CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2.2.6. Stikstofmemo Randweg ODB

Oordeelsvormende vergadering 13 mei 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het realiseren van 21 tijdelijke woningen1.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

- MEMO rMemo

DATUM KENMERK VAN AAN CC

14-1-2025 20240900.001 B. de Groot

BOPA onderbouwing tijdelijke woningen Randweg OudBeijerland OPDRACHTGEVER Gemeente Hoeksche Waard AERIUS-berekening ONDERWERP PROJECT

MEMO AERIUS-BEREKENING TIJDELIJKE WONINGEN OUD-BEIJERLAND 1. INLEIDING De gemeente wil aan de Randweg te Oud-Beijerland 21 tijdelijke woningen realiseren. De beoogde ontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Omgevingswet, waarbij de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met vermesting- en/of verzuringsgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied de Biesbosch. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het projectgebied bedraagt circa 23 kilometer. De andere Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats liggen op (nog) grotere afstand.

Figuur 1-1 Ligging projectgebied (roze pijl) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (AERIUS Calculator)

Met de nieuwste release van rekenmodel AERIUS (1 oktober 2024) is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden in beeld te brengen, daarbij zijn de gebruiksfase en de aanlegfase van de beoogde ontwikkeling beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De rekenresultaten vanuit AERIUS zijn opgenomen in een aparte bijlage.

2. TOETSINGSKADER Omgevingswet De aanwijzing en bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. Elk Natura 2000-gebied is aangewezen door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door middel van een aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit bepaalt voor welke soorten en habitats het gebied wordt aangewezen, welke instandhoudingsdoelen gerealiseerd moeten worden (behoud, herstel, uitbreiding) en de exacte begrenzing van het gebied. Voor elk Natura 2000-gebied is een beheerplan worden opgesteld, waarin maatregelen zijn opgenomen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Beheerplannen worden in de meeste gevallen vastgesteld door de Provincie. In het beheerplan kan ook worden bepaald welke activiteiten in het gebied zijn toegestaan en onder welke voorwaarden. Schadelijke effecten op de aanwezige natuurwaarden waarvoor het gebied is aangewezen moeten daarbij uitgesloten zijn. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de beschermingszones zijn aangewezen.

● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. ● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een ecologische beoordeling noodzakelijk. Verschillende provincies hebben voor een aantal natuurgebieden zogenoemde hersteldoelen vastgesteld.

Dit zijn habitats die op dit moment in bepaalde delen van het gebied niet meer aanwezig zijn, maar waarvan het doel is om deze op dezelfde locatie terug te brengen. Bij de AERIUS berekening is het mogelijk om ook een berekening uit te voeren op deze hersteldoelen. Bij de rekenresultaten komt hiervoor een aparte weergaveoptie beschikbaar genaamd ‘hexagonen met hersteldoel’.

2/6

3. UITGANGSPUNTEN 3.1

Realisatiefase

De ontwikkeling voorziet in 21 tijdelijke woningen. Tijdens de realisatiefase zullen mobiele werktuigen ingezet worden ten behoeve van het bouw- en woonrijp maken van de woningen. De exacte gegevens voor het materieel en bijbehorende verkeersbewegingen zijn momenteel nog niet bekend. Voor het bepalen van deze uitgangspunten zijn vergelijkbare projecten geraadpleegd. In de onderstaande tabel zijn de afzonderlijke emissiebronnen voor het realisatiejaar uitgewerkt. De werkzaamheden worden in 2025 uitgevoerd. De uitkomsten op jaarbasis (laatste twee kolommen) zijn ingevoerd in AERIUS Calculator. De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. De inzet van het overige materieel is ingevoerd als vlakbron aangezien dit materieel op het hele terrein werkzaam zal zijn. In de berekening is ook het literverbruik van Adblue in dieselmotoren gespecificeerd. In combinatie met SCR-technologie (selectieve katalystische reductie) zorgt dit voor reductie van de emissie van stikstofoxide (NOx). Het Adblue verbruik bedraagt ongeveer 6 liter per 100 liter diesel. In de berekening is het Adblue verbruik daarom op 6% van het dieselverbruik gespecificeerd. Tabel 3-1 Materieel inzet beoogde ontwikkeling 2025 Materieel

Stage Klasse

Rupskraan 25 ton t.b.v. ontgraven

Totaal

Literver-

Totaal liter ver- AdBlue ver-

uren

bruik/uur

bruik/jaar

bruik/jaar

Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018

380

8

3040

182

Stage IV, 56-75 kW, 2014-2018

253

2,5

633

38

Stage IV, 56-75 kW, 2014-2018

101

3,5

354

21

Stage IV, 56-75 kW, 2014-2018

304

5

1520

91

Stage IV, 56-75 kW, 2014-2018

304

8

1520

91

Telescoopkraan

Stage IV, 56-75 kW, 2014-2018

40

22

891

53

Vrachtwagen kieptrailer/dieplader

Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018

405

18

7296

437

Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018

101

22

2229

133

12528

780

cunetten.A Minigraver 2 ton t.b.v. plantsleuf/ kabels en leidingen. Minigraver 4 ton t.b.v.kabels en leidingen. Shovel AZ95 8 ton t.b.v. profileren puinbaan, bijrijden materialen. Midigraver 8 ton t.b.v. aanleg rijbaan verharding.

t.b.v. aanvoer materialen. Vrachtwagen kraan/kiep opbouw t.b.v. aanvoer materialen. Totaal

1643

Vervoersbewegingen Vrachtwagens

157

per jaar

Woon-werkverkeer

15

per etmaal

3/6

Stationaire emissies Voor stationair draaiende wegvoertuigen (het laden en lossen van vrachtwagens) is er in de berekening ook een vlakbron als categorie ‘anders’ opgenomen ten behoeve van de emissie NOx en NH3. Hierbij is de methode gehanteerd die in de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024’ staat beschreven. Voor de emissiecijfers kan er gebruik gemaakt worden van de cijfers in de tabel die is opgenomen in de bijlage van deze instructie (Bijlage 1: Stationaire emissies wegverkeer). Wanneer 157 zware motorvoertuigen (p/j) in kalenderjaar 2025 gemiddeld 15 minuten per keer stationair draaien, ontstaan de onderstaande emissies: ● 0,8964 g NH3/uur * 39,25 uur = 35,1837 g NH3 = 0,035kg NH3 ● 92,4864 NOx/uur * 39,25 uur = 3630,0912 g NOx = 3,63 kg NOx (aantal uur = 157 zware werkvoertuigen * 15 minuten = 2.355 minuten = 39,25 uur) Koude start Voor de koude start van voertuigen is ervan uitgegaan dat 50% van het lichte verkeer een koude start maakt op de bouwlocatie. Voor het zware verkeer wordt ervan uitgegaan dat deze voertuigen niet langer dan 2 uur stil staan op de bouwplaats. In het rekenprogramma zijn derhalve 8 koude starts/etmaal ingevoerd. Verkeersafwikkeling Het werkverkeer, bestaande uit lichte en zware voertuigen, zal afwikkelen via de N217.

Een indicatie van de verkeersintensiteiten op deze weg is te vinden via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Volgens de gegevens van CIMLK bedroegen de dagelijkse verkeersintensiteiten op de N217 in 2023: ● Licht verkeer: 6.274 voertuigen per dag ● Middelzwaar verkeer: 604 voertuigen per dag ● Zwaar verkeer: 87 voertuigen per dag Het extra verkeer dat tijdens de aanlegfase wordt gegenereerd, bestaat slechts uit een beperkt aantal bewegingen en zal daarom op de N217 opgaan in het heersende verkeersbeeld. Dit extra verkeer vormt slechts enkele procenten van de bestaande verkeersintensiteiten.

4/6

3.2

Gebruiksfase

Voor de gebruiksfase is 2025 als rekenjaar aangehouden, deze valt (worst-case) samen met de werkzaamheden voor de realisatiefase. Dat rekenjaar genereert voor het verkeer de hoogste emissies. Wanneer een rekenjaar verder in de toekomst ligt, worden de emissies lager door een toename van elektrisch rijden en schonere technieken. De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is bepaald op basis van de kencijfers uit CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024’. Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers wordt op basis van CBS-data voor de gemeente Hoeksche Waard een stedelijkheidsgraad van ‘weinig stedelijk’ aangehouden. De ligging van de projectlocatie is gedefinieerd als ‘rest bebouwde kom’. Tenslotte wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het gemiddelde autobezit in Hoeksche Waard conform het CBS per kencijfer het gemiddelde van de bandbreedte aangehouden. Met behulp van de CROW-kencijfers wordt de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde weekdag berekend, zie onderstaande tabel. Tabel 3-2 Verkeersgeneratie gebruiksfase

Woontype

Functie

Studio’s

Aantal

Kencijfer

Weekdag (mvt/etmaal)

Huur, apparte8 woningen ment, sociale huur, <75 m² bvo

4,1 per woning

32,8

Tweekamerwonin- Huur, apparte6 woningen gen ment, sociale huur, <75 m² bvo

4,1 per woning

24,6

Grondgebonden driekamerwoningen

5,6 per woning

39,2

Huur, huis, sociale 7 woningen huur

Totaal

96,6

Rijroutes Het verkeer wikkelt af via de Randweg. Er is uitgegaan van een verdeling van 50% richting het noorden en 50% richting het zuiden. Een indicatie van de verkeersintensiteiten op deze weg is te vinden via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Op de Randweg gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius, zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Koude start Voor de koude start van voertuigen is ervan uitgegaan dat 50% van het lichte verkeer een koude start maakt op de bouwlocatie. Voor het zware verkeer wordt ervan uitgegaan dat deze voertuigen niet langer dan 2 uur stil staan op de bouwplaats. In het rekenprogramma zijn derhalve 48,3 koude starts/jaar ingevoerd

4. RESULTATEN EN CONCLUSIE In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. De aanleg- en gebruiksfase zijn worst-case in één berekening genomen. Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00

5/6

mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn om die reden niet aan de orde. Voor de uitvoering van dit project geldt geen vergunningplicht op basis van de Omgevingswet.

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15447053/1