Bijlage 1 was-wordt lijst Algmene Plaatselijke Verordening
Tekst van het document
6. Het tweede, derde en het vijfde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. 7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 5 Artikel 2:34a
verplaatst
verplaatst
Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet. Artikel 2:34a Definities Drank en Horecaverordening gemeente Hoeksche Waard 2021 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: alcoholhoudende drank; a. de wet: Drank- en Horecawet; horecabedrijf; b. terras: het buiten de besloten ruimte gelegen deel van een horecalokaliteit; inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waar sta- of inrichting; zitgelegenheid kan worden aangeboden en waar bedrijfsmatig of sterke drank; anders dan om niet dranken of spijzen voor gebruik ter plaatse slijtersbedrijf; mogen worden verstrekt; zwak-alcoholhoudende drank; c. vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet; dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. d. bezoeker: een ieder die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van: leidinggevenden in de zin van de wet; personen die dienst doen in de inrichting; personen wier aanwezigheid in de inrichting wegen dringende redenen noodzakelijk is. e.
paracommercieel rechtspersoon: een rechtspersoon, niet zijnde een naamloze persoon vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van creatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard, richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf. 2. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de overige begrippen in deze verordening verstaan hetgeen de wet daaronder verstaat. Zie hoofdstuk 1 artikel 1:4 Artikel 2 Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen De burgemeester kan aan een vergunning voor het uitoefenen van het horecabedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld in het kader van de volgende belangen: a. ter bescherming van de volksgezondheid; b. in het belang van de openbare orde; c. ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet.
Artikel 3 Prijsacties horeca Ter bescherming van de volksgezondheid en/of belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter, lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.
Zie artikel 2:34d hieronder
De regelgeving uit de Drank- en Horecaverordening Hoeksche Waard 2021 wordt overgeheveld naar deze APV. Dit artikel is redactioneel aangepast. De artikelen ondergaan inhoudelijk geen wijziging.
Artikel vervallen, staat in hoofdstuk 1, artikel 1:4
Dit artikel blijft ongewijzigd: in de nieuwe APV is dit artikel 2.34d geworden. Horecabedrijven mogen dus niet “stunten” met prijzen van alcohol (of te wel: geen “happy hours” houden).
Pagina 14 van 33
Artikel 2:34b
Artikel 4 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen Het is verboden in inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de volgende schenktijden: Op het grondgebied van de voormalige gemeenten Korendijk en Cromstrijen • Maandag t/m vrijdag van: 17.00 uur – 24.00 uur; • Zaterdag en zondag van: 12.00 uur – 24.00 uur. Op het grondgebied van de voormalige gemeenten Strijen, Binnenmaas en Oud-Beijerland • Maandag t/m zondag van: 12.00 uur – 01.00 uur.
Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële horeca Het is verboden in inrichtingen van paracommerciële horeca alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de volgende schenktijden: • hele week, uitgezonderd zaterdag: vanaf 12.00 uur tot 2 uur na de laatste activiteit. • zaterdag: vanaf 12.00 uur tot 20.00 uur of 2 uur na de laatste activiteit.
Op dit moment gelden er in de Hoeksche Waard nog verschillende schenktijden. Voorgesteld dit te synchroniseren en te kiezen voor 1 regime: sportkantines, kerkgenootschappen en andere paracommerciële rechtspersonen mogen straks elke dag alcohol schenken tussen 12.00 uur en tot 2 uur na de laatste activiteit. Op zaterdag mogen inrichtingen tot 20.00 uur open, ook als er geen activiteiten zijn. Als er wel activiteiten zijn, dan geldt de hoofdregel 2 uur na de laatste activiteit, uiterlijk 01.00uur (01.00 uur is de algemene sluitingstijd op grond van de APV).
Artikel 2:34c
Nieuw artikel
Artikel 2:34c Schenktijden commerciële sportkantines Het is verboden in inrichtingen van commerciële sportkantines zoals bedoeld in artikel 2:34g, sub c, alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de volgende schenktijden: • hele week, uitgezonderd zaterdag: vanaf 12.00 uur tot 2 uur na de laatste activiteit. • zaterdag: vanaf 12.00 uur tot 20.00 uur of 2 uur na de laatste activiteit.
Soms wordt een sportkantine verpacht aan een commerciële uitbater. De juridische vorm mag echter niet doorslaggevend zijn: ook een commerciële sportkantine is gebonden aan schenktijden. Dit om minderjarigen te beschermen (NIX-18).
Artikel 2:34d
Nieuw artikel
Artikel 2:34d Verbod “happy hours” Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
Dit artikel blijft ongewijzigd: in de nieuwe APV is dit artikel 2.34d geworden. Horecabedrijven mogen dus niet “stunten” met prijzen van alcohol (of te wel: geen “happy hours” houden).
Artikel 2:34e
Artikel 6 Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten van derden 1. Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, indien dit leidt tot oneerlijke mededinging. 2. Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, indien dit leidt tot oneerlijke mededinging. 3. Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden (waaronder inbegrepen de verhuur van het pand en inventaris) van bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of tijdschriften, internet of via social media kenbaar te maken.
Artikel 2:34e Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten van derden 1. Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard of tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, indien dit leidt tot oneerlijke mededinging. 2. Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden (waaronder inbegrepen de verhuur van het pand en inventaris) van bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of tijdschriften, internet of via social media kenbaar te maken. 3. Het verbod in lid 1 geldt niet voor maximaal 6 door de paracommerciële rechtspersoon georganiseerde bijeenkomsten per inrichting per kalenderjaar, mits hiervan uiterlijk 2 weken van tevoren melding is gedaan bij de burgemeester middels een daartoe door de
Lid 1 en 2 zijn samengevoegd. Lid 3 en 4 zijn toegevoegd: Het kan hier gaan om (thema)feesten voor leden en vrijwilligers. Een dergelijke bijeenkomst moet altijd van tevoren worden gemeld. Is er sprake van een bijvoorbeeld een optreden van een muziekband, dan kan ook een melding incidentele festiviteit nodig zijn (artikel 4.3 APV). Op deze manier wordt gestreefd naar een evenwicht tussen enerzijds het levensvatbaar houden van paracommerciele inrichtingen en anderzijds een gezond economisch klimaat voor ondernemers.
Pagina 15 van 33
burgemeester vastgesteld formulier. Deze bijeenkomsten hebben in afwijking van artikel 2:29 lid 2a een maximale eindtijd van 01.00 uur. 4. De burgemeester kan een paracommercieel rechtspersoon verbieden een bijeenkomst te organiseren als bedoeld in lid 3; a. indien naar zijn oordeel dit in het belang is van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid, dan wel het woon- en leefklimaat; b. artikel 20, eerste of artikel 45a, eerste lid van de Alcoholwet in de periode 5 jaar voorafgaand aan de melding is overtreden. Artikel 2:34f
Artikel 7 Verbod verstrekken van sterke drank door bepaalde paracommerciële rechtspersonen Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in een inrichting van een paracommerciële rechtspersoon die deel uitmaakt van: a. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het geven van onderwijs; b. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer jeugdorganisaties of – instellingen dan wel bezocht pleegt te worden door jeugdige personen; c. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of – instellingen.
Artikel 2:34f Verbod verstrekken van sterke drank door bepaalde paracommerciële horeca Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in een inrichting van een paracommerciële rechtspersoon die deel uitmaakt van: a. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het geven van onderwijs; b. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer jeugdorganisaties of – instellingen dan wel bezocht pleegt te worden door jeugdige personen; c. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of – instellingen.
Artikel is vernummerd en ongewijzigd overgenomen in de nieuwe APV:
Artikel 2:34g nieuw
Nieuw artikel
Artikel 2:34g Verbod verstrekken van sterke drank bij bepaalde commerciële horeca Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in een inrichting van een commerciële rechtspersoon die deel uitmaakt van: a. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het geven van onderwijs; b. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer jeugdorganisaties of – instellingen dan wel bezocht pleegt te worden door jeugdige personen; c. een gebouw dat uitsluitend of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of – instellingen.
Dit artikel 2:34g is nieuw. Het gaat hier dus om sportkantines (of kantines van onderwijsinstellingen/jeugdorganisaties) die in beheer zijn bij commerciële bedrijven (BV, eenmanszaak, enz.). Immers, soms wordt een sportkantine verpacht aan een commerciële uitbater. De juridische vorm mag echter niet doorslaggevend zijn: sterke drank bij een commerciële sportkantine is niet toegestaan. Dit om minderjarigen te beschermen (NIX-18).
Artikel 2:34h nieuw
Nieuw artikel
Artikel 2:34h Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwakalcoholhoudende drank.
Dit artikel is een samenvoeging van twee artikelen uit de huidige Drank – en Horecaverordening uit 2021.
Artikel 2:34i nieuw
Nieuw artikel
Artikel 2:34i Proeverijen in slijtlokaliteiten 1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve
De nieuwe Alcoholwet biedt de mogelijkheid bij verordening proeverijen mogelijk te maken in slijterijen. Van die mogelijkheid wordt gebruik gemaakt door dit artikel op te nemen. Pagina 16 van 33
van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld. vervalt
Artikel 8 Voorschriften slijterijen De burgemeester kan aan een vergunning voor een slijterij voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld in het kader van de volgende belangen: a. ter bescherming van de volksgezondheid; b. in het belang van de openbare orde; c. ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet.
Komt te vervallen.
Dit artikel is overbodig geworden. Is nu opgenomen in artikel 2:34h.
vervalt
Artikel 9 Overgangsrecht 1. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen voor paracommerciële rechtspersonen: a. de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld; b. de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden. 2. Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen, blijven van kracht. 3. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de “Drank- en Horecaverordening gemeente Binnenmaas 2013, Cromstrijen 2013, Korendijk 2013, Oud-Beijerland 2013 en Strijen 2013” is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. 4. Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachten de “Drank- en Horecaverordening gemeente Binnenmaas 2013, Cromstrijen 2013, Korendijk 2013, Oud-Beijerland 2013 en Strijen 2013" wordt beslist met toepassing van deze verordening.
Komt te vervallen.
Dit artikel is overbodig geworden (is al geregeld in hoofdstuk 6 APV).
Afdeling 8 Artikel 2:40b t/m 2:40j wordt Artikel 2:40b
Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Artikel 2:40b Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.
Artikel 2:40b vergunning uitoefening bedrijf 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige
Het gaat hier om een bevoegdheid van de burgemeester (openbare orde). Artikel 2.40b t/m 2.40j gaan op in 1 artikel. Inhoudelijk komen de oude en nieuwe artikelen overeen.
Artikel 2:40c Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten
Pagina 17 van 33
1. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het eerste lid van artikel 2:40d van toepassing is. 2. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. 3. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. 4. Een bedrijfsmatige activiteit wordt voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 2:40d Vergunning uitoefening bedrijf 1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door het college op grond van het eerste lid van artikel 2:40c aangewezen gebouw of gebied voor door het college benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of b. Indien de uitoefening van het bedrijf een door het college op grond van het eerste lid van artikel 2:40c aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b.
indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. indien er concrete aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. Artikel 2:40e Vergunningaanvraag 1. De vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:40d wordt aangevraagd door de exploitant. 2. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 3. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden
activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d.
indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. Indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde. g. Indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een omgevingsplan. 5. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder Pagina 18 van 33
in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 4. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. Artikel 2:40f Intrekking en wijziging van een vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:40d intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of c. de voorschriften verbonden aan de vergunning of de plichten voortvloeiend uit deze afdeling niet worden nageleefd; of d.
de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of e. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of j. de vestiging of de exploitatie in strijd is met een omgevingsplan. Artikel 2:40g Sluiting bedrijf 1. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het eerste lid van artikel 2:40d wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in artikel 2:40f, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester
gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 6. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of c. de voorwaarden uit de vergunning of de plichten voortvloeiend uit dit artikel niet worden nageleefd; of d. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of e. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g.
er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of j. de vestiging of de exploitatie in strijd is met een omgevingsplan. 8. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in zevende lid sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen. 9. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 10. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. 11. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. 12.
Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder Pagina 19 van 33
de sluiting van het bedrijf bevelen. 2. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven 3. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. Artikel 2:40h Geboden en verboden exploitant 1. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning, zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 2:40d, opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. 2. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. 3. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 4. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden.
dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 13. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. 14. In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. 15. Op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:40i Uitgestelde werking aanwijzingsbesluiten voor bestaande gevallen In afwijking van het eerste lid van artikel 2:40d geldt het aldaar gestelde verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het in artikel 2:40c genoemde aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. Artikel 2:40j Positieve beschikking bij niet tijdig beslissen Op de vergunning als bedoeld in artikel 2:40d is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:41a
Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:41a Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan, indien zulks naar zijn oordeel in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat is vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw - niet zijnde een openbare inrichting of seksinrichting - of een bij dat gebouw behorend erf, een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van zijn bevel op of nabij de (hoofd)toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende
Artikel 2:41a Sluiting overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan, indien zulks naar zijn oordeel in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat is vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw - niet zijnde een seksinrichting - of een bij dat gebouw behorend erf, een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van zijn bevel op of nabij de (hoofd)toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift
Een openbare inrichting (bijvoorbeeld een café) valt voortaan onder de sluitingsmogelijkheid van dit artikel. Een sluiting van een seksinrichting is reeds geregeld in hoofdstuk 3 van de APV.
Pagina 20 van 33
Artikel 2:43 vervalt
Artikel 2:44a vervalt
Artikel 2:46 vervalt
Artikel 2:47a wordt Artikel 2:48a
erf. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht 3. Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 4. Het is verboden een voor het publiek openstaand gebouw als bedoeld in het eerste lid, of het bij dat gebouw behorende erf, een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte te betreden waarvan de sluiting is bevolen, te betreden. 5. Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf het gebouw als bedoeld in het eerste lid, of het bij dat gebouw behorende erf, een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte te betreden waarvan de sluiting is bevolen, te betreden 6. Onder bezoekers worden voor de toepassing van het vierde en vijfde lid niet verstaan de personen wier tegenwoordigheid in het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf wegens dringende omstandigheden vereist wordt. 7. Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke 1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42. Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde voorwerpen 1. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels een voorwerp te vervoeren of bij zich te hebben dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken. 2. Het verbod is niet van toepassing als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen. Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke 1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale Omgevingsverordening Zuid Holland.
Artikel 2:47a Verboden gebruik lachgas Het is verboden in het openbaar gebied lachgas te gebruiken of in bezit te hebben als daardoor hinder ontstaat voor personen of de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
3.
4.
5.
6.
7.
is aangebracht Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. Het is verboden een voor het publiek openstaand gebouw als bedoeld in het eerste lid, of het bij dat gebouw behorende erf, een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte te betreden waarvan de sluiting is bevolen, te betreden. Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf het gebouw als bedoeld in het eerste lid, of het bij dat gebouw behorende erf, een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte te betreden waarvan de sluiting is bevolen, te betreden Onder bezoekers worden voor de toepassing van het vierde en vijfde lid niet verstaan de personen wier tegenwoordigheid in het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf wegens dringende omstandigheden vereist wordt. Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Komt te vervallen.
Dit artikel wordt in de praktijk nooit gebruikt. Kan vanwege deregulering vervallen.
Komt te vervallen.
Dit artikel wordt in de praktijk nooit gebruikt. Kan vanwege deregulering vervallen.
Komt te vervallen.
Dit artikel wordt in de praktijk nooit gebruikt. Kan vanwege deregulering vervallen.
Artikel 2:48a Verboden gebruik lachgas 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de
Artikel is vernummerd en gewijzigd. Het bezit van lachgas is sinds 1 januari 2023 strafbaar op grond van de Opiumwet. Het nieuwe artikel ziet alleen op het gebruik. Dus dit nieuwe artikel kan worden gebruikt als het lachgas niet meer in het bezit is, maar er wel kan worden aangetoond dat er sprake is geweest van lachgasgebruik (bijvoorbeeld aan de hand van aangetroffen
Pagina 21 van 33
openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woonen leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
attributen) waardoor de openbare orde is verstoord dan wel het woon- en leefklimaat nadelig is beïnvloed.
Artikel 2:48b nieuw
Nieuw artikel
Artikel 2:48b Roken op openbare plaatsen 1. Het is verboden te roken op een openbare plaats die deel uitmaakt van: a. het terrein van een speeltuin, kinderboerderij of sportcomplex; b. een door het college aangewezen overheidsgebouw. 2. Het is verboden te roken op een openbare plaats die op minder dan 10 meter afstand is gelegen van de toe- en uitgang van de in het eerste lid genoemde locaties. 3. Het is verboden te roken op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied.
De Tabakswet en het Tabaksbesluit regelen (vanuit het gezondheidsperspectief) al iets voor onder meer scholen, maar het staat gemeente vrij hiervoor (vanuit het perspectief van tegengaan overlast) aanvullende regels vast te stellen.
Artikel 2:50a
Nieuw Artikel
Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als wapen 1. Het is verboden op een openbare plaats of in voor het publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie.
De rechtbank Rotterdam heeft begin 2023 een soortgelijk artikel in de APV van Rotterdam onverbindend verklaard. De rechtbank was namelijk van mening dat dit onderwerp al voldoende was geregeld in de Wet Wapen en munitie. De VNG is het hier niet mee eens en heeft in de ledenbrief van 7 november jl. een tekstvoorstel voor een messenverbod opgenomen. In een eerder stadium was al in de regio een voorstel gedaan voor een aangepast artikel. In dat regionale artikel wordt het messenverbod gekoppeld aan overlast en hinder. Voorgesteld wordt het regionale artikel te volgen, aangezien dat artikel geldt in de gehele gemeente.
Artikel 2:53
Artikel 2:53 Bespieden van personen 1. Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden. 2. Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te bespieden. Nieuw: Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur (Vervallen)
Komt te vervallen.
Dit artikel wordt in de praktijk nooit gebruikt. Kan vanwege deregulering vervallen.
Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden: a. tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden. b. in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover: 1°. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2°. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3°. het woon- of leefklimaat wordt aangetast. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
In artikel 4:18 van de APV is al bepaald dat het verboden is kampeermiddelen op de openbare weg te plaatsen, maar dit artikel ziet op het slapen op de openbare weg. Het verbod komt pas tot leven nadat het college gebieden heeft aangewezen, tenzij er sprak is van overlast/hinder, gevaar of aantasting van woon- of leefklimaat: dan geldt het verbod ook zonder aanwijzingsbesluit. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen (bijv. In geval van evenementen).
Artikel 2:54 nieuw
Pagina 22 van 33
3. Het verbod geldt niet: a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 5:25 of het omgevingsplan is toegestaan; b. voor woonwagens met een woonbestemming; c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd; d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen. Artikel 2:57
Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op de weg als de hond niet is aangelijnd; c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; of d. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; b. of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; of d. op een openbare plaats als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; b. b. of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Inhoudelijke aangepast door het vervangen van het woord “weg” door “openbare plaats”. Het begrip openbare plaats is ruimer dan het begrip weg (zie toelichting bij artikel 2.10).
Artikel 2:62 vervalt
Artikel 2:62 Loslopend vee De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. Artikel 2:63 Duiven 1. De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart en 1 juni. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het gebod 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de provinciale ophokverordening. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Komt te vervallen.
Dit artikel wordt in de praktijk nooit gebruikt. Kan vanwege deregulering vervallen.
Komt te vervallen.
Dit artikel wordt in de praktijk nooit gebruikt. Kan vanwege deregulering vervallen.
Artikel 2:66 Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder:
Ter verduidelijking wordt het begrip verkoopregister gedefinieerd.
Artikel 2:63 vervalt
Afdeling 10 Artikel 2:66
Bestrijding van heling van goederen Artikel 2:66 Definitie In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar
Pagina 23 van 33
a.
aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
handelaar: de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; b. verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde goederen door de handelaar.
Artikel 2:67
Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. 3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 2. Het Digitaal Opkopersregister (DOR) geldt hierbij in ieder geval als een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register. 3. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. 4. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
In het nieuwe artikel wordt aangegeven dat het Digitaal Opkopersregister in ieder geval als een gewaarmerkt register wordt beschouwd. Door het gebruik van dit register is het voor de politie gemakkelijker om heling op te sporen. Met dit artikel wordt het Digitaal Opkopersregister rechtstreeks aangewezen.
Afdeling 12 Artikel 2:74
Drugsoverlast Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Dit artikel is opgenomen om de overlast op straat tegen te gaan. Zowel de aanbieders als ontvangers worden met dit artikel strafbaar gesteld (drugsrunners). Het verschil tussen het oude en het nieuwe artikel is dat in het nieuwe artikel het begrip “op te houden” nader is omschreven.
Artikel 2:74b nieuw
Nieuw artikel
Artikel 2:74b Verzamelingen van personen in verband met drugs 1. Het is verboden op of aan wegen, die door de burgemeester zijn aangewezen indien de openbare orde dat in verband met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, aan een verzameling van meer dan vier personen deel te nemen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet. 3. Een ieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als in het eerste lid bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door deze
De burgemeester kan met dit artikel gericht optreden om bepaalde straten of delen van straten vrij te maken van zogenaamde drugstoerisme. Drugstoerisme geschiedt veelal groepsgewijs. Hier kan niet gesproken worden over ‘samenscholing’ als bedoeld in het artikel m.b.t. de begripsomschrijving samenscholing. Daarom is voor deze vorm van overlast deze bepaling opgenomen.
Pagina 24 van 33
aangewezen richting te verwijderen. Artikel 2:74c nieuw
Nieuw artikel
Artikel 2:74c Verblijfsontzeggingen in verband met harddrugs 1. Het is degene die in een door het college aangewezen gebied aangewezen omdat naar het oordeel van het college in dat gebied sprake is van ernstige overlast, veroorzaakt door de aanwezigheid van verslaafden en/of handelaren in harddrugs - op de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw: a. harddrugs gebruikt of verhandelt, of daartoe post vat of zich heen en weer beweegt; b. messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, openlijk voorhanden heeft; of c. zich gedraagt in strijd met artikel 2.74b, verboden zich te bevinden in het door het college aangewezen gebied en in voor het publiek toegankelijke gebouwen die in dat gebied gelegen zijn, nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven. 2. Het verbod van het eerste lid geldt gedurende het in het bevel van de burgemeester genoemd tijdvak van ten hoogste achtenveertig uur. 3. Het is degene van wie in een door het collegeaangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid, na de oplegging van het in het tweede lid bedoelde verbod opnieuw een ordeverstorende gedraging als bedoeld in het eerste lid is geconstateerd, verboden zich te bevinden in het door het college aangewezen gebied en in de daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen, nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven. 4.
Het verbod van het derde lid geldt gedurende het in het bevel van de burgemeester genoemd tijdvak van ten hoogste drie maanden. 5. Het bepaalde in het eerste en het derde lid geldt niet indien de belanghebbende in het door het collegeaangewezen gebied zijn woning heeft of zijn werk of beroep uitoefent. 6. Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op degene die op de weg softdrugs verhandelt.
De burgemeester kan optreden bij ernstige overlast veroorzaakt door de aanwezigheid van verslaafden en/of handelaren in harddrugs.
Artikel 2:74d nieuw
Nieuw artikel
Artikel 2:74d Verblijfsverbod dealers 1. De burgemeester kan degene die in een op grond van artikel 2.74c, eerste lid, aangewezen overlastgebied zich op of aan de weg ophoudt waarbij aannemelijk is dat dit gebeurt om middelen, als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, te verkopen of te koop aan te bieden en die antecedenten heeft op het gebied van het verkopen of te koop aanbieden van drugs of daarop gelijkende waar, bevelen om zich onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar voor de duur van drie maanden niet meer te bevinden. 2. De burgemeester kan aan degene, aan wie eerder een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven en die binnen een periode van een jaar opnieuw de in dat lid genoemde bepalingen overtreedt, bevelen om zich onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar gedurende een periode van maximaal zes maanden niet meer te bevinden. 3. Degene die een bevel heeft gekregen als bedoeld in het eerste of
De burgemeester kan een verblijfsverbod opleggen aan personen (dealers) die zich schuldig maken aan de handel in drugs of daarop gelijkende waar in het aangewezen overlastgebied.
Pagina 25 van 33
tweede lid is verplicht hieraan onmiddellijk te voldoen. Artikel 2:78
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 72 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste vier weken niet in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
Hoofdstuk 3 Afdeling 1 Artikel 3:1
Regulering, prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Algemene bepalingen Artikel 3:1 Afbakening De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
Artikel 3:2a nieuw
Artikel 3:2b nieuw
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 72 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen 6 maanden opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste vier weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. d.
Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Betreft redactionele aanpassing conform model VNG.
Artikel 3:1 Afbakening De artikelen 1:2 (beslissingstermijn) en 1:6 tot en met 1:8 (intrekken, termijnen en weigeringsgronden) zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
Dit is een technische wijziging.
Nieuw artikel
Artikel 3:2a Bevoegd Bestuursorgaan 1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 2. Het college mandateert zijn bevoegdheid als het gaat om het nemen van besluiten voor escortbedrijven als bedoeld in dit hoofdstuk aan de burgemeester.
Verduidelijking begrippen
Nieuw artikel
Artikel 3:2b Nadere regels Met het oog op de in dit hoofdstuk genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk
Dit artikel biedt de mogelijkheid om nadere regels vast te stellen, indien noodzakelijk.
Pagina 26 van 33
nadere regels vaststellen. Afdeling 2 Artikel 3:8
Vergunning seksbedrijf Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning 1. De vergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam van de exploitant; b. voor zover van toepassing, die van de beheerder; c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; f. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend; g. de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; h. voor zover van toepassing de geldigheidsduur van de vergunning; i. het nummer van de vergunning. 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.
Artikel 3:9
Artikel 3:9 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14, tweede lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdelen b en e; d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met i; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld,