CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 nota van beantwoording

Besluitvormende raad 12 september 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Vvgb realiseren 40 tijdelijke woningen in Numansdorp8.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota beantwoording zienswijzen Ontwerp omgevingsvergunning 40 tijdelijke woningen aan de oostzijde van Numansdorp

Augustus 2023

1. Inleiding Om de druk op de woningmarkt te laten afnemen onderzochten wij met Stichting HW Wonen de mogelijkheden om -naast alle reguliere woningbouw- op korte termijn 100-150 tijdelijke woningen te realiseren. Wij spreiden dit aantal woningen over verschillende dorpen. Uit het onderzoek bleek dat een perceel ten zuiden van de Middelsluissedijk Oostzijde en ten oosten van de Wethouder van der Veldenweg (ter hoogte van de Maximilliaanstraat en Van Cromstrijensingel) in Numansdorp beschikbaar en geschikt is voor het realiseren van 40 tijdelijke woningen (15 jaar). Om het inrichten van het perceel en het realiseren van deze 40 tijdelijke woningen mogelijk te maken diende Stichting HW Wonen een aanvraag om een omgevingsvergunning in. Om het initiatief mogelijk te maken volgen wij een procedure op grond van artikel 2.12 eerste lid, onder a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (projectbesluit). In dat kader lag een ontwerp omgevingsvergunning met bijbehorende stukken van vrijdag 28 april 2023 tot en met donderdag 8 juni 2023 ter inzage voor het indienen van zienswijzen. Daarnaast stelden wij onze overlegpartners in de gelegenheid om te reageren op de stukken. Tijdens de inzage periode ontvingen wij twee zienswijzen en drie overlegreacties. In deze Nota beantwoording zienswijzen geven wij een reactie op de ontvangen zienswijzen en overlegreacties.

De zienswijzen en overlegreacties vatten wij samen en beantwoorden wij. Daarnaast is er aanleiding om enkele ambtelijke aanpassingen in de ruimtelijke onderbouwing door te voeren. Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn de namen van de indieners van de zienswijzen geanonimiseerd. Anonimiseren is niet nodig voor namen van bedrijven en organisaties die een zienswijze of overlegreactie indienen. Indieners van de zienswijzen en overlegreacties Nr. 1. 2. 3. 4. 5.

Naam Indiener 1 Hoekschewaards Landschap Waterschap Hollandse Delta Provincie Zuid-Holland Tennet

Datum ontvangst 6 juni 2023 30 mei 2023 8 mei 2023 8 juni 2023 24 april 2023

Registratienummer DOC-23725921 DOC-23722265 DOC-23740560 DOC-23726132 DOC-23740562

2

2. Beantwoording van de zienswijzen en overlegreactie 2.1 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 1 1. Bewoners en belanghebbenden hadden geen inzage in de locatiestudie Uit de informatiebrief van 5 juli 2022 aan de gemeenteraad blijkt dat er een locatiestudie is welke niet ter inzage ligt voor bewoners en belanghebbenden. Een eerder Woo verzoek wees het college af in verband met geheimhouding. Doordat er geen inzage is in de locatiestudie, is het voor indiener onbekend welke andere voorkeurslocaties en terugvallocaties er zijn. Hierdoor kunnen zij geen gedegen verweer geven op de vastgestelde locatie in Numansdorp. Reactie college Om de druk op de woningmarkt te laten afnemen onderzochten wij met Stichting HW Wonen de mogelijkheden om -naast alle reguliere woningbouw- op korte termijn 100-150 tijdelijke woningen te realiseren. Wij spreiden dit aantal woningen over verschillende dorpen. Wij voerden een locatiestudie uit waarin wij onderzochten welke locaties haalbaar en kansrijk zouden kunnen zijn voor het realiseren van een deel van deze woningen. Ervaring leert dat het openbaar maken van een locatiestudie voor onrust kan zorgen bij omwonenden van locaties waar wellicht uiteindelijk geen planvorming zal plaatsvinden. Dit willen wij voorkomen.

Daarnaast kan het openbaar maken van de locaties zorgen voor een minder goede onderhandelingspositie van de gemeente en HW Wonen richting de grondeigenaren bij locaties waar de gemeente of HW Wonen geen grondeigenaar is. Om die reden legden wij geheimhouding op aan de locatiestudie. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

2. Indiener geeft een overzicht van het gevolgde proces Indiener geeft een overzicht van data en stappen in het gevolgde proces. Indiener merkt op dat wij niet reageerden op de eerdere zienswijze. Reactie college Wij nemen kennis van het overzicht van data en stappen in het gevolgde proces. De gemeenteraad besloot op 18 april 2023 tot het in ontwerp afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. Voorafgaand aan het nemen van dit besluit zond indiener, in het kader van de mogelijkheid tot het inspreken bij de raad, een brief aan de gemeenteraad. Deze informatie betrok de raad bij het nemen van een besluit. Op het inspreken bij de gemeenteraad volgt geen schriftelijke reactie van college en/of raad. Wij informeerden indiener over het feit dat de ingediende zienswijze tijdens de raadsvergadering niet werd gezien als zienswijze in het kader van de procedure en dat zij tijdens de ter inzagelegging van het ontwerp besluit opnieuw een reactie moest indienen. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

3

3. Bewoners en belanghebbenden zijn te weinig en te laat meegenomen in het participatieproces Bewoners en belanghebbenden willen meer betrokken worden in het participatieproces en vragen om meer transparantie over de plannen. Zij worden zeer kort van tevoren geïnformeerd over bijeenkomsten en vergaderingen, waardoor zij onvoldoende tijd hebben om zich voor te bereiden. In de informatiebrief van 5 juli 2022 aan de gemeenteraad is te lezen dat het college streeft naar maatwerk in de communicatie en participatie. In het proces is echter maar één moment vastgelegd, te weten fase 2a planuitwerking: conceptplanvorming en participatie, in punt 2: gesprekken met de omgeving. In de informatiebrief staat ook dat het college het belangrijk vindt om in een vroeg stadium met de omgeving in gesprek te kunnen over mogelijke plannen in de woon-, werk- of leefomgeving. De informatieavond vond echter pas plaats op 8 december 2022. Dit is vijf maanden na de informatiebrief aan de gemeenteraad. Daarnaast werden bewoners en belanghebbenden pas op 31 maart 2023 geïnformeerd over de raadsvergadering op 4 april 2023. Reactie college In de raadsinformatiebrief van 5 juli 2022 informeerden wij de gemeenteraad over het proces om te komen tot het realiseren van 100-150 tijdelijke woningen in de gemeente Hoeksche Waard. Na de zomerperiode werkten wij verschillende locaties uit.

Daarnaast bereidden wij de bijeenkomsten voor bewoners voor. Omwonenden van het plangebied ontvingen op 26 november 2022 een uitnodiging voor de participatiebijeenkomsten op 8 en 14 december 2022. We kiezen er bewust voor om een uitnodiging lang genoeg van tevoren te sturen om mensen gelegenheid te geven aanwezig te zijn. Tegelijk sturen we de uitnodiging ook niet te lang van tevoren, omdat we ons goed kunnen voorstellen dat mensen na zo’n uitnodiging zo snel mogelijk willen weten wat er in hun omgeving gaat gebeuren. Wij zijn van mening dat een termijn van twaalf dagen tussen de uitnodiging en de participatiebijeenkomst voldoende is. Wij boden omwonenden in die uitnodiging, tijdens beide bijeenkomsten en in de nieuwsbrieven ook steeds aan persoonlijk in gesprek te gaan wanneer hier behoefte aan is. We hebben aan omwonenden in het proces laten zien dat wij hun inbreng zeer serieus nemen, waarbij wij het plan waar mogelijk aanpasten. Zo zijn de initiële en uiteindelijke plannen zeer verschillend van opzet. Daarnaast overleggen wij met de bewoners over de inrichting van het noordelijk deel van het plangebied. Omwonenden zijn dan ook op diverse momenten voorafgaand aan de officiële aanvraag betrokken bij het uitwerken van het plan. Het is juist dat wij op vrijdag 31 maart 2023 in de nieuwsbrief kennisgaven van de raadsbehandeling op 4 april 2023.

Wij kunnen ons voorstellen dat dit voor betrokkenen een laat moment was. Wij merken hierbij overigens op dat het behandelen van dit raadsvoorstel geen formeel moment was om een reactie op de ontwerp omgevingsvergunning kenbaar te maken. Dit volgde na uw besluit over het afgeven van de ontwerpverklaring van geen bedenkingen, bij het ter inzage leggen van het ontwerp besluit. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

4

4. Uit onderzoek blijkt dat er behoefte is aan seniorenwoningen en doorstroming Uit onderzoek naar de woonbehoefte binnen de Hoeksche Waard en de Woonvisie 2030 blijkt dat er veel behoefte is aan seniorenwoningen dichtbij gemeentelijke voorzieningen. Dit volgt uit de toename van de vergrijzing. Verder blijkt uit onderzoek dat er geadviseerd wordt om de doorstroming van woningen beter te reguleren. Hierdoor kunnen andere woningzoekenden (waaronder de doelgroepen in het plan) sneller een woning vinden die bij hun behoeften past. Doorstroming vindt onvoldoende plaats doordat een groot deel van de grondgebonden woningen bewoond wordt door kleine huishoudens met de leeftijd van 55-74 jaar en er steeds meer ouderen thuis (moeten) blijven wonen. Door het stimuleren van doorstroming kan de termijn waarbinnen doelgroepen een woning toegewezen krijgen, versnellen. Om die reden stelt indiener de vraag waarom voor de tijdelijkheid van 15 jaar is gekozen en niet voor een kortere periode voor het opvangen van de woningnood. Indiener wijst in dit kader op het feit dat de Woonvisie 2030 aangeeft dat het aantal inwoners en huishoudens vanaf 2030 afneemt. Indiener merkt op dat er sprake is van scheefbewoning doordat mensen niet verhuizen omdat de prijs van een nieuwe woning vaak hoger is. De woningmarkt zou minder op slot gaan als er meer gedaan wordt met de adviezen uit het onderzoek.

Gevraagd wordt hoe HW Wonen omgaat met scheefbewoning en hoe zij de geadviseerde doorstroom aanpakt. Daarnaast vraagt men of HW Wonen zich aan de prestatieafspraken houdt. Reactie college Wij herkennen dat in de Hoeksche Waard vergrijzing plaatsvindt. Wij willen bouwen naar behoefte en daarom zetten wij onder andere in op het bouwen van meer woningen voor ouderen en de doorstroming. Met de woningbouwprogrammering houden we rekening met de woningbouwbehoefte die volgt uit demografische prognoses voor korte en lange termijn. Uit de laatste behoefteramingen blijkt dat er sprake is van een groei van het aantal inwoners en het aantal huishoudens. Tegelijkertijd zetten wij ons in om de doorstroming te bevorderen. Sociale huurwoningen zijn immers primair bedoeld voor mensen met lagere inkomens. Wij bevorderen doorstroming door aantrekkelijke woonproducten te bouwen, waardoor mensen meer verhuis geneigd zijn. Ook proberen wij 55+’ers te verleiden om in een meer geschikte woning te gaan wonen (campagne Lang leve thuis). Daarmee voorkomen mensen dat als zij onverhoopt minder vitaal worden, zij het huis en/of de tuin niet meer kunnen onderhouden. Of dat mensen zelfs niet in de eigen woning kunnen blijven wonen omdat de woning niet geschikt is. Daarnaast stimuleren wij het geschikt maken van de huidige woonvoorraad met de blijverslening.

Ook geeft HW Wonen uitvoering aan de bestaande verhuisregeling. Zowel de gemeente als HW Wonen geven uitvoering aan de gemaakte prestatieafspraken. Het bevorderen van doorstroming biedt helaas geen (directe) oplossing voor de woningnood die er op dit moment is. Ook als we erin slagen om rondom de doorstroming successen te boeken, dan blijft de noodzaak bestaan op korte termijn meer sociale woningen aan de woningvoorraad toe te voegen. Het behoefteonderzoek, de laatste behoefteramingen, de rapportages over onder andere oplopende wachttijden en signalen uit de samenleving zijn eensluidend over de noodzaak dat er meer sociale woningen moeten worden gebouwd. Om die reden moeten wij snel meer sociale huurwoningen aan de woningvoorraad toevoegen om aan de bestaande opgaven te voldoen. Door het realiseren van de tijdelijke woningen kunnen wij op korte termijn voldoen aan de acute vraag naar woningen. Tegelijkertijd werken wij in de genoemde periode van 15 jaar aan het realiseren van het aantal permanente woningen dat in de toekomst nodig is. Daarnaast is een termijn van 15 jaar nodig om het plan economisch uitvoerbaar te maken. 5

Ten aanzien van de opmerkingen over scheef wonen merken wij op dat huurders verregaande huurbescherming genieten. Een inkomenssprong van bewoners verandert daar niets aan. Iemand mag wettelijk gezien in een sociale huurwoning blijven wonen, ook als zij meer gaan verdienen. Datzelfde geldt voor een verandering van de gezinssamenstelling. Er is geen wettelijke grond om daar iets tegen te doen. Hoewel de doorstroming belangrijk is, is het niet reëel om te veronderstellen dat scheefbewoning in de toekomst niet meer voor komt. Aanvullend merken wij op dat er in de Hoeksche Waard niet alleen behoefte is aan seniorenwoningen. Uit de Woonvisie 2030 en de laatste behoefteramingen blijkt dat onder andere behoefte is aan het huisvesten van jongeren en het realiseren van tijdelijke huisvesting. Deze behoefte is alleen maar groter geworden door de toename van statushouders en de oorlog in Oekraïne. In de Regionale Realisatie Agenda Wonen Samenwerkende regio's Alblasserwaard, Drechtsteden, Goeree-Overflakkee en Hoeksche Waard (7 maart 2023) is gelet op de grote woningbehoefte afgesproken dat de Hoeksche Waard vasthoudt aan de eigen ambitie om 500 woningen per jaar te blijven bouwen. Van deze nog te bouwen woningen moet 2/3 in de betaalbare prijsklasse vallen. Met het realiseren van de tijdelijke woningen kunnen wij op korte termijn voor een deel aan deze behoefte voldoen.

Naar aanleiding van de zienswijze stellen wij vast dat de tekst in paragraaf 3.2.3 over de Woonvisie 2030 niet volledig is omdat deze vooral ingaat op de instroom van gezinnen. Om die reden passen wij deze tekst aan. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot het aanpassen van de stukken, in die zin dat wij de tekst van paragraaf 3.2.3 als volgt vervangen: 3.2.3 Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 (2017) De vijf voormalige gemeenten in de Hoeksche Waard hebben gezamenlijk een woonvisie en bijbehorend woningbouwprogramma opgesteld. De visie kwam tot stand in samenwerking met diverse partijen. De visie speelt in op de veranderingen in de woningmarkt en kansen die er liggen om toekomstige krimp tegen te gaan. De Woonvisie is ook in de nieuwe gemeente Hoeksche Waard geldend. In de Regionale Woonvisie Hoeksche Waard 2030 staat de vitaliteit van de Hoeksche Waard centraal. In de Woonvisie zet de gemeente het beleid gebaseerd op de gevolgen van vergrijzing en mogelijke krimp van de bevolking voort. Dit is echter niet voldoende om een vitale regio te blijven. Om die reden zet de Woonvisie in op het aantrekken van jonge huishoudens naar de Hoeksche Waard. De uitdaging ligt daarnaast in het tijdig voldoende woningen realiseren die aansluiten bij de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften van de doelgroep. Dit vraagt om een ander soort woningbouwprogramma.

Een programma dat de lat in kwalitatieve zin hoog legt en flexibel is in kwantiteit zodat ingespeeld kan worden op de ontwikkeling van de instroom. Gemeente Hoeksche Waard monitort de uitvoering van de Woonvisie om ervoor te zorgen dat er voldoende woningen zijn die aansluiten bij de behoefte. Uit de Woonvisie en de monitoring blijkt dat er de komende jaren sprake is van een groei van het aantal inwoners en het aantal huishoudens (door onder andere gezinsverdunning). Daarnaast nam de behoefte aan het huisvesten van jongeren en het realiseren van tijdelijke huisvesting toe. Deze behoefte is nog groter geworden door de toename van statushouders en de oorlog in Oekraïne.

6

Vitaliteit vraagt ook om een toekomstbestendige woningvoorraad. Naast meer kwantiteit is er ook veel aandacht voor kwaliteit. De gemeente zet in op de volgende kwaliteitscriteria: Op energie omdat we op weg zijn een energieneutrale regio te vormen; Op geschiktheid vanwege het groeiend aantal (oudere) huishoudens; Op bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer; Op de ruimtelijke kwaliteit die ons onderscheidt van de grote stad. De gemeente kijkt daarbij niet alleen naar nieuwbouw, maar ook naar de bestaande woningvoorraad. Om de regionale economie en vitaliteit, de omgevingskwaliteit en het welzijn van de inwoners te verbeteren spraken gemeente en provincie uit dat zij de samenwerking willen intensiveren in een integraal gebiedsprogramma. Het programma speelt in op de toekomst van de Hoeksche Waard. Hierbij staan vijf thema’s centraal: duurzame landbouw, energie, bereikbaarheid, natuur en recreatie en demografische ontwikkelingen. Toetsing Het toevoegen van 40 tijdelijke woningen in Numansdorp draagt bij aan de doelen van de Woonvisie 2030 en het verlagen van de acute druk op de woningmarkt.

5. De woningen hebben gevolgen voor onderwijs, zorg- en welzijn en detailhandel In Numansdorp is er een groot woningbouwproject in de Torensteepolder. Hierdoor is merkbaar dat de voorzieningen van onderwijs en zorg (huisarts- en tandartspraktijk bijvoorbeeld) overvol zijn. Het is de vraag of zij de extra toestroom aankunnen. Reactie college De aanvraag om omgevingsvergunning ziet toe op het bouwen van 40 woningen van beperkte omvang. De toename van het aantal inwoners is hierdoor beperkt. Hierdoor zal er geen sprake zijn van het ontwrichten van voorzieningen. Wij toetsten het plan voor de 40 tijdelijke woningen aan het Ontwikkelbeeld Numansdorp. Daaruit volgt dat er voldoende voorzieningen zijn voor de toevoeging van dit beperkt aantal tijdelijke woningen. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

6. Het is discutabel of de kwaliteit van de tijdelijke woningen voldoet aan de kwaliteitseisen uit de Woonvisie Uit de Woonvisie 2030 volgt dat woningen bij voorkeur energieneutraal, geschikt voor jonge en oudere bewoners, bereikbaar per auto en OV en van hoge ruimtelijke kwaliteit zijn. Daarnaast wordt gesproken van een woningbouwprogramma dat de lat in kwalitatieve zin hoog legt, flexibel is in kwantiteit, zodat ingespeeld kan worden op de ontwikkeling van de instroom, en waar afwegingen op regionale schaal gemaakt worden met respect en begrip voor lokale wensen en ambities. Reactie college De tijdelijke woningen voldoen aan de kwaliteitseisen uit de Woonvisie. Met het realiseren van tijdelijke woningen spelen wij in op de urgente vraag naar woningen voor jongeren en starters tot 28 jaar, inwoners die door persoonlijke omstandigheden snel woonruimte nodig hebben, mensen met een verblijfsvergunning die recht hebben op een woning en/of vluchtelingen van de oorlog in Oekraïne. Deze mensen wachten vaak lang op een woning. Hierdoor stagneert de doorstroming vanuit 7

(nood)opvangplekken en ontstaan er op tal van plaatsen zeer ongewenste situaties. Wij werken aan de bouw van nieuwe woningen, maar het ontwikkelen van plannen vraagt vaak jaren van voorbereiding en procedures. Met het realiseren van de tijdelijke woningen beogen wij om sneller aan de urgente vraag van genoemde doelgroepen te voldoen. Door het huisvesten van deze doelgroepen neemt de druk op de woningmarkt af waardoor de woningen op de reguliere woningmarkt beter bereikbaar zijn voor andere doelgroepen. Ondanks het feit dat er sprake is van tijdelijke woningen zijn wij van mening dat er sprake moet zijn van ruimtelijke kwaliteit. Om die reden kiest HW Wonen voor een type woning van hogere kwaliteit, zowel bouwtechnisch als qua uitstraling. De kwaliteit van de woningen is dusdanig dat deze na 15 jaar op een andere locatie hergebruikt kunnen worden. De woningen worden gasloos gerealiseerd en wekken zoveel als mogelijk eigen energie op door bijvoorbeeld zonnepanelen voor elektriciteit en zonnecollectoren voor warm water. Ook wordt een koeling aan de woningen toegevoegd voor een beter binnenklimaat. Daarnaast passen wij het plan in overleg met omwonenden landschappelijk in waarbij wij kijken naar mogelijkheden voor klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en biodiversiteit. De inpassing sluit aan bij de omgeving. Bovendien is de locatie goed bereikbaar per auto en OV.

Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

7. De tijdelijke woningen in het voormalige gemeentehuis in Numansdorp zijn niet allemaal verhuurd In het voormalige gemeentehuis in Numansdorp zijn tijdelijke woningen gerealiseerd voor onder andere jongeren. De huurprijzen zijn vergelijkbaar met de huurprijzen van een tussenwoning in Heinenoord. De studio’s zijn nog niet allemaal verhuurd. Indiener vraagt zich af of de nu voorliggende flexwoningen, die van mindere kwaliteit lijken te worden dan de studio’s in het voormalige gemeentehuis, überhaupt wel verhuurd zullen worden. Reactie college De woningen in het voormalige gemeentehuis van Numansdorp zijn allemaal verhuurd. Mogelijk ziet indiener vaker een advertentie van HW Wonen waarin zij een woning aanbieden. Dit heeft te maken met het karakter van de woningen waarbij sprake is van tijdelijke huurcontracten en waarbij de woningen ook bedoeld zijn als een tussenoplossing totdat de bewoner(s) naar een permanente woning verhuizen. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

8. Er is sprake van afname van het woongenot De meeste bewoners zullen in hun lange zichtlijnen en vergezichten beperkt worden, waardoor het woongenot zal afnemen. Reactie college Wij begrijpen dat dit plan voor omwonenden een verandering in de woonomgeving met zich meebrengt. Als gemeente wegen wij verschillende belangen af. Het gaat dan om de belangen van mensen die op zoek zijn naar een woning en de mensen die al in de omgeving wonen. Daarbij beoordelen wij ook of het plan de woon- en leefomgeving van omwonenden onevenredig aantast. Wij zijn van mening dat hiervan geen sprake is. Bij de invulling van het plan hielden wij zo goed als mogelijk rekening met afstanden tot 8

de bestaande woningen, zichtlijnen vanuit de wijk en de landschappelijke inpassing in het geheel. Daarbij betrokken wij de inbreng van omwonenden en pasten het plan daarop aan. Wij merken op dat de rechtspraak uitwijst dat er geen blijvend recht op vrij uitzicht is. Daarnaast is de afstand tussen de meest nabij gelegen woningen en het plangebied circa 45 meter. In het plangebied brengen wij eerst groen en een verkeersstrook aan. De woningen liggen op > 75 meter van de meest nabij gelegen woningen. Deze afstanden zijn in een woongebied groot. Hierdoor is er naar onze mening geen onaanvaardbare aantasting van de privacy, rust, uitzicht en/of woongenot. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

9. Er is twijfel of er voldoende aandacht en zorg is besteed aan het rapport inzake de MER-beoordeling Er zijn diverse fouten gevonden met betrekking tot de omschreven locatie (1.1 aanleiding). Daarnaast zijn er diverse andere fouten in het rapport, waaronder de conclusie in de Quick Scan Wet natuurbescherming Wethouder van der Veldenweg ong. te Numansdorp. Daarin wordt voorbijgegaan aan het feit dat het stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden Oudeland van Strijen en Hollands Diep op kortere afstand liggen dan Krammer-Volkerak. Daarnaast blijkt uit de stikstofberekening dat uitgesloten is dat er significant negatieve effecten op Natura-2000 gebied is in de realisatie -en gebruiksfase. Indiener vraagt zich af of in de berekening rekening is gehouden met het grote bouwproject Torensteepolder (bouwverkeer en nieuwe bewoners) en de plannen om de infrastructuur in Numansdorp te veranderen (ontlasten centrale as en stimuleren gebruik randweg Wethouder van der Veldenweg). Dit omdat er in de MER beoordeling is opgenomen dat er geen beoogde ontwikkelingen in de directe omgeving van het project gebied zijn en dat er daarom geen sprake is van een cumulatie van milieueffecten. In dit verband vraagt indiener of met genoemde ontwikkelingen in Numansdorp ook rekening is gehouden bij de berekeningen met betrekking tot geluid.

Bij de geluidsberekening is gebruik gemaakt van het Verkeersonderzoek partiële herziening ruimtelijke plannen ‘Numansdorp-Zuid’ uit 2021 en niet van recentere gegevens. Reactie college In de vormvrije m.e.r. beoordeling bekeken wij of er een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. Daarbij gaat de wet uit van ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat een m.e.r. procedure alleen nodig is bij belangrijke nadelige gevolgen voor milieu. Uit de beoordeling blijkt dat daarvan geen sprake is. Uit de beoordeling blijkt dat het onderzoeksbureau bekeek welke aanwezige en relevante ontwikkelingen in de omgeving aanwezig zijn. Daarnaast werden de stikstofgevolgen voor stikstofgevoelige Natura2000 gebieden in de aanleg- en gebruiksfase bekeken. Wij bekeken de eventuele fouten in de stukken. Indiener geeft aan dat de locatieomschrijving in het rapport van Rho onjuist is. Wij constateerden dat hierin helaas een onjuiste omschrijving is opgenomen. Dit passen wij aan. De conclusie over het feit dat volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.beoordeling blijft in stand. De zin ‘De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 7 grondgebonden woningen en een functiewijziging naar wonen en kantoor in de pastorie’ vervangen wij door de zin: ‘De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 40 tijdelijke woningen’.

In het rapport is terecht geconcludeerd dat de Krammer-Volkerak het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura2000-gebied is. Het Rijk wees Natura2000 gebieden aan. Echter, niet ieder Natura2000 gebied is stikstofgevoelig. Polder het Oudeland van Strijen en het Hollands Diep zijn geen stikstofgevoelige 9

natuurgebieden. Krammer-Volkerak is voor de locatie van de tijdelijke woningen het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000 gebied. Voor het beoordelen van stikstof is daarom alleen de KrammerVolkerak van belang. Zoals aangegeven wordt In een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling onderzocht wat de effecten van het voorgenomen plan zijn op het milieu. Andere projecten in de omgeving en de samenhangende effecten worden alleen meegenomen wanneer de projecten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De tijdelijke woningen hebben geen financiële of organisatorische verbinding met het bouwproject Torensteepolder of de plannen voor de wijziging van de infrastructuur. Omdat het aparte plannen zijn, is er ook geen sprake van één stedelijk ontwikkelingsproject volgens het besluit MER. De milieueffecten van deze projecten hoeven dan ook niet bij de effecten van de tijdelijke woningen opgeteld en beoordeeld te worden. In de vormvrije m.e.r.-beoordeling is daarom alleen beoordeeld wat de effecten van de tijdelijke woningen op het milieu zijn. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot het aanpassen van paragraaf 1.1 van de vormvrije m.e.r.

beoordeling in die zin dat wij de zin ‘De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 7 grondgebonden woningen en een functiewijziging naar wonen en kantoor in de pastorie’ vervangen door de zin: ‘De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 40 tijdelijke woningen’ 10. Door de bewoners/belanghebbenden is duidelijk aangegeven waar de voorkeur lag binnen het project in Numansdorp Tijdens de bijeenkomsten van 8 en 14 december is door bestuurders aangegeven dat er een voorkeur voor variant/optie 2 lag (noordelijk deel) omdat dit meer passend in de wijk zou zijn, ondanks de langere ontsluitingsweg. Deze keuze is door bewoners/belanghebbenden onderschreven. De aanvraag heeft echter betrekking op variant/optie 1 (zuidelijk deel). Optie 2 is vanwege hogere kosten afgevallen. Variant/optie 1 had de voorkeur voor de bewoners/belanghebbenden, vooral diegene die zicht hebben op variant/optie 2. In deze variant ontnemen de woningen veel meer lange zichtlijnen en vergezichten van meer bewoners/belanghebbenden dan variant/optie 1. Bij deze variant is alleen voor een klein aantal bewoners van de dijk sprake van het ontnemen van de lange zichtlijn. Duidelijk mag zijn dat beide varianten geen voorkeur hebben. Bij elke variant worden lange zichtlijnen ontnomen en wordt het woongenot aangetast. Daarnaast is er sprake van woonwaarde vermindering.

Reactie college Tijdens de bijeenkomst van 8 december 2022 legden wij twee varianten voor het plan voor. In variant 1 werden de woningen op het noordelijk deel van het perceel geplaatst. In variant 2 werden de woningen op het zuidelijk deel geplaatst. Vanuit landschap/ruimtelijke kwaliteit was het in variant 2 nodig om het noordelijk deel landschappelijk in te richten. In variant 1 was een landschappelijke inpassing niet nodig. Om die reden lag er in eerste instantie een lichte bestuurlijke voorkeur bij variant 1. Door omwonenden werd echter aangegeven dat zij in beide varianten een voorkeur hadden voor een groene en natuurlijke inpassing op het onbebouwde deel van het perceel. Hieraan komen wij tegemoet. Hierdoor verviel de bestuurlijke voorkeur voor variant 1. Er was op dat vlak immers geen onderscheid meer tussen de twee verschillende varianten. Tijdens de bijeenkomst van 14 december 2022 presenteerden wij de aangepaste inrichtingsschetsen waarbij wij voor beide varianten een deel landschappelijke inpassing opnamen.

10

Wij vroegen de omwonenden tijdens de bijeenkomsten niet om een voorkeur uit te spreken. Enkele bewoners deden dat wel. Logischerwijs kozen de bewoners voor de variant waarbij de tijdelijke woningen op grotere afstand van de eigen woning geplaatst zouden worden. Er waren dus bewoners met een voorkeur voor de variant noord en er waren bewoners met een voorkeur voor de variant zuid. Bij iedere ontwikkeling in onze gemeente is het echter onvermijdelijk dat omwonenden daarvan gevolgen ervaren. Wij beoordelen of deze gevolgen van dusdanige omvang zijn dat er voor die omwonenden geen sprake meer is van een goed woon- en leefklimaat. Het aantal omwonenden speelt daarin in beginsel geen rol. Ook wanneer slechts sprake is van enkele omwonenden beoordelen wij de gevolgen van een ontwikkeling voor hun woon- en leefomgeving. Onder punt 8 gingen wij in op het feit dat er geen sprake is van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Wij kozen uiteindelijk voor de zuidelijke variant (variant 2) omdat deze variant een directere aansluiting op de bestaande wijk heeft en dit vanuit sociaal oogpunt positief is, de infrastructuur beter aansluit bij de bestaande wijk en de kosten voor boven- en ondergrondse infrastructuur lager zijn. Onze keuze is dan ook niet alleen op financiële argumenten gebaseerd zoals indiener stelt.

Wij maakten de keuze aan de hand van stedenbouwkundig en landschappelijk advies, aansluiting op en gevolgen voor de bestaande wijk en kosten. Wanneer indiener van mening is dat er sprake is van waardevermindering van zijn of haar woning kan indiener te zijner tijd een aanvraag om tegemoetkoming in planschade bij ons indienen. Daarin beoordelen wij aan de hand van een deskundigenadvies of er sprake is van een waardevermindering die voor vergoeding in aanmerking kan komen. Deze procedure staat los van de nu voorliggende planologische procedure. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

11. Het perceel is in strijd met het Didam arrest niet openbaar/via de gebruikelijke wijze te koop aangeboden De gemeente is eigenaar van de grond. De gemeente verkoopt de grond voor de duur van 15 jaar aan HW Wonen. Daarna koopt de gemeente de grond terug. Omdat de gemeente de grond niet openbaar/via de gebruikelijke wijze te koop aanbood, is er sprake van strijd met het Didam arrest. Indiener vraagt zich af onder welke voorwaarden er van het Didam arrest is afgeweken. Reactie college Het is juist dat de gemeente de eigenaar van de grond is. Wij pasten daarom het Didam arrest toe. Op 7 juni 2023 publiceerden wij dat wij het voornemen hadden om de grond te verkopen. In de publicatie motiveerden wij dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking kon komen voor de aankoop van de grond. Wanneer een belanghebbende het niet eens was met de verkoop van de grond omdat hij of zij de grond zelf voor het genoemde doel wilde ontwikkelen, kon hij of zij dit gedurende 20 dagen bij ons kenbaar maken. Wij ontvingen geen reacties. Wij weken dan ook niet af van het Didam arrest. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

11

2.2 Samenvatting en reactie op zienswijze van Hoekschewaards Landschap 1. De toekomstige bestemming van het gebied is onduidelijk Met de omgevingsvergunning wordt tot maximaal 15 jaar afgeweken van het bestemmingsplan. Na deze periode moet het perceel weer in de oorspronkelijke situatie worden teruggebracht. Indiener vraagt zich af of dit ook zal gebeuren en de grond, na 15 jaar gebruik als woongebied, weer terug getransformeerd kan worden naar bruikbare landbouwgrond. Het kan ook zijn dat de locatie via een toekomstige planprocedure alsnog een andere bestemming dan de huidige agrarische bestemming zal krijgen. Het college geeft hierover geen duidelijkheid. Het was beter geweest als het college dit, als onderdeel van een meerjarenvisie, wel zou hebben gedaan zodat de toekomstige bestemming van dit gebied duidelijk zou zijn geweest. Reactie college Het is juist dat wij het plan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingswet voor een periode van 15 jaar mogelijk maken. Bij het uitvoeren van het plan en de inrichting van het perceel houden wij rekening met het feit dat de grond na 15 jaar weer in de oorspronkelijke staat teruggebracht moet worden. Wij hebben nu geen aanleiding om aan te nemen dat het op dat moment gewenst is een andere bestemming aan de grond toe te kennen.

Wanneer dat te zijner tijd wel aan de orde is, moeten wij daarvoor opnieuw een procedure volgen om een ander gebruik mogelijk te maken. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

2. Indiener kan zich geen oordeel vormen over de kwaliteit van het groengebied en de mogelijke meerwaarde voor natuur en biodiversiteit Het plan voorziet in een groengebied met recreatieve invulling, waarbij ook sprake is van het bevorderen van de biodiversiteit. Indiener vindt het een onvolkomenheid dat het groengebied is aangegeven als ‘zoekgebied landschappelijke inpassing’ zonder dat op enigerlei wijze is aangegeven hoe dit, behoudens enkele ideeën zoals watercompensatie en een trapveldje, gerealiseerd zal worden. Indiener gaat ervan uit dat de gemeentelijke ecoloog een medebepalende stem zal krijgen over de invulling van het gebied. Indiener is bereid om mee te denken over een ecologische invulling. Reactie college De aanvraag om omgevingsvergunning ziet toe op het realiseren van 40 tijdelijke woningen en het aanbrengen van verhardingen, groen, water en nutsvoorzieningen. Het noordelijk deel van het plangebied richten wij landschappelijk in. Over de definitieve inrichting overleggen wij met omwonenden. Op 5 juli 2023 vond onder leiding van een landschapsarchitect een bijeenkomst plaats waarin omwonenden hun wensen en ideeën kenbaar konden maken. Dit verwerken wij zoveel als mogelijk in het ontwerp. Daarbij houden wij rekening met de randvoorwaarden die wij met provincie Zuid-Holland afspraken. Daarnaast spraken wij met indiener af dat wij het ontwerp met hen bespreken.

Het definitieve ontwerp voegen wij bij de omgevingsvergunning. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot het aanpassen van de stukken, in die zin dat wij het definitieve ontwerp toevoegen aan de omgevingsvergunning. 12

3. Het tijdelijke karakter van het plan roept een vraag op over de bestendigheid van de groenvoorziening Indiener vraagt wat er met de groenvoorziening gebeurt als de omgevingsvergunning afloopt. Men vraagt of het groengebied dan geruimd wordt vanwege het terugbrengen in de oorspronkelijke staat of vanwege een andere bestemming. Of dat het groengebied behouden blijft. De vergunning geeft daarover geen rechtszekerheid. Ervan uitgaande dat het gebied een bepaalde natuurwaarde zal krijgen, zou het naar de mening van indiener spijtig zijn als deze waarde te zijner tijd weer teniet wordt gedaan. Juist na een periode van 15 jaar hebben bomen en heesters zich tot wasdom kunnen ontwikkelen met de daarbij behorende ecologische meerwaarde. Het college zou er daarom goed aan doen om het groengebied voor de afloop van de tijdelijke periode ook als zodanig te bestemmen. Reactie college Zie beantwoording onder punt 1. De omgevingsvergunning ziet toe op een periode van 15 jaar. Hiermee geeft de omgevingsvergunning de gevraagde rechtszekerheid. De toestemming voor het gebruik vervalt na 15 jaar, waarmee de gronden weer in oorspronkelijke staat en gebruik moeten worden teruggebracht. Daarmee houden wij bij de inrichting rekening. Dit is ook een verplichting die provincie Zuid-Holland ons oplegt.

Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

4. De vergunning en toelichting geven geen informatie over een natuurinclusieve bouwwijze Indiener doelt hiermee onder andere op het realiseren van faciliteiten voor huismussen, zwaluwen en vleermuizen. Ook bij tijdelijke bouw kunnen deze voorzieningen nut hebben. Deze voorzieningen kunnen in het bouwplan opgenomen worden, maar ook als los element worden geïnstalleerd, zoals een zwaluwentil, mezenkast, vleermuistoren of insectenhotel. Indiener benadrukt dit aspect omdat natuur inclusief bouwen tot nu toe nog niet of nauwelijks wordt toegepast bij woningbouwprojecten in de Hoeksche Waard. Reactie college De tijdelijke woningen voorzien niet in natuurinclusieve voorzieningen. Bij de afstemming van het ontwerp voor de landschappelijke inrichting van het noordelijk gebied onderzoeken wij samen met indiener of het toevoegen van natuurinclusieve maatregelen daar wel mogelijk is. Wij zijn ook bereid om te kijken of er in het bebouwde deel nog op kleinschalig niveau faciliteiten kunnen worden gerealiseerd. Een van de uitgangspunten voor de gemeente bij het treffen van faciliteiten is dat het geen belemmering mag opleveren voor de tijdelijkheid en het terug transformeren naar landbouwgrond over 15 jaar. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

2.3 Samenvatting en reactie op overlegreactie van Waterschap Hollandse Delta 1. Ruimtelijk gezien is er vanuit het waterschap geen bezwaar tegen het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning Reactie college Wij bedanken het Waterschap voor de reactie. Wij nemen daarvan kennis. 13

Conclusie: De overlegreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit. 2. Werken in- en nabij waterstaatswerken zijn op grond van de Keur van Waterschap Hollandse Delta 2014 vergunningplichtig Indiener geeft aan dat de normale vergunningprocedure van toepassing is voor werken in-en nabij waterstaatswerken. Een positief besluit hangt af van de geplande uitvoering en het waarborgen van waterstaatswerken en de toegankelijkheid voor beheer en onderhoud. Daarnaast merkt indiener op dat bomen nabij de insteek van watergangen melding- of vergunningplichtig zijn en dat keurstrook van de omliggende watergangen vrij moeten blijven van obstakels. Reactie college Bij het uitwerken van de landschappelijke inrichting houden wij rekening met de opmerkingen van indiener. Waar nodig doen wij de vereiste melding of vragen wij een vergunning aan. Conclusie: De overlegreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

2.4 Samenvatting en reactie op overlegreactie van provincie Zuid-Holland 1. Provincie Zuid-Holland steunt de gemeentelijke ambitie om tijdelijke woningen op (tijdelijke) locaties te realiseren Tijdelijke woningen vallen onder de definitie van flexwonen. Indiener ziet in flexwonen een oplossing voor het snel beschikbaar krijgen van woonruimte voor vooral spoedzoekers, zeker in tijden van woningtekort. Indiener steunt de gemeentelijke ambitie om tijdelijke woningen op (tijdelijke) locaties te realiseren om de urgente nood voor huisvesting van doelgroepen in te vullen in afwachting van de afronding van woningenbouwprojecten de komende jaren. Reactie college Wij nemen met waardering kennis van de reactie waarin indiener de noodzaak tot het realiseren van flexwoningen om het tekort aan woningen op korte termijn terug te dringen onderschrijft. Conclusie: De overlegreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

2. Het plan voldoet in zijn huidige vorm niet geheel aan de regels uit de Omgevingsverordening ZuidHolland Het plan moet invulling geven aan de regels voor beschermingscategorie 3 buitengebied (artikel 6.9a) en transformeren (artikel 6.9, lid 5, sub c). Beschermingscategorie 3 buitengebied beschermt de openheid en het groene karakter van het landschap welke niet onevenredig mogen worden aangetast. Ook moet er een motivering opgenomen worden die de kwaliteiten van het open en groene landschap betreft (artikel 6.9a, lid 2). Het huidige plan maakt onvoldoende duidelijk hoe invulling wordt gegeven aan die regels voor transformeren en bescherming van de openheid en het groene karakter van het landschap. 14

Indiener ziet gezien de tijdelijkheid van de woningen en de tijdelijke aantasting van de openheid mogelijkheden om het plan toch mogelijk te maken ondanks de strijdigheid met het provinciaal Omgevingsbeleid. Met maatwerk (artikel 6.34) kan een plan waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de regels van de Omgevingsverordening Zuid-Holland een initiatief mogelijk worden gemaakt, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels. Om maatwerk toe te passen moet een maatwerkonderbouwing worden opgenomen de ruimtelijke onderbouwing. Reactie college Wij nemen met waardering kennis van de reactie waarin indiener mogelijkheden ziet om het plan mogelijk te maken ondanks de strijdigheid met het provinciaal Omgevingsbeleid. Wij voegen een maatwerkonderbouwing toe aan de ruimtelijke onderbouwing. Conclusie: De overlegreactie geeft aanleiding tot het aanpassen van paragraaf 3.2.2 van de ruimtelijke onderbouwing in die zin dat wij de volgende maatwerkonderbouwing toevoegen: •

Onder artikel 6.9a Beschermingscategorie 3 Buitengebied nemen wij het volgende op:

Artikel 6.34 Afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk Een bestemmingsplan kan voorzien in een bestemming waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de regels in deze afdeling, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels. Gebiedsprofiel Hoeksche Waard Een gebiedsprofiel beschrijft en visualiseert kenmerkende ruimtelijke elementen die van bovenregionaal belang zijn. Voorbeelden van kenmerkende ruimtelijke elementen zijn: de verkavelings- en waterstructuur, linten, laanbeplantingen, herkenbare dijken en openheid. De gebiedsprofielen geven een overzicht van de landschappelijke waarden, waarmee bij ruimtelijke ingrepen rekening moet worden gehouden. Maar ze beschrijven ook ambities die richting geven aan de ontwikkeling van de kenmerken. Het gebiedsprofiel is een regionale uitwerking van de provinciale kwaliteitskaart. Voor het projectgebied zijn in het gebiedsprofiel de volgende relevante ambities opgenomen: Ambities Zuidelijke aanwaspolder Behoud van de openheid van het polderlandschap en de kenmerkende doorzichten van dijk tot dijk.

Voorkom versnippering van de ruimte door bebouwing en beplanting waar mogelijk te koppelen aan de dijk en de erven of in te zetten op de afronding van de compacte dorpskernen; Inzet op behoud van het ‘luwere’ karakter van de zuidrand van de Hoeksche Waard in contrast met de meer dynamische en verstedelijkte noordrand. Ontwikkelingen zijn gericht op versterking van recreatieve gebruiksmogelijkheden van het landschap en bijzondere woonmilieus, passend binnen het landschappelijke karakter, en worden integraal opgepakt; Behoud van de herkenbaarheid en leesbaarheid van het kenmerkende schilvormige polderpatroon met stevig beplante dijken. De polder wordt als eenheid beschouwd en ontwikkelingen worden vanuit de polder als geheel bezien; Er is ruimte voor ontwikkeling van de landbouw (schaalvergroting en/of specialisatie) als belangrijke drager van het open polderlandschap. Ambities Rand verweven met landschap: Dorpen blijven herkenbaar; 15

-

-

-

•

Er wordt ingezet op het contact tussen kleinschalige compacte dorpen en het weidse polderlandschap. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan een heldere landschappelijke afronding van het dorp; De dorpen hebben een groene rand naar het open polderlandschap. Dit kan zowel door private tuinen, als door openbaar groen of een beplante dorpsstraat. Deze afwisseling is belangrijk en draagt bij aan het informele en dorpse karakter; Landschappelijk waardevolle structuren, zoals dijken en kreken, worden ingepast in de dorpsrand en vormen belangrijke stad-landverbindingen; De toegankelijkheid en beleefbaarheid van de dorpsrand verbeteren door fysieke en visuele relaties te handhaven dan wel te versterken.

De tekst : ‘Toetsing artikel 6.9 en 6.9a, Bij voorliggend project is er sprake van transformatie van het agrarisch projectgebied. De locatie valt onder beschermingscategorie 3 ‘buitengebied’’ vervangen wij door de volgende tekst:

Toetsing artikel 6.9, 6.9a en 6.34 Bij voorliggend project is er sprake van tijdelijke transformatie van het agrarisch projectgebied. De locatie valt onder beschermingscategorie 3 ‘buitengebied’. Het plan wijkt op punt 2a af van artikel 6.9a. In artikel 6.34 is aangegeven dat een bestemmingsplan kan voorzien in een bestemming waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de regels, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels. In overleg met provincie Zuid-Holland zijn de volgende kaders afgesproken waaraan de inrichting van het plangebied moet voldoen: Na 15 jaar wordt de openheid en het groene karakter van het projectgebied weer teruggebracht, één en ander conform de relevante ambities in het gebiedsprofiel Hoeksche Waard. De tijdelijkheid wordt geborgd door een tijdelijke omgevingsvergunning die voor 15 jaar geldt. Er vindt geen boombeplanting plaats, tenzij open landschap en verplaatsbaarheid geborgd kunnen worden. De openheid wordt geborgd door gebruik van gebiedseigen lage beplanting. Er wordt in het noordelijk deel gebruik gemaakt van eenvoudig te verwijderen materialen voor bijvoorbeeld wandelpaden. Het noordelijk deel wordt ingericht voor extensief gebruik, denk daarbij aan een ommetje, kleinschalig natuurspelen, een vlindertuin, een schapenweitje of hondenuitlaatveld.

Voor de afwijking is maatwerk mogelijk doordat het hier gaat om een relatief beperkte afwijking vanwege de tijdelijke aantasting van de openheid en vergezichten, met name in het zuidelijk deel. De vastgelegde kaders voor met name het noordelijk deel garanderen dat de openheid en het groene karakter ook de komende 15 jaar zoveel mogelijk intact blijven. Bovendien wordt in artikel 6.9a lid 3 een uitzondering gemaakt voor de aanleg van groengebied. Deze ontwikkeling doet geen onevenredige afbreuk aan de aan de doelstelling omdat sprake is van een tijdelijke ontwikkeling. Daarmee wordt bij de landschappelijke inrichting rekening gehouden. Er is geen sprake van onomkeerbare effecten. Voor het overige blijft de tekst ongewijzigd.

16

2.5 Samenvatting en reactie op overlegreactie van TenneT TSO B.V. 1. Er zijn geen opmerkingen op het plan Indiener geeft aan dat er na een eerste beoordeling blijkt dat TennT binnen de grenzen van dit plan noch bovengrondse-, noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer heeft. Er zijn daarom een opmerkingen op het plan. Reactie college Wij bedanken TenneT TSO B.V. voor de reactie. Wij nemen daarvan kennis. Conclusie: De overlegreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de stukken en/of het voorgenomen besluit.

3. Ambtshalve aanpassingen Wij stelden vast dat het gewenst is de volgende ambtshalve aanpassingen te verwerken. • Figuur 2.2 In figuur 2 wordt een plangrens aangegeven. Deze grens is weliswaar de grens van het bebouwde deel, maar niet de grens van het plangebied waarop de planologische procedure betrekking heeft. Om die reden verwijderen wij de aanduiding ‘plangrens’. • Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) In paragraaf 3.1.3 van de ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking. Daarin worden de woningbehoefte en de locatiekeuze beschreven. Het is gewenst de tekst over de locatiekeuze verder uit te werken. Om die reden vervangen wij de tekst over de locatiekeuze (‘waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied’) door de volgende tekst: Locatiekeuze (waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied) Om de druk op de woningmarkt te laten afnemen onderzochten gemeente Hoeksche Waard en Stichting HW Wonen de mogelijkheden om -naast alle reguliere woningbouw- op korte termijn 100-150 tijdelijke woningen te realiseren. Het aantal van 100-150 woningen wordt over verschillende dorpen verspreid. Hiervoor werden meer dan 30 locaties in de Hoeksche Waard onderzocht op potentie voor het ontwikkelen van tijdelijke woningen.

Belangrijke criteria waren: - Is woningbouw op de betreffende locatie gewenst (geeft dit bijvoorbeeld beperkingen voor omliggende (bedrijfs)percelen); - Kan realisatie op deze locatie snel? Of wordt voorzien dat het realiseren van tijdelijke huisvesting op die locatie te lang duurt? - Op locaties waar initiatieven zijn voor permanente bouw, wordt ingezet op permanente bouw. - Kan de grond op korte termijn verkregen worden? - Kan de grond voor een reële prijs verkregen worden?

17

Uit dit onderzoek bleven 18 potentiële locaties voor het realiseren van tijdelijke woningen over. Deze locaties werden nader beoordeeld op de volgende criteria: Wat is de eigendomspositie? Is er al een initiatief voor deze locatie? Is er een hogere waarde archeologie? Is de grond geschikt voor realisatie (civiel)? Zijn er scholen in de buurt/goed bereikbaar? Zijn er winkels in de buurt? Is er openbaar vervoer in de buurt? Hoe schatten we het draagvlak van de omgeving in? Ligt de locatie binnen of buiten Beschermd stads -en dorpsgezicht (BSD)? Hoe is de landschappelijke inpassing? Hoe is de verkeerstechnische inpassing? Zijn er aandachtspunten vanuit milieu? Is realisatie op deze locatie binnen 12 maanden mogelijk? Hieruit kwamen drie voorkeurs- en drie terugvallocaties naar voren. Met deze locaties zijn de gemeente Hoeksche Waard en Stichting HW Wonen aan de slag gegaan om de haalbaarheid verder te onderzoeken. Er zijn geen binnenstedelijke locaties beschikbaar die aan de criteria voldoen. Locatie Numansdorp is geschikt en beschikbaar voor het realiseren van 40 tijdelijke woningen. De gemeente Hoeksche Waard legde geheimhouding op aan de onderzochte locaties. Ervaring leert dat het openbaar maken van een locatiestudie voor onrust kan zorgen bij omwonenden van locaties waar wellicht uiteindelijk geen planvorming zal plaatsvinden. Dit wil de gemeente voorkomen.

Daarnaast kan het openbaar maken van de locaties zorgen voor een minder goede onderhandelingspositie van de gemeente en Stichting HW Wonen richting de grondeigenaren bij locaties waar de gemeente of Stichting HW Wonen geen grondeigenaar is. • Paragraaf 5.1.2 Procedure In paragraaf 5.1.2 is de gevolgde procedure onjuist omschreven. De tekst beschrijft de procedure welke hoort bij een reguliere procedure. Omdat hier sprake is van een uitgebreide procedure passen wij de tekst daarop aan. Omdat wij de juiste procedure volgden heeft dit geen inhoudelijke consequenties. Wij vervangen de bestaande tekst door de volgende tekst: Bij een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is de uitgebreide Wabo procedure van toepassing. Dit betekent dat de gemeenteraad besluit over het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. Daarnaast wordt er een ontwerp besluit voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens de ter inzage termijn kunnen zienswijzen ingediend worden bij het college van burgemeester en wethouders. Met in acht name van de ingekomen zienswijzen besluit het college van burgemeester en wethouders over het al dan niet verlenen van de omgevingsvergunning. Een besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd.

Tegen een omgevingsvergunning kan in twee instanties beroep worden ingesteld, eerst bij de rechtbank en in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13035899/1