Bijlage 2. memo behorende bij regionale realisatie agenda versie 120123
Tekst van het document
Memo tekstuele wijzigingen regionale realisatie agenda 13 januari
In geel gearceerd de wijzigingen in de tekst Pagina en hoofdstuk 3, doel
3, overwegingen
6, inhoud regionale woondeals
Tekstaanpassing Het doel van de regionale realisatieagenda’s vanuit het Rijk en de provincie is om samen met regio’s/gemeenten afspraken te maken over kwantitatieve en nadrukkelijk ook kwalitatieve doelstellingen en het oplossen van de kritische succesfactoren om de voortgang/versnelling van de woningbouw te kunnen realiseren. De minister voor VRO, het college van GS, de colleges van Dijkgraaf en heemraden (hierna: college van D&H) en de colleges van Burgemeester en Wethouders (hierna: colleges van B&W) bevestigen gezamenlijk alle benodigde inspanningen te verrichten ter uitvoering van de afspraken opgenomen in deze regionale realisatieagenda. Uitgangspunt is dat wordt gestreefd naar het maximale, maar niet het onmogelijke. Toegevoegd onder ‘van provinciale naar regionale opgave’ : Voor deze indeling worden de volgende definities gehanteerd, vooruitlopend op de definities die het ministerie van BZK zal formuleren in de ‘wet versterken regie volkshuisvesting’: Een sociale huurwoning is een woning: • Met een huur onder de liberalisatiegrens; • Die inzetbaar voor een brede doelgroep; • blijft ministens 25 jaar in de sociale voorraad. Een betaalbare woning is een woning die: • Een huur heeft van maximaal €1.000 per maand (prijspeil 2022), of • Een koopprijs heeft tot maximaal €355.000,-
6, inhoud regionale woondeals
Toegevoegd onder ‘bouwlocaties’:
6. inhoud regionale woondeals:
Toegevoegd onder ‘betaalbaarheid’
7.Samenwerking en sturing
Na een looptijd van een jaar wordt een evaluatie uitgevoerd door de ondertekenende partijen.
Bij nieuwe locaties die nog niet in de pijplijn zitten (proces bestemmingsplan, anterieure overeenkomst), wordt vanaf 2025 ‘water en bodem sturend’ uitgangspunt en wordt rekening gehouden met klimaat adaptief bouwen. Waar dat kan leiden tot problemen in de realisatie wordt dat besproken tussen betrokken partijen.
•
De gemeenten onderschrijven de ambitie van het Rijk en de provincie dat elke gemeente streeft naar minimaal 30% sociale huur en twee derde betaalbare woningen in de voorraad en zich zullen zich daarvoor maximaal inspannen, rekening houdend met de kritische succesfactoren. Dit vanuit de gedachte dat elke gemeente zijn fair share neemt op basis van wat maximaal haalbaar is. Wat ‘fair’ en wat maximaal haalbaar is, dat is maatwerk en dat wordt door partijen verder uitgewerkt in 2023. Dit betekent voor gemeenten met minder dan 30% dat zij vanaf 2025 de beweging maken richting de 30% en voor gemeenten met meer dan 30% dat zij streven naar het op peil houden van de voorraad sociale huurwoningen. Gemeenten en corporaties gaan in 2023 met elkaar in gesprek over de concrete uitwerking van deze ambities in het woningbouwprogramma.