Bijlage 2 - Toelichting indicatieve kosteneffecten voorgestelde maatregelen.docx - Bevroren vers
Tekst van het document
Bijlage 2: Toelichting indicatieve kosteneffecten maatregelen In de keuzenotitie Grondstoffenbeleidsplan 2024-2030 worden voor de komende jaren verschillende maatregelen voorgesteld om tot meer scheiding van grondstoffen te komen. Deze maatregelen hebben effect op de structurele kosten en brengen ook eenmalige kosten met zich mee. De volgende twee figuren laten zien in welke ordegrootte we deze effecten op dit moment inschatten.
1/4
2/4
De maatregelen zijn er op gericht dat inwoners beter scheiden en minder restafval aanbieden. Dit heeft ook effect op de inkomsten van de gemeente uit het variabele tarief. Het verwachte effect is aangegeven. Vermindering van de service op restafval leidt tot lagere structurele kosten voor de gemeente1. Echter, de tariefstructuur van de afvalstoffenheffing is op dit moment zo dat de variabele verwerkingskosten van een restafvalaanbieding (14% van alle afvalkosten) lager zijn dan de inkomsten uit het variabele tarief (36% van de afvalinkomsten). Minder aanbiedingen van restafval leiden – zonder ingrijpen in de tarieven – dus tot een tekort op de gemeentelijke afvalbegroting. Dit betekent dat de gemeente het vastrecht en/of de variabele tarieven omhoog moet doen om dit tekort weer op te heffen. Dit geldt zowel voor het verlagen van de inzamelfrequentie van restafval als voor omgekeerd inzamelen. Dit effect noemt men ook wel de diftarparadox: als inwoners hun restafval beter gaan scheiden gaan de tarieven per aanbieding omhoog om de kosten te kunnen blijven dekken. Op basis van de verwachte kosteneffecten is in de volgende tabel tot 2030 een indicatie aangegeven van het effect dat we verwachten op de gemeentelijke netto kosten per aansluiting. We laten de verwachte kosten (eenmalig en structureel) per maatregel zien.
Ook geven we inzicht wat het effect is op de gemeentelijke netto kosten als de serviceverhogende maatregelen gecombineerd worden ofwel met verlaging van de frequentie van restafval ofwel met omgekeerd inzamelen.
indicatie effect op gemeentelijke netto kosten/aansluiting/jaar
servicemaatregel 1. textiel 4x/jr aan huis ophalen
eenmalig structureel totaal textiel 4x/jr eenmalig structureel totaal brengpunt apparaten eenmalig structureel totaal GFT-aanrechtbakje eenmalig structureel totaal extra papiermini
2. brengpunt per kern voor apparaten 3. GFT-aanrechtbakje
4. extra minicontainer voor papier totaal serviceverhoging
2024 €1 €1 €1 €1 €6 €6 €2 €2 € 10
2025
2026
2027
2028
2029
2030
€1 €1
€1 €1
€1 €1
€1 €1
€1 €1
€1 €1
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0 €2
€0 €0 €2
€0 €0 €2
€0 €0 €2
€0 €0 €2
€0 €0 €2
indicatie effect op gemeentelijke netto kosten/aansluiting/jaar
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
alle serviceverhoging (1-4) in combinatie met restafval 1x/4 weken
totaal
€ 15
-€ 7
-€ 7
-€ 7
-€ 7
-€ 7
-€ 7
alle serviceverhoging (1-4) in combinatie met omgekeerd inzamelen
totaal
€ 36
€ 28
-€ 14
-€ 14
-€ 14
-€ 14
-€ 14
voorbereiding en implementatie Kanttekening: deze besparing wordt alleen gerealiseerd als personeel en voertuigen efficiënt ingezet kunnen blijven worden (bijvoorbeeld te zijner tijd voor inzameling papier in voormalige ‘verenigingsgebieden’ in Hoeksche waard en voor inzameling papier in Goeree-Overflakkee na wisseling KAM-containers door MSTS-containers). 1
3/4
Met name voor omgekeerd inzamelen geldt dat de kosten de eerste twee jaren van invoering hoog zijn. De structurele kosten zijn na de eerste twee jaar wel lager dan bij verlaging van de restafvalfrequentie. De verwachte terugverdientijd bedraagt grofweg 5 jaar. Voor frequentieverlaging ligt de terugverdientijd rond 2 jaar.
4/4