B2 Onderzoek b NL.IMRO.1963.BPVolgerlw8NMD22-ON01 tb2
Tekst van het document
Quickscan ecologie Numansdorp, Volgerlandseweg 8
Datum Auteur Opdrachtgever Rapport code Wijze van citeren
28-06-2021 xx, Msc dhr. xx QS21031v1 Breur, T.D. 2020. Quickscan ecologie. Numansdorp, Middelsluissedijk WZ 3. Rapportcode: QS21031v1. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht
Breur Ecologie & Onderzoek Schipbeekstraat 74 3313AR Dordrecht
Disclaimer Op alle tekst, foto’s en afbeeldingen in dit rapport berust – tenzij anders vermeld – het auteursrecht van Breur Ecologie & Onderzoek. Deze rapportage, inclusief eventuele bijlage(s), is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Verstrekking aan en gebruik door anderen dan de geadresseerde is zonder toestemming niet toegestaan. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Breur Ecologie & Onderzoek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste of onvolledige weergave van de gegevens in dit rapport. Copyright © Breur Ecologie & Onderzoek 2020.
1
Quickscan ecologie – Numansdorp, Volgerlandseweg 8
Inhoudsopgave Samenvatting.............................................................................................................................................. 3 1 Aanleiding................................................................................................................................................ 4 2 Doel............................................................................................................................................................. 4 3 Werkwijze................................................................................................................................................. 4 4 Wettelijk kader beschermde soorten.............................................................................................. 5
4.1 Beschermde soorten...............................................................................................................................................5 4.2 Beschermde gebieden............................................................................................................................................6 4.3 Beschermde houtopstanden................................................................................................................................6 4.4 Zorgplicht....................................................................................................................................................................6
5 Plangebied & ontwikkeling................................................................................................................ 7
5.1 Huidige situatie.........................................................................................................................................................7 5.2 Geplande ontwikkeling..........................................................................................................................................7 5.3 Toekomstige situatie...............................................................................................................................................7 5.4 Planning.......................................................................................................................................................................7
6 Beschermde gebieden........................................................................................................................ 10
6.1 Wet natuurbescherming.....................................................................................................................................10 6.2 Omgevingsverordening.......................................................................................................................................10
7 Beschermde soorten.......................................................................................................................... 11
7.1 Planten.......................................................................................................................................................................11 7.2 Vogels.........................................................................................................................................................................11 7.3 Grondgebonden zoogdieren..............................................................................................................................11 7.4 Vleermuizen............................................................................................................................................................12 7.5 Overige soorten......................................................................................................................................................12
8 Conclusie & aanbevelingen.............................................................................................................. 13
8.1 Conclusies.................................................................................................................................................................13 8.2 Aanbevelingen........................................................................................................................................................13
Bronvermelding...................................................................................................................................... 14
2
Quickscan ecologie – Numansdorp, Volgerlandseweg 8
Samenvatting Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van dhr. xx een quickscan ecologie uitgevoerd aan de Volgerlandseweg 8 te Numansdorp. De aanleiding voor dit onderzoek betreft de voorgenomen werzaamheden in het kader van sloop en nieuwbouw. Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld verkregen van het (potentiële) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in het plangebied. Dit onderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid: •
De ontwikkeling leidt niet tot negatief effect op beschermde natuurgebieden.
•
Het plangebied biedt potentie voor aanwezigheid van verschillende beschermde soorten, aanvullend onderzoek is nodig naar: ◦
Huismus
◦
Vleermuizen
Indien uit deze soorten inderdaad in het plangebied aanwezig zijn dan dient men een ontheffing aan te vragen in het kader van de Wet natuurbescherming. •
Het plangebied is geschikt als nesthabitat voor algemene broedvogels. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de sloopen kapwerkzaamheden wordt daarom aangeraden om rekening te houden met het broedseizoen: grofweg van half maart t/m half juli.
•
Het plangebied is geschikt voor onbeschermde dan wel vrijgestelde soorten (zoals algemene muizensoorten, egel, gewone pad). Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie aanbevelingen).
•
Voor alle soorten flora en fauna (beschermd en onbeschermd) geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit betekent dat de initiatiefnemer verplicht is om zorgvuldig te werken en dat onnodige schade aan planten of dieren altijd dient te worden voorkomen.
Als aanbeveling voor dit project wordt meegegeven: •
De herinrichting van het terrein biedt ook kansen voor de natuur: Nieuwe bebouwing kan voorzien worden van inbouwelementen voor vleermuizen of vogels, en in de tuin kan gekozen worden voor streekeigen inheemse beplanting. Het reeds bestaande plan om hobbymatig kippen, duiven en schapen te houden op deze locatie zal een aantrekkende kracht hebben op veel vogelsoorten, waardoor er een hoge kans is dat nestkasten ook daadwerkelijk bezet worden.
3
Quickscan ecologie – Numansdorp, Volgerlandseweg 8
1 Aanleiding Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van dhr. xx een quickscan ecologie uitgevoerd aan de Volgerlandseweg 8 te Numansdorp. Op dit perceel is men voornemens om de huidige bebouwing te slopen ten behoeve van nieuwbouw. Een quickscan ecologie was noodzakelijk om te beoordelen of deze geplande ontwikkeling effect heeft op beschermde soorten en gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming.
2 Doel Het doel van dit ecologisch onderzoek is om antwoord te geven op de volgende vragen: •
Is het plangebied gelegen in/nabij beschermde natuurgebieden?
•
Zijn beschermde soorten flora en fauna (potentieel) aanwezig in het plangebied?
•
Leidt de geplande ontwikkeling tot een overtreding van de Wet natuurbescherming?
•
Dienen er vervolgstappen genomen te worden in het kader van de Wet natuurbescherming?
3 Werkwijze Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld gekregen van het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in en om het plangebied. •
Bureaustudie Door middel van een literatuur- en internetstudie is onderzocht welke beschermde soorten (potentieel) voor kunnen komen in en om het plangebied. Hierbij zijn onder andere verspreidingsatlassen en openbaar beschikbare waarnemingen bestudeerd.
•
Oriënterend veldbezoek Een verkennend veldbezoek is uitgevoerd door xx op 14-10-2020. Het gehele plangebied is onderzocht, belangrijke elementen zijn gefotografeerd en indien nodig geïnspecteerd met behulp van verrekijker, zaklamp, inspectiespiegel en endoscoop camera.
4
Quickscan ecologie – Numansdorp, Volgerlandseweg 8
4 Wettelijk kader beschermde soorten 4.1 Beschermde soorten De bescherming van flora en fauna is in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze soortbescherming onderscheidt drie categorieën: •
Vogelrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Vogelrichtlijn (1979). Dit heeft betrekking op alle in Europa natuurlijk voorkomende vogelsoorten. Nesten zijn te allen tijde beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Van enkele specifieke vogelsoorten is in Nederland de nest- of verblijfplaats jaarrond beschermd, ook wanneer hier niet gebroed wordt.
•
Habitatrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Habitatrichtlijn (1992). Onder deze categorie vallen specifieke soorten uit verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) waarvoor op Europees niveau instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgesteld.
•
Nationaal beschermde soorten In de wet worden dit ook wel “andere soorten” genoemd. Dit betreft specifieke soorten verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) die op nationaal niveau beschermd zijn. Let wel: Als bevoegd gezag mogen provincies soorten uit deze derde categorie vrijstellen van een ontheffingsplicht. De bescherming van deze soorten verschilt hierdoor tussen provincies.
Per beschermingscategorie gelden verschillende verbodsbepalingen, deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Uitgangspunt voor de soortbescherming is het “nee, tenzij” principe: handelingen met negatief effect op soorten in verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming per beschermingscategorie.
5
Quickscan ecologie – Numansdorp, Volgerlandseweg 8
4.2 Beschermde gebieden De bescherming van natuurgebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de provinciale Omgevingsverordening. •
Wet natuurbescherming De gebiedsbescherming in deze wet heeft uitsluitend betrekking op Natura 2000gebieden. Deze gebieden hebben instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld op Europees niveau. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
•
Omgevingsverordening In de provinciale Omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Dit is een nationaal netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het ruimtelijke beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Aanvullend op dit nationale netwerk kan de provincie ook andere gebieden een planologische bescherming toekennen, dit gebeurt bijvoorbeeld bij belangrijke provinciale landschappen of belangrijke weidevogelgebieden.
4.3 Beschermde houtopstanden De kap van houtopstanden (bos, lanen, houtwallen, hagen, struwelen etc.) is onderhevig aan de regelgeving van de Wet natuurbescherming indien: •
de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt.
•
de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m 2), of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.
In het onderzoeksgebied is geen sprake van houtopstanden die voldoen aan bovenstaande criteria. De bescherming van houtopstanden komt in deze rapportage dan ook niet verder aan de orde.
4.4 Zorgplicht Overkoepelend geldt voor alle in het wild levende planten en dieren de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat onnodige schade aan dieren en planten te allen tijde dient te worden voorkomen. Bij werkzaamheden met negatief effect op planten en dieren dienen maatregelen genomen te worden (binnen wat redelijkerwijs van de initiatiefnemer verwacht mag worden) om dit negatieve effect zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen.
6
Quickscan ecologie – Numansdorp, Volgerlandseweg 8
5 Plangebied & ontwikkeling 5.1 Huidige situatie Het plangebied betreft een perceel aan de Volgerlandseweg 8, in het buitengebied van Numansdorp, gemeente Hoeksche Waard. Op het terrein bevindt zich een woning met aangebouwde loods/schuur, een vervallen kas en enkele kleine opstallen. Het woonhuis en de aangebouwde schuur zijn voorzien van een zadeldak met dakpannen, de gevels zijn opgebouwd uit baksteen en deels voorzien van een houten gevelbekleding. De kas bestaat uit een staalconstructie met deels kapot glas. De twee kleine opstallen bestaan uit baksteen en stalen gevelplaten en zijn voorzien van een dak met golfplaten zonder extra isolatielaag. Groen op het terrein bestaat uit een esdoorn, wilg, twee walnoten, een kleine fruitboomgaard en een haag van elzen en coniferen. Het zuidelijke deel van het terrein bestaat uit grasland.
Afbeelding 1: Ligging van het onderzoeksgebied (rood omkaderd). De regionale ligging is aangegeven rechtsonder in de rode cirkel.
5.2 Geplande ontwikkeling De huidige bebouwing zal worden gesloopt ten behoeve van een nieuw te bouwen woonhuis. Op het grasland worden enkele hobbydieren gehouden (schapen) en er komt een kippenhok en een duivenhok op het terrein.
5.3 Toekomstige situatie Een exacte inrichting van de toekomstige situatie is nog niet bekend.
5.4 Planning Een exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend.
7
Quickscan ecologie – Numansdorp, Volgerlandseweg 8
Afbeelding 2: Zicht op de schuur en en woonhuis.
Afbeelding 3: Zicht op het woonhuis vanuit het zuiden, op de voorgrond één van de walnoten.
Afbeelding 4: De kleinere opstallen op het terrein bestaande uit baksteen en golfplaten.
8
Quickscan ecologie – Numansdorp, Volgerlandseweg 8
Afbeelding 5: Zicht in de kas.
9
Quickscan ecologie – Numansdorp, Volgerlandseweg 8
6 Beschermde gebieden 6.1 Wet natuurbescherming Het meest nabijgelegen Natura-2000 gebied is het Hollands Diep (ca. 3,5 km afstand tot het plangebied). Het plangebied maakt geen onderdeel uit van dit gebied en er is geen sprake van fysieke aantasting. Vanwege de afstand is ook negatief effect ten gevolge van trilling, geluid of lichtvervuiling uitgesloten. Negatief effect op ten gevolge van stikstofdepositie is eveneens uitgesloten: de ontwikkeling is kleinschalig en nabijgelegen Natura-2000 gebieden (Hollands Diep, Oudeland van Strijen) herbergen geen stikstofgevoelige habitats. Om deze redenen is de ontwikkeling niet vergunningsplichtig ten aanzien van Natura-2000 wetgeving.
6.2 Omgevingsverordening Het plangebied is niet gelegen in onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), noch in belangrijk weidevogelgebied. Het meest nabijgelegen onderdeel van het natuurnetwerk is het de verbindingszone langs de watergang het Oude Diep, op 1 km afstand tot het plangebied. Gezien de aard en de kleinschaligheid van de ontwikkeling is er geen significant negatief effect op de wezenlijke waarden en kenmerken, de oppervlakte of de samenhang van deze groengebieden. Er is geen sprake van een conflict met de Provinciale Omgevingsverordening.
Afbeelding 6: Beschermde natuurgebieden in de nabijheid van het plangebied. Verticale arcering: Natura2000, blauw= waternatuur, groen= landnatuur, paars=verbindingszone
10
Quickscan ecologie – Numansdorp, Volgerlandseweg 8
7 Beschermde soorten 7.1 Planten In het plangebied zijn enkel algemene (ruigte)kruiden aangetroffen die duiden op voedselrijke omstandigheden, o.a.: brandnetel, tuinwolfsmelk en gekroesde melkdistel. Het grasland en de verwilderde tuin worden gekenmerkt door algemene soorten zoals glanshaver, kruipertje, glanshaver en gestreepte witbol. Beschermde soorten vaatplanten in de omgeving van het plangebied zijn vooral gebonden aan schrale graslanden of andere zeer specifieke natuurlijke habitats, dit habitat is niet aanwezig in het plangebied. In verband met de bakstenen gevels is er extra aandacht uitgegaan naar aanwezigheid van beschermde muurflora, deze zijn niet aangetroffen. Beschermde planten worden hierom als afwezig beschouwd.
7.2 Vogels Het dakvlak van het woonhuis en aangebouwde schuur is geschikt als nestplaats voor huismussen. Onder de dakpannen bestaan geschikte nestplaatsen voor deze soort. Nestplaatsen van deze vogels zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van de huismus geldt tevens dat de gevelbegroeiing en struiken in de tuin kunnen functioneren als essentieel leefgebied. Voor de gierzwaluw is de bebouwing niet geschikt. De geïsoleerde ligging in het buitengebied maakt het plangebied geen waarschijnlijke nestplaats voor deze soort. Sporen van boombroedende roofvogels of uilen met jaarrond beschermde verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen in het plangebied (horsten, veren, braakballen, uitwerpselen). Aanwezigheid van deze soorten wordt hierom uitgesloten. Naast soorten met jaarrond beschermde nest- of verblijfplaatsen bestaat er in het plangebied ook potentie voor algemene vogels waarvan de nestplaatsen niet jaarrond beschermd zijn. Hierbij valt te denken aan een broedende merel in de tuinbeplanting, een winterkoning in een schuurtje, of spreeuwen en kauwen in het dakvlak. Tijdens het veldbezoek zijn er in de twee kleine opstallen een bezet nest van een houtduif en drie oude boerenzwaluwnesten aangetroffen. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn.
Bij het plannen van sloop- en kapwerkzaamheden wordt hierom aangeraden om altijd rekening te houden met het vogel broedseizoen. Dit broedseizoen loopt grofweg van half maart t/m half juli. Let wel: dit is geen vaste periode, afhankelijk van weersomstandigheden kunnen vroege of late broedgevallen zich voordoen. Bij twijfel over de aan- of afwezigheid van nesten dient een deskundige ingeschakeld te worden.
7.3 Grondgebonden zoogdieren In de omgeving van het plangebied komen een aantal beschermde soorten zoogdieren voor welke met name gebonden zijn aan waterrijke natuurlijke habitats (zoals de bever en noordse woelmuis). In het plangebied is geen geschikt habitat aanwezig voor deze soorten (waterrijke gebieden met natuurlijke oeverzones en een lange natte gradiënt, wilgenbossen etc.). De steenmarter kan wel voorkomen in het landelijk gebied, maar dit is een erg zeldzame soort in deze regio. In de schuren in het plangebied is gezocht naar sporen van de steenmarter (prooiresten, latrines) maar deze zijn niet aangetroffen. De steenmarter wordt daarom als afwezig beschouwd. Wel is het plangebied geschikt voor algemene soorten zoogdieren waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt. Dit betreft soorten zoals de egel, de mol, de bruine rat en algemene muizensoorten. Voor deze soorten is geen ontheffing of aanvullend onderzoek noodzakelijk. Wel geldt ten aanzien van deze dieren de zorgplicht, zie Hfst. 8.2.
11
Quickscan ecologie – Numansdorp, Volgerlandseweg 8
Afbeelding 7: De schuurtjes zijn gecontroleerd steenmarters, deze zijn niet aangetroffen.
op sporen
van
7.4 Vleermuizen In het geveloppervlak van het woonhuis en de aangebouwde schuur bevinden zich diverse ruimtes waar gebouwbewonende vleermuizen van gebruik zouden kunnen maken (gewone- en ruige dwergvleermuis en laatvlieger). Met name de houten gevelbekleding van het woonhuis biedt een zeer geschikte nauwe ruimte onder de planken. Hier bestaat potentie voor zomer-, paar-, en kraamverblijfplaatsen. Aanvullend vleermuisonderzoek is daarom noodzakelijk. Als overwinteringsplaats is het gebouw ongeschikt, het gebouwvolume en isolerend vermogen is te klein voor een stabiel winterklimaat.
Afbeelding 8: Onder de houten gevelbekleding bestaat potentie voor vleermuisverblijfplaatsen.
7.5 Overige soorten In het plangebied bestaat geen potentie voor andere beschermde diersoorten (amfibieën, reptielen, libellen, weekdieren). Habitat voor deze soorten is afwezig (waterpartijen, natuurvriendelijke oevers, schrale graslanden) en/of het plangebied is gelegen buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soorten. Wel bestaat er kans op aanwezigheid van algemene vrijgestelde amfibieën zoals de gewone pad en bruine kikker. Ten aanzien van deze soorten geldt enkel de zorgplicht (zie Hfst. 8.2).
12
Quickscan ecologie – Numansdorp, Volgerlandseweg 8
8 Conclusie & aanbevelingen 8.1 Conclusies De quickscan ecologie heeft tot de volgende conclusies geleid: •
De geplande ontwikkeling heeft geen negatief effect op beschermde natuurgebieden (zowel op provinciaal als op Europees niveau).
•
Het plangebied biedt potentie voor aanwezigheid van verschillende beschermde soorten, aanvullend onderzoek is nodig naar: ◦
Huismus
◦
Vleermuizen
Indien uit het aanvullend onderzoek blijkt dat deze soorten inderdaad in het plangebied aanwezig zijn en negatief effect onvermijdelijk is, dan dient men een ontheffing aan te vragen in het kader van de Wet natuurbescherming. •
Het plangebied is geschikt als nesthabitat voor algemene broedvogels. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de sloopen kapwerkzaamheden wordt daarom aangeraden om rekening te houden met het vogel broedseizoen: grofweg van half maart t/m half juli.
•
Het plangebied is geschikt voor onbeschermde dan wel vrijgestelde soorten (zoals algemene muizensoorten, egel, gewone pad). Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie aanbevelingen).
8.2 Aanbevelingen •
In het kader van de zorgplicht dient men zorg te dragen voor alle in het wild levende planten en dieren. Onnodige schade dient te allen tijde te worden voorkomen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat wanneer er zich een egel of een pad in het werkveld bevindt dat deze verplaatst wordt, dan wel de gelegenheid dient te krijgen om het werkgebied op eigen kracht te verlaten.
•
De realisatie van nieuwbouw biedt ook kansen voor de natuur. Zo kunnen er in de bebouwing voorzieningen aangebracht worden voor vogels of vleermuizen. Een streekeigen tuinbeplanting die past in het landelijke karakter van de omgeving kan tevens bijdragen aan de biodiversiteit. De plannen die reeds bestaan voor het houden van schapen, een kippenhok en duivenhok dragen ook overigens zeer goed bij aan de lokale biodiversiteit. Dit zal het plangebied naar verwachting aantrekkelijk maken voor huismussen, boerenzwaluw en mogelijk steenuil. Maatregelen in het kader van biodiversiteit dragen vaak ook positief bij aan de klimaatbestendigheid van het terrein (te denken aan: regenwater opvangcapaciteit, tegengaan hittestress en afvang fijnstof).
13
Quickscan ecologie – Numansdorp, Volgerlandseweg 8
Bronvermelding Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen.
Kaartmateriaal: http://pdokviewer.pdok.nl
Beschermde gebieden: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://www.zuid-holland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ https://calculator.aerius.nl/calculator/#
Overig: https://bagviewer.kadaster.nl https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ https://www.verspreidingsatlas.nl https://waarneming.nl/
14