B2 toelichting on bp Volgerlandseweg 8 Numansdorp augustus 2022
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan ‘Volgerlandseweg 8 Numansdorp’ Gemeente Hoeksche Waard plangebied
NL.IMRO.1963.BPVolgerlw8NMD22-ON01 SEPTEMBER 2022
Bestemmingsplan
‘Volgerlandseweg 8 Numansdorp’ Gemeente Hoeksche Waard
Toelichting
Regels Verbeelding Schaal 1:1.000 Datum September 2022
Identificatienummer: NL.IMRO.1963.BPVolgerlw8NMD22-ON01
-2-
INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1.1 Situering 1.2 Aanleiding en doelstelling 1.3 Het bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer 2. Beschrijving plangebied en bouwplan 2.1 Inleiding 2.2 Omgeving plangebied 2.3 Huidige situatie 2.4 Doel bestemmingsplan 3. Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 4. Omgevingsaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Verkeer/parkeren 4.3 Flora en fauna 4.4 Archeologische waarden 4.5 Waterhuishouding 4.6 Milieuzonering 4.7 Geluid 4.8 Bodem 4.9 Geur 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Externe veiligheid 4.12 Kabels en leidingen 5. Juridische toelichting 5.1 Juridische planopzet 5.2 Bestemmingswijzer 5.3 Plantoetsing en handhaving 6. Uitvoering 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Planschade 7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro/zienswijzen 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
PAG. 4 4 5 6 6 7 7 7 7 8 10 10 10 11 18 23 23 23 23 25 25 26 27 28 28 29 30 31 32 32 32 32 33 33 33 34 34 34
Bijlagen: Bodemonderzoek: (GWW milieu, maart 2019, nr. 190203) Ecologische quick scan: (Breur Ecologie & Onderzoek, 28 juni 2021, nr. QS21031v1) Soortgericht onderzoek: (Breur Ecologie & Onderzoek, 8 december 2021, nr. SO21041v01) Stikstofberekening: (Ad Fontem, 23 april 2022, nr. 21AF145) Beeldkwaliteitsplan (Wissing, 3 maart 2021, nr. 0609) Geluidsonderzoek: (Kraaij akoestisch advies, 19 juli 2021, nr. VL.2137.R01)
-3-
1. Inleiding 1.1 Situering Het plangebied ligt aan de Volgerlandseweg 8 te Numansdorp, gemeente Hoeksche Waard.
plangebied
Figuur 1.1 plangebied en omgeving
De locatie ligt in het buitengebied van Hoeksche Waard, ten noordwesten van de bebouwde kern van Numansdorp. Het betreft een voormalig agrarisch bedrijfscomplex met bijbehorende gronden van een voorheen ter plaatse gevestigd glastuinbouwbedrijf. Het complex bestaat uit een agrarische bedrijfswoning met een kas en enkele losse schuren. Op de hierna opgenomen luchtfoto is deze bedrijfsbebouwing weergegeven.
-4-
Figuur 1.2 plangebied met bebouwing
1.2 Aanleiding en doelstelling Op het perceel Volgerlandseweg 8 te Numansdorp was in het verleden een glastuinbouwbedrijf gevestigd. Het bedrijfsmatige gebruik is inmiddels beëindigd. Gezien de beperkte oppervlakte van het areaal aan glas is het thans niet meer mogelijk om een economisch rendabel glastuinbouwbedrijf ter plaatse te exploiteren. De nieuwe eigenaar van de gronden (hierna: initiatiefnemer) heeft het plan opgevat om de bestaande bebouwing af te breken en om een nieuwe woning met schuur te bouwen. De gronden aan de Volgerlandseweg 8 zijn kadastraal bekend gemeente Numansdorp, sectie E nr. 199.
Figuur 1.3: kadastrale tekening Volgerlandseweg 8
-5-
Het geldend bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2013’ geeft aan deze gronden de bestemming ‘Agrarisch’ met de functieaanduiding ‘Glastuinbouw’.
1.3 Het bestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan maakt de gebruikswijziging van de agrarische bebouwing tot woonbebouwing mogelijk. Dit bestemmingsplan is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende stukken: - Verbeelding (plankaart); - Regels. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van deze toelichting.
1.4 Leeswijzer Deze toelichting omvat een omschrijving op hoofdlijnen van het plangebied en het plan (hoofdstuk 2). Het relevante beleid voor het plangebied (hoofdstuk 3) en een omschrijving van de verschillende omgevingsaspecten (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 wordt een juridische toelichting gegeven. Hoofdstuk 6 omvat de aspecten planschade en economische uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening beschreven, alsmede de uitkomst van de inspraaken zienswijzenprocedure.
-6-
2. Beschrijving plangebied en gebruiksplan 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het plangebied en het aangepaste plan beschreven. 2.2 Omgeving plangebied Het perceel Volgerlandseweg ligt in het buitengebied van woonkern Numansdorp. Langs de Volgerlandseweg is een diversiteit aan bebouwing aanwezig, van burgerwoningen tot agrarische bebouwing.
2.3 Huidige situatie Op dit moment is in planologische zin aan de Volgerlandseweg 8 te Numansdorp een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning aanwezig.
Figuur 2.1 foto woning met schuur
Figuur 2.2 foto woning met kassen
-7-
In de bestaande toestand is er een woning met aangebouwde schuur aanwezig (290 m²), een losstaande schuur (230 m²) en een kas met een omvang van 600 m². Al deze bebouwing (ruim 1100 m²) wordt gesloopt.
2.4 Doel bestemmingsplan Het plan bestaat om een woning met schuur te realiseren.
Figuur 2.3 situering nieuwe woning en schuur
Het bestemmingsplan ‘Volgerlandseweg 8 Numansdorp’ geeft aan de gronden op en rond de bebouwing de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Er wordt een woning gebouwd met een inhoudsmaat circa 825 m3 en een schuur van 250 m². Hiermee neemt de totale bebouwing op het erf af. De schuur zal deels worden gebruikt voor het opslaan van materiaal en gereedschappen ten behoeve van de werkzaamheden van initiatiefnemer en toekomstige bewoner (werkzaam als zelfstandige in de bouwsector). De werkzaamheden vinden niet plaats aan de Volgerlandseweg, maar uitsluitend op de wisselende bouwlocaties. Daarnaast zal de schuur worden gebruikt als bijgebouw bij de woning. De nieuwe schuur zal worden geplaatst op vergelijkbare afstand van de buurkavel als de huidige schuur. De nieuwe schuur zal dezelfde nokrichting hebben als de huidige schuur en ook één laag met kap hoog zijn.
-8-
Figuur 2.4 opzet verbeelding bestemmingsplan
De gemeente kan zich vinden in de omvang van de woning en schuur zoals gewenst, mits dit ruimtelijk aanvaardbaar is. Dit dient te worden aangetoond door middel van een beeldkwaliteitsplan. De omvang van bebouwing mag geen invloed hebben op de beeldkwaliteit en de ruimtelijke kwaliteit mag er per saldo niet op achteruit gaat. In het Beeldkwaliteitsplan dat in paragraaf 3.4.3 van deze toelichting wordt behandeld, is aangegeven hoe de ontwikkeling op de kavel mogelijk is en hoe dit ruimtelijk en landschappelijk goed ingepast kan worden zodat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
-9-
3. Beleidskader 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de hoofdlijnen beschreven van het relevante beleid van het rijk, provincie en gemeente.
3.2
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) De SVIR vervangt de Nota Ruimte uit 2006. In de SVIR kiest het Rijk drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. In de SVIR wordt ten aanzien van het onderwerp ‘Verstedelijkings- en landschapsbeleid’ aangegeven, dat het Rijk dit overlaat aan de provincies en gemeenten. Dit bestemmingsplan heeft tot doel om de bestaande agrarische bedrijfsbestemming van het perceel Volgerlandseweg 8 te wijzigen in een woonbestemming. Het plan is niet in strijd met de uitgangspunten van de SVIR. Ladder voor duurzame verstedelijking (SER-ladder) In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen.
De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro bepaalt ten aanzien van de werking van de ladder dat de ladder toegepast moet worden bij bestemmingsplannen, die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Het plan tot het aanpassen van de bestemming van het perceel Volgerlandseweg 8 van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ betreft geen nieuwe (stedelijke) ontwikkeling. Er is sprake van bestaande bebouwing die voor woondoeleinden gaat worden gebruikt met een klein gedeelte voor bedrijfsactiviteiten. Het voorliggende bestemmingsplan ziet derhalve toe op een herbestemming van het perceel met bestaande bebouwing.
- 10 -
Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt, dat planologische gebruikswijzigingen zonder een toename van bouwmogelijkheden niet worden gekwalificeerd als Ladderplichtige stedelijke ontwikkelingen. Daarnaast blijkt uit jurisprudentie dat de bouw van een enkele woning met schuur niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.16, tweede lid, Bro wordt beschouwd (zie ABRvS 28 juni 2017, nr. 201608869/1/R3). Om die reden is er geen noodzaak om de behoefte aan deze ontwikkeling te toetsen aan de hand van de ladder der duurzame verstedelijking. 3.3
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland De omgevingsverordening en de omgevingsvisie Zuid-Holland zijn op 1 april 2019 in werking getreden. Deze vervangen de Verordening Ruimte en de Visie Ruimte. Het nieuwe omgevingsbeleid bestaat uit de volgende onderdelen: • De introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur, een overzicht van de samenhangende beleidskeuzes per provinciale beleidsopgave en de ontwikkelrichting die is opgenomen onder ‘Ambities en sturing’. • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Geen stedelijke ontwikkeling Nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het gebied buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) zijn op basis van artikel 6.10 van de verordening pas mogelijk als na toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking blijkt dat dit binnen bestaand stads- en dorpsgebied niet mogelijk is. Zoals onder 3.2 is beargumenteerd, is er in onderhavig plan geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.
Uit de Omgevingsverordening vloeit voort dat er mogelijkheden zijn voor wijziging van het gebruik van bestaande bebouwing. Een bestemmingsplan voor gronden buiten BSD kan een ander gebruik mogelijk maken van bestaande bebouwing, waaronder agrarische bedrijfsbebouwing. De nieuwe functie mag geen belemmering vormen voor omliggende agrarische bedrijven. In deze toelichting wordt ingegaan op de planologische aanvaardbaarheid van de bestemmingswijziging.
- 11 -
Om te kunnen bepalen of deze ontwikkeling past bij de gebiedskwaliteit, waardeert de provincie de kwaliteit van gebieden in drie categorieën en onderscheidt ze ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving. Het plangebied ligt niet in of in de nabijheid van het Natuur Netwerk Nederland. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van het landschap heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid; hoe hoger en kwetsbaarder de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkelingen (artikel 6.9 en toelichting Omgevingsverordening): Inpassing Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een nieuwe woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks.
De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Aanpassing Dit betreft een ontwikkeling van relatief beperkte omvang die niet past bij de aard van het landschap, of een gebiedseigen ontwikkeling die niet past bij de schaal van het landschap. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, zo nodig inclusief een maatschappelijke tegenprestatie. In gebieden met bijzondere kwaliteit is aanpassing in principe uitgesloten. Transformatie Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap ontstaat. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen, een kwalitatief optimaal resultaat inclusief een maatschappelijke tegenprestatie. In gebieden met bijzondere kwaliteit of een specifieke waarde is transformatie in principe uitgesloten.
- 12 -
Conclusie De nieuwe functie past binnen de aard en schaal van het gebied. De bestemming is ‘Agrarisch’ en deze wordt getransformeerd naar een woonbestemming. Qua bebouwing en ook qua bestaande structuren en kwaliteiten verandert er wezenlijk niets, de omvang van de bebouwing vermindert. Om die reden kan voorliggende plan worden gerangschikt in categorie ‘inpassing’. Het plan maakt de herontwikkeling van de bebouwing op het perceel mogelijk. In paragraaf 3.4.3 van deze toelichting komt het Beeldkwaliteitsplan aan de orde, dat is gemaakt voor deze ontwikkeling. Daarin is ook geschetst hoe de landschappelijke inpassing van het perceel er uit zal zien.
Figuur 3.1 landschappelijke inpassing nieuwe bebouwing
Ten aanzien van de integrale kwaliteitskaart wordt het volgende opgemerkt. Voor het plangebied zijn de Laag van de ondergrond en de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen van belang, nu er bij die lagen richtpunten worden genoemd voor het gebied waar Volgerlandseweg 8 onderdeel van vormt.
- 13 -
Het gaat om de volgende richtpunten: Bij de Laag van de ondergrond is voor het plangebied het richtpunten ‘Rivierdeltacomplex’ vermeld: Rivierdeltacomplex Zoals overal in Zuid-Holland heeft het water en het menselijk handelen grote invloed gehad op de geomorfologie van dit deel van de provincie. Het land in de delta is vergroot door aanleg van dijken rond droogvallende gronden. Jonge zeeklei De gronden in het deltacomplex bestaan overwegend uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden. De deltawateren zijn onderdeel van het deltacomplex. De estuariene dynamiek is een belangrijk natuurlijk gegeven. Nauw verbonden met de deltawateren zijn de niet ingepolderde, buitendijkse kleigronden. Dit betreft de slikken, (bekade) gorzen, grienden, wilgenbossen en de uiterwaarden langs de rivieren. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen. Richtpunt: Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden.
Bij de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen is voor het plangebied het richtpunt ‘Zeekleipolderlandschap’ vermeld: Zeekleipolderlandschap Zeekleipolders Een zeekleipolder is qua oorsprong een ronde opwaspolder (oorspronkelijk opgeslibde en daarna ingepolderde eilandjes in getijdenwater) of langgerekte aanwaspolder (aangeslibd en ingepolderd land tegen bestaande polders) en daarna omgeven door dijken. De kreken in deze polders (herkenbaar door microreliëf en een kronkelige loop) en beplante dijken zijn belangrijke structurerende elementen. Er is een grote mate van openheid met contrasten tussen buitendijkse natuur en strak verkavelde agrarische polders. De dorpen liggen als compacte kernen in het landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek aan de rand van een polder. Overige bebouwing ligt langs de dijken en spaarzaam in de polders zelf. Kenmerkende contrasten tussen de regelmatige patronen in de polder van wegen en verkaveling en de kronkelige kreken. Havenkanalen vormen plaatselijk bijzondere elementen, waarbij ontwikkelingen langs de kanalen de ruimtelijke en recreatieve relatie tussen dorp en open water versterken.
- 14 -
Richtpunten: Zeekleipolders algemeen: • Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen; • Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden passen bij de maat en schaal van de dijk en de deltawateren; • Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder; • Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap; • Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders; • Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur. Beoordeling: De ruimtelijke ontwikkeling die in dit bestemmingsplan is opgenomen, betreft een herbestemming van een bestaand perceel. De waarde van het gebied en de kleigronden worden niet nadelig beïnvloed. Beoordeling Onderliggend plan is in overeenstemming met bovengenoemde aspecten.
Gebiedsprofiel Hoeksche Waard Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben op 24 mei 2013 het Gebiedsprofiel Hoeksche Waard vastgesteld. Het Gebiedsprofiel Hoeksche Waard is één van de 16 gebiedsprofielen die voor Zuid-Holland worden gemaakt. Met de introductie van deze profielen wil de provincie ruimtelijke kwaliteit als belangrijke voorwaarde stellen voor nieuwe gebiedsontwikkelingen. Het gebiedsprofiel verbeeldt en beschrijft de ruimtelijke kwaliteiten en ambities voor het landelijke gebied. Hierdoor wordt duidelijk waar rekening mee moet worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ingrepen. De Hoeksche Waard is een uniek agrarisch polderlandschap en als representant van de bedijkingsgeschiedenis van Nederland ook op internationale schaal bijzonder. De schoonheid van het landschap zit in de eenvoud: een weids en open landschap waarin dorpen, dijken, polders en kreken de ingrediënten van een leesbaar landschap zijn. De landschappelijke identiteit van de Hoeksche Waard wordt sterk bepaald door de ligging in het deltagebied. Een eiland tussen de grote wateren, waar het land is gewonnen op het water. De vruchtbare kleigronden hebben van de Hoeksche Waard een sterk landbouwgebied gemaakt. Door de rust en de ruimte is het een aantrekkelijk gebied voor recreatie, toerisme en wonen in de nabijheid van de stad.
- 15 -
Kwaliteiten In samenwerking met SOHW, Waterschap Hollandse Delta en maatschappelijke organisaties, heeft de provincie Zuid-Holland de kwaliteiten in de Hoeksche Waard bepaald. De ambities in het gebiedsprofiel richten zich op: • de herkenbaarheid van de structuur van dijken en kreken; • de openheid van de polders; • de ontwikkeling van hoogwaardige dorpsranden; • een zonering van het landschap; • het versterken van de verbindingen tussen dorp en landschap; • de verdere ontwikkeling van buitendijkse natuur. Nieuwe ontwikkelingen dienen met deze kwaliteiten rekening te houden. Uit het Gebiedsprofiel blijkt dat het hier gaat om de volgende karakteristieken ‘Herkenbaar open zeekleipolderlandschap’, ‘Weg door stad en land’ en ‘Linten blijven Linten’. Bij hetgeen hiervoor is geschreven over de richtpunten van de kwaliteitskaart is op deze karakteristieken al ingegaan. Hierna worden de ruimtelijke kenmerken genoemd die daarbij horen. Daarna wordt het gebruiksplan getoetst aan deze kenmerken. Herkenbaar open zeekleipolderlandschap (zuidelijke aanwaspolder) Na de inpoldering van de noordelijke en oostelijke aanwaspolders werden de zuidelijke aanwaspolders ingedijkt. Deze polders liggen parallel aan de hoofdstroom van de rivier, hebben een langgerekte vorm en liggen in een typisch schillenpatroon. De polders zijn overwegend in gebruik als akkerland.
Het patroon van wegen en verkaveling is zeer regelmatig. De dijken zijn zeer stevig beplant, verspreide beplanting in de polder komt nauwelijks voor. Het grootste gedeelte van de bebouwing concentreert zich op en langs de dijken. Deze polders zijn onderdeel van de zuidrand van de Hoeksche Waard. De zuidrand heeft een minder verstedelijkt karakter dan de noordrand van het eiland. Ambities •
•
•
Behoud van de openheid van het polderlandschap en de kenmerkende doorzichten van dijk tot dijk. Voorkom versnippering van de ruimte door bebouwing en beplanting waar mogelijk te koppelen aan de dijk en de erven of in te zetten op de afronding van de compacte dorpskernen; Inzet op behoud van het ‘luwere’ karakter van de zuidrand van de Hoeksche Waard in contrast met de meer dynamische en verstedelijkte noordrand. Ontwikkelingen zijn gericht op versterking van recreatieve gebruiksmogelijkheden van het landschap en bijzondere woonmilieus, passend binnen het landschappelijke karakter, en worden integraal opgepakt; Behoud van de herkenbaarheid en leesbaarheid van het kenmerkende schilvormige polderpatroon met stevig beplante dijken. De polder wordt als eenheid beschouwd en ontwikkelingen worden vanuit de polder als geheel bezien;
- 16 -
•
Er is ruimte voor ontwikkeling van de landbouw (schaalvergroting en/of specialisatie) als belangrijke drager van het open polderlandschap.
Weg door stad en land (polderweg) Polderwegen zijn lokale wegen door de polder. Vanaf de polderweg wordt het zicht ingekaderd door de dijken rondom. De lokale wegen zijn een vanzelfsprekend onderdeel van het landschap en kennen een minimale inrichting. Zij worden niet alleen gebruikt door autoverkeer, maar ook door landbouw- en (recreatief) langzaam verkeer. De polderwegen vormen samen met de dijkwegen fijnmazig wegennetwerk. Ambities • • •
De polderwegen hebben een lineair verloop en passen zoveel mogelijk binnen het orthogonale karakter van de polder; De polderwegen zijn onbeplant, waardoor de openheid van de polder beleefbaar is. Landschappelijk gezien staat bij een aansluiting van een dijkweg op een polderweg de continuïteit van de dijk voorop.
Linten blijven linten (erf) Langs boerenervenlint gelegen erf met beplanting en (agrarische) bebouwing. Ambities • •
• •
Erven gelegen aan de dijk worden landschappelijk ingepast door middel van erfbeplanting, waardoor zij onderdeel worden van de beplante dijkzones. Erven gelegen in de polder kunnen niet of minder stevig ingeplant worden, waardoor het contrast tussen de open polder en de beplante dijkzones vergroot wordt. Er is bij deze erven daarom meer aandacht nodig voor de beeldkwaliteit van de bebouwing (terughoudend kleurgebruik, agrarisch karakter). Behoud van de grote spreiding tussen de verschillende erven, zodat het open en weidse karakter van de polder gehandhaafd blijft. Bij de uitbreiding of transformatie van een boerenerf (bijvoorbeeld tot een woonerf) blijft het agrarische karakter en de karakteristieke erfindeling gehandhaafd. De ontwikkeling ondersteunt de functie van het landbouwbedrijf door ruimte te bieden aan verbreding en innovatie.
Beoordeling In het in paragraaf 3.4.3 genoemde Beeldkwaliteitsplan wordt ingegaan op het Gebiedsprofiel Hoeksche Waard en de voor het perceel Volgerlandseweg 8 van toepassing zijnde karakteristieken. Aan de hand van de karakteristieken en ambities is een voorstel geformuleerd voor de te realiseren bebouwing, de situering er van en de verdere erfinrichting. Deze sluiten aan bij de uitgangspunten van het Gebiedsprofiel.
- 17 -
Conclusie De conclusie is dan ook dat het provinciale beleid de voorgestane ontwikkeling niet in de weg staat. De ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het plangebied en omgeving blijft door de hier aan de orde zijnde wijziging ten minste gelijk.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Hoeksche Waard De Omgevingsvisie is door de gemeenteraad van Hoeksche Waard vastgesteld op 17 december 2019 vastgesteld. In de Omgevingsvisie is er voor gekozen een uitnodiging te doen aan de samenleving om bij te dragen aan de Hoeksche Waard. Het accent is gelegd op wat de Hoeksche Waard wil; niet op wat niet mag. Of in Omgevingswet termen: ‘Ja mits’, in plaats van ‘Nee, tenzij’. Het gaat dus om een gewenste koers, niet om een alomvattend beleid. Het is niet nodig gevonden om nu al alle aspecten, die in het Omgevingsplan worden uitgewerkt, te benoemen. Alle beleidsaspecten opnemen zou ten koste gaan van het karakter van de visie: gericht op inspireren en uitnodigen. • De Omgevingsvisie richt zich op de gewenste koers van de gemeente; • De Programmaplannen richten zich er op hoe daar te komen; • Het Omgevingsplan geeft aan binnen welke regels dit gaat gebeuren. In de Omgevingsvisie is o.a. aangegeven dat er gestreefd wordt naar een krachtige en vitale participatiesamenleving waarin inwoners zelfbewust en in samenwerking met maatschappelijke organisaties en de gemeente regie voeren op het eigen bestaan, waarin voldoende vangnetten zijn ingericht en waarin preventie een grote rol speelt. Inzet is dat er voor alle inwoners een duurzaam veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit aanwezig is.
Partijen worden uitgenodigd om vooral zelf met concrete uitwerkingen te komen. Daarbij is het van belang om de Hoeksche Werken te noemen, waaraan het initiatief een bijdrage levert. Daarnaast moet worden gekeken naar het gebied waar het initiatief aan de orde is. Daarbij dienen de Hoeksche Waarden te worden benoemd, die met het initiatief behouden of versterkt worden. Hoeksche Werken Bij de Hoeksche Werken zijn er diverse enkele maatschappelijke opgaven die de aandacht vragen de komende jaren. De bijdrage van het initiatief aan de Volgerlandseweg 8 te Numansdorp aan de Hoeksche Werken is als volgt te omschrijven: - Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig Het plan bestaat om zo veel mogelijk eigen energie op te wekken middels zonnepanelen voor elektriciteit en zonnecollectoren voor warm water. De locatie zal in de toekomst daarmee een bijdrage leveren aan reductie van CO2 en andere broeikasgassen.
- 18 -
- Vitale dorpen en actieve samenleving De agrarische functie van het perceel is niet meer aanwezig, door de bestemmingswijziging wordt meegewerkt aan een gebruik voor woondoeleinden, waarbij de nieuwe bebouwing een positieve uitstraling op de omgeving zal hebben. - Versterking van de landschappelijke en natuurlijke inpassing van de bedrijfsbebouwing Door afbraak van verouderde bebouwing draagt het plan bij aan de verbetering van de landschappelijke waarden. Hoeksche Waarden De Hoeksche Waard is bij het maken van de Omgevingsvisie ingedeeld in vijf gebieden. Elk deelgebied bestaat uit eigen Hoeksche Waarden, bestaand en verder te ontwikkelen. Het perceel Volgerlandseweg 8 ligt in het gebied ‘Natuurlijk! Verbonden’. De Hoeksche Waarden waar het initiatief aan de Volgerlandseweg 8 een bijdrage aan levert betreft met name het creëren van openheid door het saneren van verspreid liggend glas. De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt afgebroken en er wordt een woning met schuur teruggebouwd. Er is in de nieuwe situatie minder bebouwing aanwezig en er zijn meer zichtlijnen vanaf de weg naar het achterliggende landschap. Het plan tot de wijziging van de agrarische bestemming van Volgerlandseweg 8 in een woonbestemming is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
3.4.2 Bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2013’ Het perceel Volgerlandseweg 8 is opgenomen in het bestemmingsplan Landelijk gebied 2013. De gemeenteraad van de toenmalige gemeente Cromstrijen heeft het bestemmingsplan op 2 juli 2013 vastgesteld. Uit de verbeelding blijkt dat het perceel de bestemming ‘Agrarisch’ heeft gekregen.
- 19 -
Figuur 3.2 deel verbeelding bestemmingsplan Landelijk gebied 2013
Het voorgenomen gebruik van het perceel voor (burger) woondoeleinden stemt niet overeen met het geldende bestemmingsplan. Om die reden is dit nieuwe bestemmingsplan gemaakt. Daarbij wordt het gehele agrarische bouwvlak verwijderd.
3.4.3 Beoordeling gemeente Het agrarische glastuinbouwbedrijf aan de Volgerlandseweg 8 in Numansdorp heeft zijn bedrijfsfunctie verloren. De kans is aanwezig dat de bebouwing bouwkundig verslechtert en de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving negatief zal gaan beïnvloeden. Ter voorkoming daarvan wordt het als aanvaardbaar gezien, dat alle bebouwing wordt gesaneerd en dat er een nieuwe woning met schuur zal worden gebouwd. Voor deze ontwikkeling is een Beeldkwaliteitsplan gemaakt (Wissing, 3 maart 2021, nr. 0609). In dat Beeldkwaliteitsplan wordt ingegaan op de bestaande situatie, het provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid en de uitgangspunten voor de beeldkwaliteit en de landschappelijke inpassing voor deze ontwikkeling. Bij de uitgangspunten is gekeken naar de plaatsing van de woning op het perceel. In dit geval moet de bebouwing aan de noordzijde op de kavel geplaatst worden, vanwege een hindercontour van het crematorium voor dieren op de kavel ten zuiden van het plangebied.
- 20 -
Schuren worden zo veel mogelijk los in de open ruimte gezet, dit wordt gezien als uiting van moderne agrarische bedrijvigheid. De grote onderlinge afstand tussen bebouwing moet waar mogelijk behouden blijven. Daarbij worden uitgangspunten geformuleerd voor de nokrichting van de bebouwing, het bouwvolume, de massa en vorm van bebouwing, het zicht op de polder, de erfbeplanting en de ontsluiting van het perceel. Tevens worden richtlijnen gegeven voor de beeldkwaliteit van de woning en de schuur. Het gaat daarbij om de situering, massa en vorm, gevelkarakteristiek, detaillering, kleur en materialisatie. De ligging van het perceel in het lint van de Volgerlandseweg, in combinatie met de voorheen aanwezige omvang van bebouwing, maakt het aanvaardbaar om een woning te realiseren met een inhoudsmaat 825 m3 en een schuur van 250 m². De inhoudsmaat van 825 m3 is mede gewenst vanwege de in het bouwbesluit voorgeschreven ruimere hoogtematen van woonvertrekken. Dit heeft tot gevolg dat een woning meer inhoud krijgt die niet als vloeroppervlak kan worden benut. Daarnaast vraagt de omvang van het gezin van initiatiefnemer ook de nodige ruimte. Het Beeldkwaliteitsplan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. In het Beeldkwaliteitsplan is als resultante van de genoemde uitgangspunten een tekening opgenomen met randvoorwaarden voor de herontwikkeling van het perceel.
Hierna is deze tekening afgebeeld. De gemeente kan zich vinden in de voorgestane opzet en uitwerking van het plan en stemt daarmee in.
- 21 -
Figuur 3.3 randvoorwaarden herontwikkeling Volgerlandseweg 8
In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de diverse omgevingsaspecten.
- 22 -
4. Omgevingsaspecten 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk zullen de verschillende omgevingsaspecten nader worden beschreven en toegelicht.
4.2 Verkeer/parkeren De nieuwe woning en schuur worden door middel van een gezamenlijk erf en één oprit aan de Volgerlandseweg ontsloten. Het aantal vervoersbewegingen neemt af, aangezien het agrarisch bedrijfsmatig gebruik stopt en alleen het woongebruik over blijft. Volgens de Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen moeten er 2,4 parkeerplaatsen aanwezig zijn bij een vrijstaande woning in het buitengebied van Numansdorp.
Op eigen terrein is ruimte voor het parkeren van minimaal 3 auto’s. Aan de parkeervraag kan derhalve op eigen terrein worden voldaan.
4.3. Flora en fauna In het kader van de verscherpte natuurwetgeving (Wet natuurbescherming) dient, voordat ergens ruimtelijke ingrepen plaatsvinden te worden onderzocht of er belangrijke natuurwaarden voorkomen op een te bebouwen locatie. Er is in dat kader ecologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een quick scan (Breur Ecologie & Onderzoek, 28 juni 2021, nr. QS21031v1). Uit dit onderzoek blijkt dat de geplande ontwikkeling geen negatief effect heeft op beschermde natuurgebieden. Het plangebied biedt potentie voor aanwezigheid van de huismuis en vleermuizen. De realisatie van de nieuwbouw met voorzieningen aangebracht voor vogels en vleermuizen en streekeigen tuinbeplanting biedt echter ook kansen voor de natuur. Naar aanleiding van de quick scan is vervolgonderzoek ingesteld (Soortgericht onderzoek, Breur Ecologie&Onderzoek, 8 december 2021, nr. SO21041v01). Uit dit vervolgonderzoek blijkt, dat het plangebied geen essentiële functies voor huismussen of vleermuizen vervult. Het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk, de werkzaamheden hebben groen licht vanuit de Wet natuurbescherming.
- 23 -
In een eerder advies van Breur zijn aanbevelingen gedaan over natuurinclusiviteit in de toekomstige situatie. Deze aanbevelingen, die hierna integraal zijn opgenomen, zullen door initiatiefnemer worden gevolgd. Natuurinclusiviteit in toekomstige situatie Bij dit project dient benadrukt te worden dat de situatie omtrent biodiversiteit naar verwachting zal verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. Op het terrein zullen duiven en kippen gehouden gaan worden en er worden enkele hobby landbouwdieren gehouden in de weide ten oosten van het plangebied (schapen, mogelijk ook geiten en een varken). Dit maakt het erf uitermate geschikt voor traditionele boerenerfvogels zoals huismussen, boerenzwaluwen en e steenuil. Ook voor vleermuizen zal de foerageermogelijkheid verbeterd zijn in de toekomstige situatie. De volgende aanvullende maatregelen zullen getroffen worden t.b.v. biodiversiteit: • Het dakvlak van het toekomstige woonhuis zal toegankelijk worden voor huismussen (er wordt geen vogelschroot geplaatst onder de dakpannen, of dit vogelschroot wordt hoger dan de derde panlat geplaatst). Als alternatief kunnen er nestkasten in de gevel worden. • De stal voor de hobbydieren zal van april t/m september open zijn, danwel een opening hebben die boerenzwaluwen in staat stelt om in het dak te nestelen.
Indien er geen geschikte structuren zijn om de komvormige nesten aan vast te hechten zullen er plankjes geplaatst worden die de boerenzwaluwen de gelegenheid zal bieden om hier te kunnen broeden. • Er wordt een steenuilenkast geplaatst. Steenuilen zijn in de omgeving van het plangebied waargenomen (op ca. 1,5 km afstand), de ligging en toekomstige inrichting maakt het plangebied daarom erg geschikt voor deze soort. De exacte plaatsing van de steenuilenkast wordt afgestemd met een ecoloog, dit kan aan een boom, maar ook aan de achterzijde van een schuur zijn. Bezonning en kans op verstoring zijn belangrijke factoren waar rekening mee gehouden dient te worden. • Onder de toekomstige erfbeplanting zullen tenminste 3 inheemse streekeigen boom/stuwelen geplant worden. Hierbij valt te denken aan een ligusterstruik, meidoorn, vlier, lijsterbes of kornoelje. Aanbevolen wordt om snoeihout op het terrein te verwerken in een takkenril. Stikstof Er is een berekening gemaakt voor de bijdrage van stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden (Ad Fontem, 23 april 2022, nr. 21AF145). Hieruit blijkt dat zowel in de aanleg- als gebruiksfase de emissie nog hoger is dan 0,00 mol/ha/ja/. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden. Dit vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
- 24 -
4.4 Archeologische waarden en cultuurhistorie. Archeologie De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ordening is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992) en de Erfgoedwet. De bescherming van het archeologische erfgoed is een taak van de gemeente. Er dient binnen bestemmingsplannen en bij ruimtelijke onderbouwingen als de onderhavige, aandacht te worden besteed aan archeologische aspecten. Uit de Archeologische beleidsadvieskaart voor de Hoeksche Waard blijkt dat er ter plaatse een zone wordt weergegeven met een middelhoge verwachting. Bij ontwikkelingen kleiner dan 500 m² behoeft er geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De voorgenomen ontwikkeling betreft bebouwing met een kleinere oppervlakte dan 500 m². Er is om die reden geen noodzaak voor het instellen van archeologisch onderzoek. Cultuurhistorie Er is geen sprake van cultuurhistorische waarden in de bestaande (bebouwings)situatie.
4.5 Waterhuishouding Waterschapsbeleid / Waterbeheerprogramma 2016-2021 Vanaf 2016 is er een nieuw waterbeheer programma van kracht. Het programma bestaat uit een statisch en een dynamisch deel. Het statisch deel bevat de doelen die het waterschap wil bereiken, zowel op de lange termijn als voor de planperiode. Het dynamisch deel bevat de maatregelen die nodig zijn om de doelen uit het statisch deel te realiseren. Het plan bevat doelen en maatregelen voor de thema’s Calamiteitenzorg, Water en Ruimte, Waterveiligheid, Voldoende Water, Schoon water en Waterketen. Voor het thema water en ruimte is de nadere uitwerking van de deltabeslissing ruimtelijke adaptatie de belangrijkste ontwikkeling. Hierbij wordt uitgegaan van meerlaagse veiligheid: preventie (laag 1), ruimtelijke inrichting (laag 2) en crisisbeheersing (laag 3). Voor Hollandse Delta ligt de nadruk op de eerste laag: een overstroming voorkomen door middel van (primaire) waterkeringen. Voor de tweede laag is als doel geformuleerd dat de ruimtelijke inrichting bijdraagt aan het beperken van de gevolgen van een overstroming. Waterkwaliteit/-kwantiteit Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagd de hydraulische belasting van de afvalwaterzuivering.
Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 1.500 m², dan moet 10% van de toename worden gecompenseerd in de vorm van open water binnen het peilgebied waarin de toename van verharding plaatsvindt. Er wordt in het plangebied geen toename aangebracht in de oppervlakte aan verharding, deze wordt eerder verkleind.
- 25 -
Schoon inrichten Het vuilwater wordt afgevoerd via de bestaande riolering. Het schoon hemelwater afkomstig van de daken wordt via een hemelwaterafvoerleiding direct op de aangrenzende watergang geloosd. Veilig inrichten Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een waterkering, Conclusie is dat het plan voldoet aan de uitgangspunten van het Waterschap voor waterkwantiteit en waterkwaliteit. 4.6 Milieuzonering Om te voorkomen dat bedrijven milieubelastend zijn ten opzichte van gevoelige functies en daarmee de leefbaarheid en woonkwaliteit verslechteren, wordt gebruik gemaakt van een milieuzonering. Door het hanteren van afstandsnormen wordt de overlast ten opzichte van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten hanteren de normen die zijn gepubliceerd in de publicatie ‘’Bedrijven en milieuzonering’’. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in type bedrijvigheid en soort overlast. Deze normen zijn niet wettelijke bepaald maar vormen wel een richtlijn. Een afwijking is in beginsel mogelijk, met dien verstande dat het moet worden gemotiveerd. In de omgeving van de planlocatie zijn twee bedrijfsfuncties aanwezig die relevant kunnen zijn voor de herontwikkeling van het perceel Volgerlandseweg 8 Numansdorp. Volgerlandseweg 6/6a Hier is een dierencrematorium gevestigd en een paardenpension.
De milieuzone voor een crematorium is 100 m (categorie 3.2) en voor een paardenpension 50 m (categorie 3.1). De afstand van de nieuwe woning tot de genoemde bedrijfsfuncties is meer dan 100 m. Hierdoor is deze situatie aanvaardbaar. Volgerlandseweg 10 Ter plaatse geldt een agrarische bestemming voor een akkerbouwbedrijf. De milieuzone van een dergelijk bedrijf is 30 m (categorie 2). De afstand van de grens van deze agrarische bestemming tot de gevel van de nieuwe woning is meer dan 30 m. Uit oogpunt van milieuzonering is de omzetting van de agrarische bestemming naar de woonbestemming derhalve mogelijk.
- 26 -
4.7 Geluid Wat betreft wegverkeerslawaai dient op grond van het bepaalde in artikel 82, lid 1 van de Wet geluidhinder te worden bezien of er sprake is van een geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai binnen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. Voor buitenstedelijk gebied is een hogere grenswaarde toegestaan tot 53 dB Lden. Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai (Kraaij akoestisch advies, 19 juli 2021, nr. VL.2137.R01). De uitkomst van het onderzoek laat het volgende zien. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de Volgerlandseweg, de N487 en de rijksweg A29. De planlocatie bevindt zich niet binnen de zone van een industrieterrein of spoorweg. Uitkomsten onderzoek De berekende geluidbelasting vanwege de A29 op de gevels van de nieuwbouwwoning bedraagt 35 – 51 dB. Deze hoogste geluidbelasting (50 – 51 dB) wordt berekend aan de westgevel. Daarmee wordt niet overal aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh voldaan. De overschrijding vindt alleen plaats aan de west- en zuidgevel en bedraagt 1 – 3 dB. Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, is er sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze geluidgezoneerde weg. De maximale ontheffingswaarde voor het aanvragen van een hogere waarde (53 dB in buitenstedelijk gebied) wordt vanwege de rijksweg niet overschreden.
Er dient een hogere waarde van 51 dB te worden vastgesteld vanwege de rijksweg A29. De berekende geluidbelasting vanwege de N487 op de gevels van de nieuwbouwwoning bedraagt 36 – 48 dB. Deze hoogste geluidbelasting (48 dB) wordt berekend aan de noordgevel. Daarmee wordt overal aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh voldaan. De berekende geluidbelasting vanwege de Volgerlandseweg op de gevels van de nieuwbouwwoning bedraagt 51 – 52 dB op de noordgevel, 48 – 49 dB op de noordgevel, 46 – 47 dB op de zuidgevel en niet meer dan 32 dB op de oostgevel. Daarmee wordt niet overal aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh voldaan. De overschrijding vindt alleen plaats aan de west- en noordgevel en bedraagt 1 – 4 dB. Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, is er sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze geluidgezoneerde weg. De maximale ontheffingswaarde voor het aanvragen van een hogere waarde (53 dB in buitenstedelijk gebied) wordt vanwege de Volgenlandseweg niet overschreden. Er dient een hogere waarde van 52 dB te worden vastgesteld vanwege de Volgerlandseweg. Akoestisch woon- en leefklimaat/Goede ruimtelijke ordening Uit de rekenresultaten van de cumulatie van geluid van het wegverkeer blijkt dat de geluidbelasting op de gevels van de woning 45 – 59 dB bedraagt. Er is minimaal één geluidluwe gevelzijde aanwezig is.
Het woon- en leefklimaat wordt aanvaardbaar geacht en is in dit geval zeker sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
- 27 -
Vanuit akoestisch oogpunt is er dus geen bezwaar tegen woningbouw op de aangegeven planlocatie. Beoordeling gemeentelijk geluidbeleid Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde vanwege twee geluidgezoneerde wegen wordt overschreden. Aangezien het om een kleinschalige ontwikkeling van één woning gaat, is overeenkomstig het geluidbeleid geen maatregelenonderzoek vastgesteld. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB om een hogere waarde aan te kunnen vragen wordt niet overschreden. Voor de nieuwbouwwoning kan daarmee een hogere waarde voor de woning worden vastgesteld. Deze bedraagt: • 51 dB vanwege de rijksweg A29 • 52 dB vanwege de Volgerlandseweg In combinatie met de aanvraag hogere waarde dient de geluidwering van de woning aan het Bouwbesluit te voldoen. De minimale geluidwering van de uitwendige gevelconstructie bedraagt 24 dB voor verblijfsgebieden en 22 dB voor verblijfsruimten. Omdat de geluidbelasting na cumulatie hoger ligt wordt geadviseerd de geluidwering in onderhavige situatie af te stemmen op de berekende gecumuleerde geluidbelasting en dus op te hogen naar 26 dB voor een verblijfsgebied. Een geluidwering van 26 dB voor een verblijfsgebied wordt bij nieuwbouw tegenwoordig vrij eenvoudig behaald, zeker als gebruik wordt gemaakt van een gebalanceerd ventilatiesysteem met mechanische toe- en afvoer van lucht.
De woning beschikt op basis van de gecumuleerde geluidbelasting zondermeer over een geluidluwe gevelzijde, namelijk de oostgevel. Het aspect geluid staat niet in de weg aan vaststelling van dit bestemmingsplan, met de kanttekening dat een hogere geluidswaarde moet worden vastgesteld.
4.8 Bodem Het bestemmingsplan ziet toe op een bestemmingswijziging van agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. De bestaande bebouwing wordt afgebroken waar nieuwe bebouwing voor in de plaats komt. Derhalve is er bodemonderzoek uitgevoerd (GWW Milieu, maart 2019, nr. 190203). Uit dit onderzoek blijkt dat het perceel geschikt is voor de voorgenomen functie als woning.
4.9 Geur Het perceel bevindt zich niet binnen een geur- en/of stankcirkel, waardoor het aspect geur/stank geen belemmeringen oplevert voor de realisering van het bouwplan.
- 28 -
4.10 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het nemen van een projectbesluit, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a. b. c. d.
Er is geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; De concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; Het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; De ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Het bestemmingsplan voorziet in de wijziging van de agrarische bestemming in een woonbestemming. Het aantal verkeersbewegingen per etmaal neemt ten opzichte van een agrarisch bedrijf af. Het plan draagt daarom niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort.
Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof op het rekenpunt dat het dichtst bij het plangebied ligt, ruimschoots onder de grenswaarden van 40 μg/m³ en voor PM2,5 25 μg/m³ liggen, zie figuur 4.1. Dat geldt overigens ook voor de andere in de omgeving aanwezige rekenpunten.
- 29 -
plangebied
Figuur 4.1 Concentraties luchtkwaliteit op rekenpunt 16004385
Er bestaat vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.
4.11 Externe veiligheid Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) van kracht geworden. In overeenstemming met artikel 5 van dit BEVI dient bij een besluit in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) onderzocht te worden in hoeverre er sprake is van aanwezigheid van risicovolle inrichtingen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft. Tevens dienen de risicocontour voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6 contour) en het groepsrisico (GR) met de eventuele toename hiervan berekend te worden. Het GR dient in de toelichting op het besluit te worden verantwoord. Daarnaast is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang. Dat besluit (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten. Het besluit (en bijbehorende regeling) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Op 28 juni 2016 is de “Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPGtankstations voor besluiten met gevolgen voor de externe veiligheid” in de Staatscourant gepubliceerd. Uit de circulaire blijkt dat er wijzigingen zijn opgetreden voor de verantwoording van het plaatsgebonden risico en niet voor het groepsrisico. De circulaire is niet van toepassing op besluiten die geen of uitsluitend positieve veiligheidsconsequenties hebben in relatie tot effecten van ongevalsscenario´s.
Uit de Risicokaart van de provincie Zuid-Holland blijkt dat er zich in directe omgeving van het projectgebied een dierencrematorium en tuincentrum bevinden.
- 30 -
Voor zowel het tuincentrum als het crematorium geldt dat deze op ruime afstand van het perceel liggen. De locatie bevindt zich niet binnen de invloedssfeer van een route voor gevaarlijke stoffen. Er zijn van uit het oogpunt van externe veiligheid geen belemmeringen voor de beoogde bestemmingswijziging, het bestemmingsplan kan als aanvaardbaar worden bestempeld.
4.12 Kabels en leidingen Binnen het plangebied liggen diverse kabels en leidingen, zoals elektriciteit, telefoon en kabeltelevisie. Er zijn geen kabels of leidingen aanwezig die een specifieke bescherming hebben in het bestemmingsplan. Het gaat om ‘gewone’ leidingen waar bij de uitvoering van een eventueel bouwplan rekening mee wordt gehouden.
- 31 -
5. Juridische toetsing 5.1 Juridische planopzet Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht bestemmingsplannen geheel digitaal op te stellen en vast te stellen. Het bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De regels zijn qua opzet en inhoud, uiteraard voor zover relevant, gelijk aan de regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied.
5.2 Bestemmingswijzer 5.2.1 Inleidende bepalingen. De artikelen 1 en 2 bevatten de algemene regels zoals de begripsbepalingen en de wijze van meten. 5.2.2. Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Op het perceel Volgerlandseweg 8 worden de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’ gelegd. In de regels bij die bestemmingen worden de bouwregels en de gebruiksmogelijkheden geregeld. Daarnaast wordt de bestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden. 5.2.3 Algemene bepalingen. De Anti-dubbeltelregel en de overgangsregels zijn overgenomen uit het Bro. Daarnaast is een artikel opgenomen voor de titel van het plan, voor toegelaten overschrijdingen, algemene afwijkingsbepalingen en aanvullende werking van de bouwverordening. Tevens zijn wat gebiedsaanduidingen opgenomen, te weten:
5.3 Plantoetsing en handhaving De gemeente Hoeksche Waard is belast met het toezicht op de uitvoering van de eventuele (bouw)werkzaamheden overeenkomstig het bepaalde in dit bestemmingsplan.
- 32 -
6. Uitvoering 6.1 Economische uitvoerbaarheid Het plan omvat de aanpassing van de bestemmingen van gronden, waarbij de mogelijkheid wordt geopend de bestaande bebouwing voor andere doeleinden te gebruiken. Het perceel Volgerlandseweg 8 is in eigendom bij de initiatiefnemer. De realisering van het plan wordt verzorgd door initiatiefnemer. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd. Het vaststellen van een exploitatieplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening is op grond van artikel 6.12, lid 2 van die wet niet vereist, aangezien er geen nieuwe voorzieningen worden gerealiseerd. De gemeentelijke kosten worden via legesheffing vergoed.
6.2 Planschade Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt ter afdekking van eventuele planschadeclaims een planschadeovereenkomst ex artikel 6.4a Wro afgesloten. De kosten van eventueel noodzakelijke externe adviezen worden in rekening gebracht bij initiatiefnemer.
- 33 -
7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro/zienswijzen 7.1 Vooroverleg Het plan is toegezonden aan de wettelijke vooroverlegpartners. Er zijn geen vooroverlegreacties ingediend.
7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening met ingang van xx tot en met xx voor een ieder ter inzage gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Er zijn wel/geen zienswijzen ingediend.
- 34 -