Bijlage 2 4C Def. Samenwerkingsovereenkomst BWMO HGKM 2026-2036 1
Tekst van het document
Regionale samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen, opvang en regionale aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Zuid-Hollandse Eilanden Ondergetekenden De gemeente Goeree-Overflakkee, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, mevrouw. A. Grootenboer-Dubbelman, handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders van XXXX 2025, hierna te noemen "de gemeente Goeree-Overflakkee" en De gemeente Hoeksche Waard, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, mevrouw M. Witte, handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders van XXXX 2025, hierna te noemen "de gemeente Hoeksche Waard" en De gemeente Nissewaard, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer C. Lamers, handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders van XXXX 2025, hierna te noemen "de gemeente Nissewaard" en De gemeente Voorne aan Zee, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer A. Scheepers, handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders van XXXX 2025, hierna te noemen "de gemeente Voorne aan Zee” Hierna gezamenlijk te noemen ‘Partijen’, Overwegende dat: • • • • • •
Partijen de wens hebben uitgesproken om samen te werken op het gebied van beschermd wonen, opvang, vrouwenopvang en de regionale aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling; Partijen de plicht hebben om binnen de regio Zuid-Hollandse Eilanden samen te werken aan beschermd wonen op basis van de Norm voor Opdrachtgeverschap; Partijen uitvoering willen geven aan de Doelennotitie Samenwerken aan een Beschermd Thuis op de Zuid-Hollandse Eilanden en de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling; Partijen een langjarige regionale samenwerking wenselijk achten vanuit het oogpunt van kwaliteit, solidariteit, borging van continuïteit en verhoging van efficiëntie; Partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het bewaken en bevorderen van de vastgestelde en vast te stellen gezamenlijke doelen van deze regionale samenwerking; Partijen middels een samenwerkingsovereenkomst helderheid willen bieden over de rollen, taken en verantwoordelijkheden van Partijen, zowel bestuurlijk als ambtelijk;
•
Gemeente Nissewaard bereid is om in het kader van deze samenwerking als centrumgemeente te (blijven) fungeren en in die hoedanigheid een aantal taken namens Partijen uit te voeren, gelet op artikel 10:4 in de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
Besluiten: te sluiten de Regionale samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen, opvang en regionale aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Zuid-Hollandse Eilanden
Hoofdstuk 1: Doel, definities en reikwijdte Artikel 1 – Definities In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a. centrumgemeente: gemeente Nissewaard; b. college: college van burgemeester en wethouders; c. dienstverleningsovereenkomst: een formele afspraak tussen Partijen, waarbij elke Partij zich verbindt om specifieke diensten te verlenen ten behoeve van de uitvoering van de Regionale samenwerkingsovereenkomst. Deze overeenkomst legt vast wat er van Partijen verwacht wordt en dient als duidelijk document om de aard van de dienst, de eventuele kosten, de looptijd, hoe en wanneer de diensten wordt geleverd en afspraken over geschillen in de uitvoering; d. Key Performance Indicator (KPI): een meetbare waarde die aangeeft hoe goed een organisatie, team of individu presteert ten opzichte van voorafgestelde doelen. KPI's worden gebruikt om de voortgang te meten en te monitoren, om te bepalen in hoeverre strategische doelen worden bereikt; e. Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO): richtinggevende en niet-vrijblijvende afspraken die gemeenten in een regio met elkaar maken over wat zij als regio samendoen op het gebied van opvang en beschermd Wonen én hoe dit lokaal en bovenregionaal is verbonden. Zo maken gemeenten op basis van de norm voor opdrachtgeverschap binnen de eigen regio afspraken over bijvoorbeeld de toegang en inkoop van beschermd wonen en opvang.
Zij leggen deze samenwerking duurzaam vast. De norm voor opdrachtgeverschap zorgt voor een continue dialoog tussen gemeenten onderling maar ook met aanbieders; f. overeenkomst: Regionale samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen, opvang en regionale aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Zuid-Hollandse Eilanden. g. RABWO: de regionale adviesraad beschermd wonen en opvang; h. regiogemeenten: de gemeenten Goeree-Overflakkee, Nissewaard, Hoeksche Waard en Voorne aan Zee; Artikel 2 – Doel 1. Doelen van de regionale samenwerking zijn succesvolle preventie en een samenhangend, kwalitatief en toegankelijk hulp- en ondersteuningsaanbod voor inwoners die te maken hebben met (de gevolgen van) dakloosheid, huiselijk geweld of kindermishandeling, dan wel inwoners die te maken hebben met psychische problematiek en/of een licht verstandelijke beperking en die de regie op hun leven (tijdelijk) kwijt zijn. 2. Dit hulp- en ondersteuningsaanbod wordt door Partijen zoveel mogelijk lokaal en waar nodig regionaal georganiseerd. Artikel 3 – Reikwijdte 1. Deze samenwerkingsovereenkomst heeft betrekking op de wettelijke taken die Partijen conform de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 hebben op het gebied van beschermd wonen, opvang, vrouwenopvang en de regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. 2.
Gemeente Hoeksche Waard werkt voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling grotendeels samen binnen de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. In afstemming met Hoeksche Waard wordt per besluit bepaald of en op welke wijze zij aansluit bij de regionale samenwerking of een alternatieve invulling krijgt. Waar Hoeksche Waard niet of gedeeltelijk buiten de reikwijdte van de afspraken in de Samenwerkingsovereenkomst valt, is dit in het betreffende artikel vermeld.
Artikel 4 – Uitgangspunten van de samenwerking 1. Partijen benoemen een gezamenlijke en gedeelde verantwoordelijkheid voor inwoners zonder stabiele en veilige woonsituatie als gevolg van regieverlies dan wel huiselijk geweld of kindermishandeling. 2. De regiogemeenten behouden hun eigen bestuurlijke structuur en verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ten aanzien van hun inwoners. Het eigenaarschap ligt dus bij de regiogemeenten. De regiogemeenten behouden te allen tijde de regie op het totale zorgtraject van de eigen inwoners. 3. De rol en verantwoordelijkheid van de centrumgemeente in het bieden van kwalitatief goede ondersteuning aan inwoners is altijd tijdelijk, en aanvullend op en in verbinding met de regiogemeenten. 4. Partijen komen overeen om gezamenlijk regiovisies op te stellen en vast te stellen met betrekking tot: a) de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling; en b) beschermd wonen en opvang. a. de regiovisies worden ambtelijk voorbereid en inhoudelijk afgestemd in de Stuurgroep; b. de concept regiovisies worden ter advisering aangeboden aan de regionale adviesraad beschermd wonen en opvang; c. de regiovisies worden vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad van elke regiogemeente. 5. Een regiovisie geeft ten minste helderheid over: a. gezamenlijke ambities, opgaven en doelstellingen van Partijen; b.
de keuze voor een niet-vrijblijvende governance, met één onderling overeengekomen en gedragen aanspreekpunt dat extern namens de regio kan optreden; c. hoe Partijen de beschikbaarheid en continuïteit van hulp en ondersteuning borgen; d. de verantwoordelijkheden van de regiogemeenten en centrumgemeente voor de inrichting en organisatie van het lokale en (boven-)regionale aanbod; e. wat de gewenste ontwikkeling van het zorglandschap is; f. de wijze waarop de lokale toegang verbonden is met de regionale opvang en regionaal gecontracteerde hulp. g. bejegening en betrokkenheid van de inwoners 6. Partijen hebben een lokale inspanningsverplichting om de preventieve voorzieningen te realiseren in hun eigen gemeente die nodig zijn voor het creëren of behouden van een stabiele woonsituatie. 7. Partijen stemmen hun lokale beleid af op de gezamenlijk vastgestelde regionale visie voor beschermd wonen, opvang, vrouwenopvang en de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en leggen hierin vast welke voorzieningen ze willen realiseren voor welke doelgroepen en hoe zij zorgen voor een goede verbinding tussen het lokale en regionale aanbod. 8. Binnen de kaders van de Overeenkomst en regiovisie is het uitgangspunt ‘lokaal wat kan en regionaal waar nodig’.
Er is ruimte voor lokale invulling en herkenbaarheid in de uitvoering van beschermd wonen, opvang, vrouwenopvang en de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. 9. Partijen zijn zowel collectief als individueel verantwoordelijk voor het bevorderen van de regionale samenwerking, de gezamenlijke inhoudelijke doorontwikkeling, een efficiënt bestuurlijk besluitvormingsproces en een effectieve uitvoering van hun individuele en gezamenlijke rollen, taken en verantwoordelijkheden. 10. Partijen creëren zoveel mogelijk gelijkwaardigheid in de besluitvorming, ook met gemeente Nissewaard als centrumgemeente, door te werken met gezamenlijke ambtelijke voorbereiding, regionale bestuurlijke afstemming en te streven naar uniforme lokale besluitvorming. 11. Partijen richten een ambtelijke en bestuurlijke overlegstructuur in die gelijkwaardigheid in besluitvormig ondersteunt en stimuleert; 12. Er is een regionale adviesraad beschermd wonen en opvang die gevraagd en ongevraagd advies geeft aan het college van burgemeester en wethouders van de centrumgemeente Nissewaard.
Hoofdstuk 2: Taken en verantwoordelijkheden centrumgemeente en regiogemeenten Artikel 5 – Aanwijzing, taken en verantwoordelijkheden centrumgemeente 1. Partijen wijzen gemeente Nissewaard aan als centrumgemeente die namens Partijen taken uitvoert op het gebied van beschermd wonen, opvang, vrouwenopvang en de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De minimaal uit te voeren taken zijn opgenomen in lid 2 t/m 7. 2. De centrumgemeente is verantwoordelijk voor de organisatie en financiering (middels inkoop of subsidie) van een regionaal hulp- en ondersteuningsaanbod op bovengenoemde terreinen en zoals vastgelegd in de regiovisies. De centrumgemeente stemt af met de regiogemeenten over lokale initiatieven. 3. De centrumgemeente is eindverantwoordelijk voor de regionale beleidsontwikkeling, budgethouderschap, contract- en relatiemanagement, monitoring (sturing op basis van data en resultaat), kwaliteitsbewaking en rechtmatigheidstoezicht in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Bovenstaande taken voert de centrumgemeente uit in samenwerking met de regiogemeenten. 4. De centrumgemeente is verantwoordelijk voor het organiseren van de toegang voor inwoners tot het regionaal georganiseerde en gefinancierde hulp- en ondersteuningsaanbod zoals bedoeld in het tweede lid.
De inrichting van de toegang wordt door Partijen nader uitgewerkt in de regiovisie (inhoudelijk) en dienstverleningsovereenkomst (organisatorisch). 5. De centrumgemeente organiseert, begeleidt en bekostigt de regionale adviesraad beschermd wonen en opvang (RABWO). 6. De centrumgemeente verzorgt de administratieve uitvoering rondom persoonsgebonden budgetten (Pgb), waaronder de afstemming met de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het Centraal Administratie Kantoor (CAK). 7. De centrumgemeente kan nog andere taken uitvoeren voor de regiogemeenten, mits deze worden overeengekomen in de dienstverleningsovereenkomst en/of worden gemandateerd. 8. De omvang, kwaliteit en kosten van de uitvoering van deze taken worden vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst, waarbij ook KPI’s kunnen worden opgenomen. 9. De centrumgemeente legt jaarlijks verantwoording af aan de Partijen over de wijze waarop zij haar taken heeft uitgevoerd en de resultaten daarvan. Artikel 6 – Mandatering taken aan centrumgemeente
1. De colleges van de regiogemeenten, uitgenomen de centrumgemeente, mandateren specifieke
taken en bevoegdheden aan het college van de centrumgemeente indien en voor zover dat nodig is om de taken zoals genoemd in artikel 5 lid 2 t/m 7 en artikel 22 te kunnen uitvoeren voor de inwoners van de regiogemeenten. 2. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van volmacht door de burgemeesters tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen door de gemeente Nissewaard namens de Partijen. Artikel 7 – Externe vertegenwoordiging De centrumgemeente treedt, namens de regiogemeenten, in overleg met relevante externe partijen ter ondersteuning van beleid en uitvoering op het gebied van beschermd wonen en opvang en huiselijk geweld en kindermishandeling. Het betreft onder meer overleg met andere (centrum)gemeenten, het zorgkantoor, zorgaanbieders, Vereniging Nederlandse gemeenten (VNG), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het Centraal Administratie Kantoor (CAK) en de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De centrumgemeente vertegenwoordigt de regiogemeenten daarbij, tenzij anders is overeengekomen.
Artikel 8 – Taken, verantwoordelijkheden en capaciteitsinzet regiogemeenten 1. Partijen stellen gezamenlijk een jaarplan op, dat op managementniveau wordt vastgesteld en periodiek wordt geëvalueerd. In dit jaarplan worden inhoudelijke en procesafspraken vastgelegd over de kwalitatieve en kwantitatieve inzet van capaciteit vanuit de regiogemeenten, evenals de beoogde (deel)resultaten op beleids- en uitvoerend niveau. 2. Regiogemeenten committeren zich aan dit jaarplan en leveren de afgesproken inzet. 3. In aanvulling hierop hebben de regiogemeenten de volgende structurele taken en verantwoordelijkheden, in het kader van een gelijkwaardige regionale samenwerking: a. het bevorderen van preventieve voorzieningen en activiteiten binnen de eigen gemeente;b. de lokale verantwoordelijkheid voor het organiseren van de eerste screening van hulpvragen van eigen inwoners c. het tijdig signaleren van lokale knelpunten en ontwikkelingen en het leveren van input voor regionale samenwerking en beleidsontwikkeling; d. het zorgdragen voor terugkoppeling van regionale afspraken en ontwikkelingen naar de eigen organisatie, lokale partners en eigen inwoners; e. het bijdragen aan een samenhangend aanbod door lokale initiatieven af te stemmen op regionale voorzieningen.
Hoofdstuk 3: Governance en overlegstructuur Artikel 9 – Overlegstructuur, voorzitterschap en stemverhouding 1. Er is een stuurgroep bestaande uit de wethouders sociaal domein van Partijen. Zij komt vijf à zes keer per jaar samen en zij adviseert de centrumgemeente Nissewaard. Hierna neemt het college van burgemeester en wethouders en/of de gemeenteraad van Nissewaard hierover, indien van toepassing, een besluit. Een besluit van de stuurgroep is aldus een advies aan de centrumgemeente Nissewaard. 2. Er is een regionaal beleidsteam, bestaande uit beleidsmedewerkers van Partijen, dat de overleggen van de stuurgroep en het regionale managementoverleg voorbereidt. 3. Alle Partijen dragen zorg voor interne ambtelijke, management- en bestuurlijke afstemming van voorstellen die in de stuurgroep worden geagendeerd, voorafgaand aan bespreking en besluitvorming in regionaal verband. 4. De wethouder van de centrumgemeente is voorzitter van de stuurgroep. 5. Als een wethouder niet aanwezig kan zijn bij een stuurgroepoverleg, dan kan de betreffende wethouder binnen twee weken schriftelijk reageren op de genomen besluiten in het stuurgroepoverleg. 6. Het stuurgroepoverleg vindt alleen doorgang als er minimaal drie wethouders aanwezig zijn. 7. Over een door de stuurgroep te nemen besluit wordt hoofdelijk gestemd.
Indien de stemmen staken, dan geeft het aantal inwoners, dat aan de stem verbonden is, de doorslag. 8. De regionale adviesraad beschermd wonen en opvang Zuid-Hollandse Eilanden (RABWO), adviseert het college van Nissewaard gevraagd en ongevraagd over beleid en uitvoering van beschermd wonen, opvang en vrouwenopvang/huiselijk geweld. De centrumgemeente deelt het advies van de regionale adviesraad met Partijen.
Hoofdstuk 4: Financiën en middelen Artikel 10 – Inzet rijksmiddelen en reservebeheer 1. Centrumgemeente Nissewaard stelt de budgetten die zij ontvangt vanuit het Rijk voor beschermd wonen, opvang en vrouwenopvang in zijn geheel beschikbaar ten behoeve van haar wettelijke en regionaal overeengekomen taken als centrumgemeente voor de regio Zuid-Hollandse Eilanden voor
2. 3.
4.
5.
6.
7. 8.
9.
beschermd wonen, opvang, vrouwenopvang en de regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en de organisatie hiervan (uitvoeringskosten). De jaarlijkse inzet en bijbehorende uitvoeringskosten voortvloeiend uit deze taken worden vastgelegd in de begroting. De raad van gemeente Nissewaard is bevoegd om beslissingen te nemen over de reserve centrumgemeente. Doordat de niet bestede centrumgemeentemiddelen jaarlijks gedoteerd zijn aan de reserve centrumgemeente is een positieve reserve ontstaan. De reserve centrumgemeente fungeert als buffer voor tegenvallers, incidentele maatregelen en risico’s binnen beschermd wonen en opvang en huiselijk geweld en kindermishandeling. De Stuurgroep adviseert aan het college/de raad van Nissewaard om als richtlijn van de hoogte van de reserve centrumgemeente € 8 miljoen te hanteren. Dit betreft een brede reserve voor alle beleidsterreinen waarop de regionale samenwerking betrekking heeft. Gedurende de looptijd van de Overeenkomst kan de stuurgroep hierover een ander advies aan het college/de raad van Nissewaard uitbrengen. Indien de reserve centrumgemeente, na vaststelling van de jaarstukken Nissewaard, minder dan € 8 miljoen is, is het advies aan het college/de raad van Nissewaard om deze weer toe te laten groeien naar de richtlijn van de hoogte van de reserve van € 8 miljoen op basis van middelen binnen de centrumgemeente.
Indien na vaststelling van de jaarstukken van Nissewaard blijkt dat de reserve centrumgemeente hoger is dan de richtlijn van € 8 miljoen, kan de stuurgroep advies uitbrengen aan het college/de raad van Nissewaard over eventuele allocatie van dat deel van de middelen boven de richtlijn van € 8 miljoen. Als er een incidenteel tekort is, is het uitgangspunt dat het advies aan het college/de raad van Nissewaard is om dit te dekken vanuit de reserve centrumgemeente. Als er een structureel tekort is, adviseert de Stuurgroep aan het college/de raad van Nissewaard om ofwel dit structurele tekort te verevenen op basis van inwonersaantal per gemeente, ofwel te besluiten tot een structurele bezuiniging waarbij in de tussentijd het incidentele tekort kan worden gedekt uit de reserve centrumgemeente. Alle besluiten van college/de raad van Nissewaard met financiële consequenties voor Partijen worden binnen twee weken na openbaarmaking schriftelijk gedeeld met de regiogemeenten.
Artikel 11 – Verdeling preventiemiddelen beschermd wonen Totdat de landelijke doordecentralisatie beschermd wonen van start gaat (betreft besluit van het Rijk), wordt ieder jaar door de centrumgemeente Nissewaard beoordeeld of het financieel haalbaar en verantwoord is om middelen beschikbaar te stellen aan Partijen voor lokale preventie en dit te dekken uit het budget beschermd wonen. De financieel consulenten van Partijen worden hierbij betrokken. Hierbij gaat het om de bedragen zoals opgenomen in onderstaande tabel. Bij de beoordeling wordt met name gekeken naar eventuele korting van de uitkeringen door het Rijk en stijging van de kosten. Tabel 1: richtbedrag jaarlijks beschikbaar te stellen per regiogemeente Gemeenten:
Percentages
Goeree-Overflakkee
Middelen preventie per regiogemeente € 321.028
Voorne aan Zee
€ 439.301
26%
Hoeksche Waard
€ 405.509
24%
Nissewaard
€ 523.782
31%
19%
Totaal
€ 1.689.619
100%
Artikel 12 – Informatievoorziening aan regiogemeenten Uitgangspunt is dat deze beoordeling door de centrumgemeente Nissewaard uiterlijk wordt gedaan in september van het jaar vóór het jaar waarop de uitkering voor lokale preventie betrekking heeft. De regiogemeenten worden de maand daarop in kennis gesteld van de uitkomst. Uitgangspunt is dat het bedrag ‘preventiemiddelen’ wordt overgemaakt in het eerste kwartaal van het jaar waarop de uitkering betrekking heeft.
Hoofdstuk 5: Wijziging en beëindiging van de samenwerking Artikel 13 – Wijziging van de samenwerkingsovereenkomst 1. Iedere Partij kan een voorstel doen tot wijziging van deze samenwerkingsovereenkomst. 2. Een voorstel tot wijziging wordt uitsluitend ter besluitvorming aan de colleges van de Partijen voorgelegd indien de stuurgroep hierover een positief advies heeft uitgebracht. 3. De gewijzigde samenwerkingsovereenkomst treedt in werking zodra deze door alle colleges van Partijen conform is besloten, tenzij in de gewijzigde samenwerkingsovereenkomst anders is bepaald. 4. Op wijziging van deze samenwerkingsovereenkomst is artikel 16 van deze samenwerkingsovereenkomst van overeenkomstige toepassing. Artikel 14 – Aansluiting bij de samenwerkingsovereenkomst 1. Het college van een gemeente dat wenst aan te sluiten, richt het verzoek ter zake aan het college van de centrumgemeente. 2. Het college van de centrumgemeente zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid in kopie aan de colleges van Partijen onder overlegging van zijn advies omtrent de aansluiting en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden. 3. Bij aansluiting van een college maken de Partijen afspraken over een herschikking van de financiële bijdragen. 4. De aansluiting, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt pas voorgelegd aan de colleges van de Partijen, indien alle Partijen met de aansluiting akkoord zijn. 5.
De aansluiting vindt niet plaats dan na verkregen toestemming van de colleges van de Partijen en het college van het toetredende college. 6. De aansluiting gaat in op een door de colleges van Partijen te bepalen tijdstip. Artikel 15 – Opzegging van de samenwerkingsovereenkomst 1. Een regiogemeente kan deze samenwerkingsovereenkomst tussentijds per aangetekende brief opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van minstens acht (8) kalendermaanden en waarbij de regiogemeente uitsluitend kan uittreden per 1 januari van het nieuwe kalenderjaar. Gedurende een kalenderjaar is uittreding niet mogelijk (ook al is voldaan aan de opzegtermijn van 8 kalendermaanden). De opzegtermijn gaat in op de eerste dag van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de aangetekende brief door Partijen is ontvangen. 2. Bij opzegging door een regiogemeente treden de Partijen direct in overleg om de gevolgen daarvan gezamenlijk te beoordelen en afspraken te maken over de verdere afwikkeling. 3. De resterende Partijen zetten de samenwerkingsovereenkomst met elkaar voort tenzij in gezamenlijk overleg wordt besloten de samenwerkingsovereenkomst te beëindigen. 4. Als de centrumgemeente kosten moet maken die direct of indirect voortvloeien uit de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst als gevolg van opzegging door een van de gemeenten, dan
treden Partijen met elkaar in overleg over de bepaling van de hoogte van de eventueel door de uittredende gemeente te betalen vergoeding. Artikel 16 - Beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst 1. Deze samenwerkingsovereenkomst wordt beëindigd bij gelijkluidend besluit van de colleges van minimaal de helft van de Partijen. Een verzoek tot beëindiging van minimaal de helft van de Partijen wordt beschouwd als een verzoek tot beëindiging van de gehele samenwerkingsovereenkomst. 2. Het besluit tot beëindiging wordt niet genomen voordat de colleges van de Partijen gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde beëindiging ter kennis te brengen van het college van de desbetreffende Partij. 3. Indien een besluit tot beëindiging, als bedoeld in het vorige lid, wordt genomen, geven de Partijen een onafhankelijke registeraccountant de opdracht om een beëindigingsplan op te stellen. 4. Indien een besluit tot beëindiging is genomen, verplicht dit de Partijen, die de samenwerkingsovereenkomst initieel wilden beëindigen, tot volledige compensatie van de centrumgemeente voor de financiële gevolgen van de beëindiging. Dit kan ook een financiële compensatie over meerdere jaren zijn. 5. Het college van de gemeente Nissewaard is belast met de uitvoering van het beëindigingsplan bedoeld in het derde lid.
Hoofdstuk 4: Evaluatie en looptijd Artikel 17 - Evaluatie en Doorontwikkeling De samenwerkingsovereenkomst wordt iedere twee jaar geëvalueerd onder gemeenschappelijk opdrachtgeverschap van de Partijen. De resultaten van deze tweejaarlijkse evaluatie worden verstrekt aan de colleges van de Partijen. Onderdeel van de evaluatie is de vraag of en zo ja welke afspraken aanpassing behoeven om te blijven aansluiten bij de kaders en doelen van de regionale samenwerking. Artikel 18 - Looptijd Deze samenwerkingsovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van vijf jaar met een eventuele verlenging van zes jaar.
Hoofdstuk 5: Overige bepalingen Artikel 19 - Geschillen 1. Geschillen omtrent de toepassing van deze samenwerkingsovereenkomst, in de ruimste zin, tussen de Partijen worden schriftelijk medegedeeld aan de andere Partijen. 2. Partijen treden in overleg binnen vier weken nadat een gemeente het geschil schriftelijk kenbaar heeft gemaakt. 3. Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, staat het de Partijen vrij deze zaak voor te leggen aan de bevoegde rechter of om gezamenlijk te kiezen voor een andere wijze van conflictbeslechting. Artikel 20 – Archivering 1. Het college van de centrumgemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden ten behoeve van de uitvoering van deze samenwerkingsovereenkomst, op basis van de archiefverordening van de gemeente Nissewaard. 2. Een van de gemeentearchivarissen van de centrumgemeente dan wel de Partijen houdt namens alle colleges toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de samenwerkingsovereenkomst, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
3. Bij opheffing van de samenwerkingsovereenkomst treffen de colleges een voorziening voor het beheer van de overgebleven archiefbescheiden, de gemeentearchivarissen van de Partijen worden hiervan in kennis gesteld. Artikel 21 – AVG Partijen waarborgen, als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), dat bij de onderlinge gegevensuitwisseling de vigerende privacywetgeving wordt nageleefd. Artikel 22 – Avg-verzoeken, klachten, bezwaar en beroep Behandeling van Avg-verzoeken, klachten, bezwaar en beroep die betrekking hebben op de uitoefening van bevoegdheden die in mandaat door de centrumgemeente worden uitgevoerd door medewerkers van de centrumgemeente worden afgehandeld volgens de klachtenprocedure van de centrumgemeente Nissewaard. Artikel 23 – Inwerkingtreding Deze samenwerkingsovereenkomst treedt op zijn vroegst in werking op 1 januari 2026, of tot alle Partijen deze Samenwerkingsovereenkomst ondertekend hebben. Artikel 24 – Intrekking bestaande samenwerkingsovereenkomsten en mandaten Met de inwerkingtreding van deze samenwerkingsovereenkomst vervallen bestaande samenwerkingsovereenkomsten en mandaten met betrekking tot de domeinen van deze samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 25 – Citeerwijze Deze samenwerkingsovereenkomst wordt aangehaald als: ‘Regionale samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen, opvang en regionale aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Zuid-Hollandse Eilanden’. Aldus overeengekomen, Gemeente Goeree-Overflakkee
............................................ datum: Gemeente Hoeksche Waard
............................................ datum:
Gemeente Nissewaard
............................................ datum: Gemeente Voorne aan Zee
............................................ datum: