bijlage 13 aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling
Tekst van het document
Sportlaan Westzijde Hoeksche Waard Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
identificatie
planstatus
projectnummer:
datum:
44001646.20180160
23-02-2021
projectleider:
opdrachtgever:
ing. W. Groenen
Gemeente Hoeksche Waard
auteur(s):
S.E.H. Lie MSc.
2
Inhoud
1.
Inleiding
3
2.
Plaats en kenmerken van het project
5
3.
Kenmerken van de milieueffecten
13
4.
Conclusie
20
1.1. 1.2. 1.3. 2.1. 2.2. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8.
Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer Plaats van het project Kenmerken van het project
Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Bodem en water Natuur Archeologie en cultuurhistorie Aanlegwerkzaamheden
3 3 3
5 8
13 14 14 15 16 17 18 19
3
1. Inleiding
1.1.
Aanleiding
Om in de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte van Strijen te kunnen voorzien heeft de gemeente aangegeven dat woningbouw wenselijk is aan de oostzijde van de kern Strijen. Ter plaatse van de Sportlaan zijn gronden gelegen die voor ontwikkeling in aanmerking komen. Een voorlopig verkavelingsplan is uitgewerkt, uitgaande van 89 woningen. Omdat woningbouw niet mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan, is een nieuwe bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 2.000 of meer woningen (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling blijft met de realisatie van 89 woningen ruim onder deze drempelwaarden. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is waar dit document in voorziet.
1.2.
Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?
De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de kenmerken van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Door het bevoegd gezag (de gemeente Hoeksche Waard) moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
1.3.
Leeswijzer
Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en kenmerken van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen.
4
5
2. Plaats en kenmerken van het project
2.1.
Plaats van het project
De locatie Sportlaan ligt tegen de oostelijke rand van Strijen (gemeente Hoeksche Waard). Het plangebied is te bereiken vanaf de Sportlaan die in noordoostelijke richting aansluit op de randweg van Strijen en in zuidwestelijke richting de kern van Strijen ingaat. De locatie van het nieuwe woongebied heeft een oppervlak van ca. 3,3 hectare. De zuidoostelijke grens van het plangebied wordt gevormd door de Sportlaan, de Saturnusstraat vormt de zuidwestelijke grens. De noordwestelijke grens van het plangebied wordt gevormd door een sloot in dezelfde richting waarna de plangrens in noordoostelijke richting afbuigt langs het caravanpark Bonaventura. In figuur 2.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 2.1 Ligging plangebied Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het plangebied kent in het bestemmingsplan ‘Dorp III uit 2012’ (vastgesteld op 03-04-2013) geen dubbelbestemming archeologie. Volgens de Archeologische verwachtingskaart geldt voor een groot deel van het plangebied een middelhoge verwachtingswaarde. Aan de zuidzijde, ter hoogte van de Oude Haven ligt een hoge verwachtingswaarde.
6
Het plangebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. De afstand tot zowel het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen en tot het dichtstbijzijnde NNN -gebied bedraagt 700 meter (figuur 2.2). Het plangebied is tevens niet gelegen binnen een waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (figuur 2.3) of een stiltegebied (figuur 2.4).
Figuur 2.2 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en NNN (Bron: Provincie Zuid-Holland)
7
Figuur 2.3 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten grondwaterbeschermingsgebieden (Bron: Provincie Zuid-Holland)
opzichte
van
waterwin-
en
Figuur 2.4 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van stiltegebieden (Bron: Provincie ZuidHolland)
8
2.2.
Kenmerken van het project
De gronden van de locatie aan de Sportlaan in Strijen komen in aanmerking voor ontwikkeling van een nieuwe woonbuurt. De kassen die in het gebied stonden zijn reeds gesloopt, de bestaande woning is behouden. De rest van de gronden is momenteel in gebruik als agrarische grond. Vanuit de ligging te midden van de verschillende functies zijn een aantal ruimtelijke uitgangspunten geformuleerd die ten grondslag liggen aan het ontwerp van de nieuwe woonbuurt:
De bestaande bedrijfswoning blijft gehandhaafd en wordt in het plan opgenomen als burgerwoning; Ontsluiting (auto's) vanaf de Sportlaan; Duidelijke oriëntatie op de Sportlaan en Saturnusstraat; Fysieke connectie met de Saturnusstraat (tevens calamiteitenroute); Hoogte accent langst het water en de Sportlaan; Een eventuele reservering voor een mogelijke toekomstige verbinding naar het noordoosten; Een landschappelijke overgang in de noordrand die de groene ruimte het woongebied in trekt zonder fysieke verbinding (route).
Op basis van de prognose voor de huishoudensontwikkeling, de ontwikkeling van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte én de recent opgeleverde woningen en reeds opgestarte woningbouwprojecten is inzicht gegeven in het gewenste programma voor de ontwikkeling van de locatie Sportlaan met 89 woningen in diverse categorieën. Op basis van een ruimtelijke verkenning en de randvoorwaarden is een verkavelingsvoorstel opgesteld. Deze is te zien op figuur 2.3. Het plangebied aan de Sportlaan is circa 33.000 m2 groot. Hiervan wordt 270 m² gebruikt voor het aanleggen van oppervlaktewater en ruim 6.300 m² wordt ingericht als groen.
9
. Figuur 2.3 Verkavelingsplan Sportlaan Strijen (bron: Rho adviseurs voor leefruimte) Het plan is opgezet met de gedachte om een sterke relatie tussen de kern en het landschap te creëren. Om dit te waarborgen stuurt het beeldkwaliteitplan op een geleidelijke overgang tussen kern en landschap door rekening te houden met woningdichtheid en architectuur. De relatie met de kern wordt gelegd door een duidelijke oriëntatie op de Sportlaan en Saturnusstraat met een iets hogere accent langs de Sportlaan. De hoofdontsluiting (auto’s) is gesitueerd aan de Sportlaan en er is tevens een fysieke connectie met de Saturnusstraat die ook bij calamiteiten te gebruiken is. Daarnaast wordt er een ruimtereservering gedaan voor een mogelijke toekomstige verbinding naar het noordoosten.
10
Het programma wordt per fase bepaald aan de hand van de actuele behoefte vanuit de markt, de wensen vanuit de ontwikkelende partij en afstemming met de regionale woningbouwafspraken. Het stedenbouwkundig verkavelingsplan is op basis van een voorlopig bouwprogramma opgesteld met 50 sociale huurwoningen: 22 appartementen, 8 seniorenwoningen en 20 rijwoningen. De 39 koopwoningen zijn verdeeld over verschillende segmenten: 9 sociale koop, 10 seniorenwoningen en 6 rijwoningen in het middeldure segment, 14 dure koopwoningen (3 vrijstaand, 5 geschakeld en 6 twee-onder-één-kap). Uiteraard wordt gebouwd volgens de geldende duurzaamheidseisen van de gemeente. Dit betekent dat alle woningen gasloos worden gebouwd en de sociale woningen zelfs nul op de meter. Daarnaast wordt het openbaar gebied duurzaam ingericht met veel groen en een natuurlijke waterafvoer. Langs alle straten zijn bomen opgenomen, enerzijds voor het groene beeld, anderzijds voor voldoende schaduw in het openbaar gebied om hittestress tegen te gaan en een aangenaam verblijfsklimaat te maken. Bij de inrichting van het gebied zal extra aandacht worden gegeven aan de biodiversiteit door specifieke beplanting, voldoende schuilplekken en nestmogelijkheden. Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Sportlaan.
De wegen binnen het plangebied worden aangewezen als erftoegangsweg met een maximum toegestane snelheid van 30 km/uur. De wegen binnen het plangebied worden ingericht conform de richtlijnen van Duurzaam Veilig. De bebouwde kom grens van Strijen ligt net voorbij het plangebied. De Sportlaan is eveneens een erftoegangsweg en conform de richtlijnen van Duurzaam Veilig ingericht. Op het gedeelte binnen de bebouwde kom geldt een maximum snelheid van 30 km/uur. Buiten de bebouwde kom is de snelheid maximaal 60 km/uur. In het zuidwesten is via de Sportlaan en Oranjestraat het centrum van Strijen te bereiken. De Oranjestraat gaat uiteindelijk over in de Boompjesstraat en Weelsedijk. De Weelsedijk voert in zuidwestelijke richting naar de kernen Numansdorp en Zuid-Beijerland. Ter hoogte van Numansdorp is een aansluiting op de A29 richting Zierikzee en Rotterdam. In het Noordwesten sluit de Sportlaan aan op de randweg van Strijen (Moricaanseweg). De randweg sluit in het noorden van Strijen aan op de N491. De N491 is een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 60 km/h vanaf de bebouwde komgrens tot aan de 'Strijense golfclub'. Vanaf de golfclub geldt een maximum snelheid van 80 km/h. De N491 voert in noordelijke richting naar de kernen Maasdam en Puttershoek. Tevens wordt via de N491 de N217 bereikt.
Deze provinciale gebiedsontsluitingsweg verbindt Dordrecht en 's-Gravendeel met Oud-Beijerland en de A29 richting Rotterdam. De ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer is derhalve goed te noemen. Parkeren In het plangebied worden parkeerplaatsen zowel op eigen terrein als in de openbare ruimte gerealiseerd. Er worden in totaal 160 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast worden bij de woningen op de vrije kavels, de vrijstaand geschakelde woningen en de 2-onder-1-kap woningen parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Dit wordt uitgevoerd in de vorm van een garage met een oprit geschikt voor 1 tot 2 auto's. In de praktijk blijkt vaak dat het theoretische aanbod van de parkeerplaatsen op eigen terrein niet volledig wordt gebruikt. Bij een garage met enkele oprit is het theoretische aanbod 2. De praktijk zal uitwijzen dat het aanbod wordt gebruikt voor 1 auto. Rekening houdend met het gebruik van parkeervoorzieningen op eigen terrein komt het parkeeraanbod uit op 160 parkeerplaatsen. Dit zorgt voor een parkeertekort van 1 parkeerplaats. In het plangebied is echter nog voldoende ruimte om extra parkeerplaatsen te realiseren zodat de parkeervraag volledig in het plangebied kan worden opgevangen.
11
Figuur 2.4 Parkeerplaatsen in het plangebied Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstoffen zullen ontstaan tijdens de aanleg- en gebruiksfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er geen toekomstige ontwikkelingen in de omgeving die kunnen leiden tot cumulatie van effecten.
13
3. Kenmerken van de milieueffecten
Algemeen In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het bestemmingsplan dat is opgesteld ten behoeve van de beoogde ontwikkeling. Voor een uitgebreidere analyse en onderliggende onderzoeksrapporten wordt verwezen naar het bestemmingsplan.
3.1.
Verkeer
In totaal worden in het plangebied 89 woningen gerealiseerd. Deze ontwikkeling genereert nieuw verkeer. De verkeersgeneratie is gebaseerd op CROW-richtlijnen. Er is gebruik gemaakt van de meest actuele publicatie, CROW publicatie 381, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie', In deze publicatie wordt onderscheid gemaakt tussen minimale en maximale kencijfers en verschillende gebiedstypes. Het plangebied is gelegen in rest bebouwde kom. Op basis van de stedelijkheidgraad van de gemeente (bron: CBS) is het plangebied gelegen in weinig stedelijk gebied. Het gemiddelde autobezit per inwoner in de Strijen is vrijwel gelijk aan het landelijke gemiddelde, daarom is het gemiddelde kencijfer toegepast. Binnen het plangebied worden verschillende woningsoorten mogelijk gemaakt, In de onderstaande tabel 3.1 is per woningtype de verkeersgeneratie weergegeven. Tabel 3.1 - Verkeersgeneratie
Het plangebied zorgt voor een verkeersgeneratie van circa 530 mvt/etmaal op een weekdag. Conform verkeerstellingen uit 2016 van de Strijen is de gemiddelde intensiteit op de gemeente Sportlaan op een weekdag 507 mvt/etmaal. Op een werkdag is de gemiddelde intensiteit op de Sportlaan 520 mvt/etmaal. Op basis van een autonome groei van 1% per jaar van het huidige verkeer op de Sportlaan, bedraagt de intensiteit in 2028 circa 571 mvt/etmaal op een weekdag. Op een werkdag is dat circa 586 mvt/etmaal. De ontwikkeling zorgt voor een ruime verdubbeling van de intensiteit op de Sportlaan. In 2028 zal door de ontwikkeling de totale intensiteit op de Sportlaan uitkomen op circa 1.275 mvt/etmaal op een weekdag en circa 1.367 mvt/etmaal op een werkdag. Een erftoegangsweg, zoals de Sportlaan, heeft een wegcapaciteit van 5.000 tot 6.000 mvt/etmaal. De toename van het verkeer als gevolg van de
14
ontwikkeling kan op de Sportlaan goed afgewikkeld worden. Hiermee worden negatieve effecten vanuit verkeer uitgesloten.
3.2.
Geluid
Op 16 maart 2020 is door Rho adviseurs een akoestisch onderzoek volgens de Standaard Rekenmethode 2 uitgevoerd (zie bijlage 3 van het bestemmingsplan). Uit de berekeningen blijkt dat de geluidsbelasting van de meeste woningen niet hoger is dan 43 dB (figuur 3.2 groen). Voor de woningen/appartementen direct langs de Sportlaan blijkt dat deze op/nabij de 48 dB contour liggen (overgangsgebied geel/bruin). Voor deze woningen en appartementen is daarom een detailberekening uitgevoerd met extra rekenpunten. Uit de detailberekeningen blijkt dat de geluidsbelasting niet hoger is dan 48 dB.
Figuur 3.2 Contourberekening Op basis van de uitgevoerde contour- en detailberekeningen blijkt dat de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai bij de woningen niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Bij de meeste woningen is de geluidsbelasting zelfs lager dan 43 dB. Gezien deze uitkomsten kan worden geconcludeerd dat er voor het wegverkeerslawaai sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat. Hiermee worden geen negatieve effecten te verwachten.
3.3.
Luchtkwaliteit
Het bestemmingsplan maakt de realisatie van 89 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk.
15
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2019 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Trambaan, direct ten westen van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020; 17,3 µg/m³ voor NO2, 18,1 µg/m³ voor PM10 en 11 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,3 dagen. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
3.4.
Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid
Externe veiligheid Uit de professionele risicokaart blijkt dat ten noorden van het plangebied een risicobron is gelegen. Het gaat hierbij om een propaantank op Caravanpark Bonaventura aan de Oud Bonaventurasedijk. De propaantank heeft een plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar van 15 meter. De camping heeft geen invloedsgebied van het groepsrisico. De propaantank is op dusdanige afstand van het plangebied gelegen, 140 meter, dat deze niet van invloed is op de externe veiligheidssituatie in het plangebied. Ten zuiden van het plangebied is een risicobron gelegen. Het gaat hierom de inrichting "Shell Moerdijk" met een invloedsgebied van 10 kilometer. Het plangebied is gelegen op een afstand van 6,8 kilometer en is binnen het invloedsgebied gelegen. Conform artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen moet er daarom een verantwoording van het groepsrisico worden opgesteld. Gelet op de grote afstand van het plangebied tot aan deze inrichting, mag worden aangenomen dat het groepsrisico ten gevolge van dit plangebied niet merkbaar zal worden verhoogd. Een volledige verantwoording kan daarom achterwege blijven. Wel is aandacht besteed aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in de beknopte verantwoording. Ten oosten van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats via de Randweg.
De weg is gelegen op een afstand van circa 200 meter en is niet van invloed op de externe veiligheidssituatie binnen het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, het water of door buisleidingen. Uit de beknopte verantwoording blijkt dat de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid voor het plangebied als voldoende kunnen worden beschouwd. Voor het aspect externe veiligheid worden geen negatieve milieueffecten verwacht. Risico’s op rampen door klimaat Er is sprake van een toename in verharding, hiervoor worden compenserende maatregelen genomen. Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatadaptatie hiermee niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit.
16
3.5.
Bodem en water
Bodem Op basis van informatie uit het bodemloket blijkt dat binnen het plangebied in het verleden bodem verontreinigde activiteiten hebben plaatsgevonden. Na sanering heeft het gebied de status voor 'nader onderzoek'. Dit onderzoek wordt op het moment van schrijven uitgevoerd. Milieukundig bodemonderzoek In opdracht van Rho Adviseurs B.V. is een milieukundig bodemonderzoek verricht op de locatie Sportlaan te Strijen. In dit onderzoek werd nog uitgegaan van 2 deelgebieden, deelgebied 2 is echter komen te vervallen en het plangebied van dit bestemmingplan heeft enkel betrekking op deelgebied 1. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd in de bijlagen van het bestemmingsplan. Conclusies uit de rapportage Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: In de grond zijn plaatselijk bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. Op het maaiveld en in het opgeboorde bodemmateriaal zijn plaatselijk asbestverdachte materialen waargenomen. De grond is licht verontreinigd met enkele zware metalen, PCB's, PAK, minerale olie en enkele individuele OCB´s. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en plaatselijk matig tot sterk verontreinigd met nikkel. Ter plaatse van waar asbesthoudend materiaal op het maaiveld is aangetoond, is de grond sterk verontreinigd met asbest.
Op het overige terrein zijn geen verhoogde gehalte asbest aangetoond. Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden (grond) en de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende streefwaarden (grondwater) dient de hypothese onverdacht voor de onderzoekslocatie formeel te worden verworpen. Echter, de gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is. De concentratie nikkel overschrijdt de betreffende tussen- en interventiewaarde in het grondwater en geeft formeel gezien conform de Wet bodembescherming aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Mogelijk worden de verhoogde concentraties veroorzaakt door een verstoring van het bodemevenwicht. Derhalve wordt een aanvullend onderzoek beperkt doelmatig geacht. Het in de bovengrond aangetoonde gehalte asbest (overschrijding van de bijbehorende interventiewaarde) geeft formeel, ingevolge de Wet bodembescherming, aanleiding tot het verrichten van een nader bodemonderzoek naar de omvang en mate van deze verontreiniging in de bodem. Echter, gezien het gehalte asbest (5.481,6 mg/kg d.s. en 7.185,5 mg/kg d.s.) wordt een aanvullend onderzoek beperkt doelmatig geacht.
Op basis van de resultaten is ons inziens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest (>100 mg/kg d.s.) ter plaatse. Advies is de locatie waar het asbest op het maaiveld ter plaatse van de schuren als zijnde verontreinigd aan te merken en deze volledig te saneren. Het te saneren oppervlak bedraagt circa 30 m2.
17
Water In de directe omgeving van het plangebied zijn watergangen aanwezig, voor werkzaamheden in de beschermingszone zal een watervergunning aangevraagd worden. Het plangebied niet gelegen binnen de kern- en beschermingszone van een regionale/primaire waterkering. De verharding van het plangebied bestaat uit meer dan 500 m2, waardoor compensatie noodzakelijk is. In het plangebied wordt de huidige sloot met de status overig, verbreed en ten zuiden wordt een waterpartij gerealiseerd met een gezamenlijke oppervlakte van 2.540 m2. Ten noordwesten aan de hoofdwatergang vind eveneens een verbreding plaats. De aanvoer van water wordt gerealiseerd door de hoofdwatergang (H15737). Tevens wordt het hemelwater van het gebied geloosd op de te realiseren waterpartij wat de doorstroming ook bevorderd. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, nietuitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hiermee heeft de beoogde ontwikkeling derhalve geen negatieve effecten voor de waterhuishoudkundige situatie.
3.6.
Natuur
Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat in het plangebied of directe omgeving geen beschermde landschapselementen aanwezig zijn. De afstand tot zowel het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen en tot het dichtstbijzijnde NNN -gebied bedraagt 700 meter. Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen is niet gevoelig voor stikstofdepositie. Vanwege de gevoeligheid rond het stikstofdossier is een AERIUS-berekening uitgevoerd (12-01-2021). Zie bijlage 6 van het bestemmingsplan voor de memo, bijlage 7 voor de aanlegfase en bijlage 8 voor de gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het rekenjaar 2021 gehanteerd en is gebruik gemaakt van kentallen van vergelijkbare projecten. Omdat de woningen gasloos uitgevoerd worden, is alleen het wegverkeer een bron van emissies.
In de verkeersanalyse zoals opgenomen in het bestemmingsplan is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 530 mvt/etmaal aan personenauto's voor een gemiddelde weekdag. De stikstofdepositie wordt berekend in mol/hectare/jaar. Uitgangspunt is dat verkeerseffecten worden meegenomen tot deze opgaan in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de berekeningen is er worstcase van uitgegaan dat de totale verkeersgeneratie (530 mvt/etmaal) via de Sportlaan in zowel de richting van de Oranjestraat/Trambaan als in de richting van de Moricaanseweg afwikkelt. De aanlegfase uitgevoerd voor het rekenjaar 2021 en de gebruiksfase voor 2022. In de verdere toekomst nemen de emissies ten gevolge van het wegverkeer af door toepassing van schonere technieken. Een latere in gebruik name kan dus alleen maar positiever uitvallen.
18
Uit de berekeningen volgt dat er geen depositie plaatsvindt op Natura 2000-gebieden in de omgeving. Significante negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen derhalve worden uitgesloten. De Wet Natuurbescherming en het beleid van de provincie Zuid-Holland staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg. Soortenbescherming De rapportage 'Quickscan flora en fauna nieuwbouwprojecten Woningcorporatie HW Wonen 2019 - 2021' is opgesteld in opdracht van Woningcorporatie HW Wonen, zie bijlage 9. De quickscan is uitgevoerd ten behoeve van sloop- en/of nieuwbouwwerkzaamheden aan verscheidene woonblokken in de Hoeksche Waard waaronder het plangebied van dit bestemmingsplan. Paragraaf 2.5 van de rapportage gaat over vleermuizen. Het plangebied ligt in Strijen en het betreft een kassencomplex aan de Sportlaan 5 te Strijen, waarvan de bedrijfswoning behouden blijft (figuur 4.7). Op het plangebied zijn vier schuren en één kas aanwezig. Schuur I is opgetrokken uit een gemetselde stenenmuur, waarvan het bovenste gedeelte bedekt is met houten planken, en het draagt een zadeldak met golfplaten. De kas (II) is opgetrokken uit glazenpanelen en heeft ook een dak bedekt met glazenpanelen. Schuur III is opgetrokken uit betonblokken en draagt een zadeldak bedekt met golfplaten. Schuur IV is opgetrokken uit een gemetselde stenenmuur en draagt een zadeldak met golfplaten.
Ook schuur V is opgetrokken uit betonblokken en draagt een zadeldak met golfplaten. De schuren dienen als opslag, enkel schuur IV dient als koelcel. Het omliggende terrein bestaat met name uit (agrarische)percelen, woningen, parkeergelegenheden, trottoirs en enkele gemeentelijke groenstroken met solitaire bomen en kleine struiken. Waarnemingen: Geen potentiële invliegopeningen Geen openingen tussen houten planken en gevel; Geen (hoge) open stootvoegen aanwezig; Geen openingen in gevel die toegang geven tot de binnenzijde; Geen open ruimte tussen gevel en dak. Hiermee worden negatieve effecten vanuit het aspect soortenbescherming uitgesloten.
3.7.
Archeologie en cultuurhistorie
In opdracht van Rho Adviseurs heeft IDDS Archeologie in december 2020 en januari 2021 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de Sportlaan 5 e.o. in Strijen. De noodzaak tot het archeologisch onderzoek komt voort uit de archeologische beleidskaart. De volledige rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 11 van het bestemmingsplan. De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied na het einde van het Pleistoceen (ca. 10.000 jaar voor Chr.) al snel met veen werd bedekt. Het Hollandveen vormde het maaiveld tot in de Late Middeleeuwen. Vanaf de Late Middeleeuwen vonden verschillende overstromingen plaats, waarvan de St. Elisabethsvloed in 1421 grote delen van de Hoeksche Waard onder water zette. Ter hoogte van de Sportlaan ontstond een kreekgeul, die fungeerde als verbinding tussen de dorpskern van Strijen en het open water en daardoor nog tot in de 20e eeuw als haven bekend stond. Het plangebied ligt in de Polder Nieuw Bonaventura, die werd ingepolderd in 1593. Na de inpoldering werd het plangebied in eerste instantie in gebruik genomen als weiland en akkerland en later voor de tuinbouw.
19
Voor de aanbevelingen kan het plangebied worden opgesplitst in twee deelgebieden: De Oude haven In een strook direct langs de Sportlaan geldt een hoge verwachting voor resten gerelateerd aan de Oude haven. Indien in deze strook graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 30 cm ‐mv, wordt geadviseerd om voorafgaand aan deze werkzaamheden ter hoogte van de voormalige haven drie profielputten van 1x1 meter te plaatsen. Dit om vast te kunnen stellen of er nog resten van bijvoorbeeld beschoeiingen voorkomen in de ondergrond. De rest van het plangebied Voor de rest van het plangebied geldt voor verschillende niveaus een (middel)hoge archeologische verwachting. Er wordt daarom het volgende geadviseerd: • Als er ingrepen gepland zijn die een bedreiging vormen voor het veenlandschap dan wordt aanbevolen om middels een verkennend booronderzoek de diepteligging en mate van intactheid van de top van het veen te bepalen. Op deze manier kan vooraf worden bepaald welke delen van dit landschap met een middelhoge verwachting worden bedreigd. Het Hollandveen wordt niet ondieper dan 2,5 m ‐mv verwacht, waardoor dit vervolgonderzoek wordt aanbevolen bij bodemingrepen die dieper reiken dan ‐3,1 m NAP (2,5 m ‐mv). Bij een eventueel vervolgonderzoek dienen minimaal 10 boringen per hectare te worden geplaatst.
• Als er ingrepen gepland zijn die een bedreiging vormen voor het dekzandlandschap onder het veen dan wordt aanbevolen om middels een verkennend booronderzoek dit dekzand in kaart te brengen zodat vooraf bepaald kan worden welke delen van dat landschap werkelijk bedreigd worden. Rekening houdend met een ruime veiligheidsmarge omdat de diepte van de top van het dekzand niet nauwkeurig bekend is, wordt dit vervolgonderzoek aanbevolen bij bodemingrepen die dieper reiken dan ‐7,0 m NAP (ca. 6,4 m ‐mv). Bij een eventueel vervolgonderzoek dienen minimaal 10 boringen per hectare te worden geplaatst. • De afzettingen vanaf het maaiveld tot op de top van het Hollandveen hebben een lage archeologische verwachting. Er wordt daarom aanbevolen om het plangebied vrij te geven voor civieltechnische werkzaamheden die reiken tot maximaal 2,5 m ‐mv (‐3,1 m NAP).
3.8.
Aanlegwerkzaamheden
Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de geringe ontwikkeling ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.
20
4. Conclusie
Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.