Betoog praktijkervaring pandbeheer
Tekst van het document
Oud-Beijerland, 1 juli 2024-07-01 Beste raadsleden, college van de gemeente Hoeksche Waard, Mijn naam is Arne van der Ree, geboren en getogen Oud-Beijerlander, ik ben werkzaam als illustrator, onderwijsontwikkelaar, ik verzorg workshops en ik train teams op scholen in de ontwikkeling van creativiteit bij de leerlingen. Om binnen gemeentelijke termen te blijven; ik ben een cultuuraanbieder. Mijn hart ligt bij de natuur en ik werk sinds 25 jaar voornamelijk voor opdrachtgevers binnen dat thema, zowel illustratief als educatief, veel met en voor kinderen. Ik vertel u dit niet omwille van mij maar om mijn relevante betrokkenheid met het onderwerp dat ik kom bespreken te ondersteunen. Mijn werkruimte bevind zich in het voormalige Actief College aan de koninginneweg en ik verklaar mijn betrokkenheid bij het onderwerp. Ik kom niet pleiten voor een langer verblijf in dit prachtige gebouw, ik maak me geen illusies. We kennen als huurders de opzegtermijn. Wat ik hier wil weergeven is mijn beleving van de afgelopen jaren in dit pand en een aantal zaken die ik bij vervolg projecten graag anders zou zien. Ik denk namelijk dat met een beetje meer intrinsieke waardering en eerlijkheid van gemeente voor de meer kwetsbare sectoren als de kunsten, educatie, welzijn en natuur deze veel beter tot bloei kunnen komen. Vooralsnog voelt dat niet zo en ik zal toelichten waar dat bij mij vandaan komt.
Ongeveer 10 jaar geleden heb ik mij aangesloten bij het streven om vanuit toenmalig Post21 een nieuwe locatie te betrekken en mee te helpen bij de verdere ontwikkeling van onze culturele sector. De nieuwe locatie werd de Rabobank, middels Stebru. In 2020 zijn de eerste gesprekken gevoerd met de Actief directie door meneer Frerichs en ik heb mij actief ingezet om tijdens een snelle schakeling net voor 2021 met Gemeente de locatie te kunnen gaan betrekken met, wat mij betrof, een keur aan kleine ondernemers uit de creatieve/cultuur/techniek/welzijns sector. Gemeente heeft Adhoc Rotterdam opdracht gegeven om de gebruikerssituatie te beheren en wij als gebruikers van ruimtes zouden daarmee beheer voeren over het pand, aangezien het pand al in de monumentale voorbescherming zat. Dit vroeg om een zakelijk contract middels gemeentebeheer, anders dan het Adhoc gebruikelijke antikraak contract, waarmee we later onterecht steeds geassocieerd zijn en als dusdanig behandeld. Meneer van Waveren heeft vanwege de gemeentebeheer situatie regels aan ons gesteld in het contract zoals het zorgdragen voor onderlinge cohesie en het in ere nemen van het beheer over monumentale onderdelen. Ook is het verzorgen van verbinding makende activiteiten vanuit onze sector een voorwaarde die daarmee aan ons gesteld kon worden.
En de hoeveelheid dagen bezetting was ook belangrijk om het pand goed te kunnen beheren. Die plichten nam ik zeer serieus. Ik wilde echt dat deze plek, ook al was het tijdelijk, een mooie bruisende werk- en ontmoetingsplek zou worden. Ook om gemeente een voorbeeld te kunnen stellen. Daarvoor was wel nodig dat de randvoorwaarden vanuit de gebruikers daarin moesten kloppen en het contract was daarin helaas nog niet op orde. Zo was bijvoorbeeld het enorme plein in de eerste versie van het contract onderdeel van
onze onderhoudsplicht en ook het gebouw zelf. Dit heb ik moeten laten veranderen omdat het pand de verantwoordelijkheid van de gemeente is en wij als gebruikers daar, als huur betalenden nota benen, niet als hoofdverantwoordelijke zorg voor konden dragen. Ook financieel konden we dat soort plichten bij misstanden nooit zelf opvangen. De plichten moesten naar ratio op contract. In de uitvoering is dit helaas amper nagekomen. Daarbij bleek ook nog eens dat Adhoc een ‘open deur beleid’ voerde met de inschrijvingen en daarmee niet, zoals het contract aangaf, cohesie en het stimuleren van betrokkenheid bij activiteiten aanhield. Het leek me een goed idee om, niet met de ambitie om een baas te zijn maar vanuit de idealen voor het geheel, een sturende en waarnemende factor te blijven zodat we met een paar regels onderling konden functioneren ook al waren we met zijn allen eigen baas. Om alles voor iedereen oke te houden. Ondanks dat het moeilijk is om met een ongeorganiseerde groep met verschillende belangen een richting te vinden hebben we dit met zijn allen wel geprobeerd en ik denk dat we daar intern met zijn allen nog best goed uitgekomen zijn. We hebben met een leeuwendeel van de groep huurders activiteiten georganiseerd voor een zeer breed publiek, de open dagen waren allemaal een hit waarbij mensen soms met herinneringen aan het gebouw en verhalen uit de jaren 60 kwamen.
Het belang en de beleving van het gebouw werd al heel vroeg duidelijk. Daarnaast waren er de vele soorten wekelijkse workshops van individuele huurders, Lennart die zo ruimhartig en belangeloos een podium biedt en open staat voor alle vormen van creatieve bijdragen van derden, vele podiumgezelschappen die mochten oefenen en optreden in de zalen, er is zoveel gebouwd en gemaakt, mensen zijn in de voorste units geholpen door onze huurders uit de therapeutische hoek, de kunstenaarsvereniging met hun activiteiten, en zo nog veel meer. Om nog niet te spreken over de acts die hier gevormd zijn en nu bijvoorbeeld voor een spuidag gevraagd worden of jamsessies die overal ontstaan. Mensen uit een onderbelichte sector in de Hoeksche Waard zijn hier aan bod gekomen. Door een medewerker bij jeugdsoos werd hier gevraagd hoe we al die jongeren zover kregen om te helpen tijdens concerten en ik kon namens SCOHW trots antwoorden; uit loyaliteit. Er zijn huurders die zich bezig houden met het nodige onderhoud op het plein of aan het gebouw. De materialen voor onderhoud komen uit de podiumpot met vrije bijdragen. Enfin; we hadden het maar met elkaar op te lossen en we doen dat ook. Waarom? Men wil hier zo lang mogelijk iets bijdragen aan de beleving van de mensen in de omgeving. Helaas, daarentegen; Gemeente en Adhoc blijven daarin nalatig.
Nog los van de schijnbare desinteresse heeft gemeente, waarschijnlijk grotendeels onbewust, hierin niet correct gehandeld. Bijvoorbeeld, de eerder genoemde historische onderdelen hadden bescherming moeten krijgen. De status van monument had al rond moeten zijn maar het onderzoek is nooit volledig afgerond; minstens het originele dakconstruct achterin het gebouw moet nog meegenomen worden, vernam ik via de historische commissie. Wanneer dit ter sprake komt bij gemeente geeft men geen reactie of een blijk van onwetendheid. Op dat onderwerp begon de eerste bezichtiging al niet zo best; het oude glas-in-lood uit de oude meisjesschool was beplakt met een mobiel nummer op een briefje. Iemand zou het op komen halen, vertelde de rondleider. Ik heb ingegrepen en daar later met de toen hierover zeer boze historische vereniging contact gehad. Die overigens op mijn verzoek op bezoek kwamen omdat ik de prachtige fotoalbums van de meisjes- en technische school en de oorspronkelijke bouwtekeningen aan de rand van de container had
gevonden en aan hen wilde overhandigen voor beheer. Hier was meteen wel duidelijk gemeente zich zelf niet houdt aan de afspraak over zorg voor historische en monumentale onderdelen. Ik heb twee maal vleermuizen die uit het gebouw kropen gefotografeerd en ingediend bij het dienst doende ecologisch adviesbureau dat hier in opdracht van gemeente aan het werk was. De grootoorvleermuis was al reden genoeg voor alert handelen. Maar bij navraag krijg ik te horen dat het onderzoek inmiddels is ondergebracht bij een ander bureau en tot op heden kan niemand me vertellen welk bureau en waar deze gegevens gebleven zijn. De kwestie verwarming is niet onbesproken gebleven bij gemeente maar nergens is recht gedaan aan wat wij hebben moeten doorstaan gedurende twee winters. We kregen te horen dat de CV ketel, na al onze moeite, te oud bleek om verzekerd te blijven. Tot daar nog enigszins begrijpelijk. Jammer dat ik Adhoc voor zulke kwesties nooit bereid kon vinden om te helpen. Adhoc schoof in vrijwel elke misstand alles van zichzelf weg. Over die organisatie wil ik hier alleen maar zeggen dat ik geen goed woord voor ze over heb. Los van vele onbenoemde irritaties was het toppunt wel het verbod op heaters en electrische dekens. Bij de toen torenhoge gaskosten en in een voormalig technische school met bijbehorende electrische capaciteit was dit een prima oplossing geweest.
Maar het mocht officieel, ondanks de contracten, niet. Men stuurt als enige handreiking ongevraagd een club via Bres om in een hal een paar muurtjes te zetten met vier heaters, ongeveer 10 m2, en daar mochten we dan met zijn dertigen gaan zitten werken… We hebben hun monteurs omwille van de geldverspilling maar weggestuurd. In het tweede voorjaar werden er eindelijk vragen over gesteld in de raad, ook al was dat mosterd na de maaltijd. Meneer van Waveren gaf als reactie, zich ontdoende van de belofte, dat hij ‘geen extra geld uit geeft aan deze locatie’. Maar ik ben niet iemand die het handje ophoud dus ik begreep deze redenatie niet. Volgens mij komt Adhoc ruim uit met onze betaalde huur en zonder gaskosten te maken. Er kwam geen waardering of verdere reactie. Wanneer meneer van Waveren bij mij nu grappend aankomt met “wanneer komt Pinkeltje in de Hoeksche Waard uit?” kan ik niet meer zo meelachen want ik heb het laatste boek onder zijn negatief bevel letterlijk ziek in de kou getekend. Ik hoop dat u begrijpt dat zo’n oppervlakkigheidje dan verkeerd schiet. We moesten elke keer dat er iets over de situatie met de verwarming gevraagd werd maanden wachten om dan uiteindelijk een verbod te krijgen terwijl ik een inclusieve huur betaal en aan alle gestelde verplichtingen voldoe, meer dan dat….
misschien kunt u zich voorstellen dat ik op een zeker punt wat emotioneel wordt over zulke onrechtvaardigheden. Ik belde uiteindelijk naar Adhoc na maanden mailen zonder antwoord en kreeg op mijn poging om dan in ieder geval een korting op mijn huur te krijgen omdat zij niet leveren wat contractueel beloofd is (inclusief water/elektriciteit/verwarming) te horen dat als het me niet zinde, ik maar moest gaan. Een stelling die ze eerder stellig ontkenden. Ook het vocht en de kou die voor de monumentale waarde niet gunstig zijn mochten niet meetellen. Men zou bijna gaan denken dat er op een afkeuring op basis van aantasting van het construct gehoopt wordt. Hoe dan ook, zowel het gebouw als wij zijn hier niet naar behoren en ook niet rechtmatig juist behandeld.
En dan nu, na deze meest opvallende oneffenheden, vernemen we via de media dat het pand verkocht is. Zonder een mailtje aan ons als huurders. Zonder enige duidelijkheid over de vragen die ik eerder in dit verhaal stel over monumentstatus of ecologie. Of de gebruikers van het pand iets nieuws toegewezen gaan krijgen (want gemeente beloofd in het contract te zullen zoeken voor vervolglocatie) is onduidelijk. Het zou mooi zijn als we gewoon onderling in contact kunnen zijn met een nieuwe eigenaar om de termijnen tot aan de bouw te bespreken en de mogelijkheden om te blijven met medewerking zoals bij Stebru. Maar om benaderd te worden voor zo’n soort bespreking moet er in eerste plaats met ons gecommuniceerd worden. En wat mij betreft moeten de uit te voeren onderzoeken gewoon gerespecteerd worden. Wat ik hier vandaag vooral aan wil kaarten is hopelijk uit mijn hele verhaal naar voren gekomen. Het gaat me om de scheve verhoudingen, het gebrek aan waardering, eerlijkheid en betrokkenheid. De manier van handelen zoals hierboven omschreven geeft mij persoonlijk aanleiding tot wantrouwen. Het kostte al vele gemotiveerde mensen met een visie en idealen om iets bij te dragen de motivatie nog iets te doen. Ik hoop op meer inzicht dan bestempeld te worden als ‘hoofdpijndossier’ terwijl u er belang bij heeft dat wij in zo’n pand verblijven, al was het maar om de reputatie van leegstand.
Wees betrokken als gemeente en ik weet zeker dat je dan de krenten uit de pap haalt. En niet alleen maar bij je eigen organisaties of wanneer het subsidie- en fotoseizoen is. En neem uw verantwoordelijkheid voor de beloften op monumenten, ecologie, contractvoorwaarden. De laatste muurschildering die ik maakte op het terrein is die van de ijsvogel, een van de dierlijke bewoners van de natuurlijke zijrand van ons terrein. Deze schildering gaat hier over; We willen allemaal genieten van de pracht die de ijsvogel te bieden heeft, maar wanneer we haar in de vrieskou laten zal ze sterven. Dat klinkt u misschien wat dramatisch totdat u het van de zijde beleeft die het moet ondergaan. Dank u voor uw aandacht. Vriendelijke groet A. H. Van der Ree