CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 Archeologisch bureau- en veldonderzoek Akkerdreven

Beeldvormende bijeenkomst 2 februari 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan correctieve herziening Nieuw-Beijerland II17.574 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Uitbreiding Nieuw-Beijerland gemeente Korendijk

Opdrachtgever

Status:

definitief

Paraaf

Datum

Gemeente Korendijk Postbus 3708

Projectleider

3265 ZG Piershil

drs. J.H.F. Leuvering (prospector)

Projectnummer

Autorisatie

Synthegra Rapport S110079

drs. E.A. Schorn (senior prospector)

Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Fax +31 (0)88 81 81 989, Internet: www.synthegra.nl BTW nr. NL819631288B01, HR 01115557

12-01-2012

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

COLOFON

Opdrachtgever

: Gemeente Korendijk te Piershil

Project

: Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer

: S110079

Titel

: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Datum

: 12-01-12

Projectleider

: drs. J.H.F. Leuvering (fysisch geograaf / prospector)

Auteurs

: drs. D. Hagens (historicus) en drs. J.H.F. Leuvering

Tekenaar

: dhr. J. Heersink (GIS/CAD-specialist)

Autorisatie

: drs. E.A. Schorn (senior prospector)

Druk

: Synthegra bv, Doetinchem

ISSN

: 1874-9771

Synthegra bv Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Fax +31 (0)88 81 81 989, Internet: www.synthegra.nl BTW nr. NL819631288B01, HR 01115557

© Synthegra bv, 2011

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

2 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

4

SAMENVATTING

5

1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING Onderzoekskader Onderzoeksdoel en vraagstellingen Ligging en huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied

7 7 7 8 8

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

BUREAUONDERZOEK Methode Landschapsgenese Archeologische waarden in en rondom het plangebied Historische ontwikkeling Gespecificeerde archeologische verwachting

9 9 9 14 17 20

3 3.1 3.2 3.3 3.4

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK Methode Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens Archeologische indicatoren Archeologische interpretatie

22 22 22 23 23

4 4.1 4.2 4.3

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Inleiding Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen

25 25 25 26

LITERATUUR EN KAARTEN

27

Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Combinatiekaart IKAW, AMK en ARCHIS waarnemingen Bijlage 3: Boorpuntenkaart Bijlage 4: Boorprofielen Afbeelding voorblad: zicht over het centrale deel van het plangebied (de paardenwei ten westen van de Dorpsweg) vanaf de oude boomgaard in noordelijke richting (Foto: J.H.F. Leuvering).

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

3 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

Administratieve gegevens Toponiem

: Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Plaats

: Nieuw-Beijerland

Gemeente

: Korendijk

Provincie

: Zuid-Holland

Projectnummer

: S110079

Bevoegde overheid

: Gemeente Korendijk

Opdrachtgever

: Gemeente Korendijk

Uitvoerende instantie

: Synthegra bv

Datum uitvoering veldwerk

: 28-04-2011 tot en met 03-05-2011

Uitvoerders veldwerk

: drs. J.H.F. Leuvering (fysisch geograaf/prospector)

Onderzoeksmelding (ARCHIS)

: 46.143

Datum onderzoeksmelding

: 07-04-2011

Onderzoeksnummer (ARCHIS)

: 40315

Kaartblad

: 43E

Periode

: ijzertijd tot en met de nieuwe tijd

Oppervlakte

: Circa 20 ha

Grondgebruik

: akkerland, paardenweide en oude boomgaard

Geologie

: getijdeafzettingen (Laagpakket van Walcheren van de Formatie van Naaldwijk)

Geomorfologie

: getij-kreekbedding, getij-oeverwal en vlakte van getij-afzettingen

Bodem

: poldervaaggronden

Depot

: Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Zuid-Holland, te Alphen aan den Rijn

De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende vier coördinaten: noordwest

X: 82520

Y: 424982

zuidwest

X: 82520

Y: 424538

noordoost

X: 83294

Y: 424829

zuidoost

X: 83294

Y: 424532

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

4 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

Samenvatting Inleiding Synthegra heeft in opdracht van de gemeente Korendijk een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Dorpsweg in Nieuw-Beijerland. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van een woonwijk. Het veldwerk is uitgevoerd van 28 april tot en met 3 mei 2011. Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Onderstaande tabel geeft de gebiedsspecifieke archeologische verwachting, die op grond van het bureauonderzoek is opgesteld. Periode

Verwachting

Verwachte kenmerken vindplaats

Diepteligging sporen

laat-paleolithicum

onbekend

Bewoningssporen, tijdelijke

Circa 17 m - maaiveld

– midden-

kampementen: vuursteen artefacten,

mesolithicum

haardkuilen Nederzetting: cultuurlaag, fragmenten

In het Laagpakket van

– midden-

aardewerk, natuursteen,

Wormer

neolithicum

gebruiksvoorwerpen

laat-mesolithicum

laat-neolithicum -

onbekend

laag

bronstijd ijzertijd – vroege

In het Hollandveen Laagpakket

hoog

middeleeuwen

Aan de top van het Hollandveen Laagpakket (circa 5 m –NAP)

late

middelhoog

vanaf maaiveld

middeleeuwen – nieuwe tijd

Tabel 2.1: Archeologische verwachting per periode. Archeologische interpretatie veldonderzoek Aan het plangebied was op grond het bureauonderzoek een onbekende verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit de periode laat-paleolithicum tot en met midden-mesolithicum. Het niveau waarop dergelijke vindplaatsen kunnen worden verwacht ligt binnen het plangebied naar verwachting op circa 17 m beneden maaiveld en vallen daardoor buiten het bereik van het verkennend veldonderzoek. De onbekende verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum blijft daarom bestaan. Ook voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-mesolithicum en voor nederzettingsterreinen uit de periode vroegneolithicum tot en met midden-neolithicum gold op grond van het bureauonderzoek een onbekende verwachting. Resten uit deze periode werden verwacht in het Laagpakket van Wormer. Deze afzettingen zijn tijdens het veldonderzoek niet aangetroffen en liggen binnen het plangebied dus dieper dan 4 m beneden © Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

5 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

maaiveld. De onbekende verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-mesolithicum en voor nederzettingsterreinen uit de periode vroeg-neolithicum tot en met midden-neolithicum blijft daarom bestaan. Voor nederzettingsterreinen uit de periode laat-neolithicum tot en met de bronstijd gold een lage verwachting. Resten uit deze periode werden verwacht in het Hollandveen Laagpakket. Tijdens het veldonderzoek is het Hollandveen in 1 boring vastgesteld op een diepte van 265 cm beneden maaiveld. Het betreft hier vermoedelijk lokaal gevormd veen in een verlaten kreek uit de Duinkerke IIIa transgressie en is dus veel jonger dan de bronstijd. Het oudere Hollandveen, waarin resten uit de periode laat-neolithicum tot en met de bronstijd kunnen worden verwacht is niet aangetroffen en ligt dus dieper dan 4 m beneden maaiveld. De lage verwachting voor deze periode kan daarom op grond van de resultaten van het veldonderzoek worden gehandhaafd. Voor nederzettingsterreinen uit de periode ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen gold een hoge verwachting. Resten uit deze periode werden verwacht in de top het Hollandveen Laagpakket. Tijdens het veldonderzoek is het Hollandveen in 1 boring vastgesteld op een diepte van 265 cm beneden maaiveld. In deze boring is vastgesteld dat de top van het Hollandveen is geërodeerd door inbraken van de zee.

In andere boringen, waarin het Hollandveen Laagpakket zelf niet is aangetroffen, zijn wel veenbrokken in de getijafzettingen waargenomen, die wijzen op plaatselijke erosie van het Hollandveen Laagpakket. Tijdens een booronderzoek van RAAP in 2006 is vastgesteld dat direct ten zuiden van het plangebied het Hollandveen aanwezig is op gemiddeld 4,5 m beneden maaiveld en dat de top van het veen is geërodeerd. De kans is groot dat dit ook binnen het plangebied het geval is. Door deze erosie zijn eventuele archeologische resten uit deze periode verdwenen. Daarom kan de hoge verwachting voor nederzettingsterreinen uit de periode ijzertijd tot met de vroege middeleeuwen op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. De middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de late middeleeuwen kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. Er zijn geen oude cultuurlagen aangetroffen en in geen van de boringen zijn archeologische indicatoren of puinconcentraties aangetroffen. Ook zijn er op de percelen die zich hiervoor lenen (ter plaatse van boring 36 tot en met 65 en boring 87 tot en met 102) geen oppervlaktevondsten gedaan. Aanbeveling Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

6 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader Synthegra heeft in opdracht van de gemeente Korendijk een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Dorpsweg in Nieuw-Beijerland (afbeelding 1.1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van een woonwijk. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de bebouwing zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord, dat in dit gebied vanaf 30 cm beneden maaiveld verwacht kan worden. Door de graafwerkzaamheden die zullen gaan plaatsvinden, kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Daarom is op basis van het Verdrag van Malta, waaruit de Wet op de Archeologische Monumentenzorg uit 2007 is voortgevloeid, voorafgaand aan de graafwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 3.21. Het veldwerk is uitgevoerd van 28 april tot en met 3 mei 2011.

De bevoegde overheid, de gemeente Korendijk, heeft een specifiek archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Verwachtingen- en Beleidsadvieskaart.2 Volgens het vigerende beleid dient vanwege de ligging in een middelhoge verwachtingszone (afbeelding 2.5) voor het plangebied een bureauonderzoek opgesteld te worden en een verkennend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd in de vroegste fase van de planvorming.3 De bevoegde overheid, de gemeente Korendijk, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen.

1.2

Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden. Het doel van het verkennend booronderzoek is het toetsen van het opgestelde verwachtingsmodel door de intactheid van de bodemopbouw vast te stellen. De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: •

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?

•

In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?

1

SIKB 2010.

2

ADC 2009, Archeologische verwachtingen- en beleidsadvieskaart voor de Hoeksche Waard, Kaartbijlage 2.

3

ADC 2009, rapport Archeologische verwachtingen- en beleidsadvieskaart voor de Hoeksche Waard, 42.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

7 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

1.3

Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied is circa 20 ha groot en ligt aan de Dorpsweg in Nieuw-Beijerland (afbeelding 1.1). Het terrein wordt in het noorden begrensd door een kreek en de straat Kreekkant, in het oosten door de weg Buitenom, in het zuiden en westen door akkers. Het plangebied is in gebruik als akkerland, paardenwei en een oude boomgaard. De hoogteligging van het maaiveld varieert van circa 0,3 m +NAP (Normaal Amsterdams Peil in het zuidwesten tot 0,1 m –NAP in het noordoosten.4

Afbeelding 1.1: Het plangebied op de Topografische Kaart van Nederland 1:25.000 aangegeven met het rode kader (Bron: Topografische Dienst 1998).

1.4

Toekomstige situatie plangebied De inrichting van het plangebied is op dit moment onbekend.

4

Hoogteligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) in m NAP geraadpleegd op www.ahn.nl

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

8 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Tijdens het bureauonderzoek is met behulp van bestaande bronnen een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Dit is gedaan door het raadplegen van voor de archeologie relevante (schriftelijke) bronnen. Voor het bureauonderzoek zijn met name gegevens over bekende archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied verzameld. Dit is aangevuld met historisch en fysischgeografisch onderzoek, waarbij informatie over vroeger grondgebruik is verkregen door de analyse van historische kaarten en tevens gegevens over de geologie, geomorfologie en bodem zijn bestudeerd.

2.2

Landschapsgenese Voor het bepalen of, waar en uit welke periode archeologische resten kunnen worden verwacht, zijn de volgende bronnen met betrekking tot de landschapsgenese geraadpleegd: •

Geologische Kaart, schaal 1:50.000

•

Geomorfologische Kaart, schaal 1:50.000

•

Bodemkaart, schaal 1:50.000

•

Relevante achtergrondliteratuur

Voor de geologische beschrijving is gebruik gemaakt van de Lithostratigrafische Indeling van de Ondiepe 5

Ondergrond. Zie voor een overzicht van de geologische en archeologische perioden bijlage 1. Geologie en geomorfologie De afzettingen in de diepere ondergrond en aan het oppervlak zijn gevormd in respectievelijk het Weichselien (circa 115.000 – 11.755 jaar geleden) en het Holoceen (circa 11.755 jaar geleden tot heden). In de diepere ondergrond bevinden zich afzettingen uit de laatste ijstijd, het Weichselien. Deze bestaan uit rivierafzettingen van de Rijn en de Maas, die worden gerekend tot de Formatie van Kreftenheye. De rivierafzettingen zijn gevormd in een vlechtend rivierstelsel en bestaan uit grindhoudend zand. De top van deze afzettingen ligt naar verwachting op circa 17 m –NAP.6 In het Holoceen werd het klimaat warmer, waardoor het landijs smolt. Hierdoor steeg de zeespiegel sterk en verplaatste de kustlijn zich in oostelijke richting tot ver ten oosten van de huidige kustlijn. Hierdoor kwam het plangebied in een getijdengebied met een grotendeels open kust te liggen. In dit gebied werden sedimenten afgezet, die worden gerekend tot het Laagpakket van Wormer, dat onderdeel uitmaakt van de Formatie van Naaldwijk. Na de vorming van het Laagpakket van Wormer ontstond vanaf het Vroeg-Subboreaal (circa 3000 v. Chr.) een door strandwallen nagenoeg gesloten kust. In het plangebied, dat landinwaarts van de strandwallen ligt,

5

De Mulder et al. 2003 en via www.dinoloket.nl: Dinoloket, Standaarden, Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe

6

www.archis2.archis.nl

Ondergrond.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

9 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

vond vanaf dat moment veengroei plaats. De veengroei was mogelijk door de vernatting van het gebied, die werd veroorzaakt door een stijgende grondwaterstand als gevolg van de doorgaande stijging van de zeespiegel achter de gesloten kustlijn. Het plangebied lag tot en met de vroege middeleeuwen in een veenmoeras. Het veen dat hierin ontstaan is wordt gerekend tot het Hollandveen Laagpakket, dat onderdeel is van de Formatie van Nieuwkoop. Vanaf de late middeleeuwen, circa 1100 AD, dringt de zee het gebied van de Hoekse Waard binnen. Een aantal kreeksystemen vormen zich, waarvan sommige zich insnijden tot in de pleistocene ondergrond. Vanuit deze kreken wordt over het veen een laag zeeklei afgezet, de zogenaamde dekafzettingen. In de kreken zelf worden zandige mariene sedimenten afgezet. Alle afzettingen van de zee uit deze periode worden gerekend tot het Laagpakket van Walcheren, dat onderdeel is van de Formatie van Naaldwijk. Vooral de St. Elizabethsvloed uit 1421 heeft het uiterlijk van het landschap radicaal veranderd. Hierbij zijn grote delen van het landschap inclusief bewoningskernen verdwenen in de golven. Tijdens deze inbraak van de zee is ook de huidige Biesbosch ontstaan. Vanaf circa 1200 n. Chr. heeft de mens in het gebied ingegrepen en door bedijking en inpoldering het land weer teruggewonnen.7 De Hoeksche Waard werd bedijkt tussen 1538 en 1653.

De polder Nieuw-Piershil, waar het plangebied in ligt, werd bedijkt in 1582.8

A0.3b

: Laagpakket van Walcheren (Duinkerke IIIb); dekafzettingen op Hollandveen op Laagpakket

van Wormer Afbeelding 2.1: Ligging van het plangebied op de Geologische kaart van Nederland 1:50.000, aangegeven met het rode kader (Bron: Rijks Geologische Dienst 1980).

7

Berendsen, 2005.

8

www.piershil.com

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

10 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

Op de Geologische Kaart van Nederland schaal 1:50.000 staat aangegeven, dat binnen het plangebied getijdenafzettingen van het Laagpakket van Walcheren aan het maaiveld liggen. In de ondergrond is het Hollandveen Laagpakket aanwezig, dat op getijdenafzettingen van het Laagpakket van Wormer ligt. In het westelijke deel van het plangebied staat met de stippellijnen een kleine kreek aangegeven. Ter plaatse van de kreek zal er erosie van het Hollandveen Laagpakket plaatsgevonden hebben. Op de Geomorfologische Kaart van Nederland schaal 1:50.000 staat aangegeven dat het uiterst noordelijk deel van het plangebied naar verwachting op een getij-oeverwal (code 3K34) ligt.9 De rest van het plangebied ligt in een vlakte van getij-afzettingen (code 2M35).

Legenda 2R13

: getij-kreekbedding

3K34

: getij-oeverwal

2M35

: vlakte van getij-afzettingen

3L27

: welvingen in plaatselijk gemoerde getij-afzettingen, geëgaliseerd

B

: bebouwing

Afbeelding 2.2: Ligging van het plangebied op de Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, aangegeven met het rode kader (Bron:www.archis2.archis.nl).

9

www.archis2.archisl.nl

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

11 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

LEGENDA Blauw : lager dan 0,5 m -NAP Groen : 0,5 – 0,2 m -NAP Geel

: 0,2 – 0,0 m -NAP

Oranje : 0,0 – 0,4 m +NAP Rood

: hoger dan 0,4 m +NAP

Afbeelding 2.3: Ligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), aangegeven met het rode kader (Bron: www.ahn.nl). Op de hoogtekaart van het plangebied en omgeving is binnen het plangebied geen onderscheid te maken tussen de oeverwal in het noorden en de vlakte van getij-afzettingen in het zuiden. Ten oosten van het plangebied zijn de getij-oeverwallen aan weerszijden van de kreek wel duidelijk zichtbaar als langgerekte relatief hoog gelegen

zones (aangegeven met oranje en rode kleuren). Mogelijk heeft er binnen het

plangebied egalisatie van het maaiveld plaatsgevonden.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

12 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

Bodem Op de Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000 (afbeelding 2.4) staat aangegeven dat het plangebied kalkrijke poldervaaggronden in zandige klei (code Mn15A), in zwak zandige klei (code Mn25A) en in sterk siltige klei (code Mn35A) voorkomen. Dit zijn jonge, zwak ontwikkelde kleibodems. Ze hebben een circa 20 cm dikke humushoudende bovengrond, die enigszins ontkalkt kan zijn.10 Direct hieronder ligt het kalkrijke moedermateriaal dat met toenemende afstand van de kreek naar verwachting steeds minder zandig is.

Legenda Mn15A : kalkrijke poldervaaggronden in zandige klei Mn25A : kalkrijke poldervaaggronden in zwak zandige klei Mn35A : kalkrijke poldervaaggronden in sterk siltige klei Afbeelding 2.4: Ligging van het plangebied op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000, aangegeven met het rode kader (Bron: Stichting voor Bodemkartering, 1964).

10

Stichting voor Bodemkartering, 1964.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

13 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

2.3

Archeologische waarden in en rondom het plangebied In deze paragraaf wordt gekeken of binnen en rond het plangebied archeologische en/of ondergrondse bouwhistorische waarden bekend zijn. Hiervoor zijn de volgende bronnen binnen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, de voormalige RACM) geraadpleegd: •

Centraal Archeologisch Archief (CAA)

•

Centraal Monumenten Archief (CMA)

•

Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS II)

Daarnaast zijn de volgende bronnen geraadpleegd: •

Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland

•

Archeologische Beleidsadvieskaart van de Hoeksche Waard (deelgebied gemeente Korendijk)

•

Kennisinfrastructuur Cultuurhistorie (KICH)

•

Archeologische Werkgroep Helinium (Archeologische Werkgemeenschap Nederland afdeling 8), dhr. G. van de Poel

•

Stichting Archeologie Hoeksche Waard, dhr. J. Ras

Volgens zowel de IKAW (Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden) van de RCE als volgens de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van de provincie Zuid-Holland geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting (bijlage 2). Deze kaarten zijn indicatief en zullen voor het opstellen van een gespecificeerd verwachtingsmodel worden genuanceerd en gepreciseerd, aangezien uit deze kaarten niet blijkt wat de aard en ouderdom is van de te verwachten archeologische resten. Op de Archeologische Beleidsadvieskaart van de Hoeksche Waard (deelgebied gemeente Korendijk) heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting (afbeelding 2.5). Vanwege het gedetailleerde schaalniveau en het beleid van de gemeente wordt deze kaart als leidinggevend beschouwd.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

14 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

LEGENDA Geel

: Lage archeologische verwachting

Lichtgroen

: Middelhoge archeologische verwachting

Donkergroen

: Hoge archeologische verwachting (historische kern)

Afbeelding 2.5: Ligging van het plangebied op de Archeologische Beleidsadvieskaart van de Hoeksche Waard, aangegeven met het rode kader (Bron: ADC 2009, kaartbijlage 2). Uit de archieven en ARCHIS II van de RCE blijkt dat binnen het plangebied geen archeologische monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen aanwezig zijn (bijlage 2). Uit de directe omgeving (binnen een straal van 700 m) zijn twee onderzoeksmeldingen en vier waarneming bekend. Uit de gegevens van de KICH blijkt dat binnen het plangebied geen (ondergrondse) bouwhistorische waarden aanwezig zijn.11

Onderzoeksmeldingen en waarnemingen binnen een straal van 700 m van het plangebied: Onderzoeksmelding 18.591 Direct ten zuiden van het plangebied ligt een terrein waar RAAP in 2006 een booronderzoek uitvoerde. Tijdens het booronderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor archeologische vindplaatsen in het plangebied. In overeenstemming met het bureauonderzoek ligt het plangebied in een jonge zeekleipolder. Hierop zijn geen aanwijzingen voor archeologische vindplaatsen uit de late middeleeuwen en/of nieuwe tijd aangetroffen. De top van het veen was geërodeerd en bevond zich op een gemiddelde diepte van 4,5 m beneden maaiveld. Op basis hiervan kan gesteld worden dat er geen vindplaatsen uit de ijzertijd en/of

11

www.kich.nl

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

15 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

Romeinse tijd (meer) aanwezig zijn in het plangebied. De lage verwachting voor de Afzettingen van Calais is niet getoetst vanwege het dichtslaan van het boorgat door het aanwezige zandpakket bij boringen met een diepte van meer dan 4 m. Op basis van de lage verwachting voor deze afzettingen wordt dit verder niet als een probleem beschouwd. Op grond van het ontbreken van (duidelijke) aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten wordt ten aanzien van het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. Onderzoeksmelding 11.268 en waarnemingsnummer 44.759 Op 150 m ten noordoosten van het plangebied voerde SOB Research in 1998 een booronderzoek uit (onderzoeksmelding 11.268). Er werden 54 boringen gezet. Tijdens het onderzoek werd een uit veen- en kleiplaggen bestaand dijklichaam ontdekt met een lengte van tenminste 160 m en een breedte van 10 tot 18 m. De dijk ligt op een diepte van 0,75 tot 3,0 m beneden maaiveld. Er werden op de locatie waar het dijklichaam breder wordt, aardewerk, botresten en bouwmateriaal uit de periode 1350-1400 aangetroffen. Geadviseerd werd om de resten van het dijklichaam te integreren in de te bouwen woonwijk (waarnemingsnummer 44.759). Waarnemingsnummer 44.760 Op 500 m ten zuidoosten van het plangebied werd door SOB Research binnen een verhoging een boring gezet.

Men trof kreekvullingsmateriaal aan, waaronder laatmiddeleeuwse keramiekresten en 17e eeuws bouwmateriaal (steen en dakpannen). Waarnemingsnummer 234.040 Op 570 m ten westen van het plangebied vond men gedraaid aardewerk uit de nieuwe tijd. Waarnemingsnummer 410.780 Tijdens het uitgraven van greppels op 690 m ten zuiden van het plangebied werden 16e – 17e eeuwse funderingen aangetroffen. Het betroffen resten van een in 1840 gesloopte boerderij.

De locale amateurarcheoloog (de heer G. van de Poel) van de Archeologische Werkgroep Helinium (Archeologische Werkgemeenschap Nederland afdeling 8) is via email benaderd en heeft op de vraag of bij hem nog informatie uit het plangebied bekend is (die niet bij de RCE is gemeld). Hierop is tot op heden geen antwoord gekomen. Met dezelfde vraag is tevens is contact opgenomen met de heer Jeroen Ras van de Stichting Archeologie Hoeksche Waard. Hem is evenmin aanvullende informatie bekend.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

16 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

2.4

Historische ontwikkeling Voor de historische ontwikkeling is historisch kaartmateriaal en relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd, dat in onderstaande paragraaf is weergegeven. Nieuw-Beijerland is een dorp in het westelijke deel van de Hoeksche Waard. Het huidige gebied van de Hoeksche Waard ontstond nadat in 1538 werd begonnen met de bedijkingen van het gebied. Dit was een reactie op onder meer de stormvloed in 1532 waarbij de dijken doorbraken en de huidige rivier het Spui ontstond als verbinding met de Oude Maas.12 Tot circa 1500 bestond de Hoeksche Waard deels uit een binnenzee en deels uit een gebied bestaande uit gorzen en slikken, platen en geulen (afbeelding 2.6). In de late middeleeuwen werden begroeide gorzen gebruikt als weiland voor vee. 13 De permanente aanvoer van slib door de getijdenwerking zorgde ervoor dat gedeelten van het ondergelopen land al snel weer boven water kwamen te liggen.14 Het plangebied ligt aan de Dorpsweg direct ten zuiden van de bebouwde kom van Nieuw-Beijerland. Het dorp is ontstaan toen in 1582 de Polder Nieuw-Beijerland werd bedijkt.15 Het ten oosten van deze bewoningskern gelegen oorspronkelijke nederzetting Beijerland kreeg als onderscheiding de toevoeging oud.

Oud-Beijerland ontstond in de 15e eeuw en is vernoemd naar Sabina van Beieren, de echtgenote van de eigenaar Lamoraal graaf van Egmond.16 Het plangebied ligt in de Polder Nieuw-Piershil en wordt in het noorden begrensd door de waterloop NieuwBeijerlandse kreek. De Polder Nieuw-Piershil werd net als de Polder Nieuw-Beijerland in 1582 ingedijkt.17

Afbeelding 2.6: Ligging van het plangebied op een reconstructie uit 1565 van N. Diert van de situatie in de polder Nieuw-Piershil voor de Sint Elisabethsvloed, bij benadering aangegeven met het rode kruis (Bron: Van der Ham 2003, 40-41).

12

Leenders 1999 via www.users.bart.nl/~leenders/txt/hoeksew1.html

13

Leenders 1999 via www.users.bart.nl/~leenders/txt/hoeksew1.html

14

www.geschiedenisvanzuidholland.nl

15

Van der Ham 2003, 84.

16

Van Berkel en Samplonius 2006, 346.

17

Van der Ham 2003, 84 en 100.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

17 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

Op de kaart uit 1839-1859 (afbeelding 2.7) wordt duidelijk dat het plangebied in onbebouwd gebied ligt, direct ten zuiden van de oude bewoningskern van Nieuw-Beijerland. Door het oostelijke deel loopt de dan al bestaande Dorpsweg. Het plangebied ligt in de Polder Nieuw-Piershil en is in gebruik als meerdere grote percelen bouwland. De kaart uit circa 1904 (afbeelding 2.8) laat dezelfde situatie zien. De verkaveling is nog hetzelfde als in de 19e eeuw (afbeelding 2.6) en het plangebied blijft geheel onbebouwd. Direct ten noordoosten van het plangebied staat bebouwing genaamd De Ooijevaar aangegeven. Het betreft waarschijnlijk een boerderij. Op deze locatie is in de huidige situatie nog steeds bebouwing aanwezig (afbeelding 1.1).

Afbeelding 2.7: Ligging van het plangebied op de kaart uit circa 1839-1859, aangegeven met het rode kader (Bron: Wolters Noordhoff Atlasproducties 1990, West-Nederland, blad 79).

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

18 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

Afbeelding 2.8: Ligging van het plangebied op de kaart uit 1904, aangegeven met het rode kader (Bron: Uitgeverij Nieuwland 2005, Zuid-Holland, blad 544).

Bodemverstoring Binnen het plangebied zijn geen bodemverontreinigingen, saneringen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan.18

18

www.bodemloket.nl

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

19 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

2.5

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van bovenstaand bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld, waarvan de essentie is weergegeven in tabel 2.1. Op de leidinggevende Archeologische Beleidsadvieskaart van de Hoeksche Waard (deelgebied gemeente Korendijk) heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting (afbeelding 2.5). Het plangebied maakt onderdeel uit van het westelijke zeekleigebied. De top van de pleistocene afzettingen liggen binnen het plangebied op circa 17 m –NAP en vormt het archeologisch niveau van het laatpaleolithicum tot en met het midden-mesolithicum. Vanwege de grote diepteligging is het reliëf van het pleistocene oppervlak (en dus het landschap in die periode) onbekend. Daarom is de verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit de periode laat-paleolithicum tot en met midden-mesolithicum ook onbekend. Van het begin van het Holoceen (circa 11.755 jaar geleden tot heden) is het plangebied als gevolg van veenvorming een nat gebied geworden. Vanaf circa 7.000 v. Chr. hebben verschillende transgressiefases plaatsgevonden als gevolg van inbraken van de zee. De enige geschikte bewoningslocaties in dit gebied waren de oevers van de kreken, die zich overigens regelmatig verplaatsten.

Ook van deze periode is vanwege de dikke laag afdekkende sedimenten niet precies bekend hoe het landschap eruit heeft gezien. Daarom geldt voor bewoningsresten uit het laat-mesolithicum tot en met het midden-neolithicum een onbekende verwachting. In de periode laat-neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen lag het plangebied in een gebied waarin het landschap doorgaand aan verandering onderhevig was. Het lag in een veengebied, waar de zee meerdere malen in doordrong. In de kreekbeddingen vond erosie van het veen plaats, terwijl het veen buiten de kreken werd bedekt met klei. Door het veranderlijke karakter van het landschap zijn de nederzettingen niet altijd geschikt geweest voor langdurige bewoning, door de aldoor aanwezige dreiging van overstromingen. De oudste sporen die in het deel van de Hoekse Waard waar Piershil ligt zijn aangetroffen dateren uit de lateijzertijd en de Romeinse tijd. Daarom wordt aan het plangebied een lage archeologische verwachting toegekend voor de periode laat-neolithicum tot en met de bronstijd en een hoge verwachting voor de periode ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen. Het plangebied maakt onderdeel uit van de Polder Nieuw-Piershil. Deze polder werd in 1582 bedijkt. Waarschijnlijk werden delen van de polder al bewoond voordat deze opnieuw werd bedijkt.

Op 150 m ten noordoosten van het plangebied werden de resten aangetroffen van een uit veen- en kleiplaggen bestaand dijklichaam ontdekt. Er werden op de locatie waar het dijklichaam breder wordt, aardewerk, botresten en bouwmateriaal uit de periode 1350-1400 aangetroffen (paragraaf 2.3, waarnemingsnummer 44.759). Uit bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied direct ten zuiden van de historische kern van Nieuw-Beijerland ligt en sinds tenminste het begin van de 19e eeuw onbebouwd is en in gebruik was als bouwland. Op basis van bovenstaande gegevens geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

20 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

Periode

Verwachting

Verwachte kenmerken vindplaats

Diepteligging sporen

laat-paleolithicum

onbekend

Bewoningssporen, tijdelijke

Circa 17 m - maaiveld

– midden-

kampementen: vuursteen artefacten,

mesolithicum

haardkuilen

laat-mesolithicum

Nederzetting: cultuurlaag, fragmenten

In het Laagpakket van

– midden-

aardewerk, natuursteen,

Wormer

neolithicum

gebruiksvoorwerpen

laat-neolithicum -

onbekend

laag

bronstijd ijzertijd – vroege

In het Hollandveen Laagpakket

hoog

middeleeuwen

Aan de top van het Hollandveen Laagpakket (circa 5 m –NAP)

late

middelhoog

vanaf maaiveld

middeleeuwen – nieuwe tijd

Tabel 2.1: Archeologische verwachting per periode.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

21 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

3

Inventariserend Veldonderzoek

3.1

Methode Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van circa 5 boringen per hectare uitgevoerd. Hiermee is het onderzoek verkennend voor alle archeologische perioden. Aangezien het plangebied circa 2,7 ha groot is, zijn in totaal 102 boringen gezet. Voor zover de terreinomstandigheden (bebouwing, verhardingen, begroeiing etc.) het toelieten, is een boorgrid van 40 x 50 m gebruikt, waarbij de afstand tussen de raaien 40 m en de afstand tussen de boringen 50 m bedraagt. Voor een optimale verdeling van de boringen verspringt het beginpunt van een raai 25 m ten opzichte van de naastgelegen raai. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een GPSapparaat. Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm, aangevuld met een guts met een diameter van 3 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot 2 m beneden maaiveld. Per hectare is één boring doorgezet tot 4 m beneden maaiveld, om de diepere ondergrond te bestuderen. Het opgeboorde sediment is verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 510419 en bodemkundig20 geïnterpreteerd.

3.2

Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens De locaties van de boringen staan in bijlage 3 en de boorprofielen in bijlage 4. In het terrein zijn geen hoogteverschillen waargenomen. Het terrein is dus relatief vlak. In grote lijnen heeft de ondergrond in het hele plangebied dezelfde opbouw. Deze ziet er als volgt uit. Aan de basis van vrijwel alle boorprofielen (met uitzondering van boring 1) is een pakket matig fijn tot uiterst fijn, sterk kalkhoudend zand aangetroffen. Dit zand is veelal dun horizontaal gelaagd met kleilaagjes. Verder zijn er plantenresten, schelpenresten en veenbrokken in aangetroffen. Deze afzettingen worden geïnterpreteerd als getij-afzettingen en worden gerekend tot het Laagpakket van Walcheren, dat onderdeel uitmaakt van de Formatie van Naaldwijk. In boring 16 is tussen 165 en 172 cm beneden maaiveld een dun laagje veen aangetroffen. Zowel de bovengrens als de ondergrens van dit laagje is scherp. Daarom wordt het geïnterpreteerd als verslagen veen en dus tot de getij-afzettingen gerekend. De top van het bodemprofiel bestaat in het hele plangebied uit een 35 à 130 cm dikke laag zandige, kalkrijke klei, vaak dun horizontaal gelaagd met zandlaagjes. Ook deze klei wordt gerekend tot het Laagpakket van Walcheren.

De getij-afzettingen zijn mogelijk afgezet tijdens twee verschillende transgressiefasen, namelijk de Duinkerke IIIa en de Duinkerke IIIb transgressie. Op grond van de boorprofielen is er echter geen onderscheid te maken tussen deze twee fasen. Een uitzondering op de hierboven beschreven bodemopbouw is aangetroffen in boring 1. Hier is aan de basis van de boring, vanaf 4 m beneden maaiveld, een pakket kalkloze zandige klei aangetroffen, die rond cm beneden maaiveld geleidelijk overgaat in sterk siltige, kalkloze klei. Deze klei wordt, net als de afzettingen in de overige boringen, gerekend tot het Laagpakket van Walcheren. Aangezien de samenstelling van deze klei

19

Nederlands Normalisatie-instituut, 1989.

20

De Bakker en Schelling, 1989.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

22 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

in sterke mate voldoet aan de beschrijving van de Duinkerke IIIa afzettingen in de Hoekse Waard, wordt deze klei als zodanig geïnterpreteerd.21 De top van deze kleilaag ligt op 3 m beneden maaiveld. Op de klei is een 35 cm dikke veenlaag met riet- en houtresten aangetroffen. Het veen heeft een geleidelijke ondergrens. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat het veen op de klei is gevormd en dus niet is verslagen. Het wordt gerekend tot het Hollandveen Laagpakket, dat onderdeel uitmaakt van de Formatie van Nieuwkoop. Vermoedelijk gaat het om lokaal gevormd veen, dat in een verlaten kreek is ontstaan. Het Hollandveen, dat op grote schaal in deze regio is afgezet, ligt binnen het plangebied op 5 m –NAP.22 Op het veen is hetzelfde pakket matig fijn tot zeer fijn zand aangetroffen als in de overige boringen. Onderin dit zandpakket, tussen

230 en 253 cm beneden maaiveld is in boring 1 een laag verslagen veen

aangetroffen. In slecht enkele boringen (boring 33, 42, 46 en 68) zijn verstoringen van het bodemprofiel waargenomen, die dieper reiken dan de huidige bouwvoor. Ter plaatse van boring 33 is deze verstoring vermoedelijk toe te schrijven aan de daar aangetroffen drain. Ter plaatse van de oude boomgaard is de bouwvoor gemiddeld wat dikker dan in de rest van het plangebied. Dit was op grond van het grondgebruik ook te verwachten. In de overige boringen is het bodemprofiel intact. De bodem is, op grond van de aanwezigheid van roestvlekken in de bovenste 50 cm van het bodemprofiel, geclassificeerd als een poldervaaggrond.

3.3

Archeologische indicatoren Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.

3.4

Archeologische interpretatie Aan het plangebied was op grond het bureauonderzoek een onbekende verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit de periode laat-paleolithicum tot en met midden-mesolithicum. Het niveau waarop dergelijke vindplaatsen kunnen worden verwacht ligt binnen het plangebied naar verwachting op circa 17 m beneden maaiveld en vallen daardoor buiten het bereik van het verkennend veldonderzoek. De onbekende verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum blijft daarom bestaan. Ook voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-mesolithicum en voor nederzettingsterreinen uit de periode vroegneolithicum tot en met midden-neolithicum gold op grond van het bureauonderzoek een onbekende verwachting. Resten uit deze periode werden verwacht in het Laagpakket van Wormer. Deze afzettingen zijn tijdens het veldonderzoek niet aangetroffen en liggen binnen het plangebied dus dieper dan 4 m beneden maaiveld. De onbekende verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-mesolithicum en voor nederzettingsterreinen uit de periode vroeg-neolithicum tot en met midden-neolithicum blijft daarom bestaan. Voor nederzettingsterreinen uit de periode laat-neolithicum tot en met de bronstijd gold een lage verwachting. Resten uit deze periode werden verwacht in het Hollandveen Laagpakket.

Tijdens het veldonderzoek is het Hollandveen in 1 boring vastgesteld op een diepte van 265 cm beneden maaiveld. Het betreft hier

21

Verbraeck en Bisschops, 1980, 62.

22

Rijks Geologische Dienst, 1980.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

23 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

vermoedelijk lokaal gevormd veen in een verlaten kreek uit de Duinkerke IIIa transgressie en is dus veel jonger dan de bronstijd. Het oudere Hollandveen, waarin resten uit de periode laat-neolithicum tot en met de bronstijd kunnen worden verwacht is niet aangetroffen en ligt dus dieper dan 4 m beneden maaiveld. De lage verwachting voor deze periode kan daarom op grond van de resultaten van het veldonderzoek worden gehandhaafd. Voor nederzettingsterreinen uit de periode ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen gold een hoge verwachting. Resten uit deze periode werden verwacht in de top het Hollandveen Laagpakket. Tijdens het veldonderzoek is het Hollandveen in 1 boring vastgesteld op een diepte van 265 cm beneden maaiveld. In deze boring is vastgesteld dat de top van het Hollandveen is geërodeerd door inbraken van de zee. In andere boringen, waarin het Hollandveen Laagpakket zelf niet is aangetroffen, zijn wel veenbrokken in de getijafzettingen waargenomen, die wijzen op plaatselijke erosie van het Hollandveen Laagpakket. Tijdens een booronderzoek van RAAP in 2006 is vastgesteld dat direct ten zuiden van het plangebied het Hollandveen aanwezig is op gemiddeld 4,5 m beneden maaiveld en dat de top van het veen is geërodeerd. De kans is groot dat dit ook binnen het plangebied het geval is. Door deze erosie zijn eventuele archeologische resten uit deze periode verdwenen.

Daarom kan de hoge verwachting voor nederzettingsterreinen uit de periode ijzertijd tot met de vroege middeleeuwen op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. De middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de late middeleeuwen kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. Er zijn geen oude cultuurlagen aangetroffen en in geen van de boringen zijn archeologische indicatoren of puinconcentraties aangetroffen. Ook zijn er op de percelen die zich hiervoor lenen (ter plaatse van boring 36 tot en met 65 en boring 87 tot en met 102) geen oppervlaktevondsten gedaan.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

24 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

4

Conclusies en aanbevelingen

4.1

Inleiding Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het plangebied gold op basis van het bureauonderzoek een onbekende verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum en nederzettingsresten uit het vroeg- en midden-neolithicum, een lage verwachting voor nederzettingsresten uit de periode laat-neolithicum tot en met de bronstijd en een hoge verwachting voor nederzettingsterreinen uit de periode ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen. Voor de late middeleeuwen en de nieuwe tijd gold een middelhoge verwachting. Het doel van het inventariserend veldonderzoek was om deze verwachting te toetsen.

4.2

Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen •

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? De ondergrond van het plangebied bestaat uit getij-afzettingen (grotendeels matig fijn tot uiterst fijn zand met kleilaagjes en schelpenresten en in mindere mate zandige klei). Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Walcheren, dat onderdeel uitmaakt van de Formatie van Naaldwijk. Alleen in boring 1 is veen aangetroffen. Het wordt gerekend tot het Hollandveen Laagpakket, dat onderdeel uitmaakt van de Formatie van Nieuwkoop. Het betreft vermoedelijk lokaal veen dat is gevormd in een verlaten kreek.

•

In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? De verwachting is dat binnen het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn. Als er al vindplaatsen aanwezig zijn binnen het plangebied, dan is liggen ze dieper dan 4 m beneden maaiveld, waardoor ze niet worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied.

De hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor nederzettingssporen uit de ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. De middelhoge verwachting voor de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd kan op grond van de resultaten van het veldwerk naar laag worden bijgesteld. De onbekende verwachting voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum als voor nederzettingsresten uit de periode vroeg- en midden-neolithicum blijft op grond van de resultaten van het onderzoek bestaan. De lage verwachting voor de periode laat-neolithicum tot en met de bronstijd blijft bestaan.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

25 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

4.3

Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Korendijk), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, conform artikel 53 van de Monumentenwet uit 1988 (herzien in 2007) een meldingsplicht geldt bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of bij de hem vertegenwoordigende bevoegde overheid, de gemeente Korendijk.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

26 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

Literatuur en kaarten Literatuur Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen. Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie. Prisma, Utrecht.

Ham, W. van der, 2003: De Grote Waard. Geschiedenis van een Hollands Landschap. 010, Rotterdam. Leenders, K.A.H.W., 1999: ‘Landschapsgeschiedenis van de Hoekse Waard’, geraadpleegd via www.users.bart.nl/~leenders/txt/hoeksew1.html Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Nederlands

Normalisatie-instituut,

1989:

NEN

5104 Geotechniek

-

Classificatie

van

onverharde

grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (aanvulling op de KNA 3.1). SIKB, Gouda. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2010: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 3.2. SIKB, Gouda. Verbraeck, A. en J.H. Bisschops, 1980: Toelichting bij de Geologische Kaart van Nederland 1:50.000, blad 43 Oost (Willemstad Oost), tweede druk, Rijks Geologisch Dienst, Haarlem. Kaarten Rijks Geologische Dienst, 1980: Geologische Kaart van Nederland schaal 1:50.000, blad 43 Oost (Willemstad), tweede druk, Haarlem. Stichting voor Bodemkartering, 1964: Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000, blad 43 Oost (Willemstad), Wageningen. Topografische Dienst, 1998: Topografische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Emmen. Uitgeverij Nieuwland, 2005: Grote Historische Atlas van Zuid-Holland, circa 1905, schaal 1:25.000. Tilburg.

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

27 van 28

Project:

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Uitbreiding Nieuw-Beijerland

Projectnummer: S110079

Wolters Noordhoff Atlasproducties, 1990: Grote Historische Atlas van Nederland; 1. West Nederland 1839– 1859, schaal 1:50.000. Groningen. Internet (geraadpleegd april 2011) archis2.archis.nl www.ahn.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.geschidenisvanzuidholland.nl www.kich.nl www.watwaswaar.nl

© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem

28 van 28

Bijlagen:

Bijlage 1:

Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Ouderdom in jaren

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen

1

11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr. 1950

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

Atlanticum warm vochtig

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Bijlage 2:

Combinatiekaart IKAW, AMK en Archis waarnemingen

41749 Combinatiekaart IKAW, AMK en ARCHIS-waarnemingen

41016

Uitbreiding Nieuw Beijerland

11268

425000

44759

234040

18591

424000

44760

410780

0

250

Meter 500

82000

83000

Legenda Vondsten per periode Late Middeleeuwen Nieuwe tijd

archeologische verwachting trefkans hoog (water)

middelhoog (water) laag (water) water

hoog

middelhoog laag zeer laag niet gekarteerd onbekend

onderzoeksmeldingen

S110079_IKAW_Combi_11012011_JH_1.0

Archeologisch monument + monumentnummer Terrein van archeologische betekenis Terrein van archeologische waarde

Terrein van hoge archeologische waarde

Terrein van zeer hoge archeologische waarde

Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd

plangebied

Bijlage 3:

Boorpuntenkaart

Boorpuntenkaart

±

Uitbreiding Nieuw Beijerland schaal: 1:2000 Legenda !

Boringen

425000

Plangebied

S110079 BO-IVO-V_22-7-2011_JH_1.0

!

1

!

!

15

2 !

16 !

!

14 !

!

28 !

3 !

!

17

13

!

27

424750

12 !

!

26

!

!

!

!

!

!

10 !

!

!

24

21

9

!

49

!

22 !

35 !

73

70

!

82 !

60

59 !

50

101

94

91

!

71

83 !

12,5 25

100

72

!

0

99

95

90

!

!

47

89

!

!

!

81

102

96

74

69

61

58

48

80

!

!

36

84

!

!

46

88

!

!

!

23 !

8

57

!

34 !

!

!

37

!

!

!

!

!

!

45

79

75

68

62

97 !

!

!

!

!

7

50

98

!

!

!

33

67

63

56

!

85

!

!

38

76

87

!

!

!

20

55

!

25

64

!

44

78

!

51

86

!

!

32

!

6

43

39

!

11

52

!

!

!

!

31

66 !

!

19

54

!

!

!

40

77 !

!

!

5

42

!

18

65 !

!

!

!

30

!

4

53 !

!

!

!

41 !

!

!

29

93

92

Meter

82750

83000

83250

Bijlage 4:

Boorprofielen

Pagina 1 / 39

Boring:

1

Boring:

2

X:

82570,16

X:

82565,29

Y:

424931,3

Y:

424881,41

0

0

Zand, uiterst fijn, sterk siltig, matig humeus, sterk kalkhoudend, bruin, Edelmanboor, Ap horizont scherpe ondergrens

0

-30

0

Klei, uiterst zandig, matig humeus, sterk kalkhoudend, bruin, Edelmanboor, Ap horizont scherpe ondergrens -30

Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak roesthoudend, sterk kalkhoudend, lichtbruin, Edelmanboor 50

Zand, matig fijn, sterk siltig, matig roesthoudend, sterk kalkhoudend, licht oranjebruin, Edelmanboor, geleidelijke ondergrens

50

-80

Zand, matig fijn, sterk siltig, sporen roest, licht bruingrijs, Guts, geleidelijke ondergrens 100

100

-130

-145

150

Zand, zeer fijn, sterk siltig, sterk kalkhoudend, laagjes klei, sporen roest, grijsbruin, Guts, geleidelijke ondergrens

-145

Zand, matig fijn, sterk siltig, resten planten, resten schelpen, sterk kalkhoudend, bruin, Guts, geleidelijke ondergrens

150

Zand, matig fijn, sterk siltig, sterk kalkhoudend, laagjes klei, resten planten, resten schelpen, grijs, Guts, scherpe ondergrens

200

200

-230

Veen, matig kleiïg, bruin, Guts, scherpe ondergrens 250

-253

-265

Zand, matig fijn, sterk siltig, sterk kalkhoudend, grijs, Guts, scherpe ondergrens Veen, resten riet, resten hout, bruin, Guts, geleidelijke ondergrens

300

-300

Klei, sterk siltig, matig riethoudend, grijs, Guts, kalkloos geleidelijke ondergrens

-333

Klei, sterk siltig, zwak humeus, resten schelpen, bruingrijs, Guts, kalkloos geleidelijke ondergrens

350 -365

Klei, matig zandig, resten planten, grijs, Guts, kalkloos

400

-400

Projectnaam: IVOv Uitbreiding Nieuw-Beijerland Projectcode: S110079

-195 -200

Zand, matig fijn, sterk siltig, sterk kalkhoudend, grijs, Guts

Pagina 2 / 39

Boring:

3

Boring:

4

X:

82559,99

X:

82556,6

Y:

424831,53

Y:

424781,64

0

0

Klei, sterk zandig, matig humeus, bruin, Edelmanboor, Ap horizont scherpe ondergrens

0

0

Klei, uiterst zandig, matig humeus, sterk kalkhoudend, bruin, Edelmanboor, Ap horizont scherpe ondergrens

-35

-35

Zand, matig fijn, sterk siltig, matig roesthoudend, brokken klei, sterk kalkhoudend, licht oranjebruin, Edelmanboor, geleidelijke ondergrens

50

-50

50

Zand, matig fijn, sterk siltig, matig roesthoudend, sterk kalkhoudend, oranjegrijs, Guts, geleidelijke ondergrens

-70

Zand, matig fijn, sterk siltig, sterk kalkhoudend, zwak roesthoudend, licht oranjegrijs, Guts, geleidelijke ondergrens 100

Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, sterk kalkhoudend, oranjebruin, Edelmanboor, geleidelijke ondergrens

100

-135

150

Zand, matig fijn, sterk siltig, resten schelpen, sterk kalkhoudend, sporen roest, licht bruingrijs, Guts, verspoelde plantenresten of veenbrokjes

150

-170

Zand, matig fijn, sterk siltig, resten schelpen, sterk kalkhoudend, brokken veen, grijs, Guts

-180 -190 -200

200

Zand, zeer fijn, sterk siltig, sterk kalkhoudend, resten schelpen, licht bruingrijs, Guts, humeuze bandjes geleidelijke ondergrens

-200

200

Zand, matig fijn, sterk siltig, sterk kalkhoudend, grijs, Guts

Boring:

5

Boring:

6

X:

82553,22

X:

82549,83

Y:

424731,76

Y:

424681,87

0

0

Klei, sterk zandig, matig humeus, sterk kalkhoudend, bruin, Edelmanboor, Ap horizont scherpe ondergrens

0

-30

Klei, sterk zandig, matig humeus, sterk kalkhoudend, donkerbruin, Edelmanboor, Ap horizont scherpe ondergrens -30

Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, sterk kalkhoudend, bruin, Edelmanboor, scherpe ondergrens

50

0

Klei, sterk zandig, zwak humeus, sterk kalkhoudend, bruin, Edelmanboor, scherpe ondergrens 50

-55

Zand, matig fijn, sterk siltig, sterk kalkhoudend, matig roesthoudend, oranjegrijs, Guts, geleidelijke ondergrens -85

Zand, matig fijn, sterk siltig, matig roesthoudend, oranjegrijs, Guts, geleidelijke ondergrens

100

100

-135

Zand, matig fijn, matig siltig, sterk kalkhoudend, resten planten, sporen roest, licht bruingrijs, Guts, geleidelijke ondergrens

150

150

-170

-170

Zand, matig fijn, sterk siltig, sterk kalkhoudend, resten planten, resten schelpen, grijs, Guts 200

-200

Zand, matig fijn, sterk siltig, sterk kalkhoudend, resten planten, grijs, Guts 200

Projectnaam: IVOv Uitbreiding Nieuw-Beijerland Projectcode: S110079

-200

Pagina 3 / 39

Boring:

7

Boring:

8

X:

82546,44

X:

82543,05

Y:

424631,99

Y:

424582,1

0

0

Klei, uiterst zandig, matig humeus, sterk kalkhoudend, donkerbruin, Edelmanboor, Ap horizont scherpe ondergrens

0

0

Klei, sterk zandig, matig humeus, sterk kalkhoudend, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor, Ap horizont scherpe ondergrens

-35

Zand, matig fijn, sterk siltig, matig roesthoudend, sterk kalkhoudend, resten schelpen, licht oranjebruin, Guts, geleidelijke ondergrens

50

-40

Zand, matig fijn, sterk siltig, matig roesthoudend, sterk kalkhoudend, oranjegrijs, Guts, geleidelijke ondergrens

50

100

100

150

150

-170 -180 -185

Zand, matig fijn, sterk siltig, resten schelpen, brokken veen, sterk kalkhoudend, grijs, Guts

200

200

250

300

350

400

-400

Projectnaam: IVOv Uitbreiding Nieuw-Beijerland Projectcode: S110079

-200

Zand, zeer fijn, sterk siltig, sterk kalkhoudend, bruin, Guts, humeuze bandjes geleidelijke ondergrens Zand, matig fijn, sterk siltig, laagjes klei, sterk kalkhoudend, resten planten, grijs, Guts

Pagina 4 / 39

Boring:

9

Boring:

10

X:

82584,65

X:

82588,04

Y:

424604,33

Y:

424654,22

0

0

Klei, uiterst zandig, matig humeus, sterk kalkhoudend, donkerbruin, Edelmanboor, Ap horizont scherpe ondergrens

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9642169/1