CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1a Advies Natuurmonumenten

Besluitvormende raad 15 februari 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Achterliggende informatie1.996 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Centraal Kantoor

Noordereinde 60 Postbus 9955 1243 ZS 's-Graveland

T (035) 655 99 33 F (035) 656 31 74

www.natuurmonumenten.nl

Aan Datum Van Telefoonnummer Ons Kenmerk Onderwerp

Projectteam HWW 28 maart 2017 F. van Zijderveld (06) 55825133 -Leenherenpolder Zoals besproken hierbij duiding van verwachte bezoekers en ecologische waarden van de varianten. De beschrijving van de ecologie/het landschap kan later met de verdere uitwerking van de voorkeursvariant worden gecompleteerd met beelden zodat duidelijk is hoe het landschap er uit kan zien en welke soortgroepen hier van profiteren. Bezoekers Op basis van vergelijkbare gebieden (oa APL-polder, Tiendgorzen en Dintelse Gorzen) is er onderscheid te maken tussen lokale, dagelijkse bezoekers en bezoekers van verder weg, veelal dagjesmensen. De lokale bezoekers komen regelmatig voor een korte wandeling, er even uit of de hond uitlaten. Naar schatting gaat het over 25 bezoekers per dag, tussen de 9.000 en 10.000 per jaar. Het betreft mensen die vooral te voet, met de fiets en een enkeling met de auto naar het gebied komen. Grootschalige voorzieningen voor gemotoriseerd verkeer zijn niet nodig. De dagjesmensen zijn in de regel bezoekers die langer dan een uur willen wandelen. Er is een grote behoefte aan gemarkeerde dagwandelingen van meer dan 10 km. Het betreft hier vroege vogels, actieve mensen die rust en ruimte zoeken. Naar inschatting betreft het gemiddeld 50 bezoekers per week, 3.000 tot 5.000 per jaar. Deze bezoekers komen verspreid over de week naar het gebied en ook met verschillende startmomenten.

Zo zal de vroege vogelaar halverwege de ochtend weer naar huis gaan en dan komt de bezoeker die een dagdeel wil wandelen. Ook hiervoor zijn geen grootschalige voorzieningen nodig. 1-5 x per jaar zal Natuurmonumenten een excursie verzorgen voor een groep van maximaal 25 personen. Dat kan een open excursie zijn (individueel aanmelden) of een bijzondere groep (bijv inhoudelijk, beleid of bestuurlijk). Deze deelnemers zullen bijna allemaal met de auto komen, circa 10 auto’s per excursie. Tenslotte zullen er bezoekers zijn die langs het gebied wandelen en fietsen, als onderdeel van een grote route, onder andere met de vaarverbindingen. Zij plannen hun route langs mooie plekjes en uitzichten. Juist de combinatie met andere gebieden als de Korendijkse Slikken, Tiengemeten en Voorne-Putten zorgen voor spreiding van bezoekers, maar zeker ook verbinding van gebruik. De dagjesmensen en passanten zullen gebruik maken van de voorzieningen in het gebied en het dorp.

Aan Datum Ons kenmerk Onderwerp Pagina

Projectteam HWW 28 maart 2017 -Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. 2 van 6

Ecologie in scenario’s Voor de 4 scenario’s uit de uitwerking van de Leenherenpolder kan in het kort worden aangegeven wat de ecologische waarden zijn. Verwezen wordt ook naar de tabel die onderdeel is van de presentatie (vergelijking scenario’s voor functies). Algemeen Het Haringvliet en aanliggende binnen- en buitendijkse gebieden zijn aangewezen in het kader van Natura 2000, het netwerk van Europees bijzondere natuur, vaak kenmerkend voor het land en voor Europa. Voor deze gebieden geldt een instandhoudingsdoelstelling, vaak aangevuld met een verbeterdoelstelling (als de toestand slecht). Het Haringvliet is een voor Nederland typisch delta-landschap: getijdennatuur met overgangen van zout naar zoet, een grote biodiversiteit door het voedselrijke karakter en een grote afwisseling tussen water, slikken, ruigtes en bossen (in de breedste zin van het woord, van spontane opslag van wilgen, cultuurlandschappen als grienden tot gemengde bossen met boom- en struikvormers). Het gaat door allerlei redenen niet goed met de getijdennatuur in Nederland, terwijl Nederland wel een grote instandhoudingsverplichting en verbeteropgave heeft voor dit soort natuur. Vooral de pioniersituaties die onder invloed (zouden moeten) zijn van dynamiek als getij zijn kwetsbaar en er is nog maar een fractie over van de rijkdom van de vorige eeuw.

En met het verdwijnen van die natuurtypen verdwijnen ook veel kenmerkende soorten die juist in die dynamische natuur een plekje hadden. Er zijn maar weinig plekken waar die natuurtypen (of habitats in Natura2000-taal) zonder onmogelijke opgaven terug kunnen komen. De beste en eigenlijk enige plek in het Haringvliet is vanwege het relatief grote getijverschil de Spuimonding en nog specifieker de Leenherenpolder. De Leenherenpolder is, nog beter dan de Leenherengorzenpolder en de Beningerwaard, de plek om intergetijdennatuur (gebied onder invloed van water tussen gemiddeld laag en hoogwater) te herstellen. Met de ontwikkeling van intergetijdennatuur in de Leenherenpolder kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de verbeteropgave van Nederland voor slikkige oevers, schorren en vochtige graslanden, ruigten en zomen, leefgebied voor de noordse woelmuis en paai- en opgroeigebied voor trekvissen als elft en fint. Door de lage ligging van de Leenherenpolder en het relatief grote getijverschil ontstaat met het doorsteken van de zomerdijk een groot gebied dat permanent water is (diepere geulen), dagelijks twee maal overstroomt en weer droogvalt en iets hoger gelegen gorzen die binnen het bereik van hoog water en extremen van hoog water (springtij, hoge rivierafvoeren) zijn.

Dit dynamische gebied is een ideaal voedsel- en rustgebied voor steltlopers, broedgebied voor broeders van kale of schaars begroeide gronden en door het afwezig zijn van concurrenten het leefgebied voor de noordse woelmuis. Scenario 1 “Natura 2000” De Leenherenpolder (LHP) is een grootschalig getijdengebied, het water is overal zichtbaar, maar het beeld is ieder uur weer anders. Kreken steken diep het gebied in, een belangrijk gebied voor paaiende vissen. Misschien zwemt zelfs een bever een keer de kreek op. De kale, slikkige oevers verraden dat deze zone regelmatig onder water staat, een ideaal zoekgebied voor hongerige vogels. Iets hoger op bepalen korte, ruigtevegetaties het beeld, veelal groen en geel van kleur. Deze delen lijken op het middengebied van Tiengemeten.

Aan Datum Ons kenmerk Onderwerp Pagina

Projectteam HWW 28 maart 2017 -Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. 3 van 6

Kleine zoogdieren en insecten vinden hier een plek en zijn vervolgens voedsel voor allerlei vogels. Nog iets hoger, richting de dijk, blijft het gebied veelal droog en kan de ruigte hoger worden, tot boven de knieën. Door de aanwezigheid van meer nectar is het druk met vlinders. Dit gedeelte lijkt veel op delen langs de struinroute Korendijkse Slikken. De kleuren geel, groen en paars overheersen. Een enkele struik zal na verloop van tijd groter worden. Het noordelijke deel is een combinatie van droge en wat nattere extensieve landbouw: kleine akkertjes, vochtige graslanden en ondiepe slootjes met een hoge biodiversiteit. De kop verschilt duidelijk van de romp en sluit aan bij het agrarische gebruik in de omliggende polders. Integrale begrazing zorgt er voor dat het gebied open blijft, eventueel aangevuld met wat plaatselijk maaiwerk. Het ommetje in de kop en de route langs de Westdijk maken het gebied beleefbaar, verstoring is aanwezig (zo zullen de eerste tientallen meters langs de dijk bij drukte niet vogelrijk zijn), maar door de omvang van het gebied blijft er veel ruimte voor vooral vogels over. Met de inrichting van het gebied (vooral de delen die voedsel voor dieren gaan leveren) rekening houden met recreatieve ontsluiting en verstoringsafstanden.

De combinatie van geschikt habitat en voldoende rust (minimale verstoring) biedt de grootste kansen voor een hoge biodiversiteit. Scenario 2 “Leven in de Brouwerij” Idem scenario 1 voor het onderste deel van de LHP. Het bovenste deel (de kop) heeft een wat vochtiger karakter, vooral graslanden die zelfs een deel van de tijd onder water staan of zompig zijn. Weidevogels, insecten en kleine zoogdieren (noordse woelmuis) profiteren van het kruidenrijke grasland, drassige delen en water. Een roofvogel scheert regelmatig over het gebied, op zoek naar eten. Een gedeelte van de kreek is bevaarbaar en aangesloten op open water. Een strikte scheiding voor wat betreft gebruik tussen de romp en de kop zorgt voor voldoende recreatieve mogelijkheden en rust en ruimte voor dieren en planten. Watervogels vinden door de grootte van dit gedeelte en extensieve vaartuigen voldoende rust. Met een ommetje en aansluitende voorzieningen nabij het dorp en de haven blijft het middengedeelte van het vochtige grasland aantrekkelijk genoeg voor ganzen en weidevogels. Kop en romp sluiten qua landschapsbeeld beter op elkaar aan. De slikkige oevers en kreken zijn aantrekkelijk voor vooral steltlopers, een zeer verstoringsgevoelige groep vogels. Deze open en kale natuurtypen bevinden zich juist in het extensief ontsloten natuurgedeelte in de romp.

De recreatieve druk is geconcentreerd in de kop en bij een natuurtype en soorten die minder gevoelig zijn voor verstoring dan het intergetijdengebied. Dit scenario kan, afhankelijk van een goede, verdere uitwerking, voldoen aan de criteria van Natura 2000. Scenario 3 met zwaardere bebouwing Idem scenario 2, maar met meer bebouwing en dus ook meer invloed op het omliggende natuurgebied. Gevoelige soorten zullen op afstand wel aanwezig zijn, enkele algemene soorten (meer gewend aan menselijke activiteiten op gepaste afstand) zullen rondom de bebouwing zichtbaar zijn. De oppervlakte natuur is kleiner dan in de voorgaande scenario’s, waardoor ook de nog grotere druk hierop wordt versterkt. Het resterende gedeelte natuur in de kop is te klein (en verstoringsgevoelig) en daardoor veel minder aantrekkelijk voor soorten die hier qua natuurtype wel thuis horen. Ook zal de druk op de romp groter zijn, waardoor het verstoringsgevoelige open landschap minder efficiënt, door vooral vogels, gebruikt kan

Aan Datum Ons kenmerk Onderwerp Pagina

Projectteam HWW 28 maart 2017 -Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. 4 van 6

worden. Ondanks geschikt habitat kan door de externe werking door en vanuit de bebouwing, vooral buiten kantooruren, het gebied minder geschikt zijn voor de aangewezen diersoorten. Met een kleinere oppervlakte en meer verstoring (in frequentie en intensiteit) voldoet een groter deel van de LHP niet aan de criteria van Natura 2000. Scenario 4 “Leven in de brouwerij 2.0” Idem scenario 2, maar met in plaats van vochtig grasland meer water. In principe is het natuurtechnisch interessant om zoveel mogelijk hectares onder invloed te krijgen van getij. Echter het overblijvende gedeelte land, schiereilandjes, zijn smal en zijn verbonden met paden en bruggen. Deze landgedeelten zijn door de geringe oppervlakte en verstoringsgevoeligheid minder geschikt voor allerlei vogels. Het wateroppervlak is door het intensieve gebruik op het water en het omliggende smalle land, zeker in drukke perioden, minder geschikt als leef- en rustgebied voor watervogels. Het in- en uitstromende water vergt stevige constructies van voorzieningen (bruggen) en de toch al smalle oevers (oeververdediging). Het intensieve gebruik van water is nu te ver in de romp voorzien, een strikte scheiding meer oostelijk is nodig om het verstoringsgevoelige open landschap van slikken en kreken van voldoende omvang te laten zijn en voor effectief gebruik door soorten.

Juist een groot oppervlakte dat dagelijks tweemaal overstroomt en droogvalt, vochtige graslanden, schorren en kreken draagt bij aan de verbeteropgave van Natura 2000, niet een groter oppervlakte permanent water. Een verdere verdichting van woningen in de kop, in eco-uitvoering, drijvend of anderszins, levert een dusdanige verstoring op dat de gehele romp voor aangewezen soorten als ongeschikt beschouwd kan worden. Hierdoor neemt de oppervlakte die kan bijdragen aan doelrealisatie Natura 2000 fors af.

Beoordeling Slikkige oevers Ruigten en zomen Schorren en natte graslanden Noordse woelmuis Trekvissen Rust

1 3 3 2 2 3 3

2 3 2 3 3 3 2

3 2 1 2 1 2 1

4 2 1 2 1 2 2

Totaal

16

16

9

10

Deze tabel geeft een globaal inzicht in de bijdrage van de scenario’s’ aan doelrealisatie van Natura 2000. Met een verdere planuitwerking is deze beoordeling voor verfijning vatbaar. Vooral de ontwikkeling van geschikt habitat in combinatie met rust telt zwaar. Voor de beoordeling van scenario 4 is nog geen rekening gehouden met uitbreiding van bebouwing in de kop (buiten de omgeving van de erven).

Aan Datum Ons kenmerk Onderwerp Pagina

Projectteam HWW 28 maart 2017 -Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. 5 van 6

In algemene zin willen de natuurorganisaties financieel en in kind bijdragen aan het gebiedsproces als er een substantiële bijdrage geleverd kan worden aan de verbeteropgave van de beschreven Natura 2000-habitats en –soorten. Juist de uitermate geschiktheid van de LHP voor deze doelen vraagt terughoudendheid voor plannen die hier te veel afbreuk aan doen.

Aan Datum Ons kenmerk Onderwerp Pagina

Projectteam HWW 28 maart 2017 -Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11151517/1