B3 on bp Boezemkade 9 Puttershoek
Tekst van het document
de oppervlakte van een overkapping tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. verticale diepte van een ondergronds bouwwerk van het peil tot aan de bovenzijde van de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk. 2.2 inhoud van (bedrijfs)woningen Bij de bepaling van de inhoud van (bedrijfs)woningen worden ondergrondse bouwwerken niet meegerekend. 8
2.3 ondergeschikte bouwonderdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 2.4 dakkapellen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van bouwen wordt de goothoogte van een dakkapel buiten beschouwing gelaten mits de dakkapel voldoet aan de volgende eisen: a zijwanden ondoorzichtig; b hoogte, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, minder dan 1,5 m; c onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; d bovenzijde meer dan 0,5 onder de daknok; e zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak, en f niet gebouwd op een woning of woongebouw gebouwd met een tijdelijke vergunning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op een woonwagen of op een woning of woongebouw die niet voor permanente bewoning is bestemd. 2.5 meten Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.
9
HOOFDSTUK 2 Bestemmingsregels Artikel 3 – Tuin 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, alsmede voor paden.
3.2 bouwregels 3.2.1 Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
3.2.2 In afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.1 zijn gebouwen in de vorm van erkers bij de hoofdgebouwen van de op de aangrenzende gronden gelegen woningen toegestaan, mits: a. de horizontale diepte maximaal 1,5 m bedraagt; b. de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden minimaal 2 m bedraagt; c. voor zover de erker wordt gebouwd tegen een gevel van het hoofdgebouw de breedte maximaal 2/3 van de breedte van die gevel bedraagt; d. de bouwhoogte maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 m bedraagt. 3.2.3 Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal: a. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het gebouw 1 m; b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het gebouw 2 m; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 1 m.
10
Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand': vrijstaande woningen;; b. aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven in categorie 1 van de bij dit bestemmingsplan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1); met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven.
4.1.2 Onder de uitoefening van aan huis verbonden beroepen/bedrijven in samenhang met het wonen wordt verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van een aan huis verbonden beroepen/bedrijven voor zover: a.
b. c.
het vloeroppervlak in gebruik voor aan huis verbonden beroepen niet groter is dan 30% van het vloeroppervlak van hoofdgebouwen en aan- en uitbouwen, tot een maximum oppervlak van 50 m2; ten behoeve van aan huis verbonden beroepen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en niet gepaard gaat met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan het uitoefenen van het aan huis verbonden beroep of bedrijf.
4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is ten hoogste de aangegeven maximale goothoogte toegestaan; c. de minimale dakhelling bedraagt 45º en de maximale dakhelling bedraagt 60º; d. de afstand van hoofdgebouwen tot de perceelsgrenzen bedraagt ten minste 3 m; e. de afstand tussen hoofdgebouwen bedraagt ten minste 6 m. 4.2.2 Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd op het zij- en achtererf en minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; b. vrijstaande bijgebouwen mogen alleen op het achtererf gebouwd worden; c. de diepte van bijbehorende bouwwerken aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag, gemeten uit de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw, niet meer bedragen dan 4 m; 11
d. e. f. g. h. i. j.
de breedte van een aan- of uitbouw aan de zijgevel, gemeten uit de oorspronkelijke zijgevel, niet meer mag bedragen dan 3 m; de goothoogte bedraagt maximaal 3,25 m; de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m; het gezamenlijke oppervlak, voor zover gebouwd per hoofdgebouw, bedraagt bij woningen maximaal 80 m2. het zij- en achtererf mag bij woningen voor niet meer dan 35% worden bebouwd; het overblijvende onbebouwde en onoverdekte gedeelte op het achtererf mag niet minder bedragen dan 25 m2 aaneengesloten oppervlak; de afstand van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot de zijdelingse bouwperceelsgrens dan wel de achterbouwperceelgrens dient ten minste 1 m te bedragen.
4.2.3 Zwembaden Zwembaden zijn toegestaan met dien verstande dat: a. de regels met betrekking tot situering van bijgebouwen, zoals opgenomen in lid 4.2.2 onder a en b eveneens van toepassing zijn op zwembaden; b. de afstand van een zwembad tot het hoofdgebouw bedraagt maximaal 25 m; c. de gezamenlijke oppervlakte van zwembaden bedraagt maximaal 50 m2.
4.2.5 Overige bouwwerken Bouwhoogte van overige bouwwerken maximaal: a. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het gebouw 1 m; b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het gebouw 2 m; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 m.
4.2.6 Voorwaardelijke verplichting a. De woningen en de inrichting van het onbebouwde deel van het plangebied moeten voldoen aan de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan Boezemkade 9, DIV Architecten, 4 oktober 2021; b. De woningen en bijbehorende bouwwerken moeten voldoen aan de algemene en specifieke randvoorwaarden voor de verdichting van bebouwing en specifieke voorwaarden voor de ontwikkeling aan de Boezemkade en de Prins Bernhardlaan, zoals opgenomen in bijlage 3 van deze regels.
12
Artikel 5 Leiding - Gas 5.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding als zodanig aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken. 5.2 Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 5.3 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in 5.1. bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 5.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten.
5.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: - het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding. - het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten. 5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1 Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding – Gas zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
13
5.6.2 Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 5.6.3 Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. 5.6.4 Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 5.6.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
14
Artikel 6 Waterstaat – Waterkering 6.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, het onderhoud en de verbetering van zowel de primaire als de secundaire waterkering, met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals duikers, keerwanden en merktekens. 6.2 bouwregels 6.2.1 In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 en 4) mag alleen ten behoeve van deze bestemming worden gebouwd. 6.2.2 Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 6.2.3 Bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 3 m. 6.3 afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits advies is verkregen van de beheerder van de waterkering. 6.4 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Omgevingsvergunningplichtige werken Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 6.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b.
het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen. 6.4.2 Verlening Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de beheerder van de waterkering.
15
6.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning
16
HOOFDSTUK 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
17
Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.
8.2 In die gevallen dat de bestaande afstand tot enige op de verbeelding aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen minder bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan.
8.3 In die gevallen dat een bestaand bebouwingspercentage, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen, meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt dat bebouwingspercentage in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.
8.4 De regels zoals opgenomen in de artikelen 8.1 tot en met 8.3 hebben betrekking op: a. bestaande bouwwerken; b. uitbreiding van bestaande bouwwerken; c. sloop en vervangende nieuwbouw van bestaande bouwwerken; met dien verstande dat deze regels uitsluitend betrekking hebben op bouwwerken binnen het bouwperceel waarin de bouwwerken met van de regels afwijkende maatvoering, zijn gesitueerd.
18
Artikel 9 Algemene regels met betrekking tot ondergronds bouwen Ondergrondse ruimten zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van bovengrondse bebouwing, tenzij in de bouwregels van de betreffende bestemming anders is bepaald. Op het bouwen van ondergrondse bouwwerken zijn de aanduidingen op de verbeelding en de bouwregels van het plan op overeenkomstige wijze van toepassing, met dien verstande dat: a de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken niet meer bedraagt dan 3 m beneden peil; b de verticale diepte van een ondergronds bouwwerk dat in gebruik is als rioolgemaal niet meer bedraagt dan 6 m beneden peil.
19
Artikel 10 Algemene gebruiksregels Onder gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in elk geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.
20
Artikel 11 Algemene aanduidingsregels 11.1 vrijwaringszone - molenbiotoop 11.1.2 Aanduidingomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de functie van de molen als werktuig en zijn waarde als landschapsbepalend element. 11.1.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet hoger worden gebouwd dan: a. binnen een afstand van 100 m van de molen: de bouwhoogte die gelijk is aan de hoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen danwel de bestaande hogere bouwhoogte; b. binnen een afstand van 100 m tot 400 m van de molen: de bouwhoogte genoemd onder a vermeerderd met 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk en de molen dan wel de bestaande hogere bouwhoogte. 11.1.3 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.1.2 voor het bouwen overeenkomstig het bepaalde in de andere bestemmingen. 11.1.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 11.1.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a.
het ophogen van gronden hoger dan de hoogte die op grond van het bepaalde in artikel 11.1.2 is toegestaan voor bouwwerken; b. het aanleggen van bovengrondse constructies, installaties en apparatuur met een hoogte die hoger is dan op grond van het bepaalde in artikel 11.1.2 is toegestaan voor bouwwerken; c. het aanplanten van bomen en/of houtgewas en het aanbrengen van beplanting met een hoogte die hoger is dan op grond van het bepaalde in artikel 11.1.2 is toegestaan voor bouwwerken. 11.1.5 Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.1.4 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of de waarde van de molen als landschapsbepalend element en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 11.1.6 Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.1.4 wordt niet verleend dan nadat advies is verkregen van de beheerder van de molen en/of een onafhankelijke deskundige. 21
11.1.7 Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1112.4 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning. 11.2 veiligheidszone - gasontvangstation 11.2.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasontvangstation' zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met een gasontvangstation. 11.2.2 In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen zijn op de in artikel 11.2.1 bedoelde gronden geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan. 11.2.3 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mogen geen nieuwe gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 11.3.2 genoemde functies.
11.2.4 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 11.2.2 en 31.3.3 voor het toestaan van de in artikel 11.2.2 genoemde functies en het bouwen van gebouwen ten behoeve van die functies, mits ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd en vooraf toestemming is verkregen van de leidingbeheerder. a. het verplaatsen of verkleinen van het bestemmingsvlak van de bestemming LPG installatie in verband met het verplaatsen van het LPG-vulpunt c.q. het verkleinen indien de LPG-doorzet afneemt, mits het woon- en leefmilieu van de aangrenzende gronden niet verslechtert; b. het verwijderen van de bestemming LPG-installatie, mits het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de LPG-installatie wordt beëindigd. Ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 2' zijn burgemeester en wethouders bevoegd de bouwvlakken te verplaatsen, vergroten en toevoegen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. het maximum aantal woningen mag maximaal 31 bedragen; b. op eigen terrein of binnen het aangrenzende openbare gebied dient te worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen; c. er wordt voorzien in extra waterberging ter compensatie van het toenemende verharde oppervlak.
22
Artikel 12 Algemene afwijkingsregels
12.1 Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 m, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden voor ondergrondse bouwwerken zoals kelders, kelderkoekoeken en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger gelegen is dan het peil; d. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvangen/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; e. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m.
12.2 Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.1 kan slechts worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
23
Artikel 13 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. b.
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad.
24
HOOFDSTUK 4 Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht 14.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerst lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
25
Artikel 15 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ´Boezemkade 9. te Puttershoek´ van de gemeente Hoeksche Waard.
26
BOEZEMKADE 9 BEELDKWALITEIT 182 D.D. 04-10-2021 | IN OPDRACHT VAN FAM. DORSMAN | BOEZEMKADE 9, 3297 AC PUTTERSHOEK van Hogendorpstraat 25 3281 SW Numansdorp +31 644137382 www.divarchitecten.nl info@divarchitecten.nl
PUTTERSHOEK
LOCATIE
BOEZEMKADE 9 PUTTERSHOEK
PT
1C H0
8 2-1
-36 20
00 00 0G 68 02
PT
00 00 8G 46 02
00 00 0G 47 02
1C H0
1C H0
30
PT
6-8
Prins Bernhardlaan
7A
PT
1C H0
5
00 00 5G 33 072
9
PT
00 00 3G 31 00
00 00 9G 24 02
1C H0
00 00 3G 51 01
PT
1C H0
1C H0
PT
PT
1C H0
00 00 5G 11 03
00 00 4G 51 01 1C 11 H0
PT
4
1C H0
00 00 6G 11 03
00 00 9G 00 84 0 00 02 000 0 5G 1C G 00 18 H0 888 01 G0 9 PT 02 1C 82 1C H0 02 H0 PT 5 1C H0 PT
PT
PT
2
Ha mm e rfes tlaa n
Boezemkade
PT
1C H0
00 00 4G 49 01
1C H0
N PT
00 00 7G 19 02
SITUATIE | SCHAAL 1:500
0 47 C2 46 C2 36 2030
6-8
8
Prins Bernhardlaan
T
7A
335
C2
4
7
K
PL
13
C3
W
C2
975
9
6
4
5
185 C1
514 C1
513
C1
L-G
2
9 84 C 288 8 C 2 2829 C
4
5
893 C2 2 895 1A89 C2 C2 4 289 1
11
W
e
Wo
lbe WK
Le
en
ng at
as -G sta
ter
ng
mi
idi
Wa
ate
-W
rke
en
ng
rin
g
-g
on
tva
ng
s
io
nb
ole
-m
as
ne
zo
ne
gs
zo
ids rin
jwa
he
idi
ilig
du
n aa ve vri
x
rkl Ve
ma
C
9
94
n
39
332 C2
ari
n o go ge rin imum
u
en kk wvlak bo
C3
258 C1
49
098 C1 1 144 4 C1 43 143 C1 5 142 4 C1 47
6
oe atv
Ma
la wv
u Bo
ds
bie
Ge
WS
L-G
be
b Du
m ste
ad ied zemk e eb Bo ng Pla en ing mm Tuin ste n Be T ne
K
-W WS T
4 49 C1
N
NIEUWE VERKAVELING | SCHAAL 1:500
De architectuur van de hoofdgebouwen kenmerkt zich door een heldere hoofdopzet met een éénduidige kaprichting. Er is een heldere hiërarchie tussen hoofd- en bijgebouwen waarbij bijgebouwen ondergeschikt zijn in volume, materiaal- en kleurgebruik. De gevels zullen uitgevoerd worden in metselwerk of traditionele (gracieus verouderde) materialen, accenten in andere materialen zijn mogelijk maar moeten ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa. Bij voorkeur geen zink of wit.
De maximale bouwhoogte en dakhelling volgens bestemmingsplan dienen aangehouden te worden.
BEELDKWALITEIT ARCHITECTUUR
De erfinrichting van het gehele kavel dient identiek te zijn en aan te sluiten op de bestaande beeldkwaliteit op het kavel. Bestaande bomen en hagen dienen zoveel mogelijk gehandhaafd te blijven om het groene karakter van het kavel te bestendigen. Het handhaven van de groenstrook aan de Prins Bernhardlaan is een belangrijk aspect voor de eigenaars. Er is een bomenbeheerplan opgesteld door een deskundige. Hierbij zijn de bomen geclassificeerd als kern-bomen, ondersteunende bomen en wijkers. Het plan is begin 2021 tot uitvoer gebracht, waarbij een aantal onbelangrijke bomen getopt zijn om de kern en ondersteunende bomen ruimte te geven voor een versterkte groei. Het vrijkomende hout is op het perceel gebleven om de biodiversiteit te ondersteunen. Het groene karakter van het totale perceel zal gediend worden met een entree aan de noordzijde van die erven van de nieuw te realiseren kavels aan de noordzijde van het totale perceel. De entree is hierdoor ten opzichte van de invalshoek vanaf de Boezemkade het meest ondergeschikt gemaakt. Vanaf de Boezemkade wordt het groene karakter van het perceel het meest ervaren. Het parkeren op eigen terrein aan de noordzijde ondersteunt dit aspect. De aan te brengen verharding voor de entrees van de percelen zal beperkt zijn tot de functionaliteit en rekening houden met het regenwater bergend vermogen van het perceel.
De entree van de nieuw te realiseren kavel aan de zuid-west zijde van het perceel zal aan de Prins Bernhardlaan liggen. Dit is een bestaande entree voor zowel personen als een voertuig. De erfgrenzen die grenzen aan de openbare ruimte en tussen de erven zullen bestaan uit groene hagen, zo ontstaat een aantrekkelijk groen beeld dat passend is binnen de locatie. Erfafscheidingen achter de voorgevel mogen 2m hoog worden.
BEELDKWALITEIT ERFINRICHTING
Bijlage 3 bij regels bestemmingsplan Boezemkade 9 Puttershoek
Algemene randvoorwaarden voor verdichting: - de bebouwing qua korrelgrootte sluit aan op de korrelgrootte van de overige volumes aan de Boezemkade; - de bebouwing is qua maatvoering kleiner dan het hoofdgebouw, waarmee het het bijzondere karakter van het hoofdgebouw in zijn omgeving versterkt; - bijgebouwen liggen achter de voorgevel; - parkeren gebeurt op eigen terrein en uit het zicht; - de bouwmassa’s bestaan uit één laag met een zadeldak; - de dakhelling van de woningen worden minimale 450 en maximaal 600 - de nokrichting staat haaks op de voorgevel; - de nokhoogte is maximaal 8 meter; - de goothoogte is maximaal 4 meter. Specifieke randvoorwaarden voor ontwikkeling aan de Boezemkade: - de bebouwing tast de openheid van het perceel gezien vanaf de Boezemkade zo min mogelijk aan; - er dient in ieder geval een zichtas van de Boezemkade behouden te blijven; - de rooilijn van de bebouwing ligt op maximaal dezelfde afstand van de erfgrens als bij de woning Boezemkade 11; - er is een groene erfafscheiding. Specifieke randvoorwaarden voor ontwikkeling aan de Prins Bernhardlaan: - de bebouwing tast de openheid van het perceel gezien vanaf de Boezemkade zo min mogelijk aan; - de rooilijn van de bebouwing ligt op minimaal 6 meter van de erfgrens om de Prins Bernhardlaan aan die zijde groen te houden; - er is een groene erfafscheiding;
C 2470
9-51
5
C 2468
Plangebied Boezemkade 9, Puttershoek
20-36
Bestemmingen T
Tuin
W
Wonen
30 Dubbelbestemmingen L-G
WS-WK
veiligheidszone - gasontvangststation
4
6-8
vrijwaringszone - molenbiotoop
Bouwvlakken
T
bouwvlak
PLK
4
Maatvoeringen
an
C 313
6
W
ns Pri
T
9 6
L-G
C 2335
9
2
BGT, DKK, versie februari 2020
C 2332
C 1185
5
C 2948
tek.
0609266-B-01
blad
1 van 1
schaal 1 : 500
NL.IMRO.1963.BPBoezemkade9PTH21
49
C 1258
februari 2022
en
ein
Ontwerp
Sc
C 394
45 47
ut
C 1494
GEMEENTE HOEKSCHE WAARD BESTEMMINGSPLAN Boezemkade 9, Puttershoek
de
C 114441 C 1143 43 C 1142 ho
C 2849 C 2888 C 2829
39
C 1098 11
C 2975
bestaande bebouwing, topografische en kadastrale gegevens
C 1513
C 1514
C 2895
Verklaringen
C
7
C 1A 2892 C 2893
maximum goothoogte (m)
WS-WK
Be rn
har
dla
4
7A
1
Waterstaat - Waterkering
Gebiedsaanduidingen
2680
2894
Leiding - Gas
versie ON01 gew.
21-09-2021
get.
6 maart 2020
pmw.
anDré Domburg
JK
t. 0180 - 61 31 44