CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ecologische quickscan

Besluitvormende raad 8 maart 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan N217-Polderweg (waterleiding)9.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ECOLOGISCHE QUICKSCAN KRUISING POLDERWEG

M I L I E U B E H E E R

TE HOEKSCHE WAARD

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 1

ECOLOGISCHE QUICKSCAN KRUISING POLDERWEG TE HOEKSCHE WAARD

Colofon

Opdrachtgever:

HaskoningDHV Nederland B.V. George Hintzenweg 85 3068 AX Rotterdam

Adviesbureau:

VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 010 -249 24 60 info@vdhelm.nl www.vdhelm.nl

Projectfoto's:

Dhr. ing. S.V. van Bekkum

Wijze van citeren:

VanderHelm Milieubeheer B.V. (2021). DHHO20210336 Kruising Polderweg te Hoeksche Waard, d.d. 29-09-2021

© VanderHelm Milieubeheer B.V.

Verantwoording

Projectcode:

DHHO20210336

Status / versie

Definitief, versie 2

Datum

29 september 2021

Auteur

Dhr. ing. S.V. van Bekkum

Kwaliteitscontrole

Mevr. ing. T. Deugd

Vrijgave

Mevr. ing. K.E. Orie-Vreugdenhil

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 2

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING ........................................................................................................................................................... 4 1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................................................ 4 1.2 DOELSTELLING ......................................................................................................................................................... 4 2 PROJECTGEBIED EN OMGEVING ......................................................................................................................... 5 2.1 HUIDIGE SITUATIE ..................................................................................................................................................... 5 2.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN ............................................................................................................... 7 3 TOETSING WERKZAAMHEDEN AAN WET NATUURBESCHERMING ...................................................................... 8 3.1 BESCHERMDE SOORTEN .............................................................................................................................................

8 3.2 BESCHERMDE GEBIEDEN .......................................................................................................................................... 15 3.3 BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................................ 17 4 CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN ...................................................................................................................18 4.1 VERVOLGSTAP 1 : UITVOEREN VAN VERVOLGONDERZOEK ............................................................................................... 18 4.2 VERVOLGSTAP 2: AANVRAGEN ONTHEFFING WET NATUURBESCHERMING EN MITIGERENDE MAATREGELEN .............................. 19 4.3 VERVOLGSTAP 3: VOORKOMEN OVERTREDING OP DE WET NATUURBESCHERMING TIJDENS DE WERKZAAMHEDEN ..................... 19 REFERENTIELIJST ..................................................................................................................................................21

BIJLAGEN 1. KWALITEITSBORGING EN VERANTWOORDING 2. REGIONALE SITUATIEKAART 3. BASISKAART MET AANGEGEVEN WERKZAAMHEDEN

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 3

1 INLEIDING VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van HaskoningDHV Nederland B.V. opdracht gekregen om een ecologische quickscan uit te voeren ter plaatse van de kruising van de N217 met de Vrouwe Huisjesweg, de kruising van de N217 met de Polderweg en de rotonde van de N217 bij ’sGravendeel. Van elk deelgebied is een separaat rapport opgesteld. Onderhavig rapport behandelt de kruising van de N217 met de Polderweg, te Hoeksche Waard. 1.1 AANLEIDING De voorgenomen werkzaamheden in het projectgebied vormen de aanleiding tot het uitvoeren van deze ecologische quickscan. De werkzaamheden bestaan uit graafwerkzaamheden, het kappen van zes bomen, dempen van twee watergangen en de herinrichting van de kruising. Tijdens de planvorming dient inzichtelijk te worden gemaakt of door de werkzaamheden een negatief effect kan ontstaan op beschermde flora en fauna, beschermde natuurgebieden en houtopstanden. Indien hier sprake van is dient te worden bepaald of deze negatieve effecten kunnen worden voorkomen en of er sprake is van een ontheffings- of meldingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. 1.2 DOELSTELLING Het doel van een ecologische quickscan is te bepalen of rekening dient te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Dit doel wordt opgesplitst in de volgende subdoelen.

 Het verkrijgen van inzicht in de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora- en fauna in of nabij het projectgebied en het verkrijgen van inzicht in de (mogelijke) effecten van de werkzaamheden op de eventueel aanwezige beschermde soorten.  Het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van beschermde natuurgebieden in of nabij het projectgebied en het al dan niet uitsluiten van effecten van de werkzaamheden op eventueel aanwezige beschermde natuurgebieden.  Het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van beschermde houtopstanden.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 4

2 PROJECTGEBIED EN OMGEVING 2.1 HUIDIGE SITUATIE Het projectgebied is gelegen bij de kruising van de N217 met de Polderweg, te Hoeksche Waard. De begrenzing van het projectgebied wordt weergegeven in Afbeelding 1. Voor de regionale ligging van het projectgebied wordt verwezen naar bijlage 2.

Afbeelding 1: Begrenzing projectgebied met een rode lijn (Bron: ArcGIS).

Het projectgebied bestaat uit de kruising van de N217 met de Polderweg. Parallel aan de Polderweg loopt aan beide kanten een watergang. Ook ten zuiden en noorden van de N217 lopen watergangen parallel aan de N-weg. Tevens staan er bomenrijen (voornamelijk essen en Spaanse aak) op kort gemaaid gras zowel aan de noordoostkant als aan de zuidwestkant van de kruising. Direct ten zuiden van de kruising bevindt zicht een dichtere kleine bosschage. Ook aan de zuidoost- en noordwestgrens van het projectgebied staan dichtere bosschages. Daarnaast staat er in het noordwestelijk gedeelte van het projectgebied ook een rij knotwilgen langs de gebiedsgrens. Ten noorden van de N217 loopt een parallelweg welke van de N217 wordt gescheiden door een strook gras. Ten zuiden van de N217 wordt een parallel lopend fietspad tevens gescheiden door een strook gras en richting het oosten ook door een haag. De N217 loopt in twee banen naar de kruising toe. De Polderweg, ten noorden van de kruising, loopt enkelbaans naar de kruising toe. In Afbeelding 2 zijn de beschreven gebiedselementen weergegeven.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 5

Afbeelding 2: Bomenrij op kort gemaaid gras langs de parallelweg (linksboven), bosschage ten zuiden van de kruising (rechtsboven), bosschage in het noordwesten van het projectgebied met op de achtergrond het rijtje knotwilgen (linksonder), bosschage in het zuidoosten van het projectgebied langs een watergang en fietspad parallel aan de N217(rechtsonder).

De omgeving van het projectgebied bestaat voornamelijk uit akkers en grasland, afgewisseld door boerderijen en verbindingswegen met aangrenzende watergangen en bomenrijen. Ten zuiden van het projectgebied ligt de Binnenbedijkte Maas. De Polderweg richting het noorden leidt naar een verbindingsweg tussen Heinenoord en Puttershoek. De N217 naar het westen lijdt naar een kruising met de Vrouwe Huisjesweg. De N217 richting het oosten lijdt naar Maasdam. Ten zuidoosten van het projectgebied staat een woning buiten het projectgebied, aansluitend aan de bovengenoemde bosschage binnen het projectgebied. Ook in de hoek van de kruising ten noordwesten van het projectgebied staat een woning. Afbeelding 3 laat enkele van de beschreven elementen zien.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 6

Afbeelding 3: De Binnenbedijkte Maas (links) en de N217 richting het westen met woning buiten het projectgebied (rechts).

2.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN In de toekomst wordt de kruising heringericht. Ten behoeve van deze herinrichting dienen naast graafwerkzaamheden en aanleg van nieuwe wegen, zes bomen te worden gekapt en op twee locaties de watergangen te worden gedempt. De werkzaamheden zijn vooralsnog gepland in 2022. De exacte planning van de werkzaamheden is tijdens de uitvoering van de ecologische quickscan niet bekend.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 7

3 TOETSING WERKZAAMHEDEN AAN WET NATUURBESCHERMING In Nederland wordt de bescherming van natuur geregeld met behulp van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming omvat de bescherming van soorten (van nature in het wild voorkomende, inheemse, planten en dieren), de bescherming van gebieden (zoals bijvoorbeeld Natura 2000-gebied en belangrijke weidevogelgebieden) en de bescherming van houtopstanden. De volledige wettekst is te vinden op https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01.In onderhavig hoofdstuk worden de werkzaamheden getoetst aan de Wet natuurbescherming, per type bescherming. 3.1 BESCHERMDE SOORTEN De bescherming van soorten is onderverdeeld in drie categorieën: vogels, Europees beschermde soorten (Habitatrichtlijn bijlage IV, onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I) en nationaal beschermde soorten. Provincie Zuid-Holland heeft een aantal nationaal beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10, voor projecten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Om te bepalen welke beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn in het projectgebied is in eerste instantie een bureaustudie uitgevoerd. Hierbij zijn verscheidene verspreidingsatlassen, verspreidingskaarten, de NDFF en jaarverslagen geraadpleegd.

De informatie uit deze atlassen is niet altijd actueel en veelal op uurhok weergegeven (5 x 5 km). Hierdoor kunnen deze gegevens voor onderhavig projectgebied enkel als richtlijn worden toegepast en tijdens het veldbezoek worden getoetst. In de NDFF is binnen een straal van 10 kilometer gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten. Deze afstand is in een dergelijk opengebied overbrugbaar voor een groot aantal beschermde soorten. Voor enkele soorten die grotere afstanden overbruggen en/of slecht zijn te inventariseren is een ruimere afstand geraadpleegd. Bij het selecteren van soorten die mogelijk voorkomen in het projectgebied is tevens rekening gehouden met het aanwezige biotoop (gebouw, boom, water, ect.) op basis van Google Maps. Op 17-03-2021 is door deskundig (zie bijlage 1 voor definitie) ecologen: S.V. van Bekkum en A.W.M. Loeve een veldbezoek overdag uitgevoerd, waarbij de projectlocatie nauwkeurig, en de omgeving van het projectgebied globaal, is onderzocht. Hierbij wordt aanwezig biotoop specifiek in kaart gebracht. In Tabel 1 zijn beschermde soorten weergegeven die op basis van het bureauonderzoek in het projectgebied kunnen worden verwacht. Op basis van het veldonderzoek zijn vervolgens de twee grijs inkleurde, rechter kolommen ingevuld.

Vogels

Tabel 1: Verwachte beschermde flora- en faunasoorten in het projectgebied op basis van het bureau- en veldonderzoek. Aangetroffen (A), Verwachte SoortWetenschappelijke verwacht (V), gebiedsgroep Nederlandse naam naam Beschermde status Bron* uitgesloten (U). functie# Inheemse vogels

Aves

Vogelrichtlijn

1, 2, 3, 4

A

V, F

Buizerd

Buteo buteo

Vogelrichtlijn, cat. 4

3, 4

A

F

Havik

Accipiter gentilis

Vogelrichtlijn, cat. 4

3, 4

U

n.v.t.

Ransuil

Asio otus

Vogelrichtlijn, cat. 4

3, 4

V

V, F

Sperwer

Accipiter nisus

Vogelrichtlijn, cat. 4

3, 4

V

V, F

Boomkruiper

Certhia brachydactyla

Vogelrichtlijn, cat. 5

3, 4

V

V, F

Ekster

Pica pica

Vogelrichtlijn, cat. 5

3, 4

A

V, F

Groene specht

Picus viridis

Vogelrichtlijn, cat. 5

3, 4

V

V, F

Grote bonte specht

Dendrocopus major

Vogelrichtlijn, cat. 5

3, 4

V

V, F

Koolmees

Parus major

Vogelrichtlijn, cat. 5

3, 4

V

V, F

Pimpelmees

Cyanistes caeruleus

Vogelrichtlijn, cat. 5

3, 4

V

V, F

Spreeuw

Sturnus vulgaris

Vogelrichtlijn, cat. 5

3, 4

A

V, F

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 8

Beschermde status

Bron*

Aangetroffen (A), Verwachte verwacht (V), gebiedsuitgesloten (U). functie#

Torenvalk

Falco tinnunculus

Vogelrichtlijn, cat. 5

3, 4

A

V, F

Zwarte kraai

Corvus corone

Vogelrichtlijn, cat. 5

3, 4

A

V, F

Oeverzwaluw

Riparia riparia

Vogelrichtlijn, cat. 5

V^

V

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

Europees beschermd

3, 4

V

V~, F, VL

Ruige dwergvleermuis

Pipistrellus nathusii

Europees beschermd

3, 4

V

V~, F, VL

Laatvlieger

Eptesicus serotinus

Europees beschermd

3, 4

V

F, VL

Rosse vleermuis

Nyctalus noctula

Europees beschermd

3, 4

V

V~, F

Watervleermuis

Myotis daubentoni

Europees beschermd

3, 4

V

V~, F, VL

Bever

Castor fiber

Europees beschermd

3, 4

U

n.v.t.

Aardmuis

Microtus agrestis

Vrijgesteld

3, 4

V

Bosmuis

Apodemus sylvaticus

Vrijgesteld

3, 4

V

Bunzing

Mustela nutorius

Vrijgesteld

3, 4

V

Dwergmuis

Micromys minutus

Vrijgesteld

3, 4

V

Dwergspitsmuis

Sorex minutus

Vrijgesteld

3, 4

V

Egel

Erinaceus europaeus

Vrijgesteld

3, 4

V

Gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Vrijgesteld

3, 4

V

Haas

Lepus europaeus

Vrijgesteld

3, 4

V

Hermelijn

Mustela erminea

Vrijgesteld

3, 4

V

Huisspitsmuis

Crocidura russula

Vrijgesteld

3, 4

V

Konijn

Oryctolagus cuniculus

Vrijgesteld

3, 4

V

Ree

Capreolus capreolus

Vrijgesteld

3, 4

V

Rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

Vrijgesteld

3, 4

V

Veldmuis

Microtus arvalis

Vrijgesteld

3, 4

V

Vos

Vulpes vulpes

Vrijgesteld

3, 4

V

Wezel

Mustela nivalis

Vrijgesteld

3, 4

V

Woelrat

Arvicola amphibius

Vrijgesteld

3, 4

V

Bruine kikker

Rana temporaria

Vrijgesteld

3, 4

V

Bastaard kikker

Pelophylaxklepton esculentus

Vrijgesteld

3, 4

V

Gewone pad

Bufo bufo

Vrijgesteld

3, 4

V

Kleine watersalamander

Lissotriton vulgaris

Vrijgesteld

3, 4

V

Misgurnus fossilis

Nationaal beschermd

3, 4

V

Anisus vorticulus

Europees beschermd

3, 4

V

Vissen

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Grote modderkruiper

Weekdieren

Amfibieën

Grondgebonden zoogdieren

Vleermuizen

Soortgroep

Platte schijfhoren

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 9

Legenda: ▪ Vogelrichtlijn: is van toepassing op alle inheemse vogels. ▪ Europees beschermd: deze soorten zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I. ▪ Nationaal beschermd: deze soorten zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en niet vrijgesteld door provincie Zuid-Holland. ▪ Vrijgesteld: deze soorten zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en vrijgesteld door provincie Zuid-Holland. ▪ Vogels, categorie 2: nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus); ▪ Vogels, categorie 4: nesten van vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil); ▪ Vogels, categorie 5: nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich, als de broedplaats verloren is gegaan, elders te vestigen; * Bron: 1 = verspreidingsatlas; 2 = www.telmee.nl; 3 = inschatting op basis van biotoop (m.b.v.

Google Maps); 4 = NDFF # = Gebiedsfunctie: V: voortplantingsplaats, rustplaats of nest; F: foerageergebied; VL: vliegroute. De gebiedsfunctie is alleen weergegeven voor streng beschermde soorten ^ = Oeverzwaluwen zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen en worden in de huidige situatie niet verwacht. Deze soort kan zich echter wel vestigen in de toekomst, indien in de periode 1 maart t/m augustus grondhopen met steile hellingen aanwezig zijn. ~ = Binnen het projectgebied worden verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis verwacht. Deze kunnen echter worden uitgesloten in de te kappen bomen doordat deze bomen geen geschikte holten bevatten.

Als aanvulling op de tabel is per soortgroep uitgewerkt welke (zwaar)beschermde soorten op basis van de bureaustudie binnen het projectgebied worden verwacht, dan wel kunnen worden uitgesloten. Voor alle verwachte soorten zijn de gebiedsfuncties en de beschermde elementen volgens de Wet natuurbescherming beschreven. 3.1.1 VOGELS Jaarrond beschermde nesten - categorie 1 tot en met 4 In de zes te kappen bomen zijn geen potentiële nesten of holten aangetroffen die geschikt zijn voor vogels uit categorie 1 t/m 4. Doordat er ten tijde van het veldbezoek geen bladeren aan de bomen zaten, is de aanwezigheid van nesten in deze bomen uit te sluiten. In de dichtere bosschage in het zuidoosten van het projectgebied zijn mogelijk potentiële nestgelegenheden voor sperwer en ransuil (beiden categorie 4) aanwezig, die binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden (binnen 75 meter van de geplande werkzaamheden) gelegen zijn. Wanneer in deze bosschage oude nesten van zwarte kraai of ekster aanwezig zijn, kunnen deze gebruikt worden door ransuilen. Voor de buizerd zijn de hoge bomenrijen te weinig beschut en de bosschage niet hoog genoeg om geschikte nestlocaties te bieden. Het projectgebied is niet voldoende bebost en te open om voor de voor de havik geschikt biotoop te bieden. Derhalve kan deze soort worden uitgesloten.

Doordat de sperwer minder kritisch is wat betreft de grootte en openheid van bebost gebied, biedt de bosschage in het projectgebied binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden voor deze soort geschikte nestlocaties. Nesten van de sperwer en ransuil in de bosschage kunnen derhalve niet op voorhand worden uitgesloten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. De bosschage is weergegeven in Afbeelding 4.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 10

Afbeelding 4: De niet te kappen bosschage in het zuidoosten van het projectgebied (rood vlak), welke mogelijk nesten bevat. Weergegeven ten opzichte van de geplande werkzaamheden betreft de te kappen bomen (groene cirkels) en de te dempen watergangen (blauw gearceerd).

De nesten uit categorie 1 tot en met 4 zijn jaarrond beschermd, middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Box 1), dus ook als het nest niet in gebruik is om te broeden. Het kappen van bomen met een nest of het storen van exemplaren van vogels uit categorie 1 t/m 4 betreft een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.1 dient in eerste aanleg te worden bepaald of jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. Indien jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn, dient verstoring tijdens het broedseizoen te worden voorkomen. Wanneer dit binnen de geplande werkzaamheden niet mogelijk is, dient voor het aantasten van deze nesten een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Box 1: Artikel 3.1: Verbodsbepalingen Vogelrichtlijn. Artikel 3.1 Vogelrichtlijn 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5.

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 11

Jaarrond beschermde nesten categorie 5 – voldoende alternatief Geen van de zes te kappen bomen bevatten nesten of geschikte holten voor vogels uit categorie 5. De niet te kappen bomen in het projectgebied bieden wel geschikte nestlocaties voor zwarte kraai en ekster. Naast ransuil, zwarte kraai en ekster kan ook de torenvalk gebruik maken van ekster- en kraaiennesten. Tevens is deze soort tijdens het veldbezoek binnen het projectgebied aangetroffen. De niet te kappen bomen in het projectgebied bevatten mogelijk geschikte holten voor de boomkruiper, koolmees, pimpelmees en spreeuw om in te nestelen. Ook de groene en grote bonte specht vinden in de bomenrij en mogelijk in de bosschage in het zuidoosten van het projectgebied geschikte nestlocaties. Voor oeverzwaluwen is in de huidige situatie geen geschikt habitat aanwezig. Deze vogels broeden in steile hellingen. Als grondhopen met een steile helling in het projectgebied (zoals voorbelasting) worden aangebracht bestaat in het broedseizoen de kans dat oeverzwaluwen gaan broeden in deze steile hellingen. Indien er in de omgeving van het projectgebied geen geschikt habitat aanwezig is zal het nest van de oeverzwaluw vanaf kolonisatie jaarrond beschermd zijn. Vogelnesten uit categorie 5 zijn jaarrond beschermd, middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Box 1), dus ook als het nest niet in gebruik is om te broeden.

Voor jaarrond beschermde nesten uit categorie 5 geldt echter dat als in de omgeving voldoende alternatief aanwezig is, de nesten een gelijke beschermingsstatus hebben als niet-jaarrond beschermde nesten. In dit geval is voor alle aanwezige en te verwachten soorten voldoende alternatief in de omgeving en geldt de bescherming dus alleen wanneer daadwerkelijk een broedgeval aanwezig is. Alternatieven zijn aanwezig langs de N217 buiten het projectgebied. Zo biedt een boomrijk gebied ten westen van het projectgebied voor zowel de beschreven nestbouwers als holenbroeders die binnen het projectgebied niet uit te sluiten zijn, voldoende alternatief. Niet jaarrond beschermde nesten (algemene broedvogels) In de bomen, watergangen en oevers van het projectgebied worden niet-jaarrond beschermde nesten van vogels als houtduif, heggenmus, merel, vink en meerkoet en waterhoen verwacht. De nesten en functionele leefomgeving van deze soorten zijn beschermd middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Box 1). Door de werkzaamheden uit te voeren tijdens het broedseizoen kunnen nesten in de bomen, watergangen en de oevers worden vernield en kunnen eieren en individuen worden beschadigd of gedood. Dit betreft een overtreding van artikel 3.1 (Box 1). Tijdens het voorjaar en de zomer is de kans op aanwezigheid van vogelnesten het grootst.

Als in deze gevoelige periode wordt gewerkt dient rekening te worden gehouden met broedvogels en moeten eventueel maatregelen worden genomen om het doden van vogels en de vernieling en beschadiging van nesten en eieren te voorkomen. Door het uitvoeren van werkzaamheden tijdens het broedseizoen kunnen vogels worden gedood. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. 3.1.2 VLEERMUIZEN Op basis van het bureauonderzoek worden de volgende vleermuizen verwacht binnen het projectgebied/invloedssfeer van de werkzaamheden: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis (alle Habitatrichtlijn). Deze soorten worden beschermd middels artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming (Box 2Box). Box 2: Artikel 3.5: Habitatrichtlijn. Artikel 3.5 Habitatrichtlijn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4.

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 12

De rosse vleermuis wordt ondanks het beperkt aantal geregistreerde waarnemingen in de NDFF binnen de Hoeksche Waard wel verwacht binnen onderhavig projectgebied. Het projectgebied en omgeving vormen een geschikte leefomgeving voor de rosse vleermuis, welke in Nederland algemeen verspreid is. Er is voldoende geschikt foerageergebied en mogelijk zijn ook geschikte verblijfplaatsen aanwezig. Alle in Nederland voorkomende vleermuizen, hun migratieroutes, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen, zijn beschermd middels artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming (Box 2Box). De bomen en watergangen in het projectgebied kunnen op diverse manieren een functie hebben voor vleermuizen. Voortplantings- of rustplaatsen in bomen In de zes te kappen bomen zijn geen holten aanwezig die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Derhalve kan de aanwezigheid van voortplantings- of rustplaatsen in deze bomen worden uitgesloten. In enkele bomen uit de bomenrij welke niet gekapt zullen worden, zijn wel geschikte holten gevonden. Deze boomholten kunnen dienen als voortplantings- of rustplaats voor vleermuizen. Het kappen van de geplande bomen zal hier echter geen effect op hebben.

Indien binnen het projectgebied echter meer dan de zes aangegeven bomen gekapt dienen te worden en deze zich in één van de bosschages bevinden, zullen deze bomen gecontroleerd moeten worden op de aanwezigheid van geschikte holten. Het kappen van een boom met daarin vleermuizen, of voortplantingsen rustplaatsen van vleermuizen, kan leiden tot het doden van vleermuizen en het vernielen van voortplantings- en rustplaatsen, wat een overtreding van artikel 3.5 (Box 2) betreft. Foerageergebied De bomenrijen in het projectgebied houden de wind tegen, waardoor er een insectenrijke luwte ontstaat. Deze is zeer geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Essentieel foerageergebied in het projectgebied is echter uitgesloten doordat er voldoende geschikt en zelfs geschikter alternatief foerageergebied in de omgeving aanwezig is. Zo bieden groenzones langs de N217 en het minder verlichte Recreatieoord Binnenmaas buiten het projectgebied een geschikter alternatief. Vliegroute De bomen en watergangen vormen een lijnvormig geheel, dat geleiding biedt aan vleermuizen die zich langs de N217 verplaatsen. Mogelijk verplaatsen zij zich op deze manier van verblijfplaatsen naar een foerageergebied. De watergangen direct naast de bomenrijen maakt deze zeer geschikt als vliegroute. Hierdoor ontstaat namelijk een lijnvormig geheel.

Het kan echter worden uitgesloten dat de bomen en watergangen in het projectgebied onderdeel zijn van een essentiële vliegroute voor vleermuizen. In de directe omgeving bevinden zich vergelijkbare verbindende gebiedselementen. Zo kunnen ook de bomen en begroeiing langs de oever van de Binnenbedijkte Maas gebruikt worden als vliegroute langs de N217. Doordat langs de oever van Binnenbedijkte Maas geen verlichting aanwezig is en er gedurende de zomermaanden een hoge rietkraag aanwezig is ter plaatse van de gehele oever (ook het gedeelte waar geen bomen en begroeiing aanwezig zijn), biedt de oever voldoende begeleiding voor vleermuizen. Derhalve vormt de oever een geschikte alternatieve vliegroute voor vleermuizen die eventueel gebruik maken van de 6 te kappen bomen en/of de te dempen parallel liggende watergang als vliegroute. Derhalve kan worden uitgesloten dat de mogelijk aanwezige vliegroute van essentieel belang is voor de functionaliteit van de (in de omgeving van het projectgebied) aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen. Wel dient er rekening mee te worden gehouden dat langs deze oever geen hinder door aanvullende verlichting ontstaat voor vleermuizen die deze als vliegroute gebruiken. Het kappen van de bomen en dempen van de watergangen zal dan ook niet leiden tot een overtreding van artikel 3.5, lid 4, van de Wet natuurbescherming (Box 2).

Wel geldt voor de mogelijke aanwezige vleermuizen de zorgplicht zoals opgenomen in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (Box 3). Dit houdt in dat foeragerende en langs vliegende vleermuizen niet onnodig mogen worden verstoord door verlichting.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 13

Box 3: Artikel 1.11, Zorgplicht. Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura-2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura-2000 gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

Te verwachten beschermd element per vleermuissoort In Tabel 2 wordt per vleermuissoort weergegeven welk beschermd element verwacht wordt. Tabel 2: Verwachte beschermde elementen per vleermuissoort. Type verblijfplaats Vliegroute (niet essentieel)

Foerageergebied (niet essentieel)

Soort

Zomer-

Kraam

Paar

Massawinter

Gewone dwergvleermuis

Nee*

Nee

Nee*

Nee

Ja

Ja

Ruige dwergvleermuis

Nee*

Nee

Nee*

Nee

Ja

Ja

Rosse vleermuis

Nee*

Nee*

Nee*

Nee*

Ja

Ja

Laatvlieger

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Watervleermuis

Nee*

Nee*

Nee*

Nee

Ja

Nee

* Indien andere dan de in onderhavige ecologische quickscan meegenomen te kappen bomen bij uitvoering van de werkzaamheden gekapt dienen te worden, zullen deze bomen moeten worden gecontroleerd op de aanwezigheid van geschikte holten middels een boomholte inspectie.

3.1.3 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN In het projectgebied worden geen beschermde grondgebonden zoogdieren verwacht. De bever kan worden uitgesloten door het ontbreken van typerende gebiedskenmerken als knaag- en glijsporen of een burcht. Daarnaast is er geen geschikt habitat aanwezig binnen de projectgrenzen zoals watergangen met begroeiing en bosschages. Alle overige verwachte soorten zoals haas en konijn, zijn vrijgesteld. Deze soorten worden beschermd middels de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (Box 3). Dit houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 3.1.4 AMFIBIEËN In het projectgebied worden enkel vrijgestelde soorten zoals bruine kikker en gewone pad verwacht. Deze soorten worden beschermd middels de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (Box 3). Dit houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 3.1.5 VISSEN Op basis van het bureauonderzoek kan de grote modderkruiper (nationaal beschermd) niet op voorhand worden uitgesloten in de te dempen watergangen. Deze soort is beschermd conform artikel 3.10 in de Wet natuurbescherming (Box 4). De soort blijkt uit de NDFF in de directe omgeving van het projectgebied voor te komen. De soort leeft in ondiepe sloten met een dikke modderlaag.

De watergangen in het projectgebied bevatten deze eigenschappen. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.5 dient in eerste aanleg te worden bepaald of de grote modderkruiper aanwezig is in het projectgebied. Indien voortplantings- en/of rustplaatsen aanwezig zijn dient een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 14

Box 4: Artikel 3.10: Nationaal beschermde dier- en plantensoorten. Artikel 3.10 Nationaal beschermde dier- en plantensoorten 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

De overige, te verwachten, vissoorten worden beschermd middels de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (Box3). Dit houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 3.1.6 WEEKDIEREN Op basis van het bureauonderzoek kan de platte schijfhoren (habitatrichtlijn) niet op voorhand worden uitgesloten in de te dempen watergangen. De platte schijfhoren blijkt uit de NDFF aangetroffen te zijn ten zuiden van de Binnenbedijkte Maas. Deze soort prefereert watergangen met een goede waterkwaliteit en een goed ontwikkelde onderwatervegetatie. De te dempen watergangen in het projectgebied bevatten deze eigenschappen. Individuen, voortplantings- en rustplaatsen van de platte schijfhoren zijn beschermd middels artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming (Box 2). Door het dempen van de sloot gaan voortplantings- en rustplaatsen van de platte schijfhoren verloren, wat een overtreding van artikel 3.5 betreft. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.5 dient in eerste aanleg te worden bepaald of de platte schijfhoren aanwezig is in het projectgebied. Indien voortplantings- en/of rustplaatsen aanwezig zijn dient een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Verder komen enkel vrijgestelde soorten voor.

Deze worden beschermd middels de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (Box 3). Dit houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 3.2 BESCHERMDE GEBIEDEN Aan de hand van gegevens van provincie Zuid-Holland en van het Ministerie van Economische Zaken is bepaald of beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en belangrijk weidevogelgebied) aanwezig zijn in of nabij het projectgebied. Indien door de ingreep mogelijk een toename van stikstofuitstoot plaats vindt, zal worden bepaald of het nabijgelegen natuurgebied gevoelig is voor een toename van stikstof (effectenindicator, Alterra, 2006 - 2014). Voorts kan worden bepaald of het nodig is om een voortoets en/of stikstofdepositieberekening uit te voeren om te bepalen of sprake is van een mogelijk significant negatief effect op het beschermde natuurgebied. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State vastgesteld dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattype en soorten in Natura 2000-gebieden. De maximaal toegestane neerslag van stikstof in gevoelig Natura 2000-gebied is op het moment van schrijven 0,005 mol N/ha/j.

Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een natuurgebied dat beschermd wordt door de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied is Oudeland van Strijen. Dit natuurgebied ligt op circa 2 kilometer ten zuiden van het projectgebied. Dit gebied is niet gevoelig voor stikstofdepositie. Op ongeveer 3 kilometer ligt de Oude Maas. Ook dit Natura 2000-gebied is niet gevoelig voor stikstofdepositie. Op circa 10 kilometer ligt het Hollands Diep. Dit Natura 2000-gebied is tevens niet gevoelig voor stikstofdepositie. Tevens ligt op ongeveer 10 kilometer afstand Natura 2000-gebied de Biesbosch. Dit is het meest dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied welke gevoelig is voor stikstofdepositie.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 15

Gezien de voorgenomen werkzaamheden van het project, opgesplitst in 3 deelgebieden, en de afstand van het deelgebied van de rotonde bij ’s-Gravendeel van slechts 5 kilometer tot de Biesbosch en de gevoeligheid voor stikstofdepositie, kan een negatief extern effect op het Natura 2000-gebied niet op voorhand worden uitgesloten. Het onderdeel gebiedenbescherming, artikel 2.7, lid 2, van de Wet natuurbescherming is mogelijk van toepassing op het onderhavige project. In eerste aanleg dient een stikstofberekening te worden uitgevoerd. Overige externe effecten op het Natura 2000-gebied kunnen worden uitgesloten als gevolg van de redelijk grote afstand en barrière van stedelijk gebied tussen het projectgebied en het Natura 2000-gebied. Het projectgebied maakt tevens geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde gebied dat deel uitmaakt van NNN is gelegen op circa 400 meter ten zuiden van het projectgebied. Gezien de aard van de voorgenomen werkzaamheden en de afstand tot NNN wordt een negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN uitgesloten. Vervolgstappen met betrekking tot NNN zijn derhalve niet van toepassing. Het gebied is niet gelegen in een belangrijk weidevogelgebied. Vervolgstappen met betrekking tot weidevogelgebied zijn derhalve niet van toepassing.

Afbeelding 5 geeft het projectgebied weer in relatie tot beschermde natuurgebieden en NNN-gebieden.

Afbeelding 5: Projectgebied (aangegeven met een rode stip) in relatie tot Natura 2000-gebieden (gearceerd), NNN-gebieden (donkergroen of paars gekleurd) en belangrijk weidevogelgebied (lichtgroen gekleurd). De Biesbosch is op deze kaart aan de zuidoostzijde zichtbaar, direct ten oosten van de A16, aan de noordelijke oever van de rivier (het Hollands Diep).

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 16

3.3 BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN Om te bepalen of de houtopstand in het projectgebied beschermd is, is bepaald of de houtopstand:  buiten de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ staat;  groter is dan 10 are of een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat. Alle bomen binnen de grenzen van het projectgebied vallen buiten de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’. De te kappen bomen zijn niet groter dan 10 are, maar zijn wel onderdeel van een rij van meer dan 20 bomen. Houtopstanden buiten de ´bebouwde kom Boswet´ bestaande uit een rij van meer dan 20 bomen zijn beschermd middels artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming (Box 5). Voor het geheel of gedeeltelijk vellen is vaak een melding bij gedeputeerde staten noodzakelijk. Met behulp van de Checklist Houtopstanden van Omgevingsdienst Haaglanden (https://eloket.odh.nl/checklisthoutopstanden) kan bepaald worden of in dit specifieke geval een melding noodzakelijk is. Box 5: Artikel 4.2: Bescherming houtopstanden. Artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming 1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen over de melding, bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op: a.

de gegevens die bij de melding worden verstrekt; b. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan, en c. de wijze waarop de melding wordt gedaan. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 17

4 CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN In onderhavig hoofdstuk zijn de conclusies van de ecologische quickscan opgenomen die is uitgevoerd ten behoeve van de herinrichting van de kruising met de Polderweg te Hoeksche Waard. Uit de ecologische quickscan blijkt dat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening dient te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden. Tevens zijn te nemen vervolgstappen en/of (mitigerende) maatregelen opgenomen. 4.1 VERVOLGSTAP 1 : UITVOEREN VAN VERVOLGONDERZOEK 4.1.1 BESCHERMDE SOORTEN Uit de ecologische quickscan blijkt dat de aanwezigheid van zwaarder beschermde soorten in het projectgebied niet kan worden uitgesloten. Voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden dient te worden bepaald of zwaarder beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn, middels een soortgericht onderzoek. De perioden waarin dit soortgerichte onderzoek dient te worden uitgevoerd staat onder andere beschreven in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017) en richtlijnen van SOVON. In Tabel 3 is weergegeven voor welke zwaarder beschermde soorten vervolgonderzoek noodzakelijk is, op welke locatie deze soorten zich mogelijk bevinden en in welke periode van het jaar dit onderzoek dient te worden uitgevoerd.

Tabel 3 Beschermde soort(groep)en die binnen het projectgebied niet kunnen worden uitgesloten en waarnaar vervolgonderzoek gedaan moet worden. Verwacht (V) / Uitvoeringsperiode soortgericht onderzoek Soort(groep) aangetroffen (A): locatie jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec Sperwer ransuil

en

V: in het bosperceel aan de zuidzijde en in de bomenrijen

Grote modderkruiper in de en platte V: watergangen schijfhoren (eDNA onderzoek) Legenda: Groen gearceerd: periode waarin onderzoek naar deze soort(groep) kan worden uitgevoerd.

4.1.2 BESCHERMDE GEBIEDEN In Tabel 6 is met betrekking tot gebiedsbescherming weergegeven welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. Tabel 4: Beschermde gebiedtypes binnen het projectgebied en de bijbehorende vervolgstappen en/of maatregelen. Vervolgstappen en te nemen maatregelen om overtreding Wet natuurbescherming te Beschermde gebieden voorkomen Effecten op Natura 2000-gebied Biesbosch kunnen op voorhand niet worden uitgesloten. In eerste aanleg is een stikstofdepositie-berekening nodig om te bepalen of effecten op het Natura 2000-gebied optreden. Indien uit de stikstofdepositie-berekening blijkt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen niet kunnen worden uitgesloten dan dient een passende beoordeling opgesteld te worden. Natura 2000–gebied Op het moment van schrijven geldt dat, voor iedere ruimtelijke ontwikkeling die tot een toename van stikstofdepositie leidt ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden waarvan de kritische depositiewaarde wordt overschreden en waarvoor nog geen onherroepelijke natuurvergunning is verleend, een natuurvergunning (of verklaring van geen bedenkingen) moet worden aangevraagd. Natuurnetwerk Nederland Beschermd weidevogelgebied

Geen effecten te verwachten. Vervolgstappen zijn dan ook niet noodzakelijk. Geen effecten te verwachten. Vervolgstappen zijn dan ook niet noodzakelijk.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 18

4.1.3 BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN In Tabel 5 is met betrekking tot beschermde houtopstanden aangegeven welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. Tabel 5: Beschermde houtopstanden binnen het projectgebied en de bijbehorende vervolgstappen en/of maatregelen. Beschermde houtopstanden Vervolgstappen en te nemen maatregelen om overtreding Wet natuurbescherming te voorkomen Enkele van de te kappen Voor het geheel of gedeeltelijk vellen is vaak een melding bij gedeputeerde staten noodzakelijk. bomen in het projectgebied zijn Met behulp van de Checklist Houtopstanden van Omgevingsdienst Haaglanden beschermde houtopstanden. (https://eloket.odh.nl/checklisthoutopstanden) kan bepaald worden of in dit specifieke geval een melding noodzakelijk is. Mogelijk dient daarnaast voor het kappen van de bomen een omgevingsvergunning te worden aangevraagd bij gemeente Hoeksche Waard.

4.2 VERVOLGSTAP 2: AANVRAGEN ONTHEFFING WET NATUURBESCHERMING EN MITIGERENDE MAATREGELEN Indien uit het vervolgonderzoek vermeld onder vervolgstap 1 (paragraaf 4.1) blijkt dat zwaarder beschermde soorten worden aangetroffen binnen het projectgebied / de invloedssfeer van de werkzaamheden, dan zal voor die betreffende soorten een ontheffing op de Wet natuurbescherming moeten worden aangevraagd. Er dient dan wel een wettelijk belang in het kader van de Wet natuurbescherming te zijn voor het project. Er mag geen alternatief bestaan voor werkzaamheden waarmee het doel van het project ook bereikt kan worden. Deze ontheffing dient te worden aangevraagd bij Omgevingsdienst Haaglanden. Op het moment van schrijven hanteert de Omgevingsdienst Haaglanden een nieuwe procedure, waarbij ontheffingsaanvragen in eerste instantie als ‘concept aanvraag’ worden ingediend. Na controle op volledigheid wordt de aanvraag als ‘definitieve aanvraag’ beschouwd. Hierdoor hanteert de Omgevingsdienst Haaglanden momenteel een geschatte proceduretijd van 20-25 weken. 4.3 VERVOLGSTAP 3: VOORKOMEN OVERTREDING OP DE WET NATUURBESCHERMING TIJDENS DE WERKZAAMHEDEN

Ook wat betreft soort(groep)en en/of elementen die niet zwaarder beschermd zijn, algemene broedvogels of soorten die mogelijk als gevolg van de werkzaamheden zullen worden aangetrokken, dient overtreding van de Wet natuurbescherming te worden voorkomen. Tabel 6 geeft weer welke maatregelen tijdens de werkzaamheden genomen moeten worden teneinde overtreding op de Wet natuurbescherming te voorkomen. Geadviseerd wordt de maatregelen op te nemen in een ecologisch werkprotocol, zodat de uitvoerders op locatie op de hoogte zijn van de te nemen maatregelen. Tabel 6: Te nemen maatregelen teneinde overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen, per soort(groep). Soort(groep) Verwacht (V) / Mitigerende maatregelen aangetroffen (A): locatie

Oeverzwaluw

Algemene broedvogels

V: aan te brengen voorbelasting

A + V: in (de omgeving van) het projectgebied

In de periode van 1 maart tot en met augustus dienen grondhopen met steile hellingen (zoals voorbelasting) in het projectgebied (of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden) voorkomen te worden, zodat oeverzwaluwen hier niet in gaan broeden. Steile wanden dienen te worden afgevlakt of afgedekt met bijvoorbeeld wegendoek. Indien oeverzwaluwen in het projectgebied broeden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen en dient door een deskundig ecoloog te worden bepaald of, op welke manier en wanneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van de Wet natuurbescherming.

Geadviseerd wordt de werkzaamheden in eerste instantie uit te voeren buiten het broedseizoen. Enkel indien tijdens een controle, uitgevoerd door een deskundig ecoloog, blijkt dat in het projectgebied en de directe omgeving geen broedende vogels of nesten aanwezig zijn, kunnen werkzaamheden binnen het broedseizoen worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van maart tot en met augustus. De daadwerkelijke periode is afhankelijk van weersinvloeden en vogelsoorten die in het projectgebied worden verwacht. De duur van het broedseizoen dient te worden bepaald door een deskundig ecoloog. Indien algemene broedvogels in het projectgebied broeden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen en dient door een deskundig ecoloog te worden bepaald of, op welke manier en wanneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van de Wet natuurbescherming.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 19

Algemene en vrijgestelde grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vissen

A + V: in (de omgeving van) het projectgebied

Gedurende de werkzaamheden dient voldoende zorg in acht te worden genomen voor alle in het wild voorkomende flora en fauna. Aanwezige dieren moeten voldoende tijd krijgen om te kunnen vluchten. Lichtverstoring van vleermuizen in de nacht dient te worden voorkomen. Bij het dempen van watergangen dienen aanwezige amfibieën, vissen en zoetwatermosselen te worden afgevangen, onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Indien men onverwachts strikt beschermde soorten aantreft dient direct een deskundig ecoloog te worden geraadpleegd om af te stemmen of, op welke manier en wanneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van de Wet natuurbescherming. Bij twijfel over de aanwezigheid van een strikt beschermde soort wordt geadviseerd altijd de hulp van een deskundige in te schakelen.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 20

REFERENTIELIJST -

-

-

-

-

-

Asselberg R.H. (1990) Enige maatgegevens van vleermuisschedels uit braakballen van de Kerkuil (Tyto alba). Belgisch Centrum voor Chiropterologisch Onderzoek. Ben-Hamo M, Muñoz-Garcia A, Williams JB, Korine C, Pinshow B (2013). Waking to drink: rates of evaporative water loss determine arousal frequency in hibernating bats. Journal of Experimental Biology 216, p. 573-577. Broekmeyer, M.E.A. (redactie), (2006). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren*. Wageningen, Alterra, Alterrarapport 1375. *Ook de aanvullingen uit 2008, 2009 en 2014 zijn geraadpleegd. De Vlinderstichting. Libellennet; alles over libellen. http://www.libellennet.nl/ De Vlinderstichting. Vlindernet; alles over vlinders. http://www.vlindernet.nl/ Diepenbeek, A. van (1999). Veldgids Diersporen. Sporen van gewervelde landdieren. Uitgeverij KNNV. Haarsma, A-J, Lina PHC, Voûte AM, Siepel H (2019) Male long-distance migrant turned sedentary; The West European pond bat (Myotis dasycneme) alters their migration and hibernation behaviour. PLoS ONE 14(10): e0217810 Koning, J. de; Broek, JW van den; Meyere, D. de & Bruens, H. (2009). Dendrologie van de lage landen. Uitgeverij KNNV. Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI). Weeroverzichten Korsten, E., E.A. Jansen, M. Boonman, M.J. Schillemans en H.J.G.A.

Limpens (2016) Swarm and Switch:On the trail of the hibernating common pipistrelle. Bat News. No. 110. p. 8-10. Bat Conservation Trust. London Lange, R., P. Twisk, A. van Winden & A. van Diepenbeek, Zoogdieren van West-Europa. 2e druk 2003 VZZ. Uitgeverij KNNV. Lenders, H.J.R., C.C.H. Marijnissen en R.P.W.H. Felix (1993). Waarnemen en herkennen van Amfibieën en Reptielen in het veld. 4e geheel herziene druk. RAVON. Meijden, R. van der (2004). Heukels’ Flora van Nederland. 23e druk. Uitgeverij Wolters-Noordhoff. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011) Soortenstandaard Gewone dwergvleermuis - Pipistrellus pipistrellus. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (1979). Vogelrichtlijn. 79/409/EEG. Nederlandse vereniging voor libellenstudie (2002). Atlas van de Nederlandse libellen – Nederlandse fauna 4. KNNV, EIS. Nationale Databank Flora en Fauna (2016), NDFF Uitvoerportaal. Nie, H.W. de (1996). Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Provincie Zuid-Holland (2016). Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 9 november 2016, tot vaststelling van de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland, met nummer 6949 Provincie Zuid-Holland (2016), Interactieve atlassen en kaarten. https://www.zuidholland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. AERIUS Calculator Rijksoverheid (2012).

Versie 0.4. Memorie van toelichting bij het voorstel van wet met regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming) Rijksoverheid (2016). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. Stb-2016-34 ISSN 0920 – 2064 ’s-Gravenhage 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de Natuur (Wet natuurbescherming). SOVON Vogelonderzoek Nederland. https://www.sovon.nl/ SOVON Vogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Tweede druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. SOVON Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland (2005). Rode Lijst van de Nederlandse broedvogels. Tirion Uitgevers Stichting Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland (RAVON). http://www.ravon.nl/ Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF). Waarnemingen van flora en fauna. https://www.telmee.nl/?c=portal&m=telmee Sweco Nederland (2019). Stikstofdepositie en woningbouwontwikkeling – Verkennend onderzoek naar de bijdrage van woningbouwontwikkeling aan de stikstofdepositie. Kenmerk: SWNL0250596 Zoogdiervereniging. Zoogdieratlas. http://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdieratlas

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruising Polderweg te Hoeksche Waard 21

BIJLAGE 1

KWALITEITSBORGING EN VERANTWOORDING

DESKUNDIGHEID De uitvoerend ecologen voldoen aan ten minste één van de door het Ministerie van Economische Zaken genoemde voorwaarden en zijn daarmee gekwalificeerd als deskundige. Deze voorwaarden zijn vermeld in Box 1. Box 1: Voorwaarden voor deskundigheid, Ministerie van Economische Zaken. Het Ministerie verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige: ▪ op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of ▪ op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of ▪ als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals de Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer,

Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied); en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of soortenbescherming.

VOLLEDIGHEID ONDERZOEK De ecologische quickscan betreft een onderzoek naar onder andere de (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij het projectgebied. Het onderzoek is gebaseerd op een bureaustudie en een éénmalig veldbezoek. Voor een volledige inventarisatie van alle aanwezige flora en fauna ter plaatse van het projectgebied dient een soortgericht onderzoekt te worden uitgevoerd wat veelal gebonden is aan bepaalde perioden in het jaar. Uit een soortgericht onderzoek kan naar voren komen dat beschermde soorten aanwezig zijn en dat daarop een negatief effect ontstaat. Mitigerende en/of compenserende maatregelen zijn dan nodig en mogelijk dient een ontheffing te worden aangevraagd om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Deze vervolgstappen zijn geen onderdeel van de ecologische quickscan. KWALITEITSBORGING VanderHelm Milieubeheer B.V. is lid van het ‘Netwerk Groene Bureaus (NGB) - Brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging’. De werkzaamheden die door VanderHelm Milieubeheer B.V. worden uitgevoerd, zijn gebaseerd op de door de NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). VanderHelm Milieubeheer B.V. is VCA** (versie 2008/05) gecertificeerd. Onderhavig project is uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van VanderHelm Milieubeheer B.V. VERANTWOORDING VanderHelm Milieubeheer B.V.

is een onafhankelijk adviesbureau en verklaart hierbij geen financiële of juridische belangen te hebben bij de uitkomst van het gevoerde onderzoek.

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruispunt N217 Polderweg te Hoeksche Waard Bijlage

BIJLAGE 2

REGIONALE SITUATIEKAART PROJECTGEBIED

= Projectgebied Bron: Google Maps

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruispunt N217 Polderweg te Hoeksche Waard Bijlage

BIJLAGE 3 BASISKAART MET AANGEGEVEN WERKZAAMHEDEN

DHHO20210336 Ecologische quickscan Kruispunt N217 Polderweg te Hoeksche Waard Bijlage

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

P

20

21

22

23

24

P

P

1

P

P

P

PP

P

P

P

PP

P

P

P

P

P P

P

P

P

PP

P

P

A

A

P

P

P

P

PP

P

P

P

P

P

P

P

P P

PP

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

PP

P

P P

P

P

PP

P

B

P

P

B

P P

P

P

P

P

P

PP

P

P

P P

P

P

PP

P

P

P

P

C

P

P

P

P

PP

P

C

PP

P

Po ld

P

P

P

P

PP

P

er we g

P

PP

P

P

PP

P

P

P

P

P

PP

P

P

P

P

PP

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

F 517

PP

P

D

P

P

D

P P

P

PP P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

PP

P

P

PP

P

P

PP

P

P

P

P

P

P

PP

P

P

P

P

P

P

PP PP

P

P

P

P

P

P

P P

P

vb P

P

P

P

P

P

F 683

P

F 682

P P

P

P

P

P

P

af

P

P

P

P

P

P

vbk P

k P

P

P

P

P P P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P P

P P

P

P

P

P

P

P

P P

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

P

17

P

P

P

P P

P P

P

P

P

P

P

4

P

formaat

18

19

w e b in schaal

A0-841x1890

hm

P

P

P

P

P

P

P

P

P

3

P

P P

P P

P

PP

P

P

P

P

20

21

1:500

1 2 0 2 -

documentstatus

concept fase

nvt

22

bladnr.

van

2

3

R documentversie

0.1

projectnummer / tekeningnummer

T&P-BH4073-TE-VO-1102

23

Filename : C:\Users\nl88337\Box\BH4073 Project N217\BH4073 Team N217\BH4073 Project N217 WIP\04 Technical Data\02 CAD\ACAD\02 VO\02 Kaders\BH4073-TE-VO-1101-1102 -1103 dempen en kappen.dwg

P P

PP

P

P

P P

P P

P

P

P

P

P

P

PP

P

P

P PP

P

datum

HaskoningDHV Nederland B.V. Transport & Planning

Overzichtstekening Polderweg te dempen en kappen tbv onderzoeken

P

P P

P

P

P

P

P

P P

PP

P

P

P

PP

P

P

P

P

P

PP

P

omschrijving

P

P

P

P

P

PP

P

P

P

akkoord

4 0 2 1

g n i k r e

F 475

P

P

PP P

P

2

P

P

P

G 168

P

P

P

N217 Portfolio noordkant Hoeksche Waard

P

PP

gecontroleerd

P

P

P

P

P

P

G 715 P

N. Evers

getekend

project

P

PP

P

G 151

P

P

P

P

F 499

P

P

P

G 200

P

G 115

P

P P

P

P P

P

E. de Kleijn

omschrijving

Provincie Zuid- Holland

P

P

P

Eerste uitgave

opdrachtgever

P

P

Q

1.0 versie

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P PP

P

2.0

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

PP PP

P

P

P

P

PP

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

PP

P

P

P

P

P

P

P

G 714

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P P

P

P

P

PP

P

P

P

P

P

P

P

F 647

P

P P

P

P

P

P

hm

P

P

Bestaande situatie Perceelsgrens Nieuwe situatie Te dempen watergang Te verwijderden boom

P

P

P

P

P

P

Legenda

P

P

P

P

P

P

P

P

PP

P

P

P

P

P

P

P

G 150

P

P

P

G 113

PP

1

P

P

P

P

R

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

PP

N

P

P

P

P

PP

P

P

P

P

P P

P

PP PP

P

P

P

Q

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

N

F 471

P

G 112

F 646

P

P P

P

P

P

P

P P

P

P P

P

P

P P

P

P

P

PP

P

P

M

P

P

P

P

P

P

P

P

PP

P

P

M

PP

P

P

P

P

P

P

P

P

PP

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

L

P P P

P

P

P

P

P

hm

P

P

P P

P

vb P

P P

P

F 165

P

P

P

P

P

P P

P P

P

P

P

P

P

P

P

L

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

K

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

vb

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

K

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

hm

P

P

J P

P

P

P

P

P

k P

P

P P

P

P

F 472

P

P

P

P

vb

wl

vt gas

J

P P

PP

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

vb

k

P

P

P

P

P

P

vb

P

vb

P

P

F 164

vb

P

P

H P

P

P

P

P P

P

vb vb

P

P

P

P

P

P

H

vb

P

P

P

P

P

P P

P

PP

vb

P

P

vb

P

P

P

P P P

P

hm P

P

P

P

P

P

F 473

P

P

P

P

P

P P

G

P P

P

P

P

P

P

P

P

G

P

P

hm

P

P

PP

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

PP

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

PP

F 518

PP

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

F

P

P

P

vb

PP

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P P

P

P

PP

P

P

P

PP P

P

P

P

F 166

P

PP

P

P

P

P

P

P

P

P

PP

PP

F 488

P

F

P

P

PP

P P

P

P

P

PP

P

P

PP

hm

P

PP

P

P P

P

P

P

E P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

E

P

P

P

P

P

P

P

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11126275/1