Beantwoording vragen GroenLinks en P&R inzake initiatiefvoorstel armoedebeleid PvdA fractie
Tekst van het document
PvdA Fractie
Beantwoording van de (technische) vragen naar aanleiding van de presentatie van het Initiatiefvoorstel Beleidsplan Armoede Gemeente Hoeksche Waard 2020-2024
Vragen van GroenLinks, Astrid Butter Welk achterhaald instrumentarium werkt niet? De opmerkingen over het achterhaalde instrumentarium betreffen vooral de Schulddienstverlening. De Eerste Kamer heeft op 23 juni vorig jaar ingestemd met een wijziging in de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs). De wijziging geeft gemeenten de mogelijkheid om gegevens van burgers met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met woningcorporaties, energieen drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars. Hierdoor krijgen gemeenten mensen met schulden tijdig in beeld en kunnen zij schuldhulpverlening aanbieden. De wetswijziging gaat op 1 januari 2021 in. Naar schatting hebben 1,4 miljoen huishoudens in Nederland problematische schulden of lopen het risico daarin te belanden. De verwachting is dat deze aantallen zullen toenemen als gevolg van de coronacrisis. Gemiddeld lopen mensen vier tot vijf jaar rond met financiële problemen voordat ze aan de bel trekken, waardoor schulden hoog kunnen oplopen. Na de wetswijziging mogen hulpverleners op basis van signalen over betalingsachterstanden uit eigen beweging schuldhulp aanbieden. Schulden kunnen zo vroeger gesignaleerd en aangepakt worden.
Hoewel de wijziging van de Wgs al in juni vorig jaar werd vastgesteld en al lang daarvoor bekend was wat daarvan de inhoud zou zijn, heeft de gemeente Hoeksche Waard besloten het beleidsplan Schulddienstverlening uit te stellen tot 1 juli 2021. Dat vindt de PvdA onbegrijpelijk. Zij heeft daarom ook tegen gestemd omdat dit betekent dat een van de belangrijkste pijlers van een armoedebeleid niet in lijn is gebracht met de wetgeving. Los daarvan moet Schuldhulpverlening zich richten op het gesprek aangaan over financiële problemen zonder schaamte, meer voorkomen van schulden, meer aandacht voor kwetsbare mensen en de menselijke maat. Daarin kan de gemeente volgens de PvdA nog veel meer doen. Waarin precies schiet de gemeente nu tekort en helpt het de inwoners concreet niet? (In okt. was een argument van het college om huidig beleid voort te zetten o.a omdat dit juist mogelijkheden en ruimte gaf om alle hulpvragende doelgroepen te helpen. Van nieuwe wetgeving was dit nog niet duidelijk). Armoedebeleid is mede gebaseerd op de Participatiewet. Er is geen wet Armoedebeleid. Alles wat op dit terrein gebeurt is uitvloeisel van deze wet en de Wgs. Tot dusver was er in Hoeksche Waard geen beleid waarop de bestrijding van armoede is gebaseerd. Het Initiatiefvoorstel geeft een indringende aanzet tot het vaststellen van een armoedebeleid.
PvdA Fractie Met betrekking tot de Participatiewet is vastgesteld dat deze op belangrijke onderdelen faalt, onder meer omdat die wet zo is geformuleerd dat hardvochtige uitvoering ervan onvermijdelijk is. Ook Hoeksche Waard houdt bijvoorbeeld vast aan een heilloze strikte uitvoering van de tegenprestatie. Het Initiatiefvoorstel verwijst naar succesvollere methoden om mensen uit de bijstand te krijgen. Naar onze mening heeft de wet tot gevolg gehad dat mensen in de bijstand worden gezien als een reservoir van goedkope arbeidskrachten. Zij werden gedwongen tot (op bijstandsniveau) werken in kassen of ingezet bij het schoonmaken van treinwagens (waarbij zij werden blootgesteld aan schadelijke stoffen). Dit werken onder het minimumloon helpt mensen die in het ongerede raken niet vooruit. Bovendien draagt het bij aan een oneigenlijke verdringing op de arbeidsmarkt. Bijstand is een recht voor mensen die het (tijdelijk) niet redden en niet de basis voor een vacaturebank voor goedkope arbeidskrachten. Een belangrijk voorbeeld van ontsporing was de afgelopen tijd de mevrouw die 7000 euro moet terugbetalen aan de gemeente Wijdemeren omdat zij boodschappen kreeg van haar moeder. Ook moet zij een boete van 3500 euro betalen. Volgens de Participatiewet is dit correct, al wordt dan wel de uitgangspunten van redelijkheid en billijkheid buiten beschouwing gelaten.
Het is goed om te beseffen dat het gebruik maken van de Voedselbank wordt gedoogd. Ook dit is een extra dat volgens de wet eigenlijk niet mag en eigenlijk zou moeten worden verrekend met de uitkering. De paradox is dat gemeenten de gang naar de Voedselbank stimuleren. De provincie Zuid-Holland heeft enige tijd geleden veel geld beschikbaar gesteld om de zichtbaarheid en de toegankelijkheid van voedselbanken te vergroten. De gemeente Hoeksche Waard heeft geen beleid en dat kan dus niet worden voortgezet. Alles wat wordt gedaan is fragmentarisch en deels gebaseerd op achterhaalde uitgangspunten, zoals de bejegening van de tegensprestatie en de manier waarop met schulden wordt omgegaan. Het denken is de afgelopen tijd ingrijpend veranderd en het wordt tijd dat Hoeksche Waard kiest voor een innovatieve aanpak. Het college beloofde dit aan het begin van deze raadperiode ook door te zeggen dat de bestrijding van armoede een speerpunt was. Uitgangspunten A5:Kunt u uitleggen wat hier wordt bedoeld? Na 3 jaar bijstand de toeslag of voor 3 jaar? Ons voorstel is om het recht op individuele inkomenstoeslag toe te kennen uiterlijk na een periode van drie jaar waarin wordt geleefd van een laag inkomen. B3:kunt u “inzetten op preventie” concreet maken? Dit is belangrijk en missen we hier.
Een goed armoedebeleid, dat is gebaseerd op vertrouwen en ruimhartigheid, vergroot de toegankelijkheid van regelingen en neemt schaamte weg. Naar de mening van de PvdA is dat daarom één van de belangrijkste preventieve maatregelen die een gemeente kan treffen. Zie ook de inspreekbijdrage van de Algemene Seniorenbond tijdens de beeldvormende vergadering van 5 januari jongstleden. Het helpt bij de preventie om moeilijkheden vroeg te signaleren. Het instellen van meldpunten, alert zijn op financiële problemen (zie de gewijzigde Wgs), het inzetten van buddy’s en ervaringsdeskundigen zijn concrete voorbeelden. Een beleid dat niet uitgaat van
PvdA Fractie repressie maar mensen omarmt, neemt het taboe weg op armoede en helpt die effectief te bestrijden. C2:Wat is nu de bijdrage/subsidie van de gemeente aan de voedselbank? In de toelichting op het Initiatiefvoorstel betoogt de fractie van de PvdA dat de Voedselbank financieel zo wordt ondersteund dat de subsidie ten minste de huisvestingskosten en de energierekening dekken. De vraag naar het huidige subsidiebedrag zal worden beantwoord door het college. Het spreekt voor zich dat, als dit hoger is dan wat het Initiatiefvoorstel minimaal vraagt, wordt voldaan aan het verlangen dat ten minste de kosten worden gedekt. Argument 2: wat van de nieuwe wetgeving maakt precies dat er niet gewacht kan worden op aanpassing van huidig beleid? Er is geen armoedebeleid en dat hoeft dus niet te worden aangepast. De Wgs is wel aangepast en naar de mening van de PvdA is de schulddienstverlening een belangrijke pijler onder een gemeentelijk armoedebeleid. Het gemeentelijke beleidsplan is dus verouderd en niet in lijn met de wet. Bovendien staan de uitgangspunten daarvan de ontwikkeling van een innovatief armoedebeleid in de weg. Er is in deze raad niet eerder gesproken over de uitgangspunten voor een armoedebeleid dat een krachtig signaal geeft aan mensen in financiële moeilijkheden. Ook een gemeente kan haar beleid altijd aanpassen en actualiseren, los van wetgeving.
Het feitelijk falen van de Participatiewet schreeuwt om een assertief creatieve aanpak op basis van vertrouwen en een soepele toepassing op basis van de begrippen redelijkheid en billijkheid. Uitgangspunt moet zijn dat de gemeentelijke overheid mensen helpt in plaats van dat zij zich tegen hen keert. Uitvoering: Wilt u dat de vastgestelde uitvoeringsagenda Samen tegen Armoede vervangen moet worden door een nieuw uitvoeringsprogramma, afgestemd op het initiatiefvoorstel? De uitvoeringsagenda Samen tegen Armoede is een stuk van het college dat niet door de raad is besproken dan wel vastgesteld. Er is alleen een presentatie geweest die duidelijk maakte dat het college voorlopig geen beleid zou formuleren. Uitvoering is doorgaans een bevoegdheid van het college. Maar aan een Uitvoeringsagenda hoort wel beleid ten grondslag te liggen. Dat is niet het geval. Naar de mening van de PvdA gaat het vaststellen van beleid vooraf aan het opstellen van een uitvoeringsagenda. Die kan overigens eenvoudig in lijn worden gebracht met de in het Initiatiefvoorstel geformuleerde uitgangspunten voor het beleid. Voorgenomen acties van de uitvoeringsagenda kunnen vanzelfsprekend worden uitgevoerd. De uitvoeringsagenda bevat overigens veel kwesties die kennelijk nog onderzoek behoeven. Dat kost tijd en zorgt sowieso voor vertraging.
Het kost waarschijnlijk veel minder tijd om de concrete delen van de uitvoeringsagenda af te stemmen op het in het Initiatiefvoorstel geformuleerde beleid dan invulling te geven aan de niet concrete elementen. Bij de uitwerking van de voorgestelde onderzoeken kan, en dat is een bijkomend voordeel, rekening worden gehouden met de uitgangspunten voor beleid die de raad vaststelt in het armoedebeleid.
PvdA Fractie Vragen van Pahladsingh/Rood, Eline Rood
Wat is het hoofddoel nu precies? Dat er breed armoedebeleid wordt opgesteld? Jullie willen nu de uitgangspunten vaststellen, maar roepen in de beslispunten niet op tot het opstellen van beleid. En het uitvoeringsprogramma dat jullie bij beslispunt 2 en 3 willen, is er al. Het is niet helemaal duidelijk. Het Initiatiefvoorstel vraagt de raad de uitgangspunten voor een armoedebeleid, zoals verwoord in het voorstel en de toelichting daarop, vast te stellen en draagt het college op om op basis daarvan een uitvoeringsagenda te maken. Het is de basis voor beleid en een praktische uitwerking daarvan. Het Initiatiefvoorstel is op 30 oktober ingediend bij de voorzitter van de raad. Een kleine twee weken daarna verscheen een Raadsinformatie Brief met daarin de uitvoeringsagenda Samen tegen Armoede. Hierbij past de kanttekening dat die nooit onderwerp van gesprek is geweest in de gemeenteraad. Het onderwerp armoedebeleid is, hoewel door het college benoemd als speerpunt, niet eerder inhoudelijk aan de orde geweest. Het hoofddoel is dus om een armoedebeleid vast te stellen (zoals verwoord in het Initiatiefvoorstel) en de uitvoering ervan zo in te richten dat armoede verdwijnt uit de gemeente Hoeksche Waard.
Jullie schrijven dat inwoners die hulp of bijstand nodig hebben volgens actuele richtlijnen moet worden ondersteund. Is dit nu niet het geval? Waar blijkt dat uit? Het meest schrijnende voorbeeld is het uitstel van de aanpassing van het beleidsplan Schulddienstverlening onder het mom van zorgvuldigheid. Het gaat hier om het in lijn brengen van een beleidsplan met een gewijzigde wet die in juni vorig jaar is vastgesteld. Zie het antwoord op de eerste vraag van GroenLinks. De wet biedt ruimere mogelijkheden dan het beleidsplan. Zie de toelichting op het Initiatiefvoorstel onder B. Toegankelijkheid en vroeg signaleren vergroten. Bovendien ontbreekt een armoedebeleid en wordt niet ingespeeld op nieuwe inzichten met betrekking tot de bestrijding van armoede. Het gebrek aan actualiteit schuilt in het handelen op basis van oude uitgangspunten zoals bijvoorbeeld met betrekking tot de tegenprestatie. Het eerder aangehaalde voorbeeld van de bestraft vrouw in de gemeente Wijdemeren zou ook zomaar in de Hoeksche Waard kunnen voorvallen. Er is het voorbeeld van een inwoner van Korendijk die een verjaardagsgeschenk van 500 gulden moest inleveren. Dat is volgens de Participatiewet volledig juist, maar de vraag is of zo’n rigide toepassing in lijn is met de bedoeling van de wet. Juristen zeggen dat dit zo is, als je de uitgangspunten van redelijkheid en billijkheid buiten beschouwing laat.
Kortom, zonder
PvdA Fractie het formuleren van helder, actuele beleidskaders, bestaat ook in Hoeksche Waard het risico van excessen in de handhaving. Jullie schrijven dat de gemeentelijke beleidsruimte nu vaak nog onbenut gelaten wordt uit onwetendheid of onwil. Dat is nogal wat. Hoe merk je dit? Waar blijkt dat uit? Feitelijk is het zo dat de gemeente geen armoedebeleid heeft, zodat dit terrein min of meer braak ligt. Er worden wel dingen gedaan, maar dat is zonder samenhang en niet op basis van een toetsbaar beleid. Het voorbeeld van de Wgs in de toelichting op het Initiatiefvoorstel is kenmerkend, omdat dit schetst dat een rigide en letterlijke uitleg kan leiden tot onjuiste aannames en beslissingen. Niet zelden treffen die mensen onnodig hard. Wat de PvdA over dit onderwerp zegt is mede gebaseerd op de ervaringen van de medewerkers van het ombudsteam van de partij. Een gebrek aan kennis gaat vaak samen met de onwil of het onvermogen om te kijken naar mogelijkheden in plaats van naar onmogelijkheden, zelfs als de regelgeving die biedt. Het is moeilijk om voorbeelden aan te dragen omdat die lastig zijn te anonimiseren. Jullie insinueren dat de Voedselbank nu onvoldoende subsidie ontvangt. Is dit iets wat de Voedselbank zelf heeft aangegeven? Er is geen sprake van een insinuatie.
Het precieze bedrag is de fractie van de PvdA niet bekend, maar daar gaat het niet om in wat in de toelichting op het Initiatiefvoorstel staat verwoord bij C. 2. Voedselbank. De bedoeling is om in beleid vast te leggen dat de gemeentelijke subsidie in belangrijke mate bijdraagt aan het voortbestaan van de Voedselbank. De PvdA vindt het overigens een schande dat in een rijk land als het onze een Voedselbank nodig is om mensen in de bijstand middelen van bestaan te verschaffen. En dan te bedenken dat de Participatiewet zo’n extra begunstiging in de vorm van ondersteuning in natura feitelijk verbiedt. Dat mensen niet kunnen rondkomen van de bijstand is inmiddels algemeen bekend en het is kennelijk daarom dat het werk van de Voedselbank wordt gedoogd. Terzijde: een goed armoedebeleid maakt minder mensen afhankelijk van de bijstand en verkleint de toeloop op de Voedselbank, met als gevolg besparingen op subsidie en uitkeringen.