CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan toelichting

Besluitvormende raad 7 februari 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Laan van Heemstede Puttershoek11.481 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.8 Flora en fauna In het kader van de verscherpte natuurwetgeving (Wet natuurbescherming) dient, voordat ergens ruimtelijke ingrepen plaatsvinden te worden onderzocht of er belangrijke natuurwaarden voorkomen op een te bebouwen locatie. Er is thans sprake van een nagenoeg onbebouwd perceel dat als grasland wordt gebruikt. Uit visuele inspectie blijkt dat er geen beschermde natuurlijke waarden aanwezig zijn. Er is ook geen sprake van aanwezigheid van een gebied dat onderdeel vormt van het Natuur Netwerk Nederland, Natura 2000 e.d. Het ten oosten gelegen NNN gebied wordt niet belast met deze ontwikkeling. Voor wat betreft de te saneren bebouwing, ter plaatse wordt de grond onbebouwd en daarmee toegankelijk voor dieren. De bestaande bebouwing is altijd intensief voor bedrijfsdoeleinden gebruikt en grotendeels voorzien van te openen delen. Er zullen daardoor geen beschermde dieren in de bebouwing aanwezig zijn. De kassen aan de Oud Bonaventurasedijk 83 te Maasdam zijn al gesloopt. Voor de bedrijfsgebouwen aan de Derde Kruisweg in ’s-Gravendeel en Strijen is een quick scan Wet natuurbescherming uitgevoerd (Ecologische quick scan drie locaties Derde Kruisweg te ’s-Gravendeel en Strijen, VanderHelm Milieubeheer B.V., 30 april 2020, nr. GESG20200220).

- 33 -

Uit de ecologische quickscan blijkt dat ter plaatse van de (omgewaaide) schuur en de kas in ’s-Gravendeel geen zwaarder beschermde soorten worden verwacht waarnaar vervolgonderzoek noodzakelijk is. Ter plaatse van de stenen schuur in Strijen kan de aanwezigheid van zwaarder beschermde soorten niet worden uitgesloten. Voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden dient ter plaatse van deze stenen schuur te worden bepaald of zwaarder beschermde soorten (steenuil en kerkuil) binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn, middels een soortgericht onderzoek. Het nader onderzoek is inmiddels ook uitgevoerd (VanderHelm Milieubeheer B.V., 31 augustus 2020, nr. GESG20200405 ESO). Ter plaatse van de schuur langs de Derde Kruisweg te Strijen is een soortgericht onderzoek naar steenuilen en kerkuilen uitgevoerd. Het doel van het onderzoek was het uitsluiten dan wel aantonen van nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van alle onderzochte soorten in het projectgebied. Vervolgens is bepaald of door de werkzaamheden sprake kan zijn van het overtreden van de Wet natuurbescherming en welke vervolgstappen mogelijk noodzakelijk zijn. Op basis van het soortgericht onderzoek is het volgende geconcludeerd: Steenuil - In de omgeving van het projectgebied zijn geen steenuilen waargenomen.

- In het projectgebied zijn geen nesten, rustplaatsen of essentieel leefgebied van de steenuil vastgesteld. Kerkuil - In de omgeving van het projectgebied is een jagende kerkuil waargenomen. - In het projectgebied zijn geen nesten of essentieel leefgebied van de kerkuil vastgesteld. Dit betekent dat er geen ecologische vervolgstappen meer nodig zijn. Dit laat onverlet dat er niet tijdens het broedseizoen gesloopt moet worden en dat de algemene zorgplicht uit de Wet natuurbescherming in acht moet worden genomen. Uit de eerder genoemde ecologische quickscan blijkt verder, dat geen vervolgonderzoek nodig is naar effecten van de werkzaamheden op Natura 2000-gebieden, NNN en beschermd weidevogelgebied. Overigens heeft de ABRvS in rechtsoverweging 16.2 van de al gememoreerde uitspraak geoordeeld, dat de Wet natuurbescherming niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Vanwege recente jurisprudentie moet er ook aandacht worden besteed aan de vraag, of bij een ruimtelijke ontwikkeling er sprake zal zijn van een toename van stikstofdepositie in een Natura 2000 gebied.

- 34 -

In en rondom de gemeente Hoeksche Waard liggen de Natura 2000-gebieden Haringvliet, Hollands Diep, Oudeland van Strijen en Oude Maas. Deze Natura 2000-gebieden zijn niet stikstofgevoelig. Op enige afstand liggen de Biesbosch en Krammer-Volkerak. Die gebieden zijn wel stikstofgevoelig. Het plangebied ligt op meer dan 17 km van het Natura 2000 gebied Krammer-Volkerak en op meer dan 8 km van de Biesbosch. Uit het op onderzoek en praktijkervaring gebaseerde Stroomschema beoordeling WABOaanvragen (versie 5.0, 1 december 20209, OZHZ) blijkt, dat bij de bouw van niet meer dan 1 vrijstaande woning op een afstand van meer dan 3.200 m van stikstofgevoelig Natura2000 gebieden, er geen sprake zal zijn van toename van stikstofdepositie in die gebieden. Conclusie is, dat er geen frictie ontstaat met de natuurwetgeving op het terrein van stikstofdepositie.

plangebied

Figuur 4.2: Natura 2000 gebieden t.o.v. plangebied

Conclusie Dit betekent dat dit onderdeel de planvorming niet in de weg staat.

- 35 -

4.9 Geur Agrarische bedrijven veroorzaken in het algemeen geur vanwege de dierenverblijven, mestbassins en de productie en opslag van voer. Geur kan in de leefomgeving in meer of minder mate hinder veroorzaken en kan om die reden ook gezondheidsrisico's met zich meebrengen. De plangebieden liggen niet binnen een geurcirkel van enig in de omgeving aanwezig bedrijf.

4.10 Archeologische waarden en cultuurhistorie De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ordening is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992). Nederland heeft dit Verdrag ondertekend en goedgekeurd, waarbij de Erfgoedwet de nationale ‘vertaling’ is van het Europese cultuurhistorische beleid. De bescherming van het archeologische erfgoed is in de Erfgoedwet beschreven als een taak van de gemeente. Er dient binnen bestemmingsplannen en bij ruimtelijke onderbouwingen als de onderhavige, aandacht te worden besteed aan archeologische aspecten. Uit het geldende bestemmingplan Landelijk Gebied Binnenmaas blijkt dat voor het plangebied aan de Laan van Heemstede te Puttershoek een middelhoge verwachting geldt voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Bij bodemingrepen waarbij er over een grotere oppervlakte dan 500 m2 grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd, moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. In dit plan gaat het om een oppervlakte van de één woning die ruim minder dan die 500 m2 zal bedragen. Om deze reden is geen archeologisch onderzoek vereist. De archeologische dubbelbestemmingen op de verschillende plangebieden wordt gehandhaafd. Conclusie Dit betekent dat dit onderdeel de planvorming niet in de weg staat.

4.11 Kabels en leidingen Binnen de plangebieden liggen wel diverse kabels en leidingen (nutsleidingen), doch deze zijn planologisch gezien niet relevant.

4.12 Verkeer Het woonperceel aan de Laan van Heemstede wordt ontsloten via die Laan van Heemstede. Het betreft een doodlopende weg die bestemd is voor de ontsluiting van enkele woningen/percelen. Door voorliggend bestemmingsplan komt daar één woning bij. Gelet op de aard en beperkte functie van de weg is het profiel ervan voldoende voor het bereiken van de woning, ook voor hulpdiensten.

- 36 -

Gedurende de bouw van de woning wordt een tijdelijke bouwweg aangelegd in het verlengde van de Laan van Heemstede. Bouwverkeer zal derhalve geen gebruik maken van het laatste gedeelte van de Laan van Heemstede. Er is sprake van een uit verkeerskundig oogpunt aanvaardbare situatie. De ABRvS heeft in rechtsoverweging 14.2 van de uitspraak van 24 april 2019 hetzelfde geconcludeerd. Op eigen terrein is er bij de woning voldoende ruimte voor het parkeren van ten minste 3 auto’s.

- 37 -

5. Juridische toetsing 5.1 Juridische planopzet Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Per 1 januari 2010 is het verplicht bestemmingsplannen geheel digitaal op te stellen en vast te stellen. Het bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).

5.2 Bestemmingswijzer 5.2.1. Inleidende regels. Begrippen (artikel 1) en Wijze van meten (artikel 2) De begrippen die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen, worden in artikel 1 nader gedefinieerd. Bij toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel opgenomen definities van de begrippen. Naast begrippen zijn in het bestemmingsplan hoogte- en andere maten opgenomen die van belang zijn bij het bouwen van bouwwerken. Artikel 2 van de regels geeft een nadere omschrijving hoe de bedoelde maten gemeten moeten worden. 5.2.2 Bestemmingsregels De bestemming ‘Agrarisch’ is gelijk aan de bestemming zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Binnenmaas’. De bestemming is van toepassing op het overblijvende perceel Oud Bonaventurasedijk 83 te Maasdam, de locatie Derde Kruisweg 1 te ’s-Gravendeel en de Derde Kruisweg (ong.) te Strijen. Het bestemmingsplan staat niet toe dat er op deze gronden bebouwing wordt opgericht. Binnen het plangebied is de bestemming 'Wonen – verspreide woningen' opgenomen.

De voor ‘Wonen – verspreide woningen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: - maximaal één woning per bestemmingsvlak; - maximale inhoud woning 877 m3 voor wat betreft de locatie Laan van Heemstede te Puttershoek en 775 m3 voor de locatie Oud-Bonaventurasedijk 83 te Maasdam; - mantelzorg in de woning; - aan huis verbonden beroepen, uitsluitend in de bestaande gebouwen met een vloeroppervlakte van maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en bijgebouwen tot maximaal 50 m2 per woning; - aan huis verbonden bedrijven, uitsluitend in de bestaande gebouwen met een vloeroppervlakte van maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en bijgebouwen tot maximaal 50 m2 per woning; - bed & breakfast in de woning en bijgebouwen. De woning aan de Laan van Heemstede te Puttershoek mag pas worden gebouwd als de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aan de Oud-Bonaventurasedijk 83 te Maasdam, de Hoeksedijk 58 te Maasdam, de Derde Kruisweg 1 te ’s-Gravendeel en de Derde Kruisweg (ong.) te Strijen is gesloopt (de kassen aan de Oud-Bonaventurasedijk 83 te Maasdam zijn al gesloopt).

- 38 -

Tevens moet er sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing met streekeigen beplanting. In de regels is via een voorwaardelijke verplichting bepaald, dat voordat de woning aan de Laan van Heemstede in gebruik wordt genomen, het perceel landschappelijk worden ingepast met streekeigen beplanting, overeenkomstig het uitgewerkte landschappelijke tuinontwerp dat als bijlage bij zowel de regels als de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen. Gelet op de gedetailleerdheid van het tuinontwerp en de in de regels aangebrachte juridische koppeling, is er voldoende zekerheid over de landschappelijke inpassing van de woning. Deze landschappelijke inpassing moet ook in stand worden gehouden. Daarnaast wordt er een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische verwachting middelhoog 1' opgenomen, dit ter bescherming van de archeologische waarden in het gebied. 5.2.3 Algemene regels. Antidubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Kortweg komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren. Algemene bouwregels. Naast de bouwregels die opgenomen zijn in hoofdstuk 2 van de planregels, gelden er aanvullende algemene bouwregels. De algemene bouwregels hebben betrekking op alle bestemmingen die binnen dit bestemmingsplan zijn opgenomen. Algemene gebruiksregels. In dit artikel staat omschreven wat binnen de bestemmingsregeling, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van de planregels, onder strijdig gebruik wordt verstaan. Algemene afwijkingsregels. Dit artikel is opgenomen om ondergeschikte afwijkingen van het bestemmingsplan met een algemene bevoegdheid mogelijk te maken. De regeling voorziet in een duidelijke begrenzing van het toepasbaar bereik van de afwijking. Overgangsrecht. Het overgangsrecht ten aanzien van het bouwen staat verwoord in artikel 21.1 Wro. Dit artikel is, rekening houdend met de terminologie uit de Wabo, één op één overgenomen in dit bestemmingsplan.

Een bouwwerk dat op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt aanwezig is, dan wel planologisch mogelijk is en afwijkt van het plan, mag gedeeltelijk worden vernieuwd, veranderd of in het geval van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd.

- 39 -

De aard van het gebouw mag hierbij niet veranderen en ook mag de omvang niet worden vergroot. Eventuele uitbreiding is slechts mogelijk met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag. Het voorgaande geldt niet voor bouwwerken die weliswaar bestaan op het moment van inwerkingtreding van het maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd zijn met het hiervoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan. Het tweede lid gaat in op het gebruik van (on)bebouwde gronden en bouwwerken, dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit bestemmingsplan in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Ander strijdig gebruik is niet toegestaan. Slotregel. Het laatste artikel van het bestemmingsplan betreft de slotregel, waarin de naam, zoals de regels aangehaald kunnen worden, is opgenomen.

5.3 Handhaving De gemeente Hoeksche Waard is belast met het toezicht op de uitvoering van de bouwwerkzaamheden overeenkomstig het bepaalde in dit bestemmingsplan. Bij de opstelling van de bouwregels is de bestemmingsplansystematiek van het bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas in acht genomen.

- 40 -

6. Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Het bouwplan omvat de herinrichting van een agrarisch gebied met gebruikmaking van de ruimte voor ruimte regeling. De plangebieden liggen in het landelijk gebied van Puttershoek, Maasdam, ’s-Gravendeel en Strijen (alle gemeente Hoeksche Waard). Met de initiatiefnemer is een zogenaamde anterieure exploitatieovereenkomst afgesloten. Dit betekent dat het kostenverhaal is verzekerd. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro te worden vastgesteld. De realisering van het plan wordt verzorgd door initiatiefnemers. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overeenkomstig artikel 3.1.1. van het Besluit op de ruimtelijke ordening zal er met de betrokken maatschappelijke instanties vooroverleg worden gevoerd.

- 41 -

7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro/zienswijzen 7.1 Vooroverleg In het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1. van het Bro is overleg gevoerd met de overheidsinstanties. De overheidsinstanties hebben afgezien om een reactie in te dienen. Gesteld kan worden dat de belangen van de overheidsinstanties niet geschaad zullen worden. 7.2 Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft van 14 oktober tot en met 24 november 2021voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn drie zienswijzen ontvangen. In de Nota beantwoording zienswijzen is op deze zienswijzen ingegaan. De zienswijzen hebben gedeeltelijk aanleiding geven om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. De aanpassing heeft betrekking op het toevoegen van de volledige landschappelijke inpassing in de bijlagen van de plantoelichting en de regels van het bestemmingsplan.

- 42 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12235993/1