CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Analyse bestaande visies Berenschot

Oordeelsvormende vergadering 23 januari 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: RIB Toekomstvisie (met presentatie)2.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1/6

Memo Van:

Harmen Binnema & Pepijn van der Beek

Datum:

4 december 2023

Aan:

Astrid de Gooijer

Status:

Vertrouwelijk

Onderwerp:

Analyse visies Hoeksche Waard

Aanleiding De gemeente Hoeksche Waard heeft Berenschot gevraagd te ondersteunen bij de voorbereiding van een mogelijk op te stellen integrale toekomstvisie. De eerste stap in dat proces is het in beeld brengen van de bestaande visies op de verschillende deelterreinen en deze te analyseren. De analyse geeft een beeld van waar Hoeksche Waard in 2030 op basis van deze plannen staat. De analyse van de visies heeft twee doelen: 1. Inzicht geven in de scope van de visies (zowel qua inhoud als qua looptijd). Daarmee willen we een compleet beeld krijgen van wat er nu ligt aan visies. 2. In kaart brengen wat nog mist of niet volledig is. Bijvoorbeeld omdat een visie met name domeinspecifiek/sectoraal is ingestoken of alleen vanuit de rol van de overheid. Deze analyse richt zich op de visies die door de gemeente en maatschappelijke partners zijn gemaakt en een aantal regionale visies. Mocht hierop een volgende fase van de toekomstvisie volgen, dan zullen ook andere regionale en landelijke visies bij het opstellen daarvan worden betrokken.1

Aanpak Voor de analyse heeft Berenschot een kader opgezet, dat het mogelijk maakt een overzicht te krijgen over welke visies het gaat en een vergelijking van deze visies te kunnen maken. Het kader bestaat uit een deel waarin de feitelijke gegevens van iedere samenwerking worden weergegeven en daarna per samenwerking een aantal inhoudelijke aspecten. Wat betreft de feitelijke gegevens: 1. Titel van de visie 2. Wanneer opgesteld 3. Looptijd van de visie 4. Door wie de visie is opgesteld c.q. geaccordeerd Vervolgens meer inhoudelijk: 1. Op welk(e) beleidsterrein(en)/domein(en) heeft de visie betrekking? 2. Welke opgaven zijn in de visie geformuleerd?

Denk aan: de uitkomsten van de inventarisatie ruimtelijke puzzel, inventarisatie mobiliteitsplan, bouwstenen die opkomen vanuit o.a. het traject Eigenheimers of de vertaling naar de Hoeksche Waard van het rapport Nederland 2040. 1

2/6

3. Welke doelen (wat willen we bereiken) en resultaten (hoe draagt de gemeente hieraan bij) zijn in de visie geformuleerd? a. Hoe concreet zijn deze doelen en resultaten? b. Zijn aan deze doelen en resultaten ook (financiële) middelen gekoppeld? 4. Op welke manier wordt de voortgang gemonitord/geëvalueerd? 5. Zijn er nog andere betrokkenen dan de gemeente (bijv. maatschappelijke partners, bedrijfsleven en andere overheden)? 6. Wordt er een relatie gelegd met andere beleidsterreinen en met andere visies (integraliteit)?

Conclusie De analyse leidt tot de volgende conclusies op hoofdlijnen, die we in de analyse hierna verder uitwerken. De bestaande visies dekken al een groot deel van de beleidsterreinen van de gemeenten, maar de opgaven zijn vaak impliciet en de doelen en resultaten ontbreken of zijn redelijk abstract geformuleerd. Er ligt al een breed palet van visies waarin verschillende beleidsterreinen naar voren komen, maar voor welke opgaven die visies zijn bedoeld, is niet altijd duidelijk. Ook zien we verschillen in de concreetheid van de doelen en resultaten, net als in de mate waarin voortgang wordt gemonitord om te kijken of die resultaten ook worden behaald. De tijdshorizon van de visies loopt nogal uiteen en bij sommige visies is de looptijd niet afgebakend. De looptijden van de visies laten een grote variatie zien: een deel loopt binnen de komende drie jaar af (einde raadsperiode), een ander deel heeft een langere looptijd. Bij een aantal visies is de looptijd niet helemaal duidelijk of is die bewust niet afgebakend. Ook zijn er nog nieuwe visies in ontwikkeling, onder meer over mobiliteit en het buitengebied. De nadruk van de visies ligt op het ruimtelijk domein (inclusief wonen, landbouw) en ten dele op het sociaal domein (met name wonen en zorg). De integraliteit van de visies kan worden versterkt.

De ruimtelijke thema’s, in het bijzonder duurzaamheid en klimaat, komen in veel visies voor en ook het sociaal domein krijgt relatief veel aandacht, vooral in relatie met zorg, wonen en samenleven. In de Omgevingsvisie komen veel beleidsterreinen samen en die visie is ook door de aard van de visie het meest integraal. Bij verschillende visies wordt de relatie met andere beleidsterreinen minder gelegd of wordt niet concreet wat het effect is van die relatie op de betreffende visie. De focus van de visies ligt meestal op de (rol van de) gemeente en minder op maatschappelijke partners of de regio. De betrokkenheid van inwoners, maatschappelijke partners en andere overheden wordt in veel visies benoemd en zij lijken op een of andere manier bij de totstandkoming van die visies betrokken te zijn geweest. Welke rol zij precies hebben, in welke fase zij zijn betrokken en wat met de input is gedaan, is minder duidelijk. Daarnaast gaan de visies meestal niet in op hoe wat daarin staat zich verhoudt tot ontwikkelingen en keuzes in de regio. Hieronder gaan we op de verschillende aspecten van de visies nader in. Onze overkoepelende conclusie is dat de toegevoegde waarde van een toekomstvisie kan zijn om ruimtelijk en sociaal-maatschappelijk te verbinden, meer lijn aan te brengen in de tijdshorizon van visies, meer integraal te werken en meer oriëntatie op de omgeving te brengen.

3/6

Analyse In tabel 1 zijn de visies weergegeven die al door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Tabel 2 geeft de visies weer die nog in ontwikkeling zijn en de visies die door andere overheden, door maatschappelijke partners en/of in de regio zijn gemaakt. Tabel 1. Overzicht van door de gemeenteraad vastgestelde visies Naam

Vastgesteld door?

Looptijd

Cultuurnota

Gemeenteraad

2024

Opgave Levendige Dorpen

Gemeenteraad

2026

Opgave Duurzaam Eiland

Gemeenteraad

2026

Opgave Inclusieve samenleving

Gemeenteraad

2026

Opgave Hoeksche Waard in de omgeving

Gemeenteraad

2026

Wonen Welzijn en Zorg visie

Gemeenteraad

2030

Visie vrijetijdseconomie

Gemeenteraad

2030

Participatievisie

Gemeenteraad

2030

RES 2.0

Gemeenteraad

2030 (horizon) 2050 (doorkijk)

Regionale woonvisie

Gemeenteraad

2030

Omgevingsvisie

gemeenteraad

geen einddatum

Leidraad

Gemeenteraad

geen einddatum

Ambitiedocument Zuid-Hollandse Delta

gemeenteraad

niet gedefinieerd

Detailhandelsvisie

Gemeenteraad

niet gedefinieerd

Tabel 2. Overzicht van visies nog in ontwikkeling en visies van andere partijen Naam

Looptijd

Mobiliteitsplan

nog in ontwikkeling

2034

Visie Samenleven

nog in ontwikkeling

onbekend

Visie/Weegschaal Multifunctionele Landbouw

nog in ontwikkeling

niet gedefinieerd

Visie Buitengebied

nog in ontwikkeling

niet gedefinieerd

Visie op de HW als landbouwgemeente

nog geen concrete stap

Visie LTO

LTO

4/6

Naam

Looptijd

Visie HWL 2050

bestuur HWL

Watervisie WSHD 2050

bestuur waterschap

2050

Visie Haven Rotterdam

convenantpartners havenbedrijf (gemeente Rotterdam, provincie, Rijk)

2030

In deze analyse gaan we specifiek in op 1) looptijd, 2) beleidsterreinen, 3) opgaven, doelen en resultaten, 4) andere betrokkenen en 5) integraliteit.

Looptijd Een deel van de visies loopt al binnenkort af: de Cultuurnota in 2024, de vier Opgaven in 2026, gelijk met de raadsperiode. Gezien het karakter van de Cultuurnota (meer een beleidskader en inventarisatie dan een visie) is de vraag of het een opvolging krijgt in de huidige vorm. De opgaven komen uit het collegeprogramma en zullen na de verkiezingen van 2026 sowieso opnieuw worden bekeken. De visie Wonen Welzijn en Zorg, de visie Vrijetijdseconomie, Participatievisie, de RES 2.0 en de Regionale woonvisie lopen allemaal tot en met 2030. Dat betekent dat er sowieso een kans ligt om in dezelfde periode naar opvolging en/of herziening van deze visies te kijken en dat ook meer in samenhang te doen. Het vraagt dan wel tijdige actie als die voorzetting of actualisatie gewenst is. Bij sommige visies is de looptijd onbekend, of moet die nog worden bepaald zoals bijvoorbeeld bij de visies op samenleven of buitengebied die nog in ontwikkeling zin. Bij de Omgevingsvisie en de bijbehorende Leidraad is niet voor een einddatum gekozen. Het voordeel van integrale Toekomstvisie (met bijvoorbeeld horizon 2040 of 2050) is dat daarmee ook de looptijd gelijk wordt getrokken. Bestaande visies, zeker die met looptijd tot 2030 of zonder specifiek bepaalde einddatum, kunnen daarin zo veel mogelijk worden geïntegreerd.

Beleidsterreinen De focus van de visies ligt op een aantal beleidsterreinen: met name duurzaamheid/klimaat is onderwerp van veel visies. Ook sociaal domein komt regelmatig terug, bijvoorbeeld in relatie tot wonen, welzijn en zorg, maar ook in de opgave Inclusieve samenleving en bij de visie Samenleven die nog in ontwikkeling is. Andere beleidsterreinen waar de visies betrekking op hebben zijn recreatie & toerisme en landbouw, onder meer in de Omgevingsvisie, maar ook bij de Visie LTO en de visie op Hoeksche Waard als landbouwgemeente die in voorbereiding is. Ook voor de beleidsterreinen wonen, economie, cultuur en zorg zijn visies ontwikkeld (hoewel cultuur meer een inventariserende nota is dan een visie) en er zijn ook visies over communicatie & participatie, onderwijs, veiligheid (als onderdeel van de Omgevingsvisie), terwijl voor mobiliteit een visie in ontwikkeling is. Het algemene beeld is dat de visies sterk op de ruimtelijke thema’s zijn gericht, in het bijzonder duurzaamheid en klimaat. Ook het sociaal domein krijgt relatief veel aandacht, vooral in relatie met zorg en wonen en met samenleven. De meeste beleidsterreinen komen samen in de Omgevingsvisie en ook de thema’s van andere visies zijn aan de Omgevingsvisie gelinkt (bijv. de detailhandelsvisie).

5/6

Welke beleidsterreinen missen nog of krijgen minder aandacht in de bestaande visies en zouden een plek kunnen krijgen in de Toekomstvisie? Binnen het sociaal domein gaat het dan om werk & inkomen en jeugdzorg. Bij de thema’s buitengebied en landbouw kan nog natuur worden toegevoegd. Een laatste thema betreft bestuurlijke samenwerking (met inwoners, maatschappelijke partners, andere overheden), waarbij er een link is met de opgave Hoeksche Waard in de omgeving.

Opgaven, doelen en resultaten De opgave is als het ware de probleemstelling: hoe ziet de huidige situatie eruit, wat is de gewenste situatie en wat kun je doen om de gewenste situatie zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. Daar horen doelen en resultaten bij die concreet maken welke stappen dan gezet moeten worden. In veel van de visies wordt de opgave niet op die manier geformuleerd, maar is die er wel uit af te leiden. Regelmatig wordt de opgave omschreven als iets dat van belang is (“de vrijetijdssector is belangrijk voor de werkgelegenheid, de aantrekkingskracht als gemeente en het voorzieningenniveau”) en volgt daaruit wat er moet gebeuren om dat te behouden of te versterken. Het duidelijkst komen de opgaven naar voren in de Omgevingsvisie, waar specifiek een vijftal worden benoemd als Hoeksche werken: •

Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig

•

Vitaal economisch klimaat

•

Bereikbaar, nabij en toegankelijk

•

Duurzame, innovatieve landbouw

•

Vitale dorpen en actieve samenleving

Bij elk van die opgaven is onder het kopje ‘hoe gaan we dat bereiken’ in grote lijnen aangegeven wat de doelen en resultaten zijn die daarbij horen. Ook de vier Opgaven die uit het collegeprogramma komen, zijn gekoppeld aan doelen (wat willen we bereiken?) en resultaten (wat gaan we ervoor doen?). Bij andere visies, waar de opgave wat implicieter is geformuleerd of vooral de gewenste situatie (‘zorg voor wie dat nodig heeft’, ‘goede bereikbaarheid’, ‘doorontwikkeling agrarische functie buitengebied’) is weergegeven, zijn ook de doelen en resultaten minder concreet of niet aanwezig. Daardoor blijft het wat in het midden wie wat gaat doen – wat hoort op het bordje van de gemeente, wat gaat in samenwerking met anderen en wat moeten die anderen vooral zelf gaan oppakken? Voor een Toekomstvisie is het dan verstandig voort te bouwen op de concrete opgaven die al benoemd zijn, maar daar duidelijker de huidige en gewenste situatie te formuleren. Voor visies die nog geen expliciete opgave hebben benoemd, moet die alsnog worden geformuleerd. Dat maakt het ook makkelijker om concrete doelen en resultaten hieraan te koppelen.

Andere betrokkenen Het beeld van de betrokkenheid van andere partijen is wisselend. Bij een aantal visies is niet goed na te gaan wie er bij betrokken zijn geweest en op welke manier. Voor diverse visies is dat wel het geval en lijken de relevante maatschappelijke partijen in beeld. Bij de visie op mobiliteit (nog in ontwikkeling) worden een ondernemersvereniging, scholen, sportverenigingen, Veilig Verkeer Nederland, de Fietsersbond en diverse anderen betrokken. Ondernemers, culturele organisaties, natuurbeheerders, inwoners en andere belanghebbenden zijn op verschillende manieren bij de totstandkoming van de visie op vrijetijdseconomie betrokken.

6/6

Bij de woonvisie waren dat makelaars, ontwikkelaars, ondernemers, corporaties, zorg- en welzijnsinstellingen en inwoners van de Hoeksche Waard. Ook wordt samengewerkt met andere overheden, zoals met Waterschap Hollandse Delta en de Provincie Zuid-Holland bij de RES 2.0 en bij een aantal visies konden inwoners meepraten of werden zij via een enquête geraadpleegd. Uit de visies is niet zo goed op te maken wat nu precies de rol van de andere betrokkenen is geweest, in welke fase van de totstandkoming van de visies zij aan bod kwamen en wat er met hun input en feedback is gedaan. Voor het opstellen van een Toekomstvisie is het goed om hier aan de voorkant heldere afspraken over te maken en verwachtingen te managen.

Integraliteit We zien dat een aantal visies een afgebakend onderwerp hebben en zijn geschreven vanuit een specifieke sector of beleidsdomein. Dat kan logisch zijn gezien de insteek van de visie, maar daardoor zijn er vaak weinig zichtbare dwarsverbanden met andere beleidsterreinen. Andere visies zijn wat meer integraal, in elk geval wordt er dan met naam en toenaam aandacht gegeven aan die aanpalende beleidsterreinen. Denk bijvoorbeeld aan de visie op vrijetijdseconomie waar de ‘crossover’ wordt benoemd met detailhandel, landbouw, mobiliteit en duurzaamheid. Integraliteit zien we het sterkste in de Omgevingsvisie, waar met name ruimte, economie, landbouw, wonen en duurzaamheid in samenhang worden besproken. We zien het ook in een visie die meer op werkwijze en proces gericht is en daarmee op allerlei terreinen toepasbaar, zoals de visie op participatie. De meerwaarde van de Toekomstvisie kan zijn dat die per definitie integraal is en de onderlinge relaties tussen de beleidsterreinen en de opgaven daarin worden gelegd.

Aandachtspunten voor het vervolg 1. Een toekomstvisie is in onze ogen niet alleen van overheid of gemeentebestuur, maar ook een maatschappelijke agenda. Wat wordt bij het mogelijk opstellen van een Toekomstvisie de rol van andere betrokkenen? Het gaat ons er niet om dat het een bepaalde vorm moet hebben, maar wel dat bij de start hier goed over wordt nagedacht en de keuze voor het proces ook actief wordt gecommuniceerd. 2. In een toekomstvisie is het goed om meer zichtbare verbindingen tussen de opgaven en beleidsthema’s te leggen, waarbij er goede voorbeelden zijn van visies die al meer integraal zijn. Door het meer integraal in een toekomstvisie weer te geven, worden ook de dilemma’s en opgaven die met elkaar strijdig zijn beter zichtbaar. 3. Afweging over looptijd/horizon van een toekomstvisie. De praktische aanleiding hiervoor is dat verschillende bestaande visies aflopen tussen nu en 2030 en de vraag naar actualisatie redelijk snel aan de orde kan komen. Een toekomstvisie vraagt om een lange termijnperspectief (dus niet een te korte looptijd) en tegelijk is het risico van een einddatum te ver in de toekomst dat het lastig kan zijn de focus op concreet, haalbaar en uitvoerbaar te houden. 4. Het is eigen aan visies dat die in zekere mate abstract zijn (‘stip op de horizon’), maar er is in een toekomstvisie wel winst te behalen in de mate van concreetheid en afrekenbaarheid.

Dat begint met het scherp formuleren van opgaven om er doelen en resultaten aan te kunnen koppelen. Dan kan de toekomstvisie beter worden vertaald in een uitvoeringsprogramma en het vergemakkelijkt het monitoren van de voortgang en het onderweg bijsturen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13694831/1