Beschikking Wnb Keizersdijk 82 te Strijen - Beschikking
Tekst van het document
omgev¡ngsd¡enst
HAAGLANDEN
Bezoekadres
Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres
Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 89902 E vergunningen@odh.nl I www.odh.nl
Zaaknummer
0051 3835
Ons Kenmerk Datum
oDH-2018-00117867
2 3 om. rnln
Beschikking Wet natuurbescherming - Soortenbescherming Onderwerp Op 23 maart 2018 hebben wij een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming ontvangen. De aanvraag heeft betrekking op het slopen van de bestaande woning met schuur en opstallen aan de Keizersdijk 82 te Strijen en deze vervangen door nieuwbouw. De aanvraag betreft het opzettelijk vernielen van nesten van de kerkuil en steenuil. Ontheffing wordt gevraagd van het overtreden van de verbodsbepalingen zoals genoemd in:
artikel 3.1, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, voor wat betreft het opzettelijk vernielen van nesten of rustplaatsen van de kerkuil (Tyto alba) en steenuil (Athene noctual. De ontheffing wordt gevraagd voor de periode van 15 augustus 2018 tot en met 15 augustus 2019
Besluit Wijbesluiten:
l. ll. lll.
de aangevraagde ontheffing te verlenen;
de voorschriften 1 tot en met 9 te verbinden aan deze ontheffing; de aanvraag van23 maart 2018 en de aanvullingen van 6 augustus 2018 onderdeelte laten zijn van deze ontheffing;
lV. dat deze ontheffing geldig is vanaf de datum van dit besluit tot en met 15 augustus 2019. Onderteken¡ng Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor
ing. L. H n Hoofd T & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden
omgcv¡ngsdienst HAAGLA]UDE]U Rechtsmiddelen Voor de mogelijkheid rechtsmiddelen aan te wenden tegen doze beschikking wijzen wij op de desbetreffende tekst in het begeleidende schrijven.
2110
omgev¡ngsdienst
HAAGLANDEN VOORSCHRIFTEN
1 De ontheffinghouder dient: - de start van de werkzaamheden schriftelijk te melden; - het ecologisch werkprotocol op te sturen; - eventuele wijzigingen gedurende de uitvoering een week van te voren schriftelijk te melden; - de beëindiging van de werkzaamheden uiterlijk één week van te voren te melden. Voorgaande meldingen dienen gericht te worden aan Unit Groen Bodem en Opsporing van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Postbus 550, 3300 AN te Dordrecht, telefoonnummer 0787708585, e-mailadres meldingwnb@ozhznl onder vermelding van flora en fauna.
2 De ontheffinghouder is ervoor verantwoordelijk dat zijn personeel of derden welke betrokken zijn bij de uitvoering van het project, op de hoogte zijn van de voorschriften in deze ontheffing en de maatregelen in het activiteitenplan. Hiervoor dient egn ecologisch werkprotocol te worden opgesteld, waarin in ieper geval het volgende dient te worden opgenomen: de voon¡vaarden zoals opgenomen in deze ontheffing; aanduiding van de locatie van het plangebied; de uit te voeren werkzaamheden; de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden; de mitigerende en compenserende maatregelen; de momenten waarop ecologische begeleiding ingeschakeld wordt.
a b c d e f
3 Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing en het ecologisch werkprotocol op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren.
4
De werkzaamheden dienen ecologisch begeleid te worden door een deskundigel op het gebied van de kerkuilen steenuil.
5
De ontheffinghouder dient, met inachtneming van de voorschriften in deze ontheffing, de maatregelen uit te voeren zoals beschreven in het rapport 'Activiteitenplan beschermde soorten Wnb Keizersdijk 82 te Strijen' van 20 maart 2018.
6
lndien een of meerdere in voorschrift 5 genoemde maatregelen onverhoopt niet uitvoerbaar zijn, dient hiervoor een minimaal gelijkwaardige maatregel voor wat betreft de functionaliteit en effectiviteit te worden getroffen.
1 Onder een deskundige wordt verstaan:
. c . c
. c
Hijlzij heeft een afgeronde hbo- of universitaire opleiding, met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; Hijlzij heeft een afgeronde mbo-opleiding, met als annaartepunt de flora en fauna, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; Hijlzij is werkzaam voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; Hijlzij is als ecoloog of adviseur/specialist ecologie werkzaam voor een (semi)overheidsinstantie zoals het Ministerie van Economische Zaken, het M¡nisterie van Defensie, Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf provincies, waterschappen, hoogheemraadschappen, gemeenten, omgevingsdiensten en drinkwaterbedrijven; Hillzij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de soortenbescherming en is werkzaam of aangesloten bij de volgende Nederlandse organisaties: Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, lVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landel¡jk gebied; Hijlzij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de monitoring en/of bescherming van desbetreffende beschermde soorten.
3110
omgevingsdienst
HAAGLANDEN 7
Uiterlijk drie maanden voordat de in voorschrift 6 bedoelde maatregel wordt uitgevoerd, dient deze ter goedkeuring aan de Omgevingsdienst Haaglanden te worden overgelegd, e-mailadres verqunninqen@odh.nl.
B
De tijdelijke kasten moeten functioneel zijn voor de periode tot de nestkasten in de nieuwbouw gerealiseerd zijn. Dit houdt in dat de kasten minimaal eens per jaar gecontroleerd dienen te worden op de functionaliteit en dat indien nodig - de functionaliteit van de kast hersteld wordt.
-
9
De permanente voorzieningen dienen functioneel te zijn. Deze dienen in ieder geval tijdens de periodieke onderhoudscontrole van het gebouw gecontroleerd en beoordeeld te worden op hun functionaliteit. lndien blijkt dat de voorziening niet meer functioneel is, dient er voor gezorgd te worden dat de voorziening weer functioneel is.
AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK Voor alle soorten - beschermd én onbeschermd - geldt de zorgplicht ex artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan dient zoveel als redelijkerwijs mogelijk is schade aan deze
. .
soorten te worden voorkomen. Gedurende de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Verstoring van broedgevallen van vogels dient te worden voorkomen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode.
4110
omgevingsd¡enst
HAAGLANDEN OVERWEGINGEN
Aanleiding Op 23 maart 2018 hebben wij een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (hierna:Wnb) ontvangen. De aanvraag heeft betrekking op het slopen van de bestaande woning met schuur en opstallen aan de Keizersdijk 82 te Strijen en deze vervangen door nieuwbouw. De aanvraag betreft het opzettelijk vernielen van nesten van de kerkuil en steenuil. Ontheffing wordt gevraagd van het overtreden van de verbodsbepalingen zoals genoemd in: artikel 3.1, tweede lid, van de Wnb, voor wat betreft het opzettelijk vernielen van nesten of rustplaatsen van de kerkuil (Tyto alba) en steenuil (Athene noctua). De ontheffing wordt gevraagd voor de periode van 15 augustus 2018 tot en met 15 augustus 2019.
gevoegd:
: Bij de aanvraag ztjn de volgende stukken Activiteitenplan beschermde soorten Wnb Keizersdijk 82 te Strijen, Elzerman Ecologisch Advies, rapport 2017 -At07, 20 maart 201 8; Gemeente Strijen, Ruimtelijke onderbouwing Nieuwbouw bedrijfsbebouwing en bedrijfswoning Keizersdijk 82 Strijen, Juridisch Planologisch Adviesbureau R3, september 2017.
-
-
Op 6 augustus 2018 is het volgende stuk ontvangen: Brief 'Verzoek om aanvullende informatie, Keizersdijk 82 te Strijen', Elzerman Ecologisch Advies, kenm erk 2O1 7 07 I "Wn b-ontheffi ng Keizersd ij k Strijen", 6 augustus 20 I 8.
-
Procedure Titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5.1 van de Wnb zijn toegepast op deze beschikking Doordat de aangeleverde gegevens onvolledig waren, is op 11 juli 2018 verzocht om aanvullende gegevens en is de procedure opgeschort. De procedure is op 6 augustus 2018 hervat.
Verlenging Met toepassing van artikel 5.1 , tweede lid, van de Wnb hebben wij op 22 juni 2018 de termijn voor de afhandeling van de aanvraag met zeven weken verlengd. Bevoegd gezag De handeling wordt verricht binnen de provincie Zuid-Holland. Gelet op de bepalingen in artikel 1.3 van de Wnb zijn wij bevoegd gezag voor de beoordeling van de aanvraag.
Toetsingskader en grondslag beschikking De aanvraag voor de kerkuil en steenuil is getoetst aan de artikelen 3.1 tot en met 3.3 van de Wnb en de Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland. De kerkuil en steenuil zijn van nature in Nederland in het wild levende vogels en beschermd op grond van artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van artikel 3.1, tweede lid, van de Wnb is het verboden: opzettelijk nesten of rustplaatsen van de kerkuil en steenuil te vernielen
-
Op grond van artikel 3.3, vierde lid, van de Wnb wordt een ontheffing slechts verleend indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat;
-
5/10
omgevingsdienst
HAAGLANDEN de ontheffing nodig is omdat een van de belangen genoemd in artikel 3.3, vierde lid, onder b van de Wnb aan de orde is; en de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de soort.
Beoordeling Aanvraag Op een agrarisch perceel in de gemeente Strijen wordt de huidige bebouwing vervangen door nieuwbouw. Hierbij zal het gebruik van het erf niet veranderen. Op het erf staan momenteel een woning met grote schuur en overige opstallen. De overige opstallen bestaan uit drie overkappingen en een kleine schuur. De gebouwen worden gebruikt als opslag- en bedrijfsruimte voor stro en diervoeders. Verder is aan de zuidkant van het erf nog een kleine schapenstal. De nieuwbouw bestaat uit een woning met bedrijfsgebouw met hetzelfde gebruik als in de huidige situatie. Het oppervlak aan bebouwd gebied wijzigt niet ten opzichte van de huidige 1400 m2. De nieuwbouw krijgt ook dezelfde situering als in de huidige situatie. De sloop van de gebouwen en het bouwrijp maken van het plangebied worden uitgevoerd tussen september 2018 en januari 2019. Met de huidige situatie is het haalbaar om de nieuwbouw op te leveren voor de start van het broedseizoen in 2019. Overtreding verbodsbepaling(en) De aanwezigheid van nestlocaties van de kerkuil en steenuil in het plangebied zijn bekend geworden door inventarisaties van het Hoekschewaards Landschap. De uilenwerkgroep brengt aljaren de nestlocaties van uilen in de Hoeksche Waard in kaart. Op 14 maart2017 is een controlebezoek gebracht aan het plangebied.
Hierbijwerd aan het begin van de avond een steenuilwaargenomen en is zijn territoriumroep gehoord. ln de grote schuur heeft de steenuil gebroed in de nok van het dak. ln de wintermaanden aan het einde van het jaar werd af en toe een steenuil zittend onder de oostelijke overkapping op het terrein gezien. De kerkuil is ook op 14 maart 2017 waargenomen. Al langer was bekend dat de soort in het plangebied broedde. De kerkuil heeft in het dak aan de voorzijde van de schuur achter het woonhuis gebroed. ln de schuur lagen verspreid over de grond diverse braakballen. Als gevolg van sloop gaan deze twee nestlocaties verloren en wordt het in artikel 3.1, tweede lid, van de Wnb genoemde verbod overtreden.
Voorgestelde maatregelen Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de kerkuil en steenuil tot een minimum te beperken worden maatregelen zoals beschreven in hoofdstuk 4 van 'Activiteitenplan beschermde soorten Wnb Keizersdijk 82 te Strijen'van 20 maart 2018 voorgesteld. De sloop van de gebouwen en het bouwrijp maken van het plangebied worden uitgevoerd tussen september 2018 en januari 2019. Dit is de minst kwetsbare periode voor de kerkuil en steenuil. Voorafgaand aan de sloop worden de gebouwen door een deskundig ecoloog gecontroleerd op aanwezigheid van de uilen. lndien er aanwijzingen voor een broedgeval zijn (dit is mogelijk bij de kerkuil in de voorgenomen sloopperiode), dan wordt de sloop uitgesteld tot het moment dat de jongen uitgevlogen zijn. Wanneer geen sprake is van een broedgeval van de kerkuil worden de gebouwen een week voorafgaand aan de start van de werkzaamheden van binnen fel verlicht. Dit maakt de gebouwen onaantrekkelijk om in te nestelen voor
de kerkuilen steenuil. ln de directe omgeving van het plangebied zijn in februari2018 twee kerkuilen-nestkasten opgehangen. Deze nestkasten dienen als alternatieve nestplaats gedurende de werkzaamheden en kunnen hier bovendien permanent blijven hangen. Een kerkuil die eenmaal een nestkast in gebruik heeft genomen, hoeft dan niet nogmaals na oplevering van de nieuwbouw te verhuizen naar een andere locatie.
6110
omgev¡ngsdienst
HAAGLANDEN ln de directe omgeving van het plangebied zijn ook twee steenuilen-nestkasten opgehangen. De locaties van de nestkasten zijn dusdanig gekozen dat ze hier permanent kunnen blijven hangen. Bij de plaatsing is zoveel mogelijk rekening gehouden met bestaande territoria en potentiële, onbezette locaties. De alternatieve nestkasten zijn voor maart 2018 geplaatst om de steenuilen voldoende tijd te gunnen de nestkasten te vinden. De nieuwe schuur wordt opgebouwd uit sandwichpanelen, waarbij aan de achtergevel in de nok een gat wordt gemaakt waar aan de binnenzijde een nestkast voor de kerkuil wordt bevestigd. De uitstraling van verlichting vanuit de nieuwbouw naar de omgeving wordt tot een minimum beperkt. Rondom de gebouwen wordt het terrein groen ingericht. Een houtsingel, enkele bomen en een schapenweide zorgen voor een kleinschalig landschap dat aansluit bijde omgeving. Voor de steenuil wordt aan de buitenzijde van de schapenstal onder een overstek een nestkast opgehangen Het terrein wordt groen ingericht met een houtsingel en enkele solitaire fruitbomen. Langs de watergang aan de oostrand van het erf worden enkele (knot)wilgen aangeplant. Het gebiedsgebruik wijzigt niet ten opzichte van de huidige situatie. De werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecoloog met kennis van kerkuilen en steenuilen.
Staat van instandhouding Kerkuil Bijde plaatsing van de uilenkasten is zoveel mogelijk rekening gehouden met bestaande territoria en potentiële, onbezette locaties. Voorafgaand aan de werkzaamheden zijn drie nestkasten geplaatst, twee geschikt als broedlocatie en één als schuilplek. De eerste nestkast is geplaatst in het gebouw van het Waterschap Hollandse Delta, ten noorden van het plangebied. Hier was nog geen territorium van kerkuilen bekend, maar de binnenruimte van de schuur is wel voor de soort bereikbaar. Een tweede nestkast is op een paal geplaatst. Dit vormt een aanvullende schuilplek in de omgeving. De derde locatie betreft een schuur, waarin regelmatig gebroed wordt door kerkuilen. Waarschijnlijk betreft dit hetzelfde broedpaar als in het plangebied. Gezien het feit dat deze locatie niet beïnvloed wordt door de werkzaamheden vormt dit ook een alternatieve broedplaats voor de kerkuilen. Het jachtgebied van kerkuilen strekt zich uit over enkele kilometers rondom de nestplaats. Hiermee vormt de hele omgeving van het plangebied leefgebied voor de uilen. Het grootste deel van het territorium, te weten de omgeving van het plangebied, wordt niet aangetast. Slechts een klein deel van het gehele leefgebied wordt tijdelijk ongeschikt.
De (voor zover bekend) toegankelijke schuren en loodsen, die geschikt zijn als potentiële broedplaats, zijn meegenomen in de keuze voor de huidige alternatieve nestkasten. Ter overbrugging van de werkzaamheden worden alternatieve verblijfplaatsen aangeboden buiten de invloedssfeer van de activiteiten om uitwijkmogelijkheden in de directe omgeving te bieden. lndien de kerkuilen de nieuwe "tijdelijke" nestkasten verkiezen boven het alternatief dat in de nieuwbouw gerealiseerd wordt, dan is dit mogelijk. Deze worden na de realisatie van de nieuwbouw niet verwijderd, waardoor het territorium meer geschikte broedplaatsen biedt dan in de huidige situatie. ln de nieuwbouw wordt in de nieuwe schuur aan de achtergevel in de nok een gat gemaakt waar aan de binnenzijde een nestkast wordt bevestigd. De uilenwerkgroep van het Hoekschewaards Landschap heeft hier al positieve ervaring mee opgedaan op een andere locatie in de Hoeksche Waard. De uitstraling van verlichting vanuit de nieuwbouw naar de omgeving wordt tot een minimum beperkt. Rondom de gebouwen wordt het terrein groen ingericht. Het erf wordt ingericht met een houtsingel, enkele bomen en een schapenweide. Dit zorgt voor een kleinschalig landschap dat aansluit bij de omgeving. Het gebiedsgebruik en de inrichting van het erf wijken niet veel af van de huidige situatie.
ln de nieuwe situatie kan het plangebied dan ook weer onderdeel uitmaken van het leefgebied van de kerkuilen. Na een slechte periode in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, is de landelijke populatie kerkuilen zich weer aan het herstellen. Het aantal broedparen kerkuilen neemt de laatste jaren lineair toe in
7t10
omgevingsd¡enst
HAAGLANDEN de provincie Zuid-Holland, met in 2016122 geregistreerde broedparen, waarvan circa 30 in de Hoeksche Waard. Het verlies van één broedlocatie op de totale populatie is zo gering dat het de landelijke en provinciale gunstige staat van instandhouding niet in gevaar brengt. Op regionaal niveau zal het effect ook beperkt zijn gezien de flexibiliteit van de soort en het feit dat nog steeds nieuwe broedlocaties in gebruik worden genomen. Door het zorgen voor nieuwe, permanente broedgelegenheid binnen het huidige territorium is de verwachting dat het broedpaar geen langdurige hinder ondervindt van de werkzaamheden Steenuil ln de directe omgeving van het plangebied zijn twee steenuilen-nestkasten opgehangen. Bijde plaatsing is zoveel mogelijk rekening gehouden met bestaande territoria en potentiële, onbezette locaties. De eerste alternatieve nestkast is in april 2017 geplaatst op het naastgelegen erf. ln 2018 heeft het paartje hier reeds gebroed. Een tweede nestkast is in februari20lS geplaatst in een boom in de paardenweiaan de overkant van de Hoekseweg, ten zuiden van het plangebied. Een derde nestkast is ten noorden van het plangebied opgehangen, op het erf aan de Keizersd|k 163. Hier is een oude nestkast vervangen door een nieuwe. Voorheen was hier een territorium van steenuilen bekend, maar de laatste jaren is onduidelijk of deze locatie nog gebruikt wordt.
Mogelijk behoort het erf tot het territorium van de steenuilen van het plangebied, maar dat is niet bekend. Om deze reden wordt deze locatie niet volwaardig meegeteld als alternatieve nestplaats. Desalniettemin is het aannemelijk is dat het paartje deze nestkast kan gebruiken. De andere twee aangeboden alternatieven zijn op korte afstand van de huidige nestlocatie gepositioneerd. ln de eerste nestkast is dit jaar al gebroed, wat betekent dat deze nestkast al door het paartje geschikt is bevonden. Het jachtgebied van de steenuil strekt zich uit over enkele honderden meters rondom de nestplaats, waarmee de hele omgeving van het plangebied leefgebied vormt voor de uilen. Sommige erven binnen het jachtgebied kunnen ongeschikt zijn om te broeden, maar wel geschikt om te jagen. Tijdens de werkzaamheden wordt slechts een klein deelvan het leefgebied ongeschikt, de situatie van het leefgebied blijft voor het overige ongewijzigd. Door het aanbieden van alternatieve nestkasten op korte afstand (waarvan er één al gebruikt is door het paartje) kan worden aangenomen dat er voldoende uitwijkmogelijkheden in de directe omgeving voorhanden zijn, waarmee de functie als leefgebied niet in het geding komt. De nieuw te bouwen schuur biedt geen broedgelegenheid voor de steenuil. Daarom wordt aan de buitenzijde van de schapenstal onder een overstek een nestkast opgehangen.
Om de alternatieve nestlocaties succesvol te laten zijn dient de omgeving van voldoende kwaliteit te zijn, met name op de aspecten voedselaanbod en beschutting. Hierin wordt voorzien door het terrein groen in te richten met een houtsingel en enkele solitaire fruitbomen. De houtsingel bestaat uit gebiedseigen soorten. Langs de watergang aan de oostrand van het erf worden enkele (knot)wilgen aangeplant. Een deel van het erf blijft de functie als schapenweide behouden. Mogelijk worden in de toekomst enkele paarden gehouden. De aanwezigheid van deze dieren is belangrijk, omdat de insecten en regenwormen die ze aantrekken een voedselbron vormen voor de steenuil (Landschapsbeheer Nederland, 2009). Het gebiedsgebruik en de inrichting van het erf wijken niet veel af van de huidige situatie. ln de nieuwe situatie kan het plangebied dan ook voor de steenuilen weer onderdeel uitmaken van het leefgebied. De broedpopulatie steenuilen is in Nederland in de jaren negentig flink afgenomen. Sinds 2000 is de broedpopulatie in omvang ongeveer gelijk gebleven. De aantalsontwikkelingen verschillen echter per regio. ln 2009 werd het aantal broedparen in de Hoeksche Waard geschat op 25 stuks. Sindsdien is het aantal territoria stabiel tot enigszins toenemend.
Met toepassing van de beschreven maatregelen is de venrvachting dat de steenuilen geen langdurige hinder zullen ondervinden van de werkzaamheden. Ze hebben uitwijkmogelijkheden voorafgaand aan de werkzaamheden. Bovendien wordt broedgelegenheid toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie. De kasten die ter overbrugging van de werkzaamheden zijn geplaatst, kunnen zo lang deze geschikt blijven door de soort gebruikt worden. Daarnaast kan het broedpaar in de nieuwe situatie ook weer binnen het plangebied terecht.
Extra voorschriften 8/1 0
omgevingsdienst
HAAGLANDEN De tijdelijke kasten moeten in ieder geval functioneel zijn voor de periode waarvoor deze worden ingezet, namelijk totdat de alternatieven in de nieuwbouw gereed zijn. Dit houdt in dat de kasten minimaal eens per jaar worden gecontroleerd op de functie waarvoor deze zijn aangebracht. lndien blijkt dat een kast niet meer functioneel is, bijvoorbeeld omdat de vliegopening niet meer bereikbaar is als gevolg van obstakels, of omdat de kast dusdanig vervuild is dat deze niet gebruikt wordt, of omdat door nieuwe lichtbronnen de kast niet gebruikt wordt, dient er voor gezorgd te worden dat de kast weer functioneel is. Wij hebben dit in voorschrift I opgenomen. Ook de permanente voorzieningen moeten functioneel zijn. De controle en beoordeling hiervan dient in ieder geval te worden meegenomen in de periodieke onderhoudscontrole van het gebouw. Dit hebben wij in voorschrift 9 opgenomen. Conclusie Op grond van het vorenstaande zijn wij van mening dat de maatregelen, met inachtneming van de voorschriften, voldoende zijn om negatieve effecten te voorkomen dan weltot een minimum te beperken en dat de sloop en nieuwbouw ter plaatse niet leidt tot verslechtering van de instandhouding van de kerkuil en steenuil.
Ecologisch werkprotocol De start van de werkzaamheden dient gemeld te worden bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. De werkzaamheden en de wijze waarop de maatregelen worden uitgevoerd dienen in een ecologisch werkprotocolte worden opgenomen. Dit protocol dient bij het melden van de start van de werkzaamheden meegestuurd te worden. Voorts dient het protocol op de locatie aanwezig te zijn. Hierdoor weten ook de uitvoerders op welke wijze de werkzaamheden zorgvuldig moeten worden uitgevoerd. Wij hebben dit in de voorschriften l, 2 en 3 vastgelegd. Belangenonderbouwing De ontheffing is aangevraagd op grond van het belang'volksgezondheid en openbare veiligheid'. De woning en de schuur verkeren in een slechte staat. De muren zijn verzakt en vertonen scheuren. Met name de aantasting van de houten constructie door lekkages, houtrot, houtworm en op een aantal plaatsen boktor vormen een risico, waardoor vervanging noodzakelijk is. Zonder vervanging zal de constructie op den duur instorten met alle gevolgen van dien. Een ander groot probleem wordt gevormd door het dak met asbestplaten. Het dak is meer dan dertig jaar geleden aangebracht, waardoor het asbest aan het einde van de levensduur is. Daarnaast zijn de dakplaten onderhevig aan verwering door het weer. Hierdoor wordt het materiaal broos, wat te zien is aan het dak.
Recente stormen hebben de schade aan het dak toegebracht en daarmee het risico van afwaaiende (delen van) platen vergroot. Door het inademen van losse asbestvezels kan na lange tijd long-, longvlies-, of buikvlieskanker ontstaan. Nu de aanwezige dakplaten in zodanige slechte staat verkeren, zullen ongetwijfeld asbestvezels vrijkomen. Dit vormt een risico voor de bewoners en omwonenden. Gelet op het voorgaande zijn wij van oordeel dat het belang 'volksgezondheid en openbare veiligheid' voldoende onderbouwd is om de effecten op de kerkuil en steenuil, die als gevolg van de uitvoering van de activiteit zullen optreden, te rechtvaardigen.
Geen andere bevredigende optossing Het project is locatiegebonden vanwege de sloop van de in slechte staat verkerende bebouwing. De bouw van een schuur elders op het ert zou voor een directe aantasting van het leefgebied van de uilen zorgen, omdat er verdichting zou optreden. Dit komt beide uilensoorten niet ten goede. De optie om buiten het plangebied te zoeken naar een alternatieve locatie betekent een verhuizing van de agrarische activiteiten, terwijl het huidige gebiedsgebruik mede bijdraagt aan de geschiktheid van het plangebied voor de uilen. De opslag van stro en diervoeder trekt muizen aan die een prooi vormen voor de uilen. Ook de aanwezigheid van de schapen draagt hier aan bij. Bovendien bieden de gebouwen broedgelegenheid. De keuze voor een andere locatie zal dan ook niet direct leiden tot een minder nadelig effect op de nestgelegenheid van de
9/10
omgevingsd¡enst
HAAGLANDEN uilen
Zoals hierboven beschreven, is bij de inrichting van het plangebied uitdrukkelijk rekening gehouden met de uilen. De bebouwing wordt in omvang vergelijkbaar met de bestaande situatie en wordt gesitueerd in hetzelfde gedeelte van het plangebied als in de huidige situatie. Een groter oppervlak aan bebouwing zou ten nadele van de uilen zijn. Minder bebouwing is niet mogelijk vanwege de omvang van de agrarische onderneming. Qua planning is er ook rekening gehouden met de kerkuil en steenuil. De start van de sloop is gepland voor het einde van het broedseizoen. De kans dat een steenuil in september nog broedt is zeer gering. Voor de kerkuil is deze kans afhankelijk van de muizenstand. Door kort voor aanvang van de werkzaamheden uit te sluiten dat er gebroed wordt kan verstoring van het broedgeval voorkomen worden. ln dat geval worden de werkzaamheden uitgesteld. De mogelijkheid om later in het jaar, buiten het broedseizoen, te starten met de werkzaamheden is voor de uilen minder gunstig, omdat dit tot gevolg heeft dat de nieuwbouw op een later moment gerealiseerd is. Hierdoor komt de nieuwe, permanente broedplaats ook op een later moment beschikbaar. Met de huidige situatie is het haalbaar om de nieuwbouw op te leveren voor de start van het broedseizoen in 2019. Het is praktisch gezien niet mogelijk om te faseren.
Het verwijderen van de asbestplaten is op korte termijn noodzakelijk. Door het verwijderen van het dak zal de stabiliteit van de houten constructie en de muren echter verslechteren, waarmee het risico op instorting wordt vergroot. Bovendien wordt hiermee de schuur direct ongeschikt voor beide uilen. Een fasering van de werkzaamheden leidt bovendien voor een langere periode van verstoring. Dit is ook ten nadele van beide uilensoorten. Gelet op de noodzaak en wijze van uitvoering zijn wij van mening dat er voldoende is aangetoond dat geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Door de gekozen wijze en periode van uitvoering, wordt schade aan de kerkuil en steenuil zoveel mogelijk voorkomen.
Samenhangende besluiten Er kunnen nog andere bepalingen van kracht zijn, op grond waarvan vergunningen, toestemmingen, ontheffingen of meldingen benodigd zijn om de gevraagde activiteit te kunnen uitvoeren. Hiervoor is de gemeente Strijen bevoegd gezag.
Conclusie Op grond van het vorenstaande kan de gevraagde ontheffing op grond van artikel 3.3, eerste lid, van de Wnb worden verleend.
10/10