Bijlage 1 Publicatie Brede Regeling Combinatiefuncties Staatscourant
Tekst van het document
STAATSCOURANT
Nr. 4245 8 februari 2023
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
Regeling van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 6 februari 2023, kenmerk 3507504-1043050-PG, houdende een specifieke uitkering voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026 (Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026) De Minister voor Langdurige Zorg en Sport, Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies; Besluit:
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Algemene begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: bestuurlijke afspraken: afspraken tussen het Rijk en gemeenten zoals vastgelegd in het GALA, en het Hoofdlijnen Sportakkoord II; gezondheidsbevordering: proces dat zich richt op het veranderen van gedrag van mensen en hun omstandigheden met als doel gezondheid te bevorderen of ziekte te voorkomen; GALA: Gezond en Actief Leven Akkoord, akkoord waarin afspraken zijn vastgelegd tussen het Ministerie van Volksgezondheid, Sport en Welzijn, gemeenten, GGD’s en zorgverzekeraars over landelijke doelen op het gebied van gezondheid, bijlage I; GGD: gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid; GGD GHOR Nederland: de branchevereniging van de GGD’en en GHOR’s; GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s; Hoofdlijnen Sportakkoord II: akkoord waarin afspraken zijn vastgelegd tussen de minister, VSG, VNG, het Platform Ondernemende Sportaanbieders en NOC*NSF over sport en bewegen, met addendum, bijlage II; integrale aanpak: domeinoverstijgende werkwijze waarbij organisaties die werkzaam zijn op de beleidsterreinen van de in deze regeling genoemde onderdelen, samenwerken; IZA: Integraal Zorgakkoord waarin afspraken zijn vastgelegd ten behoeve van toegankelijke,
kwalitatief goede en betaalbare zorg tussen de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en vertegenwoordigers van de zorgsector, Kamerstukken II 2022–2023, 31 765, nr. 655, bijlage; kerngroep VNG/VSG: samenwerkingsverband waarin in ieder geval de VNG en de VSG zijn vertegenwoordigd. ketenaanpak: werkwijze waarbij verschillende organisaties hun zorg-, hulp- en dienstverlening aan een persoon of groep personen afstemmen; minister: Minister voor Langdurige Zorg en Sport; positieve gezondheid: definitie van gezondheid die naast afwezigheid van ziekte, ook de volgende aspecten betrekt: a. lichaamsfuncties, zoals fysiek functioneren, medische feiten, energie en klachten en pijn; b. mentaal welbevinden, zoals cognitief functioneren, emotionele toestand en zelfmanagement; c. zingeving, zoals doelen, acceptatie en toekomstperspectief; d. kwaliteit van leven, zoals genieten, gelukkig zijn, balans, lekker in je vel zitten; e. sociaal-maatschappelijk participeren, zoals sociale contacten en geaccepteerd worden; f.
dagelijks functioneren, zoals vaardigheden voor alledaagse levensverrichtingen, werkvermogen en kennis van gezondheid; SiSa: Single information, Single audit, eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole als wijze waarop provincies, gemeenten, gemeenschappelijke regelingen zich jaarlijks verantwoorden over de besteding van specifieke uitkeringen of provinciale middelen; sociaal domein: beleidsterreinen zorg en ondersteuning op basis van de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn; VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten; VSG: Vereniging Sport en Gemeenten.
1
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Artikel 1.2 Toepasselijkheid Awb en Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS 1. Op deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:37 tot en met 4:38, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. 2. Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing. Artikel 1.3 Hoofdthema’s en onderdelen 1. De minister kan voor de jaren 2023, 2024, 2025 en 2026 aan een gemeente een uitkering verstrekken voor activiteiten in het kader van de ambities en doelen zoals gesteld in het GALA en het Hoofdlijnen Sportakkoord II. 2. De activiteiten, bedoeld in het voorgaande lid, vallen onder de volgende drie hoofdthema’s: a. Sport, bewegen en cultuur; b. Gezondheid & Sociale Basis; c. Ondersteunende onderdelen. 3. Aan de hoofdthema’s als bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met c, zijn de in de artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b genoemde onderdelen gekoppeld.
HOOFDSTUK 2. HOOFDTHEMA SPORT, BEWEGEN EN CULTUUR Artikel 2.1 Nadere begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: lokaal sportakkoord: een akkoord waarin op basis van het Hoofdlijnen Sportakkoord II door gemeente, sportaanbieders en maatschappelijke organisaties op het terrein van welzijn, gezondheidszorg en onderwijs afspraken zijn gemaakt over het beleid rondom sport en sportief bewegen; Artikel 2.2 Onderdelen Sport, bewegen en cultuur Tot de in het kader van hoofdthema Sport, bewegen en cultuur als bedoeld in artikel 1.3, tweede lid, onder a, uit te voeren onderdelen behoren: a. Onderdeel Lokaal Sportakkoord; b. Onderdeel Brede Regeling Combinatiefuncties. Artikel 2.3 Specifieke verplichtingen voor het verstrekken van een uitkering Sport, bewegen en Cultuur 1. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Lokaal Sportakkoord, bedoeld in artikel 2.2, onder a, voert ten minste een lokaal sportakkoord uit. 2. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Brede Regeling Combinatiefuncties, bedoeld in artikel 2.2, onder b, coördineert dat natuurlijke personen worden aangesteld die zich beroepsmatig bezighouden met sport, bewegen en cultuurparticipatie, zoals bedoeld in het addendum Bestuurlijke afspraken Brede Regeling Combinatiefuncties 2023–2026, behorende bij het Hoofdlijnen Sportakkoord II.
HOOFDSTUK 3. HOOFDTHEMA GEZONDHEID & SOCIALE BASIS Artikel 3.1 Nadere begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: actieprogramma één tegen eenzaamheid: programma van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat beoogt de eenzaamheid in Nederland te verminderen, Kamerstukken II 2022–2023, 29 538, nr. 344, bijlage; fysieke domein: het geheel van de beleidsterreinen ruimtelijke ordening, infrastructuur, het milieu en volkshuisvesting; GLI-programma: Gecombineerde Leefstijl Interventie, een leefstijlprogramma voor personen met overgewicht waarin leefstijlinterventies gericht op voeding, beweging en gedrag worden geboden en die behoort tot de zorg of de overige diensten als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet; gezondheidsachterstand: individuele negatieve afwijking ten opzichte van de landelijk gemiddelde levensverwachting, het gemiddeld aantal gezonde jaren en de ervaren gezondheid;
2
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
interventie Kansrijke Start: een erkende interventie die is opgenomen in de databank interventies op www.loketgezondleven.nl van het RIVM; kansrijke Start: programma dat de doelen nastreeft die zijn opgenomen in het Actieprogramma Kansrijke Start, Kamerstukken II 2017–2018, 32 279, nr. 124, bijlage, en de Vervolgaanpak actieprogramma Kansrijke Start 2022–2025, Kamerstukken II 2021–2022, 32 279, nr. 233, bijlage; ketenaanpak valpreventie: een ketenaanpak gericht op thuiswonende personen van 65 jaar of ouder met een verhoogd valrisico, bestaande uit opsporing, screening, aanbod interventies, doorverwijzing naar structureel beweegaanbod, gepubliceerd op www.loketgezondleven.nl van het RIVM.
landelijk model ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas: het door de Vrije Universiteit Amsterdam, Care for Obesity ontwikkelde model voor de aanpak van overgewicht en obesitas bij kinderen, zoals te vinden op www.kindnaargezondergewicht.nl; lokale coalitie kansrijke start: samenwerkingsverband van ten minste een gemeente, een partij uit de geboortezorg en een partij uit het sociaal domein; lokale coalitie tegen eenzaamheid: samenwerkingsverband van publieke en private partijen dat beoogt eenzaamheid tegen te gaan; mantelzorg: mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; mentale gezondheid: een gemoedstoestand van emotioneel welzijn die mensen in staat stelt om constructieve relaties op te bouwen en om te gaan met de eisen en stress van het leven; OKO: Opgroeien in een Kansrijke Omgeving, een door het Trimbosinstituut ontwikkeld programma dat zich richt op het voorkomen van roken, alcohol en drugsgebruik onder jongeren en het versterken van hun welbevinden; RIVM: het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het RIVM.
respijtzorg: het door een professional of vrijwilliger tijdelijk overnemen van mantelzorg; sociale basis: het geheel aan vrij toegankelijke formele en informele diensten, voorzieningen, netwerken, burgeractiviteiten en betekenisvolle relaties tussen burgers onderling en tussen burgers, professionals en de overheid die het mogelijk maken dat mensen in diverse sociale verbanden kunnen samenleven en participeren in de maatschappij; vroegsignalering alcoholproblematiek: activiteiten gericht op het tijdig herkennen van en hulp bieden aan personen met een beginnend alcoholprobleem om problematisch alcoholgebruik te voorkomen; welzijn op recept: een werkwijze op basis van samenwerkingsafspraken waarbij een huisarts of andere eerstelijnszorgverlener personen met psychosociale problematiek doorverwijst naar een welzijnscoach, die in een kortdurend traject begeleiding en ondersteuning biedt bij het vinden van een passende activiteit en maatschappelijke ondersteuning; wijk- en dorpsaanpak: een integrale aanpak gericht op het verbeteren van de leefsituatie van personen die woonachtig zijn in een bepaald binnen een gemeente gelegen gebied; zorgverzekering: de verzekering bedoeld in artikel 1, onder d, van de Zorgverzekeringswet.
Artikel 3.2 Onderdelen Gezondheid & Sociale Basis Tot de in het kader van hoofdthema Gezondheid & Sociale Basis als bedoeld in artikel 1.3, tweede lid, onder b, uit te voeren onderdelen behoren: a. Onderdeel Terugdringen Gezondheidsachterstanden; b. Onderdeel Kansrijke Start; c. Onderdeel Mentale Gezondheid; d. Onderdeel Aanpak overgewicht en obesitas; e. Onderdeel Valpreventie; f. Onderdeel Leefomgeving; g. Onderdeel OKO & Vroegsignalering alcoholproblematiek; h. Onderdeel Versterken sociale basis; i. Onderdeel Mantelzorg; j. Onderdeel Eén tegen Eenzaamheid; k. Onderdeel Welzijn op recept. Artikel 3.3 Specifieke verplichtingen voor het verstrekken van een uitkering Gezondheid & Sociale Basis 1. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Terugdringen Gezondheidsachterstanden, bedoeld in artikel 3.2, onder a, richt zich bij de activiteiten in het kader van de ontvangen uitkering ten minste op wijken en dorpen, gelegen binnen de gemeentegrenzen, waar bovengemiddeld veel personen met een gezondheidsachterstand woonachtig zijn. 2.
De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Kansrijke Start, bedoeld in artikel 3.2, onder b, zet ten minste lokale coalities kansrijke start voort, of richt deze op, maakt regionale samenwerkingsafspraken als bedoeld in het GALA en zet bij de implementatie en uitvoering van de activiteiten in het kader van de ontvangen uitkering, de interventies Kansrijke Start in, die zijn opgenomen in de databank interventies op www.loketgezondleven.nl van het RIVM.
3
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
3. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Mentale Gezondheid, bedoeld in artikel 3.2, onder c, maakt het onderwerp mentale gezondheid onderdeel van het lokale gezondheidsbeleid of geeft verdere uitvoering aan dit onderwerp. 4. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Aanpak overgewicht en obesitas, bedoeld in artikel 3.2, onder d, voert het landelijk model ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas uit, of draagt zorg voor de samenwerking rondom de uitvoering en implementatie van GLI-programma’s voor volwassenen als bedoeld in het GALA. 5. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Valpreventie, bedoeld in artikel 3.2, onder e, geeft uitvoering aan de ketenaanpak valpreventie. 6. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Leefomgeving, bedoeld in artikel 3.2, onder f, weegt bij de inrichting van het fysieke domein in ieder geval het aspect gezondheid mee. 7. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel OKO & Vroegsignalering alcoholproblematiek, bedoeld in artikel 3.2, onder g, geeft uitvoering aan OKO of Vroegsignalering alcoholproblematiek. 8. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Versterken sociale basis, bedoeld in artikel 3.2 onder h, stelt een wijk- of dorpsaanpak op, verbetert of bestendigt deze en voert deze uit. 9.
De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Mantelzorg, bedoeld in artikel 3.2, onder i, bevordert de ondersteuning van mantelzorgers door het opstellen, verbeteren of bestendigen van een wijk- of dorpsaanpak, gericht op mantelzorg en respijtzorg en de uitvoering hiervan. 10. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Eén tegen Eenzaamheid, bedoeld in artikel 3.2, onder j, werkt samen met of neemt deel aan lokale coalities tegen eenzaamheid en streeft de doelen na die zijn verwoord in het actieprogramma Eén tegen eenzaamheid.
HOOFDSTUK 4. HOOFDTHEMA ONDERSTEUNENDE ONDERDELEN Artikel 4.1 Nadere begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: zorgverzekeraar: verzekeraar als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Zorgverzekeringswet. Artikel 4.2 Ondersteunende onderdelen Tot de in het kader van hoofdthema Ondersteunende onderdelen als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onder c, uit te voeren onderdelen behoren: a. Onderdeel Versterking kennis- en adviesfunctie GGD; b. Onderdeel Coördinatiekosten regionale aanpak preventie. Artikel 4.3 Specifieke verplichtingen voor het verstrekken van een uitkering Ondersteunende onderdelen 1. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Versterking kennis- en adviesfunctie GGD, bedoeld in artikel 4.2, onder a, investeert in de GGD voor het opbouwen en uitbreiden van de voor deze uitkering relevante kennis ten behoeve van advisering aan ten minste het college van burgemeester en wethouders. 2. De ontvanger van een uitkering voor het onderdeel Coördinatiekosten regionale aanpak preventie, bedoeld in artikel 4.2, onder b, maakt bovengemeentelijke afspraken met in elk geval de GGD en zorgverzekeraars over voor welke onderdelen die behoren tot het hoofdthema Gezondheid & sociale basis, bedoeld in artikel 3.2, onder a tot en met k, een uitkering wordt aangevraagd.
HOOFDSTUK 5. UITKERINGSPLAFOND, HOOGTE VAN DE UITKERING EN WIJZE VAN VERDELING Artikel 5.1 Uitkeringsplafonds onderdelen Voor de onderdelen bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b, gelden jaarlijks de in bijlage III vermelde, cumulatieve uitkeringsplafonds.
4
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Artikel 5.2 Hoogte van de uitkering De minister kan jaarlijks een uitkering per onderdeel als bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b, aan een gemeente toekennen ter hoogte van de bedragen zoals vermeld in bijlage IV. Artikel 5.3 Wijze van verdeling 1. Indien een uitkeringsplafond als bedoeld in artikel 5.1 niet volledig wordt benut, kan de minister in overleg met de Minister van Financiën bepalen dat het resterende bedrag voor het betreffende onderdeel geheel of ten dele evenredig worden uitgekeerd aan de aanvragers waaraan een uitkering voor het betreffende onderdeel is verleend. 2. Een uitkering die is toegekend voor een onderdeel als bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b, mag jaarlijks tot een maximum van 15% worden aangewend voor een ander onderdeel dat behoort tot hetzelfde hoofdthema als bedoeld in artikel 1.3, tweede lid, onder a tot en met c. 3. Indien een voor een onderdeel als bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b, voor het jaar 2023 verleende uitkering niet of niet geheel in het jaar 2023 is besteed, kan het overschot tot een maximum van 20% in het jaar 2024 worden besteed aan het betreffende onderdeel.
HOOFDSTUK 6. AANVRAAG TOT VERLENING VAN EEN UITKERING Artikel 6.1 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag tot een uitkering per onderdeel als bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b, kan worden ingediend in de periode van: a. 6 februari 2023 tot en met 31 maart 2023 en b. 1 september 2023 tot en met 31 oktober 2023. 2. Een aanvraag ingediend tijdens de in het eerste lid, onder b, bedoelde termijn heeft betrekking op alle resterende jaren waarin voor het desbetreffende onderdeel middelen ter beschikking zijn gesteld, zoals vermeld in bijlage IV. Artikel 6.2 De aanvraag Voor de aanvraag tot verlening van een uitkering wordt een door de minister vastgesteld aanvraagformulier gebruikt. Artikel 6.3 Plan van aanpak 1. Bij de aanvraag van een uitkering voor 2024 en de jaren daarna wordt een plan van aanpak ingediend waarin wordt beschreven: a. de stand van zaken met betrekking tot de doelgroepen, wijken en uitvoering van de beleidsterreinen gezondheid, sport, bewegen, cultuur en sociale basis; b. op welke wijze samenhang en synergie tussen de verschillende hoofdthema’s en onderdelen wordt nagestreefd; c. welke doelen en resultaten worden nagestreefd, waarbij, voor zover relevant, aandacht wordt besteed aan: 1°. de doelen en resultaten die in het GALA en het Hoofdlijnen Sportakkoord II en bijbehorende addenda zijn opgenomen; 2°.
waarom is gekozen voor bepaalde doelgroepen en activiteiten behorende bij de aangevraagde onderdelen; 3°. op welke wijze preventie en positieve gezondheid nagestreefd worden; 4°. op welke wijze gezondheidsverschillen verkleind zullen worden; 5°. op welke wijze de doelgroepen waarop het plan van aanpak is gericht, betrokken zijn bij het opstellen ervan; 6°. op welke wijze de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak bijgehouden wordt. d. met welke partijen op welke wijze wordt samengewerkt en hoe deze samenwerking is vormgegeven, met inachtneming van de afspraken in het GALA en het Hoofdlijnen Sportakkoord II en, indien passend, de reeds aanwezige netwerkstructuren zoals omschreven in het IZA; e. ingeval van een reeds bestaand lokaal preventieakkoord of lokaal sportakkoord, met welke
5
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
partijen en op welke wijze hieraan uitvoering is gegeven; 2. Indien voor een onderdeel geen aanvraag wordt ingediend, wordt in het plan van aanpak de reden daarvoor vermeld. 3. Het plan van aanpak dient ondertekend te zijn door ten minste één wethouder. 4. Het plan van aanpak gaat vergezeld van een positief advies van de kerngroep VNG/VSG.
HOOFDSTUK 7. ALGEMENE VERPLICHTINGEN Artikel 7.1. De aanvrager aan wie een uitkering is toegekend draagt er zorg voor dat: a. een bijdrage wordt geleverd aan kennisdeling op regionaal en landelijk niveau, mede door deelname aan de landelijke monitorings- en evaluatie-instrumenten die door de minister ter beschikking worden gesteld; b. de uitvoering van de onderdelen en bijbehorende activiteiten waarvoor een uitkering is verleend conform de bestuurlijke afspraken is. c. De ontvanger van de uitkering meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien: 1. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de uitkering verbonden verplichtingen zal worden voldaan, of 2. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de uitkering.
HOOFDSTUK 8. VERLENING EN BEVOORSCHOTTING Artikel 8.1. Verlening 1. De minister neemt een besluit over de verlening van de uitkering: a. binnen 8 weken na afloop van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, onder a; b. binnen 13 weken na afloop van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, onder b. 2. Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval voor welke onderdelen als bedoeld in artikel 2.2, onder a en b, artikel 3.2, onder a tot en met k, en artikel 4.2, onder a en b, de uitkering wordt verleend, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond. Artikel 8.2 Bevoorschotting 1. De minister verleent ambtshalve voorschotten voor 100% van het aangevraagde bedrag. 2. Het voorschot voor 2024 en volgende jaren wordt verleend na indiening van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 6.3.
HOOFDSTUK 9. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING Artikel 9.1 Verantwoording 1. Een ontvanger van een uitkering verstrekt jaarlijks uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op de verlening van de uitkering de verantwoordingsinformatie overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001. 2. Daar waar sprake is van overdracht van middelen van een medeoverheid naar een andere medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing, conform artikel 17a, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet. Artikel 9.2. Vaststelling 1. De minister besluit uiterlijk 37 weken na 16 juli 2027 over de vaststelling van de uitkering. 2. Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld tot ten hoogste het bedrag dat is bepaald in het besluit tot verlening.
6
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
3. Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.
HOOFDSTUK 10. SLOTBEPALINGEN Artikel 10.1. Hardheidsclausule De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover van toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 10.2. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 16 juli 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn verleend. Artikel 10.3. Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De Minister voor Langdurige Zorg en Sport, C. Helder
7
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
BIJLAGE I , BEHOREND BIJ ARTIKEL 1.1 GALA Gezond en Actief Leven Akkoord GEMEENTEN en GGD-en, ZORGVERZEKERAARS EN VWS ZETTEN GEZAMENLIJK IN OP EEN GEZOND EN ACTIEF LEVEN MET EEN STEVIGE SOCIALE BASIS Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Gemeenten en GGD-en, zorgverzekeraars en VWS bouwen met het GALA een fundament onder het preventiebeleid 3. Gezondheidsdoelen en resultaten die we willen behalen a. Terugdringen gezondheidsachterstanden (waaronder Kansrijke Start) b. Een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten c. Het versterken van (de verbinding met) de sociale basis d. Een gezonde leefstijl e. Het versterken van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid f. Vitaal ouder worden g. Domeinoverstijgende inzet vanuit een regionale preventie infrastructuur i. Bouwstenen regionale preventie-infrastructuur ii. Werkagenda inrichting ketenaanpakken 4. Wat is daarvoor nodig a. Financiën b. Regionale samenwerking c. Agenda en dialoog Health in all policies d. Kennisinfrastructuur e. Monitoring f. Ondersteuningsprogramma g. Governance Bijlage 1 – Samenhang met andere trajecten Bijlage 2 – Werkagenda VNG bij het Integraal Zorg Akkoord (IZA)
1. Inleiding Met het Gezond en Actief leven Akkoord (GALA) bouwen we aan het fundament voor een gerichte lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis. Hiervoor maken we afspraken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid als rijksoverheid, gemeenten en zorgverzekeraars. We doorbreken de schotten en werken domeinoverstijgend vanuit samenhang om zo bij te dragen aan de beweging naar ‘de voorkant’ waarin een gezonde samenleving centraal staat. En dat is nodig. De urgentie is groot. Stip op de horizon De stip op de horizon is een gezonde generatie in 2040, met weerbare, gezonde mensen die kunnen opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving, en waarin sprake is van een sterke sociale basis. Waarin de fysieke en mentale gezondheid vanaf het prille begin, de eerste 1.000 dagen, wordt bevorderd en behouden en waar speciale aandacht uitgaat naar mensen in kwetsbare situaties. Hiermee dragen we ook bij aan het betaalbaar houden van het zorgstelsel, zodat mensen die dat nodig hebben kunnen blijven rekenen op zorg. In eerste instantie geven mensen zelf invulling aan een zo gezond mogelijk leven. Waar nodig wordt door gemeenten, rijk en zorgpartijen passende hulp geboden die aansluit op de behoefte en de mogelijkheden van de hulpvrager. Het sociale en publieke domein is de eerst aangewezen plek.
Omdat onze gezondheid belangrijk is Gezondheid is ons kapitaal, als mens en als samenleving. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat gezondheid belangrijk is voor het geluksgevoel. Mensen willen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven. Gezondheid vraagt dan ook om een beweging naar het versterken van het normale leven, de weerbaarheid, demedicaliseren en gezondheidsvaardigheden. Voor het versterken van de weerbaarheid is het belangrijk om zoveel mogelijk in te zetten op preventie vanuit de lokale basisvoorzieningen (denk aan: ‘natuurlijke’ vindplaatsen als de school, de huisarts en het sociaal wijkteam en sterke verbindingen tussen deze ‘natuurlijke’ vindplaatsen in het medisch, sociaal en fysieke domein.
8
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Omdat gezondheid iedereen aangaat Gezondheid is breder dan de afwezigheid van ziekte en klachten. Het idee van ‘positieve gezondheid’1 biedt een bredere kijk op gezondheid. Mensen zijn niet hun aandoening. Toch focust de zorg daar vaak wel op. De aandacht gaat te vaak uit medische klachten en gezondheidsproblemen, en hoe we die kunnen oplossen. Positieve Gezondheid kiest een andere invalshoek. Het accent ligt niet op ziekte, maar op mensen zelf, op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt. Gezondheid raakt iedereen, ook de mensen met een handicap, een beperking of een (chronische) ziekte. De voorzieningen die er zijn om mensen te helpen een gezond en actief leven te leiden moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Omdat gezondheidsachterstanden een hardnekkig probleem zijn Mensen in een kwetsbare sociaal economische situatie kampen veelal met armoede, schulden, problemen rondom huisvesting, eenzaamheid of werkloosheid. Deze omstandigheden maken dat zij een hoger risico op een slechtere (ervaren) gezondheid hebben. Mensen met een lager opleidingsniveau leven gemiddeld ruim 4 jaar korter en krijgen ruim 14 jaar eerder te maken met een slechter ervaren gezondheid dan hoogopgeleiden2. Daarnaast kunnen taalbarrières of verschillende sociaalculturele waarden goede zorg in de weg staan.
Ook komt het vaker voor dat mensen met een lager opleidingsniveau roken of overgewicht hebben, een hoger risico op soa’s, hiv en onbedoelde zwangerschappen hebben en minder vaak vaccinaties halen in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma. Daarnaast geldt dat de (mentale) gezondheid van veel mensen onder druk staat in een samenleving die snel verandert en gepaard gaat met grote onzekerheden. Gezondheidsachterstanden zijn maatschappelijk onwenselijk omdat dit een negatieve impact heeft op de kwaliteit van leven van mensen en op de mogelijkheden voor mensen om te participeren in het economisch en maatschappelijk leven. Omdat ons zorgstelsel onder druk staat Daarbij staat ons zorgstelsel zelf ook onder druk. Nu al werkt 1 op de 6 werknemers in de zorg en geven we 13 procent van ons nationale inkomen uit aan zorg. De komende decennia neemt de zorgvraag alleen maar verder toe, onder meer vanwege de vergrijzing. Het voorkomen van gezondheidsproblemen (universele en selectieve preventie), de inzet van (leefstijl)interventies bij hoog risico op ziekte (geïndiceerde preventie) en leefstijl als (onderdeel van de) behandeling (zorggerelateerde preventie) is belangrijk om de kwaliteit, toegankelijkheid en houdbaarheid van het Nederlandse zorgstelsel in de toekomst te kunnen waarborgen. De coronapandemie heeft dit besef ook versterkt.
Overigens levert het voorkomen van zorg ook een belangrijke bijdrage aan het klimaatbeleid, omdat de zorgsector verantwoordelijk is voor ongeveer 7 procent van de broeikasgassen van Nederland. Inzet op gezondheid en preventie past daarmee ook in het bevorderen van duurzame zorg. Gezondheid wordt door veel factoren beïnvloed Het RIVM heeft diverse bepalende factoren benoemd die bijdragen aan gezondheid (zie figuur 1). Ongezond gedrag in een ongezonde leefomgeving is verantwoordelijk voor bijna 20 procent van de ziektelast. Naast leefstijl doen ook stress, de fysieke leefomgeving en vele andere factoren ertoe waar het gaat om (de ervaren) gezondheid. Daarbij komt dat de gezonde keuze vaak niet vanzelfsprekend wordt gemaakt, waardoor ongezond gedrag sneller het gevolg is. De urgentie om blijvend in te zetten op het bevorderen van een gezonde leefstijl in een gezonde leefomgeving is hoog. Net als het blijvend inzetten op die factoren die mensen belemmeren om een gezonde keuze te maken.
1
2
9
Definitie positieve gezondheid: het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren (Machteld Huber, www.iph.nl). Bron: www.staatvenz.nl
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Figuur 1 Brede determinanten van gezondheid 1
RIVM, Factsheet Impactvolle Determinanten van gezondheid, 2021 (https://www.rivm.nl/sites/default/files/2021-09/ 012065_TG_Factsheet%20_determinanten.pdf). VTV staat voor Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018 (RIVM). GBD staat voor Global Burden of Disease 2017 (IMHE, Institute of Health Metrics and Evaluation).
Daarom aan de slag vanuit een brede blik op preventie Een integrale benadering van preventie is nodig, met aandacht voor achterliggende factoren die invloed hebben op gezondheid. Dat kunnen individuele factoren zijn, maar ook de fysieke en sociale omgeving, zoals de voedselomgeving of een beweegvriendelijke omgeving op school of op het werk, of factoren als bestaanszekerheid. Deze brede blik op gezondheid en het bevorderen van gezondheid noemen we ‘Health in all Policies’: diverse domeinen (publieke gezondheid, gezondheidszorg, sociaal domein, fysieke inrichting) dragen bij aan gezondheid van inwoners. Dit is met name ook voor het verminderen van gezondheidsachterstanden nodig. Ongezondheid is niet alleen de uitkomst van ongezond gedrag, maar vooral ook van een complexe ongelijkheid in de samenleving. Niet iedereen beschikt over de kennis, vaardigheden en mogelijkheden om gezonde keuzes te maken. De overheid heeft een grote rol bij het bevorderen van gezond gedrag in een gezonde leefomgeving, waarbij de inzet gedifferentieerd wordt en een aparte en toegespitste aanpak vergt voor kwetsbare groepen waarin de grootste stijging van gezondheidswinst te behalen is. Dat vraagt gericht investeren: ongelijk investeren voor meer gelijke kansen (‘Equity in All Policies’).
Om te zorgen dat mensen zo lang mogelijk zo gezond mogelijk blijven, loont het om vanaf jonge leeftijd en gedurende de hele levensloop te investeren in gezondheid en een gezonde leefstijl. Dat begint al bij de eerste duizend dagen van het leven die sterk bepalend zijn voor de gezondheid op latere leeftijd. Een kansrijke start voor elk kind is dan ook essentieel. Een gezonde generatie betekent een generatie die niet alleen fysiek gezond is, maar ook mentaal weerbaar is en leeft in een gezonde omgeving. Beweging naar ‘de voorkant’ Ook als er sprake is van gezondheidsproblemen, is niet altijd (alleen) een medisch antwoord gewenst. Bestaande hulp en zorg is nu niet altijd passend. Er is sprake van versnippering. Hulp is niet altijd gericht op de eigen situatie en de leefomgeving van de zorg- of hulpvrager. Om die reden werken we aan een beweging richting beter passende zorg en ondersteuning. We willen terug naar de nabijheid en de menselijke maat vanuit de lokale sociale basis of de sociale infrastructuur, in samenspraak met de inwoners. Het gaat om omzien naar elkaar. Een zogenaamde sociale basis die bestaat uit familie, naasten uit het sociaal netwerk, mantelzorgers, vrijwilligers, het welzijnswerk, burgerinitiatieven (waaronder zelfregie- of zelfhulpgroepen) en andere relevante organisaties die een rol hebben en een individu of een gezin helpt als het nodig is.
Door de toename van het aantal ouderen die zelfstandig wonen zal de druk op de sociale omgeving, waaronder mantelzorg, toenemen. Daarom is inzet op vitaal ouder worden en langer meedoen, door het versterken van de zelfredzaamheid van ouderen van belang.
10
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
Leeswijzer In dit document wordt in hoofdstuk 2 toegelicht welke basis er reeds ligt en welke stap we met het GALA zetten. Hoofdstuk 3 vormt de kern van het GALA waarin de gezamenlijke doelen, beoogde resultaten en acties zijn opgenomen die VWS, gemeenten en zorgverzekeraars willen ondernemen. Hoofdstuk 4 gaat in op de zaken die daarvoor nodig zijn: de financiën (de brede SPUK), lokale en regionale samenwerking, landelijk beleid, kennisinfrastructuur, monitoring, ondersteuning en governance.
2. GEMEENTEN, GGD-en, ZORGVERZEKERAARS EN VWS BOUWEN MET HET GALA EEN FUNDAMENT ONDER HET PREVENTIEBELEID We bouwen door op wat er is De afgelopen decennia, en in het bijzonder de afgelopen jaren, is er veel in gang gezet op gezondheid, preventie en een sterke sociale basis door het Rijk, door de gemeenten en andere betrokken partijen zoals kennispartners. We bouwen hierop voort en leggen de nodige verbindingen. Er zijn gezondheidsdoelen en acties afgesproken in het Nationaal Preventieakkoord (NPA) en de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020–2024. In het regeerakkoord zijn de doelen van het NPA nog eens bevestigd en zijn hier ambities met betrekking tot kansrijke start, mentale gezondheid en valpreventie aan toegevoegd. De doelen zijn door gemeenten verder uitgewerkt in lokale gezondheidsnota’s en lokale preventie- en sportakkoorden (en combinaties daarvan) en in lokale coalities Kansrijke Start. Sinds 2015 werken VNG en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) vanuit een gezamenlijke werkstructuur samen om de inzet op preventie en gezondheidsbevordering op regionale schaal te organiseren. Preventie, GGZ problematiek en ouderen zijn speerpunten hierbinnen. Deze werkstructuur vormt de basis van de regionale samenwerking die nodig is en moet worden verstevigd.
In eerdere publicaties van de VNG wordt het belang en de noodzakelijke inzet op preventieve gezondheid benadrukt3 evenals in het gezamenlijke preventiestatement van VNG en ZN. Ook het onlangs afgesloten Integraal Zorgakkoord en het WOZO-programma bieden een basis voor de samenwerking met zorgpartijen. Met de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet is een brede basis gelegd voor de zorgtaken van gemeenten in het sociaal domein. Gemeenten hebben met de Wmo de wettelijke opdracht en de beleidsruimte gekregen om mensen op maat te kunnen helpen als zij dit zelf niet meer kunnen. Zodat zij weer zelfredzaam zijn en kunnen participeren in de eigen thuissituatie en de maatschappij. Op grond van de Jeugdwet hebben gemeenten de taak beleid te voeren op preventie, jeugdhulp te bieden en te zorgen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De Wet publieke gezondheid (Wpg) geeft gemeenten de opdracht de gezondheid te bewaken, beschermen en bevorderen. Er is voorzien in een gemeenschappelijke regeling voor gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD). Elke gemeente moet een GGD in stand houden en bepaalde taken uit de Wpg laten uitvoeren. Daarnaast volgt uit de Wpg dat de gemeente het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg uit moet laten voeren.
De professionals die dit doen zijn een belangrijke speler in het verbinden en versterken van de jeugdpreventieketen. Een volgende stap is nodig Met alle wetgeving, nota’s en akkoorden en bestaande lokale en regionale werkstructuren ligt er een basis. Nu is een volgende stap nodig. Het bevorderen van een gezond leven vraagt om een domeinoverstijgende, integrale en langjarige aanpak. • Er is meer samenhang en verbinding nodig tussen de verscheidenheid aan programma’s en partijen om mensen gezond en vitaal te houden. Dit komt nog niet in alle gemeenten en regio’s voldoende uit de verf. Op landelijke schaal vergt dit ook meer aandacht. • Er is meer helderheid nodig over taken, verantwoordelijkheden en lange termijn doelen die richting geven, met voldoende mogelijkheden voor structurele financiering van aanbod en menskracht. Zo is nog niet overal de inzet en ondersteuning van mantelzorgers op orde en het laagdrempelige hulpaanbod goed georganiseerd waardoor de inzet van een maatwerkvoorziening (zorg) de enige mogelijkheid is om mensen te kunnen helpen. Daardoor stijgen de kosten. • Er is nog te vaak sprake van versnipperde en tijdelijke initiatieven en financiering. Regionale samenwerkingsafspraken tussen gemeenten en zorgpartijen komen nog te weinig tot stand. Kansrijke interventies worden onvoldoende snel opgeschaald en het lerend vermogen kan beter.
3
11
In de propositie ‘De winst van het Sociaal Domein’ is Gezond Leven een van de drie speerpunten. In het Koersdocument ‘Van daadkracht naar veerkracht’ heeft de VNG dit speerpunt nader uitgewerkt en de rol en verantwoordelijkheid van gemeenten gedefinieerd. Daarbij is aangeven wat er nodig is om met die rol tot effectieve inzet op preventie te komen. Tot slot is in de position paper ‘Gezonde Leefomgeving’ het belang van de omgeving voor de gezondheid van mensen aangegeven. Gemeenten worden hierin aanbevolen gezondheid mee te wegen bij de keuzes in het fysieke domein.
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
•
De rol van GGD als regionale kennispartner en adviseur op gezondheidsbeleid wordt niet overal voldoende benut. Het goed vormgeven van preventiebeleid is complex, vraagt deskundigheid en vereist goede samenwerking tussen veel verschillende spelers uit verschillende beleidsdomeinen (o.a. Wmo, Zorgverzekeringswet (Zvw), Jeugdwet) en vergt een lange adem. Er gaat nu veel tijd verloren aan het (steeds weer) projectmatig organiseren van samenwerking in wisselende verbanden. Ook blijkt dat de middelen voor preventie kwetsbaar zijn voor bezuinigingen en incidenteel ingezet worden voor het oplossen van actuele problemen die geen relatie hebben met gezondheid. Wat is de meerwaarde van het GALA? – VWS, gemeenten, GGD-en en zorgverzekeraars maken minder vrijblijvende afspraken gericht op de vertaling van landelijke doelen op het gebied van gezondheid en welbevinden naar landelijke,regionale en lokale resultaten. De doelen sluiten aan bij de landelijke gezondheidsdoelen uit het Nationaal Preventieakkoord, de Landelijk Nota Gezondheidsbeleid,het IZA en het WOZO programma. – Het GALA richt zich op alle burgers met specifieke aandacht voor groepen waar de meeste gezondheidswinst te behalen is. – Het GALA richt zich op domeinoverstijgende samenwerking en het koppelen van (bestaande) aanpakken, initiatieven, middelen en menskracht.
– Zo wordt met het GALA een integrale benadering van het preventiebeleid gestimuleerd en gefaciliteerd (preventie in brede zin: gezonde leefomgeving, sociaal beleid, ook sport en bewegen). Uitgangspunten zijn de Health in all policies gedachte en brede gezondheidsconcepten zoals positieve gezondheid. – Er wordt structureel en geoormerkt budget beschikbaar gesteld zodat gemeenten lange termijn plannen kunnen maken. – VWS, gemeenten en zorgverzekeraars spreken af hoe de regionale samenwerkingsafspraken in alle regio’s per 1 januari 2025 gerealiseerd worden (concretisering IZA-afspraak over regionale preventie infrastructuur) – VWS, gemeenten, GGD-en en zorgverzekeraars spreken af welke randvoorwaarden en criteria gelden voor inrichting ensamenwerking van effectieve ketenaanpakken (concretisering IZA-afspraak).
De GGD-en zijn als regionale gezondheidsdienst een belangrijke partij in het versterken van het regionale gezondheidsbeleid. De GGD adviseert de gemeenten over het gemeentelijk gezondheidsbeleid, zij doet onderzoek in de regio om de gemeenten over de juiste gezondheidsinformatie te laten beschikken en zij voert in opdracht van de gemeenten een aantal taken uit. Op grond van de Wpg is de GGD een uitvoeringsdienst in opdracht van de gemeentelijke colleges van burgemeesters en wethouders. In het GALA maken de gemeenten met VWS en de zorgverzekeraars afspraken over versterking van preventie en de publieke gezondheid. GGD-GHOR Nederland ondertekent het GALA mede, maar is formeel geen zelfstandige partij in de afspraken. De GGD-en voeren immers een deel van de gemeentelijke afspraken in het GALA uit, in opdracht van de betreffende gemeenten. In de Stichting GGD GHOR Nederland werken alle GGD-en en de directeuren publieke gezondheid (DPG-en) met elkaar samen en delen zij kennis. Met de ondertekening door de GGD-GHOR Nederland benadrukken alle partijen, inclusief de GGD-en, het grote belang van de GGD-en in de regionale samenwerking en de coördinerende rol die de GGD op een aantal thema’s in de regio heeft.
GALA en verbinding met andere trajecten Op het terrein van de volksgezondheid worden vanuit verschillende domeinen met andere partijen coalities gesloten om met vereende krachten de beweging ‘naar de voorkant’ verder te brengen. Zonder uitputtend te zijn, springt een aantal in het oog. Het GALA richt zich expliciet op deze voorkant met de focus op gezondheid en preventie. In september 2022 is het Integraal Zorgakkoord (IZA) gesloten met onder meer afspraken over het investeren in gezondheid en preventie breed (inclusief sociale basis). Het daarin aangekondigde addendum met afspraken tussen gemeenten, VWS en zorgverzekeraars, zoals afgesproken in het IZA, is verwerkt in het GALA (actie-agenda G en H). Het IZA richt zich in hoofdzaak op de houdbaarheid van het zorgstelsel (invalshoek Zvw). Met het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) is een beweging gestart om de ondersteuning en zorg voor ouderen toekomstbestendig te organiseren. De beweging draagt bij aan de transitie in wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen. De eerste actielijn uit het WOZO, vitaal ouder worden, vergt ook acties in het gemeentelijk domein gericht op preventie. Hiervoor zijn afspraken in het GALA opgenomen. In het Nationaal Preventieakkoord (NPA) staan afspraken om Nederlanders gezonder te maken door roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht terug te dringen.
Het doel is een gezonde generatie in 2040 met inzet op een rookvrije generatie, minder overgewicht en minder overmatig alcoholgebruik. Deze thema’s komen (direct of indirect) terug in verschillende programma’s in het GALA en worden vertaald naar lokale inzet. Met de Hervormingsagenda Jeugd wordt gewerkt aan een breed maatschappelijke agenda gericht op
12
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
het structureel verbeteren van de kwaliteit en beschikbaarheid van jeugdhulpverlening en de lange-termijnhoudbaarheid van het jeugdstelsel. Preventie is een belangrijke sleutel. De afspraken in het GALA over onder meer een kansrijke start in de eerste duizend dagen van een kind, een gezonde leefstijl en mentale gezondheid, de aanpak Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) en versterking van de sociale basis dragen hier aan bij. De Jeugdgezondheidszorg is een belangrijke schakel in het verbinden en versterken van de jeugdpreventieketen. In 2016 heeft Nederland het VN-verdrag Handicap geratificeerd. Gemeenten hebben de wettelijke plicht gekregen om het verdrag lokaal in te voeren, onder de naam Lokale Inclusie Agenda (LIA). Met ondersteuning vanuit het VNG-programma ‘Iedereen doet mee!’ geven gemeenten invulling aan de afspraken uit het VN-verdrag Handicap. De gemeenten werken samen met ervaringsdeskundige inwoners aan een inclusieve samenleving waarin iedereen, met of zonder een handicap, beperking of kwetsbaarheid kan deelnemen aan werk, school, sport en bewegen en cultuur. Daarbij bevorderen gemeenten dat de voorzieningen voor iedereen letterlijk toegankelijk zijn. De gemeenten zorgen dat mensen met een handicap, een beperking of een (chronische) ziekte de zorg en ondersteuning wordt geboden om volwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving.
De verbinding met het GALA kan worden gelegd door bij de integrale aanpak gezondheidsbeleid de inclusie-coördinator of de programma-coördinator van ‘iedereen doet mee’ van de gemeente te betrekken. In november 2022 is de Green Deal ‘Samen werken aan duurzame zorg’ gesloten met afspraken om de klimaat- en milieu-impact van zorg en ondersteuning te verminderen. Eén van de thema’s betreft het bevorderen van gezondheid van patiënten/cliënten en van medewerkers in de zorg. De inzet en afspraken daarvoor sluiten aan bij het GALA. Het beleidsprogramma pandemische paraatheid richt zich op het voorkomen van een mogelijke volgende pandemie, het zo veel mogelijk beperken van de ziektelast én het minimaliseren van maatschappelijke en economische schade. Ervaringen en lessen van de Covid-19 pandemie worden daarbij betrokken en verder uitgebouwd. De versterkingen in de publieke gezondheid en de zorg dragen bij aan zowel individuele als collectieve gezondheid en preventie. Het programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en welzijn (TAZ) beoogt een transitie naar passende en arbeidsbesparende zorg. Met innovatieve werkwijzen, en behoud van medewerkers die gemotiveerd hun werk doen. Voor het GALA zijn met name de partijen die werkzaam zijn in ‘de voorkant’ belangrijk, zoals gemeenten, jeugdgezondheidszorg en de eerstelijns zorgpartijen.
Het financieel arrangement van het GALA is vervat in een nieuwe Specifieke Uitkering (SPUK) voor gemeenten. In deze SPUK is ook budget opgenomen voor hetgeen van gemeenten wordt verwacht op het domein van sport en bewegen. De bestuurlijke afspraken hierover zijn opgenomen in het Sportakkoord II. De sportinfrastructuur levert daarmee voor het behalen van de doelen van het GALA een belangrijke bijdrage.
13
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
In onderstaande figuur wordt de samenhang weergegeven.
3. GEZONDHEIDSDOELEN EN RESULTATEN DIE WE WILLEN BEHALEN Centrale doelstelling: een gezonde generatie in 2040
Het kabinet heeft een gezonde generatie in 2040 met een focus op de jeugd door sport, voeding en bewegen in het regeerakkoord als doel omarmd. Dat betekent dat de Nederlandse jeugd in 2040 de gezondste van de wereld is. Een ambitie waar breed in de samenleving veel draagvlak voor is4, en waarbij meer aandacht is voor preventie en een gezonde leefstijl van jongs af aan. Want kinderen die ongezond opgroeien staan veelal op een achterstand. Het verminderen van vermijdbare gezondheidsachterstanden5 vergt dan ook extra aandacht, vanaf de eerste duizend dagen van een kind. Het verminderen van gezondheidsachterstanden is weliswaar apart als doel benoemd, maar snijdt dwars door de overige doelen heen. Naast de focus op kinderen en jongeren richten we ons met de gezonde generatie ook op volwassenen met onderstaande gemeenschappelijke doelen en op (het behoud van) de vitaliteit van het toenemend aantal ouderen.
VWS, gemeenten, GGD-en en zorgverzekeraars onderschrijven de volgende gemeenschappelijke doelen: a) Terugdringen gezondheidsachterstanden (waaronder Kansrijke Start) b) Een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten c) Het versterken van (de verbinding met) de sociale basis d) Een gezonde leefstijl e) Versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid f) Vitaal ouder worden g) Domeinoverstijgende inzet vanuit een regionale preventie infrastructuur Elk doel en de beoogde resultaten worden hierna toegelicht. Tevens zijn de acties benoemd die gemeenten, VWS en zorgverzekeraars ondernemen.
3A. Terugdringen gezondheidsachterstanden (waaronder Kansrijke Start) Iemand die opgroeit in een gezin met een hoog inkomen en een hoog opleidingsniveau heeft meer kans om langer te leven in een goede gezondheid, dan iemand die opgroeit in een gezin met een laag
4 5
14
www.gezondegeneratie.nl; Brief Initiatiefgroep preventieakkoord aan informateur, mei 2021 Coalitieakkoord dec 2021 ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’, pagina 32
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
inkomen en een laag opleidingsniveau. Mensen met een lager opleidingsniveau leven gemiddeld ruim 4 jaar korter en krijgen bovendien ruim 14 jaar eerder te maken met een slechter ervaren gezondheid dan hoogopgeleiden6. De aanpak van gezondheidsachterstanden vergt meer dan alleen de inzet op gezondheid. Er is vaak sprake van achterliggende problematiek zoals bestaansonzekerheid, armoede en kansenongelijkheid, een ongezonde leefomgeving en zwakke gezondheidsvaardigheden. Mensen met schulden, zonder baan of zorgen over hun woning kunnen het zich niet veroorloven om gezond te leven of hebben hier geen mentale ruimte voor. Een bredere blik op gezondheid en een integrale langdurige aanpak gericht op de wijken en mensen die kampen met gezondheidsachterstanden is nodig met oog voor gezondheidsvaardigheden en cultuursensitiviteit. Dit moet een aanpak zijn zich richt op verschillende factoren zoals de financiële situatie, de huisvesting, het sociaal netwerk, onderwijs, de gezinssituatie en de arbeidsmarkt. Om impact te maken bij mensen in kwetsbare sociaal economische posities is het belangrijk om in beleidsontwikkeling te differentiëren en zo rekening te houden met kansengelijkheid op het bereiken van een goede gezondheid voor iedereen: verschil maken om verschil te verminderen.
De gezamenlijke inzet van rijk en gemeenten is erop gericht om de levensverwachting en het aantal jaren in goed ervaren gezondheid voor mensen met een lage sociaal economische positie te doen toenemen. Het verband tussen maatregelen en wat dit doet voor het verminderen van gezondheidsachterstanden laat zich moeilijk meten. In de monitoring van het GALA en de SPUK is de vraag hoe hier mee om te gaan, opgenomen. De acties hiervoor zijn opgenomen in hoofdstuk 4, paragraaf E over monitoring. Beoogd resultaat: – Elke gemeente heeft een lokale aanpak voor het terugdringen van gezondheidsachterstanden. – VWS agendeert in de beleidskeuzes van andere departementen de gevolgen voor gezondheid en gezondheidsachterstanden waar dit van toepassing is. – In (de opzet van) de monitoring van het GALA en de SPUK wordt de vraag hoe gezondheidsachterstanden te monitoren, uitgewerkt.
Acties gemeenten •
•
Gemeenten ontwikkelen een lokale aanpak voor het terugdringen van gezondheidsachterstanden om kwetsbare groepen te bereiken, waarbij ook wordt gekeken naar de interactie met andere beleidsterreinen. Uitgangspunt is een brede, domein overstijgende aanpak, bijvoorbeeld langs de volgende sporen: C Goed toegankelijk (preventie- en zorg)aanbod in de wijk C Stimuleren van gezond gedrag en gezondheidsvaardigheden C Zorgen voor een gezonde leefomgeving en sociale omgeving C Stimuleren dat mensen actief mee kunnen doen aan de maatschappij. Gemeenten bieden gelijke gezondheidskansen en passen differentiatie toe bij interventies, toegespitst op (wijken met) mensen met gezondheidsachterstanden. De gemeenten die betrokken zijn bij de 20 Stedelijke Focusgebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid kunnen in de wijkgerichte aanpak het verminderen van gezondheidsachterstanden als thema agenderen.
Acties VWS •
• • •
•
6
15
VWS stelt middelen beschikbaar voor de aanpak van gezondheidsachterstanden. Deze middelen, die voorheen bekend stonden als GIDS-gelden, worden met ingang van 2023 via de SPUK verdeeld over alle gemeenten. Bij verdeling van alle middelen in de SPUK wordt rekening gehouden met gemeenten die meer mensen hebben met gezondheidsachterstanden. Daarnaast zet VWS de financiering van het vernieuwde Stimuleringsprogramma GezondIn voort, om gemeenten te ondersteunen bij het (door)ontwikkelen van hun lokale aanpak. VWS agendeert bij andere departementen het belang van gezondheidsachterstanden teneinde te zorgen dit belang mee te laten wegen in de besluitvorming. VWS en SZW hebben de SER gevraagd om een advies te geven over welke aanvullende maatregelen er nodig zijn binnen het sociaal domein, het sociaal zekerheidsstelsel en het arbeidsmarktstelsel om gezondheidsachterstanden terug te dringen. Naar aanleiding hiervan wordt gekeken welke aanvullende maatregelen nodig zijn. VWS neemt deel aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en stelt binnen dit programma kennis en middelen beschikbaar op het gebied van gezondheidsachterstanden voor de wijkgerichte, integrale aanpak in 20 Stedelijke Focusgebieden.
Bron: www.staatvenz.nl
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
•
•
VWS zet vanuit het Programma Gezonde Groene Leefomgeving in op verbetering van de leefomgeving in wijken waar veel mensen wonen met gezondheidsachterstanden, onder andere met een onderzoeksprogramma vanuit ZonMW. VWS financiert het kennis- en expertisecentrum Pharos.
Acties zorgverzekeraars •
•
ZN bespreekt intern op welke wijze de samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten ten aanzien van schuldhulpverlening verstevigd kan worden, zodat mensen met een betaalachterstand op de zorgverzekering goed worden ondersteund. De verzekeraars bepalen, op grond van de afspraken in het IZA, hoe passende zorg specifiek aandacht kan geven aan mensen met gezondheidsachterstanden.
Elk kind verdient een kansrijke start De opgave om gezondheidsachterstanden terug te dringen begint al bij de eerste duizend dagen van een kind aangezien die sterk bepalend zijn voor de gezondheid op latere leeftijd. Daarom is een kansrijke start voor elk kind onbetwist een noodzakelijke voorwaarde voor een gezond leven, zodat (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie vroegtijdig gesignaleerd worden en juiste interventies kunnen worden ingezet. Met het programma Kansrijke Start zijn de afgelopen jaren veel goede stappen gezet. Nu wordt ingezet op het verder versterken, uitbouwen en structureel verankeren van de lokale ketenaanpak kansrijke start, gericht op jonge gezinnen in een kwetsbare positie, op weg naar een gezonde generatie. Beoogd resultaat: Elke gemeente heeft een lokale ketenaanpak Kansrijke Start, inclusief interventies, en maakt samenwerkingsafspraken met partners rondom de eerste duizend dagen van een kind
We willen dat (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie tijdig de juiste zorg en ondersteuning ontvangen, aansluitend op hun hulpbehoefte. De zorg en ondersteuning richt zich primair op het verminderen van risicofactoren die stress veroorzaken, zoals psychische problemen, financiële problemen, relatieproblemen, huisvestingsproblemen en hechtingsproblemen, maar ook het bevorderen van beschermende factoren. Het is ook belangrijk dat deze ouders ondersteund worden met betrekking tot een gezonde leefstijl, omdat gezond eten, geen alcohol tijdens de zwangerschap en bij borstvoeding, en niet roken eveneens van belang zijn voor een gezonde start. Daarom is het doel dat elke gemeente in Nederland structureel een lokale ketenaanpak Kansrijke Start heeft, inclusief interventies. Deze ambitie volgt uit het coalitieakkoord waarin is opgenomen dat het kabinet inzet op een gezonde generatie 2040 en dat Kansrijke Start in iedere gemeente beschikbaar komt. De lokale ketenaanpak kansrijke start moet verder worden versterkt, uitgebouwd en structureel verankerd, op weg naar een gezonde generatie. Acties gemeenten –
–
–
Per 2024 heeft elke gemeente een ketenaanpak kansrijke start die gericht is op de eerste 1.000 dagen van elk kind dat in een kwetsbare situatie zit. Daarvoor maken zij samen met relevante partijen via lokale coalities structurele (keten)afspraken, zodat gezinnen in een kwetsbare situatie vroegtijdig in beeld komen en de zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben rondom de eerste 1.000 dagen (van -10 maanden tot en met 2 jaar) van kinderen. Het gaat daarbij om partijen als de GGD, partijen uit de geboortezorg, het sociaal domein, de JGZ-uitvoerende partij, de huisarts en de zorgverzekeraar. Gemeenten zorgen ervoor dat inwoners in de vruchtbare leeftijd (die in een kwetsbare situatie verkeren) voldoende regie (kunnen) nemen op hun kinderwens. Voor inwoners in een kwetsbare situatie die ondersteund worden met een interventie bij het nemen van regie op de kinderwens en niet in staat zijn de gewenste anticonceptie zelf te betalen, dient de gemeente deze kosten op zich te nemen. Gemeenten zorgen ervoor dat inwoners in de vruchtbare leeftijd (die in een kwetsbare situatie verkeren) in het verlengde van prenatale voorlichting op een laagdrempelige manier preconceptievoorlichting aangeboden krijgen en bekend zijn met de mogelijkheden voor preconceptiezorg (preconceptieconsult).
Acties zorgverzekeraars –
16
Zorgverzekeraars zorgen ervoor dat zorgprofessionals uit de geboortezorg optimaal kunnen bijdragen aan een kansrijke start van ieder kind. Hiervoor is het noodzakelijk dat het Zorginstituut duidt welke onderdelen van de ketenaanpak verzekerde zorg betreffen. ZN verzoekt het Zorginstituut om een duiding. Hierbij worden onder meer de vroegsignalering van (aankomende) ouders in
Staatscourant 2023 nr. 4245
8 februari 2023
kwetsbare situaties, preconceptieconsulten, deelname aan het multidisciplinair overleg (MDO) en meer uren kraamzorg betrokken. Aan de hand van de duiding kunnen afspraken gemaakt worden over de rol van zorgprofessionals bij kansrijke start. Acties VWS –
–
–
VWS zorgt voor de benodigde ondersteuning via ongeveer 30 acties zoals die zijn geformuleerd in de vervolgaanpak actieprogramma Kansrijke Start, waaronder: C het stimuleringsprogramma Kansrijke Start; C het project Kansrijke Ontmoetingen; C voortzetting ondersteuning landelijke organisatie Nu Niet Zwanger C het realiseren van een actuele, interactieve leerinfrastructuur voor lokale coalities en professionals rond de eerste 1.000 dagen. De SPUK-middelen die gemeenten kunnen aanvragen, worden ingezet voor het: C Vormen, versterken en behouden van lokale coalities kansrijke start en; C Vaker inzetten van interventies kansrijke start, ten behoeve van (aankomende) gezinnen in een kwetsbare situatie. Het gaat om erkende interventies uit de menukaart Kansrijke Start en; C Maken van regionale samenwerkingsafspraken rondom kansrijke start. Het RIVM monitort de voortgang van het actieprogramma Kansrijke Start sinds 2019, zowel kwantitatief (op 15 indicatoren) als kwalitatief
In werkagenda 3G, onderdeel II, zijn algemene afspraken opgenomen over de inrichting van ketenaanpakken. Deze afspraken zijn tevens van toepassing op de ketenaanpak kansrijke start.
3B. Een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten De inrichting en vormgeving van de buurt heeft invloed op de gezondheid en leefstijl van de bewoners. Het bepaalt mede in hoeverre mensen bewegen, elkaar ontmoeten, naar voorzieningen als de arts en supermarkt kunnen, en activiteiten kunnen ondernemen. Een extra brede galerij bijvoorbeeld zorgt ervoor dat mensen een bankje kunnen neerzetten om elkaar te ontmoeten. De voedselomgeving speelt ook een rol, zoals het aanbod, de beschikbaarheid en betaalbaarheid van voedsel. De bereikbaarheid van voorzieningen bepaalt ook de mate van zelfstandigheid van mensen. Met de vergrijzing van de bevolking zijn er steeds meer mensen die te maken krijgen met toenemende beperkingen. Zij worden meer afhankelijk van de hulp van anderen om de voorzieningen die zij nodig hebben te bereiken. Het Programma Wonen en Zorg voor ouderen7 richt zich op een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, en zorgt ervoor dat de leefomgeving wordt meegenomen in de gemeentelijke woonzorgvisies en uitvoeringsprogramma’s. De fysieke leefomgeving kan ook druk geven op de gezondheid via onder andere de luchtkwaliteit, geluidsoverlast en infectieziekterisico’s. Klimaatverandering voegt daar nieuwe uitdagingen aan toe. Een gezonde fysieke omgeving is van belang om gezond en actief leven te bevorderen, nu en in de toekomst.