bijlage 1e Advies Kwaliteitsteam
Tekst van het document
Geacht college , Op 24 mei a.s. wordt de gebiedsvisie Leenheerenpolder behandeld in een besloten bijeenkomst met de raad. U hebt als bestuur van de gemeente Korendijk het kwaliteitsteam gevraagd om een advies uit te brengen over deze visie. Het Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard coördineert dit project vanwege de regionale betekenis ervan. Zoals al onze adviezen is dit advies dan ook mede aan de portefeuillehouders Ruimte van het SOHW gericht. Gezien het besloten karakter van de raadsbehandeling zal dit advies pas na afloop daarvan aan de portefeuillehouders Ruimte ter beschikking worden gesteld. In het werkprotocol van het kwaliteitsteam staat dat het kwaliteitsteam een adviserende taak heeft op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, zodat er bij de uitvoering van projecten op een goede manier uitwerking wordt gegeven aan de ruimtelijke kwaliteitskaders van de Structuurvisie Hoeksche Waard. Om deze taak goed te vervullen, is de houding van het kwaliteitsteam van belang. Het is, volgens het protocol, niet de insteek om de verantwoordelijke trekkers van het project “tot de orde te roepen”, maar meer het doel te stimuleren en te inspireren op het gebied van ruimtelijke kwaliteit tijdens het ontwerpproces. Ook het afwegen van belangen en het maken van beleidskeuzen zijn geen taken van het kwaliteitsteam; dat is de verantwoordelijkheid van het bestuur.
Het uitgangspunt is dus dat het kwaliteitsteam adviseert en het bestuur bestuurt. Het bieden van creatieve bijdragen aan het ontwerpproces is een van haar belangrijkste taken, aldus het protocol. Tot nu toe is op verschillende wijzen vorm en inhoud gegeven aan de betrokkenheid van het team bij het ontwerpproces van de Leenheerenpolder. De voorzitter, ir.Miranda Reitsma, heeft van het begin af aan zitting gehad in de projectgroep Leenheerenpolder om daar haar inbreng te leveren op de ruimtelijke opgave en om goed geïnformeerd te zijn over het verloop van het proces. Na eerst meegedaan te hebben met de schetssessies leek het vanuit de onafhankelijke rol van het team beter om geen directe betrokkenheid te hebben maar de planontwikkelaars te inspireren met locale en regionale (cultuurhistorische) kennis en kritisch te bevragen op zaken. Deze werkwijze heeft zijn neerslag gekregen in het ‘Werkboek gebiedsontwikkeling Goudswaard – noties ruimtelijke kwaliteit’* – bij u en uw raadscommissie bekend. Het werkboek hanteren wij als kader voor onze advisering, zoals hieronder verder opgenomen. In ons advies kiezen we dan ook niet voor een van de scenario’s, zoals die nu in de Gebiedsvisie voorliggen.
Wij adviseren over de regionale en bovenregionale betekenis van deze gebiedsontwikkeling, wijzen op punten waar we zorgen bij hebben en geven een aantal mogelijkheden aan die we nog zien voor de toekomst. We vinden dit een spannend en vernieuwend proces en denken graag mee in het verdere verloop. Ir.Miranda Reitsma voorzitter Kwaliteitsteam Hoeksche Waard.
opgesteld door Janneke van Bergen, atelier 1:1; (www.sohw.org - zoeken onder nationaal landschap/ kwaliteitsteam/ adviezen)
1
Advies Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. In het werkboek ‘Gebiedsontwikkeling Goudswaard – noties ruimtelijke kwaliteit’ onderscheiden we drie invalshoeken: Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. De gebruikswaarde richt zich op programma’s en is belangrijk om de vitaliteit van het dorp en de regio te borgen. De mate waarin deze programma’s voortborduren op bestaand gebruik of nieuw gebruik inhouden zal van invloed zijn op de mate waarin ruimtelijke aanpassingen nodig zijn. De belevingswaarde spreekt eigenlijk voor zich en is direct gekoppeld aan de ruimtelijke inrichting. Begrippen zoals cultuurhistorie, rust, ruimte, dynamiek, geborgenheid en vernieuwing spelen daarbij een rol. Toekomstwaarde heeft te maken met de manier waarop plannen inspelen op trends en zullen vaak om een nieuwe ruimtelijke inrichting vragen. Dat is tevens een kans voor duurzame ontwikkeling. Het samenspel van deze drie levert de basis voor goede ruimtelijke kwaliteit, nu en in de toekomst. De transformatie van de randen van de Hoeksche Waard. In de Structuurvisie is de op randen van de Hoeksche Waard op veel plekken in natuurontwikkeling voorzien. Opvallend is dat de randen zich in de Structuurvisie sterk onderscheiden van de agrarische polders van het eiland en dat de relatie van de dorpen met het water veelal onderbelicht is.
De Hoeksche Waardenmakerij is als project opgezet om de Structuurvisie uit te werken met initiatieven van onder op – een nieuwe aanpak. Dat heeft veel initiatieven opgeleverd, juist in de randen van de Hoeksche Waard. Deze initiatieven zijn gethematiseerd en o.a. opgenomen in de Gebiedsagenda Hoeksche Waard West. De gebiedsontwikkeling Leenheerenpolder is de eerst concrete uitwerking van de Gebiedsagenda. De natuurontwikkeling in de randen van het eiland en op Tiengemeten is tot nu toe veelal natte natuur, inspelend op het karakter van de delta. De ambitie van de partijen rond de Leenheerenpolder is om zoetwatergetijdennatuur te realiseren. Deze ambitie heeft een verdere impuls gekregen door de ‘wildcard’ die het Haringvliet heeft gekregen bij de selectie van Nationale Parken in 2016. Alle scenario’s voor de Leenheerenpolder hebben dan ook natte natuur als vertrekpunt voor de transformatie. Het team vraagt bij de inrichting van de Leenheerenpolder aandacht voor de potentiële overpopulatie van ganzen, die elders in de Hoeksche Waard al leidt tot grote overlast en weidevogels verdringt; ze ziet dat als een bedreiging voor de beoogde ontwikkeling van de Leenheerenpolder.
2
Regionale concurrentie Bij het team leeft het idee dat de randen van de eilanden rondom het Haringvliet – Hoeksche Waard, Goeree-Overflakkee, Voorne en Putten - in het groter geheel van Nationaal Park Haringvliet wel eens te weinig onderscheidend kunnen worden ten opzichte van elkaar waardoor je vanuit toeristischrecreatief oogpunt te veel van hetzelfde aan (water)recreatie en natte natuurontwikkeling krijgt. Om niet binnen het Nationale Park of de Hoeksche Waard te veel onderlinge concurrentie te krijgen beveelt het team dan ook aan om scherp te letten op het profiel en de doelgroep van de recreatieve ontwikkeling van de Leenheerenpolder. Een zwakke ontwikkeling zal zich altijd weerspiegelen in een gebrek aan vitaliteit en uitstraling van dorp en land. Wij adviseren daarom in te zetten op de locale karakteristiek als onderscheidende kwaliteit. Die karakteristieken zijn voor Goudswaard en omgeving beschreven in het eerder genoemde Werkboek. Locale karakteristiek als onderscheidende kwaliteit In het werkboek is aangegeven welke ruimtelijke structuren dat zijn. De spil wordt gevormd door de Dorpsstraat met de haven en de Veerdijk als overgang van het dorp naar de polder en de rivier. De ontwikkeling van de Leenheerenpolder moet aansluiten aan deze structuren en deze als publieke ruimte nog verder versterken.
Bij een dergelijke ontwikkelingsstrategie hoort het bestaande dorp een actief onderdeel te zijn van de nieuwe ontwikkeling waardoor het dorp als geheel toekomstbestendig wordt. Een mooi voorbeeld daarvan is het Oost Friese Greetsiel (Duitsland), waar (water)recreatie, natuurontwikkeling en revitalisering van het dorp hand in hand gaan. (www.greetsiel.de) - de webcam op de site biedt een prachtig beeld van de manier waarop het dorp inmiddels reilt en zeilt).
Verhaal en identiteit Een ingrijpende verandering vraagt om duiding. Het gaat immers om de identiteit van het dorp in zijn omgeving. Wat daaraan kan bijdragen is dat de transitie van het dorp en de polders - al eeuwenlang een voortdurend proces - zichtbaar en beleefbaar is. In dat verband adviseert het team het natuurlijke verloop van de voormalige oude stroomgeulen - toen het gebied nog niet was ingepolderd en deel was van de delta - herkenbaar in de nieuwe inrichting van de getijdennatuur terug te brengen. Het verknopen van binnendijkse kreken en fietsroutes aan de haven en het dorp draagt bij aan de beleving van het verhaal van het ontstaan en ontwikkeling van het eiland als agrarisch gebied. De natuurontwikkeling van de Leenheerenpolder betekent lokaal een breuk in het agrarisch gebruik. In
3
het locale verhaal van aanslibbing en drooglegging is dit een volgende stap in het gebruik en inrichting van de delta. Het verhaal is echter pas volledig als het wordt verknoopt met de moderne, innovatieve landbouw, binnendijks, de uitkomst van eeuwen van agrarische ontwikkeling van dorp en regio dat het (onderbelichte) profiel van de Hoeksche Waard vormt. Ook dat moet goed zichtbaar en beleefbaar worden. Het team geeft in dat verband als overweging mee om bij de agrarische inrichting van het droge deel van de Leenheerenpolder gebruik te maken van de innovatieve kennis die op het eiland voorhanden is over kleinschalige landbouw en het versterken van de biodiversiteit. Is dat niet een mooi voorbeeldproject? Verbinden dorp met het water Goudswaard ligt nu achter de dijk. De haven, de Veerdijk met de Havenkade en het Havenpad en het Sandee vormen de lijnen naar de rivier. In het Werkboek is aangeven welke cultuurhistorische waarden er in het gebied gekoesterd moeten worden en hoe zij een rol spelen bij de verknoping van binnen en -buitendijks gebied, het dorp en de polder. (zie hierboven). Tegelijkertijd zijn er in het gebied te beschermen monumenten waardevolle artefacten*. De plannen rond de Leenheerenpolder bieden de kans om het dorp en het water beter op elkaar te betrekken.
Voorwaarde daarvoor is dat de ontwikkeling op de kop van de Leenheerenpolder een vanzelfsprekend deel uitmaakt van het dorp, terwijl het een nieuwe kwaliteit toevoegt. Dat is een fragiele balans. Twee dingen spelen daarbij een rol: het type bewoning - tijdelijk of permanent – en de ontsluiting van de kop. Bij de aard en het type bewoning gaat het erom of de nieuwkomers zich betrokken voelen bij het dorp en vice versa. Soms is daar tijd voor nodig. Bij de ontsluiting gaat het erom dat de kop geen aparte ontsluiting krijgt waardoor het een eigen wereld wordt, een enclave, los van het dorp. De ontwikkeling van de kop moet juist een impuls zijn voor de vitaliteit en voor een verbetering van de ontsluiting van het dorp en de omgeving als geheel. De ontsluiting – regionaal en lokaal De ontsluiting van Goudswaard loopt nu over de monumentale dijken. Deze dijken behoren tot de kernwaarden van het nationaal landschap van de Hoeksche Waard. Ze vormen als het ware de ‘grachtengordel’ van het landschap van de Hoeksche Waard; ze zijn de historische dragers van de ontwikkeling van het eiland. Ze worden in de loop der tijd door de toegenomen mobiliteit en de intensivering en schaalvergroting van handelstransporten en landbouwverkeer al meer en meer belast. De eerste bebouwing na de inpoldering ontstond aan de dijken, waarlangs zich bebouwingslinten vormden.
Historische dijklinten zijn bepalend voor de streekeigen identiteit van het polderlandschap, maar ze zijn extra kwetsbaar voor verkeersoverlast. Het kwaliteitsteam vraagt, nog los van de overlast van aanwonenden, bijzondere aandacht voor het ontzien van de monumentale dijken, vanwege hun cultuurhistorische betekenis. Het verkeersonderzoek van Goudappel/Coffeng geeft verschillende mogelijkheden aan om de ontsluiting van Goudswaard anders te laten lopen, onder andere door het vanaf de A29 langs zuidelijkere routes te voeren. Leidt de nieuwe route over bewoonde dijken? Het kwaliteitsteam beveelt aan om ook bij deze oplossingen goed te kijken naar alternatieven voor de belasting van de dijken en daar op vergelijkbare wijze als de dorpsvereniging Goudswaard haar inbreng heeft geleverd, ervaringsdeskundigen van de dijken bij de verkeersoplossing te betrekken. In de scenario’s voor de Leenheerenpolder wordt - los van een ontsluiting door de Molenpolder, waarvan hierboven al eerder werd aangegeven dat het team dat als onwenselijk ziet vanwege de enclavewerking – de Veerdijk met de Havenkade als ontsluitings-as gezien. Op basis van berekeningen lijkt dit wel te voldoen. Berekeningen zijn echter gebaseerd op standaard wegprofielen. Er is niet ruimtelijk onderzocht of dat daarvoor een herprofilering vereist is.
Het team beveelt aan om dit op korte termijn uit te zoeken om recht te doen aan de schaal van de ruimtelijke structuren die dragend zijn voor de verknoping van het dorp met de Leenheerenpolder. Vanzelfsprekend vraagt de parkeerbelasting aandacht bij de verdere planontwikkeling. Vaak vraagt die meer ruimte dan gedacht. De toekomst Voor de toekomst ziet het kwaliteitsteam mogelijkheden voor interessante en belangrijke innovatieve trends. Bij de herinrichting van de polder zal de waterveiligheid een belangrijk aspect zijn. Als de dijk Westdijk nog weer versterkt moet worden kan dat wellicht gebeuren zonder het hoger te maken maar door de voet te verbreden. Dat gaat goed samen met natuurontwikkeling.
Havenkade 14, het vml. Ambachtsherenhuis is een rijksmonument. Verder is het vml. gemaalgebouw herbestemd tot woning bij de uitwateringssluis. De kazematten in de Leenheerenpolder zijn vlak voor WOII gebouwd en behoren tot de verdedigingslinie aan het Zuidfront van de Vesting Holland.
4
Het team vraagt ook aandacht voor de energietransitie. Bij de inrichting van de polder kan gekeken worden naar de mogelijkheden voor energie uit de stroming van het water (mits het zich goed verhoudt tot de natuurdoelen van o.a. vismigratie). Binnenkort wordt gesproken met het waterschap over de mogelijkheid en effectiviteit van zonnepanelen langs de dijken. Leent de Leenheerenpolder /Westdijk zich daartoe? Een mogelijkheid is ook het oogsten van biomassa dat straks over water afgevoerd kan worden naar vergistinginstallaties die ook (?) door de landbouw op het eiland worden gebruikt. Eigenlijk wordt hiermee de oude traditie van het rietsnijden weer opgepakt.
De borging van ruimtelijk kwaliteit Het kwaliteitsteam ziet graag de waarden die zij hierboven heeft beschreven geborgd. De eerste stap heeft ze zelf gezet door het opstellen van het werkboek ‘Gebiedsontwikkeling Goudswaard’. Ze kan zich voorstellen dat het werkboek, of delen ervan, expliciet deel uitmaken van de Gebiedsvisie. Verder stelt zij voor om de gebiedsvisie deel te laten zijn van de nieuwe Omgevingsvisie voor Korendijk. De methodiek daarvan voorziet in een beschrijving van waarden, niet van ruimtelijke uitgangspunten per sé. Dat vereist een vertaalslag, waarvoor in dit advies een opmaat wordt gegeven. Voor het bewaken van de ruimtelijke kwaliteit en samenhang tijdens het planproces beveelt het kwaliteitsteam aan dat een ontwerpbureau of supervisor die losstaat van belanghebbenden in het planproces, in opdracht van de stuurgroep de continuïteit, de ruimtelijke en infrastructurele samenhang en de ruimtelijke kwaliteit in de planontwikkeling bewaakt.
16 mei 2017 Het Kwaliteitsteam Hoeksche Waard n.d. de voorzitter ir.Miranda Reitsma
Leden
Henk van den Berg – Coop. DuurzaamHoekscheWaard Dick Bussing – Hoekschewaards Landschap Raymond van Galen – Ondernemersvereniging Hoeksche Waard Jos Gevers – Streekcommissie Hoeksche Waard Leen de Geus - Stichting HWodka Adrie Konijnendijk – Streekcommissie Hoeksche Waard Johan van Driel - LTO Noord Jan Prince – Hoekschewaards Landschap Jeroen Ras – Erfgoedkoepel Hoeksche Waard Willy Spaan – Erfgoedkoepel Hoeksche Waard Janneke Zevenbergen – Stichting Rietgors
Het kwaliteitsteam is samengesteld uit leden van het maatschappelijk middenveld. De leden van het Kwaliteitsteam leveren een bijdrage op grond van hun specifieke gebiedskennis en op individuele, onafhankelijke basis. Het advies is niet bindend voor of namens hun organisatie.
5