aanvraag bijlage 3. Stikstofdepositie onderzoek
Tekst van het document
NOTITIE
Referentie
Stikstofdepositie onderzoek uitbreiding opvang ‘s-Gravendeel AZC ’s-Gravendeel uitbreiding Centraal Orgaan opvang asielzoekers 141383 Definitief 02 1 november 2024 141383/24-015.985
Bijlage(n)
I
Aan
Centraal Orgaan opvang asielzoekers -
Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum
Kopie
1
AERIUS - aanleg- en gebruiksfase
INLEIDING
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) is voornemens om aan de Kilweg 41 te ’s-Gravendeel de reeds gevestigde opvanglocatie tijdelijk uit te breiden met 100 extra opvangplekken op het terrein voor een periode van 5 jaar. Dit betekent dat het AZC ’s-Gravendeel uitbreidt tot een maximale opvangcapaciteit van 500 opvangplaatsen. Gedurende de aanleg- en gebruiksfase van de opvanguitbreiding komen stikstofemissies vrij, die kunnen leiden tot stikstofdepositie toename op omliggende Natura 2000-gebieden. Witteveen+Bos heeft, in opdracht van het COA, een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd naar de aanlegen gebruiksfase van de opvanguitbreiding. Onderhavige notitie geeft verslag van de uitgangspunten en de resultaten van dit onderzoek. In afbeelding 1.1 is de globale ligging van de projectlocatie weergegeven en in afbeelding 1.2 is een luchtfoto van de bestaande situatie opgenomen.
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Koningin Julianaplein 10, 12e etage | Postbus 85948 | 2508 CP Den Haag | +31 (0)70 370 07 00 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751
Afbeelding 1.1 Globale ligging projectlocatie voor opvang ‘s-Gravendeel
Afbeelding 1.2 Luchtfoto bestaande situatie projectlocatie ‘s Gravendeel
2|8
Witteveen+Bos | 141383/24-015.985 | Definitief 02
2
WETGEVING MET BETREKKING TOT STIKSTOF
Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder e van de Omgevingswet is een vergunning vereist voor een project waar op voorhand significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Specifiek voor het aspect stikstof geldt dat sinds de rechterlijke uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 1 de ecologische gevolgen van iedere berekende depositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar beoordeeld moet worden. Deze voorwaarde geldt voor zowel de aanlegfase als voor de gebruiksfase van een plan of activiteit. De berekening moet uitgevoerd worden met de meest actuele versie van het rekeninstrument AERIUS Calculator. Kader vergunningverlening stikstof Momenteel geldt het volgende kader voor de vergunningverlening in het kader van de gebiedsbescherming van Natura 2000-gebieden: - er is een vergunning vereist voor projecten die een significant gevolg kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied2. Dit is dus niet het geval indien significante gevolgen op voorhand zijn uit te sluiten.
Dit is voor stikstof bijvoorbeeld het geval indien er volgens de stikstofberekeningen geen toename van stikstofdepositie plaatsvindt naar aanleiding van het te realiseren plan/activiteit of indien significante gevolgen kunnen worden uitgesloten in de voortoets (bijvoorbeeld door interne saldering); - indien niet op voorhand kan worden uitgesloten dat mogelijke significante gevolgen optreden, dient een Passende Beoordeling te worden opgesteld om in beeld te brengen of er daadwerkelijk significante gevolgen aan de orde zijn. In een Passende Beoordeling mogen ook mitigerende maatregelen (zoals externe saldering) betrokken worden. De vergunning kan worden verleend indien (eventueel met toepassing van deze mitigerende maatregelen) de voorgenomen activiteit de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten3; - als uit de Passende Beoordeling blijkt dat significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, kan een vergunning enkel worden verleend indien de ADC-toets succesvol wordt doorlopen: · A: er zijn geen alternatieve oplossingen; · D: het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang; · C: door middel van compenserende maatregelen wordt gewaarborgd dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft4.
Besluit bouwwerken leefomgeving (stikstofemissiereductie) Bij het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden dient een initiatiefnemer adequate maatregelen te treffen om de emissie van stikstofverbindingen naar de lucht te beperken, zo volgt uit artikel 7.19a Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De wetgever dwingt initiatiefnemers hiertoe om de emissie van stikstof te voorkomen, ook als significante negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten. Het betreft activiteiten voor de bouw van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een melding als bedoeld in artikel 2.18, lid 1 Bbl nodig is en op het slopen van een bouwwerk waarvoor een melding als bedoeld in artikel 7.10, lid 1 Bbl is vereist omdat de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 m 3 bedraagt. Bij 'adequaat' gaat het om maatregelen die doeltreffend, doelmatig en proportioneel zijn. De verplichting geldt voor de bouwfase op de bouwplaats en niet voor vervoersbewegingen van en naar de bouwplaats of voor de gebruiksfase. Het Bevoegd Gezag kan met een maatwerkvoorschrift een invulling geven van de regel over het nemen van stikstofbeperkende maatregelen (artikel 7.5, lid 4 Bbl).
1
ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL: RVS:2019:1603.
2
Artikel 5.1 Omgevingswet.
3
Artikel 16.53c lid 1 Omgevingswet. Artikel 8.74b Besluit kwaliteit leefomgeving.
4
Artikel 10.24 Besluit kwaliteit leefomgeving.
3|8
Witteveen+Bos | 141383/24-015.985 | Definitief 02
3
UITGANGSPUNTEN
Voor de aanleg- en gebruiksfase van de opvanguitbreiding zijn stikstofdepositie berekeningen uitgevoerd. In onderstaande paragrafen worden de uitgangspunten van deze berekeningen uiteengezet. De input voor de berekeningen is aangeleverd door en afgestemd met de opdrachtgever (COA). De bouwwerkzaamheden vinden volgens planning plaats aan het begin van 2025. De uitbreidingslocatie wordt direct daarna in gebruik genomen. Aangezien de werkzaamheden enkel plaatsvinden in 2025 en de uitbreiding in 2025 in gebruik wordt genomen, zijn de aanleg- en gebruiksfase samen in één berekening doorgerekend. Hierbij is conservatief uitgegaan van verkeersbewegingen van zowel de 400 huidige als 100 nieuwe opvangplekken voor per jaar, terwijl de extra woning pas ná de bouwfase in gebruik genomen worden.
3.1
Aanlegfase
Bij de berekening voor de aanlegfase is rekening gehouden met de bouwwerkzaamheden, waarbij stikstofemissies vrijkomen door de inzet van mobiele werktuigen en bouwverkeer. Voor de inzet van het materieel heeft de opdrachtgever (COA) input geleverd. De bouwwerkzaamheden bestaan onder andere uit het grondwerk en funderen van het terrein en het plaatsen van de tijdelijke woonunits.
3.1.1
Emissies van mobiele werktuigen
Rekenmethodiek Conform de instructie gegevensinvoer AERIUS1 worden emissies van mobiele werktuigen berekend via de AUB-methode2. Deze methode is door TNO uitgewerkt en beschikbaar gesteld voor AERIUS. Voor de emissieberekeningen zijn drie gegevens nodig: het AdBlue-verbruik in liters per jaar, het aantal draaiuren per jaar en het brandstofverbruik in liters per jaar. Aan de hand van het bouwjaar en het maximale motorvermogen kan aan de hand van de publicatie van TNO3 een inschatting gemaakt worden van het brandstofverbruik in liters per uur. Voor de hoeveelheid AdBlue per werktuig voor STAGE IV materieel dat selectieve katalytische reductie (SCR) kan toepassen, is conform de aanwijzing van de Instructie gegevensinvoer uitgegaan van circa 6 % van het totale brandstofverbruik per werktuig. Materieelinzet De materieelinzet voor 2025 is weergeven in de onderstaande tabel. De uitgangspunten van de materieelinzet zijn aangeleverd en afgestemd met de opdrachtgever (COA).
Tabel 3.1 Materieelinzet Materieel
Stage klasse
Vermogen (kW)
Draaiuren (u/jaar)
Dieselverbruik (l/jaar)
AdBlueverbruik (l/jaar)
Aantal stuks
mobiele kraan
IV
325
110
3.456
207
1
hoogwerker
IV
36,4
100
400
-
1
graafmachine
IV
15,6
16
32
-
1
1
BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, oktober 2024, versie 1.
2
AUB = AdBlue-verbruik, Uren, Brandstofverbruik.
3
TNO rapport 2021 R12305.
4|8
Witteveen+Bos | 141383/24-015.985 | Definitief 02
De stikstofemissies afkomstig van de mobiele werktuigen zijn in AERIUS Calculator ingevoerd als oppervlaktebron 1 ‘Mobiele werktuigen - Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning’. Hierbij is aangesloten bij de standaardwaarden voor de emissiehoogte, spreiding, warmte-inhoud en de temporele variatie.
3.1.2
Emissies van bouwverkeer
Verkeersbewegingen Rekenmethodiek en modellering De wegverkeersbewegingen van het bouwverkeer worden in AERIUS Calculator gemodelleerd als een lijnbron 2 ‘Wegverkeer - Buitenweg’. Op basis van de afstand, de intensiteiten en het type voertuigen berekent AERIUS de bijbehorende emissies. De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd tot aan de Kiltunnelweg (N217), het punt waar deze opgaan in het heersende verkeersbeeld. Dit is het punt waarop het bouwverkeer zich door zijn snelheid én intensiteit verhoudingsgewijs niet meer onderscheidt van het reeds aanwezige verkeer op de weg1. Berekening De opdrachtgever heeft het aantal voertuigen per jaar aangegeven die de projectlocatie aandoen. De bewegingen zijn ingetekend als enkele lijn, waarbij elk voertuig 2 bewegingen maakt. Zie voor de aantallen vervoersbewegingen onderstaande tabel 3.2.
Tabel 3.2 Vervoersbewegingen projectlocatie Categorie
Aantal vervoersbewegingen/ jaar
licht verkeer
400
middelzwaar verkeer
10
zwaar vrachtverkeer
170
Emissie NOx (kg/jaar)
Emissie NH3 (g/jaar)
1,8
58,1
totale emissie
Stationair draaien Bij de aan- en afvoer met zwaar vrachtverkeer is voor het stationair draaien van vrachtwagens op de locatie een extra bron (lijnbron 3) toegevoegd aan de berekening. Om hiervan de emissies te berekenen, is aangenomen dat iedere vrachtwagen gedurende de laad- en/of lostijd 15 minuten stationair draait met een NOx-/NH3- emissiefactor voor zwaar vrachtverkeer, type stad stagnerend voor het jaar 20252. Door aan te sluiten bij de emissiefactoren NOx en NH3 uit bijlage 1 van de instructie gegevensinvoer AERIUS resulteert dit in 20,0 g NH3/j en 1,7 kg NOx/j.
1
BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, oktober 2024, versie 1.
2
BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, oktober 2024, versie 1.
5|8
Witteveen+Bos | 141383/24-015.985 | Definitief 02
Tabel 3.3 Emissies bij laden/lossen door stationair draaien van vrachtwagens Verkeerscategorie
Totaal aantal voertuigen (jaar)
Totaal aantal uur stationair draaien (uur/jaar)
Emissiefactor NOx (g/uur)
Emissiefactor NH3 (g/uur)
Emissie NOx (kg/jaar)
Emissie NH3 (g/jaar)
middelzwaar verkeer
5
1,25
64,65
0,7116
0,08
0,89
zwaar vrachtverkeer
85
21,25
92,4864
0,8976
1,97
19,07
2,0
20,0
totale emissie
Koude start Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat deze 2 uur of langer stil gestaan hebben. De katalysator functioneert dan niet gelijk. Hierdoor komt tijdens de koude start relatief meer emissie vrij dan tijdens het rijden met een warme motor (rijdend verkeer emissie). Om hiervan de emissies te berekenen is conservatief aangenomen dat bij ieder voertuig uit de categorie ‘licht verkeer’ sprake is van een koude start. Bij ‘middelzwaar verkeer’ en ‘zwaar vrachtverkeer’ is aangenomen dat bij de aan- en afvoer van materialen en materieel de koude start niet van toepassing is. Voor de voertuigen uit deze twee categorieën is 15 minuten stationair draaien berekend. De koude start wordt in AERIUS Calculator gemodelleerd onder vlakbron 4 ‘verkeer - koude start: overig’. De berekening is opgenomen in tabel 3.4.
Tabel 3.4 Koude starts projectlocatie aanlegfase Categorie
Aantal koude starts/ jaar
licht verkeer
Emissie NH3 (g/jaar)
54,9
8,9
200
totale emissie
3.2
Emissie NOx (g/jaar)
Gebruiksfase
In de gebruiksfase is er sprake van stikstofemissies van het verkeer. De nieuwe woonunits op het terrein zullen elektrisch worden verwarmd, hierbij komt geen stikstof vrij.
3.2.1
Vervoersbewegingen beoogde situatie
Tijdens de beoogde situatie vinden stikstofemissies plaats door verkeersbewegingen van en naar de opvang. In tabel 3.5 is het aantal vervoerbewegingen weergegeven. De vervoersbewegingen zijn gebaseerd op conservatieve gegevens van soortgelijke opvanglocaties (totale capaciteit van 500 opvangplekken) en afgestemd met het COA. De bewoners beschikken niet over een auto. De onderstaande tabel geeft per voertuigcategorie het aantal vervoersbewegingen en de stikstofemissie voor de beoogde situatie weer.
6|8
Witteveen+Bos | 141383/24-015.985 | Definitief 02
Tabel 3.5 Vervoersbewegingen - beoogde situatie opvang ’s Gravendeel Categorie
Aantal vervoersbewegingen/jaar
licht verkeer
27.670
middelzwaar verkeer
13.148
zwaar vrachtverkeer
1.270
Emissie NOx (kg/jaar)
Emissie NH3 (kg/jaar)
74,3
3,5
totale emissie
De verkeersbewegingen zijn in de AERIUS Calculator gemodelleerd als lijnbron 5 ‘Wegverkeer - Buitenweg’. Aangenomen is dat al het verkeer van en naar de locatie de kortste route naar de dichtstbijzijnde hoofdweg neemt, waar het verkeer conform de Instructie gegevensinvoer AERIUS1 opgaat in het heersende verkeersbeeld. Voor dit project gebeurt dit op de Kiltunnelweg (N217). AERIUS Calculator berekent aan de hand van de ingevoerde intensiteiten en af te leggen afstand de bijbehorende emissies. Stationair draaien Bij de aan- en afvoer van goederen is voor het stationair draaien van vrachtwagens op de locatie extra emissie aan bron 6 van de berekening toegevoegd. Om hiervan de emissies te berekenen, is aangenomen dat iedere vrachtwagen gedurende de laad- en/of lostijd 5 minuten stationair draait met een NOx-/NH3- emissiefactor voor middelzwaar verkeer en zwaar vrachtverkeer, type stad stagnerend voor het jaar 20252. Door aan te sluiten bij de emissiefactoren NOx en NH3 uit bijlage 1 van de Instructie Gegevensinvoer AERIUS3 resulteert dit in 0,39 kg NH3/j en 35,42 kg NOx/j voor middelzwaar verkeer en resulteert dit in 0,05 kg NH3/j en 4,89 kg NOx/j voor zwaar vrachtverkeer. De berekening is opgenomen in onderstaande tabel.
Tabel 3.6 Emissies bij laden/lossen door stationair draaien van vrachtwagens Verkeerscategorie
Totaal aantal vrachtwagens (jaar)
Totaal aantal uur stationair draaien (uur/jaar)
Emissiefactor NOx (g/uur)
Emissiefactor NH3 (g/uur)
Emissie NOx (kg/jaar)
Emissie NH3 (kg/jaar)
middelzwaar verkeer
6.574
548
64,65
0,7116
35,42
0,39
zwaar vrachtverkeer
635
53
92,4864
0,8976
4,89
0,05
40,3
0,4
totale emissie
Koude start Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat deze 2 uur of langer stil gestaan hebben. De katalysator functioneert dan niet gelijk. Hierdoor komt tijdens de koude start relatief meer emissie vrij dan tijdens het rijden met een warme motor (rijdend verkeer emissie). Om hiervan de emissies te berekenen is conservatief aangenomen dat bij ieder voertuig uit de categorie ‘licht verkeer’ sprake is van een koude start in de gebruiksfase. Bij ‘middelzwaar verkeer’ en ‘zwaar vrachtverkeer’ is aangenomen dat bij de aan- en afvoer van goederen de koude start niet van toepassing is. Voor de voertuigen uit deze twee categorieën is 5 minuten stationair draaien berekend.
1
BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, oktober 2024, versie 1.
2
BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, d.d. oktober 2024, versie 1.
3
BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, d.d. oktober 2024, versie 1.
7|8
Witteveen+Bos | 141383/24-015.985 | Definitief 02
De koude start is in AERIUS Calculator gemodelleerd onder vlakbron 7 ‘verkeer - koude start: overig’. De berekening is opgenomen in tabel 3.7.
Tabel 3.7 Koude starts projectlocatie gebruiksfase Categorie
Aantal koude starts/ jaar
licht verkeer
Emissie NH3 (kg/jaar)
3,8
0,6
13.835
totale emissie
3.3
Emissie NOx (kg/jaar)
Rekenmodel
De stikstofdepositieberekeningen zijn met het wettelijke rekeninstrument AERIUS Calculator versie 2024 uitgevoerd. De rekenmethode is in beheer van het RIVM. AERIUS berekent de bijdrage aan de stikstofdepositie (in mol/ha/jr) op alle stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden en geeft weer waar deze bijdragen meer dan 0,00 mol/ha/j zijn. Bij het beoordelen van een stikstofdepositie onderzoek gaat het bevoegd gezag uit van de meest recente versie van AERIUS, zoals beschikbaar op www.aerius.nl. AERIUS 2024 is op het moment van schrijven van dit rapport de meest actuele versie.
4
RESULTATEN EN CONCLUSIE
Het COA gaat de reeds in gebruik gevestigde opvanglocatie in ’s-Gravendeel uitbreiden met 100 opvangplekken voor asielzoekers voor een periode van 5 jaar. Witteveen+Bos heeft in dit kader, in opdracht van het COA, een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd naar de aanlegfase en gebruiksfase van de opvang. Op grond van de in hoofdstuk 3 beschreven uitgangspunten is er met AERIUS Calculator een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de gecombineerde aanleg- en gebruiksfase (bijlage I). Hieruit blijkt geen projecteffect (stikstofdepositie toename) van meer dan 0,00 mol/ha/jr op omliggende Natura 2000-gebieden. Op grond van bovenstaande resultaten zijn significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden tijdens de aanleg- en gebruiksfase op voorhand uit te sluiten. Hiermee wordt geconcludeerd dat voor de beoogde aanleg en het beoogde gebruik van de gebouwen geen vergunningplicht geldt voor de bescherming van Natura 2000 in het kader van de Omgevingswet.
8|8
Witteveen+Bos | 141383/24-015.985 | Definitief 02
I BIJLAGE: AERIUS AANLEG- EN GEBRUIKSFASE
Witteveen+Bos | 141383/24-015.985 | Bijlage I | Definitief 02