Aanvullend bodem en asbestonderzoek
Tekst van het document
AANVULLEND VERKENNEND ONDERZOEK NAAR OCB, PFAS EN ASBEST IN GROND
Hofstraat 5-10 te Westmaas
Kenmerk: Versie: Datum:
20200410/rap01 1 4 mei 2020
Auteur: Projectleider: Kwaliteitscontrole:
Dhr. S. Sisselaar Dhr. G. van Bergeijk Dhr. G. van Bergeijk
Opdrachtgever:
Fam. Plomp Hofstraat 10A 3273 AH Westmaas Dhr. C. Plomp
Contactpersoon:
Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
1
2
VOORONDERZOEK
2
Algemeen Locatiegegevens Kadastrale gegevens Historisch gebruik Historisch kaartmateriaal Bodemopbouw Bodemkwaliteitskaart Voorgaand onderzoek Objecten en obstakels Terreinverkenning Conclusies en onderzoekshypothese(n)
2 2 2 2 3 3 3 4 5 5 6
VERKENNEND ASBESTONDERZOEK
7
3
Onderzoeksopzet Veldwerk 3.2.1 Uitvoering 3.2.2 Resultaten Analyseprogramma Toetsingskader Analyseresultaten Interpretatie analyseresultaten
7 7 7 8 8 8 9 9
4
10
AANVULLEND BODEMONDERZOEK (OCB EN PFAS)
Onderzoeksopzet Veldwerk 4.2.1 Uitvoering 4.2.2 Resultaten Analyseprogramma Analyseresultaten Toetsingskaders 4.5.1 Toetsingskader NEN 5740 4.5.2 Toetsingskader PFAS Toetsingsresultaat en interpretatie 4.6.1 Grond
10 10 10 10 11 11 12 12 12 14 14
5
CONCLUSIES
16
6
BETROUWBAARHEID ONDERZOEK
17
TABELLEN Locatiegegevens Waarnemingen terreinverkenning Beantwoording onderzoeksvragen NEN 5725 Onderzoeksstrategie per deellocatie Resultaten inspectie en monstername inspectiepunten (fractie < 20 mm) Analyseprogramma asbest Totaal asbestgehalte inspectiepunten (fractie < 20 mm) Onderzoeksopzet verkennend bodemonderzoek Afwijkingen aan bodemlagen Analyseprogramma grond Toetsingskader Toepassingsnormen voor PFAS (boven grondwater) Toetsingsresultaat OCB`s Toetsingsresultaat PFAS BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6 7
Kadastrale gegevens Informatie vooronderzoek Situatietekening Fotoreportage Beschrijvingen bodemopbouw en -inspectie Analysecertificaten Toetsingsresultaten
2 5 6 7 8 8 9 10 10 11 12 13 14 14
1
INLEIDING
In opdracht van de familie Plomp is door ATKB B.V. (verder: ATKB) een aanvullend verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Hofstraat 5-10 te Westmaas. Het onderzoek heeft betrekking op asbest, bestrijdingsmiddelen en PFAS in de grond. De aanleiding voor het verkennend asbestonderzoek zijn de tijdens voorgaand bodemonderzoek vastgestelde bodemvreemde bijmenging (bouw- en slopafval) in de bodem en de aanwezigheid van een puinhoudende fundatielaag. Het onderzoek naar de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen (OCB`s) is uitgevoerd omdat er in het verleden mogelijk bestrijdingsmiddelen zijn toegepast op het perceel. Aanvullend is onderzoek verricht naar PFAS in verband met mogelijke afvoer van de grond. Het doel van het onderzoek is vaststellen of op (een deel van) de locatie een reële kans bestaat op bodemverontreiniging. Op basis van het onderzoek dient te worden vastgesteld of nader onderzoek wel of niet noodzakelijk is. Het onderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeknormen NEN 57071, NEN 58972, NEN 57403 en het (geactualiseerd) Tijdelijk Handelingskader PFAS4. In de volgende hoofdstukken is een uitwerking van de locatie- en achtergrondgegevens, de opzet en uitvoering van het onderzoek en de behaalde resultaten opgenomen. Op basis van de interpretatie van alle gegevens en toetsing aan de doelstelling(en) van het onderzoek zijn conclusies getrokken.
1
NEN 5707+C2 (NNI, december 2017) NEN 5897+C2 (NNI, december 2017) 3 NEN 5740:2009 (NNI, januari 2009) en bijbehorend wijzigingsdocument NEN 5740/A1: 2016 (NNI, februari 2016) 4 Tijdelijk handelingskader PFAS (kamerbrief met kenmerk 2018-2019, 28 089, nr. 146, 8 juli 2019) en Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS (kamerbrief met kenmerk IenW/BSK-2019/251123, 29 november 2019) 2
Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 1 van 17
2
VOORONDERZOEK Algemeen
Het vooronderzoek is eerder door ATKB en volgens de NEN 5725 uitgevoerd. Deze gegevens zijn opgenomen in de volgende rapportage: Verkennend bodemonderzoek Hofstraat 5-10 te Westmaas, kenmerk 20181413/rap01, ATKB, d.d. 12-2019 In dit hoofdstuk zijn de relevante gegevens opgenomen en waar nodig aangevuld. Locatiegegevens Naast de afbakening van de te onderzoeken locatie voor het vooronderzoek worden fysieke omstandigheden en terreininrichting vastgesteld. Locatiegegevens Adres
Hofstraat 5-10 te Westmaas
Kadastrale aanduiding
Westmaas, sectie C, perceelnummer 1149
Eigenaar
Dhr. C.A. Plomp
Onderzoekslocatie asbest (opp)
485 m2
Onderzoekslocatie OCB/PFAS (opp)
7.075 m2
Bebouwing
Verharding/bebouwing/braakliggend
Aard maaiveld
Bedrijfsterrein/camping
Huidig gebruik
Wonen
Toekomstig gebruik
Wonen met tuin/oppervlakte water
Gebruik omgeving
Wonen met tuin/oppervlakte water
De onderzoekslocatie, gelegen aan de Hofstraat bestaat uit de huisnummers 5, 6, 9, 10 en 10A, is voor ca. 40% verhard en voor ca. 60% onverhard. Het verharde oppervlak is gelegen aan de Hofstraat en beslaat het westelijke deel van het perceel. Het westelijke perceeldeel is in gebruik door een transportbedrijf genaamd Fa. Gebr. Plomp. Het oostelijke gelegen deel van het perceel is braakliggend en is omringd door oppervlaktewater van de Binnenbedijkte Maas. Het braakliggende terrein werd gebruikt als camping. Kadastrale gegevens Voor de onderzoeklocatie is op woensdag 29 april 2020 opnieuw de kadastrale registratie opgevraagd. Uit deze registratie blijkt dat geen sprake is van publiekrechtelijke beperkingen in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb), de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster. Dit betekent dat geen sprake is van geregistreerde sterke grondverontreiniging. De kadastrale registratie is opgenomen in bijlage 1. Historisch gebruik Voor de bepaling of de locatie verdacht is voor verontreiniging met asbest, wordt als uitgangspunt Gehanteerd dat asbest grootschalig is toepast in de periode vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot circa 1995.
De bebouwing ter plaatse van Hofstraat 6, 10 en 10A is in 1870 gebouwd (bron: BAG-viewer, Basisregistraties Adressen en Gebouwen) en valt dus buiten de periode waarbij tijdens de bouw asbesthoudend materiaal (grootschalig) is toegepast. Echter is de bebouwing ter plaatse van Hofstraat 5, 7 en 9 in 1973 gebouwd (bron: BAG-viewer, Basisregistraties Adressen en Gebouwen) en valt dus binnen de periode waarbij tijdens de bouw asbesthoudend materiaal (grootschalig) is toegepast. Het wordt derhalve mogelijk geacht dat tijdens de bouw asbesthoudend materiaal is Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 2 van 17
toegepast en in de bodem terechtgekomen is. Het is nooit uit sluiten dat asbest nadien, bij bijvoorbeeld een verbouwing, wel is toegepast. In algemene zin wordt gesteld dat puinlagen en/of grondlagen waarin bijmenging van puin en/of ander sloopafval voorkomt worden verdacht voor aanwezigheid van, (en in potentie) verontreiniging met, asbest, tenzij de betreffende lagen zijn toegepast voordat grootschalig met asbest werd gewerkt (en dit aantoonbaar kan worden gemaakt) en/of het tegendeel is bewezen. Dit laatste is alleen mogelijk door middel van asbestonderzoek conform NEN 5707 (grond) en/of NEN 5897 (bouw- en sloopafval en recycling granulaat). Tijdens een voorgaand verkennend en nader bodemonderzoek (ATKB) is vastgesteld dat plaatselijk sprake is van bijmenging van puin in grond en aanwezigheid van een puinhoudende fundatielaag. In paragraaf 2.9 zijn de details opgenomen. Historisch kaartmateriaal Via de interactieve kaart van www.topotijdreis.nl is te zien dat de onderzoekslocatie tussen circa 1900 en 1958 mogelijk is gebruikt als boomgaard. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen (OCB`s) is hierbij niet uit te sluiten. Bodemopbouw De grondwaterstand op de locatie is tijdens voorgaand onderzoek (ATKB) vastgesteld tussen circa 0,2 en 0,5 m-mv. De horizontale stromingsrichting van het freatisch grondwater is naar verwachting oostelijk gericht, richting het oppervlaktewater.
Opgemerkt wordt dat de grondwaterstroming sterk beïnvloed kan worden door lokale factoren zoals een drainagesysteem, een wegcunet, aanwezigheid van zandlichamen voor kabels en leidingen of funderingen en de samenstelling van de deklaag. Bodemkwaliteitskaart De interactieve bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid geeft twee bodemkwaliteitzones aan binnen het perceel. De achterzijde van het perceel (oostzijde) betreft voor de bovengrond bodemkwaliteitsklasse wonen en voor de ondergrond betreft de bodemkwaliteits achtergrondwaarde. Aan de westzijde van het perceel is de bovengrond aangeduid met klasse (heterogene) industrie en de ondergrond met klasse wonen.
Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 3 van 17
Voorgaand onderzoek Door ATKB zijn in 2019 twee bodemonderzoeken op de locatie uitgevoerd: • Verkennend bodemonderzoek Hofstraat 5-10 te Westmaas, kenmerk 20181413/rap01, ATKB, d.d. 1-2-2019 • Nader bodemonderzoek Hofstraat 5-10 te Westmaas, kenmerk 20181413/rap02, ATKB, d.d. 18-2-2019 In 2019 is door een verkennend en nader bodemonderzoek de verontreinigingssituatie in beeld gebracht op de onderzoekslocatie. Tijdens het verkennend bodemonderzoek is de locatie onderzocht op het standaard stoffenpakket zoals beschreven in de NEN 5740. Uit het verkennend bodemonderzoek bleek dat er sprake was van diverse matige en sterke verontreinigingen in de grond op de onderzoeklocatie. Tijdens het nader bodemonderzoek is de omvang van de aangetoonde sterk verontreinigingen onderzocht. Onderstaand zijn de aangetoonde sterke verontreinigingen in het kort beschreven. 1. Aan de voorzijde van het terrein (zuidwestzijde) is een sterke PAK verontreiniging en een matige minerale olie verontreiniging in de grond vastgesteld. De omvang van de verontreiniging bedraagt circa 77 m3. 2. Op de achterzijde van het terrein (del van de camping) is een sterke verontreiniging met zware metalen (zink en lood) in de grond vastgesteld. De omvang van de verontreiniging bedraagt ca. 40,5 m3.
Tijdens uitvoering van deze bodemonderzoeken zijn op de zuidwestzijde van het perceel lagen repac en puinhoudende verhardingslagen en/of bijmenging met puin in de grond aangetroffen. Deze lagen zijn verdacht voor aanwezigheid van asbest. In onderstaande afbeelding is de situering van deze verdachte deellocatie weergegeven. De voor asbest verdachte deellocatie heeft een oppervlakte van ca. 485 m2.
Figuur 1 Deellocatie voorkomen puin in bodem en puin in fundatielagen
Op de overige delen van het perceel komt alleen bijmenging met baksteen en/of kolengruis voor. Deze lagen worden volgens NEN 5707 niet verdacht voor aanwezigheid van asbest. Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 4 van 17
Objecten en obstakels Kabels en leidingen In het kader van de Wet informatie-uitwisseling boven- en ondergrondse netten (artikel 2, lid 3 onder a) is op 14 april 2020 via het kadaster een graafmelding (met meldingsnummer: 20G213191) uitgevoerd. Er is geen eis voorzorgsmaatregel voor de onderzoekslocatie. Archeologie & (niet gesprongen) explosieve Op de interactieve kaarten die beschikbaar is gesteld door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid zijn geen relevante gegevens naar boven gekomen met betrekking tot de onderzoekslocatie. Terreinverkenning Na het verzamelen van de historische informatie en voorafgaand aan het uitvoeren van het veldwerk is het terrein op 15 april 2020 door een medewerker van ATKB (opgeleid in het herkennen van asbest) geïnspecteerd om te verifiëren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. Criteria waar specifiek aandacht aan besteed is zijn de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal aan het oppervlak van het terrein, als bouwmateriaal in opstallen of de aanwezigheid van asbest op aangrenzende locaties. Tijdens deze inspectie zijn geen aanvullende gegevens naar voren gekomen met betrekking tot het voorkomen van asbestverdacht materiaal. De waarnemingen zijn in Tabel 2 samengevat. Waarnemingen terreinverkenning Onderdeel
Beschrijving Bodemgesteldheid
Maaiveld
Puin(houdende grond) Aanwezigheid asbestverdacht materiaal Locatie
Bouwwerken/objecten Aangrenzende locaties
Afwisselend zand en klei. Ja, in de bodem gelegen op de zuidwestzijde van het perceel is puin in de bodem aanwezig. Nee, er is tijdens voorgaande bodemonderzoeken geen asbest verdacht materiaal aangetroffen. Op de locatie zijn diverse opstallen aanwezig, welk deels zijn gebouwd binnen de periode dat grootschalig asbest is gebruikt. Minder van toepassing. De locatie is grotendeels omringd met het water van de Westmaas.
De situatietekening is opgenomen in bijlage 3. Foto’s van de locatie, genomen tijdens de terreinverkenning en uitvoering van de veldwerkzaamheden, zijn opgenomen in bijlage 4.
Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 5 van 17
Conclusies en onderzoekshypothese(n) Op basis van de verzamelde informatie zijn in deze paragraaf de relevante onderzoeksvragen voor het aanvullend verkennend bodemonderzoek opgenomen. Beantwoording onderzoeksvragen NEN 5725 Is de dimensionering (afbakening) van de locatie voldoende in beeld gebracht? Ja, de dimensionering van de te onderzoeken deellocaties zijn bekend. Voor asbest betreft dit een deellocatie van circa 485 m2, voor bestrijdingsmiddelen en PFAS de gehele locatie van 7.075 m2. Zijn potentiele bronnen van bodemverontreiniging (met asbest) bekend, en zo ja, waar zijn deze gelegen en welke parameters zijn verdacht? Ja, de bodem is verdacht op de aanwezigheid van asbest ter plaatse van het voorkomen van bodemvreemde bijmenging en/of puinfundatielagen. Tevens kan het voorkomen van OCB`s en PFAS niet worden uitgesloten. Is de bodem asbestverdacht en wat is de verwachte kwaliteit van de bodem op basis van de bodemkwaliteitskaart en is sprake van een kwalitatief onderscheid tussen de boven- en ondergrond? Ja, een deel van de locatie is verdacht voor aanwezigheid van asbest.
Op basis van de bodemkwaliteitskaart voldoet de bovengrond aan kwaliteitsklasse wonen/industrie, de ondergrond voldoet aan de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde/wonen Is sprake van bodemvreemde lagen en/of een opbouw van de bodem en waterhuishouding die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de bodem, en zo ja, waar zijn die gelegen? Ja, de westzijde is volledig verhard met diverse materialen. Hierdoor is direct contact van vewrontreiniging vanaf met maaiveld met de ondergelegen grondlagen beperkt. Wordt de kwaliteit van de bodem (grond/verhardingslagen) mogelijk beïnvloed door activiteiten/verontreiniging in de (directe) omgeving, en zo ja, waar vindt deze beïnvloeding mogelijk plaats en welke parameters zijn verdacht? Nee, verwacht wordt dat, mede door de scheiding van water, de directe omgeving geen invloed heeft op de bodemkwaliteit van de onderhavige locatie. Het voorkomen van PFAS vanuit de verdere omgeving (luchtdepositie) kan niet worden uitgesloten. Is binnen de locatie sprake van een (deel) van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest of andere stoffen, en zo ja, waar is deze gelegen? Voor asbest is dit niet het geval. Voor PAK (geval 1) en lood en zink (geval 2) is in 2019 door ATKB vastgesteld dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De sterke verontreinigingen zijn in 2019 voldoende afgeperkt.
Is voldoende inzicht in de bodemkwaliteit verkregen of is bodemonderzoek noodzakelijk? Nee, vooralsnog niet. Plaatselijk is onderzoek naar asbest in grond/puinlagen noodzakelijk. Aanvullend dient te worden vastgesteld of de voormalige boomgaard heeft geleid tot een verontreiniging met bestrijdingsmiddelen en/of PFAS op de locatie in de grond voorkomt.
Voor het aanvullend verkennend bodemonderzoek zijn de volgende onderzoekshypothesen opgesteld: 1. In puinlagen en grondlagen met puinbijmenging komt asbest voor. 2. De bovengrond is niet tot licht verontreinigd met bestrijdingsmiddelen (OCB`s). 3. De bovengrond is niet tot licht verontreinigd met PFAS.
Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 6 van 17
3
VERKENNEND ASBESTONDERZOEK Onderzoeksopzet
Een verkennend asbestonderzoek omvat twee aansluitende fasen van veldonderzoek. Gestart wordt met een maaiveldinspectie (asbest op de bodem) en vervolgens wordt gericht onderzoek naar de grondlagen (asbest in de bodem) uitgevoerd. De visuele inspectie van het maaiveld/van het oppervlak heeft als doel het (visueel) ruimtelijk afperken van deellocaties die verdacht zijn voor het voorkomen van asbest en het komen tot een inschatting van het gemiddelde asbestgehalte binnen de betreffende deellocatie. De resultaten worden vervolgens getoetst aan de eerder opgestelde onderzoekshypothese voor de specifieke deellocatie. De uitgangspunten voor een betrouwbare inspectie zijn: Het maaiveld of het oppervlak van de verhardingslaag dient vrij inspecteerbaar te zijn. De toplaag of het oppervlak dient droog (geen plasvorming) en vrij van sneeuw of rijp te zijn. Er moet voldoende licht en zicht zijn. De inspectie-efficiëntie dient tenminste 50% te zijn om een kwantitatieve uitspraak over het gehalte aan asbest binnen de deellocatie te kunnen doen. Wanneer dit niet mogelijk is, dan dient de gehele deellocatie als verdacht te worden beschouwd. Iedere deellocatie is in twee (haaks op elkaar gelegen) richtingen in stroken van 1,5 meter geïnspecteerd. In onderstaande tabel is de specifieke onderzoeksopzet weergegeven die per deellocatie is gehanteerd.
Hierbij is uitgegaan van twee op elkaar gelegen deellocaties: een puinfundatielaag (erfverharding) met ondergelegen puinhoudende grondlaag (bodem onder verharding) en de strategie verdachte heterogeen (VED-HE). Onderzoeksstrategie per deellocatie Aantal inspectiepunten Deellocatie
Inrichting
Oppervlakte
1
Bodem onder verharding
485 m2
4 (tot 50 cm-onderzijde verharding)
2
Erfverharding
485 m2
5
Gaten (30 x 30 x 50 cm)
Gaten tot onverdachte ondergrond (tot 2,0 m-mv) 1
Aantal analyses (AS3000) # NEN 5898 (grond)
NEN 5898 (puin)
NEN 5896 (materiaal)
1
-
-
-
1
-
Veldwerk 3.2.1 Uitvoering Het veldwerk heeft plaatsgevonden op 15 april 2020. De situering van de deellocatie(s) en positionering van de inspectiegaten zijn opgenomen in de situatietekening in bijlage 3. Foto’s van de situatie tijdens uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn opgenomen in bijlage 4. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden hebben geen afwijkingen plaatsgevonden die een negatieve invloed kunnen hebben op het onderzoeksresultaat. Tijdens de graafwerkzaamheden (machinaal) bleek dat binnen de onderzoekslocatie voor asbest sprake is van een afwisseling van een repaclaag en zandlaag met bijmenging met puin (repac). Vanaf circa 50 cm-mv is sprake van de oorspronkelijke bodem (kleilaag). De repaclaag en zandlaag met repac zijn waarschijnlijk gelijktijdig aangebracht en deels met elkaar vermengd geraakt. Nadien is hier een laagje zintuiglijk schoon straatzand op geplaatst. Tijdens uitvoering van de veldwerkzaamheden waren de weersomstandigheden goed (minder dan 10 mm neerslag gedurende de dag en meer dan 50 meter zicht). Het bodemvochtgehalte was meer dan Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 7 van 17
10%. Het maaiveld is afgedekt met een verhardingslaag, waardoor een maaiveldinspectie niet goed uitvoerbaar bleek. De gehele deellocatie is daarom als verdacht voor asbest beschouwd. Tijdens de veldwerkzaamheden is het bodemmateriaal zintuiglijk beoordeeld op samenstelling en het voorkomen van asbestverdacht materiaal (op het maaiveld uitgespreid en geschouwd). Daarnaast zijn de positionering en omvang van ieder inspectiepunt vastgelegd. Het vrijgekomen materiaal is aansluitend laagsgewijs bemonsterd, waarbij per deellocatie (meng) monsters zijn samengesteld per inspectiegat of per te onderscheiden laag met een maximale dikte van 0,5 meter. Het vrijkomende materiaal is, alvorens dit is bemonsterd, gezeefd over 20 mm. De volumefractie > 20 mm is hierbij vastgelegd. De fracties asbestverdacht materiaal > 20 mm zijn verzameld en genoteerd. 3.2.2 Resultaten Op het maaiveld en in de opgegraven grond is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Aangezien er geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen is het niet noodzakelijk een homogeniteitstoets uit te voeren. Er zijn mengmonsters van grond- en puinlagen samengesteld rekening houdend met de samenstelling van het opgeboorde materiaal. In onderstaande tabelTabel 5 is de samenstelling van de (meng)monsters weergegeven. Resultaten inspectie en monstername inspectiepunten (fractie < 20 mm) Deellocatie
Inspectiepunt
Traject (cm-mv)
Matrix
1
1A/1B, 4A/4B en 5A/5B
20 - 60
zand
2
2A/2B en 3A/3B
20 - 60
repac
Opmerkingen Puinhoudend zandlaag binnen het traject Volledig repac (puin) binnen het traject
Monstercode fractie < 20 mm AGM01 APM01
Analyseprogramma De veldmonsters zijn ter analyse aangeboden aan een RvA geaccrediteerd laboratorium. De analyses zijn (voor zover van toepassing) uitgevoerd onder AS3000-erkenning. Het analyseprogramma is in onderstaande tabelTabel 6 weergegeven. Analyseprogramma asbest Deellocatie
Monstercode
Inspectiepunt
Matrix
Traject (cm-mv)
Analyse
Opmerkingen
1
AGM01
1A/1B, 4A/4B en 5A/5B
zand
20 - 60
NEN 5898-g
Puinhoudend zand
2
APM01
2A/2B en 3A/3B
repac
20 - 60
NEN 5898-p
Volledig repac
NEN 5898-g: NEN 5898-p: NEN 5898-m:
(grond) droge stof, asbestgehalte grond kwantitatief (mg/kgds) en kwalitatief (minimaal 10 kgds). (puin) droge stof, asbestgehalte puin/BSA/granulaat kwantitatief (mg/kgds) en kwalitatief (minimaal 25 kg) (materiaal) samenstelling materiaalverzamelmonster (kwantitatief en kwalitatief)
Toetsingskader Voor asbest geldt alleen een interventiewaarde ofwel restconcentratienorm. Deze norm is vastgesteld op 100 mg/kgds asbest (gewogen) en is gebaseerd op het verwaarloosbaar risiconiveau (VR). Het gewogen gehalte aan asbest betreft de som van eenmaal het gemeten gehalte aan serpentijn-asbest en tienmaal het gemeten gehalte aan (het meer carcinogene) amfibool-asbest. Wanneer de norm van 100 mg/kgds (gewogen) asbest wordt overschreden is sprake van asbestverontreiniging. In de meeste gevallen dient het gewogen gehalte conform de strategie voor nader onderzoek per te onderscheiden ruimtelijke eenheid te worden vastgesteld. Alleen na die onderzoeksfase mogen conclusies aan het onderzoek worden verbonden. In eerste instantie wordt gestart met het uitvoeren van verkennend onderzoek. Het onderzoek wordt in dat geval verricht om de te onderscheiden deellocaties binnen het projectgebied vast te stellen. Indien blijkt dat tijdens het verkennend onderzoek sprake is van een gewogen asbestgehalte van Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 8 van 17
< 50 mg/kgds is geen sprake van noodzaak tot nader onderzoek. Het is dan statistisch aannemelijk dat de interventiewaarde ook in een nader onderzoek niet zal worden overschreden. Wanneer deze grens wel wordt overschreden, dan dient aansluitend nader onderzoek te worden uitgevoerd om in beeld te brengen of sprake is van asbestverontreiniging. In tegenspraak met de interventiewaarde van 100 mg/kgds gewogen aan asbest is de risicogrens voor de respirabele asbestvezels vastgesteld op 10 mg/kgds gewogen. In theorie kan sprake zijn van een verontreiniging met meer dan 10 mg/kgds aan respirabele asbestvezels, maar met een totaalgehalte aan asbest onder de interventiewaarde. In de meeste gevallen, zo blijkt uit de onderbouwing van de interventiewaarde voor asbest (zie RIVMrapport 7117011034/2003) zal, indien de interventiewaarde niet is overschreden, deze grens voor respirabele vezels ook niet worden overschreden. In specifieke gevallen, denk aan de druppelzone van asbesthoudende golfplaten-daken zonder dakgoot, locaties waar leidingisolatie is toegepast en/of opgebracht havenslib, is het mogelijk dat ondanks dat de interventiewaarde niet wordt overschreden toch sprake is van risico als gevolg van een hoog gehalte aan respirabele vezels in de contactzone.
Wanneer uit de analyseresultaten van de fijne fractie (< 20 mm) door het laboratorium wordt geconcludeerd dat sprake is van asbestbundels in de fractie < 0,5 mm (respirabele fractie) dient hier aanvullend onderzoek naar plaats te vinden. Analyseresultaten In onderstaande tabel zijn de behaalde resultaten met betrekking tot asbest uit de inspectiegaten weergegeven. In bijlage 6 is het analysecertificaat opgenomen. Op het maaiveld en in de fractie >20 mm is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Totaal asbestgehalte inspectiepunten (fractie < 20 mm) Monstercode Samenstelling
AGM01 APM01
[a]
1A/1B, 4A/4B en 5A/5B 2A/2B en 3A/3B
Gewogen asbestgehalte (mg/kg d.s.) Niet Gecorrigeerd Respirabele gecorrigeerd voor massavezels voor massa-% % < 20 mm
Traject (cm-mv)
Massa-% < 20 mm
Binding asbest[a]
20 – 60
84
n.v.t.
<0,3
<0,3
n.v.t.
20 - 60
61
n.v.t.
<0,4
<0,4
n.v.t.
H = hechtgebonden / NH = niet-hechtgebonden
Interpretatie analyseresultaten In de fractie < 20 mm is analytisch zowel in de puinhoudende zandlaag als repaclaag geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. Op basis van het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is de locatie niet verdacht op asbestverontreiniging. De resultaten geven geen aanleiding tot nader onderzoek.
Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 9 van 17
4
AANVULLEND BODEMONDERZOEK (OCB EN PFAS) Onderzoeksopzet
Het aanvullend onderzoek naar OCB en PFAS is uitgevoerd volgens de strategie verdachte nietlijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Dit sluit aan bij de eerdere onderzoeksstrategie die gehanteerd is voor de locatie. Voor PFAS is voor de analyses de strategie voor een homogeen belaste locatie gehanteerd en is gericht onderzoek uitgevoerd naar deellocaties waar sprake is van sterke grondverontreiniging. Hierdoor wordt vastgesteld wat, bij een eventuele sanering. de afvoermogelijkheden van deze grondstromen zijn. Aangezien in eerste instantie de toplaag (0-0,2 m-mv) verdacht is voor de aanwezigheid van OCB`s, zijn de boringen ten behoeve van het OCB onderzoek tot 0,2 m-mv geplaatst. Voor PFAS zijn verschillende boringen doorgezet tot 0,5 m-mv. In tabel 8 is de specifieke onderzoeksopzet weergegeven, die voor de onderzoeklocatie is gehanteerd. Onderzoeksopzet verkennend bodemonderzoek Boringen (BRL SIKB 2000)
Oppervalkte (m2)
Boring tot 0,5 m-mv
7.075
Boring diep tot 1,5 m-mv #
13
Analyses (AS SIKB 3000) En boring met peilbuis
Grond
Grondwater
-
4 x OCB en organische stof 4 x PFAS en organische stof #
-
10
OCB: PFAS:
Organo-chloor-bestrijdingsmiddelen PFAS (28 verbindingen incl. PFOS, PFOA en precursors, volgens het Tijdelijk Handelingskader)
#
PFAS analyses worden gericht ingezet op grondlagen binnen en buiten reeds bekende contouren van sterke verontreiniging. Hiervoor worden verschillende boringen dieper doorgezet tot in de sterk verontreinigde grondlagen.
Veldwerk 4.2.1 Uitvoering De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 15 april 2020. De positionering van de boringen is weergegeven op de situatietekening in bijlage 3. De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 5. Er zijn in totaal 23 boringen (1 t/m 23) uitgevoerd tot een maximale diepte van 0,5 m-mv. Boringen 1 t/m 5 betreffen boringen ter plaatse van de asbestgaten. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden hebben geen afwijkingen plaatsgevonden welke een negatieve invloed kunnen hebben op het onderzoeksresultaat. 4.2.2 Resultaten De bovengrond tot 0,5 m-mv bestaat voornamelijk uit klei, plaatselijk is bijmenging aangetroffen. In onderstaande tabel is de aangetroffen bijmenging in de bovengrond weergegeven. Afwijkingen aan bodemlagen Boring
Diepte boring (m-mv)
Traject (m-mv)
Grondsoort
Waarneming
1A/1B
1,05
0,25 - 0,55
Zand
brokken asfalt, brokken klei, zwak grindhoudend, zwak puinhoudend
2A/2B
1,00
0,50 - 1,00
Klei
resten baksteen
3A/3B
1,10
0,60 - 1,10
Klei
resten baksteen
4A/4B
1,00
0,10 - 0,50
Zand
brokken klei, zwak grindhoudend, matig puinhoudend
4A/4B
1,00
0,50 - 1,00
Klei
resten baksteen
5A
0,55
0,25 - 0,55
Zand
brokken klei, zwak grindhoudend, sterk puinhoudend
Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 10 van 17
Boring
Diepte boring (m-mv)
Traject (m-mv)
Grondsoort
Waarneming
8
0,50
0,20 - 0,50
Klei
zwak kolengruishoudend, resten baksteen
9
0,50
0,20 - 0,50
Klei
resten baksteen
13
0,50
0,20 - 0,50
Klei
resten baksteen, zwak kolengruishoudend
14
0,50
0,20 - 0,50
Klei
resten baksteen, zwak kolengruishoudend
16
0,50
0,20 - 0,50
Klei
resten baksteen
21
0,50
0,20 - 0,50
Klei
zwak kolengruishoudend, zwak grindhoudend
22
0,50
0,20 - 0,50
Klei
resten baksteen
23
0,50
0,20 - 0,50
Klei
zwak grindhoudend, zwak kolengruishoudend
Toelichting: resten tot zwakke bijmenging: <5%; matige bijmenging: <15% sterke bijmenging: <30%
Analyseprogramma De grondmonsters zijn ter analyse aangeboden aan een RvA-geaccrediteerd laboratorium. De analyses zijn (voor zover van toepassing) uitgevoerd onder AS3000-erkenning. Analyseprogramma grond Monstercode
Traject (m-mv)
MM1
0,10 - 0,55
MM2
0,00 - 0,20
MM3
0,00 - 0,20
MM4
0,00 - 0,20
Deelmonsters (m-mv) 1A/1B (0,25 - 0,55) 2A/2B (0,10 - 0,20) 4A/4B (0,10 - 0,50) 5A (0,25 - 0,55) 6 (0,00 - 0,20) 7 (0,00 - 0,20) 8 (0,00 - 0,20) 9 (0,00 - 0,20) 12 (0,00 - 0,20) 13 (0,00 - 0,20) 15 (0,00 - 0,20) 16 (0,00 - 0,20) 17 (0,00 - 0,20) 19 (0,00 - 0,20) 20 (0,00 - 0,20) 22 (0,00 - 0,20)
Analysepakket
Grondsoort
Motivatie
OCB + PFAS + organische stof
Zand
Zuidwestelijk deel, deels binnen geval PAK in grond
OCB + PFAS + organische stof
Klei
Noordwestelijk en centraal deel
OCB + PFAS + organische stof
Klei
Centraal/oostelijk deel, deels binnen geval met zware metalen
OCB + PFAS + organische stof
Klei
Oostelijk deel, deels binnen geval met zware metalen
Analyseresultaten De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 6. In paragraaf 4.6 worden de resultaten geïnterpreteerd.
Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 11 van 17
Toetsingskaders 4.5.1 Toetsingskader NEN 5740 De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de Circulaire bodemsanering (streef- en interventiewaarden) en de Regeling bodemkwaliteit (achtergrondwaarden). Voor de toetsing is gebruikgemaakt van de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). BoToVa is een instrument dat het toetsen aan bodemnormen uniformeert. Scope is de toetsing aan normen voor land- en waterbodem, grond en baggerspecie, grondwater en bouwstoffen uit het Besluit bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Voor grond is de toetsing aan de achtergrond- (AW) en interventiewaarden (I) uitgevoerd door de vastgestelde gehalten om te rekenen naar standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum) en vervolgens te toetsen aan de normwaarden voor standaardbodem. Voor de berekening van de locatiespecifieke gehalten (bij standaardbodem) is gebruikgemaakt van de door het laboratorium vastgestelde percentages aan lutum en organische stof. Voor grondwaterconcentraties vindt geen correctie plaats en wordt direct getoetst aan de streef- (S) en interventiewaarden (I). Naast toetsing aan de normwaarden wordt de ‘bodemindex’ per parameter berekend. Deze index geeft de mate van overschrijding van de referentiewaarden weer en wordt als volgt berekend: Bodemindex = (BoToVa-gecorrigeerd resultaat – AW of S) / (I – AW of S).
De index geeft inzicht in de mate van overschrijding van de normwaarden. De beschrijving van een verontreiniging in relatie tot het vastgestelde gehalte (grond) of de vastgestelde concentratie (grondwater) en de hiervoor berekende bodemindex (BoToVa) is in onderstaande tabel uiteengezet. Toetsingskader Vastgestelde waarde in relatie tot normwaarden
Bodemindex
Beschrijving van verontreiniging
0
Geen
Grond
Grondwater
≤ AW
≤S
> AW en ≤ I
> S en ≤ I
> 0 en 0,5
Licht
> AW en ≤ I
> S en ≤ I
> 0,5 en 1
Matig
>I
>I
>1
Sterk
Hierbij wordt opgemerkt dat matige verontreiniging (bodemindex: > 0,5 en 1) geen wettelijke grondslag heeft, maar overschrijding van deze waarde wel aanleiding vormt voor de afweging of nader onderzoek noodzakelijk is. Uitvoering van nader onderzoek is onder andere afhankelijk van de locatiespecifieke omstandigheden (aard, mate en verdeling van verontreiniging), de bekende achtergrondkwaliteit (bodemkwaliteitskaart) en onderzoeksdoelstelling en specifieke eisen vanuit de bevoegde instantie (in het kader van de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit). 4.5.2 Toetsingskader PFAS Voor PFAS zijn (nog) geen normwaarden opgesteld in de Circulaire bodemsanering en de Regeling bodemkwaliteit. In bijlage 6 van de Circulaire bodemsanering zijn richtlijnen voor het omgaan met niet genormeerde stoffen opgenomen. Indien een stof niet van nature in de bodem en/of grondwater aanwezig is en er is geen streefwaarde beschikbaar, dan kan de bepalingsgrens als achtergrondwaarde voor grond/grondwater worden gebruikt. Uit onderzoek blijkt dat PFAS (en in mindere mate GenX) diffuus verspreid voorkomt in de bodem en wordt op veel plaatsen in gehalten boven de bepalingsgrens in de grond aangetroffen. De huidige regelgeving voorziet nog niet volledig in het hergebruik en verwerking van PFAS-houdende grond.
Sinds 8 juli 2019 is een Tijdelijk Handelingskader PFAS (ThP) van kracht geworden, vooruitlopend op de wijziging van Regeling bodemkwaliteit. In dit tijdelijk handelingskader zijn toepassingsnormen opgenomen voor hergebruik van grond met betrekking tot PFAS en GenX. Bij de acceptatie van niet Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 12 van 17
toepasbare grond door verwerkers wordt vooralsnog getoetst aan de maximale toepassingsnormen voor PFAS en GenX. Op 1 december 2019 is een geactualiseerde versie van het Tijdelijk Handelingskader PFAS gepubliceerd. Op basis van onderzoeken uitgevoerd door RIVM (landbodem) en Deltares (diepe plassen) is het tijdelijk handelingskader aangevuld met tijdelijke landelijke achtergrondwaarden in de landbodem en een voorlopig herverontreinigingsniveau voor de waterbodem. De analyseresultaten voor PFAS zijn getoetst aan de tijdelijke landelijke achtergrondwaarden en toepassingsnormen (maximale waarden per functieklasse) uit het Tijdelijk Handelingskader PFAS. Een overzicht van de normen is opgenomen in tabel 12. Toepassingsnormen voor PFAS (boven grondwater) Toepassingsklasse in de zin van het Besluit bodemkwaliteit
PFOS (µg/kg d.s.)
PFOA (µg/kg d.s.)
GenX (µg/kg d.s.)
Overige PFAS (µg/kg d.s.)
Landbouw/Natuur
<0,9
<0,8
<0,8
<0,8
Wonen
3,0
7,0
3,0
3,0
Industrie
3,0
7,0
3,0
3,0
Niet toepasbaar
>3,0
>7,0
>3,0
>3,0
Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 13 van 17
Toetsingsresultaat en interpretatie 4.6.1 Grond In onderstaande tabellen zijn de relevante toetsingsresultaten voor grond weergegeven. Voor een volledig overzicht van de resultaten van alle geanalyseerde parameters wordt verwezen naar het toetsingsoverzicht in bijlage 6. Toetsingsresultaat OCB`s Monstercode
Traject (m-mv)
MM1
0,10 - 0,55
MM2
0,00 - 0,20
MM3
0,00 - 0,20
MM4
0,00 - 0,20
Deelmonsters (m-mv) 1A/1B (0,25 - 0,55) 2A/2B (0,10 - 0,20) 4A/4B (0,10 - 0,50) 5A (0,25 - 0,55) 6 (0,00 - 0,20) 7 (0,00 - 0,20) 8 (0,00 - 0,20) 9 (0,00 - 0,20) 12 (0,00 - 0,20) 13 (0,00 - 0,20) 15 (0,00 - 0,20) 16 (0,00 - 0,20) 17 (0,00 - 0,20) 19 (0,00 - 0,20) 20 (0,00 - 0,20) 22 (0,00 - 0,20)
Bodemtype
Motivatie
Zand
Toetsingsresultaat >AW (+index)
>I(+index)
Zuidwestelijk deel, deels binnen geval PAK in grond
-
-
Klei
Noordwestelijk en centraal deel
-
-
Klei
Centraal/oostelijk deel, deels binnen geval met zware metalen
-
-
Klei
Oostelijk deel, deels binnen geval met zware metalen
-
-
In de (meest verdachte toplaag van de) bovengrond zijn geen verhoogde gehaltes aan OCB`s aangetroffen. De locatie wordt niet langer verdacht op verontreiniging met bestrijdingsmiddelen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Toetsingsresultaat PFAS Monstercode
Traject (m-mv)
MM1
0,10 - 0,55
MM2
0,00 - 0,20
MM3
0,00 - 0,20
MM4
0,00 - 0,20
Deelmonsters (m-mv) 1A/1B (0,25 - 0,55) 2A/2B (0,10 - 0,20) 4A/4B (0,10 - 0,50) 5A (0,25 - 0,55) 6 (0,00 - 0,20) 7 (0,00 - 0,20) 8 (0,00 - 0,20) 9 (0,00 - 0,20) 12 (0,00 - 0,20) 13 (0,00 - 0,20) 15 (0,00 - 0,20) 16 (0,00 - 0,20) 17 (0,00 - 0,20) 19 (0,00 - 0,20) 20 (0,00 - 0,20) 22 (0,00 - 0,20)
Bodemtype
Zand
Toetsingsresultaat Motivatie
Voldoet aan toepassingsklasse
Zuidwestelijk deel, deels binnen geval PAK in Achtergrondwaarde grond
Maatgevende parameter(s) -
Klei
Noordwestelijk en centraal deel
Wonen
PFOA, PFOS
Klei
Centraal/oostelijk deel, deels binnen geval met zware metalen
Niet Toepasbaar
PFOS
Klei
Oostelijk deel, deels binnen geval met zware metalen
Wonen
PFOA, PFOS
In alle op PFAS geanalyseerde monsters zijn gehalten aan PFOS en PFOA boven de bepalingsgrens gemeten. Op het verharde deel van de locatie (MM1) zijn de gehalten het laagst. De verharding heeft hier mogelijk als isolatie van de bodem gediend. Ter plaatse van de onverharde delen van de locatie is sprake van een heterogeen voorkomen van PFAS in de bovengrond. Plaatselijk is sprake van niet toepasbare grond (PFOS > 3,0 mg/kg.ds). Gezien het heterogeen voorkomen van PFAS, de kleine verschillen in vastgestelde gehalten en het ontbreken van een puntbron op de locatie is een benadering op basis van gemiddelden meer representatief. Op de onverharde locatiedelen is voor PFOA sprake van een gemiddeld gehalte van 3,51 µg/kg.ds, voor PFOS betreft dit 3,15 µg/kg.ds. Op basis van deze gemiddelden wordt gesteld dat op basis van PFOS sprake is van ‘Niet toepasbare grond’. Dit is van toepassing wanneer de grond wordt afgevoerd van de locatie.
Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 14 van 17
Het RIVM heeft recent een voorstel van Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV) voor PFAS in de bodem opgesteld5. Deze waarden kunnen (onder voorbehoud) als voorlopige interventiewaarden worden beschouwd. De niveaus zijn als volgt:
De behaalde resultaten zijn getoetst aan deze gehalten. Voor alle metingen binnen het project blijkt dat de gehalten ruim onder de risicogrenzen liggen. Op basis van deze informatie wordt gesteld dat geen sprake is van onaanvaardbare risico’s op de locatie. Er is daarom geen saneringsplicht.
5 Toelichting op Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV), PFAS voor grond en grondwater, RIVM, 20200302v10, 5 maart 2020.
Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 15 van 17
5
CONCLUSIES • Ter plaatse van het westelijk deel van de locatie is verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Ter plaatse is sprake van een repaclaag (als fundatie) en puinhoudende zandlaag. Deze lagen zijn samen circa 50 cm dik. Zowel op het maaiveld als in de inspectiegaten is geen asbesthoudend materiaal in de fractie > 20 mm vastgesteld. • Binnen de voor asbest verdachte deellocatie zijn zowel in de grond- als in fundatielaag geen gewogen gehalten aan asbest vastgesteld die de helft van de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. (gewogen) overschrijden. Conform de NEN 5707 / NEN 5897 is het niet noodzakelijk verder onderzoek uit te voeren. Het is statistisch aannemelijk dat de interventiewaarde ook in een nader onderzoek niet zal worden overschreden. • Binnen de gehele locatie is daarnaast verkennend onderzoek naar OCB en PFAS in de bovengrond uitgevoerd. De bijmenging van bodemvreemd materiaal is hier beperkt tot kolengruis en baksteen en in lijn met voorgaande onderzoeken. • De bovengrond (meest verdacht toplaag van een eventuele voormalige boomgaard) is niet verontreinigd met bestrijdingsmiddelen (OCB). • Voor PFAS zijn zowel voor PFOS als PFOA verhoogde gehalten vastgesteld. Onder de verhardingslagen op het westelijk deel van de locatie is sprake van toepassingsklasse Achtergrondwaarde.
Op de onverharde locatiedelen is sprake van een (gemiddeld) gehalte aan PFOS boven de toepassingsnorm (en tevens verhoogde gehalten aan PFOA). De vastgestelde gehalten liggen wel ruim onder de risiconormen. • De voor de locatie gehanteerde onderzoekshypothese “In puinlagen en grondlagen met puinbijmenging komt asbest voor” is niet bevestigd. Nader onderzoek met een gewijzigde onderzoekshypothese is niet noodzakelijk. • De voor de locatie gehanteerde onderzoekshypothese “De bovengrond is niet tot licht verontreinigd met bestrijdingsmiddelen (OCB`s)” is bevestigd. De bovengrond is niet verontreinigd. • De voor de locatie gehanteerde onderzoekshypothese “De bovengrond is niet tot licht verontreinigd met PFAS” is niet bevestigd. De bovengrond op de onverharde locatiedelen bevat een gemiddeld gehalte PFOS boven de maximale waarde voor industrie, en is daarmee niet toepasbaar op een andere locatie. • Voor PFAS is nu geen sprake van risico’s. Deze worden ook niet verwacht bij een toekomstige herontwikkeling en gebruiksfunctie ‘wonen met tuin’. Het advies is om de afvoer van grond vanaf de locatie te beperken. De grond is buiten de locatie namelijk niet toepasbaar en dient daardoor te worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Dit leidt tot hoge kosten. • Advies is om de rapportage ter beoordeling in te dienen bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.
Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 16 van 17
6
BETROUWBAARHEID ONDERZOEK
De werkzaamheden zijn uitgevoerd door ATKB (tenzij anders vermeld). ATKB is geen eigenaar van de onderzochte locatie en is onafhankelijk van de opdrachtgever, locatiegebruiker en -eigenaar. De veldwerkzaamheden onder certificaat zijn conform de Kwalibo-regeling uitgevoerd onder het procescertificaat van ATKB voor de BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek), Protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen) en Protocol 2018 (Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem). Voor de monstername van PFAS is aanvullend de richtlijn uit het Handelingskader Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (PFAS)6 gevolgd. Het veldwerk onder certificaat is uitgevoerd door: Dhr. G. de Feijter (Protocol 2001 en 2018); Dhr. D. van der Spek (Protocol 2001). ATKB is in het bezit van een kwaliteitssysteem volgens NEN-EN-ISO9001:2015 en een veiligheidsmanagementsysteem conform VCA**. Tevens is ATKB lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De certificaten van ATKB zijn in te zien via https://www.at-kb.nl/nl/over-ons/kwaliteit. De analyses zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium.
Het onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht, door het steekproefsgewijs bemonsteren van bodemlagen, volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Hoewel ATKB de grootste zorgvuldigheid betracht bij het uitvoeren van bodemonderzoek is het, juist door deze steekproefsgewijze bemonstering, mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in de samenstelling van de bodem aanwezig zijn, die tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. ATKB aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard ook. In dit kader wordt tevens opgemerkt dat ATKB niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van door derden verstrekte informatie en van eventueel door derden uitgevoerd (voor)onderzoek. Hierbij wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek. Naarmate er een langere tijd is verstreken na uitvoering van het onderzoek, dient meer voorzichtigheid te worden betracht bij het gebruik van de onderzoeksresultaten.
6
Handelingskader Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (PFAS) - Onderzoekslijn 1 – Kennisdocument onderdeel 6 ‘Veldwerk en Analyse’. Expertisecentrum PFAS, d.d. 2 oktober 2017
Aanvullend verkennend onderzoek naar OCB, PFAS en asbest in grond Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20200410/rap01, versie 1, 4 mei 2020
Blz. 17 van 17
BIJLAGE 1
BETREFT
Westmaas C 1149 UW REFERENTIE
20200410 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
29-04-2020 - 12:45
S11061726139
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
28-04-2020 - 14:59
28-04-2020 - 14:59
BLAD
1 van 3
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Westmaas C 1149 Kadastrale objectidentificatie : 021260114970000
Locaties Hofstraat 5
3273 AH Westmaas Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistraties Adressen en Gebouwen
Hofstraat 6 3273 AH Westmaas Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistraties Adressen en Gebouwen
Hofstraat 7 3273 AH Westmaas Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistraties Adressen en Gebouwen
Hofstraat 7 A 3273 AH Westmaas Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistraties Adressen en Gebouwen
Hofstraat 9 3273 AH Westmaas Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistraties Adressen en Gebouwen
Hofstraat 10 3273 AH Westmaas Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistraties Adressen en Gebouwen
Hofstraat 10 A 3273 AH Westmaas Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistraties Adressen en Gebouwen
HOFSTR 8 3273 AH WESTMAAS Kadastrale grootte 7.075 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 92034 - 422714 Omschrijving Wonen
Erf - tuin Ontstaan uit Westmaas C 138
Westmaas C 565
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster
BETREFT
Westmaas C 1149 UW REFERENTIE
20200410 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
29-04-2020 - 12:45
S11061726139
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
28-04-2020 - 14:59
28-04-2020 - 14:59
BLAD
2 van 3
Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB. Landelijke Voorziening
RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/3 Afkomstig uit stuk Hyp4 11202/33 Rotterdam
Ingeschreven op 13-09-1990
Naam gerechtigde De heer Cornelis Arie Plomp Adres Johannes Kolfstraat 32
3273 CB WESTMAAS Geboren 17-05-1954
te WESTMAAS
Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Zie akte(n) 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/6 Afkomstig uit stuk Hyp4 11347/48 Rotterdam
Ingeschreven op 18-12-1990
Naam gerechtigde De heer Adrianus Pieter Plomp Adres Smitsweg 1 C
3286 LC KLAASWAAL Geboren 11-12-1969
te ROTTERDAM
Geboorteland Nederland Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Zie akte(n) 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/6 Afkomstig uit stuk Hyp4 11347/48 Rotterdam
Ingeschreven op 18-12-1990
Naam gerechtigde De heer Jan Cornelis Plomp Adres Ambachtsherenlaan 15
3271 TM MIJNSHEERENLAND Geboren 22-12-1955
te MIJNSHEERENLAND
Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Zie akte(n) 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/6 Afkomstig uit stuk Hyp4 11347/48 Rotterdam Naam gerechtigde De heer Jacobus Plomp
Ingeschreven op 18-12-1990
BETREFT
Westmaas C 1149 UW REFERENTIE
20200410 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
29-04-2020 - 12:45
S11061726139
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
28-04-2020 - 14:59
28-04-2020 - 14:59
BLAD
3 van 3
Adres Mariadijk 2
3257 LK OOLTGENSPLAAT Geboren 13-01-1965
te HEINENOORD
Geboorteland Nederland Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Zie akte(n) 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/6 Afkomstig uit stuk Hyp4 11347/48 Rotterdam
Ingeschreven op 18-12-1990
Naam gerechtigde Mevrouw Aaltje Aartje Hermine Plomp Adres Hofstraat 10
3273 AH WESTMAAS Geboren 17-06-1950 Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Zie akte(n)
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
te MIJNSHEERENLAND
Kadastrale kaart
Uw referentie: 20200410
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Westmaas C 1149
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 29 april 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Hofstraat 5-10 te Westmaas
Kenmerk: Versie: Datum:
20181413/rap01 1 1 februari 2019
Auteur: Projectleider: Kwaliteitscontrole:
Dhr. S. Sisselaar Dhr. G. van Bergeijk Dhr. G. van Bergeijk
Opdrachtgever:
Fam. Plomp Hofstraat 10A 3273 AH Westmaas Dhr. C. Plomp
Contactpersoon:
Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.
5 CONCLUSIES De bodem gelegen op de westzijde van de locatie bestaat tot de maximale boordiepte uit een zanderige bovengrond en een kleiige ondergrond. Aan de oostzijde is een kleiige boven- en ondergrond waargenomen met in de ondergrond plaatselijk een aanwezige veenlaag. De stijghoogte van het grondwater is vastgesteld op gemiddeld 0,5 m-mv. In de zandig grondlagen, gelegen op de westelijke locatiedelen, is plaatselijk sprake van bijmenging met baksteen en kolengruis. Dit is waarschijnlijk een historische ophooglaag. Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Plaatselijk is wel sprake van bodemvreemd materiaal. Dit betreft baksteen en kolengruis die niet direct als asbestverdacht worden beschouwd. Om aan- of afwezigheid van asbest in grond met enige zekerheid vast te stellen, is een onderzoek conform NEN 5707 altijd noodzakelijk. Op basis van de waarnemingen is hiervoor niet direct een aanleiding. De zandige bovengrond aan de westzijde van de onderzoekslocatie met bijmenging van baksteen en kolengruis is sterk verontreinigd met minerale olie en PAK. Na aanvullende analyses is gebleken dat de sterke verontreiniging gelegen is in de bovengrond, aan de oostzijde van het perceel tussen de twee gebouwen. De sterke verontreiniging is mogelijk te relateren aan de bijmenging met kolengruis in de grond.
Om de exacte omvang van de verontreiniging te bepalen is een nader onderzoek noodzakelijk. In de kleiige bovengrond aan de oostzijde van de locatie is sprake van sterke verontreiniging met lood en zink in de bovengrond. Om de exacte omvang van de verontreiniging te bepalen is een nader onderzoek noodzakelijk. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn vooralsnog alleen lichte verontreinigingen met minerale olie, zware metalen en/of PAK vastgesteld. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. De herkomst van de verontreiniging is waarschijnlijk niet te relateren aan antropogeen handelen. De gehanteerde onderzoekshypothese “De grond en het grondwater aan de westzijde van de locatie zijn licht tot matig verontreinigd met parameters uit het standaardpakket (NEN 5740) is niet bevestigd. Er is sprake van lichte tot sterke verontreiniging in de grond. De gehanteerde onderzoekshypothese “De grond en het grondwater aan de oostzijde van de locatie zijn niet tot licht verontreinigd met parameters uit het standaardpakket (NEN 5740)” is eveneens niet bevestigd. Er zijn op het oostelijk gelegen deel naast lichte verontreiniging ook sterke verontreinigingen in de bovengrond aangetroffen met lood en zink. Nader onderzoek wordt in het kader van de doelstelling van het onderzoek noodzakelijk geacht.
Het nader onderzoek dient inzicht te geven in de omvang (ernst) en mate (risico’s) van de sterke verontreinigingen. Dit geldt zowel voor de verontreinigingen aan de westzijde met PAK en minerale olie in grond als de sterke verontreiniging aan de oostzijde met lood en zink in grond.
Verkennend bodemonderzoek Hofstraat 5-10 te Westmaas Kenmerk: 20181413/rap01, versie 01, 1 februari 2019
Blz. 13 van 14
Verkennend bodemonderzoek Hofstraat 5-10 te Westmaas Bijlage: Situatietekening
Legenda boring tot 0,5 m-mv
boring tot 2,0 m-mv peilbuis (NEN)
locatiegrens
dieseltank
10
20
30
40
50
Coördinatenstelsel: RD New Units: Meter
Datum:
22-01-2019
Projectnummer:
20181413
Opdrachtgever:
Van der Wulp Autobedrijf B.V.
Tekeningnummer: TEK.01 Schaal:
1: 500
Papierformaat:
A3
Tekenaar:
STS
Telefoon: 088-1153200 Email: info@at-kb.nl www.at-kb.nl
C21:79* DE ME PQRSTE WXXYTZZ[RZYE
,-
FGFHIJKL INNLFFJIO GUVGVNOGF \S]5^Y_Z[R
C21:79* DE ME PQRSTE WXXYTZZ[RZYE
G
,0
FGFFrJOH INNLUHJUO GUVGVNOGF \S]5^Y_Z[R
OJOO OJNK OJKO OJHK GJOO GJNK GJKO GJHK NJOO
C21:79* DE ME PQRSTE WXXYTZZ[RZYE OJOO OJNK OJKO OJHK GJOO
`YQ[ abZcJ5[RZYd5[cbRc̀J5TQRc̀5eSTZS[J fgQd5gXYRZbeXShZ_hJ5_ZSRYQQb VOJLN `Yc i[jYSc_J5^hZbTQ_jXXY VOJGN
OJOO OJNK OJKO
G N r
VOJGr VOJNN
VOJFr VGJGr
I K
dbc_dZY kXbbZhc̀5dbc_dZY[ lQ_hJ5TQRc̀5mci_J5fgQd5[cbRc̀J5bc]eR `Yci[jYSc_J5^hZbTQ_jXXY
PQRSTE WXXYTZZ[RZYE
GUVGVNOGF \S]5^Y_Z[R
OJOO OJNK
G
C21:79*
,/
PQRSTE WXXYTZZ[RZYE
GUVGVNOGF \S]5^Y_Z[R
OJOO OJNK OJKO
G N
dbc_dZY kXbbZhc̀5dbc_dZY[ VOJIO lQ_hJ5 fZZY5mci_J5fgQd5[cbRc̀J5fgQd `Yc_heXShZ_hJ5fgQd []eZbneXShZ_hJ5bc]eR5̀Yci[jYSc_J oYc_hjXXYJ5oZ[RQQdR5Xn5pZYeQYhc_`q OJOO VOJGO
ZYm lQ_hJ5TQRc̀5mci_J5fgQd5[cbRc̀J5bc]eR VOJrO `Yc i[jYSc_J5^hZbTQ_jXXY VOJKO lQ_hJ5TQRc̀5mc i_J5TQRc̀5[cbRc̀J _ZSRYQQb̀Yci[J5^hZbTQ_jXXY OJOO
VNJGr
,6
N
,+
abZcJ5[RZYd5[cbRc̀J5_ZSRYQQb̀Yci[J ^hZbTQ_jXXY abZcJ5[RZYd5[cbRc̀J5_ZSRYQQb̀Yci[J5oSR[
C21:79*
FGFLKJGK INNLIFJUO GUVGVNOGF \S]5^Y_Z[R G
C21:79*
DE ME PQRSTE WXXYTZZ[RZYE dbc_dZY kXbbZhc̀5dbc_dZY[ _hJ5TQRc̀5mci_J5fgQd5[cbRc̀J5TQRc̀ VOJrG lQ jQd[RZZ_eXShZ_hJ5fgQd [RZZ_eXShZ_hJ5YZ[RZ_5dXbZ_`YSc[J 5̀Yci[jYSc_J5^hZbTQ_jXXY VOJUG _ZSRYQQb lQ_hJ5TQRc̀5mci_J5[RZYd5[cbRc̀J _ZSRYQQb̀Yci[J5^hZbTQ_jXXY OJGF OJOF
0123456789941*+,-.-/-0 01234567119* 223461116567-,564584469114
OJOO OJNK OJKO
,s
FGFHrJOL INNLLHJOO GUVGVNOGF \S]5^Y_Z[R G
dbc_dZY kXbbZhc̀5dbc_dZY[ _hJ5TQRc̀5mci_J5fgQd5[cbRc̀J5TQRc̀ VOJrL lQ jQd[RZZ_eXShZ_hJ5fgQd [RZZ_eXShZ_hJ5YZ[RZ_5dXbZ_`YSc[J _ZSRYQQb5̀Yci[jYSc_J5^hZbTQ_jXXYJ oZ[RQQdR5Xn5pZYeQYhc_`q OJGI OJOI
019:71;-5<175/ =464>47?5<2@94745ABA56-,/
C21:79* EF NF PQRSTF WXXYTZZ[RZYF
,D
EF NF PQRSTF WXXYTZZ[RZYF
U
EF NF PQRSTF WXXYTZZ[RZYF IKII IKHM IKMI
VUKHO
`YQ[ abZcK5TQRc̀5[cbRc̀K5deQf5gSTZS[K _ZSRYQQb5hYSc_`Yci[K5^jZbTQ_hXXY
,o
GUGpJKLH LHHpLIKMI UkVUVHIUG \S]5^Y_Z[R
IKII IKHM IKMI IKOM
C21:79*
EF NF PQRSTF WXXYTZZ[RZYF VIKOO
IKII IKHM IKMI
C21:79*
C21:79*
GHIJIKLM LHHOJJKGI HUVUVHIUG \S]5^Y_Z[R
U H J
RSc_ qQ_jK5TQRc̀5rci_K5TQRc̀5[cbRc̀K5deQf gSTZS[K5deQf5eXYRZbgXSjZ_jK VIKLp _ZSRYQQb 5̀Yci[hYSc_K5^jZbTQ_hXXY qQ _ j K 5 TQ Rc̀5rci_K5TQRc̀5[cbRc̀K5deQf VIKOp gSTZS[K5deQf5hQf[RZZ_gXSjZ_jK deQf5[RZZ_gXSjZ_jK5deQf fXbZ_`YSc[gXSjZ_jK5deQf `Yc_jgXSjZ_jK5_ZSRYQQb5̀Yci[hYSc_K ^jZbTQ_hXXY abZcK5[RZYf5[cbRc̀K5_ZSRYQQb̀Yci[K ^jZbTQ_hXXYK5sZ[RQQfR5Xt uZYgQYjc_`v IKIL VIKIp
--
U H
Q[rQbR lXbbZjc̀5Q[rQbRK5aZY_hXXY _jK5TQRc̀5rci_K5deQf5[cbRc̀K5bc]gR VIKOI qQ hYSc_`Yci[K5^jZbTQ_hXXY VIKGI abZcK5[RZYf5[cbRc̀K5_ZSRYQQb̀Yci[K ^jZbTQ_hXXY VIKHI VIKJO
0123456789941*+,-.-/-0 01234567119* 223461116567-,564584469114
U H J L
C21:79*
-,
PQRSTF WXXYTZZ[RZYF
UkVUVHIUG \S]5^Y_Z[R
IKII IKHM IKMI
EF NF PQRSTF WXXYTZZ[RZYF IKII IKHM IKMI IKOM UKII UKHM UKMI UKOM HKII HKHM HKMI
`YQ[ abZcK5[RZYf5[cbRc̀K5TQRc̀5gSTZS[K _ZSRYQQb5̀Yci[hYSc_K5^jZbTQ_hXXY VUKIk lZZ_K5deQf5fbZcm̀K5deQf `Yc_jgXSjZ_jK5jX_fZY5̀Yci[hYSc_K nXY[R VIKMk
IKII IKHM IKMI IKOM UKII UKHM UKMI UKOM HKII
C21:79*
GUGGJKIk LHHpOHKUI UkVUVHIUG \S]5^Y_Z[R
,.
GHIOIKHG LHHOHOKJU HUVUVHIUG \S]5^Y_Z[R
U H
VHKMk
hZRX_ lXbbZjc̀5hZRX_K5aZY_hXXY VIKLI ab ZcK5[RZYf5[cbRc̀K5deQf _jgXSjZ_jK5_ZSRYQQb5̀Yci[hYSc_K VIKpI `Yc ^jZbTQ_hXXY abZcK5[RZYf5[cbRc̀K5_ZSRYQQb̀Yci[K ^jZbTQ_hXXY I VIKIKIIG
-+
GHIHUKUU LHHpkIKJI UkVUVHIUG \S]5^Y_Z[R U H J L M p
hZRX_ lXbbZjc̀5hZRX_K5aZY_hXXY qQ_jK5TQRc̀5rci_K5deQf5[cbRc̀K5bc]gR hYSc_`Yci[K5^jZbTQ_hXXY qQ_jK5TQRc̀5rci_K5deQf5[cbRc̀K5[RZYf _jgXSjZ_jK5deQf5fXXbgXSjZ_jK VUKLU `Yc jX_fZY5deQYR̀Yci[K5^jZbTQ_hXXY abZcK5[RZYf5[cbRc̀K5jX_fZY5hYSc_`Yci[K nXY[R VIKLU VIKMk VIKkU
VHKLU
abZcK5[RZYf5[cbRc̀K5YZ[RZ_5hQf[RZZ_K deQf5uZZ_gXSjZ_jK5jX_fZY VHKGU hYSc _`Yci[K5nXY[R
019:71;+5<175/ =464>47?5<2@94745ABA56-,/
C21:79* DE ME PQRSTE WXXYTZZ[RZYE
-0
G I K N ` O
C21:79*
-6
PQRSTE WXXYTZZ[RZYE
IGVGVILGF \S]5^Y_Z[R
LJLL LJI` LJ`L LJH` GJLL GJI` GJ`L GJH` IJLL
RZaZb cXbbZdea5RZaZb _dJ5TQRea5geh_J5ijQk5[ebReaJ5be]lR VLJNO fQ h[mYSe_J5^dZbTQ_mXXY VLJ̀O aYe VLJHO nb ZeJ5[RZYk5[ebReaJ5_ZSRYQQbaYeh[J TQ_mXXY VLJFO ^dZb fQ_dJ5TQRea5geh_J5TQRea5[ebReaJ5be]lR aYeh[mYSe_J5^dZbTQ_mXXY nbZeJ5[RZYk5[ebReaJ5_ZSRYQQbaYeh[J ^dZbTQ_mXXY VGJFO nb ZeJ5[RZYk5[ebReaJ5_ZSRYQQbaYeh[J5oSR[
DE ME PQRSTE WXXYTZZ[RZYE aYQ[ nbZeJ5TQRea5[ebReaJ5TQRea5lSTZS[J ijQk5aYe_dlXSdZ_dJ5_ZSRYQQb VLJ̀L aYe h[mYSe_J5^dZbTQ_mXXY
G
-q
DE ME PQRSTE WXXYTZZ[RZYE aYQ[ nbZeJ5SeRZY[R5[ebReaJ5TQRea5lSTZS[J _ZSRYQQb5aYeh[mYSe_J5^dZbTQ_mXXY VGJKU nbZeJ5SeRZY[R5[ebReaJ5_ZSRYQQbaYeh[J ^dZbTQ_mXXY VGJUU cZZ_J5Te_ZYQQbQYTJ5_ZSRYQQb aYeh[mYSe_J5oSR[ VIJKU cZZ_J5ijQk5kbZeraJ5_ZSRYQQb aYeh[mYSe_J5oSR[ VLJUU
G I K N
LJLL LJI` LJ`L
aYQ[ nbZeJ5[RZYk5[ebReaJ5TQRea5lSTZS[J ijQk5aYe_dlXSdZ_dJ5_ZSRYQQb VGJLL aYe h[mYSe_J5^dZbTQ_mXXY VLJ̀L
G
-p
FILGOJLF NIIHGLJOG IGVGVILGF \S]5^Y_Z[R VLJKU
LJLL LJI` LJ`L
C21:79*
FILNKJL` NIIHNUJNL IGVGVILGF \S]5^Y_Z[R
-/
FILIKJUU NIIOFOJUL IGVGVILGF \S]5^Y_Z[R
LJLL LJI` LJ`L
C21:79* LJLL
LJLL LJI` LJ`L
DE ME PQRSTE WXXYTZZ[RZYE
DE ME PQRSTE WXXYTZZ[RZYE N LJLG
LJLL LJI` LJ`L LJH` GJLL GJI` GJ`L GJH` IJLL
C21:79*
C21:79*
FGFHIJKL NIIONKJGG GUVGVILGF \S]5^Y_Z[R
G
VLJUU
aYQ[ nbZeJ5[RZYk5[ebReaJ5TQRea5lSTZS[J _ZSRYQQb5aYeh[mYSe_J5^dZbTQ_mXXY
-.
FILOOJKO NIIHNOJUL IGVGVILGF \S]5^Y_Z[R G I
VLJFH VGJII VGJNH
aYQ[ nbZeJ5[RZYk5[ebReaJ5TQRea5lSTZS[J _ZSRYQQb5aYeh[mYSe_J5^dZbTQ_mXXY nbZeJ5TQRea5[ebReaJ5_ZSRYQQbaYeh[J ^dZbTQ_mXXY
VIJUU
0123456789941*+,-.-/-0 01234567119* 223461116567-,564584469114
019:71;05<175/ =464>47?5<2@94745ABA56-,/
C21:79* EF OF QRSTUF XYYZU[[\S[ZF
-D
EF OF QRSTUF XYYZU[[\S[ZF
V
EF OF QRSTUF XYYZU[[\S[ZF ILII ILHa ILaI
bZR\ cd[eL5\S[Zf5\edSebL5URSeb5gTU[T\L Z[\S[`5bZèhL5`[TSZRRd5bZei\jZTèL WVLKV _h[d UR`jYYZ
+-
EF OF QRSTUF XYYZU[[\S[ZF bZR\ cd[eL5TeS[Z\S5\edSebL5URSeb5gTU[T\L klRf5bZèhgYTh[`hL5̀[TSZRRd WVLIH bZe i\jZTèL5_h[dUR`jYYZ WILaH
V
+,
GHINVLKI PHHNVMLaI HVWVWHIVG ]T^5_Z̀[\S WILNV
ILII ILHa ILaI
C21:79*
GHIKPLIJ PHHMJJLNV HVWVWHIVG ]T^5_Z̀[\S
ILII ILHa ILaI
C21:79*
EF OF QRSTUF XYYZU[[\S[ZF WILJV
ILII ILHa ILaI
C21:79*
C21:79*
GHIJKLMN PHHNPILGI HVWVWHIVG ]T^5_Z̀[\S
ILII ILHa ILaI ILNa VLII VLHa VLaI VLNa HLII HLHa HLaI
V
WVLHV
bZR\ cd[eL5\S[Zf5\edSebL5URSeb5gTU[T\L `[TSZRRd5bZei\jZTèL5_h[dUR`jYYZ
++
GHIKGLPG PHHNVaLNI HVWVWHIVG ]T^5_Z̀[\S bZR\ cd[eL5\S[Zf5\edSebL5URSeb5gTU[T\L `[TSZRRd5bZei\jZTèL5_h[dUR`jYYZ WVLVJ cd[eL5\S[Zf5\edSebL5`[TSZRRd5jZTèbZei\L _h[dUR`jYYZ WVLMJ cd[eL5\S[Zf5\edSebL5`[TSZRRdbZei\L _h[dUR`jYYZ WHLVJ cd[eL5TeS[Z\S5\edSebL5URSeb bZèhgYTh[`hL5hY`f[ZbZei\L WHLMJ _h[d UR`jYYZ cd[eL5\S[Zf5\edSebL5`[TSZRRd5bZei\jZTèL _h[dUR`jYYZ WKLVJ WILMJ
V H K P a
+0
GHIPPLaP PHHNKILaI HVWVWHIVG ]T^5_Z̀[\S WILNa
V
WVLHa
bZR\ cd[eL5\S[Zf5\edSebL5klRf5gTU[T\L `[TSZRRd5bZei\jZTèL5_h[dUR`jYYZ
0123456789941*+,-.-/-0 01234567119* 223461116567-,564584469114
019:71;/5<175/ =464>47?5<2@94745ABA56-,/
NADER BODEMONDERZOEK
Hofstraat 5-10 te Westmaas
Kenmerk: Versie: Datum:
20181413/rap01 1 18 februari 2019
Auteur: Projectleider: Kwaliteitscontrole:
Dhr. S. Sisselaar Dhr. G. van Bergeijk Dhr. G. van Bergeijk
Opdrachtgever: