CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 RSW 1.0 regio Hoeksche Waard

Besluitvormende raad 15 juni 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Regionale energie strategie (RES) regio HW, inclusief Regionale Structuur Warmte (RSW)13.783 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De vraag is echter wel hoe alle biomassa op een effi­ ciënte manier verzameld en verwerkt kan worden tot bruikbare biomassa of ­gas voor de verwarming van woningen of invoeding in het gasnetwerk. Er moet allereerst onderzocht worden wat het maatschappelijke draagvlak is in de regio om biomassa in te zetten voor de warmtevoorziening. Daarnaast is de totale hoeveelheid lokale biomassa niet oneindig en moet goed worden nagedacht waar dit het meest effectief kan worden ingezet in de transitie.

Zonthermie

Zonthermie wordt nu voornamelijk gebruikt voor de verwar­ ming van tapwater op individueel niveau. Hierbij verwarmen zonnecollectoren op de daken van woningen water, dat vervol­ gens wordt opgeslagen in een buffervat. In Nederland zijn er momenteel nog weinig toepassingen van zonnecollectoren in veldopstelling, waarbij op grote schaal warmte wordt opgewekt

Regionale Structuur Warmte 1.0 Regio Hoeksche Waard

Innovatie/hernieuwbaar gas

Brontemperatuur 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10

Q1

Q2

Q3

Q4

60

Als laatste is ook innovatie genoemd als mogelijke oplossing voor de woningen in onder andere het buitengebied. De ontwik­ kelingen van de warmtetechnologieën staat namelijk niet stil en niet elke woning en gebouw hoeven morgen al een aardgasvrije warmteoplossing te beschikken. Eén van de alternatieven die de laatste tijd steeds meer genoemd wordt is waterstof geprodu­ ceerd met duurzaam opgewekte elektriciteit. In bijlage 2 gaan we hier nader op in.

40 25

30

Figuur 13: Schatting van de brontemperatuur van zonthermie per kwartaal

voor een collectieve warmtevoorziening. Dit is echter wel een interessante techniek, door de relatief lage kosten en de moge­ lijke combinatie met PV­panelen (zogenoemde PVT­panelen). Hiermee kan met hetzelfde land­of dakgebruik zowel warmte als elektriciteit opgewekt worden. Bij zonthermie als warmtebron voor gebouwverwarming dienen de zonnecollectoren altijd gecombineerd te worden met een warmtepomp om het hele jaar door het water te kunnen verwarmen naar een temperatuur van 70°C. Door het systeem te combineren met warmteopslag in de bodem (WKO), kan het overschot aan warmte in de zomer opgeslagen worden en gebruikt worden op momenten dat de temperatuur van de zonnecollectoren lager is dan de opgeslagen warmte. Met name wijken in de Hoeksche Waard, die gelegen zijn aan de rand van een bebouwde kom, lenen zich mogelijk voor zonthermie. Een zonnepark waarbij warmte wordt opgewekt zou een lokaal kleinschalig warmtenet kunnen voeden. In het onderzoek naar passende warmteconcepten is zonthermie enkel beschouwd als collectieve oplossing. Dat vraagt dan wel om ruimtebeslag die concurrerend is met andere vormen van landgebruik, zoals agrarisch gebruik. Daarnaast is deze techniek interessant op individueel niveau en kan deze dienen als warmtebron voor all-electric oplossingen.

Met instemming van Stuurgroep RES 8 maart 2021

25

Hoofdstuk 4 - Bestaande en toekomstige infrastructuur Een belangrijk onderwerp binnen de RSW 1.0 is de benodigde warmte-infrastructuur. Binnen de RSW 1.0 denken we na over welke warmte-infrastructuur er uitgebreid of opgericht kan worden om beschikbare warmtebronnen te ontsluiten.

4.1 Voorlopig geen (boven)regionale warmte-­ infrastructuur

Of het zinvol is (boven)regionaal een warmtestructuur te organi­ seren hangt met name af of er een hoogwaardige warmtebron is, die meer warmte kan leveren dan kan worden afgezet in de nabijgelegen warmtevraaggebieden. Uit de inventarisatie van de aanwezige en potentiële warmtebronnen biedt diepe geothermie mogelijk deze potentie aan de westkant van de Hoeksche Waard. Op basis van de warmtevraagdichtheid op CBS­buurtniveau (zie figuur 2) is het echter niet aannemelijk dat er een regionale warmte-infrastructuur tussen de verschillende dorpen in de Hoeksche Waard gaat ontstaan. Op het oog zijn de warmtevraag­ gebieden relatief klein van omvang en zijn zij geografisch gezien relatief ver van elkaar verwijderd. Daarnaast zijn alternatieve toekomstige warmtebronnen beschikbaar, met name TEO, die grotere potentie kennen en door de benodigde schaal naar verwachting makkelijker te realiseren zijn. Om warmte uit omliggende regio’s, bijv. restwarmte uit Rotter­ dam, Moerdijk, Drechtsteden of geothermie uit Voorne­Putten, naar de Hoeksche Waard te transporteren (of vice versa) zijn lange transportleidingen nodig die deels onder water aangelegd moeten worden. Dit brengt hoge kosten met zich mee. Om dit rendabel te exploiteren dient de warmtevraag groot genoeg te zijn.

Daarnaast is er uit die regio’s zelf ook interesse om deze warmte in te zetten voor de verwarming van woningen, glas­ tuinbouw en industrie binnen het eigen gebied. Dit lijkt daarmee op dit moment ook niet aannemelijk als warmteoplossing voor de Hoeksche Waard. Eventuele collectieve warmtesystemen hebben daarom voorals­ nog een lokaal karakter hebben. Mocht de huidige situatie

26

veranderen, waardoor de lokale diepe geothermiepotentie en/of warmte vanuit omliggende regio’s toch kansrijk worden als toekomstige warmtebron(nen), dan is een verdiepende analyse nodig naar de mogelijkheden voor ontsluiting en koppeling van de warmtevraaggebieden in de Hoeksche Waard. Deze verdiepende analyse is een goede vervolgstap richting de RSW 2.0 en verder.

4.2 Lokale warmteprojecten in ontwikkeling

Er wordt onderzoek gedaan naar de potentie van TEO en TEA voor het verwarmen van woningen en/of gebouwen met maat­ schappelijk doel in de Hoeksche Waard

4.3 Toename elektriciteitsvraag

Net als in alle sectoren, gaat ook voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, elektriciteit een nog grotere rol spelen. Naar verwachting wordt een deel van de aardgasvrije ver­ warmingsoplossingen in de regio Hoeksche Waard middels individuele warmtepompen ingevuld (all-electric). Dit is naar verwachting vooral in het buitengebied het geval waar collec­ tieve oplossingen niet haalbaar zijn. Dit betekent dat de elektriciteitsvraag in de regio toeneemt bij het overstappen naar duurzame warmteopties. Ook de collec­ tieve warmtenetten die een laagtemperatuur bron benutten (zoals TEO) moeten met behulp van een collectieve warmtepomp elektrisch worden opgewaardeerd om warmte op de benodigde temperatuur te verkrijgen. Deze technieken vragen allemaal om elektriciteit. Om klimaatneutraal te kunnen worden moet deze elektriciteit duurzaam worden opgewekt. Binnen de RES-regio Hoeksche Waard wordt gekeken hoe de elektriciteitsvraag, die nodig is voor de warmtevoorziening, het beste kan worden ingevuld. Op dit moment is elektriciteit altijd beschikbaar, omdat kolen­, gas en kerncentrales het gehele jaar door kunnen leveren op basis van de vraag. Maar in de toekomst is het elektriciteits­ aanbod veel minder constant en ook deels seizoensafhankelijk

Regionale Structuur Warmte 1.0 Regio Hoeksche Waard

door een groter aandeel van zonne-energie en windenergie. Het opslaan van energie en in dit geval dus warmte is noodzakelijk. Bij de keuze voor de energie­infrastructuur is het daarom ver­ standig om meer rekening te houden met de (on)mogelijkheid om energie op te slaan. Belangrijk daarbij is te vermelden dat voor het voeden van warmtepompen elektriciteit uit windener­ gie veel meer geschikt is dan zonne-energie, omdat in het stookseizoen het aanbod van wind vele malen hoger ligt. De precieze verwachte toename in elektriciteit is nu nog zeer lastig te bepalen. Dit hangt af van welke technieken er uiteinde­ lijk toegepast worden en in welke mate gebouwen geïsoleerd worden. Het beeld met betrekking tot de extra benodigde elektriciteit wordt verder ingevuld als (wijk/dorps)uitvoerings­ plannen op lokaal niveau worden uitgewerkt en er keuzes voor technieken en bronnen worden gemaakt. Daarnaast ligt hier ook een duidelijke relatie met het onderdeel grootschalige opwek uit de RES.

4.4 Opgave netbeheer

Zoals geschetst neemt door de genoemde warmtepompen in woningen, gebouwen en wijken de vraag naar elektriciteit de komende jaren toe, dit als gevolg van het uitfaseren van aardgas. Dit gaat gepaard met een bijbehorende druk op het elektriciteits­ net. Op veel plaatsen kan dit leiden tot een noodzakelijke verzwaring van het elektriciteitsnet. Voor Stedin ligt er hiermee een 2-ledige opgave in het verschiet in RES-regio Hoeksche Waard. Aan de ene kant is het de uitda­ ging om de grootschalig opgewekte energie (onder andere als resultaat van de RES) op een goede manier technisch op te vangen. Aan de andere kant vraagt ook de warmtetransitie een aanpassing van de bestaande infrastructuur. Ook als er gekozen wordt voor een collectieve warmteoplossing, is er sprake van een grotere elektriciteitsvraag, voor onder andere het koken op inductie en eventueel de inzet van een collectieve warmtepomp bij de toepassing van een laagwaardige warmtebron zoals TEO. Daarbij komt ook nog een stijgende behoefte aan laadinfrastruc­ tuur voor elektrische auto’s in de wijken en dorpen.

Met instemming van Stuurgroep RES 8 maart 2021

De grootschalige opwek is in veel gevallen de grootste uitdaging, omdat het hier meteen om grote impact op het elektriciteitsnet gaat, zowel met betrekking tot het aantal kabels als het aantal stations. Binnen het traject van de RES onderzoekt de netbe­ heerder in welk tempo het elektriciteitsnet moet worden aangepast op de nieuwe situatie. Wanneer dit tempo niet aansluit op de vraag kan dit voor knelpunten zorgen. Voor de warmtetransitie geldt dat deze meer geleidelijk verloopt. De verwachting is dat Stedin hier beter op kan anticiperen en ervoor kan zorgen dat de netcapaciteit op orde is als een wijk/ dorp naar een alternatieve warmtevoorziening overgaat. Afstemming is hierbij wel de sleutelfactor. Beide vormen zijn kapitaalintensieve en in ‘maakbaarheid’ veeleisende ontwikke­ lingen. De ontwikkelingen in vraag naar en aanbod van energie gaan soms sneller dan een netbeheerder het netwerk aan kan passen. Het afstemmen van vraag en aanbod vraagt permanent overleg en goede afstemming tussen betrokken partijen. Net­ verzwaring met betrekking tot de warmtetransitie vraagt een goede afstemming van werkzaamheden met alle stakeholders en omwonenden. Dit om enerzijds maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden en anderzijds om de benodigde uitbrei­ ding te kunnen realiseren.

Aanpassing en uitbreiding van het elektriciteitsnet vraagt niet alleen veel van de netbeheerder, maar ook van de gemeente. De gemeente moet meer fysieke ruimte beschikbaar stellen voor het plaatsen van bijvoorbeeld extra transformatorhuisjes in woonwijken of voor het realiseren van een extra onderstation. Hiermee moet in de planvorming rekening worden gehouden. Daarnaast moet in de warmtetransitie het bestaande gasnet deels verdwijnen en deels behouden moeten blijven voor hernieuwbaar gas. Bij deze operatie heeft Stedin, als beheerder van het gasnet, uiteraard een belangrijke rol.

27

Hoofdstuk 5 - Regionale samenwerking De Hoeksche Waard is 1 van de 2 RES-regio’s in Nederland die bestaat uit 1 gemeente. Daarnaast blijkt uit deze RSW 1.0 dat het niet aannemelijk is dat er (boven) regionale warmte-­ infrastructuur nodig is c.q. ontstaat in de Hoeksche Waard. Daarom ligt voor de verdere uitvoering van de warmte­ transitie de focus vooral op de TVW en (wijk/dorp) uitvoerings­plannen. Daarnaast zoekt RES-regio Hoeksche Waard actief het gesprek op met omliggende regio’s en gemeenten (Rotterdam, Drecht­ steden, Voorne­Putten) over ontwikkelingen en kansen die een eventueel bovenregionale warmte-infrastructuur wel aanneme­ lijk kunnen maken. Als laatste is het reduceren van de warmtevraag door isolatie (en ventilatie) een absolute must voor een toekomstige, duur­ zame warmtevoorziening. Binnen de Hoeksche Waard wordt hier al enige jaren met verschillende partijen samen aan ge­ werkt met behulp van het Regionaal Energieloket en Energieke Regio. Die samenwerking zetten we voort.

28

Regionale Structuur Warmte 1.0 Regio Hoeksche Waard

Bijlage 1 - Verschillende warmtebronnen Deze bijlage bevat algemene informatie over de verschillende warmtebronnen die in deze RSW 1.0 zijn genoemd.

warmte compact in de woning op de slaan. Dat vraagt wel de nodige innovatie en extra ruimte in de gebouwen.

Werkingsprincipe van warmtepompen

Energie uit de bodem en diepere aardlagen

Er zijn warmtepompen die lucht gebruiken als warmtebron (lucht­water­warmtepompen) en die water gebruiken als warmte­ bron (water­water­warmtepompen). Een lucht­water­warmtepomp gebruikt als bron bijvoorbeeld buitenlucht. Een water­water­ warmtepomp gebruikt als bron bijvoorbeeld bodemenergie (WKO of bodemlus) of warmte uit zon (zonthermie). Voor het benutten van energie uit buitenlucht is een buitenunit nodig. Voor het benutten van warmte uit de bodem moet er een bodemlus geboord worden onder de woning of in de tuin. Voor het benutten van zonthermie moeten er thermische zonnepane­ len geplaats worden op het dak van de woning. Grotere gebou­ wen kunnen ook gebruik maken van een eigen warmte­en koude opslaginstallatie (WKO) om gebruik te maken van bodem­ energie als warmtebron. Er komen steeds meer nieuwe generatie warmtepompen op de markt, die een grotere temperatuursprong kunnen maken door gebruik te maken van andere koudemiddelen, zoals ammoniak (NH3) en CO2. De nieuwe generatie warmtepompen zijn oor­ spronkelijk ontwikkeld voor de industrie en worden daar al jaren toegepast. Het is dus al een bewezen techniek. Dit type warmtepompen is daarom uitermate geschikt voor het leveren van warmte aan een collectieve installatie in gebouwen of aan warmtenetten in wijken.

Speciaal voor woningen is er nu ook een individuele lucht­water­warmtepomp op de markt met als koudemiddel CO2, die zonder problemen 70°C kan produceren. Voordeel is dat je dan niet meer de bestaande radiatoren hoeft te vervangen. Nadeel is dat ze wel minder energie-efficiënt zijn. De verwachting is dat er ook water­water­warmtepompen voor woningen op de markt komen met dezelfde eigenschappen. Om op grotere schaal individuele warmtepompen in wijken toe te passen is het wel van belang dat er technieken komen om

Met instemming van Stuurgroep RES 8 maart 2021

In de ondergrond is water opgenomen in verschillende aard­ lagen. Naarmate je dieper komt wordt het steeds warmer. Uit de bodem en uit diepere aardlagen kan warmte onttrokken worden. Een vuistregel daarbij is, elke kilometer neemt de temperatuur met circa 30°C toe. Hoe dieper je dus boort, hoe hoger de tempe­ ratuur. Of je op een bepaalde diepte in Nederland deze warmte ook daadwerkelijk uit de aarde kan winnen, is sterk afhankelijk van de lokale eigenschappen van de aardlagen.

Bron

Diepte

Temperatuur

Bodemenergie (bodemlussen of WKO) Tot 500 meter

10 - 15 °C

Ondiepe geothermie

500-1500 meter

20 - 40 °C

Diepe geothermie

1,-4 kilometer

40 - 100 °C

Ultradiepe geothermie

4-6 kilometer

100 - 180 °C

Tabel 2: Bodemenergie en aardwarmte.

Het transporteren van warmte is kostbaar en bovendien gaat er warmte verloren, het water koelt namelijk af. Daarom wordt warmte uit de bodem en de diepere aardlagen bij voorkeur gewon­ nen in de omgeving waar het wordt gebruikt, om zo min mogelijk warmteverlies te hebben. Een goede afstemming met de lokale warmteafname is dus essentieel. Daarnaast moet de warmte ook uit bodem en de ondergrond te winnen zijn. Om te bepalen of bijvoorbeeld geothermie (technisch) winbaar is, onderzoekt een geothermie­bedrijf de ondergrond en de geschiktheid van diepere aardlagen. Verder hebben provincie, gemeenten en waterschappen regels opgenomen in verordeningen waar bij de aanleg van een bodemenergiesysteem of een geothermieproject rekening mee gehouden moet worden. Een belangrijke voorwaarde is dat het winnen van energie uit de bodem en de (diepe) ondergrond op

29

een veilig en verantwoorde manier voor mens, bodem, water, natuur en milieu plaatsvindt.

Aquathermie

Met alle thermische energie uit water (aquathermie) kan in potentie een groot deel van de gebouwde omgeving worden voorzien van warmte. Dat kan de energie zijn uit oppervlakte­, afval­en drinkwater (TEO, TEA en TED). Om deze bronnen te kunnen benutten moeten er wel warmtenetten ontwikkeld worden in wijken met een aanvoertemperatuur van maximaal 70°C. Voordeel is dat het op een kleinere schaal kan worden toegepast dan bij andere potentiële bronnen voor warmtenetten, zoals bij restwarmte en geothermie vaak het geval is. Door energie uit oppervlaktewater te onttrekken verbetert de Verwarmen met oppervlaktewater en warmte-koude opslag Oppervlaktewater wordt in de zomer sterk opgewarmd. Deze warmte kan onttrokken worden en tijdelijk worden opgeslagen in warmte-koude opslag (hierna: WKO)-bronnen in de bodem. In het stookseizoen kan deze warmte van circa 20°C gebruikt worden als bron voor een warmtepomp. Deze kan warmte tot circa 70°C leveren aan een gebouw of warmtenet. Vanuit de WKO-bron kunnen gebouwen ook gekoeld worden, maar dit is voor de werking van het systeem niet altijd noodzakelijk. Een warmtepomp kan ook direct warmte onttrekken uit het oppervlaktewater zonder gebruik te maken van een WKO-bron. Dit is wel minder efficiënt en hierdoor kan er ook minder warmte benut worden. WKO is een bewezen rendabele duurzame techniek, die al langer en vaak in Nederland is toege­ past.

Aangezien de temperatuur van de warmte uit een WKO-bron relatief laag is, is toepassing voorbehouden aan woningen die voldoende geïsoleerd zijn. Goed geïsoleerde woningen hebben verwarmingssystemen die geen hoge temperaturen vereisen, zoals vloeren wand­verwarming. De meeste woningen hebben echter andere verwarmingssystemen en een beperkte koudevraag. Daarom wordt WKO met name toegepast binnen (grote) kantoren, industrieterreinen of de glastuinbouw, maar nieuwbouwwoningen zijn ook kansrijk voor dergelijke collectieve systemen. De ondergrondse situatie is zeer relevant bij het vaststellen van WKO-kansen: de bodemgeschiktheid, bodemverontreiniging, archeologische waarden, drinkwaterwinning en drinkwater­ beschermingsgebieden bepalen of WKO ergens überhaupt een optie is. Ook de locaties van bestaande WKO-systemen zijn relevant, aangezien clustering kan leiden tot interferentie. Net als bij geothermie geldt ook hier dat veilig en verantwoord gehandeld moet worden (voor mens, bodem, water, milieu en natuur).

30

waterkwaliteit en kan hittestress worden verminderd. Voorbeel­ den van energie uit afvalwater zijn warmte uit het riool (rio-thermie) en uit het gezuiverde afvalwater (effluentwater) bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Bij laagwaardige warmtebronnen, zoals aquathermie is het van belang om te vermelden dat er elektrische warmtepompen nodig zijn om de warmte op het vereiste temperatuurniveau te krijgen voor het verwarmen van de woningen en deze te voorzien van warm tapwater. Er is bij de inzet van warmtepompen dus ook op termijn voldoende duurzame elektriciteit nodig.

Biomassa

Van biomassa in de vorm van bijvoorbeeld hout, bermgras, mest, slib, zeewier en mogelijk ook algen kan energie geproduceerd worden. De energie kan geproduceerd worden voor alle energie­ dragers en dus in alle sectoren, dus ook voor industrie en transport, worden ingezet. Biomassa is echter schaars en veroor­ zaakt uitstoot van fijnstof. Als warmtebron voor de gebouwde omgeving moet er daarom zeer zorgvuldig mee omgegaan worden. Bovendien is het de vraag of biomassa direct ingezet moet worden als energiebron in de gebouwde omgeving. Er zijn andere sectoren waarin biomassa efficiënter kan worden ingezet. Logischerwijs is het verstandig om de beschikbare biomassa alleen in te zetten als transitiebron bij de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten in de bestaande gebouwde omgeving, eventueel in combinatie met nieuwbouw. En dan met name daar waar er geen alternatieve bron, zoals restwarmte beschikbaar is. Het is dan wel van belang dat er een alternatieve duurzame warmtebron op locatie beschikbaar is, zodat de leveringszeker­ heid van warmte gegarandeerd kan worden. De lokale warmte­ netten op biomassa moeten daarom toewerken naar een aan­ voertemperatuur van maximaal 70°C. Bij een hogere aanvoertemperatuur is het advies om goede afspraken te maken met de vastgoedeigenaren, zodat de temperatuur voor het einde van de exploitatieduur van de biomassawarmtecentrale ver­ laagd kan worden.

Het verbranden van hout in woningen is niet efficiënt en milieubelastend en kan daarom beter voorkomen worden.

Regionale Structuur Warmte 1.0 Regio Hoeksche Waard

Restwarmte

Restwarmte komt vrij bij een productieproces. Er zijn vele verschillende soorten restwarmte met ook verschillende tempera­turen. Voor bestaande warmtenetten is restwarmte de meest voorkomende bron. Een mogelijk nadeel van restwarmte is de beschikbaarheid. Er is maar een beperkt aantal locaties waar restwarmte benut kan worden voor het verwarmen van de gebouwde omgeving en in sommige gevallen is het onzeker hoe lang de warmte beschik­ baar blijft. Omdat restwarmte een relatief goedkope bron is, moet het daar waar mogelijk worden benut voor de ontwikkeling van warmtenetten. Het is dan wel van belang dat er een alternatieve duurzame warmtebron op locatie beschikbaar komt, zodat de leveringszekerheid van warmte kan worden gegarandeerd voor een zeer lange tijd.

Zonthermie

Tot nu toe speelt zonthermie nauwelijks een rol in de warmte­ transitie. Enkel voor de opwek van een deel van het warm tapwater (zonneboilers) is deze techniek kleinschalig in Neder­ land toegepast. Voor ruimteverwarming was simpelweg de overbrugging tussen zomer en winter te lang. Maar ook dit gaat mogelijk veranderen. De nieuwe generatie thermische zonnepa­ nelen kunnen gedurende een langere tijd warmte uit de omge­ ving halen, niet alleen uit zon, maar ook uit buitenlucht. Dit is voldoende om zonder opslag een bron te kunnen zijn voor een warmtepomp in een woning gebouw of in de wijk. Ook kunnen er collectoren gemaakt worden van asfaltwegen. Door de ontwikkeling van warmteopslag kan (op termijn) zonthermie ook ingezet worden om een groot deel van het jaar een gebouw direct te verwarmen. Afhankelijk van het seizoen kunnen er temperaturen van tussen de 40°C en 80°C worden gehaald in een warmtebuffer. Met beperkte inzet van een warmtepomp kan het gehele jaar door warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater geleverd worden.

Hernieuwbaar gas

De alternatieve bronnen voor aardgas zijn beperkt. Zeker voor de grote hoeveelheid aardgas, die nu in Nederland en de rest van de wereld gebruikt wordt. Naast biogas en groen gas wordt water­

Met instemming van Stuurgroep RES 8 maart 2021

stof vaak genoemd als alternatief voor aardgas. Waterstof is geen bron maar een energiedrager en wordt gemaakt van aardgas (nu nog >90%) of van water met behulp van elektriciteit. Het is niet de verwachting dat waterstof een grote rol gaat spelen als energiedrager in de gebouwde omgeving zeker niet voor 2030. Uiteraard is waterstof wel van groot belang als grondstof voor de industrie en mogelijk als energiebron voor (zwaarder) transport en de industrie. Daar zijn namelijk geen alternatieven beschikbaar. Na 2030 komt mogelijk wel (wat) groene waterstof beschikbaar voor de gebouwde omgeving als er dan tenminste voldoende groene waterstof geproduceerd wordt tegen een aantrekkelijke prijs.

Fossiele bronnen

In elk scenario en bij elke infrastructuur zijn we in de energie­ transitie voorlopig nog afhankelijk van fossiele bronnen. Geleidelijk nemen we eerst afscheid van kolen en daarna ook van aardgas. Deze uitfasering kost tijd, daarom is het tijdelijk gebruik maken van fossiele bronnen noodzakelijk. Bij de keuze voor een nieuwe energie­infrastructuur is het wel belangrijk dat er voldoende en bewezen alternatieven beschikbaar zijn, zodat de fossiele bronnen zo snel als mogelijk uitgefaseerd kunnen worden. Belangrijk is dus dat door de keuze minder fossiele brandstoffen nodig zijn en de afhankelijkheid ervan zoveel mogelijk beperkt wordt.

Afhankelijkheid van fossiele bronnen Tijdens de energietransitie blijven we afhankelijk van fossiele bronnen. Een goed voorbeeld van deze afhankelijkheid is een woning die zonnepanelen heeft liggen op het dak. Het grootste deel van de energie, die wordt opgewekt door de panelen, kan niet gelijktijdig worden gebruikt in de woning en wordt dus terug geleverd aan het elektriciteitsnet en elders gebruikt. Als het daaren­ tegen donker is of bewolkt en de panelen niet of nauwelijks elektriciteit produceren, wordt er elektriciteit uit het elektriciteitsnet gebruikt. Deze elektriciteit wordt opgewekt met een mix van bronnen, nu nog circa 80% fossiel (aardgas en kolen). Dat neemt niet weg dat het goed is dat er zonnepanelen op daken worden geplaatst. Dit draagt zeker bij aan vergroening van de elektrici­ teitsmix in Nederland. Al het dakoppervlak in Nederland willen we dan ook zoveel mogelijk benutten voor de productie van hernieuwbare elektriciteit.

31

Bijlage 2 - Factsheets Deze bijlage bevat de factsheets van de onderzochte, toekomstige warmtebronnen (bron: Inventarisatie passende warmteconcepten, Over Morgen, 2018). Uitleg over hoe deze factsheets dienen te worden gelezen, is opgenomen in paragraaf 3.3. Van de volgende bronnen zijn factsheets opgenomen: • Restwarmte: - Laagwaardig (temperaturen <70°C) • Geothermie: - Ondiep: Lage temperatuur aardwarmte (500m­1.500m) - Diep: Hoge temperatuur aardwarmte (1.500­4.000m) • Aquathermie: - Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) • Biomassa: - Hout - Biogas • Zonthermie

32

Regionale Structuur Warmte 1.0 Regio Hoeksche Waard

Met instemming van Stuurgroep RES 8 maart 2021

33

34

Regionale Structuur Warmte 1.0 Regio Hoeksche Waard

Met instemming van Stuurgroep RES 8 maart 2021

35

36

Regionale Structuur Warmte 1.0 Regio Hoeksche Waard

Met instemming van Stuurgroep RES 8 maart 2021

37

38

Regionale Structuur Warmte 1.0 Regio Hoeksche Waard

Bijlage 3 - Opbouw gebouwde omgeving Deze bijlage bevat nadere informatie over met betrekking tot de opbouw van de gebouwde omgeving in de verschillende dorpen van de Hoeksche Waard. Kern

Totalen per kern *Selectie bouwjaar bevat ook bijgebouwen

meer­ rijwoningen twee-onder-­ vrijstaandeTotaal gezinseenkap­ woning woningen woningen woning Goudswaard 13 385 54 149 601 Heinenoord 33 803 70 151 1057 Klaaswaal 42 892 134 248 1316 Maasdam 22 691 126 366 1205 Mijnsheerenland 14 1139 86 277 1516 Nieuw-­Beijerland 16 831 144 208 1199 Numansdorp 112 2067 269 502 2950 Oud-­Beijerland 162 6706 542 616 8026 Piershil 9 350 49 108 516 Puttershoek 68 2067 161 268 2564 ‘s Gravendeel 106 1726 302 460 2594 Strijen 109 1676 279 571 2635 Strijensas 3 69 35 57 164 Westmaas 4 616 79 91 790 Zuid-­Beijerland 12 790 115 271 1188 Kern Goudswaard Heinenoord Klaaswaal Maasdam Mijnsheerenland Nieuw-Beijerland Numansdorp Oud-Beijerland Piershil Puttershoek s Gravendeel Strijen Strijensas Westmaas Zuid-Beijerland

aantal inwoners Som SJV gas m3 1590 910.830 2595 1.501.340 3465 2.023.472 3040 2.209.234 3840 2.759.750 3605 1.863.075 7565 4.635.586 23775 11.953.400 1455 836.870 6965 3.603.423 7900 3.960.123 7050 4.041.800 380 242.586 1810 1.337.104 2805 1.926.993

Met instemming van Stuurgroep RES 8 maart 2021

Sum SJV elk kWh 2.205.149 4.050.820 5.003.268 5.092.316 6.442.632 4.584.330 11.334.631 30.584.179 1.943.239 9.230.938 9.668.884 10.602.401 577.662 2.949.742 4.187.425

A+ 0 0 1 8 0 0 0 56 0 19 23 10 0 0 0

A

B

C

D

E

F

58 87 198 172 97 371 91 172 686 63 192 428 162 211 848 97 161 544 273 408 1187 939 1005 3706 44 51 204 417 314 1047 260 356 1256 230 526 1196 9 9 34 63 50 446 147 146 474

45 84 68 156 90 119 143 571 36 272 95 121 17 82 107

81 66 54 119 65 88 268 612 73 193 76 117 9 48 69

39 113 75 84 89 85 317 688 47 146 117 118 34 41 90

G <1920 >1920- >1950- >1975- >1990- >2005 1950 1975 1990 2005 93 155 169 155 51 105 354 449 61 156 411 317 52 60 155

51 98 73 80 30 51 97 311 20 81 236 97 25 40 54

70 53 131 82 28 75 289 556 65 110 239 257 47 32 139

182 436 587 534 599 605 1269 2499 211 1291 864 1061 54 450 490

138 192 218 236 504 194 552 2722 106 385 680 569 28 163 227

127 136 255 230 235 233 615 1546 77 442 415 526 6 57 173

43 156 62 64 137 57 159 487 46 286 217 152 7 60 113

bij­ Totaal gebouw bouwjaren 10 14 10 21 17 16 31 95 9 31 57 27 3 12 8

601 1057 1316 1205 1516 1199 2950 8026 516 2564 2594 2635 164 790 1188

Totaal kWh TWh 11.103.958 0,011 18.718.912 0,019 24.772.589 0,025 26.676.532 0,027 33.405.390 0,033 22.786.573 0,023 56.624.306 0,057 147.368.897 0,147 10.119.459 0,010 44.436.381 0,044 48.359.286 0,048 50.090.787 0,050 2.947.727 0,003 16.013.248 0,016 23.014.147 0,023

39

40

Regionale Structuur Warmte 1.0 Regio Hoeksche Waard

Met instemming van Stuurgroep RES 8 maart 2021

41

42

Regionale Structuur Warmte 1.0 Regio Hoeksche Waard

Met instemming van Stuurgroep RES 8 maart 2021

43

44

Regionale Structuur Warmte 1.0 Regio Hoeksche Waard

Met instemming van Stuurgroep RES 8 maart 2021

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10135344/1