CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a Bestemmingsplan Koninginneweg 17-21 Zuid-Beijerland

Besluitvormende raad 17 september 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Koninginneweg 17-21 Zuid-Beijerland’ voor het realiseren van 10 beneden- en bovenwoningen.12.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3. Het schoonmaken van afvalwater • • • • •

Voldoen aan de wettelijke eisen Verbeteren kostenefficiency, doeltreffendheid, adequaatheid en voorspelbaarheid van de waterketen Verminderen uitstoot van broeikasgasemissies bij de uitvoering van werkzaamheden aan de waterketen Continueren en waar nodig intensiveren de samenwerking met ketenpartners Vergroten op maatschappelijk verantwoorde wijze de meerwaarde uit afvalwater en zuiveringsslib

Keurverordening Waterschap Hollandse Delta Alle handelingen of werkzaamheden in de nabijheid van watergangen, waterkeringen en waterschapswegen vallen onder de regels van de Keur. In deze verordening van het 29

waterschap zijn gebods- en verbodsbepalingen opgenomen om de waterstaatsbelangen veilig te stellen. Voor activiteiten binnen de beschermingszone van een watergang is een watervergunning nodig op grond van de Waterwet. Praktische toepassing Algemeen Het plangebied ligt aan de zuidelijke kant van de kern en wordt begrensd door de Koninginneweg aan de westzijde, de in aanbouw zijne woonwijk aan de noordzijde en agrarisch gebied aan de overige zijden. De Dorpstraat vormt een regionale waterkering, een compartimenteringsdijk. De bodem ter plaatse bestaat uit zeekleigrond, de huidige maaiveldhoogte ligt tussen NAP +0,3 en +0,6 m. Het plangebied bevindt zich in een peilgebied waarvoor een peil geldt van NAP – 0,75. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid van de omgeving. Afvalwaterketen en riolering De aanwezige woningen zijn aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Ook de nieuw te bouwen woningen worden daarop aangesloten. Hemelwater Het hemelwater wordt afgevoerd op de langs de Koninginneweg aanwezige kavelsloot. Waterkwantiteit Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels verhard als gevolg van aanwezige bebouwing en tuinverharding.

Doordat sprake is van sloop/nieuwbouw neemt door de realisatie van de woningen de verharding nauwelijks toe. Bij een toename aan verhard oppervlak van meer dan 1500 m² in landelijk gebied dient er volgens het beleid van waterschap Hollandse Delta 10 % van de toename aan functioneel open water gerealiseerd worden. Als al sprake is van een toename in verharding dan zal dat aanzienlijk minder zijn dan 1500 m2 waardoor de aanleg van watercompensatie niet aan de orde is. Daarnaast vindt overigens in het kader van de ontwikkeling van de woonwijk ZuidBeijerland Zuid een overcompensatie plaats aan oppervlaktewater. Deze ontwikkeling grenst aan de planlocatie en betreft een initiatief van dezelfde initiatiefnemer als voor de thans voorliggende planlocatie. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Grondwateronttrekking Er is geen sprake van het (tijdelijk) onttrekken van grondwater.

30

Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Watertoets In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening is voor dit ruimtelijke plan een digitale watertoets uitgevoerd. Deze is als bijlage 9 bijgevoegd. 4.11

Verkeer en parkeren

Rijksbeleid Nota Mobiliteit De Nota Mobiliteit werkt het ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de Nota Ruimte, verder uit en beschrijft de hoofdlijnen van het nationaal verkeers- en vervoersbeleid voor de komende decennia. Permanente verbetering van de verkeersveiligheid door reductie van het aantal verkeersslachtoffers is een belangrijk punt in de Nota Mobiliteit. Daarnaast wordt kwaliteit van de leefomgeving nagestreefd door duurzame mobiliteit. Belangrijke thema’s daarin zijn aandacht voor klimaat, luchtkwaliteit, geluid en natuur en landschap. Provinciaal beleid Omgevingsvisie Het Provinciaal Verkeer- en Vervoer Plan (PVVP) en het Programma mobiliteit zijn per 1 april 2019 opgegaan in de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland. In de Omgevingsvisie komen met betrekking tot verkeer en vervoer en mobiliteit onderwerpen aan de orde als bereikbaarheid, openbaar vervoer en verkeersveiligheid. De provincie Zuid-Holland wil een goede en veilige bereikbaarheid bevorderen, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders. Het beleid bevat voldoende flexibiliteit om in de ruimtelijke ontwikkeling te reageren op maatschappelijke initiatieven. In het mobiliteitsbeleid wordt afgestemd met andere beleidsvelden met name het ruimtelijkeconomische beleid.

Vetrekpunt is dat de huidige ruimtelijke situatie wordt gecombineerd met de volgende vier keuzes: 1. beter benutten en opwaarderen wat er is; 2. vergroten van de agglomeratiekracht; 3. verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; 4. bevorderen van de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving. De provincie wil Zuid-Holland de best bereikbare provincie maken. Voor mobiliteit stelt de provincie de behoefte van de mobiliteitsgebruiker centraal. De provincie zorgt voor vertegenwoordiging in diverse gremia voor het compleet maken van het mobiliteitsnetwerk, het verbeteren van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in Zuid-Holland, en het verbeteren van de keuzemogelijkheden tussen vervoersalternatieven en de combinatie van vervoermiddelen. De provincie wil het eigen netwerk op orde krijgen, opwaarderen en goed 31

beheren en onderhouden. Daarbij ligt het primaat voor het verbeteren van personenvervoer in de dichtbevolkte gebieden bij de auto, het hoogwaardig openbaar vervoer en de fiets. Gevolgen voor planopzet Met betrekking tot het onderhavige plan wordt opgemerkt dat aan het aspect verkeersveiligheid aandacht is besteed door het parkeren op eigen terrein te regelen en zorg te dragen voor een veilige uitweg. Voor het plangebied is sprake van een beperkt aantal extra verkeersverplaatsingen en kan worden volstaan met het inzicht geven in de zaken met betrekking tot verkeer en vervoer, zoals ontsluiting en parkeren. Hierop wordt verderop in deze paragraaf ingegaan Regionaal beleid Regionaal Verkeers- en vervoerplan (RVVP) Door de gemeente Hoeksche Waard is in november 2020 het eerder door de voormalige gemeente vastgestelde Regionale Verkeers- en Vervoerplan opnieuw geldend verklaard. In het RVVP worden vijf thema’s behandeld: - de wegenstructuur; - langzaam verkeer en recreatie; - openbaar vervoer en ketenmobiliteit; - goederenvervoer; - landbouwverkeer en veiligheid. Binnen het thema Wegenstructuur wordt gepleit voor een zogenaamde vorkstructuur. De steel in deze structuur wordt gevormd door de A29. Aan de noordkant takt de N217 daarop aan, aan de zuidkant de verbinding tussen Strijen en Piershil. Tussen die laatste wegen vormt een aantal noord-zuid wegen de tanden van de vork.

Over die vorkstructuur moeten de belangrijkste verkeersbewegingen worden afgewikkeld (ook openbaar vervoer en goederenvervoer). Het RVVP bevat verder een aantal voorstellen om de veiligheid voor fietsers (langzaam verkeer) te verbeteren en de rijafstanden te bekorten. Het gaat daarbij om ontbrekende schakels binnen het net van fietsverbindingen en specifiek om scholierenroutes. Onder de noemer ‘ketenmobiliteit’ wordt aandacht gegeven aan de aanleg van nieuwe P + R (= Park en Ride) voorzieningen en aan het veiligstellen van bestaande voorzieningen. Overlast van goederenvervoer moet zoveel mogelijk worden tegengegaan door het inrichten van duidelijke routes voor deze verkeerssoort. De vorkstructuur moet daarvoor verder geschikt worden gemaakt. Gebleken is dat de meeste bedrijfsterreinen in de regio daar al goed op zijn aangesloten. Als uitzondering hierop geldt het landbouwverkeer. Gelet op de maximumsnelheid van landbouwvoertuigen is het niet wenselijk dat deze over de hoofdstructuur gaan rijden. Gevolgen voor planopzet Het RVVP bevat onder andere normen voor wat betreft het parkeren, geluidhinder en luchtkwaliteit. Aan deze deelaspecten wordt in deze ruimtelijke onderbouwing afzonderlijk aandacht besteed. 32

Algemene informatie mobiliteit Het plangebied wordt voor autoverkeer aangesloten op de Koninginneweg. Vanaf de Koninginneweg en de Dorpsstraat wordt via de Noord-Achterweg en de Provinciale weg de autosnelweg A29 richting Rotterdam en Bergen op Zoom bereikt. Een deel van de Ronduitweg/Noord-Achterweg is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 80 km/h. De overige wegen zijn gecategoriseerd als erftoegangsweg 60 km/h. De wegenstructuur in de kernen is geënt op de hoofdontsluitingsroute, waarbij de Noord-Achterweg en de Koninginneweg (50 km/h of deels 50 km/h) relevant zijn. De Dorpsstraat betreft een 30 km/h weg. Via de Koninginneweg kan het plangebied eveneens door langzaam verkeer worden bereikt. Er bevindt zich een (vrijliggend) fietspad langs de Koninginneweg zowel richting de Dorpsstraat als richting de Nieuwendijk. Het langzaam verkeer wordt afgewikkeld conform de richtlijnen van Duurzaam Veilig. De ontsluiting voor het fietsverkeer is goed. In 2018 stelden de 5 voormalige gemeenten het Fietsplan Hoeksche Waard 2018-2026 op. Dit fietsplan is gericht op het verbeteren van de bestaande fietsnetwerken, het uitwerken en uitbreiden van ontbrekende schakels in het fietsnetwerk en het toepassen van aanvullende voorzieningen. Zoals blijkt uit het fietsplan is de Koninginneweg aangemerkt als een hoofdfietsroute.

Er is een bushalte gesitueerd aan de Gravin Sabinastraat en de Tuinweg. De halte aan de Gravin Sabinastraat wordt bediend door bussen in de richting Heinenoord en Rotterdam met een frequentie van circa 2 keer per uur per richting. Tevens worden beide haltes bediend door een bus in de richting Oud-Beijerland met een frequentie van 1 keer per uur per richting en een directe spitsdienst naar Rotterdam. Het plangebied is daarom voor alle modaliteiten goed bereikbaar. Verkeersgeneratie Voor de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de kencijfers van het CROW. Qua gebiedstypering is uitgegaan van 'rest bebouwde kom' en 'niet stedelijk'. Op basis van kengetallen uit de genoemde CROW-publicatie 317 heeft de ontwikkeling van de woningen een verkeersaantrekkende werking van circa 56 mvt/etmaal. In het door GraaffTraffic opgestelde verkeersonderzoek (Verkeersonderzoek nieuwe appartementen Koninginneweg, d.d. 6 mei 2021) dat als bijlage 10 bij de plantoelichting is gevoegd, is onderzoek gedaan naar de verkeersafwikkeling van het onderhavige planinitiatief en de gevolgen voor de bestaande infrastructuur. Het plangebied maakt deel uit van de bebouwde kom, maar ligt niet direct in het centrum. Conform de landelijke CROW richtlijnen is voor deze locatie “weinig stedelijk, rest bebouwde kom” aangehouden.

Uitgaande van dit woonmilieu en goedkope koopwoningen (etage) is het kencijfer 5,6 (het gemiddelde aantal motorvoertuigbewegingen per woning per weekdagetmaal). Vermenigvuldigd met het aantal van 10 woningen gaat het om afgerond 56 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De conclusie is, dat verkeerskundig geen aanpassingen aan de huidige infrastructuur nodig zijn om de 10 woningen aan de Koninginneweg te ontwikkelen. Bij de berekening is rekening gehouden met de verkeersgeneratie van het plan Zuid-Beijerland Zuid. 33

Gemeentelijk beleid Op 4 augustus 2021 is de gemeentelijke beleidsregel Parkeernormering gemeente Hoeksche Waard vastgesteld. Dit beleid bevat naast de parkeernormen zelf, ook een beschrijving van het toepassen van deze normen. Het parkeernormenbeleid is van toepassing op bouwontwikkelingen, gebiedsontwikkelingen en functiewijzigingen binnen bestaande bebouwing. Deze parkeernormering is opgesteld in samenhang met de doelstellingen vanuit de programmaplannen mobiliteit en duurzaamheid. De parkeernormen gelden voor een periode van 4 jaar. Deze normen gelden t/m 2025. De Gemeente Hoeksche Waard kiest voor nieuwe ontwikkelingen de meest recente parkeerkencijfers van CROW (publicatie 381, december 2018) als basis voor de gemeentelijke parkeernormering. De planlocatie valt volgens het beleid onder de stedelijkheidsgraad “nietstedelijk”. Het woningtype dat wordt gebouwd betreft koopwoningen in het middeldure (beneden en bovenwoningen). Dit betekent dat er 19 parkeerplaatsen dienen te worden aangelegd. De inrichtingstekening voorziet hierin. Voor twee parkeerplaatsen wordt een oplaadpunt gerealiseerd voor elektrische voertuigen en worden twee extra parkeerplaatsen daartoe voorbereid. De aansluitingen van de parkeerplaatsen op de openbare weg worden vormgeven als in- en uitritconstructie.

4.12 Onderzoeksplicht vanwege mer-wetgeving In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de bouw van 10 nieuwe woningen en blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde.

Bij de toetsing aan de milieu- en omgevingsaspecten in deze onderbouwing is nader ingegaan op de effecten van de ontwikkeling op het milieu en op de omgeving qua plaats en kenmerken van het project. Aan de hand daarvan kan vastgesteld worden dat gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, er geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Mitigerende maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk. 34

4.13

Duurzaam bouwen

BENG en Bouwbesluit Voor nieuwbouw geldt dat vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Dit is een voortvloeisel uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. Vanuit het Bouwbesluit geldt de verplichting om bij de aanvraag omgevingsvergunning Bouwen een berekening aan te leveren van de milieuprestatie van een gebouw (MPG). De MPG is een belangrijke maatstaf voor de duurzaamheid van een gebouw. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik. De verplichting geldt voor alle woningen, woongebouwen en kantoorgebouwen met nevenfuncties groter dan 100 m2. Per 1 januari 2018 geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0. De initiatiefnemer kan op twee manieren aantonen te voldoen aan het Bouwbesluit: • zelf documenten aanleveren waarmee aangetoond wordt dat voldaan is aan het Bouwbesluit; • het aanleveren van een SBK-bewijs MPG, hetgeen voldoende bewijs is dat voldaan is aan het Bouwbesluit. Nog te bouwen woningen krijgen sinds 1 juli 2018 in beginsel geen aardgasaansluiting meer. De wetgever heeft de Gaswet gewijzigd en zodoende is de uitfasering van het gebruik van aardgas in de gebouwde omgeving in gang gezet. Een netbeheerder mag slechts wettelijke taken uitvoeren.

Voor 1 juli 2018 was één van die wettelijke taken om woningeigenaren en andere 'kleinverbruikers' van een te bouwen bouwwerk te voorzien van een aansluiting op het gastransportnet. Per 1 juli 2018 is die wettelijke taak komen te vervallen, waardoor het een netbeheerder verboden is om nog te bouwen bouwwerken te voorzien van een aansluiting op het gastransportnet. Als er sprake is van zwaarwegende redenen van algemeen belang, dan kan het college van burgemeester en wethouders een gebied aanwijzen waar toch nieuwbouw met aardgasaansluiting gebouwd mag worden, mits deze zwaarwegende redenen dit strikt noodzakelijk maken. Hoeksche Waard Energieneutraal 2040 Eind december 2020 stelde de gemeenteraad het programmaplan Duurzaamheid vast. Erna werkte de gemeente aan diverse uitvoeringsprogramma’s en -agenda, die uit het programmaplan Duurzaamheid voortvloeien. Dit gaat om de uitvoeringsprogramma’s ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’, ‘Circulaire economie’ en ‘Klimaatadaptatie’, die de gemeenteraad op 15 juli 2021 samen met de Leidraad ‘Communicatie & participatie Duurzaamheid’ vaststelde en de uitvoeringsagenda ‘Biodiversiteit’, waarvan de vaststelling volgde op 20 december 2022. Op 20 december 2022 stelde de gemeenteraad ook opnieuw de genoemde uitvoeringsprogramma’s en de leidraad vast, alle voor de periode tot en met 2026.

De doelstellingen vanuit het programmaplan Duurzaamheid zijn: - In 2040 is de Hoeksche Waard energieneutraal. - In 2050 is de Hoeksche Waard 100% circulair. - In 2050 hebben we veerkrachtige ecosystemen in de Hoeksche Waard. - In 2050 is de Hoeksche Waard volledig klimaatadaptief. - En in 2050 is de Hoeksche Waard klimaatneutraal. 35

Aanpasbaar bouwen Dit is bepaald in de Regionale Woonvisie 2030. In de Hoeksche Waard groeit het aantal seniorenhuishoudens bovengemiddeld sterk. Het aantal 75+ huishoudens verdubbelt de komende jaren. Van de bevolking wordt verwacht een leven lang zelfstandig te wonen. Daarnaast is de financiering voor de zorg en het wonen ontkoppeld. Hierdoor stijgt de vraag naar eenvoudig aanpasbare woningen op de woningmarkt. Een aanpasbaar gebouwde woning is geschikt te maken voor meerdere doelgroepen. Van belang hierbij zijn de relaties tussen ruimten en bedieningsgemak van bijvoorbeeld ramen en deuren. Ook gaat het om veiligheid. In feite kan een aanpasbaar gebouwde woning op verschillende manieren en door verschillende soorten huishoudens worden bewoond. Het gaat niet zozeer om bouwen voor een bepaalde doelgroep, maar om het bouwen van een woning die door verschillende doelgroepen kan worden bewoond en daarmee zijn toekomstwaarde behoudt. Voor de vergrijzing van de nabije toekomst én de demografische ontwikkeling die daarna volgt. Hiermee behoudt de woning zijn toekomstwaarde. De woonvisie verwijst naar het kwaliteitskeurmerk WoonKeur voor het aanpasbaar bouwen. Een woning met een WoonKeur certificaat kan eenvoudig en tegen beperkte kosten worden aangepast als de levensomstandigheden daar om vragen. Dit houdt in dat een bewoner in zijn woning moet kunnen blijven wonen.

Ook als de gezondheid om aanpassingen aan de woning vraagt. Hiermee wordt verplicht verhuizen om een reden van een beperking voorkomen. De gemeente adviseert om SKW Certificatie in een vroeg stadium bij een nieuwbouwproject te betrekken. In dit keurmerk zijn de bouwtechnische eisen teruggebracht tot een overzichtelijk en goed toepasbaar pakket aan maatregelen. Klimaatadaptatie Bij de bouw van de woningen dient rekening gehouden te worden met vier thema's rondom klimaatadapatie: wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte. In het voorgenomen plan wordt op diverse manieren rekening gehouden met bovenstaande risico's. Bij het opstellen van het stedenbouwkundige plan is gekeken naar een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte en met name de thema’s wateroverlast, droogte en hittebeleving. De parkeervakken die aangelegd moeten worden zullen uitgevoerd worden als groene parkeervakken d.m.v. bijvoorbeeld greenbricks. De platte daken van de bergingen worden voorzien van sedum/vegetatiedak. De schoonwaterafvoer wordt aangesloten op de naastgelegen sloot. Het oppervlaktewater wordt dus teruggebracht in de natuur. Om de mensen bewuster bezig te laten zijn met de opvang van hemelwater willen we voor elke benedenwoning voorzien in een regenton t.b.v. de achtertuin.

Hitterisico's worden beperkt door het plangebied te voorzien van groen (in de openbare ruimte en de aanleg van tuinen bij de woningen) en het gebruik van duurzame materialen. De nabijheid van watergangen biedt uitkomsten wanneer er binnen het plangebied sprake is van droogte. Het hemelwater wordt afgevoerd op de langs de Koninginneweg aanwezige kavelsloot. Hiermee wordt bij extreme neerslag het vuilwaterriool ontlast.

36

Natuurinclusief bouwen en vergroten biodiversiteit Zoals uit het uitgevoerde ecologische onderzoek blijkt, zijn er geen strikt beschermde diersoorten aangetroffen. Er behoeven daardoor geen mitigerende maatregelen getroffen te worden. Dit neemt niet weg dat door initiatiefnemer in samenspraak met de bouwer bezien wordt welke maatregelen aan en rond de woningen gerealiseerd kunnen die een bijdrage leveren aan de natuur en biodiversiteit. Hierbij wordt gedacht aan: - nestpannen of stenen voor zwaluw en/of huismus - halfbestrating als bron van voedsel - bijensteen of voorziening voor vleermuizen Om het bewustzijn bij kopers van de woningen te vergroten krijgt elke bewoner een workshop biodiversiteit aangeboden om de eigen aanplant van groen te stimuleren. Circulaire economie De woningen worden energieneutraal. Dit betekent dat de energiebehoefte van de woning op de kavel zelf wordt opgewekt. Maar het gaat verder dan dat. Er wordt ook gekeken om de energiebehoefte te minimaliseren. Dit wordt gedaan door de thermische schil van de woningen te optimaliseren. Zo wordt er standaard gebruik gemaakt van triple beglazing, hoge RC-waardes en een gebalanceerd ventilatiesysteem. Er wordt niet alleen naar het gebruik van de woningen gekeken, maar ook naar de bouw hiervan. Zo wordt er gekozen voor duurzame grondstoffen en materialen.

Denk hierbij aan producten met een cradle to cradle label of een greenworkslabel. Greenworks is het duurzaamheidslabel voor bouwmaterialen en installatiematerialen. Het toegepaste hout heeft een FSC keurmerk. Gevolgen voor de planopzet De te zijner tijd in te dienen aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen zal voldoen aan de wettelijke verplichting van het Bouwbesluit en Gaswet. Daarnaast zullen de woningen energieneutraal worden gebouwd. De benedenwoningen zullen aanpasbaar worden gebouwd en daardoor uitermate geschikt voor senioren en andere kwetsbare groepen. De bovenwoningen zijn uitsluitend met een trap aan de zijkant van de woningen bereikbaar. Het is daarom aannemelijk dat juist jongeren (starters) voor deze woningen in aanmerking komen. Ten behoeve van duurzame mobiliteit wordt 10% van het aantal aan te leggen parkeerplaatsen conform het gebruikersdeel van de parkeernorm ingericht met een elektrisch oplaadpunt en wordt dit voor nog eens 25% voorbereid.

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen Het hoofdstuk Juridische planbeschrijving is onderdeel plantoelichting. Dit hoofdstuk geeft uitleg aan opzet en inhoud van de juridische bestemmingsregeling. 5.2 Inleidende regels Conform SVBP bevatten de inleidende regels artikelen met de begripsbepalingen en de wijze van meten. 37

5.3 Bestemmingsregels In het hoofdstuk Bestemmingsregels zijn alle bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. Waar noodzakelijk is gebruikgemaakt van aanduidingen om toegestaan gebruik nader te specificeren. Artikel 3 Tuin Bij de hoofdgebouwen behorende voortuinen en de meeste zijtuinen, waar bebouwing niet gewenst is, vallen niet onder de bestemming 'Wonen', maar zijn apart als 'Tuin' bestemd. Reden hiervoor is dat het niet wenselijk wordt geacht om bebouwing voor de voorgevel van de woningen toe te staan. Binnen de bestemming Tuin zijn uitsluitend erfafscheidingen met een maximale hoogte van 1 m en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan tot een maximale hoogte van 3 m. Artikel 4 Water Vanwege de ligging van de woningen aan de watergang die gelegen is tussen het plangebied en het woongebied Zuid-Beijerland Zuid is de bestemming Water opgenomen. Artikel 5 Wonen De voor 'Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, met daaronder begrepen aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, water, nutsvoorzieningen, voeten fietspaden en parkeervoorzieningen.

De bestemming 'Wonen' is op de verbeelding voorzien van twee bouwvlakken met de aanduiding 'gestapeld' [GS], bestemd voor 6 respectievelijke 4 woningen), die, indien niet anders is aangegeven met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' volledig mag worden bebouwd. De maximale goothoogte en bouwhoogte van de gestapelde woningen bedraagt 6,5 meter respectievelijk 11,5 meter. Aan– en uitbouwen en bijgebouwen mogen buiten het bouwvlak worden opgericht. Hiervoor geldt een maximaal bebouwingspercentage van 60% van de bij het hoofdgebouw behorende zij- en/of achtererf, met een maximum van 75 m² bij kleine percelen (< 500 m²) en 100 m² bij percelen van 500 m² en groter. De aanleg en instandhouding van de parkeerplaatsen op eigen terrein is geborgd door binnen de bestemming Wonen en op de verbeelding een aanduiding 'specifieke vorm van wonen parkeren' op te nemen. 5.4 Algemene regels In de algemene regels zijn de antidubbeltelregel, de algemene bouwregels, uitsluiting aanvullende werking bouwverordening, de algemene afwijkingsregels, de algemene wijzigingsregels en de algemene procedureregels opgenomen.

38

5.5 Overgangsrecht en slotregels In artikel 3.2.1 van het Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.In de slotregel is aangegeven onder welke naam de regels kunnen worden aangeduid.

6

HAALBAARHEID

6.1 Economische uitvoerbaarheid Het bouwplan betreft een particuliere ontwikkeling, waarvan de uitvoering niet ten laste van de publieke middelen komt. Vanuit dit oogpunt bezien wordt het plan als economisch uitvoerbaar geacht. De gemeentelijke kosten worden door initiatiefnemer vergoed op basis van de geldende legesverordening. 6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie De omwonenden zijn twee keer schriftelijk geïnformeerd over de plannen en uitgenodigd voor een toelichting op de plannen. Naar aanleiding van de huis-aan-huis brieven heeft initiatiefnemer, die op korte afstand van de planlocatie woonachtig is, met verschillende omwonenden 1 op 1 gesprekken gevoerd. Door omwonenden is positief op de plannen voor de betaalbare koopwoningen gereageerd. Ook uit de rest van het dorp worden, ook door jongeren zelf, enthousiaste reacties ontvangen. Bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan is waar mogelijk rekening gehouden met de inbreng van direct belanghebbenden. Verder zijn ook de Ondernemersvereniging en het Wijkcomité Duik in de Dijk Zuid-Beijerland in kennis gesteld van de planontwikkeling. In bijlage 11 zijn de resultaten van de participatie in een overzicht verwerkt. Het bestemmingsplan zal de procedure doorlopen als bedoeld in de Wro en Bro. In dit het kader zal ook het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening plaatsvinden. Dit zal gelijktijdig plaatsvinden met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van 6 weken. Als er zienswijzen of overlegreacties worden ingediend, worden die in een separate Nota overlegreacties en zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie.

Na afronding van de zienswijzennota wordt deze vervolgens samen met het ontwerpbestemmingsplan aangeboden aan de gemeenteraad ter vaststelling.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14432395/1