4a. toelichting on bp Oud Bonaventurasedijk 91 en naast nr. 85 Maasdam februari 2021
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan ‘Oud Bonaventurasedijk 91 en naast nr. 85 Maasdam’ Gemeente Hoeksche Waard
februari 2021
ontwerp
Bestemmingsplan Verplaatsing woning Oud Bonaventurasedijk 91 en naast nr. 85 Maasdam Gemeente Hoeksche Waard
Toelichting Bijlagen Regels Verbeelding Schaal 1:1.000 Datum februari 2021 Identificatienummer: NL.IMRO.1963.BPOudbon91MSD21-ON01
-2-
INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1.1 Projectomschrijving 1.2 Leeswijzer 2. Beschrijving plangebied en bouwplan 2.1 Inleiding 2.2 Typering plangebied 2.3 Huidige situatie 2.4 Bestemmingsplan 3. Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijks beleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 4. Omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Externe veiligheid 4.6 Geen Milieurapportageplicht 4.7 Waterhuishouding 4.8 Flora en fauna 4.9 Geur 4.10 Archeologische waarden en cultuurhistorie 4.11 Kabels en leidingen 4.12 Verkeer 5. Juridische toelichting 5.1 Juridische planopzet 5.2 Bestemmingswijzer 5.3 Handhaving 6. Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro/zienswijzen
PAG. 4 4 7 8 8 8 8 9 10 10 10 11 18 22 22 22 23 24 25 26 26 28 29 29 30 30 31 31 31 33 34 34 34
35
Bijlagen: - Verkennend bodemonderzoek (Hunneman Milieu Advies, 22 september 2020, kenmerk 20-2231-R01JV) Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (Kraaij akoestisch advies, 25 september 2020, kenmerk VL.2079.R01) - Quick scan ecologie (Breur Ecologie&Onderzoek, 24 september 2020, nr.Q520049v1) - Landschappelijk Kader (Wissing, 6 maart 2020, nr. 0609)
-3-
1. Inleiding 1.1 Projectomschrijving Het voorliggende bestemmingsplan maakt het mogelijk om een nieuwe woning te bouwen aan de Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85 te Maasdam, dit ter vervanging van de woning aan de Oud Bonaventurasedijk 91.
Huidige woning
Locatie nieuwe woning
Figuur 1.1: situering plangebied Oud Bonaventurasedijk Maasdam
De woning Oud Bonaventurasedijk 91 is een oudere woning met een beperkt wooncomfort en een slechte bouwkundige staat. De woning is aan vernieuwing toe, maar de situering maakt dat vernieuwing op dezelfde plaats niet verstandig is.
-4-
Figuur 1.2 Bestaande woning Oud Bonaventurasedijk 91 Maasdam
De woning staat pal tegen het bedrijf van ZHE Maasdam aan. ZHE is een landbouwmechanisatiebedrijf. Uit milieuoogpunt is de bestaande situatie niet als goed te kwalificeren. Het idee is ontstaan om de woning Oud Bonaventurasedijk 91 af te breken en elders te vernieuwen. In het bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas is de woning Oud Bonaventurasedijk 91 te Maasdam opgenomen met de bestemming ‘Wonen – Linten en bebouwingsconcentraties’.
Figuur 1.3 verbeelding bp Landelijk Gebied Binnenmaas
De woning kan worden herbouwd op het perceel ten zuiden van ZHE op de hierna aangegeven locatie. Het aantal niet-agrarische woningen in het buitengebied wijzigt niet, omdat het gaat om de verplaatsing van de woning.
-5-
De nieuwe locatie is geschikt om een woning op te bouwen. Het betreft het perceel kadastraal bekend gemeente Maasdam, sectie G nr. 807. Hierna is de locatie aangeduid.
Figuur 1.4 Nieuwe locatie woning
Het geldende bestemmingsplan staat de herbouw van de woning Oud Bonaventurasedijk 91 op de locatie naast nr. 85 niet toe. Daartoe dient het bestemmingsplan te worden herzien.
Figuur 1.5 verbeelding bp Landelijk Gebied Binnenmaas
-6-
1.2 Leeswijzer Dit bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP 2012. Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende stukken: - Verbeelding (plankaart); - Planregels. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van deze toelichting. Deze toelichting omvat een omschrijving op hoofdlijnen van het plangebied en het plan (hoofdstuk 2). Het relevante beleid voor het plangebied (hoofdstuk 3) en een omschrijving van de verschillende omgevingsaspecten (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 van deze toelichting wordt een juridische toelichting gegeven. Hoofdstuk 6 omvat de aspecten planschade en economische uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschreven.
-7-
2. Beschrijving plangebied en bouwplan 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het plangebied beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op de randvoorwaarden en aandachtspunten. 2.2 Ligging plangebied In het karakteristieke open landschap van de Hoeksche Waard staat de ontstaanswijze van het eiland centraal. Het dijkenpatroon met haar lintbebouwing toont de inpolderingsgeschiedenis. Mede hierdoor is de bebouwing buiten de kernen over het gehele gebied op dezelfde manier te karakteriseren. Ook de aanwezigheid van slechts één overheersend landschapstype, namelijk het kleipolderlandschap, speelt hierbij een belangrijke rol. De bebouwing in het buitengebied betreft veelal verspreide bebouwing in de vorm van boerderijen en verspreid aanwezige woningen. De plangebieden liggen ten zuiden van de bebouwde kern van Maasdam.
2.3 Huidige situatie Het perceel Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85 te Maasdam heeft een agrarische bestemming. Het perceel is in gebruik voor landbouwdoeleinden.
Figuur 2.1: locatie nieuw te bouwen woning
-8-
Figuur 2.2: foto af te breken woning Oud Bonaventurasedijk 91
2.4 Bestemmingsplan Het plan voorziet in het schrappen van de woonbestemming op het perceel Oud Bonaventurasedijk 91 te Maasdam en het daarvoor in de plaats leggen van de bestemming ‘Verkeer’ op dit perceel. Die bestemming wordt gelegd, omdat de grond niet gebruikt zal worden als tuin bij enige andere aanwezige woning, maar alleen als berm en mogelijk parkeerstrook langs de Oud Bonaventurasedijk. Het bouwrecht voor een woning wordt feitelijk ‘versleept’ naar het perceel Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85. Er is op dit moment nog geen bouwplan ontwikkeld, het bestemmingsplan creëert de bouwmogelijkheid voor een woning op de nieuwe locatie.
-9-
3. Beleidskader 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de hoofdlijnen beschreven van het relevante beleid van het rijk, provincie, regio en gemeente.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is in 2012 in werking getreden. In de SVIR kiest het Rijk drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. In de SVIR wordt ten aanzien van het onderwerp ‘Verstedelijkings- en landschapsbeleid’ aangegeven, dat het Rijk dit overlaat aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei geënt op het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Het plan voor de bouw van één woning in Maasdam voldoet aan de uitgangspunten van de SVIR. Binnen het plangebied bevinden zich overigens geen ruimtelijke belangen zoals benoemd in de SVIR. Het bestemmingsplan voldoet dan ook aan de uitgangspunten van deze structuurvisie. Ladder voor duurzame verstedelijking De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
- 10 -
De ladder is pas van toepassing indien er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Uit de uitspraak d.d. 28 juni 2017 ECLI:NL:RVS:2017:1724 blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen, die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid van het Bro kunnen worden aangemerkt, deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. In onderhavig plan is sprake van het afbreken van een woning en het nieuwbouwen ervan op een andere plaats. Dit wordt vanwege de beperkte omvang niet gezien als stedelijke ontwikkeling. De ladder hoeft om deze redenen niet afgelopen te worden.
3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. De volgende onderwerpen uit de AMvB Ruimte moet worden vertaald in bestemmingsplannen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Bij besluit van 28 augustus 2012 is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). Binnen het plangebied bevinden zich geen ruimtelijke belangen zoals benoemd in de Barro. Een doorvertaling is dan ook niet benodigd.
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland De omgevingsverordening en de omgevingsvisie Zuid-Holland zijn op 1 april 2019 in werking getreden. Deze vervangen de Verordening Ruimte 2014 en de Visie Ruimte. Het nieuwe omgevingsbeleid bestaat uit: * De introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur, een overzicht van de samenhangende beleidskeuzes per provinciale beleidsopgave en de ontwikkelrichting die is opgenomen onder ‘Ambities en sturing’. * Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven.
- 11 -
Stedelijke ontwikkeling Nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het gebied buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) zijn op basis van artikel 6.10 van de verordening pas mogelijk als na toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking blijkt dat dit binnen bestaand stads- en dorpsgebied niet mogelijk is. Bestaand stads-en dorpsgebied In figuur 3.1 is de kaart van het bestaande stads- en dorpsgebied weergegeven. De provincie kiest ervoor om verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied te concentreren. Hiermee worden investeringen in de gebouwde omgeving gebundeld, waardoor de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden blijft en versterkt wordt. De plangebieden liggen beide buiten BSD.
Huidige woning
Nieuwe woning
Figuur 3.1 BSD kaart provincie Zuid-Holland
Hierna wordt nader ingegaan op de toets van het plan aan de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkelingen (artikel 6.9). Inpassing In lid a is bepaald dat een ruimtelijke ontwikkeling moet passen binnen de bestaande gebiedsidentiteit, geen wijziging voorziet op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart.
- 12 -
Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een nieuwe woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Aanpassing Dit betreft een ruimtelijke ontwikkeling die past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar voorziet in een wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen). Deze ontwikkelingen worden uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid van artikel 6.9. In dat artikel 6.9, lid 3 is bepaald, dat aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van): 1. duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom- en sierteelt; 2. wegnemen van verharding; 3. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; 4. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert. Transformatie Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap ontstaat.
Beoordeling soort ontwikkeling Het hier voorliggende plangebied valt in categorie 1 (inpassing). Er is sprake van de verplaatsing van een woning in een bebouwingslint. Dit perceel ligt in het buitengebied aan de Oud Bonaventurasedijk, langs welke dijk reeds enkele woningen aanwezig zijn. De afstand tussen het bouwvlak en de dichtstbijzijnde woning bedraagt ruim 50 m. De verplaatsing van een woning aan de Oud Bonaventurasedijk op deze plaats sluit aan bij de huidige identiteit van het gebied. Hierna wordt ingegaan op de richtpunten van de provinciale kwaliteitskaart. De integrale kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. De kwaliteitskaart is uitgewerkt in een aantal specifieke richtpunten per laag. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen.
- 13 -
De gemeente Hoeksche Waard heeft aangegeven dat de ruimtelijke kwaliteit verbetert, door een woning die oud is en direct aansluitend is bij een bedrijventerrein af te breken en elders te bouwen. De gemeente acht het aanvaardbaar om de woning op de locatie aan de Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85. te herbouwen. Om de ruimtelijke kwaliteit aan de Oud Bonaventurasedijk te optimaliseren is een stedenbouwkundige schets gemaakt van het plan inclusief landschappelijke inpassing.
Figuur 3.2 schets nieuwe woning
Het schetsmodel gaat uit van één landelijk vrijstaande woning in de polder. De oriëntatie van de woning volgt de dijk. Door de centrale positie van de woning op de erf neemt het een gepaste afstand in en respecteert de bestaande ruimtelijke structuur en vorm van de dijk. De woning refereert in dit model naar een grote landelijke woning. Een groot volume met rijke detaillering. Eenvoudige grote volumes van één laag met een zadeldak. Bij de woning wordt op eigen erf geparkeerd. Hier is ook nog voldoende ruimte voor bezoekersparkeren. De totale locatie wordt omzoomd met bomen. Tussen de stammen door is er uitzicht naar de open polder en tegelijkertijd is de locatie duidelijk omkaderd. De omkadering van de locatie omvat ook de huidige naastgelegen woning. Aan de westzijde van het plangebied wordt de bestaande sloot doorgetrokken naar de sloot die evenwijdig langs de dijk loopt. De conclusie is, dat het bouwplan voor een nieuwe woning op de nu bedachte plaats aan de Oud Bonaventurasedijk stedenbouwkundig aanvaardbaar is.
- 14 -
Kwaliteitskaart De integrale kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. De kwaliteitskaart is uitgewerkt in een aantal specifieke richtpunten per laag. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Ten aanzien van de integrale kwaliteitskaart zijn voor het plangebied de Laag van de Ondergrond en de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen van belang, nu er bij die lagen richtpunten worden genoemd voor het gebied waar de plangebieden aan de Oud Bonaventurasedijk onderdeel van vormen. Het gaat om de volgende richtpunten: Bij de Laag van de ondergrond is voor het plangebied het richtpunt ‘Rivierdeltacomplex’ vermeld: Rivierdeltacomplex – jonge zeeklei Zoals overal in Zuid-Holland heeft het water en het menselijk handelen grote invloed gehad op de geomorfologie van dit deel van de provincie. Het land in de delta is vergroot door aanleg van dijken rond droogvallende gronden. Jonge zeeklei De gronden in het deltacomplex bestaan overwegend uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden. De deltawateren zijn onderdeel van het deltacomplex. De estuariene dynamiek is een belangrijk natuurlijk gegeven.
Nauw verbonden met de deltawateren zijn de niet ingepolderde, buitendijkse kleigronden. Dit betreft de slikken, (bekade) gorzen, grienden, wilgenbossen en de uiterwaarden langs de rivieren. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen. Richtpunt: Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Beoordeling De ruimtelijke ontwikkeling die in dit bestemmingsplan is opgenomen legt geen groot beslag op het zeekleigebied. Aan de rand van lintbebouwing wordt een woning verplaatst. De waarde van het gebied en de kleigronden worden niet nadelig beïnvloed. Bij de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen is voor het plangebied het richtpunt ‘Zeekleipolder’ vermeld:
- 15 -
Zeekleipolderlandschap Een zeekleipolder is qua oorsprong een ronde opwaspolder (oorspronkelijk opgeslibde en daarna ingepolderde eilandjes in getijdenwater) of langgerekte aanwaspolder (aangeslibd en ingepolderd land tegen bestaande polders) en daarna omgeven door dijken. De kreken in deze polders (herkenbaar door microreliëf en een kronkelige loop) en beplante dijken zijn belangrijke structurerende elementen. Er is een grote mate van openheid met contrasten tussen buitendijkse natuur en strak verkavelde agrarische polders. De dorpen liggen als compacte kernen in het landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek aan de rand van een polder. Overige bebouwing ligt langs de dijken en spaarzaam in de polders zelf. Kenmerkende contrasten tussen de regelmatige patronen in de polder van wegen en verkaveling en de kronkelige kreken. Havenkanalen vormen plaatselijk bijzondere elementen, waarbij ontwikkelingen langs de kanalen de ruimtelijke en recreatieve relatie tussen dorp en open water versterken.
Richtpunten: - Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen; - Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden passen bij de maat en schaal van de dijk en de deltawateren; - Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder; - Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap; - Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders; - Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur. Beoordeling: De ruimtelijke ontwikkeling die in dit bestemmingsplan aan de orde is, betreft de verplaatsing van één woning aan de Oud Bonaventurasedijk te Maasdam. Deze bebouwing concentreert zich nabij de dijk en ligt niet in het open middengebied van de polders. Het open karakter van de achterliggende zeekleipolder wordt niet aangetast. Gebiedsprofiel Hoeksche Waard Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben op 24 mei 2013 het Gebiedsprofiel Hoeksche Waard vastgesteld. Het Gebiedsprofiel Hoeksche Waard is één van de 16 gebiedsprofielen die voor Zuid-Holland worden gemaakt.
Met de introductie van deze profielen wil de provincie ruimtelijke kwaliteit als belangrijke voorwaarde stellen voor nieuwe gebiedsontwikkelingen.
- 16 -
Het gebiedsprofiel verbeeldt en beschrijft de ruimtelijke kwaliteiten en ambities voor het landelijke gebied. Hierdoor wordt duidelijk waar rekening mee moet worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ingrepen. De Hoeksche Waard is een uniek agrarisch polderlandschap en als representant van de bedijkingsgeschiedenis van Nederland ook op internationale schaal bijzonder. De schoonheid van het landschap zit in de eenvoud: een weids en open landschap waarin dorpen, dijken, polders en kreken de ingrediënten van een leesbaar landschap zijn. De landschappelijke identiteit van de Hoeksche Waard wordt sterk bepaald door de ligging in het deltagebied. Een eiland tussen de grote wateren, waar het land is gewonnen op het water. De vruchtbare kleigronden hebben van de Hoeksche Waard een sterk landbouwgebied gemaakt. Door de rust en de ruimte is het een aantrekkelijk gebied voor recreatie, toerisme en wonen in de nabijheid van de stad. Kwaliteiten In samenwerking met SOHW, Waterschap Hollandse Delta en maatschappelijke organisaties, heeft de provincie Zuid-Holland de kwaliteiten in de Hoeksche Waard bepaald.
De ambities in het gebiedsprofiel richten zich op: • de herkenbaarheid van de structuur van dijken en kreken; • de openheid van de polders; • de ontwikkeling van hoogwaardige dorpsranden; • een zonering van het landschap; • het versterken van de verbindingen tussen dorp en landschap; • de verdere ontwikkeling van buitendijkse natuur. Nieuwe ontwikkelingen dienen met deze kwaliteiten rekening te houden. Uit het Gebiedsprofiel blijkt dat het hier alleen gaat om ‘Herkenbaar open zeekleipolderlandschap’. Bij hetgeen hiervoor is geschreven over de richtpunten van de kwaliteitskaart is op deze karakteristiek al ingegaan. Bescherming categorieën De provincie heeft gebieden ingedeeld in drie beschermingscategorieën: 1. Beschermingscategorie 1: gebieden met topkwaliteit (bv. Natuur Netwerk Nederland, Natura2000 en cultuurhistorische kroonjuwelen). Ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met beschermingscategorie 1 zijn in beginsel alleen mogelijk voor zover ze bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de specifieke waarden. 2. Beschermingscategorie 2: gebieden met bijzondere kwaliteit (weidevogelgebieden buiten NNN, groene buffers, graslanden in Bollenstreek en openbare recreatiegebieden). Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van het instandhouden van de specifieke waarden. 3. Beschermingscategorie 3: overige gebieden.
- 17 -
Het perceel Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85 te Maasdam ligt in gebied met beschermingscategorie 3 en vormt geen onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. De bouw van een woning verstoort daarmee geen waardevol gebied.
Figuur 3.2 deel kaart ‘beschermingscategorieën’ provincie Zuid-Holland
Conclusie Aan alle voorwaarden wordt voldaan zodat het provinciale beleid de voorgestane ontwikkeling niet in de weg staat.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Hoeksche Waard De Omgevingsvisie is door de gemeenteraad van Hoeksche Waard op 17 december 2019 vastgesteld. In de Omgevingsvisie is er voor gekozen een uitnodiging te doen aan de samenleving om bij te dragen aan de Hoeksche Waard. Het accent is gelegd op wat de Hoeksche Waard wil; niet op wat niet mag. Of in Omgevingswet termen: ‘Ja mits’, in plaats van ‘Nee, tenzij’. Het gaat dus om een gewenste koers, niet om een alomvattend beleid. Het is niet nodig gevonden om nu al alle aspecten die in het Omgevingsplan worden uitgewerkt te benoemen. Alle beleidsaspecten opnemen zou ten koste gaan van het karakter van de visie: gericht op inspireren en uitnodigen. • De Omgevingsvisie richt zich op de gewenste koers van de gemeente. • De Programmaplannen richten zich er op hoe daar te komen. • Het Omgevingsplan geeft aan binnen welke regels dit gaat gebeuren.
- 18 -
In de Omgevingsvisie is o.a. aangegeven dat er gestreefd wordt naar een krachtige en vitale participatiesamenleving waarin inwoners zelfbewust en in samenwerking met maatschappelijke organisaties en de gemeente regie voeren op het eigen bestaan, waarin voldoende vangnetten zijn ingericht en waarin preventie een grote rol speelt. Inzet is dat er voor alle inwoners een duurzaam veilige en gezonde fysieke leefomgevingen een goede omgevingskwaliteit aanwezig is. Partijen worden uitgenodigd om vooral zelf met concrete uitwerkingen te komen. Daarbij is het van belang om de Hoeksche Werken te noemen, waaraan het initiatief een bijdrage levert. Daarnaast moet worden gekeken naar het gebied waar het initiatief aan de orde is. Daarbij dienen de Hoeksche Waarden te worden benoemd, die met het initiatief behouden of versterkt worden. Hoeksche Werken Bij de Hoeksche Werken zijn er diverse enkele maatschappelijke opgaven die de aandacht vragen de komende jaren. De bijdrage van het initiatief aan de Oud Bonaventurasedijk te Maasdam aan de Hoeksche Werken is als volgt te omschrijven: - Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig Het plan bestaat om zo veel mogelijk eigen energie op te wekken middels zonnepanelen voor elektriciteit en zonnecollectoren voor warm water. De locatie zal in de toekomst daarmee een bijdrage leveren aan reductie van CO2 en andere broeikasgassen.
- Vitaal economisch klimaat Het gaat hier onder andere om het bewaken van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Het voorliggende plan zorgt er voor dat de kwaliteit van de woon- en leefomgeving verbetert door de verplaatsing van de woning Oud Bonaventurasedijk 91. Deze staat nu zo dicht bij het bedrijf ZHE, dat het hebben van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat minder goed mogelijk is. Hoeksche Waarden De Hoeksche Waard is bij het maken van de Omgevingsvisie ingedeeld in vijf gebieden. Elk deelgebied bestaat uit eigen Hoeksche Waarden, bestaand en verder te ontwikkelen. Het perceel Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85 in Maasdam ligt in het gebied ‘Natuurlijk verbonden’.
- 19 -
Figuur 3.3 Omgevingsvisie Hoeksche Waard
Het initiatief aan de Oud Bonaventurasedijk draagt bij aan het kunnen bieden van een goed woon- en leefklimaat voor bewoners in het buitengebied. Daarnaast verstoort de nieuwe woning het open landschap en de aanwezige zichtlijnen niet wezenlijk. In het Landschappelijk Kader, dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd, wordt aangegeven op welke wijze het plan landschappelijk wordt ingepast. Het plan tot de afbraak van de oude woning en de nieuwbouw van een woning op een andere locatie is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
3.4.2 Bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas De percelen Oud Bonaventurasedijk 91 en naast nr. 85 zijn opgenomen in het bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas. De gemeenteraad van de toenmalige gemeente Binnenmaas heeft het bestemmingsplan op 12 december 2013 vastgesteld. Uit de verbeelding blijkt dat de gronden enerzijds de bestemming ‘Wonen – Linten en bebouwingsconcentraties’ heeft (nr. 91) en anderzijds de bestemming ´Agrarisch´ hebben gekregen. Daarnaast is een archeologische dubbelbestemming op het perceel van toepassing. Voor de grond waar de woning worden gebouwd geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting middelhoog 1’. In paragraaf 1.1 zijn bij de figuren 1.3 en 1.5 de desbetreffende delen van de verbeelding van het bestemmingsplan al weergegeven.
- 20 -
3.4.4 Stedenbouwkundige aanvaardbaarheid In paragraaf 3.3.1 is al ingegaan op de stedenbouwkundige en landschappelijke aanvaardbaarheid van de bebouwing. Er is in dat kader een Landschappelijk kader opgesteld (Wissing, 6 maart 2020, nr. 0609). In dat kader wordt op de aanvaardbaarheid van de bouw van een woning aan de Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85. Het plangebied en omgeving zijn daarbij geanalyseerd en er is gekeken naar het ruimtelijk beleid van de overheid. Daarna zijn de landschappelijke en architectonische criteria benoemd, waaraan de nieuwe woning moet voldoen. Het Landschappelijk Kader is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
- 21 -
4. Onderzoeken 4.1. Bodem Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij de bouw van nieuwe woningen planologisch mogelijk worden gemaakt, dient inzicht te worden gegeven of de bodem uit milieu hygiënisch oogpunt daarvoor geschikt is. Om deze reden is het vereist dat bodemonderzoek wordt ingesteld voor de locatie waar de nieuwe woning zal worden gebouwd. Uit het ingestelde verkennend bodemonderzoek (Inventerra, 22 september 2020, nr. 202231-R01JV) blijkt dat het terrein vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt is voor de huidige en de toekomstige bestemming. Het bodemrapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
4.2 Geluid Het wettelijk kader wordt omschreven conform de Wet geluidhinder. Wegverkeerslawaai Wettelijk kader: Voor woningbouw binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek te worden overlegd. De geluidszone langs de Ritselaarsdijk heeft een breedte van 250 m. nieuwe woning ligt binnen deze zone als bedoeld in artikel 74 van de Wet geluidhinder: Conform artikel 82, lid 1 van de Wet geluidhinder geldt voor de geluidbelasting op de gevel van een woning binnen een geluidzone een voorkeursgrenswaarde Lden van 48dB. In buitenstedelijk gebied zoals hier aan de orde kan daarnaast nog een hogere geluidsgrenswaarde worden toegepast tot maximaal 53 dB. Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd (Kraaij akoestisch advies, 25 september 2020, nr. VL.2079.R01). De uitkomst laat zien dat de geluidbelasting vanwege de geluidgezoneerde Oud Bonaventurasedijk ten hoogste 44 dB bedraagt en daarmee overal voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De geluidbelasting vanwege de geluidgezoneerde N491/Trambaan bedraagt ten hoogste 50 dB. Daarmee wordt niet overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. De overschrijding bedraagt 1 – 2 dB en vindt uitsluitend plaats aan de westelijke achterzijde, op de beide verdiepingshoogten. De maximaal toegestane hogere waarde (53 dB) wordt niet overschreden.
Uit het onderzoek blijkt dat er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon/leefklimaat. Daarnaast wordt voor het verlenen van de hogere grenswaarde voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid. In het onderzoek is dit nader gemotiveerd.
- 22 -
Derhalve is er geen belemmering in het kader van wegverkeerslawaai, als er wordt overgegaan tot het toestaan van de hogere geluidswaarde van 50 dB. Spoorweg- en/of industrielawaai De plangebieden liggen niet in een geluidzone van een gezoneerd industrieterrein dan wel nabij een spoorweg. Conclusie Het bouwplan is uit oogpunt van geluid realiseerbaar.
4.3 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a) Er is geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; b) De concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; c) Het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d) De ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.
Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. Het gaat hier om de bouw van één woning, deze komt in de plaats van een al bestaande woning. Het aantal verkeersbewegingen blijft daarmee gelijk. Daarnaast gaat het om woongerelateerd verkeer met een beperkt aantal verkeersbewegingen per etmaal (6 á 7).
- 23 -
Voor de volledigheid is uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening ook de heersende luchtkwaliteit in ogenschouw te nemen. Gegevens (2019) van de Grootschalige concentratie- en Depositokaarten Nederland (GCN en GDN) laten zien dat de jaargemiddelde achtergrondconcentratie voor stikstofdioxide (NO2) 17,1 μg/m³ lucht bedraagt, voor fijn stof (PM10) is dit 16,7 μg/m³ en voor fijn stof (PM2,5) is dit 10,6 μg/m³. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de luchtconcentraties ruim voldoen aan de normering Wet milieubeheer onderdeel luchtkwaliteit (grenswaarde voor stikstofdioxide en PM10 bedragen 40 μg/m³) en voor PM2,5 is dit 25 μg/m³). De conclusie is dat vanuit het aspect luchtkwaliteit er geen belemmering bestaat voor de geplande ontwikkeling. De concentraties voor NO2 en fijn stof (PM10 en PM2,5) liggen derhalve ver beneden de grenswaarden, waarmee voor het aspect lucht aan een goede ruimtelijke ordening is voldaan. Conclusie Uit het oogpunt van luchtkwaliteit worden geen belemmeringen ondervonden.
4.4 Bedrijven en milieuzonering Ter bepaling van de mogelijkheid om milieubelastende bestemmingen te realiseren in de nabijheid van milieugevoelige bestemmingen, zoals woningen, wordt gebruik gemaakt van de systematiek van milieuzonering. In de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is één en ander nader beschreven en uitgewerkt. In die brochure is ook een Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen, waarbij per type bedrijf wordt aangegeven welke afstanden tussen milieugevoelige en milieubelastende bestemmingen moet worden aangehouden. Zo ontstaat een zone rond een perceel met een bedrijfsbestemming waar in principe geen milieugevoelige bestemmingen zijn toegestaan. Op deze wijze wordt geborgd dat er geen onaanvaardbare milieuoverlast voor milieugevoelige bestemmingen aan de orde zal zijn. De planlocatie bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Hoeksche Waard. Nabij het bouwperceel aan de Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85 zijn de volgende aandachtspunten. Oud Bonaventurasedijk 99b: Op deze locatie bevindt zich een agrarisch hulpbedrijf (ZHE) in de vorm van een landbouwmechanisatiebedrijf. Dit bedrijf is zoals eerder beschreven ook de reden voor verplaatsing van de woning. Uit de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering blijkt dat een landbouwmechanisatiebedrijf is ingedeeld in categorie 3.1 met bijbehorende richtafstand van 50.
De afstand van de huidige woning Oud Bonaventurasedijk 91 tot het bedrijf is circa 8 meter. De afstand van de nieuw te bouwen woning tot het bedrijf is circa 180 200 meter.
- 24 -
Oud Bonaventurasedijk 83: Op dit perceel was voorheen een agrarisch bedrijf gevestigd met kassen. De kassen zijn inmiddels afgebroken. Het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Binnenmaas’ vermeldt nog wel een agrarisch bouwvlak op dit perceel. De afstand van dat agrarisch bouwvlak tot het bouwperceel is ruim 40 meter. De richtafstand van het voorheen aanwezige bedrijf was 30 m. Als de agrarische bedrijvigheid nog steeds aanwezig zou zijn, dan ook zou de situatie aanvaardbaar zijn. Overigens zijn er geen relevante bedrijven aanwezig. Uit oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan.
4.5 Externe veiligheid Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) van kracht geworden. In overeenstemming met artikel 5 van dit BEVI dient bij een besluit in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) onderzocht te worden in hoeverre er sprake is van aanwezigheid van risicovolle inrichtingen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft. De risicocontour voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6 contour) en het groepsrisico (GR) met de eventuele toename hiervan dienen berekend te worden. Het GR dient in de toelichting op het besluit te worden verantwoord. Eenzelfde aanpak dient gevolgd te worden voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door de lucht en door buisleidingen. Gemeenten en provincies zijn in dat kader verplicht de normen uit het BEVI na te leven. Dit houdt onder meer in dat er voldoende afstand aangehouden moet worden tussen kwetsbare objecten en risicovolle bedrijven en transportroutes. Tevens houdt dat in dat rekening moet worden gehouden met het totale aantal aanwezige personen in de directe omgeving van een risicovol bedrijf of transportroute. Het aspect externe veiligheid brengt zodoende met zich mee dat afstemming tussen de drie taakvelden ruimtelijke ordening, milieu en rampenbestrijding van groot belang is.
Uit de risicokaart Nederland blijkt, dat er zich in de directe omgeving van het plangebied aan de Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85 te Maasdam geen risicovolle inrichtingen e.d. bevinden. Er zijn twee leidingstraten aanwezig, beide op ruim 800 m (ten zuiden en ten westen) van het plangebied. Overigens wordt er geen wijziging gebracht in het aantal personen dat verblijft in het buitengebied, nu het gaat om de verplaatsing van een woning.
- 25 -
plangebied
Figuur 4.1: deel risicokaart Nederland
Uit oogpunt van externe veiligheid is het plan realiseerbaar.
4.6 Geen Milieurapportageplicht Op grond van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht moet bij woningbouwontwikkelingen worden bekeken of de ruimtelijke ontwikkeling ook uit milieuoogpunt aanvaardbaar is en of er een Milieueffectrapportage (Mer) moet worden opgesteld. Op grond van de D-lijst uit het besluit Mer moet er in ieder geval een Mer worden opgesteld bij de aanleg of wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject dat een oppervlakte van 100 hectare of meer dan wel de bouw van 2000 of meer woningen omvat. Hier gaat het om de bouw van één woning en de sanering van agrarische bedrijfsbebouwing. De impact van dit plan is zeer klein en de milieugevolgen zijn in de hiervoor opgenomen hoofdstukken voldoende in kaart gebracht. Er zullen geen nadelige milieugevolgen voor het gebied optreden. Om deze reden is het niet vereist dat er een Mer wordt opgesteld.
4.7 Waterhuishouding Waterschapsbeleid Waterbeheerprogramma 2016-2021 Vanaf 2016 is er een nieuw waterbeheer programma van kracht. Het programma bestaat uit een statisch en een dynamisch deel.
- 26 -
Het statisch deel bevat de doelen die het waterschap wil bereiken, zowel op de lange termijn als voor de planperiode. Het dynamisch deel bevat de maatregelen die nodig zijn om de doelen uit het statisch deel te realiseren. Het plan bevat doelen en maatregelen voor de thema’s Calamiteitenzorg, Water en Ruimte, Waterveiligheid, Voldoende Water, Schoon water en Waterketen. Voor het thema water en ruimte is de nadere uitwerking van de deltabeslissing ruimtelijke adaptatie de belangrijkste ontwikkeling. Hierbij wordt uitgegaan van meerlaagse veiligheid: preventie (laag 1), ruimtelijke inrichting (laag 2) en crisisbeheersing (laag 3). Voor Hollandse Delta ligt de nadruk op de eerste laag: een overstroming voorkomen door middel van (primaire) waterkeringen. Voor de tweede laag is als doel geformuleerd dat de ruimtelijke inrichting bijdraagt aan het beperken van de gevolgen van een overstroming. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagd de hydraulische belasting van de afvalwaterzuivering. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer in stedelijk gebied en 1.500 m2 in niet-stedelijk gebied moet voor hemelwater een lozingsvergunning worden aangevraagd in het kader van de Keur.
Als er sprake is van toename aan verhard oppervlak, dan moet in principe 10% van deze toename worden gecompenseerd in de vorm van open water binnen het peilgebied waarin de toename van verharding plaatsvindt. Op dit moment is er op de bouwlocatie aan de Oud Bonaventurasedijk nog geen bebouwing en verharding aanwezig. De oppervlakte van de woning met terreinverharding zal circa 300 m² zijn, dit blijft ruim onder de vrijgestelde oppervlakte. Gezien het beleid van het Waterschap is echter in de gegeven situatie geen watercompensatie vereist. Schoon inrichten Het vuilwater zal worden afgevoerd via de bestaande persriolering. Bij de bouw van de woning aan de Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85. zal ter bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater geen gebruik worden gemaakt van uitlogende materialen zoals zink, lood, koper en zacht pvc. Het schoon hemelwater afkomstig van de daken zal via een hemelwaterafvoerleiding direct op de aangrenzende watergang worden geloosd. Veilig inrichten De woning Oud Bonaventurasedijk 91 staat aan de dijk, binnen de beschermingszone van de waterkering. Voor het afbreken van deze woning zal een watervergunning worden gevraagd bij het waterschap Hollandse Delta. Het plangebied aan de Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85 valt juist buiten de beschermingszone van de waterkering.
- 27 -
4.8 Flora en fauna In het kader van de verscherpte natuurwetgeving (Wet natuurbescherming) dient, voordat ergens ruimtelijke ingrepen plaatsvinden te worden onderzocht of er belangrijke natuurwaarden voorkomen op een te bebouwen locatie. Er is ecologisch onderzoek uitgevoerd (Breur Ecologie&Onderzoek, 24 september 2020, nr.Q520049v1) bij beide plangebieden. Dit onderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid: • • • •
•
De ontwikkeling leidt niet tot negatief effect op beschermde natuurgebieden; De bebouwing aan de Oud Bonaventurasedijk 91 is geschikt als nesthabitat voor de huismus en er bestaat potentie voor verblijfplaatsen van dwergvleermuizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk; Op het kavel naast de naast Oud Bonaventurasedijk 85 bestaat geen potentie voor beschermde soorten. Aanvullend onderzoek is op deze deellocatie niet nodig; Er bestaat op beide locaties altijd potentie voor aanwezigheid van nesten van algemene vogels, deze nesten zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de sloopwerkzaamheden wordt daarom aangeraden rekening te houden met het vogel broedseizoen: grofweg van half maart t/m half juli; Voor alle soorten flora en fauna (beschermd en onbeschermd) geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit betekent dat de initiatiefnemer verplicht is om zorgvuldig te werken en dat onnodige schade aan planten of dieren altijd dient te worden voorkomen.
In het onderzoeksrapport worden ook enkele aanbevelingen gedaan. Bij de verdere uitwerking van de plannen wordt voor zoveel mogelijk met de aanbevelingen rekening gehouden. Aanbevelingen: • In het kader van de zorgplicht dient men zorg te dragen voor alle in het wild levende planten en dieren. Onnodige schade dient te allen tijde te worden voorkomen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat wanneer er zich een egel of een pad in het werkveld bevindt dat deze verplaatst wordt, dan wel de gelegenheid dient te krijgen om het werkgebied op eigen kracht te verlaten. • De bouw van een nieuw woonhuis biedt ook kansen voor de natuur. Zo kunnen er voorzieningen aangebracht worden voor huismussen of vleermuizen. En een streekeigen tuinbeplanting die past in het landelijke karakter van de omgeving kan tevens bijdragen aan de biodiversiteit. Zoals in de quick scan al is aangenomen, wordt de sloot die aanwezig is bij OudBonaventurasedijk 85 niet gedempt. Het aanbevolen vervolgonderzoek bij de woning Oud Bonaventurasedijk 91 wordt uitgevoerd.
- 28 -
Stikstof Vanwege recente jurisprudentie moet er ook aandacht worden besteed aan de vraag, of bij een ruimtelijke ontwikkeling er sprake zal zijn van een toename van stikstofdepositie in een Natura 2000 gebied. In en rondom de gemeente Hoeksche Waard liggen de Natura 2000-gebieden Haringvliet, Hollands Diep, Oudeland van Strijen en Oude Maas. Deze Natura 2000-gebieden zijn niet stikstofgevoelig. Op enige afstand liggen de Biesbosch en Krammer-Volkerak. Die gebieden zijn wel stikstofgevoelig. Het plangebied ligt op meer dan 15 km van het Natura 2000 gebied Krammer-Volkerak en op meer dan 7 km van de Biesbosch. Inmiddels blijkt uit het Stroomschema beoordeling WABO-aanvragen (versie 5.0, 1 december 2020, OZHZ), dat bij de bouw van niet meer dan 1 woning, op een afstand van meer dan 2.900 m bij overwegend tussenliggend akkerbouwgebied of meer dan 3.200 bij overwegend graslan&water van stikstofgevoelig Natura2000 gebieden, er geen sprake zal zijn van toename van stikstofdepositie in die gebieden.
Figuur 4.2 tabel uit stroomschema OZHZ 01.12.2020
Conclusie is, dat er geen frictie ontstaat met de natuurwetgeving op het terrein van stikstofdepositie. Conclusie Dit betekent dat dit onderdeel de planvorming niet in de weg staat.
4.9 Geur Agrarische bedrijven veroorzaken in het algemeen geur vanwege de dierenverblijven, mestbassins en de productie en opslag van voer. Geur kan in de leefomgeving in meer of minder mate hinder veroorzaken en kan om die reden ook gezondheidsrisico's met zich meebrengen. De plangebieden liggen niet binnen een geurcirkel van enig in de omgeving aanwezig bedrijf.
4.10 Archeologische waarden en cultuurhistorie De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ordening is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992). Nederland heeft dit Verdrag ondertekend en goedgekeurd, waarbij de Erfgoedwet de nationale ‘vertaling’ is van het Europese cultuurhistorische beleid.
- 29 -
De bescherming van het archeologische erfgoed is in de Erfgoedwet beschreven als een taak van de gemeente. Er dient binnen bestemmingsplannen en bij ruimtelijke onderbouwingen als de onderhavige, aandacht te worden besteed aan archeologische aspecten. Uit het geldende bestemmingplan Landelijk Gebied Binnenmaas blijkt dat voor het plangebied aan de Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85 te Maasdam de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting middelhoog 1’ geldt. Bij bodemingrepen waarbij er over een grotere oppervlakte dan 500 m2 grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd, moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. In dit plan gaat het om een oppervlakte van één woning die ruim minder dan die 500 m2 zal bedragen. Om deze reden is geen archeologisch onderzoek vereist. De archeologische dubbelbestemmingen op de verschillende plangebieden wordt gehandhaafd. Conclusie Dit betekent dat dit onderdeel de planvorming niet in de weg staat.
4.11 Kabels en leidingen Binnen de plangebieden liggen wel diverse kabels en leidingen (nutsleidingen), doch deze zijn planologisch gezien niet relevant.
4.12 Verkeer Voor de ontsluiting van het de nieuwe woning aan de Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85 wordt gebruik gemaakt van de huidige dijkopgang aan de noordzijde van de kavel. Deze ontsluit de woning en het achterliggende agrarisch perceel. Op eigen terrein is er bij de woning voldoende ruimte voor het parkeren van ten minste drie auto’s. Er is sprake van een uit verkeerskundig oogpunt aanvaardbare situatie.
- 30 -
5. Juridische toetsing 5.1 Juridische planopzet Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Per 1 januari 2010 is het verplicht bestemmingsplannen geheel digitaal op te stellen en vast te stellen. Het bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).
5.2 Bestemmingswijzer 5.2.1. Inleidende regels Begrippen (artikel 1) en Wijze van meten (artikel 2) De begrippen die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen, worden in artikel 1 nader gedefinieerd. Bij toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel opgenomen definities van de begrippen. Naast begrippen zijn in het bestemmingsplan hoogte- en andere maten opgenomen die van belang zijn bij het bouwen van bouwwerken. Artikel 2 van de regels geeft een nadere omschrijving hoe de bedoelde maten gemeten moeten worden. 5.2.2 Bestemmingsregels Voor het plangebied aan de Oud Bonaventurasedijk 91 wordt de bestemming 'Verkeer'. Voor het plangebied waar de nieuwe woning komt aan de Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85 wordt de bestemming ‘Wonen – verspreide woningen’ gelegd. De voor ‘Wonen – verspreide woningen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: -
maximaal één woning per bestemmingsvlak; maximale inhoud woning 775 m3; mantelzorg in de woning; aan huis verbonden beroepen, uitsluitend in de bestaande gebouwen met een vloeroppervlakte van maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en bijgebouwen tot maximaal 50 m2 per woning; - aan huis verbonden bedrijven, uitsluitend in de bestaande gebouwen met een vloeroppervlakte van maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en bijgebouwen tot maximaal 50 m2 per woning; - bed & breakfast in de woning en bijgebouwen.
- 31 -
5.2.3 Algemene regels Antidubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Kortweg komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren. Algemene bouwregels Naast de bouwregels die opgenomen zijn in hoofdstuk 2 van de planregels, gelden er aanvullende algemene bouwregels. De algemene bouwregels hebben betrekking op alle bestemmingen die binnen dit bestemmingsplan zijn opgenomen. Algemene gebruiksregels In dit artikel staat omschreven wat binnen de bestemmingsregeling, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van de planregels, onder strijdig gebruik wordt verstaan. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is opgenomen om ondergeschikte afwijkingen van het bestemmingsplan met een algemene bevoegdheid mogelijk te maken. De regeling voorziet in een duidelijke begrenzing van het toepasbaar bereik van de afwijking. Overgangsrecht Het overgangsrecht ten aanzien van het bouwen staat verwoord in artikel 21.1 Wro.
Dit artikel is, rekening houdend met de terminologie uit de Wabo, één op één overgenomen in dit bestemmingsplan. Een bouwwerk dat op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt aanwezig is, dan wel planologisch mogelijk is en afwijkt van het plan, mag gedeeltelijk worden vernieuwd, veranderd of in het geval van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De aard van het gebouw mag hierbij niet veranderen en ook mag de omvang niet worden vergroot. Eventuele uitbreiding is slechts mogelijk met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag. Het voorgaande geldt niet voor bouwwerken die weliswaar bestaan op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig zijn, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd zijn met het hiervoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan. Het tweede lid gaat in op het gebruik van (on)bebouwde gronden en bouwwerken, dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit bestemmingsplan in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Ander strijdig gebruik is niet toegestaan. Slotregel Het laatste artikel van het bestemmingsplan betreft de slotregel, waarin de naam, zoals de regels aangehaald kunnen worden, is opgenomen.
- 32 -
5.3 Handhaving De gemeente Hoeksche Waard is belast met het toezicht op de uitvoering van de bouwwerkzaamheden overeenkomstig het bepaalde in dit bestemmingsplan. Bij de opstelling van de bouwregels is de bestemmingsplansystematiek van het bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas in acht genomen.
- 33 -
6. Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Het bouwplan omvat het wegbestemmen van de woning Oud Bonaventurasedijk 91 en het bouwen van een nieuwe woning aan de Oud Bonaventurasedijk naast nr. 85 in Maasdam. Met de initiatiefnemer is een zogenaamde anterieure exploitatieovereenkomst afgesloten. Dit betekent dat het kostenverhaal is verzekerd. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro te worden vastgesteld. De realisering van het plan wordt verzorgd door initiatiefnemers. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overeenkomstig artikel 3.1.1. van het Besluit op de ruimtelijke ordening zal er met de betrokken maatschappelijke instanties vooroverleg worden gevoerd.
- 34 -
7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro/zienswijzen 7.1 Vooroverleg In het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Bro zijn de volgende reacties ingediend: PM
7.2 Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft van xx xx 2021 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn wel/geen zienswijzen ontvangen.
- 35 -