CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuurlijke reactie college Casusonderzoek verbonden partijen - 7 februari 2023

Besluitvormende raad 7 maart 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Grip op Verbonden Partijen Rekenkamer Hoeksche Waard, drie verbonden partijen in het bijzonder1.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatiebrief Aan: Van: Zaaknummer: Documentnummer: Portefeuillehouder: Team: Datum vaststelling college: Vertrouwelijk: Fase BOB-cyclus:

gemeenteraad college van burgemeester en wethouders Z/22/150626 DOC-23676265 wethouder Van der Wulp Strategie 7 februari 2023 Nee besluitvormend

Onderwerp Bestuurlijke reactie op eindrapport Rekenkamer Hoeksche Waard ‘Grip op verbonden partijen! Balans bij drie verbonden partijen?’ Inleiding Op 21 december 2022 bood de Rekenkamer Hoeksche Waard u het eindrapport ‘Grip op verbonden partijen! Balans bij drie verbonden partijen?’ aan. In deze informatiebrief geven wij onze bestuurlijke reactie op dit rapport, zodat u deze bij de bespreking van het rapport kunt betrekken. Bestuurlijke reactie Het college heeft met waardering kennisgenomen van het onderzoek en kan zich vinden in de conclusies. Zoals in de programmabegroting 2023 is aangeven, zal de actualisatie van de Nota verbonden partijen samen met de raad worden opgepakt, waarbij het rekenkameronderzoek als waardevolle input gebruikt kan worden. Tevens zal daarbij bezien worden in hoeverre en wanneer de geformuleerde ontwikkelpunten kunnen worden geïmplementeerd. Meer specifiek kan per onderzochte verbonden partij hier nog het volgende aan worden toegevoegd: Bres Accommodaties B.V. Een belangrijk aandachtspunt is dat het onderzoek een drietal nadrukkelijk van elkaar onderscheiden verbonden partijen betreft die ook door onderscheiden wet- en regelgeving worden geregeerd. Zo moet Bres Accommodaties B.V. zich voor wat betreft de jaarrekening, etc. houden aan het Burgerlijk Wetboek en niet aan het BBV.

Kortom: elke keer moet bij elke verbonden partij wél vanuit het juiste kader van wet- en regelgeving worden geredeneerd, ook gelet op de in de onderzoeksvraag vermelde elementen. Dit element komt in de Nota van bevindingen duidelijker tot uitdrukking dan in de bestuurlijke nota. Het onderscheid is onzes inziens cruciaal voor een goede interpretatie van wat per verbonden partij is vermeld in het rapport. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds een behoefte om grip te houden op Bres Accommodaties B.V. (college) en anderzijds om meer zakelijke afstand te organiseren met een duidelijke scheiding van taken, rollen en verantwoordelijkheden (ambtelijke organisatie). Dergelijke passages kunnen onterecht als een schijnbare tegenstelling worden gelezen, temeer als ook nog gerept wordt over 'spanningsbalans' en 'werkbaarheid van de dubbelrol'. Het gaat onzes inziens echter om een goede balans tussen beide zijden van wat dezelfde medaille is, namelijk om grip en nabijheid voor wat betreft beleid, verantwoording, controle, etc. (de 'wat-vraag' en de verantwoording van het 'hoe'), maar tegelijk ook om zakelijke distantie als het gaat om de uitvoering, de 'hoe-vraag'. Juist door in het laatste (het 'hoe') distantie te betrachten kan 1/3

Bres Accommodaties B.V. efficiënter handelen in het beheren en exploiteren dan een gemeente zou kunnen en daarmee ook de opgelegde financiële taakstellingen realiseren. En die efficiency is juist een niet onbelangrijke reden om het gemeentelijk vastgoed door Bres Accommodaties B.V. te laten beheren en exploiteren. De conclusie (nr. 5) dat er ruimte is voor ontwikkelmogelijkheden en debat over de onderzochte verbonden partijen delen wij. Dat het bij Bres Accommodaties B.V. dan zou moeten gaan over de werkbaarheid van de dubbelrol van de gemeente die 100% eigenaar is van de B.V., delen wij niet. Dat geldt zeker ook voor de aangereikte oplossing om de gemeentelijke panden aan Bres Accommodaties B.V. te verkopen. Dat draagt niet bij aan het realiseren van de eveneens in het rapport vermelde behoefte om meer grip te krijgen. De andere aangereikte uiterste oplossing van het opheffen van Bres Accommodaties B.V. en de gemeente de uitvoering zelf te laten doen, draagt niet bij aan een efficiënter beheren en exploiteren van het gemeentelijk vastgoed. Terwijl behaalde (financiële) resultaten positief zijn. Dit overigens nog los van het feit dat de overdracht van beheer en exploitatie aan Bres van een groot deel van het gemeentelijk vastgoed van zo recente datum is - 1 januari 2022 - dat daar op dit moment geen al te verstrekkende conclusies aan verbonden kunnen worden.

Hoe dan ook, vooralsnog zijn wij van mening dat de huidige wijze waarop beheer en exploitatie van gemeentelijk vastgoed is georganiseerd het optimum is waarbij uiteraard altijd zich voordoende mogelijkheden tot verbetering en voortgaande ontwikkeling moeten worden aangegrepen. De vierde aanbeveling in de bestuurlijke nota begrijpen wij als een aansporing daartoe. Wellicht ten overvloede vermelden wij nog dat in het rapport wordt gesteld dat Bres Accommodaties een B.V. is en dat feit op de mogelijkheid van winstgevendheid duidt (het is immers geen stichting). Welnu, voor alle duidelijkheid stipuleren wij dat Bres Accommodaties B.V. een door de Belastingdienst erkende winstbeogende organisatie ís en ook moet zijn. Immers, op 18 september 2018 is het Belastingplan 2019 aangeboden aan de Tweede Kamer met daarin o.a. opgenomen de verruiming van de Nederlandse Sportvrijstelling. Door deze wetswijziging is toen het recht op aftrek van btw voor gemeenten en nietwinstbeogende exploitanten van sportaccommodaties vervallen. Door organisaties als Bres Accommodaties B.V. winstbeogend te laten zijn, kan alsnog van het recht van aftrek van btw gebruik worden gemaakt. Het rapport van de Rekenkamer maakt hier geen melding van. Tegelijk onderstreept dit - zoals aan het begin van deze reactie al is vermeld - dat de ene verbonden partij de andere niet is.

Uiteraard gaat het niet om het winstbeogend zijn van Bres Accommodaties B.V. als zodanig, maar moet dat gezien worden in het licht van de verantwoordelijkheid voor te bereiken maatschappelijke doelen ten dienste van de samenleving. Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Er wordt grip gehouden op deze gemeenschappelijke regeling en sturing gegeven door de raad door middel van: • Vaststelling paragraaf verbonden partijen begroting en jaarstukken gemeente Hoeksche Waard • Vaststelling Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht; • Aandragen ambities en aandachtspunten gemeente Hoeksche Waard middels beleidsstukken; • Mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke en technische vragen; • Verantwoordingsplicht en actieve informatieplicht door OZHZ en het AB lid. Daarnaast is er de mogelijkheid middels zienwijze op de (concept)begroting gemeenten en de raden zowel inhoudelijk als financieel te laten sturen. De samenwerking tussen OZHZ en de gemeente Hoeksche Waard wordt als goed ervaren door OZHZ, het college de ambtelijke organisatie. De resultaten op het gebied van financiën en kwaliteit zijn goed en het 2/3

beeld bestaat dat er effectief gewerkt wordt. Ook na de herindeling is er opnieuw balans gevonden in de manier van samenwerken en zijn er tussen de partijen korte lijnen. Stichting Inkoopbureau West Brabant Het college kan zich goed vinden in het rapport. Aanscherpingen voor de governancestructuur voor het Inkoopbureau worden waar nodig meegenomen. Het college heeft het aanbod gedaan om de raad nader te informeren tijdens een bijeenkomst over het inkoopproces en samenwerking met het inkoopbureau.

Bijlagen geen

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12401242/1