding of dansschoenen. We zien jaarlijks een stijging in het aantal aanvragen. In 2023 hebben we 453 kinderen bereikt; dit is 50% van de doelgroep. Deze beleidsperiode gaan we ons samen met het Jeugdfonds Sport & Cultuur inzetten om nog meer kinderen te bereiken. Verder kunnen kinderen via het Jeugdfonds Sport & Cultuur zwemles krijgen waarbij het zwemdiploma A behaald kan worden.
3
In navolging van het succes van het Jeugdfonds Sport & Cultuur is er landelijk een Volwassenenfonds Sport & Cultuur opgezet. Gemeenten kunnen hierbij aansluiten. In de Hoeksche Waard wordt dit nader onderzocht. Dit is onderdeel van de sport- en beweegnota. Jeugdeducatiefonds We sluiten ons deze beleidsperiode aan bij het Jeugdeducatiefonds. Het fonds biedt steun aan kinderen in armoede, met de basisschool als centrale plek. Hierbij werken ze in vertrouwen samen met de leerkrachten. Zien zij dat geldgebrek de ontwikkeling van een kind in de weg staat? Dan kunnen ze een aanvraag indienen. Hulp via de basisschool Basisscholen hebben een unieke positie in het signaleren van armoede: leerkrachten zien kinderen dagelijks, spreken hun ouders en komen soms letterlijk achter de voordeur. De band tussen de school en thuis is langdurig en hecht. Bovendien bepaalt het basisschooladvies het niveau van de vervolgopleiding. De basisschool is daarom de aangewezen plek om het verschil te maken in het leven van een kind. De aanpak via basisscholen is niet alleen doeltreffend, maar werkt ook drempelverlagend: ouders krijgen meer vertrouwen in de school, omdat ze zien dat de school het beste met hun kind voor heeft. Daarnaast versterkt het de relatie tussen leerlingen en leerkrachten.
Dat heeft weer een bewezen positieve invloed op de ontwikkeling van kinderen, want ze zijn hierdoor gemotiveerder en presteren beter. Dat is goed voor de toekomst van het kind, goed voor de ouders en goed voor de samenleving. Zowel individuele steun als voor groepen Scholen kunnen bij het fonds een aanvraag indienen voor individuele steun; bijvoorbeeld voor een bril, een fiets, een bed, een dyslexietest, kindercoaching of ondersteuning bij de thuissituatie. Daarnaast worden educatieve groepsaanvragen vergoed. Denk aan een bezoek aan een museum of theater, maar ook busvervoer voor een schoolreisje of extra leermateriaal voor de hele klas. Het fonds biedt samen met haar partners ook regelmatig extra producten en diensten, zoals boeken en excursies. Welke scholen kunnen rekenen op steun Een basisschool komt in aanmerking voor steun als deze voldoet aan 3 criteria: -
Minstens de helft van de leerlingen groeit op in 'relatieve armoede'. Hierbij gaan ze uit van een inkomen van ouders onder de 150% van het sociaal minimum;
-
De school zegt toe om naast groepsaanvragen ook individuele aanvragen voor kinderen in te dienen;
-
De school neemt deel aan intervisiebijeenkomsten die ze voor basisscholen organiseren.
Ze steunen ook scholen in het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Naar verwachting komen 5 scholen in de Hoeksche Waard in aanmerking voor steun.
4
Daarnaast is het Jeugdeducatiefonds samen met het Nederlandse Rode Kruis uitvoerder van het landelijke Programma Schoolmaaltijden. Scholen komen in aanmerking als minstens 30% van hun leerlingen uit een huishouden komt met een laag inkomen. In de Hoeksche Waard maken 3 scholen gebruik van het programma. Stichting Babyspullen We sluiten ons deze beleidsperiode aan bij Stichting Babyspullen. De stichting voorziet (aanstaande) ouders en hun kindje – vanaf de geboorte tot 2 jaar – van babystartpakketten. Deze pakketten worden samengesteld uit nieuwe en gebruikte babyspullen en bevatten kleding, bed- en badtextiel, verzorgingsproducten en klein speelgoed. De babystartpakketten zijn bedoeld voor ouders met een inkomen tot en met 130% van het sociaal minimum. Ze kunnen uitsluitend worden aangevraagd door intermediairs, zoals verloskundigen en maatschappelijk werkers. In de Hoeksche Waard zijn van 2021 tot en met 2023 in totaal 31 babystartpakketten toegekend. Sinds 1 juli 2023 schenkt de stichting uitsluitend nog babystartpakketten aan inwoners van gemeenten waarmee zij een samenwerkingsovereenkomst hebben. De stichting schenkt op dit moment nog geen babymeubels. Voor babymeubels, zoals een ledikantje, kan er een aanvraag worden gedaan bij de gemeente via de bijzondere bijstand.
Stichting Armoedefonds We sluiten ons deze beleidsperiode aan bij het Armoedefonds om meer uitgiftepunten voor gratis menstruatieproducten te realiseren. Om aan de vraag te kunnen voldoen, willen we het huidige aanbod – bestaande uit 3 uitgiftepunten – uitbreiden. Daartoe wordt vanuit het Armoedefonds een samenwerking met en bijdrage van de gemeente verwacht. In de coördinatie en uitvoering wordt eveneens samengewerkt met de Hoeksche Waardse Uitdaging.
5
3. Collectieve zorgverzekering, premiebijdrage aanvullende zorgverzekering en bijdrage zorgkosten Collectieve zorgverzekering Gemeente Hoeksche Waard biedt haar inwoners een collectieve zorgverzekering: het VGZ Rotterdampakket. Inwoners kunnen hieraan deelnemen ongeacht hoeveel ze verdienen of wat ze aan vermogen hebben. Deze zorgverzekering biedt uitgebreide dekking. Denk hierbij aan vergoedingen voor fysiotherapie, bril of lenzen, mantelzorg, tandheelkundige zorg en premiekosten. Daarnaast worden noodzakelijke behandelingen van de tandarts en mondhygiënist tot 18 jaar vergoed. Inwoners betalen geen eigen risico. Met het aanbieden van de collectieve verzekering willen we gezondheidsverschillen verkleinen en zorgmijding en financiële stress voorkomen. Dit pakket richt zich voornamelijk op de kwetsbare Hoeksche Waarder met een hoog zorggebruik. Voor inwoners met een laag inkomen die het VGZ Rotterdampakket als zorgverzekering hebben, betaalt de gemeente aan VGZ een deel van de premie en is het wettelijk eigen risico meeverzekerd. Dit betekent dat deze inwoners het eigen risico niet hoeven te betalen als er zorg wordt gebruikt. Hierdoor krijgen inwoners met een laag inkomen toegang tot betaalbare zorg. Bij andere verzekeraars moet men wel het eigen risico betalen.
Premiebijdrage aanvullende zorgverzekering Ook voor de Hoeksche Waarder met een laag inkomen die elders een zorgverzekering heeft afgesloten is een tegemoetkoming mogelijk voor de kosten van een aanvullende zorgverzekering. Hiermee wordt ook de inwoner met een laag zorggebruik in de kosten van een zorgverzekering tegemoet gekomen. Jaarlijks wordt er gemiddeld aan 400 inwoners een tegemoetkoming gegeven voor de kosten van een, elders afgesloten, aanvullende zorgverzekering. Bijdrage zorgkosten Daarnaast is er een tegemoetkoming aannemelijke zorgkosten; bedoeld voor inwoners met een chronische ziekte of beperking.
6
4. Dal Vrij busabonnement Met het Dal Vrij busabonnement blijft het busvervoer in de regio gratis voor minima uit de Hoeksche Waard tijdens daluren, weekenden en feestdagen. Het betreft het busvervoer van Connexxion in de regio’s Hoeksche Waard, Goeree-Overflakkee, provincie Zeeland en Zuid-Holland tot aan station Dordrecht en het Rotterdamse Zuidplein. Een abonnement is geldig voor de duur van een jaar vanaf de datum van toekenning. Het kan gebruikt worden voor het reizen op maandag tot en met vrijdag na 9.00 uur en in het weekend en op feestdagen de gehele dag. Gemiddeld maken jaarlijks 1100 inwoners gebruik van het busabonnement. Succesvolle proefperiode Er is onderzoek gedaan naar de verwachtingen en ervaringen van inwoners die het abonnement hebben aangevraagd en toegewezen hebben gekregen. Daaruit blijkt dat de deelnemers tevreden zijn met het abonnement en er veel gebruik van maken. Het geeft meer (keuze)vrijheid en mensen kunnen vaker eropuit gaan. Naast het minder afhankelijk zijn van anderen, heeft het ook een positief effect op de financiën en het welbevinden. Tot slot blijkt dat abonnementhouders de auto – als zij deze bezitten – vaker laten staan.
5. Individuele inkomenstoeslag en studietoeslag In de Participatiewet is geregeld dat mensen met een langdurig laag inkomen een inkomenstoeslag kunnen krijgen en studenten die tijdens hun studie als gevolg van een medische beperking niet kunnen werken een studietoeslag. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is een jaarlijks vrij besteedbare toeslag voor inwoners die gedurende 3 jaar of langer een relatief laag inkomen hebben en geen zicht hebben op inkomensverbetering. Gemeenten hebben de bevoegdheid om voorwaarden te stellen. Gemeente Hoeksche waard blijft de individuele inkomenstoeslag beschikbaar stellen voor inwoners met een inkomen tot en met 100% van het sociaal minimum. Inwoners moeten nog aan een aantal andere voorwaarden voldoen om aanspraak te kunnen maken op individuele inkomenstoeslag. De inwoner: -
heeft geen vermogen hoger dan het toegestane bedrag zoals genoemd in de ‘Verordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Hoeksche Waard’;
-
heeft de afgelopen 12 maanden geen individuele inkomenstoeslag ontvangen;
-
ontvangt geen studiefinanciering en u ontvangt geen tegemoetkoming voor schoolkosten;
-
heeft zich voldoende ingespannen om werk te vinden of te behouden;
7
-
houdt zich aan alle afspraken en plichten.
De hoogte van de individuele inkomenstoeslag hangt af van de leefsituatie. Onderstaand vindt u de bedragen voor 2024. -
Alleenstaand: € 449,-
-
Alleenstaande ouder met kinderen tot 18 jaar: € 570,-
-
Getrouwd of samenwonend zonder kinderen: € 631,-
-
Getrouwd of samenwonend met kinderen: € 685,-
In 2023 hebben 276 inwoners inkomenstoeslag ontvangen. De verdeling per leefsituatie is als volgt: 166 alleenstaanden, 48 alleenstaande ouders met kinderen tot 18 jaar, 20 gehuwd/samenwonend zonder kinderen en 42 gehuwd/samenwonend met kinderen. Studietoeslag De studietoeslag is bedoeld voor iedereen die 15 jaar of ouder is en vanwege een medische beperking niet kan werken naast een studie. Daarnaast gelden een aantal andere voorwaarden. De inwoner: -
volgt een studie waarbij hij/zij studiefinanciering (WSF 2000) of een tegemoetkoming in de studiekosten ontvangt (WTOS). Het levenlanglerenkrediet valt hier niet onder;
-
kan met medische bewijsstukken aantonen dat hij/zij structureel niet kan werken naast de studie vanwege ziekte of gebrek;
-
ontvangt geen Wajong-uitkering.
Onderstaand vindt u de netto studietoeslag per maand voor 2024. -
18 jaar: € 179,79
-
19 jaar: € 215,75
-
20 jaar: € 287,66
-
21 jaar en ouder: € 359,57
Wij weten niet hoeveel inwoners in aanmerking komen voor de studietoeslag, omdat niet bekend is hoeveel studenten door hun ziekte of blijvende medische beperking niet kunnen werken. In 2023 hebben 13 studenten een studietoeslag ontvangen (10 in 2022 en 8 in 2021).
6. Bijzondere bijstand Vanuit de Participatiewet is de gemeente verplicht om inwoners bijzondere bijstand te verlenen. Dit is het vangnet voor inwoners die door bijzondere omstandigheden geconfronteerd worden met kosten die zij niet kunnen betalen, waarvoor zij niet konden reserveren en waarvoor zij niet elders een tegemoetkoming kunnen krijgen. Gemeenten hebben beleidsvrijheid in de bepaling van de doelgroep en het stellen van voorwaarden en nadere regels. Beleidsregels zorgen ervoor dat de beoordeling van de persoonlijke omstandigheden en kosten tot op zekere hoogte gestandaardiseerd worden. Dit 8
draagt bij aan gelijke behandeling, rechtszekerheid en doelmatigheid bij de uitvoering. Er blijft wel altijd ruimte om maatwerk toe te passen. Bewindvoering De meest voorkomende aanvraag voor bijzondere bijstand bestaat uit bewindvoeringskosten. In 2023 hebben 253 inwoners hiervoor een vergoeding toegekend gekregen. Jaarlijks zien we een stijging in het aantal aanvragen. Hieruit blijkt dat steeds meer inwoners het moeilijk vinden om zelfstandig hun budget te beheren. Daarom werken we samen met bewindvoerders om – daar waar mogelijk – inwoners financieel zelfredzaam te maken. Om te kunnen bepalen welke ondersteuning daartoe op individueel niveau nodig is, maken we gebruik Mesis: een screeningsinstrument waarin de meest recente wetenschappelijke inzichten over de effecten van armoede en schulden op het menselijk gedrag zijn verwerkt.3 Desondanks weten we dat niet iedereen zelfredzaam kan worden en dat er voor sommige inwoners altijd een vorm van ondersteuning nodig blijft.
7. (Mini)maatwerkbudget Het maatwerkbudget kan ingezet worden voor inwoners die in een acute en schrijnende (nood)situatie zijn beland en geen (of niet op korte termijn een) beroep kunnen doen op andere bestaande regelingen en/of fondsen. Het doel van het maatwerkbudget is om onnodig persoonlijk leed en escalatie van het probleem te voorkomen. Professionals kunnen een beroep doen op het maatwerkbudget. Hierbij gaat het in de meeste gevallen om een noodsituatie waarbij de oplossing gevonden kan worden in een eenmalige financiële bijdrage. De inhoudelijke toets vindt integraal plaats binnen het wijkteam. De regisseur sluitende aanpak neemt, zo spoedig mogelijk en indien noodzakelijk binnen 24 uur, het besluit. Om kleine problemen klein te houden wordt er naast het maatwerkbudget een minimaatwerkbudget ingesteld. Met het minimaatwerkbudget willen we geldproblemen op een slimme en complete manier aanpakken, zonder veel gedoe en met zo min mogelijk regels. Het wijkteam krijgt een eigen budget, waarbij zij maximaal € 500,- aan één huishouden mogen toekennen. De enige eis die hierbij gesteld wordt is dat de professionals binnen het wijkteam akkoord gaan met de oplossing die geboden wordt. Met dit minimaatwerkbudget kan het wijkteam snel handelen en zelfstandig beslissen met minimale verantwoording.
3
https://mesis.nu/wat-is-mesis/
9
8. Uitstroompremie Armoedeval Armoedeval heet het fenomeen dat ontvangers van een uitkering die aan het werk gaan, financieel niet beter af zijn maar er op achteruit gaan. Het betreft bijstandsgerechtigden die net iets meer (kunnen) verdienen dan het bijstandsniveau. Terwijl de bedoeling van gemeenten juist is dat werken moet leiden tot financiële onafhankelijkheid. Helaas kan dat anders uitpakken, omdat uitkeringsgerechtigde inwoners toeslagen en andere vormen van inkomensondersteuning kwijt dreigen te raken. Denk daarbij aan landelijke voorzieningen (bijvoorbeeld huur- en zorgtoeslag) en lokaal ingezette inkomensondersteunende instrumenten. Zo vervalt door een hoger loon het recht op kwijtscheldingen snel en worden tegemoetkomingen in rap tempo verminderd.4 Minima-effectrapportage gemeente Hoeksche Waard 2024 Om inzicht te krijgen in het fenomeen armoedeval in relatie tot de landelijke en lokale voorzieningen die gebruikt kunnen worden door inwoners van gemeente Hoeksche Waard, hebben we door het NIBUD de ‘Minima-effectrapportage gemeente Hoeksche Waard 2024’ laten uitvoeren. Er zijn daartoe een tiental huishoudtypes onderzocht, waarbij gekeken is naar de inkomensgrenzen van 100, 110, 120, 130, 140 en 150 procent van de geldende bijstandsnorm.
Uit het onderzoek komt naar voren dat alle onderzochte huishoudtypes, op basis van landelijke en lokale regelingen geldend in 2024, een sluitende maandbegroting hebben. Waarbij ieder huishoudens nog een (klein) bedrag overhoudt aan vrije bestedingsruimte. Er is dus sprake van een positieve vrije bestedingsruimte bij alle onderzochte huishoudtypes. Toch wordt het volgende opgemerkt: 1. Bij uitstroom uit de uitkering van naar een inkomen van 110% van het sociaal minimum is bij de meeste huishoudtypes sprake van een zeer geringe toename van de bestedingsruimte. Bij eenoudergezinnen is zelfs sprake is van een verminderde bestedingsruimte ten opzichte van de situatie bij 100%. Bij eenoudergezinnen is dan ook sprake van een armoedeval ten gevolge van uitstroom (uitstroomval) uit de uitkering. 2. Bij de doelgroepen ‘paar met 2 jongere kinderen’ en ‘paar met 2 oudere kinderen’ is bij een inkomen van 140% sprake van een lagere bestedingsruimte ten opzichte van een inkomen lager dan 130%. Dit komt door de het wegvallen van de vergoedingen uit het Kindpakket, het eigen risico van de zorgverzekering en lagere landelijke toeslagen. Hier is sprake van een kleine armoedeval ten gevolge meer inkomen (doorstroomval).
4
https://www.stimulansz.nl/gemeente-stop-de-armoedeval/
10
Ondanks de terugval in de vrije bestedingsruimte (armoedeval), is er nog steeds sprake van een positief saldo op de maandbegroting. Hierdoor is er geen directe aanleiding om de armoedeval te repareren. Wel gaan we deze beleidsperiode inzetten op een uitstroompremie om loonvormende arbeid, waarbij er sprake is van een geringe inkomensstijging, aantrekkelijker te maken. Inwoners die 12 maanden of langer een bijstandsuitkering hebben ontvangen en volledig uitstromen naar werk, waarbij het loon uit werken niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm, geven we een uitstroompremie. Hiermee voorkomen we ook (deels) de (uitstroom)armoedeval.
9. Schulddienstverlening en stress-sensitieve dienstverlening Basisdienstverlening Hoe gemeenten hun inwoners met schulden ondersteunen, bepalen gemeenten zelf. Het voordeel is dat gemeenten dan goed kunnen inspringen op de lokale behoeften. Nadeel is dat de toegankelijkheid van schuldhulpverlening sterk kan verschillen per gemeente. De introductie van een ‘basisdienstverlening’ trekt de dienstverlening op het gebied van schulden 5
gelijk. Het kabinet, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de branchevereniging voor financiële hulpverleners NVVK en de vereniging van directeuren in het sociaal domein Divosa hebben deze dienstverlening met elkaar uitgewerkt. Onder de basisdienstverlening valt onder andere een hulpaanbod dat toegespitst is op verschillende doelgroepen. Ook het standaard aanbieden van een saneringskrediet met aflostermijn van 18 maanden en het bieden van begeleiding en nazorg zijn onderdeel van de basisdienstverlening. Er wordt altijd persoonlijk contact opgenomen als iemand na afronding van een schuldhulptraject opnieuw in de schulden dreigt te komen. Een andere centrale werkwijze is het bieden van een 0-aflossing. NVVK-leden houden het vrij te laten bedrag (vtlb) aan voor het berekenen van de afloscapaciteit en als die 0 is, bieden zij € 0,00 aan onder voorwaarde van passende begeleiding. Je kunt immers geen geld bieden als dit de bestaanszekerheid van inwoners in gevaar brengt. Deze methode sluit wat dat betreft goed aan op het wettelijke traject waarbij ook een 0-aanbod wordt gedaan als het vtlb geen ruimte hiertoe laat.
5
https://vng.nl/artikelen/elementen-basisdienstverlening
11
Stress-sensitieve dienstverlening Diverse onderzoeken hebben laten zien dat de stress verlammend werkt op het denkvermogen en daar houden wij in onze dienstverlening rekening mee. Dit doen we door inwoners niet te overvragen en als professional naast de inwoner te staan. Hiermee bedoelen we dat de hulpvrager centraal staat. Onze hulpverleners beheersen gesprekstechnieken zoals motiverende gespreksvoering. Er is duidelijke communicatie over welke acties moeten worden uitgevoerd, het liefste één voor één zodat het overzichtelijk blijft. Ieder stapje vooruit wordt positief gewaardeerd. Verder is de communicatie zo toegankelijk mogelijk, met passend taalgebruik. Stress-sensitief werken is geen kunstje: het gaat om een oprechte basishouding waarin een gelijkwaardige respectvolle bejegening en empathie centraal staan. Deze basishouding wordt door personen die hulp en ondersteuning ontvangen als allerbelangrijkst gezien. Financiële problemen gaan vaak gepaard met stress, spanningen in relaties, problemen op de werkvloer en kunnen de oorzaak zijn van gezondheidsproblemen. Het is daarom noodzakelijk om snel duidelijkheid te creëren op het gebied van financiën en naar de hele situatie te kijken en andere expertises in te schakelen voor een adequate oplossing, zeker in het kader van stressregulatie of stressvermindering.
Dit is niet alleen voor de hulpvrager beter maar ook voor de schuldeisers waarbij er meer zicht is op structurele hulp en daarmee een continuering van betaling (Movisie, 2022).
10. Problematische schulden Gemeente Hoeksche Waard kan inwoners met problematische schulden helpen door een schuldregelingstraject in te zetten. Afhankelijk van de situatie kijken we samen met de betrokken inwoners welk traject het meest passend is. Dit kan een betalingsregeling zijn (waarbij een volledige aflossing van de schulden mogelijk is) of een minnelijke regeling (waarbij een deel van de vordering kan worden afgelost binnen een bepaald tijdvak en de resterende vordering niet meer door de inwoner hoeft te worden afgelost). Ook het inzetten van een saneringskrediet is mogelijk als de schuldeiser akkoord gaat met een deelbetaling. Zelfredzaamheid Om inwoners te helpen bij het oplossen van problematische schulden wordt er ook van de inwoner inzet verwacht. Gegeven de situatie waarin de betrokken inwoners zich bevinden is dit zeker niet altijd een vanzelfsprekendheid. Zoals eerder geconstateerd tast stress onder andere het denk- en doenvermogen aan. Om meer inzicht te krijgen in het gedrag, de motivatie en de vaardigheden van
12
inwoners gebruiken we het screeningsinstrument Mesis. In combinatie met onze eigen waarnemingen, is het effect van de inzet van dit instrument is dat we de juiste ondersteuning kunnen inzetten om het dienstverleningstraject te starten. Dit bevordert de slagingskans en doorlooptijd van trajecten. Betalingsregeling Als de schuld volledig afgelost kan worden in 36 maanden, dan wordt een betalingsregeling aan de schuldeisers voorgesteld. Er mag dan geen minnelijke schuldregeling worden getroffen. Daarnaast is er geen toeleiding tot een wettelijke schuldregeling mogelijk. Als de betalingsregeling overeengekomen is dan zijn er twee opties: 1. de inwoner komt zelfstandig de overeenkomst na en lost zelf maandelijks de schuld af; 2. de gemeente zorgt ervoor dat de inwoner zijn betalingsregeling nakomt. De gemeente reserveert het afgesproken maandelijkse aflossingsbedrag en draagt deze op de afgesproken momenten af aan de schuldeisers. Minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (Msnp) Wanneer de schuld niet binnen 36 maanden kan worden afgelost, dan stelt de gemeente namens de inwoner een afkoopregeling voor aan de schuldeisers. De schuldeisers wordt gevraagd om met een deelbetaling akkoord te gaan en de resterende vordering kwijt te schelden. De deelbetaling (het aanbod) is berekend op de afloscapaciteit binnen een tijdvak van 18 maanden.
Als de schuldeisers akkoord gaan, dan wordt er van het inkomen van de inwoner een bedrag gereserveerd dat in bewaring is bij de gemeente en op afgesproken momenten wordt uitbetaald aan de schuldeisers. Of er kan een saneringskrediet worden aangeboden. Gaan één of meerdere schuldeisers niet akkoord, dan kan bij de rechtbank een dwangakkoord of schuldbemiddeling worden aangevraagd. Saneringskrediet Het saneringskrediet is ook een minnelijke schuldregelingsvorm. Hierbij gaat de schuldenaar een persoonlijk krediet aan ter hoogte van zijn afloscapaciteit, berekend over 18 maanden. Schuldeisers krijgen direct hun deelbetaling uitbetaald minus de rentekosten van het krediet en kunnen de resterende vordering afboeken. De schuldenaar heeft vervolgens nog slechts één schuldeiser – de Kredietbank – en hoeft geen rente te betalen. Het saneringskrediet kent ten opzichte van schuldbemiddeling veel voordelen. De inwoner: -
is in één keer van zijn schuldeisers af en houdt maar één schuldeiser over: Kredietbank Nederland;
-
heeft minder stress en kan direct werken aan zijn toekomst. Schulden komen nooit alleen. De rust van een snelle oplossing zorgt ervoor dat de inwoner zich kan richten op andere zaken;
13
-
is gemotiveerd om (meer) te gaan werken door inkomstenverbetering;
-
kan weer een aanvullende zorgverzekering afsluiten en voorkomt daarmee onder andere hoge zorgkosten.
De schuldeiser: -
heeft direct duidelijkheid;
-
kan direct de boeken sluiten en dat bespaart incasso- en administratiekosten;
-
kan de in rekening gebrachte BTW terugvragen bij de Belastingdienst.
De gemeente: -
bespaart veel tijd, omdat de schuldhulpverlener geen hercontroles hoeft uit te voeren.
Gelet op de vele voordelen prefereren wij het inzetten van een saneringskrediet, tenzij het (vrijwel) zeker gevolgen heeft voor de hoogte van de aflosmogelijkheden van de inwoner. Of als de situatie van de inwoner niet stabiel genoeg is. Wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) Er kan een beroep worden gedaan op de Wsnp als een minnelijke schuldregelingsvorm niet is gelukt. De rechter beoordeelt of de schuldenaar te goeder trouw is en de schulden problematisch zijn. Dit zijn eveneens de voorwaarden die van toepassing zijn als er een minnelijke schuldregeling wordt gestart. Als de rechter de schuldenaar toelaat tot de Wsnp, dan worden de schuldeisers verplicht om met een deelbetaling akkoord te gaan. Ook stelt de rechtbank een Wsnp-bewindvoerder aan. Deze bewindvoerder moet dan elk half jaar verslag uitbrengen bij de rechtbank over het verloop van de regeling. Als de inwoner de Wsnp goed heeft doorlopen, dan wordt hem een ‘schone lei’ verleend. De bewindvoerder zorgt ervoor dat het gespaarde bedrag aan de schuldeisers wordt uitgekeerd. De resterende schuld kan niet meer door de schuldeisers worden gevorderd. Schulddienstverlening aan ondernemers Gemeenten zijn verplicht om schulddienstverlening te bieden aan alle natuurlijke personen met problematische schulden.
Naast particulieren behoren tot deze groep ook ondernemers die in persoon aansprakelijk zijn voor hun bedrijf, zoals eenmanszaken (waaronder zzp’ers), vennootschappen onder firma, maatschappen, commanditaire vennootschappen en ondernemers met een BV die privé verantwoordelijk zijn voor een lening. Ondersteuning van een complexe schuldensituatie bij ondernemers vraagt om specifieke deskundigheid. (Ex-)ondernemers met schulden worden altijd doorverwezen naar het Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ). Het RBZ voert voor de gemeente het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) uit, maar ook de schulddienstverlening aan (ex-)ondernemers. Het RBZ
14
beoordeelt of de schulden opgelost kunnen worden vanuit de Bbz-regeling. Is dit niet het geval, dan wordt een minnelijke schuldregeling ingezet. Voorafgaand aan schuldbemiddeling is het soms nodig om de boekhouding op orde te brengen en belastingaangifte te doen, zodat het bedrijf beëindigd kan worden. De kosten hiervan zijn voor de (ex)ondernemer. Als dit niet kan worden betaald, dan biedt de gemeente de (ex-)ondernemer een vergoeding voor de kosten; die vervolgens uit de boedel moet worden terugbetaald. Is de boedel hier niet toereikend voor, dan zetten we de vergoeding om in een lening die wordt meegenomen in het schuldbemiddelingstraject.
11. Gemeentelijke kwijtschelding en invordering Het is van essentieel belang dat de (lokale) overheid aandacht heeft voor haar kwetsbare burgers bij het innen van belasting en schulden. Kwijtschelding Het innen van gemeentelijke belastingen wordt uitgevoerd door het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffingen en Waardebepalingen (SVHW). Inwoners met een inkomen niet hoger dan het sociaal minimum (en een beperkt vermogen) hoeven geen gemeentelijke belastingen te betalen. Zij kunnen hiervoor kwijtschelding aanvragen. De kwijtschelding gemeentelijke belastingen is een belangrijk instrument in de bestrijding van armoede. De beleidsvrijheid met betrekking tot kwijtschelding is beperkt. Daar waar dat mogelijk is hebben we in het voordeel van de inwoner ons beleid aangepast. Zo hebben we gebruikgemaakt van de mogelijkheid om de vermogensnorm te verruimen. Het vermogen mag niet hoger zijn dan het gemiddelde bedrag aan maandelijkse uitgaven, vermeerderd met een extra vermogen van € 2.000,voor inwoners die gehuwd of samenwonen zijn. Voor alleenstaande ouders is dat € 1800,- en voor alleenstaanden € 1500,- (peildatum 1-1-2024).6 Invordering De gemeente vordert ten onrechte verstrekte bijstand en leenbijstand terug van de inwoner. Natuurlijk proberen we een onterechte verstrekking te voorkomen.
Dit doen we door inwoners vooraf te informeren over de regels omtrent het ontvangen van bijstand en door adequaat te reageren op informatie die wij krijgen over wijzigingen in de situatie van bijstandontvangers. Mocht er toch een terugvordering ontstaan, dan maken we gebruik van ons coulante terug- en invorderingsbeleid.
6
Kwijtscheldingsverordening HW 2024
15
Enkele voorbeelden van ons beleid: -
als de terugvordering of invordering lager is dan € 51,- dan hoeft dit niet terugbetaald te worden;
-
als de inwoner 36 termijnen heeft afgelost op een vordering wegens leenbijstand, dan hoeft het resterende bedrag niet meer te worden betaald – dit wordt dan kwijtgescholden;
-
we werken mee met een schuldbemiddeling en gaan in de meeste gevallen akkoord met een deelaflossing tegen finale kwijting.
12. Overige ondersteuning en partners Het voorkomen en aanpakken van armoede en schulden vereist een nauwe samenwerking tussen het Rijk, gemeenten en partners. Onderstaand vindt u een overzicht van onze partners. Humanitas Humanitas helpt inwoners met het op orde brengen en houden van de financiële administratie en met het invullen van formulieren. Verder bestaan de activiteiten onder andere uit steun bij rouw en verlies, vriendschappelijke huisbezoeken, begeleiden van gezinnen en het organiseren van ontmoetingen. Voedselbank Hoeksche Waard Voedselbank Hoeksche Waard helpt inwoners door tijdelijk te voorzien in voedselpakketten en/of kleding. De organisatie bestaat uit tientallen vrijwilligers. Zij voorzien wekelijks ongeveer 200 gezinnen van een voedselpakket. Bibliotheek Hoeksche Waard Bibliotheek Hoeksche Waard is een brede maatschappelijk-educatieve organisatie met 11 locaties verspreid over het eiland. Naast het bevorderen van lezen en het laten kennismaken met een breed scala aan literatuur, is het ook een plek waar inwoners samenkomen voor diverse doeleinden. Inwoners worden bijvoorbeeld geholpen met het leren van de Nederlandse taal en het ontwikkelen van digitale vaardigheden. Tevens is het lokale Informatiepunt Digitale Overheid onderbracht bij de Bibliotheek Hoeksche Waard.
Nationaal fonds Kinderhulp Nationaal fonds Kinderhulp helpt kinderen en jongeren van 0 tot 21 jaar die opgroeien in armoede. Dat doen ze door simpele dingen, waar andere instanties niet mee kunnen helpen, tóch mogelijk te maken. Zodat deze kinderen er gewoon bij kunnen horen en dezelfde kansen krijgen voor de toekomst. Net als ieder ander kind. Ze helpen kinderen individueel. Dit doen ze altijd via maatschappelijke organisaties. Bijvoorbeeld een maatschappelijk werker, bewindvoerder, wijkteam van de gemeente of jeugdhulpverlener. Zij weten welke kinderen echt hulp nodig hebben en kunnen een aanvraag indienen. En zij zien er ook op toe dat de hulp goed terecht komt. De stichting hanteert
16
geen inkomenseis voor ouders, maar gaan ervan uit dat de hulpverlening goed zicht heeft op de sociale en financiële situatie van het gezin. Welzijn Hoeksche Waard Welzijn Hoeksche Waard werkt aan sociaal vitale kernen waarin iedereen mee kan doen. Ze inventariseren vragen van inwoners, brengen initiatieven van inwoners en organisaties bij elkaar en ondersteunen degenen die dat willen en nodig hebben. Er worden activiteiten georganiseerd voor jong en oud. Verder is er een vacaturebank bestaande uit vrijwillige banen. Welzijn Hoeksche Waard is intermediair van het Nationaal fonds Kinderhulp. Kwadraad Kwadraad is uitvoerder van het algemeen maatschappelijk werk. Verder kunnen inwoners er terecht voor juridische vraagstukken. VluchtelingenWerk VluchtelingenWerk (VW) ondersteunt vluchtelingen en asielzoekers vanaf het moment dat ze opgevangen worden in Nederland totdat ze zelfstandig hun weg hebben gevonden. VW Hoeksche Waard verleent naast deze basisdienstverlening ook maatschappelijke begeleiding van statushouders woonachtig in de Hoeksche Waard. Hoeksche Waard Actief Hoeksche Waard Actief helpt, adviseert en stimuleert verenigingen, sportclubs, cultuuraanbieders, scholen, bedrijven en inwoners bij initiatieven en vragen op het gebied van sport, cultuur en gezond leven. Ook zijn zij intermediair van het Jeugdfonds Sport & Cultuur.
HipHelpt Hoeksche Waard HipHelpt Hoeksche Waard (hulp in de praktijk) zorgt ervoor dat hulpvragers aan een hulpaanbieders gekoppeld worden. Vrijwilligers zetten zich in voor hun buurtgenoten die er alleen voor staan en bieden hulp aan mensen ongeacht hun cultuur of religie. Niemand hoeft alleen te staan. Samen een wandeling maken, in de tuin werken, of gewoon een praatje maken. Iemand die een lamp voor je ophangt, die meegaat naar de arts of die helpt om ingewikkelde formulieren in te vullen. Soms hebben mensen in nood hulp nodig bij iets alledaags. Schuldhulpmaatje Wij gaan deze beleidsperiode samenwerken met Schuldhulpmaatje Hoeksche Waard. Getrainde vrijwilligers bieden praktische en sociale ondersteuning en begeleiden inwoners daarmee naar financiële zelfredzaamheid. Stichting Jarige Job Stichting Jarige Job helpt kinderen uit kwetsbare gezinnen door het geven van een verjaardagsbox.
17
Hierin zit alles wat nodig is voor een echte verjaardag; thuis en op school. Gezinnen kunnen de verjaardagsbox zelf aanvragen. Stichting Anders Diverse ontwikkelingen in de samenleving zorgen ervoor dat we worden uitgedaagd om meer naar elkaar om te zien en elkaar meer te helpen waar nodig. Stichting Anders verbindt lokale noden van kwetsbare mensen aan lokale ondernemers die hier met hun eigen product, dienst of talent voor in actie komen. Kerken Kerken spelen een actieve rol in lokale armoedebestrijding. Zij bieden zowel immateriële als materiële hulp. Uit landelijk onderzoek blijkt dat bijna 30% van de diaconale organisaties betrokken is bij een noodfonds. De betrokkenheid bij een voedselbank is groot (72%). Dat gaat vooral via de inzet van vrijwilligers, het geven van voedsel, en het beschikbaar stellen van het kerkgebouw als steunpunt. Daarnaast valt de opkomst van maatjesprojecten op, waarin zichtbaar wordt dat diaconale organisaties naast inzet op noodhulp meer werk maken van het structureel begeleiden van mensen bij hun financiële problemen. Ook het uitdelen van kerstpakketten is stevig toegenomen.
13. Omvang en samenstelling doelgroep Algemene informatie gemeente Hoeksche Waard: -
88047 inwoners;
-
37566 huishoudens;
-
5700 personen met een inkomen tot en met 130% van het sociaal minimum;
-
3700 huishoudens met een inkomen tot en met 130% van het sociaal minimum;
-
1700 huishoudens met een geregistreerde (problematische) schulden (bron: CBS).
Hoeksche Waardse huishoudens met een inkomen tot en met 130% van het sociaal minimum: -
2500 eenpersoonshuishoudens;
-
700 paren zonder kinderen;
-
300 eenoudergezinnen;
-
200 huishoudens met kinderen;
-
900 minderjarige kinderen.
Hoeksche Waardse huishoudens met geregistreerde (problematische) schulden: -
520 eenpersoonshuishoudens;
-
340 paren zonder kinderen;
-
250 eenoudergezinnen;
-
590 huishoudens met kinderen.
18
19
Er zijn steeds meer huishoudens die geregistreerde problematische schulden hebben. Ook in de Hoeksche Waard zien we een stijging. In 2021 waren er 1700 huishoudens met geregistreerde problematische schulden. In 2023 is dit aantal gestegen naar 2080.
20
21