CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Nota verbonden partijen gemeente Hoeksche Waard 2026

Besluitvormende raad 10 maart 2026, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Vaststelling Nota Verbonden partijen gemeente Hoeksche Waard 20264.991 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota verbonden partijen gemeente Hoeksche Waard 2026

Meer dan waard.

1/16

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding 1.2 Om welke samenwerkingsverbanden gaat het 1.3 Leeswijzer 2. Wettelijke kaders.........................................................................................................................5 2.1 Publiekrechtelijk 2.2 Privaatrechtelijk 2.3 Publiek-privaatrechtelijk 3. Rollen college en raad................................................................................................................7 3.1 Verandering rollen college bij samenwerkingsverband 3.2 Verandering rol gemeenteraad bij samenwerkingsverband 4. Waarom werken we samen.......................................................................................................8 4.1 Wanneer is samenwerking wenselijk 4.2 Visie ten aanzien van samenwerkingsvormen 4.3 Uitgangspunten bij samenwerking 5. Van risicoprofiel naar sturingsprofiel.....................................................................................10 5.1 Risicoprofiel verbonden partijen 5.2 Sturingsprofiel verbonden partijen 5.2.1 Reguliere sturing 5.2.2 Uitgebreide sturing 5.2.3 Intensieve sturing 5.2.4 Situationele sturing 6. Lokale en regionale afstemming............................................................................................15

Meer dan waard.

2/16

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Net als iedere gemeente heeft ook gemeente Hoeksche Waard een grote verscheidenheid aan taken uit te voeren. Hierbij heeft de gemeente meerdere mogelijkheden. De gemeente kan taken zelf uitvoeren, kan dit uitbesteden aan een organisatie die losstaat van de gemeente of kan met andere gemeenten en/of overheden samenwerken. Onder meer vanuit het besef dat maatschappelijke opgaven vaak geen rekening houden met (gemeente)grenzen en er in de afgelopen jaren (complexe) taken zijn overgedragen aan gemeenten, is samenwerking onmisbaar en waardevol. De verbonden partijen voeren werkzaamheden uit voor of uit naam van de gemeente en dragen op die manier bij aan het behalen van resultaten en effecten in de samenleving die het gemeentebestuur wil realiseren. Het gaat hierbij om taken met een publiek belang. Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is sprake van een publiek belang als de behartiging van een maatschappelijk belang anders (bijvoorbeeld spontaan via de markt) niet goed tot zijn recht komt. Een verbonden partij is volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (hierna BBV) een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie, waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Een bestuurlijk belang is zeggenschap door vertegenwoordiging in het bestuur of door stemrecht.

Een financieel belang is: • een bedrag dat aan de verbonden partij ter beschikking is gesteld en niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat; • of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Op grond van artikel 25 van de Financiële verordening gemeente Hoeksche Waard 2025 biedt het college de gemeenteraad éénmaal per raadsperiode een Nota verbonden partijen aan en stelt de raad deze vast. Blijkens de toelichting bij dat artikel wordt in de nota de strategie omschreven hoe verbonden partijen in algemene zin aan te sturen en hier regie op te voeren. Hoewel Hoeksche Waard een jonge gemeente is, kan niet worden gesproken van een nul-situatie. De gemeente is vanuit de historie aangesloten bij diverse samenwerkingsverbanden, waaronder verbonden partijen. En hoewel niet formeel door de gemeenteraad bekrachtigd, werd bij de start van de gemeente Hoeksche Waard de door de voormalige Hoeksche Waardse gemeenten in 2014/2015 vastgestelde en uitgewerkte “Nota Verbonden partijen gemeenten Hoeksche Waard” wel als richtlijn beschouwd voor het beleid ten aanzien van de verbonden partijen. De nu voorliggende Nota bouwt daar zoveel mogelijk op voort.

1.2 Om welke samenwerkingsverbanden gaat het Gemeente Hoeksche Waard neemt op dit moment deel aan de volgende verbonden partijen: Gemeenschappelijke regelingen • Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid-Holland Zuid (DG&J) • Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) • Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) • Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) Meer dan waard.

3/16

•

Wegschap Tunnel Dordtse Kil

Stichtingen en verenigingen • Karel. (voorheen Stichting inkoopbureau West-Brabant) Vennootschappen en coöperaties (deelnemingen) • Bres Accommodaties B.V. • RAD HW B.V. • Stedin • B.V. Gemeenschappelijk Bezit Evides • Bank Nederlandse Gemeenten Een nadere toelichting op deze verbonden partijen is jaarlijks opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen van de gemeentelijke begroting en jaarrekening. Deze Nota verbonden partijen gaat (uitgezonderd de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid en Jeugd ZHZ) niet in op andere vormen van regionale samenwerking binnen het sociaal domein, deze vallen niet onder de definitie van verbonden partijen. Ook de samenwerking binnen de Regiodeal Zuid-Hollandse Delta en de R8 (grote meerkernige herindelingsgemeenten) vallen buiten de scope van deze nota. Deze vorm van netwerksamenwerking is veel breder dan die van een verbonden partij en is gericht op inwoners, partners, (buur-)gemeenten, provincie, rijk, kennisinstellingen en bedrijfsleven. Deze Nota verbonden partijen gaat tot slot ook niet in op de strategie op externe (regionale) oriëntatie en positionering van de gemeente. De verbonden partijen waarin we samenwerken zijn wel medebepalend voor de context waarbinnen deze strategie vormgegeven wordt.

1.3 Leeswijzer In deze nota gaan compactheid, leesbaarheid en bruikbaarheid boven theoretische volledigheid. De grondslagen zijn immers wettelijk al bepaald en hoeven dus niet overgedaan te worden en we starten bovendien niet vanuit een blanco situatie als het gaat om kennis, ervaring en sturing. In de hoofdstukken 2 en 3 wordt eerst het theoretisch kader geschetst ten aanzien van de wettelijke mogelijkheden bij samenwerking en de rollen van college en raad daarbij. In de daarop volgende hoofdstukken wordt nader ingegaan op en worden keuzen voorgesteld ten aanzien van waarom we samenwerken, hoe te komen van risicoprofiel naar sturingsprofiel en tot slot lokale en regionale afstemming.

Meer dan waard.

4/16

2. Wettelijke kaders bij samenwerking Samenwerking kan op basis van publiekrecht, privaatrecht of zowel publiek als-privaatrecht.

2.1 Publiekrechtelijk Bij publiekrechtelijke samenwerking gaat het met name om de deelname aan gemeenschappelijke regelingen. Het publiekrecht biedt ten opzichte van het privaatrecht meer waarborgen voor de passende inzet van bevoegdheden, voor adequaat toezicht, controle en openbaarheid. Er is meer democratische controle en verantwoording. Als schaduwzijde geldt– en dat geldt des te meer als het aantal deelnemers groot is – dat de slagvaardigheid te wensen over kan laten. Ook is het financieel risico voor gemeenten in veel gevallen groter, omdat overheden de enige deelnemers zijn. Gegeven de mogelijkheden tot democratische controle en verantwoording, geldt in het algemeen een voorkeur voor publiekrechtelijke vormen van samenwerking. Als er daarentegen specialistische kennis nodig is en het (algemeen) publiek belang minder prominent is, dan valt een privaatrechtelijk samenwerkingsverband te overwegen. Gemeentewet Vanuit de Gemeentewet geldt de grondregel dat de gemeente publieke taken zelf uitvoert. Op grond van artikel 160 van de gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen (zie hierna) is echter ook participatie in een privaatrechtelijke verbonden partij mogelijk ter behartiging van publiek belang. Wet gemeenschappelijke regelingen Deze richt zich op de samenwerking tussen decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen).

Bij gemeenschappelijke regelingen gaat het in de regel om primair gemeentelijke taken met een uitvoerend karakter. Intergemeentelijke samenwerking op basis van de Wgr is een vorm van verlengd lokaal bestuur, waarbij de vrijwilligheid van de samenwerking voorop staat. De Wgr beschrijft in artikel 8 de diverse verschijningsvormen. Dit zijn: een openbaar lichaam, een gemeenschappelijk orgaan, een bedrijfsvoeringorganisatie en een centrumgemeente constructie. Op 1 juli 2022 trad een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in werking. De wijziging had tot doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. De kaderstellende en controlerende rollen die gemeenteraden hierbij hebben worden daartoe versterkt. Daarnaast worden de participatiemogelijkheden van burgers en belanghebbenden bij de besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen vergroot. De afgelopen periode hebben de betreffende gemeenschappelijke regelingen de gevolgen van de wetswijziging verwerkt en ter besluitvorming aan de deelnemers voorgelegd. Als laatste is nu nog een wijzigingsvoorstel voor de gemeenschappelijke regeling Wegschap Tunnel Dordtse Kil in procedure. Toekomstige voorstellen tot wijziging van een gemeenschappelijke regeling zullen op hun eigen merites worden beoordeeld.

Het staat een deelnemer altijd vrij om een wijzigingsvoorstel in het bestuur aan de orde te stellen. Voor een daadwerkelijke effectuering daarvan geldt hetgeen in desbetreffende regeling is opgenomen over besluitvorming over wijzigingsvoorstellen. Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Het BBV Is een wettelijk kader dat regels stelt aan de financiële verslaglegging van provincies en gemeenten. Dit besluit schrijft voor hoe begrotingen, jaarrekeningen en andere financiële stukken moeten worden opgesteld en verantwoord. Naast de definitie van een verbonden partij (zie hierboven in de inleiding) is in Meer dan waard.

5/16

het BBV ook bepaald dat in de begroting en jaarrrekening van de gemeente middels een afzonderlijke paragraaf de beleidslijnen worden vastgelegd met betrekking tot verbonden partijen. In de Notitie verbonden partijen 2025 geeft de Commissie BBV een overzicht van alle relevante aspecten van verbonden partijen met betrekking tot vraagstukken van begroting en verantwoording voor gemeenten, provincies, waterschappen en verbonden partijen. Verbonden partijen kunnen zowel voor de realisatie van het beleid van de deelnemende partijen als voor de financiële gevolgen daarvan van majeure betekenis zijn. Het is daarom belangrijk dat de gemeente zich bewust op de hoogte stelt van de governance aspecten en de instrumenten voor bestuur en toezicht optimaal benut. Daarvoor is kennis nodig van en inzicht in bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de verschillende bestuursorganen, zowel aan de kant van de verbonden partij als bij de individuele deelnemer/aandeelhouder.

2.2 Privaatrechtelijk Mogelijke privaatrechtelijke samenwerkingsorganisaties zijn stichtingen, verenigingen, coöperaties of vennootschappen (BV en NV). Bij privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden kunnen overheden en desgewenst ook niet-overheden (b.v. marktpartijen) een verband aan gaan. De rol en invloed van overheid is in deze samenwerkingsvorm relatief beperkt. Het voordeel van een privaatrechtelijk samenwerkingsverband is (onder andere) dat overheden en nietoverheden een verband kunnen aangaan, waardoor specifieke kennis en ervaring aan de organisatie kan worden toegevoegd. Nadelen zijn het gebrek aan democratische controle en verantwoording en het gebrek aan bestuurlijke invloed, met name in de rol van aandeelhouder. Als de gemeente kiest voor samenwerking in een privaatrechtelijke vorm is het Burgerlijk Wetboek (Boek 2) van toepassing. Gemeentelijke vertegenwoordigers kunnen binnen deze rechtspersonen bestuurlijke of andere bevoegdheden uitoefenen, bijvoorbeeld als commissaris. Het college besluit slechts tot de oprichting van een privaatrechtelijke samenwerkingsvorm indien daarmee het openbaar belang gediend wordt. Het besluit wordt niet eerder genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

Anders dan bij grip en sturing op gemeenschappelijke regelingen (die gebaseerd zijn op de Wet gemeenschappelijke regelingen) biedt de specifieke constructie van een privaatrechtelijke samenwerking ruimte om sturing en control via maatwerkvoorwaarden te realiseren. Dat betekent dat de sturingsafspraken met onze privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden van elkaar kunnen verschillen. De inhoud en vorm van de afspraken hangen mede af van de doelstelling en taken van het samenwerkingsverband, maar ook van het aantal deelnemers (dat immers voor een belangrijk deel de mate van invloed bepaalt). De exacte structuur en verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden vastgelegd in de statuten van verbonden partij zelf. Tot nu toe blijken de gemaakte afspraken met deze privaatrechtelijke verbonden partijen in de praktijk goed te werken. Het is echter ook bij privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden goed om deze governanceafspraken van tijd tot tijd gezamenlijk tegen het licht te houden om te bezien of deze nog steeds voldoen.

2.3 Publiek-privaatrechtelijk Een publiek-private samenwerking (PPS) is een samenwerkingsverband, waarmee overheid en bedrijfsleven gezamenlijk een project realiseren op basis van een specifieke taak- en risicoverdeling en met behoud van eigen identiteit en verantwoordelijkheid. Reden voor een dergelijke samenwerking kan zijn een kwalitatief beter eindproduct voor hetzelfde geld, of dezelfde kwaliteit voor minder geld. Deze vorm van samenwerken is door de gemeente Hoeksche Waard tot op heden nog niet toegepast. Meer dan waard.

6/16

3. Rollen college en raad in verbonden partijen De verantwoordelijkheden van college en raad (zoals vastgelegd in de Gemeentewet) zien er globaal als volgt uit: • Sturing/kaders stellen: de raad stelt de te realiseren beleidsdoelen en de financiële kaders vast (recht van kaderstelling en budgetrecht); • Uitvoering: het college voert het beleid efficiënt en effectief uit, zorgt dat de uitvoering binnen de gestelde kaders blijft en stuurt bij; • Verantwoording: het college verantwoordt zich naar de raad toe en heeft in deze een actieve informatieplicht naar de raad toe; • Controle/toezicht: de raad controleert of de uitvoering van het beleid effectief en efficiënt is en voert adequaat toezicht uit op het bereiken van de doelstellingen en financiële afspraken.

3.1 Verandering rollen college bij samenwerkingsverband Bij samenwerken in verbonden partijen zijn collegeleden - net zoals binnen de eigen organisatie - meer gericht op de uitvoering. Het feit dat wordt samengewerkt met verbonden partijen betekent dat collegeleden tegelijkertijd verschillende rollen ten opzichte van deze partijen kunnen hebben. Het gaat om de volgende rollen • Eigenaarsrol Door te besluiten een verbonden partij op te richten (of daartoe toe te treden) wordt de gemeente medeeigenaar. In haar rol is het college daarmee (mede)verantwoordelijk voor het bestuur, de governance en de (financiële) risico’s van de betreffende verbonden partij. • Opdrachtgeversrol De gemeente kan taken, beleidsdoelstellingen en andere werkzaamheden overdragen aan een verbonden partij. Daarmee verschuift weliswaar de uitvoeringsverantwoordelijkheid, maar niet de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Via prestatieafspraken worden dergelijke opdrachten aan verbonden partijen gerealiseerd. Door deel te nemen aan het algemeen bestuur behartigt een college de gemeentelijke belangen vanuit het perspectief van opdrachtgever. • Opdrachtnemersrol Als lid van een dagelijks bestuur neemt een collegelid de rol van opdrachtnemer op zich. In die rol is het collegelid medeverantwoordelijk voor het besturen van de verbonden partij en daarmee voor het realiseren van de beleidsdoelen.

Daarbij is het collegelid verantwoordelijk voor de uitvoering van opdrachten die door de diverse colleges bij de verbonden partij zijn belegd.

3.2 Verandering rol gemeenteraad bij samenwerkingsverband Ten opzichte van de gemeentelijke taken of beleidsdoelstellingen verandert de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad niet als voor een samenwerkingsverband wordt gekozen. De raad blijft kadersteller, controleur en volksvertegenwoordiger. De rol van de gemeenteraad verandert echter wel doordat de rol van de gemeenteraad niet meer op zichzelf staand is. De democratische legitimatie van een verbonden partij is immers afkomstig van alle deelnemende partijen (gemeenten/ waterschappen/ provincie) gezamenlijk.

Meer dan waard.

7/16

4. Waarom werken we samen 4.1 Wanneer is samenwerking wenselijk Net als iedere gemeente heeft ook gemeente Hoeksche Waard een grote verscheidenheid aan taken uit te voeren. Hierbij heeft de gemeente meerdere mogelijkheden. De gemeente kan taken zelf uitvoeren, kan dit uitbesteden aan een organisatie die losstaat van de gemeente of kan met andere gemeenten samenwerken. Onder meer vanuit het besef dat maatschappelijke opgaven vaak geen rekening houden met (gemeente)grenzen en er in de afgelopen jaren (complexe) taken zijn overgedragen aan gemeenten, is samenwerking onmisbaar en waardevol. De verbonden partijen voeren werkzaamheden uit voor of uit naam van de gemeente en dragen op die manier bij aan het behalen van resultaten en effecten in de samenleving die het gemeentebestuur wil realiseren. In onze gemeente onderscheiden we vier mogelijke redenen om samenwerking te zoeken in een verbonden partij: • Doeltreffender, doelmatiger, hogere kwaliteit, continuïteit • Risicospreiding • Inzet van unieke of schaarse kennis. • Verhogen van bestuurlijke daadkracht met behoud van bestuurlijke zeggenschap (gemeente houdt zelf invloed omdat de activiteiten niet volledig worden uitbesteed

4.2 Visie ten aanzien van samenwerkingsvormen Het uitgangspunt is dat gemeente Hoeksche Waard eerst verkent in hoeverre het mogelijk is om gemeentelijke publieke taken zelf uit te (blijven) voeren. Hiertoe beschikt de gemeente over allerlei mogelijkheden, zoals de gemeentelijke organisatie en het inzetten van regelgeving of subsidiëring. Pas daarna wordt er gekeken naar oprichting van of toetreding tot een bepaalde vorm van samenwerking in een verbonden partij. De samenwerkingsvorm die gekozen wordt hangt samen met de aard van de taken. Voor iedere nieuwe publieke taak of verantwoordelijkheid wordt deze afweging gemaakt en komt het resultaat terug in de voorgestelde besluiten.

4.3 Uitgangspunten bij samenwerking Gemeente Hoeksche Waard hanteert de volgende uitgangspunten bij samenwerking: Aangaan Bij het mogelijk aangaan van een samenwerkingsverband worden de bovengenoemde vier redenen in alle gevallen betrokken. Vervolgens wordt tevens een uitspraak gedaan over de feitelijke vorm van de samenwerking. Dan wordt ook de vraag beantwoord of de gemeente als opdracht-, subsidie- of regelgever kan optreden en of er kansen/mogelijkheden zijn om samen te werken in een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke samenwerking. Natuurlijk is een wettelijk voorschrift tot (gemeentegrens overschrijdende) samenwerking eveneens leidend. Evalueren Een succesvolle samenwerking wordt voortgezet. Succesfactoren worden per samenwerkingsverband bepaald aan de hand van de primaire (bij het aangaan van de samenwerking bepaalde) doelen. Bij het tussentijds evalueren (voor periodiciteit: zie de risicoanalyse) komen relevante elementen aan de orde; bijvoorbeeld: optimalisering van de samenwerking; wenselijkheid van terughalen van taken of Meer dan waard.

8/16

herschikken van verantwoordelijkheden; kansen in het aansluiten bij andere verbanden; wenselijkheid tot wijziging van de juridische, bestuurlijke of financiële afspraken. Daarbij wordt ook gekeken naar het democratische gehalte, de kwaliteit van de dienstverlening en de mate waarin inwoners, bedrijven zijn betrokken. Een wijziging van de gemeenschappelijke regeling vereist instemming van de raden van de deelnemende gemeenten. In dat kader wordt de raad in het voortraject in de gelegenheid gesteld een zienswijze op de voorgenomen wijziging kenbaar te maken. Na verwerking van de zienswijzen wordt het wijzigingsvoorstel ter vaststelling aan de colleges van de deelnemende gemeenten aangeboden. Zij hebben daarbij toestemming van hun raden nodig. Uittreding Wanneer uit een evaluatie of anderszins geconcludeerd moet worden dat er redenen zijn om uit de samenwerking te stappen, dan treden de daartoe strekkende bepalingen van het samenwerkingsverband in werking. Deze verschillen per samenwerking en vallen buiten het kader van deze nota. Gemeente Hoeksche Waard conformeert zich vanzelfsprekend aan de wettelijke bepalingen rondom uittreding of beëindiging. Er bestaat daarbij verschil tussen uittreden als deelnemer en het opheffen van het samenwerkingsverband of regeling.

Indicatoren voor heroverweging kunnen zijn: er wordt niet voldaan aan de afspraken waarvoor de gemeente een bijdrage betaalt, wijzigingen in de doelstelling van de samenwerking, voornemens tot fusie of integratie van de samenwerking, toe- of uittreding van anderen of wijziging in gemeentelijk doelstellingen.

Meer dan waard.

9/16

5. Van risicoprofiel naar sturingsprofiel 5.1 Risicoprofiel verbonden partijen Op grond van het BBV maakt de gemeente per verbonden partij een risicoprofiel. De inschaling van de risicoprofielen vormt telkens een momentopname. Een verbonden partij kan op dit moment bestuurlijk om minder aandacht vragen, maar dit kan over een aantal jaren wel het geval zijn. Ook kan het risico groot zijn, terwijl de verbonden partij wel degelijk ‘in control’ is. Vandaar dat jaarlijks in de gemeentelijke begroting per verbonden partij het risicoprofiel opnieuw wordt vastgesteld. Er zijn verschillende methoden om een risicoprofiel op te stellen. Omwille van de continuïteit sluiten we aan bij de sinds de invoering ervan in de programmabegroting 2017 zowel in de afzonderlijke Hoeksche Waardse gemeenten als daarna de nieuwe gemeente Hoeksche Waard gekozen methode. Hierbij wordt het profiel wordt opgebouwd aan de hand van financiële en bestuurlijke risico’s. Financiële risico’s verbonden partijen Onderstaand overzicht geeft weer hoe de financiële analyse wordt uitgevoerd. Dat gebeurt aan de hand van 7 vragen. De vragen richten zich met name op de begrippen control en governance en daarmee op sturing, beheersing, verantwoording en toezicht. Bij een overwegend lage score is de eindconclusie van de financiële analyse dat ook daar laag wordt gescoord.

De vragen zijn nadrukkelijk bedoeld als hulpmiddel voor de analyse. Omdat niet alle vragen geheel kwantificeerbaar zijn, is discussie over de scores mogelijk.

Vragen

Laag

Gemiddeld

Hoog

1. Omvang jaarlijkse financiële bijdrage

< 450.000

450.000- 1.000.000

2. Is het weerstandsvermogen in de verbonden partij Volledig toereikend? 3. Benodigd gemeentelijk weerstandsvermogen op basis < 45.000 van risico’s bij de verbonden partijen 4. In hoeverre is de gemeente financieel aansprakelijk? Niet

Deels

> 1.000.000 Niet

45.000- 100.000

>100.000

Gedeeltelijk

Volledig

5. Is de organisatie in staat om financieel bij te sturen?

Volledig

Deels

Niet

6. Is de bedrijfsvoering van de organisatie op orde?

Ja

Gedeeltelijk

Nee

7. Is de kwaliteit van het risicomanagement van de organisatie op orde?

Ja

Gedeeltelijk

Nee

Bestuurlijke (inhoudelijke) risico’s verbonden partijen Hieronder vermelden we op welke manier de bestuurlijke analyse wordt uitgevoerd. Dat gebeurt aan de hand van 7 vragen. Naast aandacht voor control en governance in de financiële analyse (de zogenoemde ‘hard controls’), komen ook de zogenoemde ‘soft controls’ aan bod. Denk hierbij aan begrippen als welwillendheid, leiderschap, integriteit en vertrouwen. Bij een overwegend lage score, is de eindconclusie van de bestuurlijke analyse dat ook laag wordt gescoord. De vragen zijn ook hier nadrukkelijk bedoeld als hulpmiddel voor de analyse. Omdat niet alle vragen geheel kwantificeerbaar zijn, is discussie over de scores mogelijk.

Meer dan waard.

10/16

Vragen

Laag

Gemiddeld

Hoog

1. In hoeverre komt het gemeentelijk belang overeen met het belang Volledig van de organisatie? 2. Is er invloed op de samenstelling van het bestuur? Ja

Gedeeltelijk

Minimaal

3. Is de gemeente vertegenwoordigd in het bestuur (en in welke DB stemverhouding)? 4. Zijn er duidelijke afspraken over doelen en te leveren prestaties en Ja worden deze afspraken nagekomen? 5. In welke mate is er vertrouwen in bestuur en/of directie van de Maximaal verbonden partij? 6. Zijn er duidelijke afspraken over informatievoorziening? Ja

AB/ overig

Nee

Gedeeltelijk

Nee

Gemiddeld

Minimaal

Gedeeltelijk

Nee

7. In hoeverre zijn de te leveren prestaties van invloed op de realisatie van gemeentelijke beleidsdoelstellingen?

Gemiddeld

Maximaal

Minimaal

Nee

Jaarlijks wordt bij het vaststellen van de jaarrekening en gemeentebegroting op basis van een geactualiseerde score op deze 14 onderscheiden aspecten per verbonden partij opnieuw het risicoprofiel bepaald (hoog, midden, laag).

Meer dan waard.

11/16

Het resultaat wordt dan in de Paragraaf verbonden partijen in bovenstaande figuur weergegeven. Dit gebeurt niet in de onderhavige Nota verbonden partijen, die immers een aantal jaren van kracht blijft.

5.2 Sturingsprofiel verbonden partijen De verbonden partijen worden op bovenstaand beschreven wijze onderverdeeld in verschillende risicoprofielen. Is het noodzakelijk om aan iedere verbonden partij evenveel aandacht te besteden? Wanneer is meer sturing gewenst en wanneer kunnen we volstaan met de reguliere processen die al in onze bedrijfsvoering zijn ingebouwd? Om grip te houden op verbonden partijen werken we met zogenaamde sturingsprofielen. Deze profielen helpen om te bepalen bij welke partij het nodig is (meer) te investeren in grip en vervolgens aan welke instrumenten dan gedacht moet worden. Balans tussen bestuurlijke zeggenschap en (financiële) risico’s De mate van zeggenschap (het bestuurlijk belang) en het financiële risico dat de gemeente draagt (het financiële belang) moeten met elkaar in balans zijn. Anders gezegd: wanneer de gemeente grote financiële risico’s loopt, vraagt dat ook een actieve rol en meer zeggenschap van de gemeente. Anderzijds kan de gemeente de teugels ook wat meer laten vieren wanneer er weinig risico’s zijn. Balans tussen vertrouwen en controle Er moet een juiste balans worden gevonden tussen vertrouwen en loslaten enerzijds en actieve controle anderzijds. Slechts bij een goede balans werkt een samenwerking goed. Het balanceren tussen grip en afstand per verbonden partij vraagt om maatwerk.

Daarbij kunnen de volgende drie i’s helpen • Informatie: Kies je als raad voor het ontvangen van maatwerk-informatie op hoofdlijnen of informatie op detailniveau? Hieronder valt ook de keuze voor het type te ontvangen informatie: strategische beleidsinformatie versus operationele informatie. •

Inspanning: Kies je als raad ervoor om veel of weinig tijd te besteden aan een verbonden partij?

•

Invloed: Kies je als raad ervoor om instrumenten in te zetten waarmee je veel sturing kunt geven aan een verbonden partij of kies je er als raad ervoor terughoudend te zijn?

Voor elke ‘I’ geldt dat er geen goede of foute keuze is, zolang er per verbonden partij maar door de raad een keuze gemaakt wordt ten aanzien van de drie I’s en dat deze keuzes binnen een bepaalde bandbreedte gemaakt worden zodat deze zich op passende manier tot elkaar kunnen verhouden. De inzet van instrumenten ter vergroting van grip moet worden afgewogen tegen de effectiviteit en efficiency van de taakuitvoering door de verbonden partij. Ook daar moet een balans zijn. De verhoogde grip moet er niet toe leiden dat de effectieve en efficiënte taakuitvoering onder druk komt te staan. In dit kader onderscheiden we 4 sturingsprofielen: regulier, uitgebreid, intensief en situationeel. De eerste 3 zijn te koppelen aan de eerder hierboven onderscheiden risicoprofielen:

Meer dan waard.

12/16

Laag tot Gemiddeld tot hoog gemiddeld bestuurlijk risico bestuurlijk risico Uitgebreide sturing Intensieve sturing

Gemiddeld tot hoog financieel risico Laag tot Reguliere sturing gemiddeld financieel risico

Uitgebreide sturing

5.2.1 Reguliere sturing Voor verbonden partijen met een laag tot gemiddeld financieel en bestuurlijk risico Kenmerk: basissturing, vertrouwen staat centraal Maatregelen: 1. Begroting en jaarrekening worden met ambtelijk advies besproken in het college (geldt alleen voor gemeenschappelijke regelingen) 2. De begroting wordt aan de raad voorgelegd met een zienswijzeprocedure, college bereidt de zienswijze voor (geldt alleen voor gemeenschappelijke regelingen) 3. In de gemeentebegroting (informatie en sturingsmoment raad): o actuele risicoanalyse o eventueel maatwerk o vaststelling sturingsarrangement (nieuw) 4. Verantwoording aan raad via de paragraaf Verbonden Partijen in de jaarrekening 5. Bij voorkeur wordt de raad via de P&C-cyclus geïnformeerd over ontwikkelingen bij verbonden partijen, maar bij belangrijke of risicovolle ontwikkelingen kan dat ook via een raadsinformatiebrief. 6. Er is een jaarlijkse controleverklaring van de accountant over de rechtmatigheid van de jaarrekening van de verbonden partij 7. AB-vergadersets worden aan de raad gestuurd (nieuw), geldt alleen voor gemeenschappelijke regelingen 8.

Tenminste één keer per raadsperiode: werkbezoek en verdieping per gemeenschappelijke regeling via de griffie in de normale vergadercyclus (nieuw) 5.2.2 Uitgebreide sturing Voor verbonden partijen met een gemiddeld tot hoog financieel of bestuurlijk risico Kenmerk: actieve betrokkenheid van raad en college Aanvullend op reguliere sturing: 1. Er is beleid op hoofdlijnen voor het werkgebied van de verbonden partij (raad stelt vast) 2. Er is een sprake van een vastgelegde frequentie van bestuurlijk en ambtelijke overleggen 3. Alle P&C documenten van de verbonden partij (ook de bestuursrapportages) worden met ambtelijk advies besproken in het college (nieuw) 4. Tussentijdse verantwoording aan de gemeenteraad via de gemeentelijke bestuursrapportage (nieuw) 5. College en raad hebben extra aandacht voor de belangen van belanghebbenden van de verbonden partij en denken periodiek (één keer per raadsperiode) na over de geschikte vorm per betreffende verbonden partij/gemeenschappelijke regeling. De uitkomst wordt vastgelegd per raadsvoorstel (nieuw).

Meer dan waard.

13/16

5.2.3 Intensieve sturing Voor verbonden partijen met een gemiddeld tot hoog financieel en bestuurlijk risico Kenmerk: actieve betrokkenheid van raad en college Aanvullend op reguliere en uitgebreide sturing: 1. Domeinbeleid (raad stelt vast) waarin uitgangspunten en maatschappelijke effecten zijn vastgelegd – deze uitgangspunten worden gebruikt bij de beoordeling van prestaties 2. Er worden voor raadsleden informatiebijeenkomsten georganiseerd met alle betrokken raden wanneer er ingrijpende besluiten worden moeten genomen 3. Er is een hogere frequentie van bestuurlijke en ambtelijke overleggen, zowel op het vlak van beleid als financieel. 4. Zo nodig vindt er jaarlijkse beeldvorming plaats. Dit kan een werkbezoek of dialoog tussen raaddirectie van de gemeenschappelijke regeling zijn. Keuze voor de type beeldvorming wordt gemaakt bij de vaststelling van het sturingsprofiel op voorstel van college of griffie (nieuw) 5. De raad spreekt zich uit over de wenselijkheid van een of meer gezamenlijke raadscommissies per gemeenschappelijke regeling (nieuw) 5.2.4 Situationele sturing Wanneer het college of de raad dit wenst en wanneer de financiële en bestuurlijke analyse hiertoe aanleiding geven, is gerichte situatie-specifieke sturing mogelijk. Daarbij kunnen middelen uit de hierboven genoemde mogelijkheden gehanteerd worden om specifieke vragen rond sturing te beantwoorden.

Ook al valt een verbonden partij bijvoorbeeld in de categorie ‘reguliere sturing’ kan het nodig worden geacht toch een dialoog met de raad te organiseren over bepaalde ontwikkelingen binnen een verbonden partij.

Meer dan waard.

14/16

6. Lokale en regionale afstemming We onderscheiden verschillende niveaus van afstemming: raad, college, ambtelijk en regionaal. Verantwoordelijkheden en informatiestromen moeten op elkaar aansluiten, waarbij ook de relaties met andere deelnemers aan de orde moeten komen. Raad De raadsagenda kent een nieuw in te voeren vast agendapunt Terugkoppeling uit de verbonden partijen, waarbij de bestuurlijke vertegenwoordiger van de gemeente Hoeksche Waard mondeling verslag doet van de stand van zaken. Hierbij komen in ieder geval de vergaderingen van het algemeen bestuur aan de orde. Hiermee voldoet het college aan de actieve informatieplicht. Jaarlijks organiseren de drie ZHZ gemeenschappelijke regelingen een gezamenlijke informatiebijeenkomst voor de gemeenteraden van hun respectievelijke werkgebieden. College De collegeagenda kent een nieuw in te voeren vast agendapunt Terugkoppeling uit de verbonden partijen, waarbij de bestuurlijke vertegenwoordiger mondeling verslag doet van de stand van zaken. Collegeleden voldoen aan de actieve informatieplicht aan de raad ook op momenten dat relevante ontwikkelingen zich voordoen buiten de raadscyclus om, bijvoorbeeld door het sturen van een raadsinformatiebrief. Collegeleden stemmen met andere bestuursleden van deelnemende gemeenten de positie of opstelling van de gemeente Hoeksche Waard af en koppelen dit terug aan de raad.

Ambtelijk Vakambtenaren bereiden de contacten en informatiestromen voor zoals deze naar de AB leden en de gemeenteraad gaan. Zij doen dit eveneens in onderlinge regionale afstemming. Hierbij hoort ook advisering over AB vergaderingen. Regionaal In de relatie tussen gemeenten en verbonden partijen moeten onvermijdelijk tal van zaken formeel geregeld worden. Bij regionale samenwerking is echter ook het onderling vertrouwen belangrijk, misschien wel meer dan deze formele procedures en instrumenten. Vertrouwen tussen gemeenteraad en college, tussen samenwerkingsverbanden en gemeentebestuur en tussen gemeentebesturen onderling. In plaats van uitsluitend gebruik te maken van het formele instrumentarium kan het ook effectief zijn om met elkaar in gesprek te gaan, zo kan een betere wisselwerking tussen gemeenten en verbonden partijen ontstaan. Het zorgen voor een goede wisselwerking en een democratisch legitiem samenwerkingsverband is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenteraden, besturen van samenwerkingsverbanden en colleges. Om de samenwerking tussen verbonden partijen en de deelnemende gemeenten verder te versterken wordt binnen de regio Zuid-Holland Zuid gesproken over de oprichting van een regionale advieswerkgroep. Hier is uiteraard wel regionaal draagvlak voor nodig. Bovendien is het van belang om de democratische legitimiteit te waarborgen.

Deze werkgroep, samengesteld uit vertegenwoordigers van deelnemende gemeenten, kan periodiek adviseren over strategische kwesties zoals de optimalisatie van samenwerkingsverbanden, risicomanagement en doelmatigheid van verbonden partijen. De advieswerkgroep kan ook dienen als overlegplatform om regionale ambities beter op elkaar af te stemmen. Er bestaan verschillende varianten: • adviserend orgaan: De werkgroep fungeert als onafhankelijk adviesorgaan voor de raden, zonder bindende beslissingen te nemen.

Meer dan waard.

15/16

• •

besluitvormend orgaan: De werkgroep krijgt mandaat om bij consensus strategische keuzes voor te leggen aan alle deelnemende gemeenten. optionele samenwerking: Gemeenten kunnen ervoor kiezen of ze wel of niet deelnemen aan de advieswerkgroep, afhankelijk van het belang van het onderwerp.

Meer dan waard.

16/16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16567175/1