CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 11 archeologie

Besluitvormende raad 28 maart 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Sportlaan Westzijde Strijen6.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Archeologisch bureauonderzoek

Sportlaan 5 e.o., Strijen Gemeente Hoeksche Waard IDDS Archeologie rapport 2501

Colofon Projectnummer OM-nummer In opdracht van Auteur Redactie Versie Status

66481220 4932100100 Rho Adviseurs S. Moerman A.W.E. Wilbers 1.3 definitief

Autorisatie A.W.E. Wilbers

Senior KNA Prospector

8-1-2021

Gemeente Hoeksche Waard

17-02-2021

Goedkeuring C. Cohen Stuart

© IDDS Archeologie Noordwijk, februari 2021 ISSN 2212-9650 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microf ilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

SAMENVATTING: In opdracht van Rho Adviseurs heeft IDDS Archeologie in december 2020 en januari 2021 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de Sportlaan 5 e.o. in Strijen, gemeente Hoeksche Waard. De noodzaak tot het archeologisch onderzoek komt voort uit de archeologische beleidskaart. De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied na het einde van het Pleistoceen (ca. 10.000 jaar voor Chr.) al snel met veen werd bedekt. Het Hollandveen vormde het maaiveld tot in de Late Middeleeuwen. Vanaf de Late Middeleeuwen vonden verschillende overstromingen plaats, waarvan de St. Elisabethsvloed in 1421 grote delen van de Hoeksche Waard onder water zette. Ter hoogte van de Sportlaan ontstond een kreekgeul, die fungeerde als verbinding tussen de dorpskern van Strijen en het open water en daardoor nog tot in de 20e eeuw als haven bekend stond. Het plangebied ligt in de Polder Nieuw Bonaventura, die werd ingepolderd in 1593. Na de inpoldering werd het plangebied in eerste instantie in gebruik genomen als weiland en akkerland en later voor de tuinbouw.

IDDS Archeologie adviseert proefsleuvenonderzoek in een strook direct langs de Sportlaan waar resten gerelateerd aan de Oude haven worden verwacht en verkennend booronderzoek voor de rest van het plangebied indien daar ingrepen zijn gepland die een bedreiging vormen voor het veen of het onderliggende dekzandlandschap. De afzettingen vanaf het maaiveld tot op de top van het Hollandveen hebben een lage archeologische verwachting. Er wordt daarom aanbevolen om het plangebied vrij te geven voor civieltechnische werkzaamheden die reiken tot maximaal 2,5 m -mv (-3,1 m NAP). Het advies voor vervolgonderzoek wordt niet overgenomen door het bevoegd gezag. Het advies voor vervolgonderzoek wordt niet overgenomen door het bevoegd gezag. Door het bevoegd gezag is bepaald dat het vervolgonderzoek aan de volgende eisen dient te voldoen: 1. Inventariserend booronderzoek dient uitgevoerd te worden met minimaal 10 boringen per ha. Dit eisen we om de relatie tussen de haven en het aanliggende gebied in kaart te brengen. Zo is te zien dat er een jaagpad is geweest, dit komt uit het bureauonderzoek onvoldoende in beeld. 2. Voor het onderzoek dienen ter hoogte van de voormalige haven 3 profielputten van 1x1 gezet te worden Dit eisen we om zo de havenzone goed in beeld te krijgen.

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

INHOUDSOPGAVE: ADMINISTRATIEVE GEGEVENS VAN HET PLANGEBIED ...............................................................4 1. INLEIDING ..................................................................................................................................5 1.1. Onderzoekskader .....................................................................................................................5 1.2. Doel- en vraagstellingen van het onderzoek..............................................................................6 1.3. Ligging van het plangebied .......................................................................................................6 1.4. Werkwijze.................................................................................................................................7 2. GEOLOGIE, GEOMORFOLOGIE EN BODEM ............................................................................9 2.1. Ontstaansgeschiedenis landschap ............................................................................................9 2.2. Geomorfologie en geologie ..................................................................................................... 10 2.3. Bodem.................................................................................................................................... 12 2.4.

Milieukundig bodemonderzoek ............................................................................................... 12 3. ARCHEOLOGISCHE EN (BOUW)HISTORISCHE INFORMATIE............................................... 14 3.1. Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden ................................................... 14 3.2. Historische situatie ................................................................................................................. 15 3.3. Huidig landgebruik .................................................................................................................. 17 3.4. Mogelijke verstoringen ............................................................................................................ 18 4.

CONCLUSIE EN VERWACHTINGSMODEL .............................................................................. 19

5. AANBEVELINGEN .................................................................................................................... 20 5.1. Besluit gemeente Hoeksche Waard ........................................................................................ 20 LITERATUUR EN KAARTEN ........................................................................................................... 21 LIJST VAN AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN.................................................................................. 22 BIJLAGEN 1. Topografische kaart 2. Archis-informatie 3. Locatiekaart 4. Periodentabel 5. Advieskaart

3

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

Administratieve gegevens van het plangebied Toponiem

Sportlaan 5 e.o.

Onderzoekmeldingsnummer

4932100100

Plaats

Strijen

Gemeente

Hoeksche Waard

Kadastrale aanduiding

Strijen N 594, 711, 2096, 2097, 2545, 4624-4628 en S 673

Provincie

Zuid-Holland

Coördinaten Centrum Hoekpunten

97.800/417.760 97.782/417.884 (N) 97.918/417.776 (O) 97.828/417.621 (Z) 97.672/417.741 (W)

CMA/AMK-status

Geen

Archis-monumentnummer

n.v.t.

Oppervlakte plangebied

34.160 m2

Maaiveldhoogte

-0,6 m NAP

Grondwatertrap/-stand

V

Onderzoekskader

Opstellen bestemmingsplan

Uitvoerder

IDDS Archeologie Contactpersoon: mevr. S. Moerman Postbus 126 2200 AC Noordwijk (ZH) Tel: 071-4028586 E-mail: smoerman@idds.nl

Bevoegde overheid

Gemeente Hoeksche Waard Postbus 2003 3260 EA Oud-Beijerland Tel: 14 0186

Adviseur van de bevoegde overheid

Terra Archeologie Contactpersoon: mevr. C. Cohen-Stuart Tel: 0345-518309 E-mail: channacs@me.com

Beheer en plaats van documentatie

IDDS Archeologie, Noordwijk

Uitvoeringsperiode onderzoek

december 2020 – januari 2021

4

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

1.

Inleiding

1.1.

Onderzoekskader

In opdracht van Rho Adviseurs heeft IDDS Archeologie in december 2020 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de Sportlaan 5 e.o. in Strijen, gemeente Hoeksche Waard. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande herinrichting van het plangebied tot nieuwbouwwijk met woningen, groenstroken en waterpartijen. Exacte inrichtingsplannen zijn nog niet bekend. Vanwege mogelijke onderkeldering van gestapelde bebouwing en de aanleg van riolering wordt ervan uitgegaan van de diepte van de bodemverstoring die optreedt bij de nieuwbouw zal reiken tot ongeveer 4,0 m mv. De kans bestaat dat eventueel aanwezige archeologische waarden hierdoor verstoord dan wel vernietigd zullen worden.

Middelhoog – IJzertijd tot en met Nieuwe tijd – nederzetting Middelhoog – IJzertijd tot en met Nieuwe tijd – nederzetting Hoog – Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd – verhoogde huisplaatsen Hoog – Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd – bewoningskernen Hoog – Nieuwe tijd – havens en havenkanalen Figuur 1: Het plangebied (rood omlijnd) op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Hoeksche Waard. Tot op heden is archeologie niet opgenomen in de bestemmingsplannen voor het plangebied (Dorp III 2012, Paraplubestemmingsplan Strijen). Op de archeologische verwachtingskaart (Figuur 1) heeft het plangebied grotendeels een middelhoge archeologische verwachting. Nabij de weg geldt een hoge

5

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

archeologische verwachting. Voor gebieden met een middelhoge verwachting geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij plangebieden groter dan 500 m2 en bodemingrepen dieper dan 30 cm. Voor gebieden met een hoge verwachting liggen deze grenzen op 100 m2 en 30 cm. Bij de realisatie van de geplande nieuwbouw zullen deze vrijstellingsgrenzen worden overschreden waardoor archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Vanwege de omvang van het plangebied wordt gestart met een bureauonderzoek. 1.2.

Doel- en vraagstellingen van het onderzoek

De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Dit gebeurt aan de hand van bestaande bronnen over bekende en verwachte archeologische waarden binnen het plangebied. Op basis van de resultaten van het onderzoek worden aanbevelingen gedaan over eventueel behoud of vervolgonderzoek. Het archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 (Centraal College van Deskundigen 2018). Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 4. Afkortingen en enkele vaktermen worden achterin dit rapport uitgelegd (zie lijst van afkortingen en begrippen).

Figuur 2: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: PDOK). 1.3.

Ligging van het plangebied

De ligging van het (her) in te richten gebied, ofwel het plangebied, is weergegeven in Bijlage 1. Het plangebied ligt in het oosten van de bebouwde kern van Strijen en wordt begrensd door de Sportlaan in het zuidoosten, de Saturnusstraat in het zuidwesten en watergangen in het noordoosten en noordwesten. Het plangebied heeft een oppervlakte van 34.160 m2 en een gemiddelde maaiveldhoogte

6

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

van -0,6 m NAP. De exacte ligging en contouren van het plangebied zijn nader weergegeven in Bijlage 3 en Figuur 2. Om tot een gespecificeerde verwachting voor het plangebied te komen, is niet alleen gekeken naar bekende gegevens over het plangebied zelf maar ook naar de omgeving. Voor het totale onderzochte gebied, oftewel het onderzoeksgebied, is als begrenzing een straal van ongeveer 250 m rondom het plangebied gekozen. Binnen deze straal zijn in dezelfde polder als het plangebied diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd. 1.4.

Werkwijze

Bij het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische en bouwhistorische waarden binnen het onderzoeksgebied. Onderstaande bronnen zijn geraadpleegd: Bron

Opmerkingen

Huidige en toekomstige situatie Actuele topografische kaart Recente luchtfoto (PDOK) Opdrachtgever KLIC

Niet opgevraagd omdat dit naar verwachting geen resultaten oplevert over kabels en leidingen binnen de percelen.

(Rijks)monumenten (via Archis)

Geen (Rijks)monumenten aanwezig

Historische situatie en mogelijke verstoringen Kaart van het oude bedijkte land van Bonaventura, Symon en Cornelis Janszn., 1571 (Nationaal Archief, 4.VTH, 2132) Kadastraal minuutplan 1811-1832 (beeldbank.cultureelerfgoed.nl) Diverse topografische kaarten uit het einde van de 19e en de 20e eeuw (topotijdreis.nl) Bouw-/constructietekeningen van de te slopen bouwwerken

Niet van toepassing

Bodemloket (www.bodemloket.nl) voor informatie over tanks, saneringen, ontgrondingen

Geen aanvullende informatie

Milieukundig bodemonderzoek

Bijl 2018

Militair erfgoed Militaire landschapskaart (landschapinnederland.nl/militairelandschapskaart)

Geen bijzonderheden

Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (ikme.nl)

Geen bijzonderheden

Archeologie en bouwhistorie Archeologische Monumenten Kaart (AMK; via Archis) Archeologisch Informatie Systeem (Archis; archis.cultureelerfgoed.nl) Verwachtingskaart van de gemeente Hoeksche Waard (Huizer / Benjamins / van der A 2009) Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie ZuidHolland Bodemkaarten, geomorfologische kaarten en hoogtekaarten Atlas van Nederland in het Holoceen (Vos et al. 2018) Bodemkaart van Nederland (PDOK) Geomorfologische kaart van Nederland (PDOK) Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3; PDOK) Stroomruggenkaart van het Nederlands rivierengebied (Cohen et al. 2012)

Er komen geen stroomruggen voor in de ondergrond.

7

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

Bron

Opmerkingen

DINOloket (www.dinoloket.nl) Archieven, heemkundekringen, amateurarcheologen, overige informatie Archieven

Aangezien het plangebied een onbebouwd perceel buiten het historische centrum betreft, zijn er geen archieven geraadpleegd.

Amateurarcheologen, gebiedsgerichte specialisten, depots

Aangezien het plangebied een onbebouwd perceel buiten het historische centrum betreft, zijn geen aanvullende bronnen geraadpleegd.

Onderzoeksrapporten en achtergrondliteratuur

Zie literatuurlijst

8

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

2.

Geologie, geomorfologie en bodem

2.1.

Ontstaansgeschiedenis landschap

Het plangebied is gelegen in het zuidwestelijk zeekleigebied. Dit gebied is grotendeels ontstaan in het Holoceen. Pleistocene afzettingen bevinden zich in het plangebied naar verwachting op ca. -8 m NAP en dieper.1 Pleistocene rivierduinen worden in het plangebied niet verwacht. In het Holoceen (vanaf ongeveer 10.000 jaar voor Chr.) steeg de temperatuur, wat tot gevolg had dat het landijs smolt en de zeespiegel en de grondwaterspiegel stegen. Door de toenemende invloed vanuit zee bij een min of meer open kust werden mariene afzettingen afgezet. Deze afzettingen behoren tot het Laagpakket van Wormer van de Formatie van Naaldwijk. Plaatselijk ontstond veen als gevolg van stagnerende afwatering. Dit veen behoort tot het Hollandveen pakket van de Formatie van Nieuwkoop. Rond 5500 voor Chr. lag het plangebied in een veengebied (Figuur 3). Door de vorming van een gesloten strandwallensysteem langs de kust nam de veenvorming vanaf 4500-4000 voor Chr. sterk toe (Figuur 3).

Figuur 3: Het plangebied (gele ster) in 5500 en 3850 voor Chr. Bruin geeft het veengebied weer, donkergroen de kwelders en lichtgroen de wadden en slikken. Rechtsboven in de afbeelding bevinden zich enkele rivierduinen (geel). Het veengebied werd doorsneden door enkele grote rivierlopen die behoren tot het estuarium van de Maas. Tevens waren er diverse kleinere veenrivieren die hier op afwaterden, waaronder een rivier waarschijnlijk enkele honderden meters ten westen van het plangebied. Deze loop verdween ergens tussen 100 en 800 na Chr. (Figuur 4). Vanaf de Late Middeleeuwen kreeg het plangebied te maken met inbraken vanuit zee. De St. Elisabethsvloed uit 1421 is de meest bekende van de overstromingen en zette grote delen van de Hoeksche Waard onder water. De kreken die bij de inbraken werden gevormd, zorgden ervoor dat het veen werd weggeslagen dan wel bedekt werd onder een laag klei. De afzettingen die hierbij werden gevormd, behoren tot het zogenaamde Laagpakket van Walcheren van de Formatie van Naaldwijk. Het Land van Strijen vormde in deze periode een soort veeneiland (Figuur 4, 1250 na Chr. Om het land te 1

Op basis van twee DINOloket boringen langs de Sportlaan (B43F0339 en B43F0022).

9

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

beschermen tegen het water werden vanaf de tweede helft van de 14e eeuw de eerste ringpolders aangelegd. Tot in het begin van de 16e eeuw vormden deze ringpolders kleine eilanden in een gebied van slikken en schorren (Figuur 4, 1500 na Chr.). Vanaf de tweede helft van de 16e eeuw werden ook de tussenliggende gebieden ingepolderd.

Figuur 4: Het plangebied (gele ster) van 100 tot 1500 na Chr. Bruin geeft het veengebied weer, donkergroen de kwelders, heldergroen de bedijkte kwelders en lichtgroen de wadden en slikken. 2.2.

Geomorfologie en geologie

Het plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart op een vlakte van getij-afzettingen (Figuur 5). Ongeveer 75 m ten oosten van het plangebied staat een getij-oeverwal aangegeven. Deze getijoeverwal behoort bij de waterloop Oude Haven ten oosten van het plangebied, oorspronkelijk een kreekloop.

10

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

Getij-oeverwal

Vlakte van getijafzettingen

Vlakte van getijafzettingen

Getij-kreekbedding, zee-erosiegeul

Figuur 5: Het plangebied op de geomorfologische kaart (bron: PDOK).

Figuur 6: Het plangebied op de bodemkaart (bron: PDOK).

11

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

Op de geologische kaart ligt het plangebied in een zone met code F2.3b. Dit houdt in dat een opbouw mag worden verwacht van (kom-)afzettingen van Duinkerke IIIb, op Hollandveen, op Afzettingen van Gorkum IV, op Basisveen, op Pleistocene afzettingen. In de huidige nomenclatuur komt dit overeen met het Laagpakket van Walcheren op Hollandveen op het Laagpakket van Wormer. Het Basisveen behoort tot de Formatie van Nieuwkoop en de Pleistocene afzettingen betreffen dekzand van de Formatie van Boxtel. In DINOloket zijn twee boringen beschikbaar langs de Sportlaan, iets ten noordenoosten en iets ten zuiden van het plangebied. Iets ten zuiden van het plangebied zijn vanaf het maaiveld (-0,4 m NAP) tot -4,7 m NAP afzettingen van het Laagpakket van Walcheren aangetroffen.2 Daaronder bevindt zich Hollandveen tot -7,8 m NAP. Het Hollandveen bedekt een 20 cm dikke Basisveen laag, met daaronder (op -8,0 m NAP) de top van het dekzand. In de boring ten noordoosten is de opbouw vergelijkbaar.3 De top van het Hollandveen is daar aangetroffen op -3,8 m NAP. Het Hollandveen ligt direct op het dekzand, waarvan de top zich op -7,7 m NAP bevindt. 2.3.

Bodem

Volgens de bodemkaart ligt het plangebied grotendeels in een zone met kalkrijke poldervaaggronden van zware zavel (kaartcode Mn25A). Langs de noordwestrand en in het zuiden van het plangebied staan kalkrijke poldervaaggronden van lichte klei (kaartcode Mn35A) aangegeven. Beide bodemtypes hebben een zwak ontwikkelde, humushoudende bovengrond. Het zijn zeekleigronden, ontstaan door opslibbing, die ook wel bekend staan als schor- en gorsgronden. De gronden van zware zavel (kaartcode Mn25A) wijzen op kreekafzettingen ondiep in de bodem. Dit komt overeen met de kreekgeul langs de Sportlaan die als haven op de verwachtingenkaart (Figuur 1) staat aangegeven. Deze kreekgeul zal zijn ontstaan bij de overstromingen in de Late Middeleeuwen. Deze kreekgeul is in de huidige situatie gedempt, maar is op het AHN nog herkenbaar. De grondwatertrap van beide bodemtypes is V. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op gemiddeld hoogste (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstandsdieptes (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. Grondwatertrap V duidt op gronden met een sterk wisselende grondwaterstand. Bij grondwatertrap V wordt de GHG aangetroffen op minder dan 40 cm -mv terwijl de GLG wordt aangetroffen op een diepte van meer dan 120 cm –mv. 2.4.

Milieukundig bodemonderzoek

In 2018 is in het plangebied een milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd (Bijl 2018). Verspreid over het plangebied zijn zeven boringen gezet (drie tot 2,0 m -mv op het bebouwde deel, vier tot 2,5 m -mv verspreid over de rest van het plangebied). In geen van deze boringen is Hollandveen aangetroffen. De opbouw van de ondergrond bestaat uit klei, soms met laagjes zand. In drie van de boringen die buiten het bebouwde gebied zijn gezet is vanaf een diepte van 1,5 à 2,0 m -mv zand aangetroffen met brokken veen en klei. Dit pakket is waarschijnlijk te interpreteren als kreekafzettingen met daarin verspoeld veen en kleibrokken, aangevoerd door de van oorsprong laatmiddeleeuwse kreekgeul ter hoogte van de Sportlaan.

2 3

Boring B43F0339, 97.785/417.564 (RD). Boring B43F0022, 97.965/417.760 (RD).

12

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

Figuur 7: Het plangebied op het AHN (www.ahn.nl).

13

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

3.

Archeologische en (bouw)historische informatie

3.1.

Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden

Binnen het plangebied zijn geen terreinen aanwezig die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) als waardevol staan aangegeven. Ook zijn er geen waarnemingen en vondsten gemeld en geen eerdere onderzoeken uitgevoerd. In het plangebied zijn voor zover bekend geen ondergrondse bouwhistorische waarden aanwezig. Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Hoeksche Waard heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting (Figuur 1). Langs de Sportlaan is de verwachting hoog voor de aanwezigheid van havens en havenkanalen. Hier is sprake van een kreekloop die ook zichtbaar is op de bodemkaart. Van een archeologisch onderzoek op het terrein van de waterzuiveringsinstallatie aan de overzijde van de Sportlaan is in Archis en DANS geen rapport beschikbaar. Het onderzoek dateert uit 2004. Er zijn geen vondsten bij gemeld en het heeft niet geleid tot vervolgonderzoek. Ongeveer 70 m ten noordwesten van het plangebied is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd aan de Oud Bonaventurasedijk 54 (Archisnr. 4762017100; van Wilgen 2020). Onderin de boringen werd veen aangetroffen. Gezien de diepteligging van het veen (top tussen 2,2 en 2,3 m -mv / -3,0 en -3,2 m NAP) werd de kans op archeologische waarden in het veen middelhoog geacht. Deze zouden kunnen dateren vanaf de Bronstijd tot in het begin van de Late Middeleeuwen (tot 1421).

Voor de periode na 1421 geldt een lage archeologische verwachting omdat er geen aanwijzingen zijn dat het gebied na de inpoldering in 1593 bebouwd is geweest. Ongeveer 120 m ten zuidwesten van het plangebied is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd voor de Oranjebuurt in Strijen (Archisnr. 2306031100; Hanemaaijer 2011). De ondergrond bestond uit Hollandveen, erosief afgedekt door een kreekafzetting (Laagpakket van Walcheren). Daarboven kwam een laaggelegen kwelderafzetting of kreekafzetting voor. De top hiervan was verstoord. Door de verstoringen werd de kans op intacte archeologische resten laag geacht. In het uiterste noorden van de onderzoekslocatie gold vanuit het bureauonderzoek een hoge verwachting voor resten van een gekanaliseerde kreek of haven. Er werd echter verondersteld dat bebouwing en kabelsleuven hier reeds voor dusdanig veel verstoring hadden gezorgd dat de kans op intacte archeologische waarden erg gering was. Ongeveer 135 m ten noordoosten van het plangebied bevindt zich de locatie van een watermolen (Archisnr. 3277011100; toponiem Oude Haven). Vermoedelijk betrof het een vrij klein waterwipmolentje dat hier slechts korte tijd gestaan heeft, rond 1632. Van een onderzoek aan de Oud Bonaventurasedijk 26, ongeveer 180 m ten westen van het plangebied, is nog geen rapport beschikbaar (Archisnr. 4740236100).

Uit Archis blijkt dat voor verschillende perioden een verwachting is opgesteld. De verwachting voor archeologische resten van na 1421 is laag. Archeologische resten uit de Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen (tot 1421) kunnen worden aangetroffen op en in de intacte top van het Hollandveen (ca. 2,3 tot 2,5 m -mv / -2,8 tot -3,4 m NAP). Onder het Hollandveen kunnen oudere archeologische resten worden aangetroffen. Deze liggen op aanzienlijke diepte (minimaal 4,5 m -mv / -5,2 m NAP).

14

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

3.2.

Historische situatie

Het plangebied is gelegen in de Polder Nieuw Bonaventura, die dateert uit 1593 (Huizer / Benjamins / van der A 2009). De oudst geraadpleegde kaart betreft een kaart die in 1591 is opgetekend door Symon en Cornelis Janszn. Op deze kaart is te zien dat het plangebied voor de inpoldering begrensd werd door een sloot in het noordwesten en een watergang (de Strijense haven) in het zuidoosten. In hoofdstuk 2 is reeds gebleken dat deze haven oorspronkelijk een getijdenkreek was. Deze zal zijn ontstaan bij de overstromingen in de Late Middeleeuwen en werd na de inpoldering op diepte gehouden om de dorpskern van Strijen verbonden te houden met het open water. In het plangebied, dat in 1591 nog niet was ingepolderd, kwam geen bebouwing voor.

Figuur 8: Het plangebied (rood omcirkeld) op de kaart van Symon en Cornelis Janszn. uit 1591 (bron: Nationaal Archief). De eerstvolgende geraadpleegde kaart betreft het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw. Hierop staat dezelfde situatie weergegeven als op de oudste topografische kaart, uit 1880 (Figuur 9). Ook ten opzichte van 1591 is er weinig veranderd. De sloot in het noordwesten (in 1880 de Lange Duikersloot genoemd) en de voormalige kreekloop in het zuidoosten (in 1880 de Oude haven) vormen nog steeds de begrenzingen van het plangebied. Het plangebied is zowel op het minuutplan als op de kaart van 1880 in gebruik als weiland en akker. Er wordt op beide kaarten geen bebouwing weergegeven binnen de grenzen van het plangebied.

15

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

Figuur 9: Het plangebied op de topografische kaart uit 1880 (die dezelfde situatie weergeeft als het minuutplan uit 1811-1832) en de topografische kaart uit 1940 (bron: topotijdreis.nl). Zowel het minuutplan als de kaart uit 1880 laten zien dat er in de omgeving van het plangebied veel tuinen en boomgaarden aanwezig zijn. Na 1880 wordt ook het plangebied hiervoor in gebruik genomen. Op de kaart uit 1940 (Figuur 9) staan in de noordwestelijke helft van het plangebied boomgaarden aangegeven en in het zuidoosten enkele kassen. In de decennia hierna breidt het kassengebied zich steeds verder uit, totdat aan het einde van de 20e eeuw het plangebied nagenoeg volledig met kassen bedekt is (Figuur 10). De Oude haven, die parallel aan de Sportlaan stroomde, is na 1970 gedempt. De huidige bebouwing dateert volgens kadastrale gegevens met name uit de periode 1974-1976 (bagviewer.kadaster.nl). In het noordoosten van het plangebied was in 1999 sprake van een waterberging. Verondersteld wordt dat dit een bovengrondse berging voor het kassencomplex betrof. Uit het milieukundig onderzoek (Bijl 2018) blijkt dat in het plangebied, voor zover bekend, geen ondergrondse tanks aanwezig zijn (geweest). Het kassencomplex en de waterberging zijn voor 2011 verwijderd.

16

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

Figuur 10: Het plangebied op een viertal topografische kaarten uit de tweede helft van de 20e eeuw (bron: topotijdreis.nl). 3.2.1. Tweede Wereldoorlog Uit de verwachtingskaarten voor de Tweede Wereldoorlog en militair landschap (ikme.nl; landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart) blijkt dat in het plangebied geen hoge verwachting geldt voor archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog. 3.3.

Huidig landgebruik

Ten tijde van het onderzoek was het plangebied grotendeels in gebruik als weiland. In het zuiden van het plangebied staat bebouwing in de vorm van een woonhuis met enkele schuren, loodsen en kassen. De bebouwing dateert volgens kadastrale gegevens met name uit de periode 1974-1976 (bagviewer.kadaster.nl). De kassen zijn gebouwd in 1993.

17

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

3.4.

Mogelijke verstoringen

In het plangebied mogen verstoringen worden verwacht gerelateerd aan het gebruik van het gebied voor boomgaarden en tuinbouw en aan de bouw en sloop van een kassencomplex en waterberging. Het is niet bekend tot hoe diep deze verstoringen reiken.

18

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

4.

Conclusie en verwachtingsmodel

In opdracht van Rho Adviseurs is in december 2020 en januari 2021 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Sportlaan 5 e.o. in Strijen, gemeente Hoeksche Waard. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied na het einde van het Pleistoceen (ca. 10.000 jaar voor Chr.) al snel met veen werd bedekt. Het Hollandveen vormde het maaiveld tot in de Late Middeleeuwen. Vanaf de Late Middeleeuwen vonden verschillende overstromingen plaats, waarvan de St. Elisabethsvloed in 1421 grote delen van de Hoeksche Waard onder water zette. Ter hoogte van de Sportlaan ontstond een kreekgeul, die fungeerde als verbinding tussen de dorpskern van Strijen en het open water en daardoor nog tot in de 20e eeuw als haven bekend stond. Het plangebied ligt in de Polder Nieuw Bonaventura, die werd ingepolderd in 1593. Na de inpoldering werd het plangebied in eerste instantie in gebruik genomen als weiland en akkerland en later voor de tuinbouw. In het plangebied geldt voor verschillende niveaus een archeologische verwachting: -

-

-

-

-

Ca. -7,7 tot -8,0 m NAP (7,1-7,4 m -mv): de top van het Pleistocene dekzand. Op dit niveau kunnen archeologische resten voorkomen vanaf het Paleolithicum tot en met het Neolithicum. Dit niveau ligt dusdanig diep dat het bij reguliere werkzaamheden niet wordt aangetroffen, waardoor de archeologische verwachting onbekend is. Het dekzandlandschap kan een hoge archeologische verwachting hebben, met name in beekdalen en op de flanken van duinen. Ca. -7,8 m NAP (7,2 m -mv): de top van het Basisveen (indien aanwezig). Op dit niveau kunnen archeologische resten voorkomen uit het Mesolithicum en Neolithicum. Evenals voor het Pleistocene zand geldt ook voor dit niveau dat de archeologische verwachting onbekend is. Bovendien is het waarschijnlijk niet te onderscheiden van het hierboven gelegen Hollandveen. Ca. -3,8 tot -4,7 m NAP (3,2-4,1 m -mv; op basis van milieukundige boringen dieper dan 2,5 m -mv): het Hollandveen. In het Hollandveen kunnen archeologische resten worden aangetroffen vanaf de Bronstijd. Indien de top van het Hollandveen intact is, geldt daarvoor een archeologische verwachting voor resten vanaf de IJzertijd tot het begin van de Late Middeleeuwen (1421). Het is echter niet onmogelijk dat de top van het veen geërodeerd is door de ter hoogte van de Sportlaan gelegen kreekgeul.

Vanaf het maaiveld tot een diepte van ongeveer -3,8 tot -4,7 m NAP (3,2-4,1 m -mv) geldt voor het grootste deel van het plangebied een lage archeologische verwachting voor de periode van 1421 tot heden. Tussen 1421 en de inpoldering in 1593 zal het gebied ongeschikt zijn geweest voor bewoning. Na 1593 is het plangebied in gebruik genomen voor land- en tuinbouw, maar er zijn geen aanwijzingen voor bewoning tot in de tweede helft van de 20e eeuw. De bouw en sloop van het kassencomplex zal er waarschijnlijk voor hebben gezorgd dat de bovengrond verstoord is geraakt. Een uitzondering op de lage verwachting voor de Nieuwe tijd geldt voor de zone direct langs de Sportlaan. Hier lag tot de demping aan het einde van de 20e eeuw de Strijense haven, van oorsprong een laatmiddeleeuwse kreekgeul die de dorpskern verbond met het open water. Wellicht kunnen hier nog resten voorkomen van bijvoorbeeld beschoeiingen, indien deze bij de demping niet zijn opgeruimd.

19

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

5.

Aanbevelingen

Voor de aanbevelingen kan het plangebied worden opgesplitst in twee deelgebieden (bijlage 5): De Oude haven In een strook direct langs de Sportlaan geldt een hoge verwachting voor resten gerelateerd aan de Oude haven. Indien in deze strook graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 30 cm -mv, wordt geadviseerd om voorafgaand aan deze werkzaamheden enkele proefsleuven te graven om vast te kunnen stellen of er nog resten van bijvoorbeeld beschoeiingen voorkomen in de ondergrond. De rest van het plangebied Voor de rest van het plangebied geldt voor verschillende niveaus een (middel)hoge archeologische verwachting. Er wordt daarom het volgende geadviseerd: •

Als er ingrepen gepland zijn die een bedreiging vormen voor het veenlandschap dan wordt aanbevolen om middels een verkennend booronderzoek de diepteligging en mate van intactheid van de top van het veen te bepalen. Op deze manier kan vooraf worden bepaald welke delen van dit landschap met een middelhoge verwachting worden bedreigd. Het Hollandveen wordt niet ondieper dan 2,5 m -mv verwacht, waardoor dit vervolgonderzoek wordt aanbevolen bij bodemingrepen die dieper reiken dan -3,1 m NAP (2,5 m -mv).

•

Als er ingrepen gepland zijn die een bedreiging vormen voor het dekzandlandschap onder het veen dan wordt aanbevolen om middels een verkennend booronderzoek dit dekzand in kaart te brengen zodat vooraf bepaald kan worden welke delen van dat landschap werkelijk bedreigd worden. Rekening houdend met een ruime veiligheidsmarge omdat de diepte van de top van het dekzand niet nauwkeurig bekend is, wordt dit vervolgonderzoek aanbevolen bij bodemingrepen die dieper reiken dan -7,0 m NAP (ca. 6,4 m -mv).

•

De afzettingen vanaf het maaiveld tot op de top van het Hollandveen hebben een lage archeologische verwachting. Er wordt daarom aanbevolen om het plangebied vrij te geven voor civieltechnische werkzaamheden die reiken tot maximaal 2,5 m -mv (-3,1 m NAP).

5.1.

Besluit gemeente Hoeksche Waard

Het advies voor vervolgonderzoek wordt niet overgenomen door het bevoegd gezag. Door het bevoegd gezag is bepaald dat het vervolgonderzoek aan de volgende eisen dient te voldoen: 1. Inventariserend booronderzoek dient uitgevoerd te worden met minimaal 10 boringen per ha. Dit eisen we om de relatie tussen de haven en het aanliggende gebied in kaart te brengen. Zo is te zien dat er een jaagpad is geweest, dit komt uit het bureauonderzoek onvoldoende in beeld. 2. Voor het onderzoek dienen ter hoogte van de voormalige haven 3 profielputten van 1x1 gezet te worden Dit eisen we om zo de havenzone goed in beeld te krijgen.

20

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

Literatuur en kaarten Bijl, D.D.C.A., 2018: Rapport betreffende een milieukundig bodemonderzoek Sportlaan te Strijen, Noordwijk (IDDS Milieu rapport 1802L209/DBI/rap1). Centraal College van Deskundigen, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda. Cohen, K.M./ E. Stouthamer/ H.J. Pierik/ A.H. Geurts, 2012: Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography, Utrecht. Hanemaaijer, M., 2011: Oranjebuurt fase 1, Strijen, gemeente Strijen. Een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, Amersfoort (ADC Rapport 2535). Huizer, J. / M. Benjamins / S. van der A, 2009: De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de Hoeksche Waard, Amersfoort (ADC Heritage rapport H 034). Mulder, E.F.J. de/ M.C. Geluk/ I.L. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland, Groningen/Houten. Vos, P. / M. van der Meulen / H. Weerts / J. Bazelmans, 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam. Wilgen, L.R. van, 2020: Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen. Plangebied Oud Bonaventurasedijk 54, Strijen, Gemeente Hoeksche Waard, Heinenoord (SOB Research Project nr. 2725-1912).

Websites archis.cultureelerfgoed.nl beeldbank.cultureelerfgoed.nl ikme.nl landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.nationaalarchief.nl www.pdok.nl www.topotijdreis.nl

21

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

Lijst van afkortingen en begrippen Afkortingen AHN AMK AMZ Archis ASB AWN BP GHG GLG GPS indet KNA mv NAP PvA PvE RCE SIKB

Actueel Hoogtebestand Nederland Archeologische Monumenten Kaart Archeologische Monumentenzorg Archeologisch Informatie Systeem Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland Before Present (Present = 1950) Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand Gemiddeld Laagste Grondwaterstand Global Positioning System ondetermineerbaar Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie maaiveld (het landoppervlak) Normaal Amsterdams Peil Plan van Aanpak Programma van Eisen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer

Verklarende woordenlijst 14 C-datering (ook wel C14-datering) Bepaling van gehalte aan radioactieve koolstof 14C van organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14Couderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór 1950 na Chr. (jaren BP) met daaraan toegevoegd de aan de meting verbonden mogelijke afwijking (standaarddeviatie) Allerød tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 11.80011.000 jaar geleden antropogeen Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen veroorzaakt/gemaakt) Archis-melding Elke melding bij het centraal informatiesysteem (Archis) artefact Alle door de mens vervaardigde of gebruikte voorwerpen bioturbatie Verstoring van de oorspronkelijke bodemstructuur en/of transport van materiaal door plantengroei en dierenactiviteiten Bølling tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 13.50012.000 jaar geleden Boreaal Tijdvak, onderafdeling van het Holoceen, gekarakteriseerd door een gematigd en continentaal klimaat en een bebost landschap gedomineerd door loofbomen (datering ca. 6800-5500 voor Chr.) buitendijks Gronden die aan de rivierzijde van een dijk liggen.

In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden castellum Romeins legerkamp conservering Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn couperen Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, vullingen, vorm en relaties met andere fenomenen vast te stellen crematie Begraving met gecremeerd menselijk bot crevasse Doorbraakgeul door een oeverwal dagzomen Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van zand, klei, etc.)

22

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

dekzand

Dryas Edelmanboor Eemien eerdgrond eolisch estuarien estuarium fluviatiel fluvioglaciaal gaafheid Hollandveen Holoceen horizont humeus ijzeroer in situ inhumatie interstadiaal kom kreek kronkelwaard kwel kwelder laag leem Limes lithologie löss lutum meander meanderen oeverwal

Fijnzandige afzettingen die onder periglaciale omstandigheden voornamelijk door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in grote delen van Nederland een ‘dek’ (Formatie van Boxtel) Laatste gedeelte van de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 20.000-10.000 jaar geleden Een handboor voor bodemonderzoek Interglaciaal tussen de voorlaatste en laatste ijstijd (Saalien en Weichselien), ca. 130.000-120.000 jaar geleden Grond met een humushoudende minerale bovengrond van meer dan 50 cm, ontstaan door invloed van de mens Door de wind gevormd, afgezet Afgezet in een estuarium Inham aan de kust waarin met name het getijde grote invloed uitoefent op het landschap, bijvoorbeeld de Westerschelde Door rivieren gevormd, afgezet Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang) Holocene formatie, ontstaan vanaf 3500 voor Chr. Jongste geologisch tijdvak dat nog steeds voortduurt (vanaf de laatste ijstijd: ca.

8800 jaar voor Chr.) Kenmerkende laag binnen de bodemvorming Organische stoffen bevattend; bestaande uit resten van planten en dieren in de bodem IJzeroxidenhydraat, een ijzererts dat vooral in vlakke landstreken, in dalen en moerassige gebieden op geringe diepte voorkomt Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren Begraving met niet gecremeerd menselijk bot Een warmere periode tijdens een ijstijd (glaciaal) Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blijft staan en klei kan bezinken Waterweg waarbij het water vanuit zee of rivier onder invloed van het getijde inen uitstroomt Deel van een stroomgebied omgeven – en grotendeels opgebouwd – door een meander Door hydrostatische druk aan het oppervlakte treden van grondwater zie schor Een vervolgbare grondeenheid die op archeologische of geologische gronden als eenheid wordt onderscheiden Grondsoort die wordt gekenmerkt door een samenstelling van meer dan 50% silt, minder dan 50% zand en minder dan 25% klei de noordgrens van het Romeinse rijk Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten Door de wind gevormde afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 0,063 mm Kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht

(van rivieren of beken) Zich bochtig door het landschap slingeren Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt

23

IDDS Archeologie rapport 2501 Versie 1.3 (definitief)

OSL-datering

oxidatie plaggendek plangebied Pleistoceen

podzol pollenanalyse

prehistorie rivierduin Saalien schor silt slak slik spieker strandvlakte strandwal

stratigrafie stroomgordel stroomrug

stuwwal terras (rivier-) vaaggronden vicus vindplaats Weichselien zavel zeldzaamheid

Dateringsmethode waarmee op grond van energieverval kan worden bepaald wanneer een fragment kwarts (zand) voor het laatst heeft blootgestaan aan direct zonlicht Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; ‘verbranding’ bij veen) Verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van bemesting. Voor de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht Gebied waarbinnen de realisering van de planvorming het bodemarchief kan bedreigen Geologisch tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden begon. Gedurende deze periode waren er sterke klimaatswisselingen van gematigd warm tot zeer koud (de vier bekende ijstijden). Na de laatste ijstijd begon het Holoceen (ca. 8800 voor Chr.) Goed ontwikkelde bodem in gebieden met veel neerslag De bestudering van fossiele stuifmeelkorrels en sporen waardoor een beeld van de vegetatiegeschiedenis gevormd kan worden. Uit de vegetatiegeschiedenis kan het klimaat worden gereconstrueerd Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven Door verstuiving uit een riviervlakte hierlangs ontstaan duin (in Nederland meestal Weichselien of Vroeg Holoceen van ouderdom) Voorlaatste ijstijd, waarin het landijs tot in Nederland doordrong en de stuwwallen werden gevormd, ca.

200.00-130.000 jaar geleden Zandgrond in een getijdenwater; staat alleen onder water bij zeer hoog tij, begroeid Zeer fijn sediment met grootte 0,002-0,063 mm Steenachtig afval van metaal- of aardewerkproductie Zandgrond in een getijdenwater; staat onder water bij vloed en valt droog bij eb, kwelder onbegroeid; wad Op palen geplaatst opslaghuisje Groot vlak zandig gebied tussen twee strandwallen Langs de kust gevormde langgerekte zandrug die uitsteekt boven het gemiddelde hoogwaterniveau; geeft in Nederland de oude ligging van de kustlijn weer Opeenvolging van lagen in de bodem Het geheel van rivieroeverwal-, rivierbedding- en kronkelwaard-afzettingen, al dan niet met restgeul(en) Oude riviergeul die zodanig is opgehoogd met zandige afzettingen dat de rivier een nieuwe loop heeft gekregen; blijft door inklinking van de komgebieden als een rug in het landschap liggen Door de druk van het landijs in het Saalien opgedrukte rug van scheefgestelde preglaciale sedimenten Door een rivier verlaten en daarna versneden dalbodem Minerale gronden zonder duidelijke podzol-B-horizont, zonder briklaag en zonder minerale eerdlaag Een burgerlijke nederzetting uit de Romeinse tijd met een stedelijk karakter maar zonder stadsrechten Ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte), ca.

120.000-10.000 jaar geleden Grondsoort die tussen 8 en 25% lutum (kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm) bevat Mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied

24

Bijlage 1: Topografische kaart

Legenda plangebied

IDDS 's- Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.NL

Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl T 071 - 402 85 86

integrale exper se bij ruimtelijke ontwikkeling

Project: Sportlaan 5 e.o., Strijen OM nr.: 4932100100 Versie: 1 Projectnr.: 66481220 Formaat: A4 Schaal: Datum: 8-1-2021 Tekenaar: SMO

Bijlage 4: Periodentabel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12454842/1