CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1- Erf van de toekomst

Besluitvormende raad 15 juni 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Regionale energie strategie (RES) regio HW, inclusief Regionale Structuur Warmte (RSW)645 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schets ‘Erf van de Toekomst’

De schets over het ‘Erf van de Toekomst’ geeft een beeld van de mogelijkheden van duurzame energieproductie in het agrarisch landschap. Deze schets is in overeenstemming met bestuurders van LTO Noord en haar leden tot stand gekomen en biedt inbreng voor de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0. De toelichting van deze schets die kan worden opgenomen in de RES-versie 1.0 is vanuit LTO Noord als volgt:

In de RES-regio faciliteren en stimuleren overheden daar waar nodig agrarische ondernemers en bedrijven bij het besparen van energie en opwekking van groene energie voor optimale benutting van de mogelijkheden op en rondom het boerenerf. Na gebruik van alle mogelijke niet-agrarische gronden kan gekeken worden naar opwek van energie op agrarische gronden. Ontwikkeling en eigendom van initiatieven vinden hun oorsprong in de lokale omgeving waarmee rekening wordt gehouden met de ruimtelijke inpassing in de omgeving, draagvlak en capaciteit van het net rond agrarische bedrijven. Aan de hand van de specifieke kenmerken van een zoekgebied of specifiek plan spannen partijen zich gezamenlijk in om het initiatief integraal te verankeren in de omgeving door inzet van tijdige procesparticipatie van alle betrokkenen in het gebied. De (financiële) opbrengsten (en groenwaarde) van het initiatief worden voor het merendeel verdeeld binnen/voor de lokale omgeving. Om dit toekomstbeeld mogelijk te maken zijn diverse knelpunten waarneembaar. Realisatie is afhankelijk van het oplossend vermogen van een RES-regio ten aanzien van deze knelpunten. Samengevat zijn de volgende denkrichtingen van wezenlijk belang: Zonnepanelen: • • • • • •

Er zijn nog substantiële mogelijkheden voor zon op dak: er is nog veel oppervlak daken beschikbaar. Per RES-regio is deze in kaart gebracht tot gemeenteniveau. Hanteren van de zonneladder: eerst daken van stallen en bedrijfsgebouwen vol leggen, daarna lege plekken in openbare ruimten, langs wegen, boven parkeerterreinen enz. Gezien de druk op landbouwgrond vanwege toekomstige claims voor woningbouw, waterberging, natuurontwikkeling en extensivering van de landbouw, dient landbouwgrond zo veel mogelijk te worden ontzien. Perverse prikkels uit de SDE-subsidies voor het realiseren van zonnepanelen op landbouwgronden zouden verminderd kunnen worden. Het verdienmodel voor levering aan het elektriciteitsnet moet beter. Het open agrarische landschap dient behouden te worden, zonneweides doen hier afbreuk aan, zeker indien deze gerealiseerd worden in polders (afgelegen van aanwezige bebouwing).

Windmolens: • • • • • •

Het door de gemeente faciliteren van het plaatsen van kleine windmolens met een maximale ashoogte van 35 meter door het geldende bestemmingplan te wijzigen en geen leges voor een vergunning te vragen. Noodzaak voor het bepalen van een gewenste ashoogte voor het gebied door een korte studie in het gebied uit te voeren. De berekende onbenutte potentie kleine windmolens is tevens per RES-regio in kaart gebracht tot op gemeenteniveau. Het plaatsen van kleine windmolens buiten het bouwvlak dient door de gemeente toegestaan te worden wanneer het op die locatie een beter technisch en daarmee financieel rendement genereert. Door de combinatie van zonnepanelen met kleine windmolen(s) kunnen agrarische bedrijven zelfvoorzienend worden, hoe hoger de ashoogte hoe groter de energieproductie en mogelijkheid om duurzaam energie te leveren als bedrijf. Het verdienmodel van kleine windmolens is beperkt, een investeringssubsidie is wenselijk om de onrendabele top te minimaliseren en de terugverdientijd te verlagen naar maximaal 10 jaar.

•

Als alternatief voor kleine windmolens dient het plaatsen van windturbines toegestaan te worden. Grote molens plaatsen we langs hoofdinfrastructuur-wegen.

Infrastructuur: •

• •

Iedere nieuwe locatie met meer dan ± 500 zonnepanelen vergt veelal een nieuw transformatorstation: kosten gemiddeld € 50.000,-. Dit is een drukkende factor voor de business case en daarmee een perverse prikkel om ‘zo groot mogelijk’ te realiseren. Als gevolg hiervan meer grootschalige zonneparken. Op meerdere plaatsen is de netcapaciteit onvoldoende waarmee mogelijkheden voor teruglevering van zonne- en windenergie worden bemoeilijkt. Stedin dient de spanning en capaciteit op het net te verhogen om de levering van energie mogelijk te maken. Als het net vol zit, kunnen zonnepanelen hun stroom niet aan het net leveren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10188670/1